| © copyright Arjen W.
Kuiken, Digitale bewerking; Henk
Kersten/Stichting Noviomagus.nl
DE BRAKKENSTEIN CRASH
NIJMEGEN, 6 oktober 1944 Arjen W. Kuiken
|
|
Alle rechten voorbehouden
|
|
Inhoud |
|
De laatste vlucht, een reconstructie De crashplaats, vandaag de dag Voorstel tot verlening van een onderscheiding? Willingly and Knowingly, door de bril van nu
|
|
Op 6 oktober 1944 gingen boven ons land 24 vliegtuigen verloren. Hiervan waren er 10 van de Duitse Luftwaffe, 4 van de Amerikaanse USAAF en 10 van de Britse RAF. Eén van deze laatste tien stortte neer op het grondgebied van Nijmegen. Het was een Hawker Typhoon IB jachtvliegtuig van het 175 Squadron RAF, met als piloot de 20 jarige Nieuw-Zeelander Warrant Officer Ivan William Cain. Hij kwam hierbij om het leven. Na intensief onderzoek is gebleken dat de crashplaats zich bevond in de wijk Brakkenstein en wel op een trapveldje voor de jeugd, dat gelegen was tussen de Heyendaalseweg en de huidige Pastoor van Bommelstraat. Wie was deze Ivan William Cain? Hoe verliep zijn jonge leven en hoe kwam het tot de fatale crash? Waarom werd zijn persoon, na zijn dood, onderwerp van persartikelen en onderzoeken?
|
| Ivan William Cain werd geboren op 24 november 1923 in Auckland City (NZ) als de zoon van William Cain en Isabella Florence Cain-Holloway. Het gezin bestond uit vier personen, vader, moeder, Ivan en zijn jongere zusje Norma.
Hij doorliep er de Kowhai lagere school, de Auckland Grammar School en ging op 13 jarige leeftijd naar het Seddon Memorial Technical College, een school die voorzag in Middelbaar Technisch Onderwijs.
|
| Het was oorlog. Nieuw-Zeeland, lid van de Commonwealth (het Gemenebest), voelde zich verbonden met het moederland Engeland en wilde deze te hulp komen.
Ook Cain voelde het zo. Begin 1941 beëindigde hij zijn technische studie en in afwachting van zijn grootste wens, piloot worden bij de RNZAF (Nieuw-Zeelandse Luchtmacht), nam hij een baan aan als bezorger van de viswinkel “Renown” in Auckland. Op 26 februari 1941 diende hij zijn eerste aanvraag in, maar werd niet geaccepteerd omdat hij nog te jong was. Bij zijn tweede poging lukte het wel.
Cain (uiterst links) met klasgenoten van No. 2 Service Flying Training School RNZAF, Woodbourne NZ.
|
| Op 16 januari 1943 vertrok Cain per schip
naar Engeland en werd ingedeeld bij de RAF (Britse Luchtmacht). Bij
aankomst werd hij geplaatst bij de No. 7 Advanced Flying Unit in
Peterborough, Northamptonshire. Op 19 juni 1943 werd Cain bevorderd tot Flight Sergeant. Toen zijn training daar beëindigd was vervolgde hij zijn opleiding bij de No. 59 Operational Training Unit in Milfield, Northumberland. Hier oefende hij op de Miles Master en de Hawker Hurricane. Op 19 juni 1944 werd Cain bevorderd tot Warrant Officer en na nogmaals diverse overplaatsingen en trainingstages kwam hij uiteindelijk terecht in Honiley, Warwickshire, waar hij werd omgeschoold op de Hawker Typhoon.
|
| Op 24 juli werd W.O. Cain overgeplaatst
naar een operationele groep, de Support Unit van No. 83 Group te Bognor
Regis, Sussex. Deze groep, behorend tot de 2nd TAF (2e Tactical Air
Force), was met meerdere squadrons actief aan het front in Frankrijk.
|
| Op 28 juli 1944 werd W.O. Cain ingedeeld
bij het 175 Squadron van de 121e Wing. Deze was op dat tijdstip
gestationeerd op één van de provisorisch aangelegde vliegvelden of
A.L.G.’s (Advanced Landing Ground) in Frankrijk. Dit vliegveld, genaamd Le Fresne-Camille, had als code B-5 en was gelegen tussen Caen en Bayeux, vlak achter de invasiestranden van Normandië.
|
| Dit squadron werd op 3 maart 1942
opgericht en vloog met Hawker Hurricanes. Haar taak was het uitvoeren
van kustpatrouilles en het aanvallen van vijandelijke schepen. In juni
1943 werd overgeschakeld op de Hawker Typhoon. De bewapening van dit
toestel, bestond uit vier 20mm Hispano Mk.V kanonnen in de vleugels. De
bewapening kon worden uitgebreid met 8 raketten of twee bommen van 500lb
onder de vleugels. De squadron code was ”HH”. Op 12 juni 1943 werd
het squadron toegevoegd aan de nieuw gevormde 2nd TAF. In februari 1944
werd begonnen met de opleiding in het gebruik van de raketten. Deze
zogenaamde R.P.’s (Rocket Projectiles) waren gemonteerd onder de
vleugels, aan beide zijden vier stuks en werden afgevuurd vanaf geleide
rails. Vanaf april voerde het squadron al zijn aanvallen uit met deze
R.P.’s (*).
Na de Operatie Overlord, de landing van juni 1944, verhuisde het squadron naar Frankrijk. Hier ondersteunde zij, vliegend vanaf de A.L.G.’s, de geallieerde opmars door Europa. Zij bleef haar taak, gewapende verkenningsoperaties tegen schepen, spoorweg- en gepantserde doelen, geschutsopstellingen en troepenconcentraties voor de rest van de oorlog uitvoeren. Op 29 september 1945 werd het squadron in Duitsland ontbonden. (*) R.P.-3 = Kaliber 76mm Lucht-Grond raket met een explosieve lading van 27 kg.
Piloten van het 175
Squadron op Le Fresne-Camille.
Een Typhoon IB wordt geladen met R.P.’s
|
| Het squadron volgde de opmars van de
geallieerde grondtroepen door Europa. Op 28 augustus verhuisde men naar
St André-de-l’Eure (B-24). Vijf dagen later, op 2 september, streek men neer op Beauvais-Tillé (B-42) en weer twee dagen later op Vitry-en-Artois (B-50). Op 17 september, de eerste dag van operatie Market Garden, kwam men aan op Antwerpen-Deurne (B-70). De Corridor tussen Eindhoven en Nijmegen werd flink verbreed en op 30 september werd W.O. Cain en zijn squadron op Volkel (B-80) gestationeerd. Tom Hall (1921-2008), een
collega-piloot van 175 Squadron, schrijft in zijn boek: Ivan Cain, een Nieuw-Zeelander met
krullend haar, was zeer geliefd bij zijn kameraden. Toen hij bij het
squadron kwam kreeg hij bijna automatisch de bijnaam “Killer”. Dit
was omdat zijn naamgenoot,"Killer” Kain, een bekende succesvolle
Nieuw-Zeelandse piloot uit de dagen van de “Battle of Britain” was
(*). Ivan Cain had een stopwoord. Elk commentaar of onderwerp werd
voorafgegaan door:"This is good for a laugh" (hier kunnen we
om lachen). Het trieste hieraan is dat dit ook zijn laatste woorden
waren voordat hij dodelijk verongelukte . . . . . (*) Hier maakt Tom Hall twee fouten. De betreffende piloot had als bijnaam “Cobber” Kain en zijn overwinningen zijn niet behaald tijdens de “Battle of Britain”, maar tijdens de z.g. “Phoney War”. Deze duurde van september 1939 t/m april 1940.
|
Op
zaterdag 30 september arriveerden de 4 squadrons van de 121e Wing vanaf
vliegveld Antwerpen-Deurne op het provisorisch herstelde Volkel. De
vernielingen van de Duitsers en de zware geallieerde bombardementen, die
vooraf gingen aan de operatie Market Garden, hadden het veld zwaar
beschadigd.Maar nu was één bakstenen strip weer beschikbaar. De onderkomens van vliegtuigen, piloten en grondpersoneel waren echter allerbelabberdst. Vliegtuigen in de open lucht en de mannen in tenten, vrachtwagens of zelfgebouwde onderkomens. De Wing, onder operationeel commando van Wing Commander (W/Cdr) Pitt-Brown, bestond uit de squadrons 174, 175, 184 en 245. Het 175 Squadron had als commandant de Squadron Leader (S/Ldr) Michael Ingle-Finch, een Battle of Britain veteraan. Alle squadrons vlogen met de jachtbommenwerper Hawker Typhoon. Direct na aankomst op Volkel werden de squadrons operationeel ingezet. S/Ldr Ingle-Finch
Cain in de cockpit van
zijn Typhoon
I.W. Cain en N.J. Scott liggend op de vleugel van een Typhoon.
|
| Het squadron was nu bijna een week actief
vanaf Volkel. W.O. Cain had in deze week al vijf sorties (gewapende
patrouilles) gevlogen. Twee op maandag 2 oktober en woensdag 4 oktober,
en één op donderdag 5 oktober. Nu was het vrijdag 6 oktober geworden.
Ook nu stond W.O. Cain weer op de lijst. Hij was ingedeeld bij de tweede
sortie van die dag. Hieronder volgt de officiële tekst (vertaald) uit het Operations Record Book (ORB) van het squadron. OPERATIONS RECORD BOOK —175 Squadron—6 oktober 1944. De eerste sortie werd geleid door F/Lt. Smith en steeg op om 08.35 uur voor een gewapende verkenningsvlucht van GOCH tot ZUTPHEN. Piloten waren F/O Ansley, F/O Thirlwell, P/O Hall, W.O. Webb en Lt. Capstick-Dale. Een pont bij EMMERICH en treinen bij ZUTPHEN werden aangevallen met weinig succes. F/Lt. Kelsick zou om 11.35 uur de
tweede sortie leiden, maar zijn motor sloeg af vlak voor het opstijgen.
F/O Ambrose nam de leiding over. Overige piloten waren W.O. Cain, F/Lt.
Baden, F/Sg. East, W.O. Grift en Capt. Hopkins. De laatste sortie van de dag werd geleid door F/Lt. Kelsick met F/O Haddow, F/Lt. Frost, W.O. Speedy, P/O Geddes and F/O Thirlwell. Het was een gewapende verkenningsvlucht boven het gebied GOCH-GELDERN-VIERZEN. Er werd niets waargenomen en de raketten werden in een bos vlak bij het REICHSWALD afgeschoten.
R.P. aanval
|
| In dit hoofdstuk worden de getuigenissen
weergegeven van personen die een deel of het gehele drama hebben
meegemaakt. Ieder heeft zo zijn of haar eigen herinneringen aan het
gebeurde. Aan hun verhalen is niets toegevoegd, weggelaten of verbeterd.
De eerste vier zijn van personen die niet meer in leven zijn.
Tom Hall (1921-2008) Op 6 oktober namen we deel aan een aanval op vaartuigen in de Rijn bij Emmerich. Het was een goede aanval, maar er was veel lichte Flak en W.O. Cain werd geraakt. Hij trok zijn toestel op om wat hoogte te winnen, maar begon daarna toch vrij snel hoogte te verliezen. Hij wierp zijn cockpitkap af en het leek alsof hij van plan was om een “wheels-up” noodlanding te maken op een open plaats in het terrein. Hij was nu al erg laag en riep ons op via de boordradio. Hij zei: "This is good for a laugh, boys" en sprong uit zijn toestel. Veel te laag . . . . en kwam om het leven. Pater Hermanus Van Driel (1877-1954) . . . . . Veel vliegers in de lucht. Tegen 12 uur vielen er 2
splinterbommen . . . . . Kroniek van het Neboklooster Omstreeks 12 uur ontploft een scherfbom tussen de Biesseltsebaan en het huis van den Heer ten Horn. ’t Is niet onwaarschijnlijk, dat de bom afkomstig was van een geallieerd vliegtuig, dat we terzelfder tijd brandend over ons huis zagen komen en dat in ’t open veld, links van ’t klooster der paters van Brakkenstein, is neergestort. Pater Jan Beurskens (1904-1973) Een Engels vliegtuig is neergestort op het veld langs de Scheidingsweg. Pater Overste (*) heeft de piloot nog “de absolutie” gegeven. Hij bleek later een “Presbyteriaan”. (*) Pater Arthur Schelstraete (1891-1969), Algemeen Overste van het Rectoraat Brakkenstein en na 1947 de eerste Pastoor van de Parochie. Anno 2010, 66 jaar na de crash, resten ons nog weinigen die het daadwerkelijk hebben meegemaakt of ervan hebben gehoord. Hieronder volgen de getuigenissen van een vijftal. Derek du Maurier (1923- ) Du Maurier was een paar dagen na de crash van W.O. Cain met verlof in Brussel. Daar ontmoette hij Desmond Tighe, een bekende oorlogscorrespondent van het Britse persbureau Reuters. Deze, naarstig op zoek naar “spectaculair nieuws” voor het thuisfront, noteerde het verhaal van du Maurier over de Typhoon crash bij Nijmegen en schreef er een pakkend artikel over. Dit verscheen korte tijd later in diverse Britse dagbladen onder de kop: “Willingly and Knowingly”. Het artikel was geschreven, zoals gewoonlijk, zonder de naam van de piloot te vermelden en was zonder bronvermelding geplaatst. We stonden in Nijmegen toen we een Typhoon van een raid boven Duits gebied zagen terugkeren. Het toestel verloor snel hoogte, doordat het zwaar beschadigd was door luchtdoelgeschut. De piloot cirkelde even boven de bossen, zoekend naar een geschikte plaats om zijn raketbommen weg te werpen. De bommen explodeerden tussen de bomen. Het toestel was toen boven de stad en de piloot had er nog gemakkelijk uit kunnen springen. Doch ook toen de motor in brand raakte, sprong hij niet. Hij dirigeerde zijn toestel met de grootste moeite naar een open ruimte, weg van de mensenmenigte, die in de straten gefascineerd naar dit drama staarde. Toen drukte de piloot zijn kist doelbewust omlaag. Het was te laat voor de reddende sprong. Toen we het toestel bereikten, zagen we dat de piloot er uit geslingerd was, - maar hij was dood. Deze prachtige jonge kerel aarzelde niet zijn leven te offeren om dat van vele Nederlanders te redden. Het artikel werd ook bekend in Nieuw-Zeeland. Pas na de oorlog begonnen de militaire autoriteiten daar, zich af te vragen wie deze heroïsche jongeman wel was geweest en wie de bron van het verhaal was. Navraag bij Reuters leverde het antwoord. In het voorjaar van 1946 ontving du Maurier, op dat moment gelegerd in Palestina, een brief van de Air Commodore RNZAF, waarin deze verzocht het ongeval van W.O. Cain nogmaals te beschrijven. Op 9 april 1946 voldeed du Maurier aan dit verzoek. De Typhoon in kwestie keerde terug uit de richting van Duitsland met een brandende motor. Het passeerde de bossen ten zuiden van Nijmegen en vuurde zijn raketten af in de bomen, ongeveer een halve mijl van waar ik stond. Ik volgde de vlucht van het toestel dat nu behoorlijk rookte en zag het verdwijnen achter een paar huizen, ongeveer een mijl van mij vandaan aan de andere kant. Ik commandeerde een jeep en racete naar de plaats waar het neergekomen was om, indien nodig, eerste hulp te verlenen. Toen ik een paar minuten later aankwam, zag ik een bijna helemaal uiteengeslagen Typhoon, waarvan de delen in snel tempo verbrandden. Het scheen dat de piloot op het laatste moment heeft geprobeerd uit het toestel te springen, want zijn lichaam lag ongeveer 30 yards van het wrak verwijderd. Hij was op slag dood, hoogstwaarschijnlijk door de kracht waarmee hij de grond raakte. Er waren, zover ik dat kon bekijken, geen tekenen van schotwonden of verbrandingen. Zijn parachute was nog ongeopend. Het vliegtuig was neergekomen op een relatief klein stuk terrein, bijna geheel omringt door huizen in een, naar het scheen dicht bevolkt gebied, omdat er al honderden Nederlandse burgers verzameld waren op het moment dat ik er aankwam. Volgens mij had de piloot voldoende tijd om uit het toestel te springen, maar bleef hij bewust aan de stuurknuppel tot hij een open stuk vond om te landen. Wat betreft de exacte locatie van de crash kan ik alleen zeggen, dat het ongeveer 3 mijl van het centrum van Nijmegen verwijderd was, met dicht in de buurt een spoorweg overgang. Deze getuigenis van het ongeval stelde de RNZAF in staat om de ouders van Cain mee te delen hoe hun zoon was verongelukt. Dit gebeurde middels een persoonlijke brief van de Air Commodore, gedateerd 17 juni 1946. Vanaf 2006 t/m voorjaar 2010 is er meerdere malen contact geweest met Derek du Maurier. Hierin voegde hij soms nieuwe items toe en corrigeerde andere items uit zijn verhaal. Hieronder volgen de belangrijkste aanpassingen. o We zagen het vliegtuig op ongeveer een mile (1600m) afstand aankomen. Gerard Peters. (1930- ) Het was rond het middaguur. Er werd druk gevlogen en er klonken geregeld artillerieschoten in de verte. Op een gegeven ogenblik keken we richting oosten en zagen laag, ongeveer op 80 tot 100m hoogte en een 100m ten zuiden van de Sionsweg/Scheidingsweg een vliegtuig aankomen. We wilden al gaan rennen, omdat het vliegtuig onze richting uit kwam. Maar we aarzelden. Er was iets vreemds. Er was geen motorgeluid te horen en, ik herinner me het nog goed, de propeller stond stil. Het vliegtuig had zijn wielen niet uit en kwam “langzaam” in onze richting. Het was de spoorlijn Nijmegen – Venlo al gepasseerd toen het plotseling scherp linksaf zwenkte en schuin naar beneden dook. Daarna verdween het achter de bomen. We hoorden geen klap, geen explosie en zagen geen rook of vuur. We hebben er toen verder geen aandacht aan besteed. Pas de volgende dag ben ik bij het wrak gaan kijken. Chris van de Sande. (1937- ) Rond de middag was er eerst een brommend geluid en kort daarop een
enorme klap. Op ongeveer 50 meter voor ons huis, op het daar gelegen
trapveldje, was een vliegtuig neergestort. Het lag met de neus, iets
schuin, richting de kloostertuin. Voor zover ik me herinner was de neus
schuin naar beneden en de achterkant licht naar boven gericht. Het moet
echt bijna “vertikaal” naar beneden gekomen zijn, want er was geen
spoor wat kon duiden op een noodlanding. Het toestel had een grote kuil
in de grond geslagen. Ik weet zeker dat er gaten in de romp zaten,
vermoedelijk ten gevolge van een luchtgevecht. Het vliegtuig was bij het
neerkomen niet door midden gebroken, wel lagen er rondom een aantal
brokstukken. Het vliegtuig brandde niet. Agnes Arts. (1926- ) Het was op een dag in oktober 1944, rond het middaguur. Het weer was
goed. Zonnig met hier en daar een wolk. Wij zagen laag vliegend, uit de
richting van de Nebo, een vliegtuig aankomen (wij konden in die tijd
heel ver kijken in die richting. Het vloog, vanuit mijn positie gezien,
ten noorden van de Scheidingsweg. Paul Koopman. (1929-) Ik stond voor het huis van Arts aan de Heyendaalseweg toen ik duidelijk
het motorgeluid van een vliegtuig hoorde. Ik keek in de richting waar
het lawaai vandaan kwam en zag boven het Heumensoord, ongeveer 100 meter
ten zuiden van de Scheidingsweg, een vliegtuig. Het vloog in westelijke
richting op ongeveer 100 meter hoogte en had een zwart rookspoor achter
de staart hangen. Ter hoogte van het Waterleidingbos vloog het over de
Scheidingsweg heen richting St. Annastraat. Vervolgens maakte het
vliegtuig een vrij ruime bocht rechtsom van 180 graden en kwam zodoende
weer over de velden terugvliegen richting Heyendaalseweg. Het vloog
steeds lager, op dat moment denk ik zo’n 50 meter. Het toestel vloog
vervolgens over de daar gelegen opslagplaats van het Engelse leger. Dit
was een opslagplaats van “brandbare stoffen” in tanks en
tonnen/vaten. Alles vrij in de openlucht. Het was beschermd tegen
luchtaanvallen door luchtdoelgeschut. Direct na het passeren van het
opslagterrein dook het vliegtuig plotseling naar beneden en stortte neer
vlak bij de Heyendaalseweg op het daar gelegen trapveldje. Recht
tegenover de 5 huizenblokken. Geruchten van andere bronnen
|
|
W.O. Cain vuurde zijn laatste twee R.P.’s af in westelijke richting,
ongeveer ter hoogte van de Nijmeegsebaan. In de spanning van het moment
dacht hij ongetwijfeld een goede keuze te hebben gemaakt, maar kon niet
vermoeden dat in het uitgestrekte bosachtige gebied dat hij voor zich
zag, toch enige woonhuizen verscholen lagen. Met alle gevolgen van dien.
Pater Van Driel, verblijvende in het landhuis van de heer Braam aan de
Biesseltsebaan, schreef in zijn dagboek:
Vrijdag 6 October weder een angstige dag. Tegen 12 uur vielen er twee
splinterbommen, één achter het huis van Mevr. v.d. Velden zonder
schade aan te richten en de andere op de Biesseltsche baan op enkele
meters van onzen tuin. Bij Vis, Daalderop en Hardenbroek waren veel
pannen van het dak.
De bommen waren waarschijnlijk afkomstig van een Americaansch vliegtuig, dat we terzelfder tijd brandend over ons huis zagen komen en dat in het open veld, links van het klooster der paters van Brakkenstein, is neergestort. Op dinsdag 10 oktober schreef Pater van Driel in zijn dagboek:
Heilige Mis op het Heiligland onderbroken.
|
|
Op zaterdag 30 september arriveerden de 4 squadrons van de 121e Wing
vanaf vliegveld Deurne bij Antwerpen op het provisorisch herstelde
Volkel. Direct na aankomst werden de squadrons operationeel ingezet. Zo
ook het 175 Squadron. W.O. Cain vloog op dezelfde dag nog een veertig minuten durende sortie op de bruggen bij Arnhem. Op maandag 2 en woensdag 4 oktober vloog hij twee korte sorties per dag en op donderdag 5 oktober een iets langere, dit keer gericht tegen Duitse troepen- en tankconcentraties bij Haalderen in de Betuwe. Op vrijdag 6 oktober stond Cain ingedeeld bij de tweede sortie van die dag, starttijd 11:35 uur. De commanderende officier van deze B Flight was F/Lt. Kelsick. Vlak voor het opstijgen sloeg echter de motor van zijn Typhoon af en F/O Ambrose nam, met enige vertraging, de leiding over. De overige piloten van de Flight waren W.O. Cain, F/Lt. Baden, F/Sgt. East, W.O. Grift en Capt. Hopkins. De opdracht was, zoals altijd, het uitvoeren van een gewapende verkenningsvlucht. Dit keer boven het gebied Arnhem–Cleve–Goch–Geldern. W.O. Cain vloog in de Typhoon IB MN367 met squadroncode HH-S, hetzelfde vliegtuig waarin hij de vorige dag ook gevlogen had. Men vloog, zoals altijd, in groepen van twee. Na het verzamelen en hoogte winnen vloog de Flight richting Arnhem om daar hun “kruistocht” tegen de vijand te beginnen. Men volgde de Rijn stroomopwaarts. De eerste 20 à 30 km vertoonden zich geen doelen. Pas ter hoogte van Emmerich (D) zag men iets interessants: meerdere grote en kleine schepen (aken) op de Rijn. Na kort radio-overleg met F/O Ambrose werd de aanval ingezet. Om de beurt dook men op de doelen af en bestookten deze met hun R.P.’s en 20mm kanonnen.
Flighttrack (1)
Cain kwam, tijdens het optrekken uit zijn duikvlucht, ongelukkigerwijs
te dicht bij het centrum van de stad en hiermee binnen het bereik van de
daar opgestelde lichte Flak. Zijn Typhoon werd in het koelsysteem van de
motor geraakt.
Flighttrack (2)
Het wrak en rondom liggende losse delen, vatten onmiddellijk vlam.
Britse militairen die in de directe omgeving gelegerd waren en waarvan
sommigen de crash hadden gezien, waren direct ter plaatse, maar konden
weinig uitrichten. De militaire brandweer, gelegerd achter de school aan
de Pater Eijmardweg, bluste de brand. Het lichaam van Cain werd onderzocht en geïdentificeerd. De paters van het Klooster van het Heilig Sacrament (S.S.S.), dat onmiddellijk naast de crashplaats lag, gaven de piloot de absolutie. Het lichaam werd uiteindelijk overgebracht naar het Britse militaire hospitaal dat tijdelijk in het klooster Mariënbosch aan de Sophiaweg was gevestigd. De crashplaats en het terrein er omheen werd afgezet en een wacht geplaatst. De collega-vliegers van Cain waren inmiddels doorgevlogen. Om 12:20 uur landde de B Flight weer veilig op Volkel. De sortie had 45 minuten geduurd.
|
|
Het vliegtuig kwam neer op het trapveldje voor de jeugd. Dit trapveldje
lag recht tegenover de vijf blokken van twee-onder-één-kap woningen
aan de Heyendaalseweg. De huisnummering liep van 245 t/m 263 en is nu (2010) nog gelijk als in 1944. Het vliegtuig lag met de neus in de richting van de Scheidingsweg en ongeveer 25/30 meter vanaf de kant van de straat, recht tegenover het blok 253/255. Het lichaam van W.O. Cain lag ongeveer 30 meter vóór het wrak, aan de rand van het trapveldje, ongeveer 3 meter van de straat en recht tegenover het huis Heyendaalseweg 259.
|
W.O. Cain werd begraven op de tijdelijke begraafplaats gelegen aan de
Sophiaweg, recht tegenover de ingang naar het klooster Mariënbosch.
Dit kerkhof behoorde tot het 3rd C.C.S. (Casualty Clearing Station), een Brits militair hospitaal dat in het klooster was gevestigd. De officiële grafaanduiding was: No. 3 C.C.S. Burial Ground No. 9 Row D (*). In het 3rd C.C.S. werden zwaargewonden opgenomen en verpleegd. Uiteraard werden hier ook de noodzakelijke operaties uitgevoerd. Ondanks deze medische hulp stierven er velen aan de opgelopen verwondingen. In totaal zijn 243 gesneuvelden op deze tijdelijke begraafplaats begraven. (*) Het kruisje boven zijn naam geeft aan dat hij katholiek was, maar hij was een Presbyteriaan.
Het graf van Cain ligt in de voorste rij, 3e van links.
Herdenking op 10 mei 1945. Op de achtergrond de Nijmeegsebaan.
|
|
Sinds de invasie in Normandië had het 175 Squadron al menig piloot
verloren. Steeds was het weer een schok, maar de afhandeling van het
gebeuren was toch min of meer een routine zaak geworden. Zo ook in het
geval van W.O. Cain.
Diverse RAF instanties werden geïnformeerd. Het voorval werd vermeld in het Operations Record Book van het squadron en het Logboek van W.O. Cain werd afgesloten. De familie werd op de hoogte gebracht met een “missing in action” telegram, gevolgd door een “killed in action” telegram en een persoonlijke brief van S/Ldr. Ingle-Finch. De persoonlijke bezittingen van Cain werden verzameld en doorgestuurd naar de centrale opslag van de RAF in Colnbrook bij Londen. Maar bovenal, zijn collega piloten moesten het gebeuren zien te verwerken . . . . . Tommy Hall vertelt: Hij was gecrasht aan onze kant van het front. Enige dagen later ontvingen we de vraag of iemand van het squadron zijn wapen en andere zaken kon komen ophalen bij de Britse soldaten die in dat gebied gelegerd waren. Bill Speedy werd erop uit gestuurd en hij kwam terug met de eigendommen van Cain. Bill vertelde ons dat het Leger hem begraven had op een tijdelijke begraafplaats en dat er een duidelijk kruis op zijn graf stond. Bill had zelfs een foto van het graf gemaakt. Hij liet ons ook de .38 revolver van Cain zien. De loop was helemaal dubbel gebogen door de kracht van de impact. Voor een tijdje misten we “Killer”. In het squadron waren we allen goede kameraden, maar hadden toch nooit erg nauwe persoonlijke gevoelens voor elkaar. Ik denk dat dit een logisch gevolg was van de aard van het werk dat we deden en de meesten dachten: “Gelukkig ben ik het niet".
|


|
Logboek (blad 1/2) — sept/okt 1944 (kopie) W.O. Cain maakte in totaal 39 operationele vluchten boven vijandelijk gebied, met een totale vliegduur van 39 uur en 15 minuten. Alle sorties bestonden uit R.P. Attacks (raketaanvallen) op vijandelijke tanks, motorvoertuigen, artillerie- en troepen concentraties.
|
|
Enige tijd na de crash ontvingen William en Isabella Cain een telegram
van het Britse Air Ministry. Dit voorspelde in die dagen niet veel
goeds. Het was een standaard telegram waarin de “missing in action”
van hun zoon werd aangekondigd.
Enige dagen daarna kwam weer een telegram. Dit keer werd medegedeeld dat
hun zoon was omgekomen. Daarop volgde een officieel schrijven van het
Air Ministry en als laatste schreef squadron commandant S/Ldr
Ingle-Finch op 15 oktober 1944 een brief aan de moeder van Cain.
W.O. Cain kreeg na de oorlog (postuum) een certificaat en vijf Britse en Nieuw-Zeelandse eretekens uitgereikt.
In juni 1946, ruim 1,5 jaar na de crash, ontvingen de ouders van Cain
een persoonlijk schrijven van de Air Commodore RNZAF. Deze was, na een
gedegen onderzoek, eindelijk in staat om de ouders van Cain mee te delen
hoe hun zoon was verongelukt. Ter nagedachtenis aan hun enige zoon lieten William en Isabella Cain een portret schilderen. Dit hing altijd op een prominente plaats in hun huis. Hoe zij in al die jaren het verlies verwerkt hebben is niet bekend. William Cain overleed in 1963, 65 jaar oud en zijn vrouw Isabella Cain-Holloway in 1980, 83 jaar oud. De zuster van Ivan William Cain, Norma, huwde met Frederick Rock. Het echtpaar kreeg vijf kinderen, drie dochters en twee zonen. De oudste zoon is naar zijn oom Ivan vernoemd. Norma en haar man zijn eveneens overleden. Op latere leeftijd had Ivan’s moeder het nog vaak over haar zoon en klaagde dan over het feit dat ze nooit zijn horloge had teruggekregen, dat haar vele jaren eerder door de RAF instanties was beloofd.
|
|
In 1946 werd het kerkhof aan de Sophiaweg geruimd. De stoffelijke resten
van de gesneuvelden werden naar het nieuw aangelegde kerkhof Jonkerbos
overgebracht.
De gedenkzuil, die in 1945 door het 3rd C.C.S. op de tijdelijke begraafplaats aan de Sophiaweg was geplaatst, verhuisde mee en kreeg een prominente plaats op het kerkhof. De houten kruizen werden vervangen door kruizen van metaal en voorzien van een duidelijk uniform opschrift (*). Hier werd ook de inscriptie “Jonkerbosch” aan het opschrift op de zuil toegevoegd. (*) Op het metalen kruis van Cain stond een verkeerde “Killed in Action” datum.
Aanvankelijk was de zuil het centrale monument op de begraafplaats aan de Mollenhutscheweg (thans Burgemeester Daleslaan). Dit veranderde toen rond 1954 begonnen werd met de bouw van de huidige inrichting. De zuil werd letterlijk “aan de kant gezet”. In 1952 is men begonnen met het plaatsen van de standaard grafstenen. Dit proces liep door tot in het begin van de jaren zestig.
W.O. Ivan William Cain vond hier zijn definitieve rustplaats. De officiële grafaanduiding is: Jonkerbos War Cemetery - Nijmegen, graf 17-C-3. Noch zijn ouders, noch zijn zuster of overige familie zijn ooit bij zijn graf geweest. Hij was 20 jaar oud toen hij stierf.
|
|
Hoe ziet de crashplaats er tegenwoordig uit? Veel is veranderd. Kerk en
klooster zijn afgebroken, maar de vijf huizenblokken langs de
Heyendaalseweg staan er nog steeds. De weg is veranderd van een
klinkerweg met zandstroken langs beide zijden, in een geasfalteerde
straat met keurige trottoirs. Langs de weg zijn na de oorlog bomen
geplant; inmiddels uitgegroeid tot forse exemplaren. Het bouwland ten
westen van de Heyendaalseweg is rond 1959 volgebouwd als deel van de
z.g. Kanunnikenbuurt. Het terrein tussen de Heyendaalseweg en Pastoor van Bommelstraat bleef jaren lang vrij van bebouwing. Pas in 1985 zijn hier woningen verrezen. De huidige bewoners van het stuk Heyendaalseweg tussen de Pastoor Wichersstraat en de Pastoor van Blitterwijckstraat en de parallel daaraan lopende Pastoor van Bommelstraat, hebben geen weet van het feit dat ergens in hun achtertuinen eens een Britse Hawker Typhoon neerstortte. Niets herinnert meer aan dit tragische stukje geschiedenis van Nijmegen.
|
|
Een recent onderzoek van het ORB (Operational Records Book) en andere
bescheiden van 175 Squadron RAF betreffende de datum 6 oktober 1944,
heeft enige interessante aanwijzingen opgeleverd. Iemand heeft het ORB
en andere gegevens betreffende W.O. Cain aan een nauwkeurig onderzoek
onderworpen. Dit moet vóór begin 1950 gebeurd zijn, want daarna werden
alle papieren documenten op microfiche gezet. Naast de gegevens van Cain staan aantekeningen in potlood, bijna onleesbaar. Men kan zich afvragen of tengevolge van het krantenartikel “Willingly and Knowingly”, Cain was voorgesteld voor een onderscheiding, en dat men in het ORB ondersteunende informatie zocht? Deze gedachte wordt ondersteund door Derek du Maurier, die in 2007 schrijft: De Air Commodore, Royal New Zealand Air Force, verzocht mij in 1946 om een bevestiging van het rapport van Desmond Tighe om een onderscheiding voor Cain te overwegen. Dit soort overwegingen werden onderzocht door de “RAF and Dominion Missing Research and Enquiry Service”, afdeling “Casualty Enquiries”. Het onderzoek heeft niet geleid tot een onderscheiding voor W.O. Cain. Er is niets te vinden in zijn dossier in het personeelsarchief van het Nieuw-Zeelandse leger, of in andere relevante publicaties.
|
|
Op 5 november 1949 was het weer Klaproosdag, de jaarlijkse landelijke
collecte georganiseerd door het Nederlandse Oorlogsgraven Comité. Ter
gelegenheid van deze dag had men een speciale editie laten drukken van
het blad “De Vliegende Hollander”. Dit nieuwsblad, bekend bij iedereen, werd van mei 1943 tot aan de bevrijding in mei 1945 door geallieerde vliegtuigen uitgeworpen boven ons land. Voor deze speciale editie had men een uitgave uit september 1944 gekozen. De inhoud was een compilatie van tekst en foto’s uit september en van latere datums (*). Op pagina twee stond een stukje met als titel: “Willens en Wetens”. Een verhaal over een jonge Nieuw-Zeelandse piloot.
Nog eenmaal kwam W.O. Cain dus in het nieuws. Anoniem, net zoals de
vorige keer. Velen zullen het artikel gelezen hebben, maar niemand kon
bevroeden wie er bedoeld werd.
|
|
Derek du Maurier bevestigde in 2006 nogmaals dat zijn verhaal uit
“Willingly and Knowingly” in grote lijnen overeen kwam met hetgeen
hij aan Desmond Tighe van het persbureau Reuters had verteld. Hij had
gelijk wat betreft de “grote lijnen”, maar met de wetenschap van nu
kunnen we stellen dat de toonzetting te “dramatisch” was en de
inhoud niet voor de volle 100% op waarheid beruste. Zijn beschrijving
van het ongeval voor de Air Commodore RNZAF in 1946, was al een stuk
duidelijker en gematigder en in de latere contacten met hem werden nog
diverse items aangepast en afgezwakt. De uiteindelijke getuigenis van du
Maurier geeft een beeld, dat beter overeenkomt met andere getuigenissen
en rapporten. Deze beschrijven het ongeval op een meer sobere manier.
|
|
Het laatste deel van het hoofdstuk “De laatste vlucht, een
reconstructie …. “ is een hypothetische crashanalyse van de auteur.
Alleen W.O. Cain zou hebben kunnen beamen of het geheel zich zo heeft
afgespeeld, ja of nee. Toch is het bijna zeker dat het gebeuren ongeveer
zo is verlopen. Alle gegevens die voorhanden zijn, zijn erin verwerkt,
aangevuld en samengevoegd met logische redeneringen en gevolgtrekkingen.
W.O. Cain heeft zichzelf in grote moeilijkheden gebracht door niet te kiezen voor een vroegtijdige parachutesprong, maar voor een noodlanding. De uitvoering hiervan werd hem echter onmogelijk gemaakt door onvoorziene omstandigheden. Dit bracht hem ertoe zijn laatste en voor hem, fatale beslissing te nemen zoals in het voornoemde hoofdstuk is uitgelegd. Deze laatste daad heeft voorkomen dat zijn bijna onhandelbare machine terecht kwam op de huizen, het klooster of andere gebouwen aan de Heyendaalseweg. Dit zou ontegenzeggelijk vele slachtoffers en grote schade hebben veroorzaakt. Het geheel overziend, kunnen we stellen dat Warrant Officer Ivan William Cain een heldhaftige daad heeft verricht. Een daad die, na de crash, door de bewoners van Brakkenstein stilzwijgend werd erkend en gewaardeerd. Niet voor niets ging het gerucht door de wijk, dat de piloot met opzet zijn vliegtuig had laten neerstorten op het trapveldje om de bewoners voor een grote ramp te behoeden.
|
|
Zoals gezegd, niets herinnert aan dit tragische stukje geschiedenis van
Nijmegen. Ons resten nog weinigen die het daadwerkelijk hebben
meegemaakt of ervan hebben gehoord. De crash ging ten onder in de mêlee
van gebeurtenissen van de herfst en winter van 1944. Het zou van eerbied
en respect getuigen om de heldhaftigheid van de Nieuw-Zeelander Ivan
William Cain alsnog te erkennen. Een eenvoudige gedenkplaat of steen, in
de omgeving van de crashplaats, zou hieraan recht doen (*).
(*) Er zijn plannen om dit op te richten op de hoek van de Heyendaalseweg, en de Pastoor Wichersstraat, Brakkenstein.
|
|
De auteur is veel dank verschuldigd aan Dr. Nick Lambrechtsen,
Wellington – NZ. Als kind heeft hij de oorlog in Hees bij Nijmegen van nabij meegemaakt. Na zijn emigratie in 1958, zet hij zich tot op de dag van vandaag in voor goede relaties tussen de geëmigreerde Nederlanders, Nederland en Nieuw-Zeeland. Nick Lambrechtsen is de initiator van het onderzoek naar de Cain crash. Naast zijn omvangrijk archief zijn de contacten met de familie van Cain en Derek du Maurier van grote waarde geweest voor de totstandkoming van dit artikel.
|
| - NZ Defence Archives in “Archives NZ”: AIR 118, record 62L,
Vol. A-C. - Air Force Museum, Wigram - NZ - Operation Record Book 175 Squadron RAF – 6 oktober 1944 - Logbook W.O. Cain – Sept/Oct 1944 - Typhoons Warfare, Reminiscences of a Rocket Firing Typhoon Pilot: Tom Hall – Australie - For Your Tomorrow, A record of New Zealanders who have died while serving with the RNZAF and Allied Air Services since 1915: Errol W. Martyn - Normandie 1944: La 2nd Tactical Air Force – Geoffrey Murphy et Jean Pierre Benamou - Gestaag Gespannen: R. Wildekamp, H. Talen, P. Truren - Documentatiegroep Volkel, P. Truren - Commonwealth War Graves Commission - Noviomagus.nl - Regionaal Archief Nijmegen - Kroniek van het Neboklooster - 1944, Pater Joannes Baptist Theunissen - Archief Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven “Klooster Sint Aegten” te Sint Agatha. - Oorlogsdagboek van het Neboklooster, Pater H. van Driel - Archief Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven “Klooster Sint Aegten” te Sint Agatha. - Oorlogsdagboek van het klooster Brakkenstein (S.S.S.), Pater J. Beurskens. - Rob Essers, Nijmegen - Peter Groenen, Nijmegen - Bart Janssen, Nijmegen - Nick Lambrechtsen, Wellington - NZ - Archief auteur
|
|
Extra |
| Klik
hier voor het artikel dat verscheen in weekblad De Brug op 12 januari
2010.
Klik hier voor de Poll van weekblad De Brug of het monumentje er moet komen of niet. 2e kolom, halverwege de pagina) Reactie 1: Hr. Som, 14-01-11: (via Janneke van Bergen, weekblad De Brug) |