© copyright Theo Leether, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl
|
Mag ‘t een onsje meer zijn? Een stukje geschiedenis van:
Op 23-03-1908 wordt Johannes (Jo) kropman geboren. Jo gaat rond zijn 18e het leger in om de dienstplicht te vervullen als kok. Op onderstaande legergroepsfoto uit ca 1927 heeft hij het slagershakmes al in handen (zittend links).
“Honger – Dorst Heimwee en verdriet, maar centen hebben wij niet!” Jo had een opleiding als slager gehad (voor of tijdens zijn dienstplicht is niet bekend) en wilde graag voor zichzelf beginnen. Op 31 oktober 1929 startte hij, waarschijnlijk met zijn toekomstige echtgenote, een eigen slagerij op de Daalseweg nummer 3. Van deze beginfase zijn verdere gegevens niet bekend.
Een openings advertentie uit de krant van 31 oktober 1929 . Jo trouwde in Beek-Ubbergen op 08-04-1931 met zijn Maria (Zus) de Witt. Zij was geboren op 21-06-1908.
Hier een opname in Beek met de trouwkoets op de achtergrond. De Slagerij op de Daalseweg nummer 5.
Halve varkens, kalveren en runderen werden door Jo vakkundig versneden tot verhandelbare producten. Dit soort werkzaamheden vindt nu bijna niet meer plaats bij de slagerijen, maar in fabrieken waar al het vlees wordt voorbewerkt.
Een van de specialiteiten van de slagerij van Jo en Zus waren de rookworsten die zij zelf maakten met heerlijke kruiden. De klanten kwamen van heinde en verre om die bij hen te kopen.
De rookworsten werden in de bijkeuken achter gemaakt, waar de “worstmachine” stond. De tweede wereld oorlog. In de dertiger- en de oorlogsjaren en de eerste jaren daarna was alles op “de
bon” en kon alleen vlees gekocht worden bij inlevering van een of meerdere bonnen.
Hiervan was een gedegen boekhouding en administratie met bonnetjes plakken noodzakelijk, ook om weer vlees te mogen inkopen. Gedurende de oorlog schuilden enkele gezinsleden en ook enige buren een periode in de kelder onder de winkel naast de pekelbakken. De slagerij heeft, op wat glasschade na, geen noemenswaardige oorlogsschade opgelopen, wat van andere panden in de buurt niet gezegd kon worden. Zoals bij bakkerij Brouwer op de Daalseweg en de nodige andere winkels, zoals slijterij Peeman op het Waldeck Piermontssingel en huizen in de Jacob Canisstraat. Hieronder wat Vleeschbonnen en een boekje.
(Bron Paul Kropman)
(Bron Theo Leether)
(Bron www.noviomagus.nl) De leveranciers van het vlees. In de Gemeente Nijmegen was het voor de slagers niet toegestaan om "bij hun winkel" te slachten. In de dorpen echter was bij vrijwel iedere slagerij een slachtplaats aanwezig, waar de slager zijn dieren slachtte.
In Nijmegen mochten de slagers dit (laten) doen in de slachtlokalen van het Gemeentelijk Slachthuis. Dat betroffen veelal varkens en runderen. Hier een foto van het Gemeentelijk Slachthuis uit 1927.
(Bron Regionaal archief Nijmegen) Hier nog een plaatje uit 1930.
(Bron Regionaal archief Nijmegen) Een inkoopnota van vleeswaren uit 1934.
(Bron Paul Kropman) De koeling. Wekelijks kwam een ijsboer langs met een speciale transportwagen van de ijsfabriek om voor de koeling een of meerdere staven ijs te brengen. De staven werden door Jo Kropman in grote stukken gehakt en in de koelkast gelegd. Met de brokken ijs die over waren, maakte de jeugd op straat veel plezier. Het transport. Versch Vleesch werd bezorgd met een transportfiets (met vleesmand) tot ver in de regio. Later werd deze vervangen door een bromfiets, een Sparta met een mand. (Bron Paul Kropman)
(Bron Paul Kropman) Ca 1963 voor de slagerij op de Sparta, Paul brengt hier het vlees rond. In die tijd was het gebruikelijk dat een van de zonen van Jo Kropman bij de klanten ging "horen". Dit wil zeggen dat aan hen werd gevraagd wat hun bestelling was om het nadien te bezorgen. En zo kon het gebeuren dat men eerst ging "horen" en daarna anderhalf ons biefstuk moest bezorgen. Dat was natuurlijk geen bestelling waar Jo rijk van is geworden! Verpakken van vlees.
In die tijd kwam er plastic folie op de markt om o.a. vlees in te pakken. Een van de zonen Kropman had de euvele moed om bij het kopen van inpakpapier tevens een rol plastic inpakfolie mee te nemen. Bij zijn thuiskomst gaf dit de nodige problemen, omdat Jo die aanschaf volstrekt overbodig vond. Echter nadat de folie enkele weken in gebruik was, complimenteerde een van de klanten Jo met dit fijne verpakkingsmateriaal. Jo antwoordde haar met een uitgestreken gezicht "Ja, mevrouw je moet met de tijd meegaan". Een van een recentere datum vleeswarenzakje met logo. Het telefoonnummer was toen:
Kengetal 08800 Nijmegen abonneenummer 29771.
Het gezin. Jo en Zus kregen 11 kinderen: zeven jongens en vier meisjes. Allen groeiden op de Daalseweg nummer 5 op, in de woning boven de slagerij. De ingang van deze bovenwoning was via de slagerij en daar mocht je eigenlijk niet komen, laat staan spelen! Dat gold later ook voor de eerste kleinkinderen die waren geboren! Om ongelukken te voorkomen borg Jo zijn slagersmessen altijd veilig op. Ze waren immers vlijmscherp! In verschillende perioden zijn drie zonen van Jo Kropman in de slagerij werkzaam geweest.
Hier een opname uit februari 1963. Het was een strenge winter! Zelfs een Elfstedentocht! Jo heeft een sjaal om en Zus een vest aan. Jo Kropman zocht naar mogelijkheden om zijn winkelomzet te vergroten. Hij kocht een automaat die in het weekend in de deuropening van de winkel werd gereden. De laatjes werden gevuld met zelfgemaakte gehaktballen en kroketten en met hardgekookte eieren en knakworsten. Deze activiteiten vereisten ook veel inzet van de kinderen Kropman. Een leuke anekdote: Iedere zaterdagavond moest de slagerij volledig worden gereinigd. Vooral de dochters Kropman waren daarmee belast. Het schoonmaken van een dergelijke kille slagerij is natuurlijk ook niet alles. Daarom werd door hen tijdens de schoonmaakwerkzaamheden volop gezongen. Zo kon het gebeuren dat toevallige passanten nieuwsgierig de slagerswinkel inkeken als daar tweestemmig het "God groet u zuiv're bloemen" ten gehore werd gebracht. Zus Kropman deed niet zelf alle was. Met de was van een heel gezin van elf kinderen en ook nog de korte witte jassen voor in de slagerij was dit ondoenlijk. Daarom werd een gedeelte van de was opgehaald door Th. Reintjes uit Beek bij Nijmegen. Deze had een wasserij aan huis. De was werd eerst nog door hem opgehaald met paard en wagen. Enkele jaren later geschiedde dit vervoer met een bestelwagen. Het transport met paard en wagen was in die tijd niet ongebruikelijk. Ook de schillenboer kwam wekelijks met een paard en wagen de aardappelschillen aan huis ophalen. De Klanten.
Hiernaast nog een van de laatste nota briefjes uit de jaren 70. Hieronder een paar foto’s van de slagerij op de Daalseweg 5.
ca 1970
1971
Hiernaast een stukje uit “de Gelderlander”. Op 10 april 1981 waren Jo en Zus 50 jaar getrouwd.
En dat was natuurlijk reden voor een groot feest!
Op 3-3-1985 komt Jo te overlijden. Zus geniet nog jaren van haar welverdiende pensioen. Na een kort ziekbed is zij op 15-9-1994 Jo achterna gegaan. |
| Reactie 1:
Johan Eggenhuizen: In 1942 zaten wij in de klas van Broeder Alwinus, de vierde klas lagere school Hertogstraat. Ik herinner me een van mijn klasgenoten als Jopie Kropman. (Ik geloof wel dat het Jopie was). Er was een tijd dat hij
s' middags een dikke schijf leverworst mee naar school bracht. Hij had al vroeg ontdekt dat je met een schijf leverworst (1942) een hoop jongens om je heen geschaard kon krijgen en, al was het voor een paar momenten, je de meest populairste persoon van de dag kon zijn. Omdat hij die schijf in zijn broekzak hield, werd het nogal een warme lekkernij, dat mij helaas niet erg aanstond, maar wat anderen, die waarschijnlijk dingen niet zo nauw namen ofwel meer honger hadden in die tijd, graag over vochten. Wij waren geen vrienden, maar wel vriendelijk met elkaar als wij huiswaarts keerden om 4 uur in de middag. Hij verdween dan in de winkel en ik liep door naar mijn huis in de Van 't Santstraat. Op een van die middagen nam hij me mee in de winkel en vroeg zijn vader om een verse schijf worst voor zijn vriendje en zijn vader reageerde zonder enige twijfel of kommentaar en gaf mij een dikke schijf leverworst, wat ik op toe heden nog steeds als een van de
hoogtepunten vind van alle herinneringen uit die tijd. Reactie 2: Wil Sommeijer-de Boer: Mijn hart ging open toen ik het verhaal over slager Kropman las. Als kind kwam ik er regelmatig in de winkel. Wij behoorden tot de zogeheten 'pofklanten', maar dat was niet ongewoon in die tijd. Mijn vader was verzot op de bloedworst die Kropman maakte. Mijn moeder bakte die dan samen met wat appeltjes. Ook zijn balkenbrij was vermaard in ons gezin. Wij woonden op de Waldeckpiermontsingel 3, in de kleine huizen, een echt familiebuurtje. Mijn oma woonde een paar huizen bij ons vandaan. Onlangs heb ik mijn oude buurtje weer eens bezocht. Ik kende het niet meer terug. Van de mij bekende winkels op de Daalsweg is niet veel meer over. Ik herinner me dat er op de hoek van de Daalseweg/JacobCanisstraat een bakker was gevestigd die een beetje stotterde. Even verder als slager Kropman zat een drogist, waarvan ik de naam niet meer weet, die heerlijk zwart/wit in van die kleine puntzakjes verkocht. Enkele jaren geleden kwam ik bij toeval weer in die winkel terecht. Dezelfde drogist stond nog achter de toonbank en wat denk je, hij had nog steeds van die lekkere zwart/wit en dat zat ook nog in de oude trommel zoals in mijn kinderjaren. Reactie 3: Paul J.M. Kropman: Het stukje van Theo Leether geeft een leuke informatie over Zus en Jo Kropman en hun slagerij aan de Daalseweg. Die weg was oorspronkelijk zeer smal. Aan de overkant - op de even nummers - waren er voor de woonhuizen kleine tuintjes, waarbij je via een stenen trapje de stoep kon bereiken. Reactie 4: Jopie Kropman: Beste Johan Eggenhuizen,
met enig geluk en dankzij een attente neef (ik ben niet in het bezit van een pc) en met hulp van mijn schoonzoon (Geert Annevelink), kreeg ik jouw bericht onder ogen. Ik
was aangenaam verrast. Met jouw mededeling omtrent Jopie Leverworst heb je mij een groot plezier gedaan, te meer daar dit uit het verre Australië is gekomen. Ik heb Nijmegen door mijn werk bij |