Kuiken

© copyright Arjen W. Kuiken, Digitale bewerking Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

De Lancaster W5001 vliegtuigcrash boven Neerbosch in 1943

Voorwoord

Het volgende verhaal beschrijft de laatste vlucht van één van de duizenden bommenwerpers die gedurende de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland vlogen om daar, boven industriegebieden en later ook steden, hun vernietigende lading af te werpen. Men dacht de oorlog hiermee te bekorten.

Het gaat hier om de Avro Lancaster W5001/EM-J en zijn bemanning van het 207 Squadron RAF. De bommenwerper vloog een nachtelijke raid op de stad Düsseldorf in het Roergebied en werd op de terugweg naar de thuisbasis in de buurt van Nijmegen onderschept en neergeschoten door een nachtjager van de vliegbasis Venlo.
Om acht minuten over twee in de morgen van de 26ste mei 1943, stortte het toestel neer in Neerbosch. Van de achtkoppige bemanning kwamen er zes jammerlijk om. De twee overlevenden werden spoedig krijgsgevangen gemaakt.

Op de plaats des onheils vonden omstanders, 's morgens toen het licht was geworden en de brand was uitgeraasd, enige kooien met duiven erin . . . . . afkomstig uit het wrak van het vliegtuig. 
De duiven hadden, als een wonder, de crash overleefd. 
Toen de Duitse bewaking even niet oplette, heeft men ze vrij gelaten . . . . . 
De duiven vlogen enige malen rond de crashplaats als wilden zij een laatste saluut brengen aan hun omgekomen kameraden . . . . . en bogen af richting westen.

Zijn zij ooit op de thuisbasis aangekomen . . . . . ?

Nijmegen mei 1943

Bijna dagelijks, zowel overdag als gedurende de nacht, werden de bewoners gestoord door het monotone gebrom van tientallen grote vliegtuigen die, volgeladen met bommen, naar het oosten vlogen. Men wist dat ze na korte of langere tijd weer terugkwamen. In kleine wijdverspreide groepen of als enkeling. Soms verkozen ze een andere route en bleef het de verdere tijd rustig. Voor de nieuwsgierigen, die niet de beschutting van huis of kelder opzochten, waren de zilveren vogels overdag soms goed te zien, witte strepen achter zich aantrekkend. Maar gedurende de nacht was het nog angstaanjagender. Men zag niets . . . . .


Luchtalarm

De mensen begonnen eraan te wennen. Bijna elke nacht klonk dit sonore geluid over de verduisterde straten van de stad. Het was al een beetje een gewoonte geworden om met het hele gezin naar de kelder van het huis te gaan. Sterker nog, vele huishoudens hadden hun slaapplaats permanent in de kelder ondergebracht. De kinderen sliepen meestal wel, maar de ouderen wachten gelaten op het signaal "veilig".
Op 25 mei gaven de sirenes van de Lucht Beschermings Dienst (LBD) rond 22:00 uur het signaal "Luchtalarm". Vliegtuigen richting Duitsland!
In de Centrale Commando Post (CCP) van de LBD, op de hoek van de Fagelstraat en de Fort Kijk in de Potstraat, heerste de normale bedrijvigheid. De uitkijkposten in de toren van de St. Stevenskerk (U.S.) en de uitkijktoren op de Kwakkenberg (U.K.) waren, zoals elke nacht, volledig bemand. De uitkijkpost in de toren van het Goffertstadion (U.G.) was niet in gebruik.
Er gebeurde niets. De geluiden, die ver weg klonken, stierven uit. De hoofdmacht vloog blijkbaar een meer zuidelijke koers.

Uitkijkposten van de Lucht Beschermings Dienst

Düsseldorf

Die nacht vloog RAF Bomber Command
(*1) een raid op Düsseldorf. De code-naam van de operatie was "Perch". Het was een middelgrote raid die in drie golven werd uitgevoerd. Ze duurde ongeveer van 01:00 uur tot 02:30 uur en werd uitgevoerd in het kader van de operatie "Battle of the Ruhr" (*2), die van 5 maart 1943 t/m 19 juli 1943 duurde. Die nacht werden van de diverse squadrons in totaal 759 vliegtuigen ingezet. De grote macht bestond uit: 323 Lancasters, 169 Halifaxes, 142 Wellingtons, 113 Stirlings en 12 Mosquito's. 
Helaas werd de raid een mislukking. Dit was hoofdzakelijk te wijten aan de slechte weersomstandigheden boven het doelgebied. Dit was bedekt met twee wolkenlagen die op verschillende hoogten lagen. Dit maakte het moeilijk het doel te vinden en te markeren. Ook maakten de Duitsers gebruik van "onechte" brandhaarden op de grond en "lok" markeerbommen, afgeworpen door Duitse vliegtuigen. De condities waren ideaal voor degelijke misleidende zaken. 
Het resultaat was dan ook dat de raid een te wijd uiteen geslagen bommentapijt vertoonde. In totaal werden gedurende 60 minuten 1.043 ton aan hoogexplosieve- en 336.845 brandbommen afgegooid.
De luchtafweer was in eerste instantie matig, maar verflauwde naar mate de aanval langer duurde. De zoeklichten waren weinig effectief door de aanwezige wolkenformaties. Toch werden nog 46 vliegtuigen door FLAK
(*3) beschadigd. 
De Duitse nachjagers waren zeer actief. Ze beschadigden 3 vliegtuigen en schoten er 27 neer. Dit gebeurde hoofdzakelijk op de terugweg naar de diverse thuisbases. 
De raid had een verlies percentage van 3,6%, met 134 bemanningsleden gedood, 26 vermist en 21 die krijgsgevangen gemaakt werden.

Opgegeven "Raid Track" voor het 207 squadron

Lancaster W5001/EM-J 

Het 207 Squadron RAF zette die nacht 12 Lancasters in. Het squadron had als thuisbasis het vliegveld Langar, gesitueerd op een kleine 12 mijl ten zuidoosten van Nottingham.
De routeomschrijving laat zien dat Bomber Command Düsseldorf liet bombarderen vanuit zuidwestelijke richting. Na het afwerpen van de bommenlast moest de stroom bommenwerpers afbuigen naar een tussenpunt, westelijk van de stad. 
Vandaar uit ging de retourvlucht via Noordwijk terug naar de thuisbasis. Het squadron verloor die nacht twee van haar twaalf toestellen. 
Eén van deze toestellen was de W5001/EM:J
(*4) met als gezagvoerder Wg.Cdr. T. Parselle. Parselle was de Commanding Officer (CO) of commandant van het 207 squadron.

De bemanning bestond uit:

 
Piloot WingCommander T.A.B. Parselle RAF
Tweede Piloot Flying Officer W.C. Reynolds RCAF (*5)
Boordwerktuigkundige Flight Sergeant P. Falkingham RAF
Navigator Pilot Officer G.E. Hopson RAF(VR) (*6)
Radio operator Sergeant  S.A.J. Cook RAF(VR)
Bommenrichter  Warrant Officer  R.E.H. Hood-Morris RAF(VR)
Luchtschutter (romp) Sergeant  A.W. White RAF(VR)
Luchtschutter (staart) Sergeant  W.F. Hayllar RAF(VR)
 
De bemanning van de Lancaster W5001/EM:J bestond uit acht man in plaats van uit zeven, zoals gebruikelijk was. In dit geval was de achtste man een tweede piloot, een zogenaamde "Second Dickey". Deze vloog de raid mee om operationele ervaring op te doen. 

Wg.Cdr. Parselle verkoos als terugreis een meer noordelijke route. Hij dacht hiermee hoogstwaarschijnlijk het gevaar van de Duitse nachtjagerbasis Venlo te omzeilen. Het heeft niet veel geholpen. 

Boven, van L naar R: Onder, van L naar R:
 
Wg.Cdr. Thomas Alford Boyd Parselle Sgt. Stanley Arthur James Cook
Flg.Off. William Cassin Reynolds W/O Robertson Edwin Henry Hood-Morris
Sgt. Peter Falkingham Sgt. Alfred William White
Plt.Off. George Edward Hopson Sgt. William Frederick Hayllar
 
De onderschepping

Rond 01:45 uur signaleerde de uitkijkpost St. Steven (U.S.) de aankomst van een jager boven Nijmeegs grondgebied. Vriend of vijand, men wist het niet. Het was volkomen donker en bovendien was er laaghangende bewolking. Maar het snerpende geluid was bekend bij de ervaren mensen van de LBD en deed vermoeden dat het een Duitse nachtjager was. En ze hadden gelijk.

De piloot van de nachtjager, een Messerschmitt Bf110, was Oblt. Manfred Meurer van het 3./NJG 1
(*7), gelegerd op de nachtjagerbasis Venlo. Oblt. Meurer voegde, in de nacht van 25 op 26 mei 1943, drie bommenwerpers aan zijn "Abschussliste" toe. Om 01:24 uur in de vroege ochtend van 26 mei schoot hij zijn 31ste slachtoffer neer, een Wellington boven Oostrum (Lb). Zijn 32ste was een Lancaster. Om 01:36 uur crashte deze te Vlodrop. 

Een nieuw "doel" bood zich aan. Oblt. Meurer en zijn radiotelegrafist Ofw. Scheibe werden door hun gevechtsleidingofficier (JLO of Jägerleitoffizier) van de vliegbasis Venlo, Oblt. Walter Knickmeier van het 20./Luftnachrichtenregiment 211, naar dit nieuwe doel gestuurd. Dit keer was het Nijmegen en omgeving. De Messerschmitt Bf110 kon de afstand Vlodrop-Nijmegen in ongeveer 9 minuten afleggen en rond 01:45 uur signaleerde de uitkijkpost St. Steven de aankomst van de jager boven Nijmeegs grondgebied. 
De opgegeven wachtruimte (Warteraum) van Oblt. Meurer was ten oosten van Nijmegen. De gevechtsleidingofficier hield hen via gecodeerde radioberichten op de hoogte van de naderende bommenwerper. Even voor 02:00 uur ontving Ofw. Scheibe via de radio de mededeling dat een "Kurier"
(*8) hun sector was binnengevlogen. De gevechtsleidingofficier leidde hen middels de grondradar zodanig dicht naar het toekomstige slachtoffer toe, dat Ofw. Scheibe middels de boordradar van de Bf110 deze taak kon overnemen. Ofw. Scheibe op zijn beurt, leidde nu zijn piloot, middels korte standaard codewoorden, naar de onzichtbare bommenwerper. 

Messerschmitt Bf110

Ofw. Gerhard Scheibe en Oblt. Manfred Meurer

De eerste aanval

Rond 02:04 uur had Oblt. Meurer de Lancaster W5001/EM-J "in zicht" en zich aan hem "angehängt". Op de grond was door de laaghangende bewolking niets te zien, maar de ervaren LBD-mensen op de uitkijkposten Kwakkenberg en St. Steven kenden de twee karakteristieke geluiden. Het sonore gebrom van een zware bommenwerper en het snerpende geluid van een achtervolgende jager. De melding werd gedaan door de uitkijkpost Kwakkenberg.

Gezamenlijk vlogen de twee vliegtuigen naar het westen. Oblt. Meurer benodigde enige tijd om de standaard aanvalspositie, schuin achter en onder de Lancaster en uit het zicht van de staartschutter, in te nemen.
In Sector 5B 52/2/5
(*9) , gelegen tussen Ewijk en Weurt, nam hij gas terug, trok de neus van het toestel op en liet de Lancaster door de hagel van 20mm granaten vliegen.
Treffers werden geplaatst in de linker/binnen benzinetank en motor en in een deel van de romp van de bommenwerper.
De aanval vond plaats op een hoogte van 18.000 ft of 6.600 m.

Het luchtgevecht was, voor die mensen die het luchtalarm trotseerden en buiten gingen kijken, niet te zien. Het moet echter wel te horen zijn geweest. De Lancaster stond niet direct in brand. Dit proces heeft enige tijd nodig voordat het zich aan de buitenzijde van het vliegtuig openbaard. Door de treffers in de romp was de intercom gedeeltelijk onklaar geraakt.

Of het een bewuste actie van Wg.Cdr. Parselle was om de aanvallende Duitse jager af te schudden of een defect aan de besturing van de bommenwerper, we weten het niet. Feit is dat de Lancaster een plotselinge duik maakte en via een scherpe bocht terugkeerde naar het luchtruim boven Nijmegen. De Lancaster verloor snel hoogte. 

De tweede aanval

De Lancaster begon te branden en de linker binnenmotor verloor een groot deel van haar vermogen. Hierdoor werd de besturing ernstig bemoeilijkt en Parselle was niet in staat het vliegtuig recht te houden. Inmiddels was de vlieghoogte zover afgenomen dat de brandende Lancaster vanaf de grond te zien was. 
Om 02:06 uur meldde de uitkijkpost Kwakkenberg een brandend vliegtuig. Ooggetuigen hebben waargenomen dat het vliegtuig rondcirkelde boven Hees en het westelijk deel van Nijmegen. Of het inderdaad meerdere ronden waren of slechts één, is niet meer te achterhalen. De duur van deze vliegbeweging in het hele tijdsbestek van de crash, duidt er echter op dat het hoogstwaarschijnlijk slechts één ronde was.

Om 02:07 uur werd door beide uitkijkposten melding gemaakt van een luchtgevecht in het zuidwesten. Uitkijkpost St. Steven voegt er nog aan toe dat een brandend vliegtuig zich boven de stad bevindt en dat deze zich van oost naar west, richting Hees, verplaatst. Dit was de tweede aanval van Oblt. Meurer op de Lancaster. Meurer was, ingegeven door de vreemde vliegbeweging van de Lancaster, hoogstwaarschijnlijk van mening dat deze probeerde te ontsnappen en vond een tweede aanval noodzakelijk.
Uit het rapport van de bommenrichter Hood-Morris blijkt dat ook de tweede linker motor in brand vloog en dat "lichtspoor granaten het vliegtuig volgden op zijn weg naar beneden".

Uit het laatste deel van de vliegbeweging blijkt dat de captain toch nog een beperkte mogelijk had om de Lancaster te besturen. Deze moet met grote krachtinspanning en een grote mate aan vliegervaring erin geslaagd zijn het toestel enigszins recht te krijgen om zijn bemanning de gelegenheid te geven het vliegtuig per parachute te verlaten voordat ze op een te lage hoogte zaten. 

Het laatste traject

Toen volgde op een hoogte van ongeveer 2.000 ft 0f 660 m, de fatale explosie. De captain en bommenrichter werden uit het vliegtuig geslingerd. De rest van de bemanning, misschien gewond of al gedood door de aanvallen van Meurer, vlogen verder . . . . . hun einde tegemoet.

Onderstaande kaart geeft de lezer een duidelijk beeld van het laatste traject van de Lancaster. 
De fatale explosie heeft plaats gevonden boven gebied rond de Molenweg/Oude Graafseweg. Vanaf dit punt heeft het brandende vliegtuig, op zijn weg naar de uiteindelijke crashplaats, een spoor van onderdelen verloren. Deze kwamen terecht in tuinen, op daken en op straat. De lijn geeft de vliegrichting aan. Op de uiteindelijke crashplaats is tenslotte het gehele vliegtuig alsmede alle overige bemanningsleden terecht gekomen. 
W/O R.E.H. Hood-Morris, de bommenrichter, kwam per parachute neer in de achtertuin van de familie Gijsbers aan de Molenweg te Hees
Wg.Cdr. T.A.B. Parselle kwam neer in de appelboomgaard van de familie v. Maanen aan de Kerkstraat te Hees, ongeveer 300 m. van de crashplaats van de Lancaster

A. Plaats waarboven de fatale explosie heeft plaatsgevonden
B. Plaats waar W/O Hood-Morris per parachute is neergekomen
C. Plaats waar Wg.Cdr. Parselle per parachute is neergekomen

Duidelijk is te herkennen dat het gebied slechts zeer dun bevolkt was. De Schependommen (buurtschappen) Hees en Neerbosch zijn duidelijk te herkennen. De grens tussen beide buurtschappen werd gevormd door de Dennenstraat, die in het midden van de kaart van Z/O naar N/W loopt.

De crashplaats

Onderstaande kaart geeft de lezer een duidelijk beeld van de plaats waar de crash uiteindelijk heeft plaatsgevonden. We zien links, in een boog lopend, het Maas-Waal kanaal met de Neerbossche brug. De oprit naar de brug toe, de Kanaalbrugweg, liep vanaf de Dorpsstraat met een bocht naar boven. In deze bocht bevonden zich het huis van de familie Karthaus [K] en, iets naar achter gelegen, de boerderij van de familie Jurrius [J]. De streeplijnen geven het huidige weg tracé aan.
De zwarte rechthoeken achter het huis van Karthaus zijn (lage) kassen. Het kleine zwarte rechthoekje achter de boerderij van Jurrius is een schuur. De cirkel geeft de exacte crashplaats weer. Op de schuur en tussen de schuur en de boerderij in. 
De gekromde pijl geeft de vlucht weer van de laatste meters van de Lancaster W5001/EM-J. Boven de Dr. de Blécourtstraat zakte de Lancaster over de linkervleugel plotseling weg, maakte een korte draai en stortte neer.

Het perceel van Karthaus werd door grote delen van het vliegtuig gedeeltelijk beschadigd. Wonder boven wonder brak er geen brand uit. De boerderij van Jurrius daarentegen, werd zeer zwaar beschadigd en dusdanig door brand verwoest dat aan een herstel niet meer te denken viel en moest worden afgebroken (het is nog tijdens de oorlog herbouwd).

Vervolg

Toen bekend werd dat er een vliegtuig was neergekomen binnen de gemeentegrenzen, traden automatisch diverse diensten in werking. De verdere afloop van de gebeurtenissen staan nauwkeurig opgetekend in het proces-verbaal dat is opgemaakt. Verbalist was de Opperluitenant van Politie B.H. Buiting. Het verslag is bewaard gebleven en bevindt zich in het Gemeente Archief in Nijmegen. Hieronder volgt de originele tekst.

P R O C E S - V E R B A A L

Ik, ondergeteekende Bernardus Hendrikus Buiting, Opperluitenant van Politie der Gemeente Nijmegen, verklaar, aan de hand van hetgeen ik zelf constateerde en van hetgeen mij uit de rapporten van den Luchtbeschermingsdienst is gebleken, het navolgende:

In den nacht van dinsdag 25 Mei op woensdag 26 Mei 1943 werd er zeer druk gevlogen. Om pl.m. 2.15 uur had een luchtgevecht plaats boven de Gemeente, waarbij een vliegtuig werd afgeschoten. Uit de meldingen van de twee Uitkijkposten en uit de melding van het Wijkhoofd P. Thissen bleek, dat het vliegtuig brandend was neergekomen in Neerbosch, Gemeente Nijmegen buiten de bebouwde kom nabij het Maas- en Waalkanaal.
Na daartoe bekomen opdracht van het Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst heb ik mij terstond met twee ordonnansen als Commandant Plaats Ongeval per auto daarheen begeven. 
De blokploeg van blok 23 en het Wijkhoofd Thissen waren reeds aanwezig, hadden reeds voor enige afzetting gezorgd en hielpen de bewoners van de boerderij van A. Jurrius, gelegen aan den Dorpsstraat No. 46, die in lichte laaie stond bij het uitdragen van den inboedel. 
Een afdeeling van de Gemeentelijke Brandweer, gestationeerd te Neerbosch, was eveneens reeds aanwezig. Even later verscheen ook een brandweerploeg van den Luchtbeschermingsdienst. 
Het huis, benevens een gedeelte van den inboedel, ging grootendeels verloren. Ook een in de nabijheid van de boerderij staande schuur werd door brand verwoest. Bij nader onderzoek bleek, dat een gedeelte van de cockpit was terecht gekomen op een aangrenzende kweekerij en wel op het dak van de woning van L. Karthaus aan den Dorpsstraat No. 44. Het dak werd ernstig beschadigd en de muren ontzet.
Voorts werden op de kweekerij nog gevonden een vleugel van het vliegtuig, een der motoren, groote brokstukken en twee phosphorrubberbommen.
In den boomgaard achter de boerderij van Jurrius lagen verspreid twee motoren, een uitgebrande benzinetank en verschillende onderdeelen.
De vierde motor lag onderaan den kanaaldijk. Voorts werden tal van onderdelen en brokstukken in de Dennenstraat, de Dr. de Blecourtstraat, de Dorpsstraat en omgeving tot op een afstand van pl.m. 1000 meter in een lijn loopende van oost naar West.
Achtereenvolgens werden gevonden de lijken van zes der inzittenden van het vliegtuig en wel: twee dooden gevonden in de boomgaard van Jurrius, een doode in een schuur, staande in dien boomgaard, een verkoold lijk in het uitgebrande achterhuis van de boerderij van Jurrius, een doode op de kweekerij van Karthaus en een doode in een sloot aan de Dorpsstraat.
Voorts werd een lid van de bemanning licht gewond aangetroffen op den Molenweg. Deze is overgegeven aan den Ortskommandant alhier.
Het terrein werd door de Politie afgezet. Later werd de bewaking van de boerderij en van de kweekerij, van de lijken, phosphorbommen en brokstukken van het vliegtuig overgenomen door de Duitsche Wehrmacht.
De wegen in de onmiddelijke omgeving bleven, om het nieuwsgierige publiek te weeren, nog door de Politie afgezet.
Het piket Opruiming van den Luchtbeschermingsdienst heeft de tallooze brokstukken en onderdeelen van het vliegtuig en de alom verspreide munitie zooveel mogelijk verzameld en per opruimingsauto vervoerd naar den boomgaard van Jurrius, en overgegeven aan de Duitsche Wehrmacht.
Behalve dan de bemanning van het vliegtuig, werd niemand gedood of gewond. Ook werd geen vee getroffen. Luchtalarm is niet gemaakt. Foto's zijn niet genomen. De vereischte meldingen hebben plaats gehad.
Tenslotte zij nog vermeld, dat uit de op de lijken gevonden papieren en kaarten en uit de op de opschriften van de vele onderdeelen is gebleken, dat het neergekomen vliegtuig een Engelsch vliegtuig is. Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt en geteekend dit proces-verbaal.

Nijmegen, 26 Mei 1943.
De Opperluitenant van Politie,

Gezien, De Majoor van Politie
Hoofd van den Luchtbescherm. Dnst.


Het dagrapport van de Luchtbeschermingsdienst (LBD) is ook bewaard gebleven. Hierin kunnen we de nog enige interessante details lezen met betrekking tot de bemanning van de Lancaster.

. . . . . om 02:45 uur, 37 minuten na de crash, meldt Opperluitenant Buiting vanuit de Centrale Post van de LBD dat het vliegtuig bij/op de boerderij van Jurrius in Neerbosch is terecht gekomen en dat er geen persoonlijke ongelukken zijn te betreuren. Om 03.20 uur, na het uitrazen van de brand, wordt het eerste dode bemanningslid gevonden. Om 04.45 wordt er aan de LBD gemeld dat er een lichtgewonde piloot (Hood-Morris) is binnengebracht ten huize van agent 1e klasse Snippert aan de Graafseweg 475. De Ortskommandantur zal hem komen ophalen. Om 04.55 uur meldt Opperluitenant van Politie Buiting dat er nog twee doden zijn geborgen. In totaal dus drie. Om 05.22 uur meldt Opperluitenant van Politie Buiting dat er wederom twee doden zijn geborgen. Het totaal komt nu op vijf dode bemanningsleden. Pas op 08.00 uur 's morgens, wordt er melding gemaakt van het feit dat nog een dode is gevonden. Het totaal komt nu op zes doden en een licht gewonde. 

Gezien het feit dat een reguliere Lancaster-bemanning uit zeven man bestond, dachten de Nederlandse en Duitse autoriteiten dat deze nu geheel getraceerd was en er werd niet verder gezocht. Eén van de doden was Flg.Off. Reynolds. Men nam aan dat hij de piloot van de Lancaster was. Het feit dat deze slechts als tweede piloot meegevlogen was en dat de "echte" piloot de crash had overleefd, konden de Nederlands en Duitse autoriteiten natuurlijk niet weten.

De graven

Hoewel de geallieerde vliegers voor de Duitsers vijanden waren, werden zij toch met militaire eer begraven. Dit was een soort erecode. De graven werden van een eenvoudig kruis voorzien en men deed veel moeite om de identiteit van de doden te achterhalen. 
Zo ook in het geval van de omgekomen bemanningsleden van de Lancaster W5001/EM:J. Ze werden reeds op 27 mei 1943 te Uden begraven, gelijk met de zeven bemanningsleden van de Halifax HR853 van het 51 Squadron. Deze was om 02:32 uur bij Malden neergestort. 
Alle dertien werden in één ceremonie ter aarde besteld. Zij liggen naast elkaar begraven op het Britse oorlogskerkhof van Uden. Het kerkhof is gelegen aan de Burg. Buskensstraat. 

De foto hieronder is van kort na de bevrijding. De Duitse kruizen zijn nog aanwezig.
Op de houten kruizen staat te lezen (v.l.n.r.):

1. Sgt. W. Haydler + 26-5-43 bei Neerbosch
2. Pilot Offz. W.C. Reynholds
3. Pilot Offz. G.E. Hopson
4. Unbekannter Englischer Flieger
5. Sgt. S.A.J. Cooke
6. Sgt. A.W. White

We zien dat de Duitsers niet alle namen correct weergaven. Men heeft schijnbaar moeite gehad om deze te achterhalen. De lichamen zullen te veel verminkt en verbrand zijn geweest. Eén van de vliegers was zelfs onbekend. Na de oorlog bleek dit Sgt. P. Falkingham, de Flight Engineer te zijn.

De graven liggen nog steeds voor dezelfde muur. Ze liggen ook nog steeds in dezelfde volgorde. De muur is nu helemaal begroeid en de kruizen zijn vervangen door de standaard grafsteen voor Britse oorlogsgraven.

Britse oorlogskerkhof te Uden, 1945

Britse oorlogskerkhof te Uden, heden ten dage

De overlevenden

Bommenrichter W/O Hood-Morris:

Hij overleefde de crash omdat hij door een explosie uit het vliegtuig is geblazen. Hij kan zich hiervan echter niets herinneren. Hood-Morris ontwaakte in de achtertuin van de familie Gijsbers aan de Molenweg 170 te Nijmegen (thans Joubertstraat). Hij was gedurende langere tijd buiten bewustzijn en licht gewond. Zijn parachute zat gedeeltelijk rond zijn lichaam gedraaid. Na een vrij lange tijd is Hood-Morris naar het huis gekropen dat hij flauwtjes in de verte tegen de donkere lucht zag afsteken. Na aankloppen werd hij binnengelaten, kreeg te drinken en werd verzorgt. Hij had hoogstwaarschijnlijk een gebroken neus en was bijna niet in staat zijn mond te openen of zijn nek te bewegen. Zijn vrijheid duurde slechts kort. Zijn aanwezigheid in het huis sprak zich rond en spoedig daarna werd hij door de Nijmeegse Gemeente Politie opgehaald en naar de Politiepost Graafseweg/hoek Dennenstraat gebracht. Vroeg in de morgen is hij daar door de Duitse Feldgendarmerie opgehaald en overgebracht naar de Ortskommandantur. Daar werd hij ondervraagd. Kort daarop is hij overgebracht naar een ondervragingscentrum van de Gestapo in Amsterdam. Vervolgens is Hood-Morris in Dulag Luft-Oberursel (Frankfurt-am-Main) terecht gekomen, waarna hij uiteindelijk is overgebracht naar Stalag Luft 6 in Heydekrug, 40 km ten NW van Tilsit aan de oude Pruisische / Litauwse grens. Daar is hij tot het einde van de oorlog gebleven en uiteindelijk in mei 1945 door de Russen bevrijd.

Na de oorlog heeft Bob Hood-Morris zijn oude beroep bij de Britse Post weer opgevat. Hij heeft zijn loopbaan daar beëindigd als Executive Engineer bij de British Telecom Telecommunications. Bob Hood-Morris is in 1978 met pensioen gegaan.

Vandaag de dag woont Robertson Edwin Henry Hood-Morris, samen met zijn vrouw Joan, in Bath, Engeland, 93 jaar oud.

Gezagvoerder Wg.Cdr. Parselle:

Ook Wg. Cdr. Parselle overleefde de crash. Volgens zijn "after the battle report" is hij door een explosie uit het vliegtuig geblazen. We nemen aan dat het dezelfde explosie was als bij Hood-Morris.
Wg/Cdr Parselle kwam neer in de appelboomgaard van de familie v. Maanen aan de Kerkstraat te Hees, ongeveer 300 m. van de crashplaats van de Lancaster. Hij landde in een lage boom en was een korte periode buiten bewustzijn. Hij bleek licht gewond te zijn aan zijn voet. Nadat hij was bijgekomen ontmoette hij in het duister boer v. Maanen, die poolshoogte kwam nemen naar het gebeurde. De mannen moeten zich middels gebarentaal hebben onderhouden, omdat v. Maanen de Engelse taal niet machtig was. v Maanen heeft Parselle een veilige weg gewezen om ongezien de omgeving te verlaten. 

Via "Huize Elshof" bij Malden, Overasselt, Mill, Gemert, Boerdonk en Horst in Limburg is hij door de landelijke hulporganisatie Fiat Libertas in Bree (België) afgeleverd. In Brussel viel hij, zoals vele andere piloten, in handen van de beruchte provocateur George Prosper De Zitter. Een uitstekend engels sprekende Belg die voor de Gestapo werkte. De groep piloten reisde onder zijn leiding naar Parijs en werden daar enige dagen later door de de Gestapo gearresteerd.

Wg.Cdr. Parselle werd naar de civiele gevangenis van Fresnes in Parijs overgebracht. Van 28 juli t/m 28 augustus 1943, werd hij daar door de Gestapo intensief ondervraagd.
Vervolgens werd hij overgebracht naar Dulag-Luft in Oberursel (Frankfurt-am-Main) voor verdere ondervraging.
Aansluitend verbleef Parselle in Stalag-Luft III in Sagan en het "bij"-kamp Stalag-Luft III Belaria. Toen in januari 1945 de Russen naderden werd hij met vele anderen op transport gesteld. Hij maakte de beruchte "The great March" mee, een voettocht van 160 km onder barre omstandigheden. Na een kort verblijf in Lückenwalde bij Berlijn ging hij via Neurenberg op transport naar Moosburg in Beieren. Daar werden hij en zijn vele medegevangenen op zondag 29 april 1945 door de Amerikanen bevrijd. Op 8 mei 1945 keerde hij vanaf Moosburg per vliegtuig terug naar de UK.

Parselle was een beroepsmilitair. Na zijn zijn terugkeer uit Duitse gevangenschap vervolgde Parselle zijn loopbaan bij de RAF. Zijn carrière geraakte in een stijgende lijn. Hij volgde eerst een cursus aan het RAF Staff College in Cranwell om vervolgens de commandant van dit College te worden.
In 1958 kreeg hij het commando over de Task Force "Grapple". De Britse atoombomproeven in de Stille Oceaan. Een jaar later werd hij Senior Air Staff Officer. Hoofdkwartier Bomber Command. Van 1961 tot aan zijn pensioenering in 1966 was hij Deputy Air Secretary. Ministerie van Luchtvaart.
Op 8 juni 1950 werd Parselle onderscheiden met het CBE, Commander of the (Order of the) Britisch Empire en op 1 januari 1962 werd hij onderscheiden met het CB, Companion of the (Order of the) Bath.

Zijn loopbaan eindigde op 15 juli 1966, 55 jaar oud, toen hij met pensioen ging als Air Vice Marshal CB CBE in de functie van Deputy Air Secretary (onderminister van Luchtvaart). T.A.B. Parselle had er bijna 35 dienstjaren opzitten. 

Na zijn pensioenering, kochten Parselle en zijn vrouw een vakantiehuis in Spanje. Hier brachten zij van tijd tot tijd enige weken door. Na de dood van zijn vrouw verhuisde Parselle definitief naar Spanje. Parselle hertrouwde en het paar bleef in Spanje wonen totdat hij ernstig ziek werd. Thomas Alford Boyd Parselle overleed op 28 juni 1979 in een Engels RAF hospitaal, bijna 68 jaar oud.

Air Commodore, Commandant RAF Cranwell

AVRO Lancaster W5001/ EM:J 

De Lancaster W5001 is vervaardigd bij Metropolitan Vickers Ltd. te Trafford Park / Manchester UK. De opdracht voor de bouw werd gegeven in 1940 onder contractnummer B 69275/40 en had een seriegrootte van 200 toestellen. De serie bestond uit 170 Lancasters van het type MK I (W4761-W4800, W4815-W4864, W4879-W4905, W4918-W4967 en W4980-W4982) en 30 Lancasters van het type MK III (W4983-W5012).
De uitlevering begon in september 1942 en was voltooid in mei 1943. De Lancasters werden afgeleverd aan Woodford voor de eindmontage en testen. De gemiddelde afleverfrequentie was zes toestellen per week.
De W5001 werd op 14 mei aan het 207 squadron afgeleverd. Ze nam voor het eerst deel aan een grote raid in de nacht van 23 op 24 mei naar Dortmund, ook met Wg.Cdr. Parselle als gezagvoerder. Toen het toestel de volgende dag van de raid op Düsseldorf niet terugkeerde, had het slechts 18 operationele uren gevlogen.

Aircraft Movement Card

We zien dat de (handgeschreven) administratie van Metropolitan Vickers koud en emotieloos was. Toen bleek dat het toestel in de vroege ochtend van 26 mei 1943 niet op de basis terugkeerde, werd er onmiddellijk een "Cat. E" aan gegeven. Dit betekende: Vermist / niet te repareren. 
Drie dagen later werd de code "SOC" toegevoegd. Signed Off Charge / Afgeschreven.

Oberleutnant Manfred Meurer

Manfred Meurer werd in 1919 in Hamburg geboren. In 1938 melde hij zich aan bij de toenmalige “nieuwe” Luftwaffe van Duitsland. In het begin diende hij bij een luchtdoelartillerie eenheid, maar gedurende 1939 onderging hij een vliegerstraining. In 1940 werd hij overgeplaatst naar de “Zerstörer” Schule en leerde met de twee-motorige Messerschmitt Bf 110 te vliegen. 
In de winter van 1941 werd hij overgeplaatst naar het 9./NJG 1., een nachtjager eenheid. Leutnant Meurer behaalde zijn eerste overwinning in de nacht van 26/27 maart 1942. Op het einde van dat jaar had hij 8 overwinningen op zijn naam staan. Op 1 januari 1943 werd hij bevorderd tot Oberleutnant en benoemd tot Staffelkapitän van het 3./NJG 1. 
In de nacht van 14/15 februari claimde hij drie RAF bommenwerpers. Het waren zijn 12e t/m 14e overwinning. In de nacht van 12/13 maart nog een viertal. Dit bracht zijn totaal op 23. Op 16 april werd hij gedecoreerd met het Ritterkreuz. Gedurende de maand mei scoorde hij in totaal 14 overwinningen, waaronder drie in de nacht van 23/24 mei en 25/26 mei en vier in de nacht van 29/30 mei. In de nacht van 27/28 juli behaalde hij zijn 50e overwinning, een RAF Mosquito. Op 2 augustus 1943 werd hij gedecoreerd met het Eichenlaub (264e van de totale Wehrmacht). 

Op 5 augustus 1943, werd Hptm. Meurer benoemd tot Gruppenkommandeur van het II./NJG 5. Met deze eenheid behaalde hij 6 overwinningen. Op 28 september 1943 werd hij benoemd tot Gruppenkommandeur van I./NJG 1, met als thuisbasis de Fliegerhorst Venlo. Hij volgde hiermee Hauptmann Hans-Dieter Frank (55 overwinningen) op. Deze was verongelukt in de nacht van 27/28 september. De eenheid was uitgerust met de nieuwste Duitse nachtjager, de Heinkel He219. 

Meurer behaalde met dit type 5 overwinningen. In de nacht van 12/13 december schoot hij een RAF Mosquito neer en bracht hiermee zijn aantal overwinningen op 60. Hij boekte zijn 61e en 62e overwinning op 16/17 december. 

In de nacht van 21/22 januari 1944 werden de Venlose nachtjagers ingezet tegen een vloot van meer dan 600 RAF-bommenwerpers die het gemunt hadden op de stad Berlijn. Eén van deze nachtjagers, de He219 A-0 (W.Nr. 190070) G9+BB, werd bemand door Hptm. Meurer, de Gruppenkommandeur van I.NJG1 Venlo, en Bordfunker Oberfeldwebel Gerhard Scheibe. 
Tijdens het luchtgevecht kwam hun machine omstreeks 23.00 uur ongeveer 20 kilometer oostelijk van Maagdenburg in botsing met een RAF Lancaster. Beide vliegtuigen storten neer. Beide bemanningen vonden hierbij de dood. 

Manfred Meurer (24) vloog in totaal 130 missies en behaalde 65 overwinningen. Deze score bevat 40 viermotorige bommenwerpers en 2 Mosquitos. Al zijn overwinningen zijn ‘s nachts behaald.

Heden ten dage

Hoe ziet de crashplaats er tegenwoordig uit? Alles is veranderd. Dit deel van de Dorpsstraat Neerbosch heet nu Energieweg. De huizen van Karthaus en Jurrius zijn jaren geleden afgebroken. De oude oprit naar de witte brug over het kanaal is afgegraven en de brug zelf is verdwenen nadat de nieuwe 4-baans brug was aangelegd. Op de crashplaats staan nu de gebouwen van de ANAC. Het servicestation en de Indoorkartbaan. Niets herinnert meer aan dit tragische stuk geschiedenis van Nijmegen.

Souvenir

Toch bestaat er nog een souvenir aan het gebeurde. De schrijver heeft dit in zijn bezit. Het is de leren pilotenhelm van Wg.Cdr. T.A.B. Parselle. Reeds in 1966 kreeg hij dit in zijn bezit, maar het werd keurig opgeborgen en bleef jaren in een kast liggen. Pas 30 jaar later, in 1996, werd de pilotenhelm een keer aan een nauwkeuriger onderzoek onderworpen en wat bleek? Verscholen achter de inwendige leren ring rond de hoofdtelefoonruimte stond, in groene letters en nog redelijk te lezen, een naam geschreven. PARSELLE. Vanaf dat moment is de schrijver zijn onderzoek begonnen naar de originele eigenaar en het verhaal dat er achter zat.

Bronvermelding

De bronnen zoals boektitels, rapporten, briefwisselingen, (e-mail) correspondentie, internetsites en interviews zijn bij de schrijver aanwezig. In het kader van deze verkorte verhandeling van het gebeurde is het minder belangrijk deze hier te vermelden.

© A.W. Kuiken / Gennep 2007

reacties naar: AQsoft@hetnet.nl

1 RAF Bomber Command. Aan het hoofd stond Air Chief Marshal Sir Arthur Harris als Commander in Chief. Bomber Command bestond uit 7 groepen met elk een eigen commandant en hoofdkwartier. De diverse hoofdkwartieren waren decentraal gesitueerd in het land en lagen altijd in de naaste omgeving van de vliegvelden die bij de groep behoorden. Iedere groep bestond uit een tiental squadrons. In enige gevallen waren er meerdere squadrons op één vliegveld gestationeerd. Wisseling van vliegveld en/of groep kwam geregeld voor. 
2 Slag om het Roergebied.
3 FLAK. Afkorting voor "Flug-" of "Fliegerabwehrkanone". Luchtafweergeschut. 
4 W5001/EM:J. Fabricagenummer/Squadroncode en vliegtuigcode.
5 RCAF. Royal Canadian Air Force.
6 VR. Volunteer Reserve. Geen beroepsmilitair. Reserve vrijwilliger.
7 3./NJG 1. Derde Staffel van het eerste Nachtjagdgeschwader.
8 Duitse code voor een vijandelijk toestel.
9 5B 52/2/5. Duitse Kaartpositie-meldingsysteem gebaseerd op het Greenwich systeem, waarbij het netwerk van graden, minuten en seconden is vervangen door eenvoudige codes.

 

Reactie 1:

Geer Plönes, 05-02-2007: Ik woonde tijdens de oorlog op de Wolfskuilseweg 78 in Nijmegen (Hees) en was in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Ik kan mij die crash nog goed herinneren, want de volgende dag zijn wij kwajongens, na het horen hiervan, er als kippen op af gevlogen. Dit om souvenirs te vinden. Dit is ons toen niet gelukt, omdat de gehele omgeving bewaakt werd door Duitse soldaten. Ik weet nog dat het vliegtuig in open land terecht was gekomen. Zo ook heeft er tijdens de invasie overdag een vliegtuigcrash plaatsgevonden in Hees. Tegenover de kerk aldaar, kwam een geallieerd vliegtuig brandende op drie woningen terecht. Ik weet dit mij nog zeer goed te herinneren omdat het brandende vliegtuig een paar keer boven onze woning cirkelde. Wij, familie en buurtbewoners, stonden buiten en waren in afwachting doodsbang dat het vliegtuig op onze daken terecht zou komen. Je kon echt geen 
kant op. Ik weet niet ofdat hierbij toen burgerslachtoffers en/of bemanning in het vliegtuig overleden zijn.

Reactie 2:

Arjen W. Kuiken: Antwoord op verhaal/vraag van Geer Plönes.

Neergestorte Spitfire in Hees

In de vroege ochtend van woensdag 20 september 1944, D(ecision day)+3 van Market Garden, maakte Flying Officer John Robert Brodby (24) een fotoverkenningsvlucht boven het strijdgebied rond Arnhem en Nijmegen. Hij behoorde tot het 16e Squadron RAF, 34 Wing Support Unit, 2de TAF en vloog in een Spitfire XI (serie nummer PL896, Code nummer L). Tijdens deze missie raakte hij boven Nijmegen in gevecht met patrouillerende Duitse jagers en zijn toestel werd in brand geschoten. Omstreeks 10:00 uur in de ochtend, stortte de Spitfire brandend neer in Hees. Het brandende vliegtuig cirkelde eerst meerdere malen rond boven het westelijke deel van Nijmegen, te weten Waterkwartier, Hees en Wolfskuil. Hierbij de bewoners de stuipen op het lijf jagend omdat men niet kon inschatten waar de uiteindelijke crashplaats zou zijn. Probeerde de piloot tijdens deze manoeuvre het vliegtuig te verlaten of was hij al tijdens de beschieting van de Duitse jagers gewond of gedood en vloog het vliegtuig zijn eigen weg? We zullen het nooit weten. Feit is dat Flying Officer Brodby, samen met zijn vliegtuig, neerkwam op de huizen tegenover de Petruskerk in Hees. Hij werd tijdelijk begraven naast de Petruskerk. Later is hij herbegraven op de militaire begraafplaats Jonkerbosch (graf nr.: 17.G.3).

Het vliegtuig maakte meer slachtoffers. Het kwam terecht op het huis van slagerij Sanders, recht tegenover de kerk. Het raakte zwaar beschadigd en er ontstond brand. De dames Dien en Nolda Dodemont en Maria Santink, die alle drie toen in dat huis woonden, kwamen om het leven. Ook de bakkerij van Las, door het “genkske” gescheiden van slagerij Sanders, kreeg zijn deel. Een vleugel kwam neer op de serre.

Reactie 3:

Cees de Vos, 30-09-09: Gelezen het in den diepe prachtig opgetekende verhaal van Arjen W. Kuiken over de laatste vlucht van de Avro Lancaster W5001/EM - J van het 207 Squadron RAF met WingCommander T.A.B. Parselle en zijn zeven koppige bemanning dat op 26 mei 1943 neerstortte in Neerbosch.

Heel vaag herinner ik mij deze crash.... 

Als jochie van acht jaar heb ik met mijn vader midden in de nacht meerdere malen buiten de overvliegende zilveren Lancasters op weg naar Duitsland gade geslagen. Het reperterende gebrom was vanaf de grond duidelijk hoorbaar wat mijn vader een keer de opmerking ontlokte: " Zo..., die moedige jongens daarboven gaan die rotmoffen benedengronds in Duitsland voor de zoveelste een koekje van eigen deeg aanbieden." Bij volle maan was het een prachtig gezicht om zo nu en dan tussen de wolken door de tientallen zilveren vogels daar hoog aan de hemel in formatie voorbij te zien vliegen. 

"Wat een nauwelijks te beschrijven moed en opoffering hebben deze mannen getoond ter meerdere Glorie en Vrijheid van de goedwillende medemens."

Reactie 4:

Arjen W. Kuiken, 04-10-09: Ik wil de mooie jeugdherinneringen van Cees de Vos niet verstoren, maar een kleine correctie is toch op zijn plaats.

Overvliegende zilveren Lancasters zijn onmogelijk. De bommenwerpers van Bomber Command werden hoofdzakelijk voor nachtoperaties ingezet. Daarom was de onderzijde van de romp, vleugels en staart geheel zwart geverfd. Eigenlijk was de kleur satijn donkergrijs. Hierdoor waren de toestellen vanaf de grond niet te zien tegen de donkere hemel. Zelfs bij maanlicht was dit, ook gezien de kruishoogte van 24.500 ft (7.500 m) niet mogelijk.

Ik denk dat Cees de Vos zich vergist met de Amerikaanse toestellen (B-17, B-24, etc.), die daglicht operaties uitvoerden en de laatste jaren van de oorlog geheel onbeschilderd (blank aluminium) over ons land vlogen.

Reactie 5:

Cees de Vos, 12-10-09: Ik heb gezien wat ik gezien heb. 

Met mijn vader heb in het donker hoog in de lucht - mogelijk bij maanlicht...! - bommenwerpers in golven over zien vliegen in de richting van Duitland. Welk type vliegtuig het was weet ik niet. Ik zou bij wijze van spreken de vierkante meter nog weten aan te wijzen waar ik met mijn vader stond. En dat na 65 jaar.

Overdag heb ik ze ook zien overkomen.

Reactie 6:

Arjen W. Kuiken, 03-02-10: In januari j.l. ontving ik het droeve bericht dat Robertson Edwin Henry (Bob) HOOD-MORRIS, bommenrichter van de Lancaster W5001, op 16 november 2009 op 95 jarige leeftijd is overleden. Jarenlang verdrong hij zijn traumatische ervaringen uit de oorlogsperiode. Hij wilde er niet over praten. In het begin van mijn onderzoek communiseerde hij moeizaam en altijd via zijn vrouw. Maar in de loop van tijd werd zijn interesse groter en uiteindelijk vertelde hij vrijuit over zijn belevenissen. Hij ruste in vrede.

Reactie 7:

M. Op de Kamp, 16-06-11: Geachte heer Kuiken, naar aanleiding van het verhaal over de Lancaster vliegtuigcrash boven Neerbosch heb ik vragen. Is het u bekend dat er een foto bestaat waarop een platte wagen met paard daarop zes lijkkisten daarin de omgekomen bemanning uit de Lancaster? Deze foto (heimelijk gekiekt in 't centrum) is geplaatst in een krant of tijdschrift, meen na de oorlog, met als onderschrift dat het bedoeld was als propaganda. Naar deze foto ben ik opzoek en wil hem bij de documentatie over crash voegen. Ik heb op de Oude Graafseweg gewoond tijdens dit voorval juist onder de route die het vliegtuig aflegde naar Neerbosch dicht bij mijn lagere school.
In afwachting van Uw bericht groet ik vriendelijk,
M. Op de Kamp

Reactie 8:

Arjen W. Kuiken, 06-07-2011: Heer Op de Kamp. Dank voor uw reactie. Ik hoorde, tijdens mijn vele interviewen in Hees/Neerbosch, van één getuige dat de lijken inderdaad per paard en wagen werden verzameld en vervoerd. Omdat ik verder hierover niets te weten kwam heb ik het niet opgenomen in de tekst van het artikel op Noviomagus. Enige feiten:

  • De afhandeling van de crash werd ter plaatse uitgevoerd door mensen van de LBD en de Politie. Dus ook het verzamelen van de lijken.
  • De Duitsers hebben in eerste instantie alleen de bewaking en afzetting van de omgeving voor hun rekening genomen.
  • Later hebben Luftwaffe mensen de wrakdelen doorzocht en afgevoerd naar een Sammelstelle. Hiervan waren er meerdere in Nederland.
  • De Duitse militaire autoriteiten zorgden voor de identificatie, registratie, opgave aan het Rode Kruis en verder de verzorging van vervoer en begrafenis. Hier kwamen geen Nederlanders aan te pas.
  • Het verzamelkerkhof voor oost Brabant en zuid Gelderland lag in Uden.
Nu schijnt er volgens u een foto te bestaan die genomen is tijdens het vervoer van de dode bemanningsleden. Is dit juist? Waarom is de foto NA de oorlog geplaatst? Is het niet logischer dat deze tijdens de oorlog in een krant/tijdschrift zou staan.
Of het vervoer van de lijken dus propaganda was, valt te betwijfelen. De LBD/Politie moest de lijken ter identificatie ergens afleveren. Misschien op de Ortskommandantur in de Molenstraat. Daar is de overlevende bommenrichter Bob Hood-Morris ook naar toe gebracht.

Als u de foto kunt vinden en het duidelijk is dat het hier inderdaad om de zes dode RAF mensen van de Lancaster W5001 gaat, zou dit een mooie aanvulling van het verhaal zijn.
Ik wens u veel succes bij uw zoektocht.
Arjen W. Kuiken

Reactiepagina
Reactie 9:

Ed Melis, 28-02-2014: Beste Arjan W.Kuiken,
Komplimenten met een grote 'K' voor uw research !!! Ik doe dat vooral ook uit hoofde van mijn onderzoeksactiviteiten in het kader van de tijdens WW2 in de luchtstrijd boven ons land gesneuvelde piloten en bemanningsleden. ( Comite Last Post Nederland 1940 - 1945 )
Helaas gelukte het mij niet te komen tot een adoptie van de graven ( piloten - crew ) op Jonkerbosch.
Uw research is ten volle een documentatie waard.
Met vriendelijke groet, Ed Melis
Reactie 10:

Steve Dyke, 18-05-2014: Good morning!
My apologies for not speaking or writing dutch. I'm interested in the comments (Reactie 2) made regarding Maria Satink ('Satting') and Nolda Dodemont, as I'm researching the life of my great uncle George Robert Munton, who I understand died in a crash opposite the Petruskerk Hees which demolished two houses there, 148 and 150 Dorpstraat. His plane however was a Mitchell II rather than a Spitfire, and the date was the 25th September 1944. I would love to correspond with anyone who has information regarding this event.
Best wishes and
Dank u wel! Steve Dyke.
Reactie 11:

Redactie, 25-04-2016: Aansluitend bij de vorige reactie: Henny Fransen's Door oorlogsgeweld om het leven gekomen gaat over de op 25 september 1944 neergestorte Mitchell.
En Martinus de Gooyert was bij de L.B.D.-ploeg die ingeschakeld werd bij de crash van de Lancaster op 26 mei 1943. Hij schrijft erover in zijn Belevenissen.
Reactie 12:

Wilma van de Pol, 31-12-2016: Beste Arjan, de huizen tegenover de Petruskerk waren in het bezit van de familie van de Pol. Banketbakker van de Pol bewoonde het grote huis met winkel, rechts naast de winkel van de familie Las. De woning van de Familie Las lag twee meter meer naar achter. De woningen waarop het vliegtuig is terechtgekomen, waren ook in het bezit van de Familie van de Pol.
Daar woonden op dat moment vrienden van de Familie, waarvan een aantal zijn omgekomen. Daarnaast was het "Gengske" en daarnaast het klooster. De Familie Las woonde dus twee huizen van dit Gangetje. Na de oorlog zijn op de plaats van het verwoeste dubbele pand door de familie Comoen en de Familie van de Pol nieuwe huizen gebouwd.
Vriendelijke groet.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: