De onderschepping
Rond 01:45 uur signaleerde de uitkijkpost St. Steven (U.S.) de aankomst van een jager boven Nijmeegs grondgebied. Vriend of vijand, men wist het niet. Het was volkomen donker en bovendien was er laaghangende bewolking. Maar het snerpende geluid was bekend bij de ervaren mensen van de LBD en deed vermoeden dat het een Duitse nachtjager was. En ze hadden gelijk.
De piloot van de nachtjager, een Messerschmitt Bf110, was Oblt. Manfred Meurer van het 3./NJG 1
(*7), gelegerd op de nachtjagerbasis Venlo. Oblt. Meurer voegde, in de nacht van 25 op 26 mei 1943, drie bommenwerpers aan zijn "Abschussliste" toe. Om 01:24 uur in de vroege ochtend van 26 mei schoot hij zijn 31ste slachtoffer neer, een Wellington boven Oostrum (Lb). Zijn 32ste was een Lancaster. Om 01:36 uur crashte deze te Vlodrop.
Een nieuw "doel" bood zich aan. Oblt. Meurer en zijn radiotelegrafist Ofw. Scheibe werden door hun gevechtsleidingofficier (JLO of Jägerleitoffizier) van de vliegbasis Venlo, Oblt. Walter Knickmeier van het 20./Luftnachrichtenregiment 211, naar dit nieuwe doel gestuurd. Dit keer was het Nijmegen en omgeving. De Messerschmitt Bf110 kon de afstand Vlodrop-Nijmegen in ongeveer 9 minuten afleggen en rond 01:45 uur signaleerde de uitkijkpost St. Steven de aankomst van de jager boven Nijmeegs grondgebied.
De opgegeven wachtruimte (Warteraum) van Oblt. Meurer was ten oosten van Nijmegen. De gevechtsleidingofficier hield hen via gecodeerde radioberichten op de hoogte van de naderende bommenwerper. Even voor 02:00 uur ontving Ofw. Scheibe via de radio de mededeling dat een "Kurier"
(*8)
hun sector was binnengevlogen. De gevechtsleidingofficier leidde hen middels de grondradar zodanig dicht naar het toekomstige slachtoffer toe, dat Ofw. Scheibe middels de
boordradar van de Bf110 deze taak kon overnemen. Ofw. Scheibe op zijn beurt, leidde nu zijn piloot, middels korte standaard codewoorden, naar de onzichtbare bommenwerper.

Messerschmitt Bf110

Ofw. Gerhard Scheibe en Oblt. Manfred Meurer
De eerste aanval
Rond 02:04 uur had Oblt. Meurer de Lancaster W5001/EM-J "in zicht" en zich aan hem "angehängt". Op de grond was door de laaghangende bewolking niets te zien, maar de ervaren LBD-mensen op de uitkijkposten Kwakkenberg en St. Steven kenden de twee karakteristieke geluiden. Het sonore gebrom van een zware bommenwerper en het snerpende geluid van een achtervolgende jager. De melding werd gedaan door de uitkijkpost Kwakkenberg.
Gezamenlijk vlogen de twee vliegtuigen naar het westen. Oblt. Meurer benodigde enige tijd om de standaard aanvalspositie, schuin achter en onder de Lancaster en uit het zicht van de staartschutter, in te nemen.
In Sector 5B 52/2/5 (*9)
, gelegen tussen Ewijk en Weurt, nam hij gas terug, trok de neus van het toestel op en liet de Lancaster door de hagel van 20mm granaten vliegen.
Treffers werden geplaatst in de linker/binnen benzinetank en motor en in een deel van de romp van de bommenwerper.
De aanval vond plaats op een hoogte van 18.000 ft of 6.600 m.
Het luchtgevecht was, voor die mensen die het luchtalarm trotseerden en buiten gingen kijken, niet te zien. Het moet echter wel te horen zijn geweest. De Lancaster stond niet direct in brand. Dit proces heeft enige tijd nodig voordat het zich aan de buitenzijde van het vliegtuig openbaard. Door de treffers in de romp was de intercom gedeeltelijk onklaar geraakt.
Of het een bewuste actie van Wg.Cdr. Parselle was om de aanvallende Duitse jager af te schudden of een defect aan de besturing van de bommenwerper, we weten het niet. Feit is dat de Lancaster een plotselinge duik maakte en via een scherpe bocht terugkeerde naar het luchtruim boven Nijmegen. De Lancaster verloor snel hoogte.
De tweede aanval
De Lancaster begon te branden en de linker binnenmotor verloor een groot deel van haar vermogen. Hierdoor werd de besturing ernstig bemoeilijkt en Parselle was niet in staat het vliegtuig recht te houden. Inmiddels was de vlieghoogte zover afgenomen dat de brandende Lancaster vanaf de grond te zien was.
Om 02:06 uur meldde de uitkijkpost Kwakkenberg een brandend vliegtuig. Ooggetuigen hebben waargenomen dat het vliegtuig rondcirkelde boven Hees en het westelijk deel van Nijmegen. Of het inderdaad meerdere ronden waren of slechts één, is niet meer te achterhalen. De duur van deze vliegbeweging in het hele tijdsbestek van de crash, duidt er echter op dat het hoogstwaarschijnlijk slechts één ronde was.
Om 02:07 uur werd door beide uitkijkposten melding gemaakt van een luchtgevecht in het
zuidwesten. Uitkijkpost St. Steven voegt er nog aan toe dat een brandend vliegtuig zich boven de stad bevindt en dat deze zich van oost naar west, richting Hees, verplaatst. Dit was de tweede aanval van Oblt. Meurer op de Lancaster. Meurer was, ingegeven door de vreemde vliegbeweging van de Lancaster, hoogstwaarschijnlijk van mening dat deze probeerde te ontsnappen en vond een tweede aanval noodzakelijk.
Uit het rapport van de bommenrichter Hood-Morris blijkt dat ook de tweede linker motor in brand vloog en dat "lichtspoor granaten het vliegtuig volgden op zijn weg naar beneden".
Uit het laatste deel van de vliegbeweging blijkt dat de captain toch nog een beperkte mogelijk had om de Lancaster te besturen. Deze moet met grote krachtinspanning en een grote mate aan vliegervaring erin geslaagd zijn het toestel enigszins recht te krijgen om zijn bemanning de gelegenheid te geven het vliegtuig per parachute te verlaten voordat ze op een te lage hoogte zaten.
Het laatste traject
Toen volgde op een hoogte van ongeveer 2.000 ft 0f 660 m, de fatale explosie. De captain en bommenrichter werden uit het vliegtuig geslingerd. De rest van de bemanning, misschien gewond of al gedood door de aanvallen van Meurer, vlogen verder . . . . . hun einde tegemoet.
Onderstaande kaart geeft de lezer een duidelijk beeld van het laatste traject van de Lancaster.
De fatale explosie heeft plaats gevonden boven gebied rond de Molenweg/Oude Graafseweg. Vanaf dit punt heeft het brandende vliegtuig, op zijn weg naar de uiteindelijke crashplaats, een spoor van onderdelen verloren. Deze kwamen terecht in tuinen, op daken en op straat. De lijn geeft de vliegrichting aan. Op de uiteindelijke crashplaats is tenslotte het gehele vliegtuig alsmede alle overige bemanningsleden terecht gekomen.
W/O R.E.H. Hood-Morris, de bommenrichter, kwam per parachute neer in de achtertuin van de familie Gijsbers aan de Molenweg te Hees
Wg.Cdr. T.A.B. Parselle kwam neer in de appelboomgaard van de familie v. Maanen aan de Kerkstraat te Hees, ongeveer 300 m. van de crashplaats van de Lancaster

A. Plaats waarboven de fatale explosie heeft plaatsgevonden
B. Plaats waar W/O Hood-Morris per parachute is neergekomen
C. Plaats waar Wg.Cdr. Parselle per parachute is neergekomen
Duidelijk is te herkennen dat het gebied slechts zeer dun bevolkt was. De Schependommen (buurtschappen) Hees en Neerbosch zijn duidelijk te herkennen. De grens tussen beide buurtschappen werd gevormd door de Dennenstraat, die in het midden van de kaart van Z/O naar N/W loopt.
De crashplaats
Onderstaande kaart geeft de lezer een duidelijk beeld van de plaats waar de crash uiteindelijk heeft plaatsgevonden. We zien links, in een boog lopend, het Maas-Waal kanaal met de
Neerbossche brug. De oprit naar de brug toe, de Kanaalbrugweg, liep vanaf de Dorpsstraat met een bocht naar boven. In deze bocht bevonden zich het huis van de familie Karthaus [K] en, iets naar achter gelegen, de boerderij van de familie Jurrius [J]. De streeplijnen geven het huidige weg tracé aan.
De zwarte rechthoeken achter het huis van Karthaus zijn (lage) kassen. Het kleine zwarte rechthoekje achter de boerderij van Jurrius is een schuur. De cirkel geeft de exacte crashplaats weer. Op de schuur en tussen de schuur en de boerderij in.
De gekromde pijl geeft de vlucht weer van de laatste meters van de Lancaster W5001/EM-J. Boven de Dr. de Blécourtstraat zakte de Lancaster over de linkervleugel plotseling weg, maakte een korte draai en stortte neer.

Het perceel van Karthaus werd door grote delen van het vliegtuig gedeeltelijk beschadigd. Wonder boven wonder brak er geen brand uit. De boerderij van Jurrius
daarentegen, werd zeer zwaar beschadigd en dusdanig door brand verwoest dat aan een herstel niet meer te denken viel en moest worden afgebroken (het is nog tijdens de oorlog herbouwd).
Vervolg
Toen bekend werd dat er een vliegtuig was neergekomen binnen de gemeentegrenzen, traden automatisch diverse diensten in werking. De verdere afloop van de gebeurtenissen staan nauwkeurig opgetekend in het proces-verbaal dat is opgemaakt. Verbalist was de Opperluitenant van Politie B.H. Buiting. Het verslag is bewaard gebleven en bevindt zich in het Gemeente Archief in Nijmegen. Hieronder volgt de originele tekst.
P R O C E S - V E R B A A L
Ik, ondergeteekende Bernardus Hendrikus Buiting, Opperluitenant van Politie der Gemeente Nijmegen, verklaar, aan de hand van hetgeen ik zelf constateerde en van hetgeen mij uit de rapporten van den Luchtbeschermingsdienst is gebleken, het navolgende:
In den nacht van dinsdag 25 Mei op woensdag 26 Mei 1943 werd er zeer druk gevlogen. Om pl.m. 2.15 uur had een luchtgevecht plaats boven de Gemeente, waarbij een vliegtuig werd afgeschoten. Uit de meldingen van de twee Uitkijkposten en uit de melding van het Wijkhoofd P. Thissen bleek, dat het vliegtuig brandend was neergekomen in Neerbosch, Gemeente Nijmegen buiten de bebouwde kom nabij het Maas- en Waalkanaal.
Na daartoe bekomen opdracht van het Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst heb ik mij terstond met twee ordonnansen als Commandant Plaats Ongeval per auto daarheen begeven.
De blokploeg van blok 23 en het Wijkhoofd Thissen waren reeds aanwezig, hadden reeds voor enige afzetting gezorgd en hielpen de bewoners van de boerderij van A. Jurrius, gelegen aan den Dorpsstraat No. 46, die in lichte laaie stond bij het uitdragen van den inboedel.
Een afdeeling van de Gemeentelijke Brandweer, gestationeerd te Neerbosch, was eveneens reeds aanwezig. Even later verscheen ook een brandweerploeg van den Luchtbeschermingsdienst.
Het huis, benevens een gedeelte van den inboedel, ging grootendeels verloren. Ook een in de nabijheid van de boerderij staande schuur werd door brand verwoest. Bij nader onderzoek bleek, dat een gedeelte van de cockpit was terecht gekomen op een aangrenzende kweekerij en wel op het dak van de woning van L. Karthaus aan den Dorpsstraat No. 44. Het dak werd ernstig beschadigd en de muren ontzet.
Voorts werden op de kweekerij nog gevonden een vleugel van het vliegtuig, een der motoren, groote brokstukken en twee phosphorrubberbommen.
In den boomgaard achter de boerderij van Jurrius lagen verspreid twee motoren, een uitgebrande benzinetank en verschillende onderdeelen.
De vierde motor lag onderaan den kanaaldijk. Voorts werden tal van onderdelen en brokstukken in de Dennenstraat, de Dr. de Blecourtstraat, de Dorpsstraat en omgeving tot op een afstand van pl.m. 1000 meter in een lijn loopende van oost naar West.
Achtereenvolgens werden gevonden de lijken van zes der inzittenden van het vliegtuig en wel: twee dooden gevonden in de boomgaard van Jurrius, een doode in een schuur, staande in dien boomgaard, een verkoold lijk in het uitgebrande achterhuis van de boerderij van Jurrius, een doode op de kweekerij van Karthaus en een doode in een sloot aan de Dorpsstraat.
Voorts werd een lid van de bemanning licht gewond aangetroffen op den Molenweg. Deze is overgegeven aan den Ortskommandant alhier.
Het terrein werd door de Politie afgezet. Later werd de bewaking van de boerderij en van de kweekerij, van de lijken, phosphorbommen en brokstukken van het vliegtuig overgenomen door de Duitsche Wehrmacht.
De wegen in de onmiddelijke omgeving bleven, om het nieuwsgierige publiek te weeren, nog door de Politie afgezet.
Het piket Opruiming van den Luchtbeschermingsdienst heeft de tallooze brokstukken en onderdeelen van het vliegtuig en de alom verspreide munitie zooveel mogelijk verzameld en per opruimingsauto vervoerd naar den boomgaard van Jurrius, en overgegeven aan de Duitsche Wehrmacht.
Behalve dan de bemanning van het vliegtuig, werd niemand gedood of gewond. Ook werd geen vee getroffen. Luchtalarm is niet gemaakt. Foto's zijn niet genomen. De vereischte meldingen hebben plaats gehad.
Tenslotte zij nog vermeld, dat uit de op de lijken gevonden papieren en kaarten en uit de op de opschriften van de vele onderdeelen is gebleken, dat het neergekomen vliegtuig een Engelsch vliegtuig is. Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt en geteekend dit proces-verbaal.
Nijmegen, 26 Mei 1943.
De Opperluitenant van Politie,
Gezien, De Majoor van Politie
Hoofd van den Luchtbescherm. Dnst.
Het dagrapport van de Luchtbeschermingsdienst (LBD) is ook bewaard gebleven. Hierin kunnen we de nog enige interessante details lezen met betrekking tot de bemanning van de Lancaster.
. . . . . om 02:45 uur, 37 minuten na de crash, meldt Opperluitenant Buiting vanuit de Centrale Post van de LBD dat het vliegtuig bij/op de boerderij van Jurrius in Neerbosch is terecht gekomen en dat er geen persoonlijke ongelukken zijn te betreuren. Om 03.20 uur, na het uitrazen van de brand, wordt het eerste dode bemanningslid gevonden. Om 04.45 wordt er aan de LBD gemeld dat er een lichtgewonde piloot (Hood-Morris) is binnengebracht ten huize van agent 1e klasse Snippert aan de Graafseweg 475. De Ortskommandantur zal hem komen ophalen. Om 04.55 uur meldt Opperluitenant van Politie Buiting dat er nog twee doden zijn geborgen. In totaal dus drie. Om 05.22 uur meldt Opperluitenant van Politie Buiting dat er wederom twee doden zijn geborgen. Het totaal komt nu op vijf dode bemanningsleden. Pas op 08.00 uur 's morgens, wordt er melding gemaakt van het feit dat nog een dode is gevonden. Het totaal komt nu op zes doden en een licht gewonde.
Gezien het feit dat een reguliere Lancaster-bemanning uit zeven man bestond, dachten de Nederlandse en Duitse autoriteiten dat deze nu geheel getraceerd was en er werd niet verder gezocht. Eén van de doden was Flg.Off. Reynolds. Men nam aan dat hij de piloot van de Lancaster was. Het feit dat deze slechts als tweede piloot meegevlogen was en dat de "echte" piloot de crash had overleefd, konden de Nederlands en Duitse autoriteiten natuurlijk niet weten.
De graven
Hoewel de geallieerde vliegers voor de Duitsers vijanden waren, werden zij toch met militaire eer begraven. Dit was een soort erecode. De graven werden van een eenvoudig kruis voorzien en men deed veel moeite om de identiteit van de doden te achterhalen.
Zo ook in het geval van de omgekomen bemanningsleden van de Lancaster W5001/EM:J. Ze werden reeds op 27 mei 1943 te Uden begraven, gelijk met de zeven bemanningsleden van de Halifax HR853 van het 51 Squadron. Deze was om 02:32 uur bij Malden neergestort.
Alle dertien werden in één ceremonie ter aarde besteld. Zij liggen naast elkaar begraven op het Britse oorlogskerkhof van Uden. Het kerkhof is gelegen aan de Burg. Buskensstraat.
De foto hieronder is van kort na de bevrijding. De Duitse kruizen zijn nog aanwezig.
Op de houten kruizen staat te lezen (v.l.n.r.):
1. Sgt. W. Haydler + 26-5-43 bei Neerbosch
2. Pilot Offz. W.C. Reynholds
3. Pilot Offz. G.E. Hopson
4. Unbekannter Englischer Flieger
5. Sgt. S.A.J. Cooke
6. Sgt. A.W. White
We zien dat de Duitsers niet alle namen correct weergaven. Men heeft schijnbaar moeite gehad om deze te achterhalen. De lichamen zullen te veel verminkt en verbrand zijn geweest. Eén van de vliegers was zelfs onbekend. Na de oorlog bleek dit Sgt. P. Falkingham, de Flight Engineer te zijn.
De graven liggen nog steeds voor dezelfde muur. Ze liggen ook nog steeds in dezelfde volgorde. De muur is nu helemaal begroeid en de kruizen zijn vervangen door de standaard grafsteen voor Britse oorlogsgraven.

Britse oorlogskerkhof te Uden, 1945

Britse oorlogskerkhof te Uden, heden ten dage
De overlevenden
Bommenrichter W/O Hood-Morris:
Hij overleefde de crash omdat hij door een explosie uit het vliegtuig is geblazen. Hij kan zich hiervan echter niets herinneren. Hood-Morris ontwaakte in de achtertuin van de familie Gijsbers aan de Molenweg 170 te Nijmegen (thans Joubertstraat). Hij was gedurende langere tijd buiten bewustzijn en licht gewond. Zijn parachute zat gedeeltelijk rond zijn lichaam gedraaid. Na een vrij lange tijd is Hood-Morris naar het huis gekropen dat hij flauwtjes in de verte tegen de donkere lucht zag afsteken. Na aankloppen werd hij binnengelaten, kreeg te drinken en werd verzorgt. Hij had hoogstwaarschijnlijk een gebroken neus en was bijna niet in staat zijn mond te openen of zijn nek te bewegen. Zijn vrijheid duurde slechts kort. Zijn aanwezigheid in het huis sprak zich rond en spoedig daarna werd hij door de Nijmeegse Gemeente Politie opgehaald en naar de Politiepost Graafseweg/hoek Dennenstraat gebracht. Vroeg in de morgen is hij daar door de Duitse Feldgendarmerie opgehaald en overgebracht naar de Ortskommandantur. Daar werd hij ondervraagd. Kort daarop is hij overgebracht naar een ondervragingscentrum van de Gestapo in Amsterdam. Vervolgens is Hood-Morris in Dulag Luft-Oberursel (Frankfurt-am-Main) terecht gekomen, waarna hij uiteindelijk is overgebracht naar Stalag Luft 6 in Heydekrug, 40 km ten NW van Tilsit aan de oude Pruisische / Litauwse grens. Daar is hij tot het einde van de oorlog gebleven en uiteindelijk in mei 1945 door de Russen bevrijd.
Na de oorlog heeft Bob Hood-Morris zijn oude beroep bij de Britse Post weer opgevat. Hij heeft zijn loopbaan daar beëindigd als Executive Engineer bij de British Telecom Telecommunications. Bob Hood-Morris is in 1978 met pensioen gegaan.
Vandaag de dag woont Robertson Edwin Henry Hood-Morris, samen met zijn vrouw Joan, in Bath, Engeland, 93 jaar oud.

Gezagvoerder Wg.Cdr.
Parselle:
Ook Wg. Cdr. Parselle overleefde de crash. Volgens zijn "after the battle report" is hij door een explosie uit het vliegtuig geblazen. We nemen aan dat het dezelfde explosie was als bij Hood-Morris.
Wg/Cdr Parselle kwam neer in de appelboomgaard van de familie v. Maanen aan de Kerkstraat te Hees, ongeveer 300 m. van de crashplaats van de Lancaster. Hij landde in een lage boom en was een korte periode buiten bewustzijn. Hij bleek licht gewond te zijn aan zijn voet. Nadat hij was bijgekomen ontmoette hij in het duister boer v. Maanen, die poolshoogte kwam nemen naar het gebeurde. De mannen moeten zich middels gebarentaal hebben onderhouden, omdat v. Maanen de Engelse taal niet machtig was. v Maanen heeft Parselle een veilige weg gewezen om ongezien de omgeving te verlaten.
Via "Huize Elshof" bij Malden, Overasselt, Mill, Gemert, Boerdonk en Horst in Limburg is hij door de landelijke hulporganisatie Fiat Libertas in Bree (België) afgeleverd. In Brussel viel hij, zoals vele andere piloten, in handen van de beruchte provocateur George Prosper De Zitter. Een uitstekend engels sprekende Belg die voor de Gestapo werkte. De groep piloten reisde onder zijn leiding naar Parijs en werden daar enige dagen later door de de Gestapo gearresteerd.
Wg.Cdr. Parselle werd naar de civiele gevangenis van Fresnes in Parijs overgebracht. Van 28 juli t/m 28 augustus 1943, werd hij daar door de Gestapo intensief ondervraagd.
Vervolgens werd hij overgebracht naar Dulag-Luft in Oberursel (Frankfurt-am-Main) voor verdere ondervraging.
Aansluitend verbleef Parselle in Stalag-Luft III in Sagan en het "bij"-kamp Stalag-Luft III Belaria. Toen in januari 1945 de Russen naderden werd hij met vele anderen op transport gesteld. Hij maakte de beruchte "The great March" mee, een voettocht van 160 km onder barre omstandigheden. Na een kort verblijf in Lückenwalde bij Berlijn ging hij via Neurenberg op transport naar Moosburg in Beieren. Daar werden hij en zijn vele medegevangenen op zondag 29 april 1945 door de Amerikanen
bevrijd. Op 8 mei 1945 keerde hij vanaf Moosburg per vliegtuig terug naar de UK.
Parselle was een beroepsmilitair. Na zijn zijn terugkeer uit Duitse gevangenschap vervolgde Parselle zijn loopbaan bij de RAF. Zijn carrière geraakte in een stijgende lijn. Hij volgde eerst een cursus aan het RAF Staff College in Cranwell om vervolgens de commandant van dit College te worden.
In 1958 kreeg hij het commando over de Task Force "Grapple". De Britse atoombomproeven in de Stille Oceaan. Een jaar later werd hij Senior Air Staff Officer. Hoofdkwartier Bomber Command. Van 1961 tot aan zijn pensioenering in 1966 was hij Deputy Air Secretary. Ministerie van Luchtvaart.
Op 8 juni 1950 werd Parselle onderscheiden met het CBE, Commander of the (Order of the) Britisch Empire en op 1 januari 1962 werd hij onderscheiden met het CB, Companion of the (Order of the) Bath.
Zijn loopbaan eindigde op 15 juli 1966, 55 jaar oud, toen hij met pensioen ging als Air Vice Marshal CB CBE in de functie van Deputy Air Secretary (onderminister van Luchtvaart). T.A.B. Parselle had er bijna 35 dienstjaren opzitten.
Na zijn pensioenering, kochten Parselle en zijn vrouw een vakantiehuis in Spanje. Hier brachten zij van tijd tot tijd enige weken door. Na de dood van zijn vrouw verhuisde Parselle definitief naar Spanje. Parselle hertrouwde en het paar bleef in Spanje wonen totdat hij ernstig ziek werd. Thomas Alford Boyd Parselle overleed op 28 juni 1979 in een Engels RAF hospitaal, bijna 68 jaar oud.

Air Commodore, Commandant RAF Cranwell
AVRO Lancaster W5001/ EM:J
De Lancaster W5001 is vervaardigd bij Metropolitan Vickers Ltd. te Trafford Park / Manchester UK. De opdracht voor de bouw werd gegeven in 1940 onder contractnummer B 69275/40 en had een seriegrootte van 200 toestellen. De serie bestond uit 170 Lancasters van het type MK I (W4761-W4800, W4815-W4864, W4879-W4905, W4918-W4967 en W4980-W4982) en 30 Lancasters van het type MK III (W4983-W5012).
De uitlevering begon in september 1942 en was voltooid in mei 1943. De Lancasters werden afgeleverd aan Woodford voor de eindmontage en testen. De gemiddelde afleverfrequentie was zes toestellen per week.
De W5001 werd op 14 mei aan het 207 squadron afgeleverd. Ze nam voor het eerst deel aan een grote raid in de nacht van 23 op 24 mei naar Dortmund, ook met Wg.Cdr. Parselle als gezagvoerder. Toen het toestel de volgende dag van de raid op Düsseldorf niet terugkeerde, had het slechts 18 operationele uren gevlogen.

Aircraft Movement Card
We zien dat de (handgeschreven) administratie van Metropolitan Vickers koud en emotieloos was. Toen bleek dat het toestel in de vroege ochtend van 26 mei 1943 niet op de basis terugkeerde, werd er onmiddellijk een "Cat. E" aan gegeven. Dit betekende: Vermist / niet te repareren.
Drie dagen later werd de code "SOC" toegevoegd. Signed Off Charge / Afgeschreven.
Oberleutnant Manfred Meurer

Manfred Meurer werd in 1919 in Hamburg geboren. In 1938 melde hij zich aan bij de toenmalige “nieuwe” Luftwaffe van Duitsland. In het begin diende hij bij een luchtdoelartillerie eenheid, maar gedurende 1939 onderging hij een vliegerstraining. In 1940 werd hij overgeplaatst naar de “Zerstörer” Schule en leerde met de twee-motorige Messerschmitt Bf 110 te vliegen.
In de winter van 1941 werd hij overgeplaatst naar het 9./NJG 1., een nachtjager eenheid. Leutnant Meurer behaalde zijn eerste overwinning in de nacht van 26/27 maart 1942. Op het einde van dat jaar had hij 8 overwinningen op zijn naam staan. Op 1 januari 1943 werd hij bevorderd tot Oberleutnant en benoemd tot
Staffelkapitän van het 3./NJG 1.
In de nacht van 14/15 februari claimde hij drie RAF bommenwerpers. Het waren zijn 12e t/m 14e overwinning. In de nacht van 12/13 maart nog een viertal. Dit bracht zijn totaal op 23. Op 16 april werd hij gedecoreerd met het
Ritterkreuz. Gedurende de maand mei scoorde hij in totaal 14 overwinningen, waaronder drie in de nacht van 23/24 mei en 25/26 mei en vier in de nacht van 29/30 mei. In de nacht van 27/28 juli behaalde hij zijn 50e overwinning, een RAF Mosquito. Op 2 augustus 1943 werd hij gedecoreerd met het
Eichenlaub (264e van de totale Wehrmacht).
Op 5 augustus 1943, werd Hptm. Meurer benoemd tot Gruppenkommandeur van het II./NJG 5. Met deze eenheid behaalde hij 6 overwinningen. Op 28 september 1943 werd hij benoemd tot Gruppenkommandeur van I./NJG 1, met als thuisbasis de Fliegerhorst Venlo. Hij volgde hiermee Hauptmann Hans-Dieter Frank (55 overwinningen) op. Deze was verongelukt in de nacht van 27/28 september. De eenheid was uitgerust met de nieuwste Duitse nachtjager, de Heinkel He219.
Meurer behaalde met dit type 5 overwinningen. In de nacht van 12/13 december schoot hij een RAF Mosquito neer en bracht hiermee zijn aantal overwinningen op 60. Hij boekte zijn 61e en 62e overwinning op 16/17 december.
In de nacht van 21/22 januari 1944 werden de Venlose nachtjagers ingezet tegen een vloot van meer dan 600 RAF-bommenwerpers die het gemunt hadden op de stad Berlijn. Eén van deze nachtjagers, de He219 A-0 (W.Nr. 190070) G9+BB, werd bemand door Hptm. Meurer, de Gruppenkommandeur van I.NJG1 Venlo, en Bordfunker Oberfeldwebel Gerhard Scheibe.
Tijdens het luchtgevecht kwam hun machine omstreeks 23.00 uur ongeveer 20 kilometer oostelijk van Maagdenburg in botsing met een RAF Lancaster. Beide vliegtuigen storten neer. Beide bemanningen vonden hierbij de dood.
Manfred Meurer (24) vloog in totaal 130 missies en behaalde 65 overwinningen. Deze score bevat 40
viermotorige bommenwerpers en 2 Mosquitos. Al zijn overwinningen zijn ‘s nachts behaald.
Heden ten dage
Hoe ziet de crashplaats er tegenwoordig uit? Alles is veranderd. Dit deel
van de Dorpsstraat Neerbosch heet nu Energieweg. De huizen van Karthaus en Jurrius zijn jaren geleden afgebroken. De oude oprit naar de witte brug over het kanaal is afgegraven en de brug zelf is verdwenen nadat de nieuwe 4-baans brug was aangelegd. Op de crashplaats staan nu de gebouwen van de ANAC. Het servicestation en de Indoorkartbaan. Niets herinnert meer aan dit tragische stuk geschiedenis van Nijmegen.
Souvenir
Toch bestaat er nog een souvenir aan het gebeurde. De schrijver heeft dit in zijn bezit. Het is de leren pilotenhelm van Wg.Cdr. T.A.B. Parselle. Reeds in 1966 kreeg hij dit in zijn bezit, maar het werd keurig opgeborgen en bleef jaren in een kast liggen. Pas 30 jaar later, in 1996, werd de pilotenhelm een keer aan een nauwkeuriger onderzoek onderworpen en wat bleek? Verscholen achter de inwendige leren ring rond de hoofdtelefoonruimte stond, in groene letters en nog redelijk te lezen, een naam geschreven. PARSELLE. Vanaf dat moment is de schrijver zijn onderzoek begonnen naar de originele eigenaar en het verhaal dat er achter zat.

Bronvermelding
De bronnen zoals boektitels, rapporten, briefwisselingen, (e-mail) correspondentie, internetsites en interviews zijn bij de schrijver aanwezig. In het kader van deze verkorte verhandeling van het gebeurde is het minder belangrijk deze hier te vermelden.
© A.W. Kuiken / Gennep 2007
reacties naar:
AQsoft@hetnet.nl
1 RAF Bomber Command. Aan het hoofd stond Air Chief Marshal Sir Arthur Harris als Commander in Chief. Bomber Command bestond uit 7 groepen met elk een eigen commandant en hoofdkwartier. De diverse hoofdkwartieren waren decentraal gesitueerd in het land en lagen altijd in de naaste omgeving van de vliegvelden die bij de groep behoorden. Iedere groep bestond uit een tiental squadrons. In enige gevallen waren er meerdere squadrons op één vliegveld gestationeerd. Wisseling van vliegveld en/of groep kwam geregeld voor.
2 Slag om het Roergebied.
3 FLAK. Afkorting voor "Flug-" of "Fliegerabwehrkanone". Luchtafweergeschut.
4 W5001/EM:J. Fabricagenummer/Squadroncode en vliegtuigcode.
5 RCAF. Royal Canadian Air Force.
6 VR. Volunteer Reserve. Geen beroepsmilitair. Reserve vrijwilliger.
7 3./NJG 1. Derde Staffel van het eerste Nachtjagdgeschwader.
8 Duitse code voor een vijandelijk toestel.
9 5B 52/2/5. Duitse Kaartpositie-meldingsysteem gebaseerd op het Greenwich systeem, waarbij het netwerk van graden, minuten en seconden is vervangen door eenvoudige codes. |