© copyright Arjen W. Kuiken, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl
|
DE INBEDRIJFSTELLING VAN DE In 1930 was de capaciteit van de in 1908 nabij de spoorbrug aan de Waalkade gebouwde elektriciteitscentrale volledig benut. Als locatie voor een nieuwe Centrale werd gekozen voor het punt waar het in 1927 voltooide Maas-Waalkanaal de Waal instroomt. Het kanaal zou door de Centrale gebruikt worden voor de aanvoer van Limburgse kolen en de rivier voor de koelwatervoorziening. De algemene leiding over het bouwproject berustte bij Ir J.J. Fels, directeur van de Gelderse elektriciteitsmaatschappij PGEM. Zijn broer H. Fels (*1) mocht de architectuur ontwerpen, terwijl het bouwtechnisch gedeelte door het ingenieursbureau DHV (Dwars, Heederik en Verhey) werd verzorgd. De nieuwe elektriciteitscentrale, later omgedoopt tot Centrale Gelderland I, werd in de jaren 1933 - 1936 gebouwd. Bij het ontwerp van de Centrale paste architect H. Fels een strak compositorisch principe toe waarbij de vorm moest duiden wat de functie van de verschillende onderdelen was. Het centrale gedeelte bestond uit het ketelhuis met aan weerszijden de schoorstenen en tegen de kopwand het machinehuis met een reeks hoge, rechthoekige ventilatietorens. Rond deze monumentale kern lagen de overige, kleinere gebouwen. Aan de voorzijde werden de hoeken van de Centrale door de symmetrische blokken van kantoorgebouw en bedieningszaal gemarkeerd. Deze gebouwen hadden een belangrijke positie binnen het complex: in het kantoorgebouw zetelde de leiding en vanuit de bedieningszaal werd de stroomopwekking gestuurd. Als algemene leidraad voor de tekst wordt een krantenartikel uit De Gelderlander van zaterdag 4 juli 1936 genomen. De inbedrijfstelling van de Centrale Gelderland der P.G.E.M. A.s. Maandag 6 juli wordt de nieuwe Centrale “Gelderland” der N.V. Prov. Geldersche Electriciteits- Maatschappij aan den mond van het Maas-Waalkanaal te Nijmegen officieel in bedrijf gesteld, waarmede een nieuwe pfase wordt geopend in de elektriciteitsvoorziening van de Provincie Gelderland. In zeer korte tijd is dit machtige werk tot stand gekomen. De financiën voor de bouw werden ter beschikking gesteld bij Statenbesluit van 24 mei 1933. Met het grondwerk en de bouw van de kademuur werd begonnen in juli 1933. Al dezelfde maand werden de machines en ketels besteld. Met het inheien van de paalfunderingen werd een begin gemaakt in september 1933. Nog geen jaar na het Statenbesluit, in mei 1934, ging het eerste spant voor het ketelhuis omhoog. Met de montage van de ketels werd begonnen in juli 1934 en van de machines in oktober van dat jaar. Al op 1 mei 1935 werd
In verband met de officiële inbedrijfstelling zullen de lezers zich ongetwijfeld interesseren voor enkele gegevens die een indruk geven van dit grote bouwwerk dat hier aan de Waaloever is verrezen. Het eerste wat opvalt, is de grootte van het terrein en de afmetingen van de gebouwen. Bij de bouw is er op gerekend dat het vermogen van de Centrale, indien nodig, aanzienlijk kan worden opgevoerd. De geweldige machinezaal en het ketelhuis staan momenteel maar “half vol”. Door deze opzet heeft de Centrale afmetingen gekregen, waaraan men eerst langzamerhand gewend raakt. Toch heeft het geheel niet door deze massaalheid geleden, maar is een architectonisch en esthetisch bouwwerk van grote schoonheid tot stand gekomen. Waarom een nieuwe Centrale? Waarom was de bouw van een nieuwe Centrale nodig? Had men de oude niet kunnen vergroten? Daarom allereerst in het kort de voorgeschiedenis. In 1908 bouwde Nijmegen, ongeveer gelijktijdig met Arnhem, haar Centrale. Toen 7 jaar later de provincie begon met een leidingnet te bouwen over het hele gewest, bleek al spoedig dat de elektriciteitsafgifte aan de provincie vele malen groter was dan het eigen gebruik van Nijmegen zelf. Het had dus weinig zin de Centrale in handen te laten van de Gemeente Nijmegen en deze te laten opdraaien voor de kostbare uitbreidingen, die in hoofdzaak nodig zouden zijn voor de behoeften van de Provincie. De Gemeente stond dan ook in 1921 haar Centrale af aan de Provincie. De Centrale werd onmiddellijk vergroot en moest in de volgende jaren telkens weer opnieuw vergroot worden om het provinciale net, dat zich snel uitbreidde, te kunnen blijven
voeden (*2). Dat tijdstip was in 1933 aangebroken. Op de oude plek was een uitbreiding niet meer mogelijk, ook niet door aankoop van nieuwe percelen. De straat tussen de gebouwen en de kademuur werd steeds smaller.
Centrale aan de Waalkade na de laatste uitbreiding in 1930 De twee laatste machines die nog ondergebracht konden worden in de machinezaal werden extra groot genomen met het oog op een latere overplaatsing naar de nieuwe Centrale. Op de oude bezittingen werd flink afgeschreven, zodat bij de opening van de nieuwe Centrale de oude nagenoeg geheel was afgeschreven. Voor de bouw van de nieuwe Centrale was een kapitaal vereist van ruim f 50.000.000, - ( € 22.700.000, -) Nu rijst de vraag of het opheffen van de oude Centrale, die daar straks zal staan als een nutteloos monument uit vroegere dagen en tenslotte gesloopt zal moeten worden, niet een voorbeeld is van kapitaalvernietiging? Neen, antwoord hierop de directie.
Centrale aan de Waalkade. Machinehal rond 1932. Totaal vermogen 95.000 kW
Centrale aan de Waalkade. Eind vijftiger jaren.
Centrale aan de Waalkade, Sloop rond 1969. De bouw van de nieuwe Centrale De locatie Als locatie voor een nieuwe Centrale is gekozen voor het punt waar het in 1927 voltooide Maas- Waalkanaal de Waal instroomt.
Bouwterrein rond 1930 Het beschikbare terrein Het terrein, grotendeels in de uiterwaard buiten de zuidelijke Waalbandijk gelegen, heeft een grootte van ±18 ha. Het gebied, ten zuiden van de bandijk gelegen, kreeg de bestemming van (toekomstig) industrieterrein. De grootte hiervan bedraagt ± 32 ha.
Het terrein was in het verleden het werkgebied van een grintbaggerbedrijf. Hierdoor was een soort zijarm van de Waal ontstaan. Om het terrein geschikt te maken voor de bouw (ook rekening houdend met verhoogde waterstanden van de Waal) was het noodzakelijk de inham op te vullen met zand. De opvulhoogte varieerde van 5 tot wel 14 m. De zeer grote hoeveelheid zand, die hiervoor nodig was, kwam uit de kanaalwerken, werd opgezogen uit de Waalbedding of werd van elders aangevoerd. De fundering De fundering van de gebouwen vond hoofdzakelijk plaats op Franki-palen
(*4). Deze palen hebben een draagvermogen van 80 t. per paal. Ook werden normale gewapend betonpalen en stalenpalen gebruikt. Heien van de Franki-palen De kademuur De kademuur vormt de noordelijke begrenzing van de industriehaven of kolenhaven. Deze is circa 450 m lang en heeft een meervoudige functie, te weten: kademuur voor de kolenschepen, inlaat voor het koelwater, dubbel afvoerkanaal voor het koelwater en draagvlak voor de rails t.b.v. de portaalkranen.
De kademuur in wording
De kademuur De gebouwen De tot de Centrale behorende gebouwen, het ketelhuis, het voedinggebouw, het machinehuis, het filtergebouw, de transformatorboxen en de bedieningszaal bestaan allen uit een staalskelet met wanden van metselwerkvulling. Hoewel het metselwerk constructief als vulling is uitgevoerd, is om esthetische redenen het ijzerwerk aan de buitenzijde van de gebouwen weggewerkt. Binnen de gebouwen is het staalskelet zichtbaar gelaten. Behalve de genoemde gebouwen zijn nog aanwezig: een dienstgebouw, een kantoorgebouw en vier dienstwoningen. Het dienstgebouw bevat het magazijn, de werkplaats, de smederij, de was-, bad- en kleedlokalen en de kantine. Het kantoorgebouw is door een luchtbrug met de machinezaal verbonden. Tevens bevinden zich in dit gebouw verschillende kantoorlokalen, de tekenkamer en het laboratorium. Een deel van de kelder is als vluchtkelder ingericht. Het ketelhuis De hoofdafmetingen van het ketelhuis zijn: lengte 71m, breedte 36 m en hoogte 25 m (buitenwerks). Het ketelhuis biedt plaats aan 8 ketels, waarvan er echter slechts 4 ketels
(*5)
staan opgesteld. Deze ketels staan los van de van het gebouw zelf en rusten elk op een afzonderlijke fundatie.
Het eerste spant van het ketelhuis
De kademuur is gereed. Het ketelhuis vordert goed
De ketels worden geïnstalleerd
De ketels zijn gereed Het machinehuis Het overgrote deel van het machinehuis bestaat uit de machinezaal. De uitwendige afmetingen hiervan zijn: lengte 104 m, breedte 30,25 m en hoogte 31 m. De eigenlijke kapconstructie is aan het oog onttrokken door een dubbel plafond. De ruimte ertussen wordt voor ventilatiedoeleinden benut. Alle turbines staan geheel vrij van de gebouwconstructie elk op een eigen fundatie.
Start bouw van het machinehuis
Ruwbouw van het machinehuis is bijna gereed
De montage van een STAL- turbine (*8) kan beginnen
Machinezaal in wording
De machinehal is gereed De transformatorboxen en openluchtstation De 4 hoofdturbines zijn rechtstreeks door middel van blanke koperleidingen verbonden met transformatoren van 28.000 kVA en een spanning van 10.000 tot 50.000 Volt.
Op de voorgrond links, zien we het 50.000V openluchtstation. Het lage gebouw in het midden herbergt de 4 transformatoren en het gebouw, rechts op de voorgrond, is de bedieningszaal. Het grote gebouw rechts op de achtergrond is de machinezaal. De schoorstenen De twee schoorstenen hebben elk een hoogte van 110 m. Het onderstuk van iedere schoorsteen bestaat uit een achtkantige sokkel uit gewapend beton. Hierin bevinden zich de openingen voor de rookgaskanalen en voor de vliegas. De eigenlijke schoorstenen boven de sokkels hebben een cirkelvormige doorsnede met een uitwendige diameter die verloopt van 8,50 m naar 6,10 m en zijn in monolietbouw (gietbouw) van gewapend beton uitgevoerd. De wanddikte verloopt van 26 cm naar 15 cm. Het inwendige van de schoorstenen is voorzien van vrij hangende binnenmantels. Deze voorkomen dat het beton van de schoorstenen aangetast wordt door de agressieve hete rookgassen. Iedere schoorsteen is gefundeerd op 81 Franki-palen in een ruit van 9x9 palen.
De schoorstenen schieten omhoog. De kolenhaven wordt op diepte gebracht De bedieningszaal De bedieningszaal is naast de machinezaal gelegen. In deze belangrijke zaal zit één man, die het gehele bedrijf controleert en kan bedienen. Van deze zaal uit worden alle machines bediend en zijn tevens op ieder ogenblik op schakelborden en meters alle gegevens betreffende ketels, machines, pompen, spanningen enz. enz. te controleren. Een wonderlijk staaltje van het huidig technisch kunnen. Ditzelfde kan trouwens gezegd worden van de hele Centrale, immers hier zijn bijeengebracht en benut de laatste snufjes en vondsten der techniek.
De bedieningszaal Het kolenpark Het kolenpark heeft een oppervlak van 58 x 100 m. en biedt plaats aan 24.000 ton kolen. Een uitbreiding van de kolenopslagplaats tot een capaciteit van 120.000 ton is mogelijk. De kolen worden per schip in de haven naast de Centrale aangevoerd en gelost door twee grijperkranen. Deze kranen storten de kolen op twee verrijdbare bruggen met een overspanning van 58 m. In deze bruggen is een transporteur aanwezig is die de kolen naar wens op iedere plaats van het kolenpark brengt. Langs een schuine kettingtransportbaan worden de kolen uiteindelijk vanuit het kolenpark naar de bunkers boven de ketels gevoerd.
Hier beëindigen wij onze reportage. Wij zullen de lezers verder niet vermoeien met de beschrijving van het voedinggebouw, het filter- en pomphuis en de koelwatervoorziening. Tot slot enkele cijfers Wij kunnen niet nalaten nog enkele cijfers te noemen, die boekdelen spreken. Voor de bouw was nodig: |
|
|
35.000 m³ 4.100.000 kg 8.400.000 kg 1.500.000 kg 8.000.000 stuks 11.000 m³ 16.400 m² 17.000 stuks 21.000 stuks 30.000 kg 16.000 kg 4.000 m² 11.500 m² 610.000 m³ 360.000 m³ |
Gewapend beton voor fundaties Betonijzer Constructiestaal Staal voor damwanden Stenen Metselwerk Bestrating Gewapend betonpalen (lengte paal=10 m) Franki-palen (lengte paal=10m) Loodmenie en verf Stopverf Vensterglas Dakbedekking Zand voor ophoging van het terrein Grond uit de haven gebaggerd
|
| Hoe ging het verder
Al in 1939 kreeg de Centrale haar eerste uitbreiding. Er werd een extra productie-eenheid geïnstalleerd van 35.000 kW of 35 MW. Het totaal opgesteld vermogen werd nu 135 MW. De Gelderlander van 4 juli 1936 © copyright Arjen W. Kuiken – Gennep 2009 ------------------------------------ *1 De architect Hendrik Fels (1882-1962) was de ontwerper van de Centrale. Hij werkte meer voor de PGEM. Een saillant detail is dat zijn broer, elektrotechnisch ingenieur J.J. Fels, ook werkzaam was bij PGEM. Deze hielp zijn broer omstreeks 1918 aan zijn eerste opdracht voor het elektriciteitsbedrijf. J.J. Fels maakte carrière in het bedrijf en was vanaf 1940 directielid van de PGEM. Mede dankzij zijn broer kreeg Hendrik Fels de ene grote opdracht na de andere. Voor dit bedrijf ontwikkelde H. Fels een speciale huisstijl. H. Fels bleef de huisarchitect van de PGEM tot 1955. *2 In 1908, bij de bouw van de Centrale aan de Waalkade, werd een machinevermogen van totaal 1.500 kW opgesteld. Na de overname in 1921 door de provincie Gelderland werd het opgestelde vermogen verhoogd naar 21.600 kW. De laatste verbouwing had in 1930 plaats. Toen werd het totaal opgesteld vermogen verhoogd tot een respectabele 95.000 kW. *3 Debiet. Term uit de stromingsleer. In dit geval de hoeveelheid opgewekt vermogen per tijdseenheid of kWh. *4 In de grond gevormde heipaal met uitgeheide (over)verbrede voet in droog beton. Schacht kan bestaan uit uitgeheid droog beton of gestort vloeibaar beton. *5 Fabricaat Babcock & Wilcox. *6 Twee STAL-Werkspoor turbines met ASEA-generatoren en twee Escher-Wyss turbines met Siemens-Schuckert generatoren. Alle vier generatoren leveren 10.500V bij 3.000 omw./min. met elk een vermogen van 25.000 kW. *7 Twee Schelde Parsons turbines. De generatoren leveren 6.000V bij 3.000 omw./min. met elk een vermogen van 4.000 kW. *8 Speciaal type stoomturbine. Uitgevonden door de gebroeders Ljungström. De naam STAL is een afkorting van Svenska Turbinfabriks Aktiebolaget Ljungström. *9 Electrabel. De huidige Centrale stamt uit 1981 en heeft de laatste jaren een omvangrijke modernisering ondergaan. De Centrale Gelderland is een zogeheten kolen/biomassa Centrale met een totaal vermogen van 590 MW. Dit betekent dat naast kolen ook biomassa - zoals schoon hout - als brandstof wordt gebruikt. Hierdoor stoot de Centrale minder CO2 uit. ----------------------------------------------- Andere gastredactiepagina's van A.W Kuiken op Noviomagus.nl De drijvende pompinstallatie "NEPTUNUS" De Lancaster W5001 vliegtuigcrash boven Neerbosch in 1943
|
|