Nieuwe pagina 1

© copyright Theo Leether, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Mag ‘t een onsje meer zijn? 

Een stukje geschiedenis van:

Op 23-03-1908 wordt Johannes (Jo) kropman geboren. Jo gaat rond zijn 18e het leger in om de dienstplicht te vervullen als kok. Op onderstaande legergroepsfoto uit ca 1927 heeft hij het slagershakmes al in handen (zittend links).

“Honger – Dorst Heimwee en verdriet, maar centen hebben wij niet!”

Jo had een opleiding als slager gehad (voor of tijdens zijn dienstplicht is niet bekend) en wilde graag voor zichzelf beginnen. Op 31 oktober 1929 startte hij, waarschijnlijk met zijn toekomstige echtgenote, een eigen slagerij op de Daalseweg nummer 3. Van deze beginfase zijn verdere gegevens niet bekend.

Een openings advertentie uit de krant van 31 oktober 1929 .

Jo trouwde in Beek-Ubbergen op 08-04-1931 met zijn Maria (Zus) de Witt. Zij was geboren op 21-06-1908.

Hier een opname in Beek met de trouwkoets op de achtergrond.

De Slagerij op de Daalseweg nummer 5.

In 1932 kocht de toen 24 jarige Jo het pand op de Daalseweg nummer 5. Hij liet deze woning verbouwen tot een slagerij. De keuze van de aannemer J. de Witt uit Beek lag daarbij voor de hand. Het was immers zijn schoonvader. De architect was A. van de Boogaard. Met behulp van ijzeren draagbalken en gewapend beton kreeg de buitengevel van het pand een meer ‘bedrijfsmatige’ uitstraling. De bouwsom bedroeg f 3.600, -

Hier Zus en Jo in de zojuist geopende slagerij met veel bloemen en versch vleesch uitgestald! En een Berkel weegschaal op de toonbank. Alles was nieuw in wit marmer uitgevoerd en met mooie wit-bruine tegels. Het vlees hing aan haken aan een ophangbeugel. Zo te zien waren het zes halve varkens en een half rund verdeeld in een voor- en achterbout. Het waren varkens van een goede kwaliteit met een dikke speklaag. Indien een slager nu zulk varkensvlees zou krijgen, zou hij daarbij in huilen uitbarsten.

Halve varkens, kalveren en runderen werden door Jo vakkundig versneden tot verhandelbare producten. Dit soort werkzaamheden vindt nu bijna niet meer plaats bij de slagerijen, maar in fabrieken waar al het vlees wordt voorbewerkt. Een van de specialiteiten van de slagerij van Jo en Zus waren de rookworsten die zij zelf maakten met heerlijke kruiden. De klanten kwamen van heinde en verre om die bij hen te kopen. De rookworsten werden in de bijkeuken achter gemaakt, waar de “worstmachine” stond. 
Daar Jo niet over een eigen rokerij beschikte, werden de worsten en andere producten gerookt bij Willem Brinkman in de 3e Walstraat. Dat was een gepensioneerde slager die de exploitatie van zijn slagerij had beëindigd. Hij verzorgde nog wel het roken van vleeswaren voor enkele andere slagers uit Nijmegen.
In de kelder onder de winkel bevonden zich een aantal pekelbakken. Delen vlees werden door Jo Kropman gezouten en nadien gepekeld. Het betrof onder andere rauwe ham, rundrookvlees en achterham. De ham werd nadien gekookt. De kwaliteit van deze vleeswaren werd alom geroemd. Verder werd er o.a. ham en balkenbrij gekookt en ook rosbief, lever- en bloedworst gemaakt.

De tweede wereld oorlog.

In de dertiger- en de oorlogsjaren en de eerste jaren daarna was alles op “de bon” en kon alleen vlees gekocht worden bij inlevering van een of meerdere bonnen. Hiervan was een gedegen boekhouding en administratie met bonnetjes plakken noodzakelijk, ook om weer vlees te mogen inkopen.
“De dochters Kropman” werden dan ook in die tijd vaak belast met het inplakken van de vleesbonnetjes die geen lijm bevatten maar echt ingeplakt moesten worden. Soms hadden ze een strook met bonnetjes maar veelal waren ze los, wat het inplakken tot een hels karwei maakte.
Er was weinig vlees voorradig en Jo had daardoor geen mogelijkheid om worsten te maken. Op een zekere dag was het Jo toch gelukt om van wat vleesresten enkele bloedworsten te maken. Deze hing hij vol trots aan het hangwerk in de etalage. Zij bleven daar blijkbaar ook voor anderen niet onopgemerkt. Op een ochtend bleek dat alle bloedworsten waren verdwenen………

Gedurende de oorlog schuilden enkele gezinsleden en ook enige buren een periode in de kelder onder de winkel naast de pekelbakken. De slagerij heeft, op wat glasschade na, geen noemenswaardige oorlogsschade opgelopen, wat van andere panden in de buurt niet gezegd kon worden. Zoals bij bakkerij Brouwer op de Daalseweg en de nodige andere winkels, zoals slijterij Peeman op het Waldeck Piermontssingel en huizen in de Jacob Canisstraat.

Hieronder wat Vleeschbonnen en een boekje.

(Bron Paul Kropman)

(Bron Theo Leether)

(Bron www.noviomagus.nl)

De leveranciers van het vlees. 

In de Gemeente Nijmegen was het voor de slagers niet toegestaan om "bij hun winkel" te slachten. In de dorpen echter was bij vrijwel iedere slagerij een slachtplaats aanwezig, waar de slager zijn dieren slachtte. In Nijmegen mochten de slagers dit (laten) doen in de slachtlokalen van het Gemeentelijk Slachthuis. Dat betroffen veelal varkens en runderen. 
Jo Kropman slachtte niet zelf. Hij kocht het vlees bij de in het slachthuis gevestigde grossiers. Het rundvlees - zoals halve runderen - bij de gebroeders van Swelm en Zonen. Het vlees werd niet op naam gekocht maar op een grossiersnummer. Voor J. Kropman was dat nummer 138. Het varkensvlees kocht Jo bij de Nijmeegse Baconfabriek (voorheen W. J. Janssen) en nadien bij Homburg B.V.

Hier een foto van het Gemeentelijk Slachthuis uit 1927.

(Bron Regionaal archief Nijmegen)

Hier nog een plaatje uit 1930.

(Bron Regionaal archief Nijmegen)

Een inkoopnota van vleeswaren uit 1934.

(Bron Paul Kropman)

De koeling.

Wekelijks kwam een ijsboer langs met een speciale transportwagen van de ijsfabriek om voor de koeling een of meerdere staven ijs te brengen. De staven werden door Jo Kropman in grote stukken gehakt en in de koelkast gelegd. Met de brokken ijs die over waren, maakte de jeugd op straat veel plezier.
Het is algemeen bekend dat vlees bederfelijk is. Stukken vlees die op zaterdag namiddag nog niet waren verkocht werden op de fiets - in een vleesmand - naar het Gemeentelijk Slachthuis gebracht waar een koeling aanwezig was. ‘s Maandagsmorgens werd het daar dan weer opgehaald. Later werd een elektrische koelcel in gebruik genomen. De compressor van de koeling van deze cel stond dag en nacht te puffen in een ruimte gelegen aan de achterzijde van de winkel.

Het transport.

Versch Vleesch werd bezorgd met een transportfiets (met vleesmand) tot ver in de regio. Later werd deze vervangen door een bromfiets, een Sparta met een mand.
Jo had ook een motor. Vanaf 1906 moest men beschikken over een nummerbewijs én een rijbewijs. Het halen van een rijbewijs stelde echter niet veel voor. Als men met een motor of automobiel naar de plaats van afgifte reed, dan werd aangenomen dat men over voldoende rijervaring beschikte. 
De nummerbewijzen werden afgegeven door de provincie. Iedere provincie had een eigen letter. In Gelderland was dat de letter M. De provinciale nummerbewijzen waren persoonsgebonden, dus niet aan het voertuig, zoals wij dat vandaag kennen. Jo had het nummerbewijs met het nummer M 55375.

(Bron Paul Kropman)

(Bron Paul Kropman)

Ca 1963 voor de slagerij op de Sparta, Paul brengt hier het vlees rond.

In die tijd was het gebruikelijk dat een van de zonen van Jo Kropman bij de klanten ging "horen". Dit wil zeggen dat aan hen werd gevraagd wat hun bestelling was om het nadien te bezorgen. En zo kon het gebeuren dat men eerst ging "horen" en daarna anderhalf ons biefstuk moest bezorgen. Dat was natuurlijk geen bestelling waar Jo rijk van is geworden!

Verpakken van vlees. 

Jo Kropman verpakte het vlees in vellen z.g. ersatz-papier. Dat kocht hij in kleine hoeveelheden in. Dit had tot gevolg dat iedere twee weken een van zijn zoons naar de papiergroothandel moest om papier te gaan kopen. Als Jo gehakt moest inpakken smeerde hij het papier eerst in met een stukje reuzel zodat het papier vet werd. Zou je dit niet doen dan bleven resten gehakt aan het papier plakken. Zelfs met het ingevette papier was het verwijderen nog een probleem.

In die tijd kwam er plastic folie op de markt om o.a. vlees in te pakken. Een van de zonen Kropman had de euvele moed om bij het kopen van inpakpapier tevens een rol plastic inpakfolie mee te nemen. Bij zijn thuiskomst gaf dit de nodige problemen, omdat Jo die aanschaf volstrekt overbodig vond. Echter nadat de folie enkele weken in gebruik was, complimenteerde een van de klanten Jo met dit fijne verpakkingsmateriaal. Jo antwoordde haar met een uitgestreken gezicht "Ja, mevrouw je moet met de tijd meegaan".

Een van een recentere datum vleeswarenzakje met logo.

Het telefoonnummer was toen: Kengetal 08800 Nijmegen abonneenummer 29771.
Nadien zijn het kengetal en het abonneenummer gewijzigd in 080-229771

 

Het gezin.

Jo en Zus kregen 11 kinderen: zeven jongens en vier meisjes. Allen groeiden op de Daalseweg nummer 5 op, in de woning boven de slagerij. De ingang van deze bovenwoning was via de slagerij en daar mocht je eigenlijk niet komen, laat staan spelen! Dat gold later ook voor de eerste kleinkinderen die waren geboren! Om ongelukken te voorkomen borg Jo zijn slagersmessen altijd veilig op. Ze waren immers vlijmscherp! In verschillende perioden zijn drie zonen van Jo Kropman in de slagerij werkzaam geweest.

Hier een opname uit februari 1963.

Het was een strenge winter! Zelfs een Elfstedentocht! Jo heeft een sjaal om en Zus een vest aan.
Het was altijd koud in de slagerij, verwarming was natuurlijk uit den boze met al dat vlees. De kou, het staand werken en vaak op de tocht maakte het werk niet gemakkelijk. Op de foto hangt aan het hangwerk varkensreuzel. Dat werd door de klanten gebruikt om te bakken.

Jo Kropman zocht naar mogelijkheden om zijn winkelomzet te vergroten. Hij kocht een automaat die in het weekend in de deuropening van de winkel werd gereden. De laatjes werden gevuld met zelfgemaakte gehaktballen en kroketten en met hardgekookte eieren en knakworsten. Deze activiteiten vereisten ook veel inzet van de kinderen Kropman.

Een leuke anekdote: Iedere zaterdagavond moest de slagerij volledig worden gereinigd. Vooral de dochters Kropman waren daarmee belast. Het schoonmaken van een dergelijke kille slagerij is natuurlijk ook niet alles. Daarom werd door hen tijdens de schoonmaakwerkzaamheden volop gezongen. Zo kon het gebeuren dat toevallige passanten nieuwsgierig de slagerswinkel inkeken als daar tweestemmig het "God groet u zuiv're bloemen" ten gehore werd gebracht.

Zus Kropman deed niet zelf alle was. Met de was van een heel gezin van elf kinderen en ook nog de korte witte jassen voor in de slagerij was dit ondoenlijk. Daarom werd een gedeelte van de was opgehaald door Th. Reintjes uit Beek bij Nijmegen. Deze had een wasserij aan huis. De was werd eerst nog door hem opgehaald met paard en wagen. Enkele jaren later geschiedde dit vervoer met een bestelwagen. Het transport met paard en wagen was in die tijd niet ongebruikelijk. Ook de schillenboer kwam wekelijks met een paard en wagen de aardappelschillen aan huis ophalen.

De Klanten.

Veel klanten kochten vlees op de pof en dit werd uiteraard opgeschreven. Wanneer de klant weer geld had (bijv. de kinderbijslag) werd er bij de slager en ook de bakker “de pof” afgerekend.
Pinnen en chippen bestond in die tijd natuurlijk nog helemaal niet!

In meerdere opzichten was Jo Kropman in zijn werkwijze erg behoudend. Verse worst werd bijvoorbeeld niet op voorraad gemaakt. Wel het “worstdeeg” daarvoor. Wanneer een klant verse worst wilde hebben - hetgeen zeer vaak voorkwam - werd het op dat moment met de hand gestopt. Om de tuit van het worsthoorntje werd varkensdarm gedaan en door middel van de duim werd het "worstdeeg" in de darm gestopt. Een omslachtige werkwijze die menig klant ongeduldig maakte.

Hiernaast nog een van de laatste nota briefjes uit de jaren 70.
(Opm: Blijkbaar gingen mannen nooit naar de slager)

Bij het uitbenen van het vlees ontstonden kale beenderen (botten). Daaronder bevonden zich de z.g. rundermergpijpen die door Jo in kleine stukjes werden gezaagd en verkocht aan de klanten. Deze mergpijpen werden gebruikt om soep van te trekken.
De overige beenderen werden opgeslagen in de bottenmand. Een keer per week werden deze beenderen opgehaald door een vrachtwagen van de Lijm- en Gelatinefabriek Delf. Op de vraag “Heeft u ook een bot voor de hond? “ is menig viervoeter in Nijmegen Oost blij gemaakt door Zus en Jo!

Hieronder een paar foto’s van de slagerij op de Daalseweg 5.

ca 1970

1971

Jo gaat door met de slagerij tot zijn 65ste. In 1973 komt definitief het besluit om te stoppen.
De opkomst van de supermarkten met verpakt vlees maakte het niet meer mogelijk om een opvolger te vinden. De concurrentie was groot en de een na de andere slager en bakker stopte met de zaak, vaak bij het bereiken van hun pensioen.

Hiernaast een stukje uit “de Gelderlander”.

Jo gaat na het sluiten van zijn slagerij nog af en toe helpen bij zijn vroegere “concurrenten” omdat hij het contact met zijn oude klanten in Nijmegen Oost erg miste.
Na twee jaar leegstand van de slagerij, werd het hele pand verkocht en vestigde er zich een afhaal chinees.
Jo en Zus zijn toen verhuisd richting Dukenburg, naar een bejaardenwoning in Tolhuis.

Op 10 april 1981 waren Jo en Zus 50 jaar getrouwd. En dat was natuurlijk reden voor een groot feest! 
Met alle kinderen, kleinkinderen.

Op 3-3-1985 komt Jo te overlijden. Zus geniet nog jaren van haar welverdiende pensioen. Na een kort ziekbed is zij op 15-9-1994 Jo achterna gegaan.

Theo Leether,
Ubbergen, september 2007

Heeft u verder nog aanvullingen/opmerkingen en of foto’s, laat het mij even weten: info@tolhuus.eu

© Copyright Theo Leether

Deze informatie is vrij om te gebruiken mits gemeld aan de auteur.

Met dank voor foto’s, aanvullingen en verbeteringen van familieleden, het Regionaal Archief Nijmegen en www.noviomagus.nl

terug

Reactie 1:

Johan Eggenhuizen: In 1942 zaten wij in de klas van Broeder Alwinus, de vierde klas lagere school Hertogstraat. Ik herinner me een van mijn klasgenoten als Jopie Kropman. (Ik geloof wel dat het Jopie was). Er was een tijd dat hij s' middags een dikke schijf leverworst mee naar school bracht. Hij had al vroeg ontdekt dat je met een schijf leverworst (1942) een hoop jongens om je heen geschaard kon krijgen en, al was het voor een paar momenten, je de meest populairste persoon van de dag kon zijn. Omdat hij die schijf in zijn broekzak hield, werd het nogal een warme lekkernij, dat mij helaas niet erg aanstond, maar wat anderen, die waarschijnlijk dingen niet zo nauw namen ofwel meer honger hadden in die tijd, graag over vochten. Wij waren geen vrienden, maar wel vriendelijk met elkaar als wij huiswaarts keerden om 4 uur in de middag. Hij verdween dan in de winkel en ik liep door naar mijn huis in de Van 't Santstraat. Op een van die middagen nam hij me mee in de winkel en vroeg zijn vader om een verse schijf worst voor zijn vriendje en zijn vader reageerde zonder enige twijfel of kommentaar en gaf mij een dikke schijf leverworst, wat ik op toe heden nog steeds als een van de hoogtepunten vind van alle herinneringen uit die tijd.

Johan Eggenhuizen
Gold Coast, Australia
eggieaustralia@hotmail.com

Reactie 2:

Wil Sommeijer-de Boer: Mijn hart ging open toen ik het verhaal over slager Kropman las. Als kind kwam ik er regelmatig in de winkel. Wij behoorden tot de zogeheten 'pofklanten', maar dat was niet ongewoon in die tijd. Mijn vader was verzot op de bloedworst die Kropman maakte. Mijn moeder bakte die dan samen met wat appeltjes. Ook zijn balkenbrij was vermaard in ons gezin. Wij woonden op de Waldeckpiermontsingel 3, in de kleine huizen, een echt familiebuurtje. Mijn oma woonde een paar huizen bij ons vandaan. Onlangs heb ik mijn oude buurtje weer eens bezocht. Ik kende het niet meer terug. Van de mij bekende winkels op de Daalsweg is niet veel meer over. Ik herinner me dat er op de hoek van de Daalseweg/JacobCanisstraat een bakker was gevestigd die een beetje stotterde. Even verder als slager Kropman zat een drogist, waarvan ik de naam niet meer weet, die heerlijk zwart/wit in van die kleine puntzakjes verkocht. Enkele jaren geleden kwam ik bij toeval weer in die winkel terecht. Dezelfde drogist stond nog achter de toonbank en wat denk je, hij had nog steeds van die lekkere zwart/wit en dat zat ook nog in de oude trommel zoals in mijn kinderjaren.
Ik weet het, dit heeft niets met de slagerij te maken, maar het verhaal over Kropman en het bezoek aan mijn oude buurtje enige weken terug, maakt weer zoveel herinneringen los dat ik het niet kan laten even te reageren. Ik ben in 1956 met mijn moeder naar Amsterdam vertrokken en heb de slager derhalve maar kort bewust gekend.

Reactie 3:

Paul J.M. Kropman: Het stukje van Theo Leether geeft een leuke informatie over Zus en Jo Kropman en hun slagerij aan de Daalseweg. Die weg was oorspronkelijk zeer smal. Aan de overkant - op de even nummers - waren er voor de woonhuizen kleine tuintjes, waarbij je via een stenen trapje de stoep kon bereiken. 
In de directe omgeving waren er meerdere slagerijen gevestigd. Dat betrof o.a. Frans van Raaij, Wim Bos - bekend van de echte Nimweegse leverworst, Waterdrinker en Fleuren. Dat was in een tijd dat er nog geen supermarkten waren. De vestiging daarvan heeft veel gevolgen gehad voor de kleine zelfstandigen zoals slagers, bakkers en kruideniers.
Ter informatie van Wil Sommeijer - de Boer: Ik heb e.e.a. nagevraagd. Op de hoek van de Daalseweg en de Jacob Canisstraat was een zaak gevestigd van Toon en Willemien Hendriks. Daar werden o.a. brood, koekjes en snoep verkocht. Zij bakten het brood niet zelf maar kochten dat aan bij bakkerij van Beckhoven. Naast deze zaak was de drogisterij van Frans Idema gevestigd.

Reactie 4:

Jopie Kropman: Beste Johan Eggenhuizen, met enig geluk en dankzij een attente neef (ik ben niet in het bezit van een pc) en met hulp van mijn schoonzoon (Geert Annevelink), kreeg ik jouw bericht onder ogen. Ik was aangenaam verrast. Met jouw mededeling omtrent Jopie Leverworst heb je mij een groot plezier gedaan, te meer daar dit uit het verre Australië is gekomen. Ik heb Nijmegen door mijn werk bij
de politie in 1957 verlaten. Wij, mijn vrouw en ik, komen er nog enkele keren per jaar. Johan, nogmaals heel veel dank voor je geweldige reactie. Wat een schijfje leverworst al niet te weeg kan brengen. Gegroet, Jopie Kropman

Reactiepagina
Reactie 5:

Thea Kropman Meijer, 15-01-2015: Ik dacht eraan dat Paul Kropman vandaag jarig is. Een dag na Harry, mijn overleden echtgenoot. Ik had een fijne schoonfamilie. Groetjes Liefs Thea Kropman Meijer
Reactie 6:

Aniek van Oorschot, 19-03-2016: Zo leuk om via deze site nog wat extra informatie te kunnen krijgen over mijn overgroot opa en oma. Heel interessant en mooi geschreven!
Reactie 7:

Dick Jacobs, 08-04-2016: Ik heb jarenlang (van 1940 tot 1954) tegenover slagerij Kropman gewoond.
Eén of meerdere zussen van mij zijn bevriend geweest met één of meer meisjes van de (grote) familie Kropman. Ik herinner mij nog goed dat ik vanuit ons huis aan de Daalseweg 28 (boven schoenmakerij Hol) naar de drukte bij de slager keek toen ze een automatiek aan hun voordeur hadden bevestigd. De gehaktballen waren heerlijk!
Overigens: de bakker op de hoek (zie reactie 3) heette Jo Wolf. Hij volgde Hendriks als bakker op. Voor ons huis (de zaak van Hol dus) was geen tuintje maar een tegelterras, hierop werd vaak door de buurtkinderen gespeeld.
De huizen rechts van Daalseweg 28 hadden lang geen elektriciteit. Onze directe buurman, de erg dove Knippenberg, hoorden we vaak mopperen als de kinderen op de planken zoldervloer te hard sprongen. Hierdoor begaven de gaskousjes het heel vaak; die dingen waren vooral in de oorlog moeilijk te krijgen.....
Reactie 8:

Edwin Kropman, 01-12-2016: Ik vind het mooi en interessant stukje en heb het met veel interesse gelezen. Echter is oma (Zus) in 1993 overleden, dit weet ik zeker omdat dit in de week voor mijn huwelijk is gebeurd.
Reactie 9:

Joke van Ingen, 16-01-2017: Ik ben Joke van Ingen van de melkboer van de Groesbeeksedwarsweg. Wij kwamen altijd bij Jo Kropman, en zij kwamen altijd bij ons dus wij kennen elkaar heel goed. Onze winkel is wel afgebrand en later weer opgebouwd. Mijn ouders hebben ook daar gewoond totdat zij 65 jaar waren, toen zijn ze op de Groesbeeksedwarsweg nummer 30 gaan wonen en de winkel was op 12.
Ik heb nog een broer die heeft ook nog een korte tijd met kaas op de Markt gestaan maar dat was het ook niet, hij heeft nu een eigen Theater voor allerlei artiesten. Mijn Broer is nu 68 en ben 81 maar wij draaien allebei nog goed mee. Onze Ouders zijn maar 65 en 66 jaar geworden.
Ik vond het prachtig om dat stuk van Kropman te lezen. Zo spreek ik ook nog wel eens Leo Brouwer wand daar kwamen wij ook, en naast kropman aan de ene kant Geerling die zaak is er nog, en aan de anderen kan Idema de drogist.
Groeten Joke
Reactie 10:

Dick Jacobs, 16-01-2017: Wat leuk om iets te horen van de familie van Ingen! De melkman van de Daalsedwarsweg herinner ik me nog heel goed. Ik woonde tot begin 1954 op de Daalseweg nummer 28, boven Hol de schoenmaker.
Vaak kreeg ik van mijn moeder 'de opdracht' om bij van Ingen gesneden kaas te halen. Ik kreeg daarvoor precies afgepast één gulden mee.
Ook meen ik me te herinneren dat er wel eens goedkoop wat oudere stukken kaas aangeschaft werden. Die resten werden dan thuis geraspt. 's Ochtends stond er dan prominent in het midden op de ontbijttafel een groen-glazen doosje, waaruit we rijkelijk kaasrasp schepten voor op onze boterham.
Al schrijvend realiseer ik me nu ineens dat kaas ruim 60 jaar later eigenlijk -relatief bekeken- weinig in prijs is gestegen.
Reactie 11:

Joke van Ingen, 17-01-2017: Wij woonden niet in de Daalsedwarsweg maar Groesbeeksedwarsweg, en Hol de Schoenmaker daar kwamen wij ook, en Piet Puin daar hebben wij ook nog wel eens een feestje gehad, en als ik daar langs kom dan komen die herinneringen weer boven. groeten Joke
Reactie 12:

Dick Jacobs, 20-07-2017: Joke, sorry van de foutieve straatnaam: dat krijg je met oudere mannen....
Over de Daalseweg heb ik wat geschreven, zie: Herinneringen aan ons huis op de Daalseweg.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: