Nieuwe pagina 1
© copyright Arjen W. Kuiken, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

DE BRAKKENSTEIN CRASH

NIJMEGEN, 6 oktober 1944

Arjen W. Kuiken

 

Alle rechten voorbehouden

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur

© Copyright A.W. Kuiken / Gennep 2010

 

Inhoud

Jeugd 

In militaire dienst 

Opleiding in Engeland 

Eindelijk actie 

Naar Frankrijk 

Het 175e Squadron 

De opmars door Europa 

Volkel (B-80)

De fatale dag

Getuigen van het drama

Nog een dode

De laatste vlucht, een reconstructie

De exacte crashplaats

Tijdelijk graf

Na de crash

Logboek van W.O. Cain

Het thuisfront

Definitieve rustplaats

De crashplaats, vandaag de dag

Voorstel tot verlening van een onderscheiding?

Nog eenmaal W.O. Cain

Willingly and Knowingly, door de bril van nu

Was W.O. Cain een held?

Een gedenkteken

Geraadpleegde bronnen

 

 

Op 6 oktober 1944 gingen boven ons land 24 vliegtuigen verloren. Hiervan waren er 10 van de Duitse Luftwaffe, 4 van de Amerikaanse USAAF en 10 van de Britse RAF. Eén van deze laatste tien stortte neer op het grondgebied van Nijmegen. Het was een Hawker Typhoon IB jachtvliegtuig van het 175 Squadron RAF, met als piloot de 20 jarige Nieuw-Zeelander Warrant Officer Ivan William Cain. Hij kwam hierbij om het leven. Na intensief onderzoek is gebleken dat de crashplaats zich bevond in de wijk Brakkenstein en wel op een trapveldje voor de jeugd, dat gelegen was tussen de Heyendaalseweg en de huidige Pastoor van Bommelstraat.

Wie was deze Ivan William Cain? Hoe verliep zijn jonge leven en hoe kwam het tot de fatale crash? Waarom werd zijn persoon, na zijn dood, onderwerp van persartikelen en onderzoeken?

 

Jeugd

Ivan William Cain werd geboren op 24 november 1923 in Auckland City (NZ) als de zoon van William Cain en Isabella Florence Cain-Holloway. Het gezin bestond uit vier personen, vader, moeder, Ivan en zijn jongere zusje Norma.

Hij doorliep er de Kowhai lagere school, de Auckland Grammar School en ging op 13 jarige leeftijd naar het Seddon Memorial Technical College, een school die voorzag in Middelbaar Technisch Onderwijs.
Eén van zijn studierichtingen daar was Elektrotechniek. Hij behaalde daarin het examen fase I. ’s Avonds volgde hij aan hetzelfde college lessen in Luchtvaart- en Natuurkunde.
Hij deed aan rolschaatsen, zwemmen en hockey, maar zijn grootste hobby was de vliegtuigmodelbouw.

 

In militaire dienst

Het was oorlog. Nieuw-Zeeland, lid van de Commonwealth (het Gemenebest), voelde zich verbonden met het moederland Engeland en wilde deze te hulp komen.

Ook Cain voelde het zo. Begin 1941 beëindigde hij zijn technische studie en in afwachting van zijn grootste wens, piloot worden bij de RNZAF (Nieuw-Zeelandse Luchtmacht), nam hij een baan aan als bezorger van de viswinkel “Renown” in Auckland.

Op 26 februari 1941 diende hij zijn eerste aanvraag in, maar werd niet geaccepteerd omdat hij nog te jong was. Bij zijn tweede poging lukte het wel.
Het resultaat was dat Cain op 7 maart 1942, ruim 18 jaar oud, in dienst ging bij de RNZAF om een opleiding te volgen tot vlieger.
Nadat zijn basistraining met succes was afgesloten, werd hij overgeplaatst naar de No. 2 Elementary Flying Training School in New Plymouth en daarna naar de No. 2 Service Flying Training School in Woodbourn. 
Bij deze laatste ontving hij op 19 oktober 1942, bijna 19 jaar oud, zijn Vlieger Insigne en kort daarop, op 19 december 1942, werd hij bevorderd tot de rang van Sergeant.

Cain (uiterst links) met klasgenoten van No. 2 Service Flying Training School RNZAF, Woodbourne NZ.

 

Opleiding in Engeland

Op 16 januari 1943 vertrok Cain per schip naar Engeland en werd ingedeeld bij de RAF (Britse Luchtmacht). Bij aankomst werd hij geplaatst bij de No. 7 Advanced Flying Unit in Peterborough, Northamptonshire.

Op 19 juni 1943 werd Cain bevorderd tot Flight Sergeant. Toen zijn training daar beëindigd was vervolgde hij zijn opleiding bij de No. 59 Operational Training Unit in Milfield, Northumberland. Hier oefende hij op de Miles Master en de Hawker Hurricane.

Op 19 juni 1944 werd Cain bevorderd tot Warrant Officer en na nogmaals diverse overplaatsingen en trainingstages kwam hij uiteindelijk terecht in Honiley, Warwickshire, waar hij werd omgeschoold op de Hawker Typhoon.

 

Eindelijk actie

Op 24 juli werd W.O. Cain overgeplaatst naar een operationele groep, de Support Unit van No. 83 Group te Bognor Regis, Sussex. Deze groep, behorend tot de 2nd TAF (2e Tactical Air Force), was met meerdere squadrons actief aan het front in Frankrijk.

 

Naar Frankrijk

Op 28 juli 1944 werd W.O. Cain ingedeeld bij het 175 Squadron van de 121e Wing. Deze was op dat tijdstip gestationeerd op één van de provisorisch aangelegde vliegvelden of A.L.G.’s (Advanced Landing Ground) in Frankrijk.
Dit vliegveld, genaamd Le Fresne-Camille, had als code B-5 en was gelegen tussen Caen en Bayeux, vlak achter de invasiestranden van Normandië.

 

Het 175 Squadron

Dit squadron werd op 3 maart 1942 opgericht en vloog met Hawker Hurricanes. Haar taak was het uitvoeren van kustpatrouilles en het aanvallen van vijandelijke schepen. In juni 1943 werd overgeschakeld op de Hawker Typhoon. De bewapening van dit toestel, bestond uit vier 20mm Hispano Mk.V kanonnen in de vleugels. De bewapening kon worden uitgebreid met 8 raketten of twee bommen van 500lb onder de vleugels. De squadron code was ”HH”. Op 12 juni 1943 werd het squadron toegevoegd aan de nieuw gevormde 2nd TAF. In februari 1944 werd begonnen met de opleiding in het gebruik van de raketten. Deze zogenaamde R.P.’s (Rocket Projectiles) waren gemonteerd onder de vleugels, aan beide zijden vier stuks en werden afgevuurd vanaf geleide rails. Vanaf april voerde het squadron al zijn aanvallen uit met deze R.P.’s (*).

Na de Operatie Overlord, de landing van juni 1944, verhuisde het squadron naar Frankrijk. Hier ondersteunde zij, vliegend vanaf de A.L.G.’s, de geallieerde opmars door Europa. Zij bleef haar taak, gewapende verkenningsoperaties tegen schepen, spoorweg- en gepantserde doelen, geschutsopstellingen en troepenconcentraties voor de rest van de oorlog uitvoeren. Op 29 september 1945 werd het squadron in Duitsland ontbonden.

(*) R.P.-3 = Kaliber 76mm Lucht-Grond raket met een explosieve lading van 27 kg.

Piloten van het 175 Squadron op Le Fresne-Camille.
Cain: staand, tweede van links. Hall: zittend, middelste rij, derde van rechts (bloot bovenlijf)

Een Typhoon IB wordt geladen met R.P.’s

 

De opmars door Europa

Het squadron volgde de opmars van de geallieerde grondtroepen door Europa. Op 28 augustus verhuisde men naar St André-de-l’Eure (B-24).
Vijf dagen later, op 2 september, streek men neer op Beauvais-Tillé (B-42) en weer twee dagen later op Vitry-en-Artois (B-50). Op 17 september, de eerste dag van operatie Market Garden, kwam men aan op Antwerpen-Deurne (B-70). De Corridor tussen Eindhoven en Nijmegen werd flink verbreed en op 30 september werd W.O. Cain en zijn squadron op Volkel (B-80) gestationeerd.

Tom Hall (1921-2008), een collega-piloot van 175 Squadron, schrijft in zijn boek:
Typhoons Warfare, Reminiscences of a Rocket Firing Typhoon Pilot.

Ivan Cain, een Nieuw-Zeelander met krullend haar, was zeer geliefd bij zijn kameraden. Toen hij bij het squadron kwam kreeg hij bijna automatisch de bijnaam “Killer”. Dit was omdat zijn naamgenoot,"Killer” Kain, een bekende succesvolle Nieuw-Zeelandse piloot uit de dagen van de “Battle of Britain” was (*). Ivan Cain had een stopwoord. Elk commentaar of onderwerp werd voorafgegaan door:"This is good for a laugh" (hier kunnen we om lachen). Het trieste hieraan is dat dit ook zijn laatste woorden waren voordat hij dodelijk verongelukte . . . . .
Cain lag goed bij de dames. Tijdens onze dansavonden in Eindhoven, waar we met een vrachtwagen naar toe reden, had hij veel succes. Hij vertelde vaak over één speciaal Nederlands meisje. Zij was een zwemster die met de Olympische Spelen van 1936 had meegedaan.

(*) Hier maakt Tom Hall twee fouten. De betreffende piloot had als bijnaam “Cobber” Kain en zijn overwinningen zijn niet behaald tijdens de “Battle of Britain”, maar tijdens de z.g. “Phoney War”. Deze duurde van september 1939 t/m april 1940.

 

Volkel (B-80)

Op zaterdag 30 september arriveerden de 4 squadrons van de 121e Wing vanaf vliegveld Antwerpen-Deurne op het provisorisch herstelde Volkel. De vernielingen van de Duitsers en de zware geallieerde bombardementen, die vooraf gingen aan de operatie Market Garden, hadden het veld zwaar beschadigd.
Maar nu was één bakstenen strip weer beschikbaar. De onderkomens van vliegtuigen, piloten en grondpersoneel waren echter allerbelabberdst.
Vliegtuigen in de open lucht en de mannen in tenten, vrachtwagens of zelfgebouwde onderkomens. De Wing, onder operationeel commando van Wing Commander (W/Cdr) Pitt-Brown, bestond uit de squadrons 174, 175, 184 en 245. Het 175 Squadron had als commandant de Squadron Leader (S/Ldr) Michael Ingle-Finch, een Battle of Britain veteraan. Alle squadrons vlogen met de jachtbommenwerper Hawker Typhoon. Direct na aankomst op Volkel werden de squadrons operationeel ingezet.

S/Ldr Ingle-Finch

 

Cain in de cockpit van zijn Typhoon
Op zijn rechter mouw zien we het insigne van Warrant Officer

I.W. Cain en N.J. Scott liggend op de vleugel van een Typhoon.

 

De fatale dag

Het squadron was nu bijna een week actief vanaf Volkel. W.O. Cain had in deze week al vijf sorties (gewapende patrouilles) gevlogen. Twee op maandag 2 oktober en woensdag 4 oktober, en één op donderdag 5 oktober. Nu was het vrijdag 6 oktober geworden. Ook nu stond W.O. Cain weer op de lijst. Hij was ingedeeld bij de tweede sortie van die dag.
Hieronder volgt de officiële tekst (vertaald) uit het Operations Record Book (ORB) van het squadron.

OPERATIONS RECORD BOOK —175 Squadron—6 oktober 1944.

De eerste sortie werd geleid door F/Lt. Smith en steeg op om 08.35 uur voor een gewapende verkenningsvlucht van GOCH tot ZUTPHEN. Piloten waren F/O Ansley, F/O Thirlwell, P/O Hall, W.O. Webb en Lt. Capstick-Dale. Een pont bij EMMERICH en treinen bij ZUTPHEN werden aangevallen met weinig succes.

F/Lt. Kelsick zou om 11.35 uur de tweede sortie leiden, maar zijn motor sloeg af vlak voor het opstijgen. F/O Ambrose nam de leiding over. Overige piloten waren W.O. Cain, F/Lt. Baden, F/Sg. East, W.O. Grift en Capt. Hopkins.
Een gewapende verkenningsvlucht boven het gebied ARNHEM–CLEVE–GOCH–GELDERN was de opdracht, maar er werden geen transport colonnes waargenomen. Drie grote en verscheidene kleine schepen werden aangevallen bij EMMERICH. Gedurende de aanval vloog W.O. Cain dicht bij het centrum van de stad en bij het wegvliegen bemerkten zijn collega-piloten dat er glycol (koelvloeistof) uit zijn toestel stroomde. In eerste instantie had hij dit niet bemerkt, maar toen het hem per radio werd medegedeeld zette hij koers naar bevrijd gebied, geëscorteerd door de vijf andere vliegtuigen. Hij begon hoogte te verliezen, maar passeerde nog het REICHSWALD. Vanaf dat moment werd de rook uit zijn motor steeds heviger en de anderen hebben hem uit zijn vliegtuig zien springen. Onmiddellijk daarop crashte het vliegtuig brandend ten zuiden van NIJMEGEN. Men heeft niet gezien dat zijn parachute zich opende en getuigen van het Britse Leger verklaarden dat hij op een hoogte van 100 voet sprong en dus geen kans had te overleven. Alweer is een ervaren piloot gedood. Hij was een populair lid van het squadron en men zal hem missen.

De laatste sortie van de dag werd geleid door F/Lt. Kelsick met F/O Haddow, F/Lt. Frost, W.O. Speedy, P/O Geddes and F/O Thirlwell. Het was een gewapende verkenningsvlucht boven het gebied GOCH-GELDERN-VIERZEN. Er werd niets waargenomen en de raketten werden in een bos vlak bij het REICHSWALD afgeschoten.

R.P. aanval

 

Getuigen van het drama

In dit hoofdstuk worden de getuigenissen weergegeven van personen die een deel of het gehele drama hebben meegemaakt. Ieder heeft zo zijn of haar eigen herinneringen aan het gebeurde. Aan hun verhalen is niets toegevoegd, weggelaten of verbeterd. De eerste vier zijn van personen die niet meer in leven zijn.

Tom Hall (1921-2008)
Tommy Hall, een collega-piloot van 175 Squadron vertelt:

Op 6 oktober namen we deel aan een aanval op vaartuigen in de Rijn bij Emmerich. Het was een goede aanval, maar er was veel lichte Flak en W.O. Cain werd geraakt. Hij trok zijn toestel op om wat hoogte te winnen, maar begon daarna toch vrij snel hoogte te verliezen. Hij wierp zijn cockpitkap af en het leek alsof hij van plan was om een “wheels-up” noodlanding te maken op een open plaats in het terrein. Hij was nu al erg laag en riep ons op via de boordradio. Hij zei: "This is good for a laugh, boys" en sprong uit zijn toestel. Veel te laag . . . . en kwam om het leven.

Pater Hermanus Van Driel (1877-1954)
Pater van Driel, Algemeen Overste van het Neboklooster, hield gedurende de oorlog een dagboek bij. Hierin beschreef hij het wel en wee van de kloostergemeenschap.
De Nebo was gedurende de oorlog gevorderd door de Duitsers. Alle kloosterlingen en het kleinseminarie waren elders ondergebracht. Pater van Driel, samen met enige anderen, woonde in het landhuis van de heer Braam aan de nabijgelegen Biesseltsebaan. Na 17 september huisden respectievelijk: het Amerikaanse-, Britse-, Canadese- en als laatste het Nederlandse leger in het klooster. Op 6 oktober 1944 schreef pater Van Driel in zijn dagboek:

. . . . . Veel vliegers in de lucht. Tegen 12 uur vielen er 2 splinterbommen . . . . .
De bommen waren waarschijnlijk van een Americaansch vliegtuig, dat was aangeschoten en brandend bij Brakkensteyn neerviel.

Kroniek van het Neboklooster
Deze kroniek beschrijft de gehele geschiedenis van het klooster vanaf 1928. In het oorlogsjaar 1944 werd de kroniek bijgehouden door pater Joannes Baptist Theunissen. Deze schrijft op 6 oktober:

Omstreeks 12 uur ontploft een scherfbom tussen de Biesseltsebaan en het huis van den Heer ten Horn. ’t Is niet onwaarschijnlijk, dat de bom afkomstig was van een geallieerd vliegtuig, dat we terzelfder tijd brandend over ons huis zagen komen en dat in ’t open veld, links van ’t klooster der paters van Brakkenstein, is neergestort.

Pater Jan Beurskens (1904-1973)
Ook pater Beurskens hield een dagboek bij. Hierin beschreef hij het wel en wee van de kloostergemeenschap van het Heilig Sacrament (S.S.S.) te Brakkenstein gedurende de oorlog. Vóór 17 september zaten er Duitsers in het klooster. Een deel van de paters, waaronder pater Beurskens, mochten daar blijven maar de overigen waren ondergebracht bij particulieren of vertoefden op de kloosterboerderij, die een eindje verderop stond. Na 17 september namen eerst de Britten en later de Canadezen het klooster in bezit. Pater Beurskens schreef op 6 oktober 1944:

Een Engels vliegtuig is neergestort op het veld langs de Scheidingsweg. Pater Overste (*) heeft de piloot nog “de absolutie” gegeven. Hij bleek later een “Presbyteriaan”.

(*) Pater Arthur Schelstraete (1891-1969), Algemeen Overste van het Rectoraat Brakkenstein en na 1947 de eerste Pastoor van de Parochie.

Anno 2010, 66 jaar na de crash, resten ons nog weinigen die het daadwerkelijk hebben meegemaakt of ervan hebben gehoord. Hieronder volgen de getuigenissen van een vijftal.

Derek du Maurier (1923- )
Derek du Maurier, een hospitaalsoldaat, behoorde tot de 9th British Field Ambulance, Royal Army Medical Corps. Hij was als Australische soldaat verbonden aan de 1st British Airborne Division en gestationeerd in het klooster Mariënbosch te Nijmegen.

Du Maurier was een paar dagen na de crash van W.O. Cain met verlof in Brussel. Daar ontmoette hij Desmond Tighe, een bekende oorlogscorrespondent van het Britse persbureau Reuters. Deze, naarstig op zoek naar “spectaculair nieuws” voor het thuisfront, noteerde het verhaal van du Maurier over de Typhoon crash bij Nijmegen en schreef er een pakkend artikel over. Dit verscheen korte tijd later in diverse Britse dagbladen onder de kop: “Willingly and Knowingly”. Het artikel was geschreven, zoals gewoonlijk, zonder de naam van de piloot te vermelden en was zonder bronvermelding geplaatst.

We stonden in Nijmegen toen we een Typhoon van een raid boven Duits gebied zagen terugkeren. Het toestel verloor snel hoogte, doordat het zwaar beschadigd was door luchtdoelgeschut. De piloot cirkelde even boven de bossen, zoekend naar een geschikte plaats om zijn raketbommen weg te werpen. De bommen explodeerden tussen de bomen. Het toestel was toen boven de stad en de piloot had er nog gemakkelijk uit kunnen springen. Doch ook toen de motor in brand raakte, sprong hij niet. Hij dirigeerde zijn toestel met de grootste moeite naar een open ruimte, weg van de mensenmenigte, die in de straten gefascineerd naar dit drama staarde. Toen drukte de piloot zijn kist doelbewust omlaag. Het was te laat voor de reddende sprong. Toen we het toestel bereikten, zagen we dat de piloot er uit geslingerd was, - maar hij was dood. Deze prachtige jonge kerel aarzelde niet zijn leven te offeren om dat van vele Nederlanders te redden.

Het artikel werd ook bekend in Nieuw-Zeeland. Pas na de oorlog begonnen de militaire autoriteiten daar, zich af te vragen wie deze heroïsche jongeman wel was geweest en wie de bron van het verhaal was. Navraag bij Reuters leverde het antwoord.

In het voorjaar van 1946 ontving du Maurier, op dat moment gelegerd in Palestina, een brief van de Air Commodore RNZAF, waarin deze verzocht het ongeval van W.O. Cain nogmaals te beschrijven. Op 9 april 1946 voldeed du Maurier aan dit verzoek.

De Typhoon in kwestie keerde terug uit de richting van Duitsland met een brandende motor. Het passeerde de bossen ten zuiden van Nijmegen en vuurde zijn raketten af in de bomen, ongeveer een halve mijl van waar ik stond. Ik volgde de vlucht van het toestel dat nu behoorlijk rookte en zag het verdwijnen achter een paar huizen, ongeveer een mijl van mij vandaan aan de andere kant. Ik commandeerde een jeep en racete naar de plaats waar het neergekomen was om, indien nodig, eerste hulp te verlenen. Toen ik een paar minuten later aankwam, zag ik een bijna helemaal uiteengeslagen Typhoon, waarvan de delen in snel tempo verbrandden. Het scheen dat de piloot op het laatste moment heeft geprobeerd uit het toestel te springen, want zijn lichaam lag ongeveer 30 yards van het wrak verwijderd. Hij was op slag dood, hoogstwaarschijnlijk door de kracht waarmee hij de grond raakte. Er waren, zover ik dat kon bekijken, geen tekenen van schotwonden of verbrandingen. Zijn parachute was nog ongeopend. Het vliegtuig was neergekomen op een relatief klein stuk terrein, bijna geheel omringt door huizen in een, naar het scheen dicht bevolkt gebied, omdat er al honderden Nederlandse burgers verzameld waren op het moment dat ik er aankwam. Volgens mij had de piloot voldoende tijd om uit het toestel te springen, maar bleef hij bewust aan de stuurknuppel tot hij een open stuk vond om te landen. Wat betreft de exacte locatie van de crash kan ik alleen zeggen, dat het ongeveer 3 mijl van het centrum van Nijmegen verwijderd was, met dicht in de buurt een spoorweg overgang.

Deze getuigenis van het ongeval stelde de RNZAF in staat om de ouders van Cain mee te delen hoe hun zoon was verongelukt. Dit gebeurde middels een persoonlijke brief van de Air Commodore, gedateerd 17 juni 1946.

Vanaf 2006 t/m voorjaar 2010 is er meerdere malen contact geweest met Derek du Maurier. Hierin voegde hij soms nieuwe items toe en corrigeerde andere items uit zijn verhaal. Hieronder volgen de belangrijkste aanpassingen.

o We zagen het vliegtuig op ongeveer een mile (1600m) afstand aankomen.
o Het had een zwart rookspoor achter zich aanhangen.
o Het vloog op een hoogte van ongeveer 3.000 ft. (1000m).
o Kort nadat het vliegtuig achter de bomen verdwenen was, hoorden we de crash.
o We reden richting crashplaats en probeerden die te vinden. Na ongeveer een kwartier kwamen we daar aan.
o Op dat moment hadden zich al een 50 à 60 omwonenden en Britse militairen bij het wrak verzameld.
o Het vliegtuig lag op de linker zijkant, met de rechter vleugel omhoog.
o De romp zag er nog vrij gaaf uit.
o Het vliegtuig scheen een “fairly controlled landing” gemaakt te hebben.
o Iemand probeerde Cain’s polshorloge te stelen maar mijn vriend Sam, een MP (Militaire Politie), maakte daar resoluut een einde aan.
o Enige tijd later explodeerde de munitieband, met als resultaat dat de menigte uiteenstoof (inclusief mijn persoon).

Gerard Peters. (1930- )
Woonde op de Scheidingsweg en was 14 jaar oud. Hij was met enige vriendjes aan het spelen op de heide voor zijn ouderlijk huis. Hij was getuige van het aanvliegtraject van het vliegtuig.

Het was rond het middaguur. Er werd druk gevlogen en er klonken geregeld artillerieschoten in de verte. Op een gegeven ogenblik keken we richting oosten en zagen laag, ongeveer op 80 tot 100m hoogte en een 100m ten zuiden van de Sionsweg/Scheidingsweg een vliegtuig aankomen. We wilden al gaan rennen, omdat het vliegtuig onze richting uit kwam. Maar we aarzelden. Er was iets vreemds. Er was geen motorgeluid te horen en, ik herinner me het nog goed, de propeller stond stil. Het vliegtuig had zijn wielen niet uit en kwam “langzaam” in onze richting. Het was de spoorlijn Nijmegen – Venlo al gepasseerd toen het plotseling scherp linksaf zwenkte en schuin naar beneden dook. Daarna verdween het achter de bomen. We hoorden geen klap, geen explosie en zagen geen rook of vuur. We hebben er toen verder geen aandacht aan besteed. Pas de volgende dag ben ik bij het wrak gaan kijken.

Chris van de Sande. (1937- )
Woonde op de Heyendaalseweg 251 en was 7 jaar oud. Hij had een ongeluk gehad met een dorsmachine en was aan zijn been geopereerd door een Britse militaire dokter. Met zijn been in het gips lag hij voor het raam en was getuige van het gebeurde.

Rond de middag was er eerst een brommend geluid en kort daarop een enorme klap. Op ongeveer 50 meter voor ons huis, op het daar gelegen trapveldje, was een vliegtuig neergestort. Het lag met de neus, iets schuin, richting de kloostertuin. Voor zover ik me herinner was de neus schuin naar beneden en de achterkant licht naar boven gericht. Het moet echt bijna “vertikaal” naar beneden gekomen zijn, want er was geen spoor wat kon duiden op een noodlanding. Het toestel had een grote kuil in de grond geslagen. Ik weet zeker dat er gaten in de romp zaten, vermoedelijk ten gevolge van een luchtgevecht. Het vliegtuig was bij het neerkomen niet door midden gebroken, wel lagen er rondom een aantal brokstukken. Het vliegtuig brandde niet.
Bij het neerkomen was er een harde klap. Of die door een ontploffing, door munitie of eenvoudig door het neerstorten werd veroorzaakt is voor mij niet duidelijk.
Wel waren er in de buurt een aantal ruiten gesneuveld. Er kwamen/waren wel toeschouwers. Een aantal is moeilijk in te schatten, in elk geval niet veel.
De mensen waren bang en werden bovendien al na korte tijd door militairen op afstand gehouden.

Agnes Arts. (1926- )
Agnes Arts, nu Mw. A. Gerritzen-Arts, woonde op de Heyendaalseweg 257 en was 18 jaar oud. Zij stond bij toeval boven, aan de achterkant van het huis, naar buiten te kijken. Haar vader stond met een buurman in de achtertuin.

Het was op een dag in oktober 1944, rond het middaguur. Het weer was goed. Zonnig met hier en daar een wolk. Wij zagen laag vliegend, uit de richting van de Nebo, een vliegtuig aankomen (wij konden in die tijd heel ver kijken in die richting. Het vloog, vanuit mijn positie gezien, ten noorden van de Scheidingsweg.
Ik kon vanuit huis geen motorgeluid horen. Ik was heel bang en rende de trap af en de kelder in om te schuilen. Ik was er nog maar net aangekomen of ik hoorde een zware klap, eigenlijk meer een dreun. Ik durfde niet te gaan kijken, maar na enige tijd ben ik toch naar buiten gegaan. Daar zag ik een vliegtuig half in een kuil/gat liggen. In mijn ogen nog bijna nog helemaal heel. Een vleugel zat, denk ik, onder het vliegtuig, in de kuil. De andere vleugel stak recht omhoog. Verder lagen er meerdere kleine brokstukken omheen. De kuil was wel 1,5 tot 2 meter diep. Er was alleen een kuil en geen spoor of voor in de grond, dat op een noodlanding moest duiden.
De neus lag in richting van de Scheidingsweg. Het wrak brandde of rookte niet en er ontplofte ook geen munitie. Ik kon heel dicht bij het wrak komen, maar al kort daarop werd de zaak afgezet en bewaakt door militairen. Al snel waren er omstanders. Het zullen een 25 tot 30 personen geweest zijn. Omwonenden en militairen. Het vliegtuig was neergekomen op het trapveldje recht tegenover ons huis aan de andere kant van de straat. Het vliegtuig lag ongeveer 25/30 meter vanaf de kant van de straat. Ik heb ook de piloot zien liggen. Hij lag in een heel vreemde houding. Op de rug met zijn benen naast zijn hoofd. Als het ware dubbel geklapt. Hij was dood, maar er waren geen verwondingen te zien. Hij lag aan de rand van het trapveldje, ongeveer 30 meter voor het vliegtuig en 3 meter vanaf de straatkant. Ik ben naar huis gerend, want ik kon het niet meer aanzien. Zijn parachute had hij volgens mij nog om/aan. Ik zag wel allerlei riemen. De parachute was nog dicht, anders had ik wel een hoop doek gezien. Het lichaam is vrij snel daarna afgevoerd door (Britse) militairen.
Ik heb geen paters van het klooster Brakkenstein gezien. Ik heb er ook niet op gelet.
Ik heb het wrak niet zien weghalen, maar er wel van gehoord. Wat ik wel gezien heb is, dat enige tijd later er mannen in blauwe overalls, delen uit het wrak hebben gehaald. De omwonenden spraken over een bom. Hoelang dit na de crash was weet ik niet meer.

Paul Koopman. (1929-)
Paul Koopman woonde op de Scheidingsweg 282 en was 15 jaar oud. Hij stond bij toeval op straat voor het huis van de fam. Arts aan de Heyendaalseweg 257 en heeft het hele laatste traject van het vliegtuig van nabij meegemaakt.

Ik stond voor het huis van Arts aan de Heyendaalseweg toen ik duidelijk het motorgeluid van een vliegtuig hoorde. Ik keek in de richting waar het lawaai vandaan kwam en zag boven het Heumensoord, ongeveer 100 meter ten zuiden van de Scheidingsweg, een vliegtuig. Het vloog in westelijke richting op ongeveer 100 meter hoogte en had een zwart rookspoor achter de staart hangen. Ter hoogte van het Waterleidingbos vloog het over de Scheidingsweg heen richting St. Annastraat. Vervolgens maakte het vliegtuig een vrij ruime bocht rechtsom van 180 graden en kwam zodoende weer over de velden terugvliegen richting Heyendaalseweg. Het vloog steeds lager, op dat moment denk ik zo’n 50 meter. Het toestel vloog vervolgens over de daar gelegen opslagplaats van het Engelse leger. Dit was een opslagplaats van “brandbare stoffen” in tanks en tonnen/vaten. Alles vrij in de openlucht. Het was beschermd tegen luchtaanvallen door luchtdoelgeschut. Direct na het passeren van het opslagterrein dook het vliegtuig plotseling naar beneden en stortte neer vlak bij de Heyendaalseweg op het daar gelegen trapveldje. Recht tegenover de 5 huizenblokken.
De wrakstukken raakten direct in brand. Na enige tijd hoorde ik een luid “geknetter”. Ik denk dat de nog aanwezige munitie in het vliegtuig ontplofte. In eerste instantie was ik de enige toeschouwer, maar kort daarop kwamen er nog enkelen. Later waren er meer, maar toen was het terrein al afgezet. Al snel was de Britse legerbrandweer ter plaatse en bluste de brand. Deze was toen gelegerd in een gebouw achter de school aan de Pater Eijmardweg. Het vliegtuig lag volgens mij met de neus in zuidoostelijke richting. Ik kan het me niet meer goed herinneren. Of het toestel tijdens de crash een gat in de grond geslagen heeft, is me niet opgevallen. De piloot lag voor het wrak aan de straatkant. Ik heb de man zien liggen. Volgens mij had hij een gebroken nek, want zijn hoofd lag in een rare stand. Verwondingen heb ik niet gezien. Ik heb wel een geestelijke van het klooster gezien. Dat was Pater Spiekman.
Hoe lang het wrak daar gelegen heeft is mij niet bekend.

Geruchten van andere bronnen

- Het vliegtuig is, via een flauwe bocht langs het klooster van Brakkenstein, op het trapveldje neergestort.
- Het gerucht ging door de wijk, dat de piloot met opzet zijn vliegtuig had laten neerstorten op het trapveldje om de bewoners voor een grote ramp te behoeden.
- De Britse militairen bemoeiden zich later niet meer met het wrak. De delen van het vliegtuig zijn door opkopers (oud-ijzer handelaren), geruime (?) tijd na de crash opgeruimd.
- Begin 50er jaren heeft een oud ijzerhandelaar daar nog gezocht.
- Het terrein tussen de Heyendaalseweg en Pastoor van Bommelstraat bleef jaren lang vrij van bebouwing. Pas in 1985 zijn hier woningen verrezen. Voorafgaande aan de bouw hiervan is er door officiële instanties nog gezocht naar mogelijke wrakstukken in de grond.

 

Nog een dode

W.O. Cain vuurde zijn laatste twee R.P.’s af in westelijke richting, ongeveer ter hoogte van de Nijmeegsebaan. In de spanning van het moment dacht hij ongetwijfeld een goede keuze te hebben gemaakt, maar kon niet vermoeden dat in het uitgestrekte bosachtige gebied dat hij voor zich zag, toch enige woonhuizen verscholen lagen. Met alle gevolgen van dien. Pater Van Driel, verblijvende in het landhuis van de heer Braam aan de Biesseltsebaan, schreef in zijn dagboek:

Vrijdag 6 October weder een angstige dag. Tegen 12 uur vielen er twee splinterbommen, één achter het huis van Mevr. v.d. Velden zonder schade aan te richten en de andere op de Biesseltsche baan op enkele meters van onzen tuin. Bij Vis, Daalderop en Hardenbroek waren veel pannen van het dak.
Vier soldaten werden gewond en Mevr. de Wed. Swertz, die met haar drie kinderen 19 september uit de stad was weggevlucht en haar intrek genomen had in de villa van Baron van Hardenbroek tegenover ons, werd dodelijk getroffen. Zij kreeg een grote scherf tegen haar borst en was op slag dood.
Zij stond in het bosje achter het huis bij de tent van den Anglicaansen Chaplain, wiens altaarlinnen zij gewassen had, dat zij nu kwam terugbrengen. De Chaplain was achteruitgesprongen in de kuil onder zijn tent en had slechts enkele schrammen.
Onmiddellijk rende hij de Biesseltsebaan op, zag de twee oudste kinderen – meisjes van ± 14 en 16 jaar - en stuurde ze naar ons. Toen zij bij ons in den kelder waren, kwam hij ons even later ontdaan vertellen, dat hun moeder gedood was. Hij vroeg of wij het ze wilden meedelen en voorlopig bij ons houden en of wij voor de berging van het lijk wilden zorgen. Pater de Bot en Broeder Leonard gingen mee om het lijk naar het huis van den Baron over te brengen. De kinderen werden naar de spreekkamer gebracht, waar ik ze voorzichtig de droevige tijding meedeelde.
Zij waren nu wezen van 16, 12 en 8 jaar zonder enige familie in de stad. Hun oom in Den Haag was niet bereikbaar. Toen wij van de kinderen vernamen dat moeder katholiek was, is Pater Versteege er onmiddellijk met de H. Olie naar toe gegaan, diende onder één zalving het H. Oliesel toe, gaf den Apostolische zegen en bad samen met Pater Willebrands de gebeden van het ritueel na de zalving. Ook de huisknecht van den Baron was hierbij tegenwoordig; daarna werd de kamer afgesloten.
Na den middag heeft de rouwondernemer Kramer het stoffelijk overschot naar zijn huis overgebracht, daar verzorgd en gekist. Het lijk was zo verminkt, dat de kinderen niet meer bij het stoffelijk overschot toegelaten konden worden.
De kinderen zijn nu op Dekkerswald.

De bommen waren waarschijnlijk afkomstig van een Americaansch vliegtuig, dat we terzelfder tijd brandend over ons huis zagen komen en dat in het open veld, links van het klooster der paters van Brakkenstein, is neergestort.

Op dinsdag 10 oktober schreef Pater van Driel in zijn dagboek:

Heilige Mis op het Heiligland onderbroken.
Op de H. Landstichting hoorde men onder de H. Mis van 7 uur zoveel granaten inslaan, dat de Mis bij het Offertorium werd afgebroken en allen naar den schuilkelder gingen. Om 9 uur was de gezongen uitvaart en begrafenis van zal. Mevrouw Swertz; de paters Versteege en Willebrands waren er bij tegenwoordig.

 

De laatste vlucht, een reconstructie . . . . .

Op zaterdag 30 september arriveerden de 4 squadrons van de 121e Wing vanaf vliegveld Deurne bij Antwerpen op het provisorisch herstelde Volkel. Direct na aankomst werden de squadrons operationeel ingezet. Zo ook het 175 Squadron.
W.O. Cain vloog op dezelfde dag nog een veertig minuten durende sortie op de bruggen bij Arnhem. Op maandag 2 en woensdag 4 oktober vloog hij twee korte sorties per dag en op donderdag 5 oktober een iets langere, dit keer gericht tegen Duitse troepen- en tankconcentraties bij Haalderen in de Betuwe.
Op vrijdag 6 oktober stond Cain ingedeeld bij de tweede sortie van die dag, starttijd 11:35 uur. De commanderende officier van deze B Flight was F/Lt. Kelsick. Vlak voor het opstijgen sloeg echter de motor van zijn Typhoon af en F/O Ambrose nam, met enige vertraging, de leiding over. De overige piloten van de Flight waren W.O. Cain, F/Lt. Baden, F/Sgt. East, W.O. Grift en Capt. Hopkins. De opdracht was, zoals altijd, het uitvoeren van een gewapende verkenningsvlucht. Dit keer boven het gebied Arnhem–Cleve–Goch–Geldern.

W.O. Cain vloog in de Typhoon IB MN367 met squadroncode HH-S, hetzelfde vliegtuig waarin hij de vorige dag ook gevlogen had. Men vloog, zoals altijd, in groepen van twee. Na het verzamelen en hoogte winnen vloog de Flight richting Arnhem om daar hun “kruistocht” tegen de vijand te beginnen. Men volgde de Rijn stroomopwaarts. De eerste 20 à 30 km vertoonden zich geen doelen. Pas ter hoogte van Emmerich (D) zag men iets interessants: meerdere grote en kleine schepen (aken) op de Rijn. Na kort radio-overleg met F/O Ambrose werd de aanval ingezet. Om de beurt dook men op de doelen af en bestookten deze met hun R.P.’s en 20mm kanonnen.

Flighttrack (1)

Cain kwam, tijdens het optrekken uit zijn duikvlucht, ongelukkigerwijs te dicht bij het centrum van de stad en hiermee binnen het bereik van de daar opgestelde lichte Flak. Zijn Typhoon werd in het koelsysteem van de motor geraakt.
Cain zelf merkte niets, maar bij het wegvliegen zagen zijn collega-piloten dat er glycol (koelvloeistof) uit zijn toestel stroomde. Dit betekende het einde voor de Typhoon. Deze kon nog een korte tijd doorvliegen, maar was ten dode opgeschreven.
F/O Ambrose besloot de missie onmiddellijk af te breken. W.O. Cain liet zijn Typhoon in eerste instantie hoogte winnen en zette koers naar bevrijd gebied, geëscorteerd door zijn vijf kameraden. De koelvloeistof stroomde weg en de motor raakte langzaam oververhit. Door het motorvermogen te knijpen probeerde Cain tijd te winnen, maar dit ging ten koste van snelheid en hoogte. Kleef werd aan de zuidzijde omvlogen. Men dacht nog de thuisbasis Volkel nog te kunnen halen, maar al spoedig bleek dit ijdele hoop. De eerste vereiste was nu binnen de eigen linies te komen. Richting noordwest aanhoudend, passeerde men het Reichswald en daarna de frontlijn bij Groesbeek. De motor begon te roken.
Cain zag onder zich een licht heuvelachtig landschap: bossen afgewisseld met weilanden en akkers. In de verte zag hij de zuidelijke buitenwijken van een grotere stad opdoemen. Dat moest Nijmegen zijn. Een hele opluchting, hij wist nu zeker dat hij boven bevrijd gebied vloog. Zijn kameraden bleven op kruishoogte vliegen en verloren hem zo nu en dan door wolkenpartijen uit het oog.
W.O. Cain had twee mogelijkheden: zijn toestel, nu het nog kon, per parachute verlaten of een geschikt terrein uitzoeken om een noodlanding te maken. De vliegcondities verslechterden nu snel. Een lange zwarte rookpluim van verbrandde olie hing als een staart achter de Typhoon. Cain draaide af richting westen.
Hij wilde, kost wat kost, voorkomen dat hij boven bewoond gebied terecht zou komen en daarmee de daar aanwezige bevolking in gevaar brengen. Cain passeerde op dat moment de Nijmeegsebaan ten zuiden van de Nebo. Zijn vlieghoogte was nog ongeveer 1000m maar nam schrikbarend snel af door gebrek aan motorvermogen. Nog zat hij hoog genoeg voor een veilige parachutesprong. Maar dat was hij niet van plan. Hij wilde zijn toestel neerzetten op één van de open vlakten in het terrein voor zich. Hij wierp zijn cockpitkap af (een handeling gangbaar bij een “wheels-up” noodlanding) en vuurde uit veiligheidsoverwegingen zijn twee laatste R.P.’s af in een bos voor zich. Dit alles speelde zich in slechts enkele seconden af.
De motor liep nog steeds. Wonderbaarlijk. Cain passeerde de spoorweg Nijmegen-Venlo ten zuiden van de Sionsweg-Scheidingsweg. De rookpluim achter de staart van de Typhoon was vanaf de grond goed te zien. Kort daarop zag hij aan zijn rechterzijde enige bebouwing: Brakkenstein. Hij besloot boven de bossen (Heumensoord) te blijven vliegen.
Toen hij weer naar rechts keek, viel zijn blik op een langwerpig stuk onbebouwd terrein. Het leek wel een landingsbaan. W.O. Cain besloot in een “split second” zijn toestel daar aan de grond te zetten.
Zijn vlieghoogte was inmiddels afgenomen tot een 150 meter. De 5-ton zware Typhoon was door de relatief lage vliegsnelheid en snelle daling moeilijk te hanteren. Met een wijde bocht van 180 graden, manoeuvreerde Cain zijn toestel over de Scheidingsweg en het Waterleidingsbos terug in de richting van Brakkenstein. Nog tijdens het maken van deze bocht had Cain tot zijn grote ontzetting gezien dat het door hem uitgekozen veld niet helemaal vrij was van obstakels. Een deel werd ingenomen door een soort opslagplaats. Hij zag ook personen en vrachtwagens, hoogstwaarschijnlijk van het Britse leger.
W.O. Cain kon niet meer terug. Op 50 meter hoogte raasde hij over het opslagterrein, richting Heyendaalseweg. Tot zijn ontsteltenis zag hij recht voor zich een rij huizen en links daarvan enige hoge gebouwen. De Typhoon zat inmiddels zo laag en de afstand tot de huizen was zo klein dat een reguliere noodlanding niet meer mogelijk was.
Hem restte slechts één, bijna onuitvoerbare mogelijkheid: zijn vliegtuig met een scherpe rechter bocht richting Scheidingsweg te laten neerkomen en zichzelf proberen te redden met een parachutesprong. Cain moet geweten hebben dat dit laatste voor hem eigenlijk geen optie was, gezien de veel te geringe vlieghoogte.
Cain riep zijn kameraden voor de laatste maal op via de boordradio met zijn favoriete uitdrukking: "This is good for a laugh, boys" en manoeuvreerde zijn machine met een ruk in zuidelijke richting.
Op dat moment liet W.O. Cain zich naar buiten vallen. De vlieghoogte was op dat moment rond de 100 ft of 30m. Door deze bruuske koerswijziging was de vliegsnelheid van de Typhoon bijna tot nul gereduceerd. Hierdoor raakte deze overtrokken en stortte zijwaarts, bijna rechtstandig naar beneden. Het toestel crashte uiteindelijk op het trapveldje, gelegen aan de Heyendaalseweg - net links van het klooster Brakkenstein. Het sloeg een diepe kuil in de grond. Met de neus richting Scheidingsweg lag het op de zijkant, de rechtervleugel recht omhoog.
Voordat zijn parachute zich kon openen kwam W.O. Cain op de grond terecht. Deze harde aanraking met de aarde kostte hem het leven. Zijn lichaam lag ongeveer 30m voor het wrak en vertoonde geen uitwendige verwondingen. Het was 12:10 uur . . . . .

Flighttrack (2)

Het wrak en rondom liggende losse delen, vatten onmiddellijk vlam. Britse militairen die in de directe omgeving gelegerd waren en waarvan sommigen de crash hadden gezien, waren direct ter plaatse, maar konden weinig uitrichten. De militaire brandweer, gelegerd achter de school aan de Pater Eijmardweg, bluste de brand.
Tijdens deze bluswerkzaamheden ontplofte door de hitte een deel van de mitrailleur munitie van de Typhoon. Militairen en de inmiddels aanwezige burgers stoven uiteen.

Het lichaam van Cain werd onderzocht en geïdentificeerd. De paters van het Klooster van het Heilig Sacrament (S.S.S.), dat onmiddellijk naast de crashplaats lag, gaven de piloot de absolutie. Het lichaam werd uiteindelijk overgebracht naar het Britse militaire hospitaal dat tijdelijk in het klooster Mariënbosch aan de Sophiaweg was gevestigd.

De crashplaats en het terrein er omheen werd afgezet en een wacht geplaatst.

De collega-vliegers van Cain waren inmiddels doorgevlogen. Om 12:20 uur landde de B Flight weer veilig op Volkel. De sortie had 45 minuten geduurd.

 

De exacte crashplaats

Het vliegtuig kwam neer op het trapveldje voor de jeugd. Dit trapveldje lag recht tegenover de vijf blokken van twee-onder-één-kap woningen aan de Heyendaalseweg.
De huisnummering liep van 245 t/m 263 en is nu (2010) nog gelijk als in 1944.
Het vliegtuig lag met de neus in de richting van de Scheidingsweg en ongeveer 25/30 meter vanaf de kant van de straat, recht tegenover het blok 253/255. Het lichaam van W.O. Cain lag ongeveer 30 meter vóór het wrak, aan de rand van het trapveldje, ongeveer 3 meter van de straat en recht tegenover het huis Heyendaalseweg 259.

 

Tijdelijk graf

W.O. Cain werd begraven op de tijdelijke begraafplaats gelegen aan de Sophiaweg, recht tegenover de ingang naar het klooster Mariënbosch.

Dit kerkhof behoorde tot het 3rd C.C.S. (Casualty Clearing Station), een Brits militair hospitaal dat in het klooster was gevestigd. De officiële grafaanduiding was: No. 3 C.C.S. Burial Ground No. 9 Row D (*). In het 3rd C.C.S. werden zwaargewonden opgenomen en verpleegd. Uiteraard werden hier ook de noodzakelijke operaties uitgevoerd. Ondanks deze medische hulp stierven er velen aan de opgelopen verwondingen. In totaal zijn 243 gesneuvelden op deze tijdelijke begraafplaats begraven.

(*) Het kruisje boven zijn naam geeft aan dat hij katholiek was, maar hij was een Presbyteriaan.

 

 

 

 

 

Het graf van Cain ligt in de voorste rij, 3e van links.
Rechts boven is een deel van de Cenakelkerk zichtbaar.

Herdenking op 10 mei 1945. Op de achtergrond de Nijmeegsebaan.

 

Na de crash

Sinds de invasie in Normandië had het 175 Squadron al menig piloot verloren. Steeds was het weer een schok, maar de afhandeling van het gebeuren was toch min of meer een routine zaak geworden. Zo ook in het geval van W.O. Cain.

Diverse RAF instanties werden geïnformeerd. Het voorval werd vermeld in het Operations Record Book van het squadron en het Logboek van W.O. Cain werd afgesloten. De familie werd op de hoogte gebracht met een “missing in action” telegram, gevolgd door een “killed in action” telegram en een persoonlijke brief van S/Ldr. Ingle-Finch.

De persoonlijke bezittingen van Cain werden verzameld en doorgestuurd naar de centrale opslag van de RAF in Colnbrook bij Londen.

Maar bovenal, zijn collega piloten moesten het gebeuren zien te verwerken . . . . .

Tommy Hall vertelt:

Hij was gecrasht aan onze kant van het front. Enige dagen later ontvingen we de vraag of iemand van het squadron zijn wapen en andere zaken kon komen ophalen bij de Britse soldaten die in dat gebied gelegerd waren. Bill Speedy werd erop uit gestuurd en hij kwam terug met de eigendommen van Cain. Bill vertelde ons dat het Leger hem begraven had op een tijdelijke begraafplaats en dat er een duidelijk kruis op zijn graf stond. Bill had zelfs een foto van het graf gemaakt. Hij liet ons ook de .38 revolver van Cain zien. De loop was helemaal dubbel gebogen door de kracht van de impact.

Voor een tijdje misten we “Killer”. In het squadron waren we allen goede kameraden, maar hadden toch nooit erg nauwe persoonlijke gevoelens voor elkaar. Ik denk dat dit een logisch gevolg was van de aard van het werk dat we deden en de meesten dachten: “Gelukkig ben ik het niet".

 

Logboek van W.O. Cain

Logboek (blad 1/2) — sept/okt 1944 (kopie)

W.O. Cain maakte in totaal 39 operationele vluchten boven vijandelijk gebied, met een totale vliegduur van 39 uur en 15 minuten. Alle sorties bestonden uit R.P. Attacks (raketaanvallen) op vijandelijke tanks, motorvoertuigen, artillerie- en troepen concentraties.

 

Het thuisfront

Enige tijd na de crash ontvingen William en Isabella Cain een telegram van het Britse Air Ministry. Dit voorspelde in die dagen niet veel goeds. Het was een standaard telegram waarin de “missing in action” van hun zoon werd aangekondigd.

Enige dagen daarna kwam weer een telegram. Dit keer werd medegedeeld dat hun zoon was omgekomen. Daarop volgde een officieel schrijven van het Air Ministry en als laatste schreef squadron commandant S/Ldr Ingle-Finch op 15 oktober 1944 een brief aan de moeder van Cain.
Het nieuws van zijn dood verscheen in de plaatselijke kranten. Maanden later ontvingen de ouders de persoonlijke bezittingen van hun zoon. Het horloge dat zijn moeder vlak voor zijn vertrek naar Engeland voor hem had gekocht, was er niet bij.

W.O. Cain kreeg na de oorlog (postuum) een certificaat en vijf Britse en Nieuw-Zeelandse eretekens uitgereikt.

In juni 1946, ruim 1,5 jaar na de crash, ontvingen de ouders van Cain een persoonlijk schrijven van de Air Commodore RNZAF. Deze was, na een gedegen onderzoek, eindelijk in staat om de ouders van Cain mee te delen hoe hun zoon was verongelukt.
(Zie hoofdstuk “Getuigen van het drama – Derek du Maurier”)

Ter nagedachtenis aan hun enige zoon lieten William en Isabella Cain een portret schilderen. Dit hing altijd op een prominente plaats in hun huis. Hoe zij in al die jaren het verlies verwerkt hebben is niet bekend.

William Cain overleed in 1963, 65 jaar oud en zijn vrouw Isabella Cain-Holloway in 1980, 83 jaar oud. De zuster van Ivan William Cain, Norma, huwde met Frederick Rock. Het echtpaar kreeg vijf kinderen, drie dochters en twee zonen. De oudste zoon is naar zijn oom Ivan vernoemd. Norma en haar man zijn eveneens overleden.

Op latere leeftijd had Ivan’s moeder het nog vaak over haar zoon en klaagde dan over het feit dat ze nooit zijn horloge had teruggekregen, dat haar vele jaren eerder door de RAF instanties was beloofd.

 

Definitieve rustplaats

In 1946 werd het kerkhof aan de Sophiaweg geruimd. De stoffelijke resten van de gesneuvelden werden naar het nieuw aangelegde kerkhof Jonkerbos overgebracht.

De gedenkzuil, die in 1945 door het 3rd C.C.S. op de tijdelijke begraafplaats aan de Sophiaweg was geplaatst, verhuisde mee en kreeg een prominente plaats op het kerkhof. De houten kruizen werden vervangen door kruizen van metaal en voorzien van een duidelijk uniform opschrift (*). Hier werd ook de inscriptie “Jonkerbosch” aan het opschrift op de zuil toegevoegd.

(*) Op het metalen kruis van Cain stond een verkeerde “Killed in Action” datum.

Aanvankelijk was de zuil het centrale monument op de begraafplaats aan de Mollenhutscheweg (thans Burgemeester Daleslaan). Dit veranderde toen rond 1954 begonnen werd met de bouw van de huidige inrichting. De zuil werd letterlijk “aan de kant gezet”.

In 1952 is men begonnen met het plaatsen van de standaard grafstenen. Dit proces liep door tot in het begin van de jaren zestig.

W.O. Ivan William Cain vond hier zijn definitieve rustplaats. De officiële grafaanduiding is: Jonkerbos War Cemetery - Nijmegen, graf 17-C-3. Noch zijn ouders, noch zijn zuster of overige familie zijn ooit bij zijn graf geweest.

Hij was 20 jaar oud toen hij stierf.

 

De crashplaats, vandaag de dag

Hoe ziet de crashplaats er tegenwoordig uit? Veel is veranderd. Kerk en klooster zijn afgebroken, maar de vijf huizenblokken langs de Heyendaalseweg staan er nog steeds. De weg is veranderd van een klinkerweg met zandstroken langs beide zijden, in een geasfalteerde straat met keurige trottoirs. Langs de weg zijn na de oorlog bomen geplant; inmiddels uitgegroeid tot forse exemplaren. Het bouwland ten westen van de Heyendaalseweg is rond 1959 volgebouwd als deel van de z.g. Kanunnikenbuurt.
Het terrein tussen de Heyendaalseweg en Pastoor van Bommelstraat bleef jaren lang vrij van bebouwing. Pas in 1985 zijn hier woningen verrezen.
De huidige bewoners van het stuk Heyendaalseweg tussen de Pastoor Wichersstraat en de Pastoor van Blitterwijckstraat en de parallel daaraan lopende Pastoor van Bommelstraat, hebben geen weet van het feit dat ergens in hun achtertuinen eens een Britse Hawker Typhoon neerstortte. Niets herinnert meer aan dit tragische stukje geschiedenis van Nijmegen.

 

Voorstel tot verlening van een onderscheiding?

Een recent onderzoek van het ORB (Operational Records Book) en andere bescheiden van 175 Squadron RAF betreffende de datum 6 oktober 1944, heeft enige interessante aanwijzingen opgeleverd. Iemand heeft het ORB en andere gegevens betreffende W.O. Cain aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Dit moet vóór begin 1950 gebeurd zijn, want daarna werden alle papieren documenten op microfiche gezet.
Naast de gegevens van Cain staan aantekeningen in potlood, bijna onleesbaar. Men kan zich afvragen of tengevolge van het krantenartikel “Willingly and Knowingly”, Cain was voorgesteld voor een onderscheiding, en dat men in het ORB ondersteunende informatie zocht? Deze gedachte wordt ondersteund door Derek du Maurier, die in 2007 schrijft:

De Air Commodore, Royal New Zealand Air Force, verzocht mij in 1946 om een bevestiging van het rapport van Desmond Tighe om een onderscheiding voor Cain te overwegen.

Dit soort overwegingen werden onderzocht door de “RAF and Dominion Missing Research and Enquiry Service”, afdeling “Casualty Enquiries”. Het onderzoek heeft niet geleid tot een onderscheiding voor W.O. Cain. Er is niets te vinden in zijn dossier in het personeelsarchief van het Nieuw-Zeelandse leger, of in andere relevante publicaties.

 

Nog eenmaal W.O. Cain

Op 5 november 1949 was het weer Klaproosdag, de jaarlijkse landelijke collecte georganiseerd door het Nederlandse Oorlogsgraven Comité. Ter gelegenheid van deze dag had men een speciale editie laten drukken van het blad “De Vliegende Hollander”.
Dit nieuwsblad, bekend bij iedereen, werd van mei 1943 tot aan de bevrijding in mei 1945 door geallieerde vliegtuigen uitgeworpen boven ons land.

Voor deze speciale editie had men een uitgave uit september 1944 gekozen. De inhoud was een compilatie van tekst en foto’s uit september en van latere datums (*). Op pagina twee stond een stukje met als titel: “Willens en Wetens”. Een verhaal over een jonge Nieuw-Zeelandse piloot.

Nog eenmaal kwam W.O. Cain dus in het nieuws. Anoniem, net zoals de vorige keer. Velen zullen het artikel gelezen hebben, maar niemand kon bevroeden wie er bedoeld werd.

(*) Het is opmerkelijk dat in de authentieke uitgaven van de “De Vliegende Hollander”, het artikel “Willens en Wetens” nooit heeft gestaan!

 

Willingly and Knowingly, door de bril van nu . . . .

Derek du Maurier bevestigde in 2006 nogmaals dat zijn verhaal uit “Willingly and Knowingly” in grote lijnen overeen kwam met hetgeen hij aan Desmond Tighe van het persbureau Reuters had verteld. Hij had gelijk wat betreft de “grote lijnen”, maar met de wetenschap van nu kunnen we stellen dat de toonzetting te “dramatisch” was en de inhoud niet voor de volle 100% op waarheid beruste. Zijn beschrijving van het ongeval voor de Air Commodore RNZAF in 1946, was al een stuk duidelijker en gematigder en in de latere contacten met hem werden nog diverse items aangepast en afgezwakt. De uiteindelijke getuigenis van du Maurier geeft een beeld, dat beter overeenkomt met andere getuigenissen en rapporten. Deze beschrijven het ongeval op een meer sobere manier.

 

Was W.O. Cain een held?

Het laatste deel van het hoofdstuk “De laatste vlucht, een reconstructie …. “ is een hypothetische crashanalyse van de auteur. Alleen W.O. Cain zou hebben kunnen beamen of het geheel zich zo heeft afgespeeld, ja of nee. Toch is het bijna zeker dat het gebeuren ongeveer zo is verlopen. Alle gegevens die voorhanden zijn, zijn erin verwerkt, aangevuld en samengevoegd met logische redeneringen en gevolgtrekkingen.

W.O. Cain heeft zichzelf in grote moeilijkheden gebracht door niet te kiezen voor een vroegtijdige parachutesprong, maar voor een noodlanding. De uitvoering hiervan werd hem echter onmogelijk gemaakt door onvoorziene omstandigheden. Dit bracht hem ertoe zijn laatste en voor hem, fatale beslissing te nemen zoals in het voornoemde hoofdstuk is uitgelegd. Deze laatste daad heeft voorkomen dat zijn bijna onhandelbare machine terecht kwam op de huizen, het klooster of andere gebouwen aan de Heyendaalseweg. Dit zou ontegenzeggelijk vele slachtoffers en grote schade hebben veroorzaakt.

Het geheel overziend, kunnen we stellen dat Warrant Officer Ivan William Cain een heldhaftige daad heeft verricht. Een daad die, na de crash, door de bewoners van Brakkenstein stilzwijgend werd erkend en gewaardeerd. Niet voor niets ging het gerucht door de wijk, dat de piloot met opzet zijn vliegtuig had laten neerstorten op het trapveldje om de bewoners voor een grote ramp te behoeden.

 

Een gedenkteken

Zoals gezegd, niets herinnert aan dit tragische stukje geschiedenis van Nijmegen. Ons resten nog weinigen die het daadwerkelijk hebben meegemaakt of ervan hebben gehoord. De crash ging ten onder in de mêlee van gebeurtenissen van de herfst en winter van 1944. Het zou van eerbied en respect getuigen om de heldhaftigheid van de Nieuw-Zeelander Ivan William Cain alsnog te erkennen. Een eenvoudige gedenkplaat of steen, in de omgeving van de crashplaats, zou hieraan recht doen (*).

(*) Er zijn plannen om dit op te richten op de hoek van de Heyendaalseweg, en de Pastoor Wichersstraat, Brakkenstein.

 

 
De auteur is veel dank verschuldigd aan Dr. Nick Lambrechtsen, Wellington – NZ.
Als kind heeft hij de oorlog in Hees bij Nijmegen van nabij meegemaakt. Na zijn emigratie in 1958, zet hij zich tot op de dag van vandaag in voor goede relaties tussen de geëmigreerde Nederlanders, Nederland en Nieuw-Zeeland. Nick Lambrechtsen is de initiator van het onderzoek naar de Cain crash. Naast zijn omvangrijk archief zijn de contacten met de familie van Cain en Derek du Maurier van grote waarde geweest voor de totstandkoming van dit artikel.

 

Geraadpleegde bronnen:

- NZ Defence Archives in “Archives NZ”: AIR 118, record 62L, Vol. A-C.
- Air Force Museum, Wigram - NZ
- Operation Record Book 175 Squadron RAF – 6 oktober 1944
- Logbook W.O. Cain – Sept/Oct 1944
- Typhoons Warfare, Reminiscences of a Rocket Firing Typhoon Pilot: Tom Hall – Australie
- For Your Tomorrow, A record of New Zealanders who have died while serving with the RNZAF and Allied Air Services since 1915: Errol W. Martyn
- Normandie 1944: La 2nd Tactical Air Force – Geoffrey Murphy et Jean Pierre Benamou
- Gestaag Gespannen: R. Wildekamp, H. Talen, P. Truren
- Documentatiegroep Volkel, P. Truren
- Commonwealth War Graves Commission
- Noviomagus.nl
- Regionaal Archief Nijmegen
- Kroniek van het Neboklooster - 1944, Pater Joannes Baptist Theunissen - Archief Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven “Klooster Sint Aegten” te Sint Agatha.
- Oorlogsdagboek van het Neboklooster, Pater H. van Driel - Archief Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven “Klooster Sint Aegten” te Sint Agatha.
- Oorlogsdagboek van het klooster Brakkenstein (S.S.S.), Pater J. Beurskens.
- Rob Essers, Nijmegen
- Peter Groenen, Nijmegen
- Bart Janssen, Nijmegen
- Nick Lambrechtsen, Wellington - NZ
- Archief auteur

 

Extra

Klik hier voor het artikel dat verscheen in weekblad De Brug op 12 januari 2010.

Klik hier voor de Poll van weekblad De Brug of het monumentje er moet komen of niet. 2e kolom, halverwege de pagina)

Reactie 1:

Hr. Som, 14-01-11: (via Janneke van Bergen, weekblad De Brug) 

"Wij woonden in Brakkenstein op het stukje land bij de Spoorweg. Die dag zag ik een sputterende typhoon vanuit de Duitse grens aankomen. Ik dacht: die gaat neerstorten op Brakkenstein. Maar hij stortte neer op ons oude voetbalveldje. Ik ben meteen gaan kijken. Er waren heel veel Canadezen die in een nabij gelegen klooster zaten. Het vliegtuig zat wel een meter diep in de grond. Het was helemaal verwrongen. Ik heb gezien hoe ze het lichaam van de piloot uit het vliegtuig haalden." 

De meneer was zeer verguld met het verhaal in de Brug.

 

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: