TheoJacobs

© Siebe Postma, Bewerking 09-01-2017 Marcel van Dinteren/Stichting Noviomagus.nl

Bronzen Kruis Theo Jacobs

door Siebe Postma


De heer Theo Jacobs die lang in Nijmegen woonde, was ook Bronzen Kruisdrager. Legernummer 260209000. Korporaal ziekenverpleger bij de 1e para compagnie in Nederlands-Indië.

Theo Joan Anton Jacobs

Theo Jacobs is op 9 februari 1926 geboren te Blaricum (NH) aan de Torenlaan 330 uit het huwelijk van vader Antonius Jacobs en moeder Siska Brandsma. Theo's vader had een kruideniersbedrijf dat toen Theo 6 jaar was failliet ging vanwege de crisis. Daarna is het gezin naar Nijmegen verhuisd en is vader handelsreiziger geworden. In 1939 verhuisde het gezin uit het centrum naar Nijmegen Zuid aan de Hatertseweg alwaar vader is gaan handelen in fruit en aardappelen.

Nadat Theo in 1940 van de lagere school kwam, is hij gaan werken bij 'Willem Smit Transfor­matoren­fabriek' te Nijmegen, op het laboratorium van de afdeling 'electroden'. Na een jaar moest Theo van zijn vader als oudste zoon thuis komen werken. In de oorlogsjaren deed hij o.a. veel bezorgklussen met paard en wagen. En omdat ze een paard en wagen hadden, werd Theo na het bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944 verplicht om de slachtoffers van het bombardement te vervoeren naar het tijdelijke mortuarium. Dit maakte een grote indruk op de jonge Theo.

Toen Nijmegen vanaf september 1944 frontstad werd en overal geallieerde soldaten bivakkeerden, vermaakte Theo zich met de jongensclub 'AVO' (Alles Voor Ons) die veel bij de soldaten rondhingen in de hoop op eten en alles wat maar te ruilen viel. Op een dag vroeg een Amerikaans soldaat of Theo met een vriend hem de weg kon wijzen naar Antwerpen, alwaar de soldaat een liefje wilde bezoeken. Pas de volgende dag werden de jongens bij hun ouders afgeleverd, maar wel nadat ze een enorme kaas hadden bemachtigd uit de veldkeuken van de Amerikanen. De geallieerde soldaten werden de jongens op een gegeven moment een doorn in het oog, omdat hun meisjes werden 'afgepakt'. De Nijmeegse jongens maakte voetzoekers van kruit en wierpen deze bij een dansavond op de dansvloer, waarop de menigte uit elkaar stoof. Achtervolging door de politie wisten ze te voorkomen door met een geritseld lichtkogelpistool van zich af te schieten, waarbij tot overmaat van ramp de feestversiering vlam vatte.

Theo was het zat om bij zijn vader te moeten werken, en wilde wat van de wereld zien. Eind juli 1945 meldde Theo zich -ondanks dat hij te jong was- als Oorlogsvrijwilliger, door de handtekening van zijn vader te vervalsen. Hij werd ingedeeld bij het bataljon 2-13 RI (Limburgse jagers) te Niederkrüchten, Duitsland. Dit bataljon was ingedeeld bij het 9th US Army en werd o.a. ingezet nabij München-Gladbach waar het een bewakings- en bezettingstaak had.

Half september 1945 vertrok het bataljon uit Duitsland en ging scheep naar Engeland waar het te Aldershot werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting. Van de bataljons die waren aangewezen voor uitzending naar Nederlands-Indië was 2-13 RI het allereerste dat uit Nederland vertrok, half oktober is het vanuit Liverpool met de M.S. Alcantara vertrokken naar Nederlands-Indië. Omdat de bevelhebber van het South East Asia Command (SEAC), de Admiraal Mountbatten, vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit verbod is in maart 1946 opgeheven.

Begin maart kwam het bataljon aan te Semarang. De eerste kennismaking van Theo met Indië was een klapperboom waaruit hij graag een kokosnoot wilde plukken. Bovenin gekomen en een aantal kokosnoten los gekregen te hebben, verloor hij grip en roetsjte met zijn blote benen langs de bast van de klapperboom. Een eerste bezoek aan de ziekenboeg was een feit.
Na aankomst werd het bataljon gelegerd in Djatingaleh en belast met de controle over de zuidelijke toegangswegen. Tot de komst van 1-RS, enkele dagen later, werd het bataljon ook ingezet aan het oostelijk front van Semarang. Op 1 april 1946 nam het deel aan de actie "Primeur". In dezelfde maand nam het bataljon de strategische post op de Gombel over van de Britse troepen. Nadat in augustus twee grote aanvallen op Semarang met succes waren afgeslagen nam de T-Brigade het initiatief en ging over tot actie. Het bataljon bezette met de actie "Lekas" het gebied ten zuiden en zuidoosten van Semarang. Het had nu posten o.a. te Djatingaleh, Djangli, Karangredjo, Srondol en natuurlijk op de Gombel. Tevens nam het bataljon deel aan acties in het gebied van 2-6 RI aan het westfront. Na deze acties waarmee de ring om Semarang aanzienlijk werd vergroot stond men voor de taak om de nieuwe demarcatielijn bij de TNI af te dwingen.

Theo verliet het bataljon 2-13RI half oktober 1946, omdat hij zich had opgegeven voor de nieuw in het leven geroepen parachutistenopleiding bij de School Opleidingen Parachutisten. Deze paracommando-opleiding vond plaats te Hollandia op Nieuw-Guinea tussen midden maart 1946 en maart 1947. Daarop werd Theo in mei 1947 opgenomen in de 1e paracompagnie en gelegerd te Bandoeng (Midden-Java). Theo werd als parachutist ziekenverpleger ingedeeld bij Troep II van luitenant Antonietti.

Op 20 juli 1947 begon de 'eerste politionele actie'. De 1e paracompagnie werd overgevlogen naar Bandoeng en ingezet bij Lamadjang-Pengalengan en de inname van de waterkrachtcentrale bij het stuwmeer van Tjileuntja. Midden augustus en september werd de 1e paracompagnie ingezet in de omgeving van Lawang en Malang (Oost-Java).

Het was ten Oosten van Malang dat Theo zich onderscheidde door het volgende:

T.J.A. Jacobs "Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door op 26 september 1947, ingedeeld als ziekenverpleger, tijdens het uitvoeren van een stormaanval op het hoofdkwartier van een terroristenbende te Toempang (bij Malang, Oost-Java), toen de brenschutter van de voorste aanvalssectie ernstig werd verwond, bij de eerste oproep om geneeskundige hulp zich onverwijld, ondanks het ontbreken van enige dekking tegen het zware vijandelijke automatische en geweervuur, met grote koelbloedigheid over een afstand van ongeveer zeventig meter naar voren te rennen, waarbij hij bovendien nog een vernielde brug moest overgaan en de zwaargewonde ter plaatse onmiddellijk medische hulp te verlenen en te verbinden. Door dit optreden, naast onverschrokkenheid, tevens hoge plichtsbetrachting en offervaardigheid te betonen."


Aan Theo Jacobs werd hiervoor door Koningin Juliana bij Koninklijk Besluit van 23 februari 1950 no. 43 de dapperheidsonderscheiding het Bronzen Kruis toegekend.

Na de talloze zuiveringsacties bij Malang volgden er vele zuiveringsacties in de vlakte van Krawang tot en met het einde van het jaar 1947.

De 1e paracompagnie was tijdens de eerste politionele actie nog niet volledig parachute opgeleid. De feitelijke springopleiding vond plaats te Tjimahi, waar Theo na zes sprongen op 17 januari 1948 afgeoefend parachutist werd. Eind januari 1948 hadden alle para's hun vereiste sprongen gemaakt, en vanaf dat moment konden ze voor een luchtlandingsoperatie worden ingezet. Begin februari werd Theo bevorderd tot Soldaat 1e klas. In deze periode volgden onder andere zuiveringsacties in het gebied Rengasdenklok en bekwaamden de parachutisten zich door middel van grote springoefeningen te Andir, Kalidjati, Lembang, Tjililitan, Batoedjadjar en Djambatan.

In december 1948, toen de militaire en politieke situatie dramatisch verslechterde gaf de regering Drees opdracht tot het inzetten van de zogeheten Tweede Politionele Actie.
Op 19 december 1948 beet de 1e paracompagnie samen met de paracompagnie KST (samen Paragevechtsgroep) de spits af met een spectaculaire luchtlandingsraid op het vliegveld Magoewo en nam de republikeinse hoofdstad Djokjakarta in, waarbij de gehele republikeinse regering, inclusief Soekarno, gevangen werd genomen.

Nauwelijks tien dagen later volgde op 29 december 1948 de dropping van de Paragevechtsgroep op Sumatra en de verovering van de olievelden bij Djambi. Theo verwondde zijn rechterhand licht bij deze actie en nam niet deel aan de volgende twee luchtlandingen.

Op 5 januari 1949 was er opnieuw een gedurfde luchtlandingsoperatie op de olieterreinen bij Rengat en Ajer Molek op Sumatra. De drie genoemde luchtlandingsoperaties vonden plaats in een tijdsbestek van nog geen drie weken door dezelfde rode en groene baretten van de Paragevechtsgroep. Op 10 maart 1949 voerde de Paragevechtsgroep de laatste actiesprong uit boven Gading ten Zuidoosten van Djokjakarta. Halverwege april 1949 werd de 1e paracompagnie in het berggebied ten zuiden van Poerwokerto ingezet. Tot eind juni zouden ze vrijwel ononderbroken te velde zijn. Nachtelijke sluippatrouilles, inlichtingenpatrouilles, meerdaagse gevechtspatrouilles en konvooidiensten werden uitgevoerd. De para's waren op het eind de gevechtsuitputting nabij. Begin juni 1949 werd Theo bevorderd tot Korporaal.

De politieke situatie wijzigde, en op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats aan de Verenigde Staten van Indonesië. Het RST (Regiment Speciale Troepen) waarin de 1e paracompagnie ondertussen was opgegaan lag rond deze periode te Batoedjadjar. Theo maakte zijn 21ste en laatste parachutesprong in Indië op 11 januari 1950.

In de nacht van 22 op 23 januari 1950 startte de APRA actie (Angetan Perang Ratu Adil – Strijdkrachten van de Rechtvaardige Vorst), waarbij onder leiding van Kapitein Westerling een poging werd gedaan om door de TNI een militaire klap te geven een onafhankelijke deelstaat Pasoendan te realiseren. Het doel was onder andere het innemen van het Siliwangi divisiehoofdkwartier aan de Oude Hospitaalweg te Bandoeng. Elementen van het RST, veelal de Amboneze soldaten steunden deze actie en deserteerden uit de kazerne te Batoedjadjar. Toen er nieuws kwam dat er een gewonde gevallen was bij de schermutselingen met de TNI, liet een staflid Theo als gewondenverzorger naar het slachtoffer gaan. Theo reed op een Amerikaanse parascooter de Grote Postweg af, totdat hij de gewonde vond. Hij bracht de soldaat, die in zijn hand geschoten was, naar het hospitaal, waar Theo het pistool toegedrukt kreeg van de gewonde om zich toch als ongewapende gewondenverzorger te beschermen in de onrustige stad. Theo keerde terug naar het door de APRA bezette Siliwangi divisiehoofdkwartier. Hier zag hij boven het hoofdkwartier een grote TNI vlag hangen, de vlag van de voormalige 'vijand'. Theo besloot de vlag samen met een stafkaart die hij vond als souvenir mee te nemen. Na de bestorming wist niemand van de APRA leden wat er moest gebeuren, het ontbrak verder aan leiding. De gedeserteerde RST leden die hadden deelgenomen aan deze coupe, keerden terug naar de kazerne in Batoedjadjar. Het RST werd spoedig erna ontbonden en in het voorjaar van 1950 demobiliseerde een deel van het personeel in Indonesië. Het andere deel kwam naar Nederland.

Omdat Theo nog nodig was bij het overdragen van medische voorraden aan de TNI bleef hij langer achter in Indië. Kok bij het Regiment Speciale Troepen was korporaal van den Ende, die een relatie had met Maria Meulmeester. Zij had haar man verloren in de Slag om de Javazee (Johannes Liefhebber-sgt machinist † 27-2-1942) en was, na de Japanse bezetting doorgebracht te hebben in interneringskamp Moentilan, met haar kinderen teruggegaan naar Nederland. Ze leerde Korporaal van den Ende kennen en verhuisde met haar kinderen weer terug naar Nederlands-Indië. Tijdens de verhuizing met de vrachtwagen over hobbelige wegen was er veel meubilair beschadigd geraakt. Theo bood zijn hulp aan en herstelde alles wat te maken viel. Mevrouw Meelmeester was Theo erg dankbaar en vroeg Theo om een keer op bezoek te komen wanneer de hele familie terug zou zijn uit Nederland. Dit deed hij, zodoende leerde hij dochter Maria Liefhebber kennen, waarmee hij op 26 april 1950 trouwde. Ze gingen wonen op het RST kamp te Batoedjadjar.

Op 23 mei 1950 is het jonge echtpaar met het schip de S.S. 'Surriento' naar Nederland vertrokken, alwaar zij op 15 juni 1950 aankwamen. Theo was na vijf jaar eindelijk weer terug in eigen land. Bij terugkomst werd hij zoals velen een rang teruggeplaatst naar Soldaat 1. Het echtpaar kreeg zoals de meeste ex-RST-ers met een gezin onderdak in het kamp Prinsenbosch te Chaam en werd weer ingedeeld bij de Limburgse Jagers. Op 15 september 1950 kreeg hij in het Paleis op de Dam te Amsterdam uit handen van Prins Bernhard het Bronzen Kruis uitgereikt.

Op 1 februari 1951 verliet hij de dienst, omdat hij er te weinig doorgroeimogelijkheden zag.

Als burger weer terug in Nijmegen werkte Theo achtereenvolgens in een Rijkswerkplaats voor een opleiding tot machinebankwerker, werd daarna pompbediende, chef pompstation, bouwvakker in Duitsland, glazenwasser en werd in zijn laatste functie verantwoordelijk voor het magazijn en inkoop voor een schoonmaakbedrijf waarvoor hij in Apeldoorn ging wonen. In de jaren zestig maakte hij nog enkele parachutesprongen en op zijn 65ste nog enkele bungeesprongen tijdens de vierdaagsefeesten in zijn Nijmegen. Na zijn pensioen bleef hij tot zijn 76e in een broodjeszaak aan de Waalkade te Nijmegen werken, tot hij op een avond ter hoogte van het postkantoor onwel neerviel door een hartaanval. Noodgedwongen moest hij het rustiger aan gaan doen. Zijn laatste jaren leefde hij vooral naar de reünies van zijn oude maten van "de para's" toe. Hij was één van de allerlaatsten.

Op 7 april 2016 overleed Theo Jacobs op 90-jarige leeftijd in het verzorgingstehuis De Matenhof te Apeldoorn.

terug

Reactiepagina
Reactie 0:

Siebe Postma, 13-01-2017: Bronzen Kruisdrager Theo Jacobs
Redactie: Een andere video, door Siebe Postma gemonteerd voor de uitvaart van Theo Jacobs, is te zien op YouTube.
Meer details over Theo's belevenissen in Indi staan in een driedelig artikel van Leo van Westerhoven op www.dutchdefencepress.com.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: