Vincentiusklooster

© Gérard Knipping, internetbewerking 26-03-2014 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Geschiedenis van het St.-Vincentiusklooster
aan de Dominicanenstraat te Nijmegen.

(Spreekbeurt voor "De Vrouwenschool" 27 mei 1994)



Een korte historische beschouwing vooraf.
Algemeen bekend is, dat in 1848 een nieuwe grondwet gemaakt was, die de eerste van 1815 moest vervangen. Thorbecke was de man van de Wet van 1848. Deze was gebaseerd op het liberalisme.
Deze wet stond o.a. vrijheid van onderwijs toe. Dat wilde echter nog niet zeggen, dat er ook gelijkheid van onderwijs kwam.
Door een grondwetswijziging van 1887 kwam er wel enige verbetering. Bijzonder Onderwijs mocht door de staat worden gesubsidieerd. Ook dat hield nog geen gelijkberechtiging in. Er werd dus van overheidswege wel wat geld gegeven, maar dat was voor het bijzonder onderwijs maar een schijntje. Ouders moesten zelf voor de scholen van hun kinderen betalen.
Voor een goed begrip.
Sedert 1848 bestaan er eigenlijk voor de Staat twee vormen van onderwijs:
Openbaar onderwijs aan scholen opgericht en onderhouden door het rijk of de gemeente.
Bijzonder onderwijs aan alle andere scholen. In die jaren waren dat veelal katholieke en protestante scholen.
Jarenlang hebben onze voorouders gevochten voor gelijkstelling van onderwijs. D.w.z. Openbare en bijzondere scholen gelijkberechtigd en dus a l l e onderhouden door het Rijk. Het heeft tot 1920 geduurd voordat dat bereikt was.

Toch moest er onderwijs gegeven worden. Aangezien het voor een leek niet te doen was vanwege het grote tekort aan inkomen, werden in de tweede helft van de vorige eeuw nogal wat Onderwijscongregaties gesticht.
Dat wil zeggen. Een groep dames nam het op voor de meisjes en de jongens werden geholpen door een groep mannen. Zo ontstonden de Congregaties van Broeders en Fraters en Zusters.
Heel bekende waren uit die tijd: De Zusters van J.M.J. uit den Bosch, de Zusters van Liefde uit Tilburg, de Broeders van Maasticht, de Fraters van Tilburg en de Broeders van Oudenbosch, o.a.!!!
Voor ons hier geldt het de congregatie van Catharina van Siena, ofwel De Zusters van Voorschoten, een congregatie van Dominicanessen.
24 mei 1841 werden zij gesticht in Rotterdam. Twee zussen Lucia en Elisabeth Pinkers, die het zelf ook niet erg breed hadden, huurden een paar kamers boven een bakkerij in Rotterdam. In 1835 begonnen zij met het geven van handwerkonderwijs aan de allerarmsten. Hun ouders zorgden voor hun levensonderhoud.

Voor het geven van onderwijs was er in die jaren geen diploma nodig. Zij werden met hun werk gesteund door twee paters Dominicanen, J. Raken en een jeugdvriend pater Van Zeeland. Er werd een huis gekocht aan de Schie door een rijke weduwe en de twee meisjes werden ingekleed als religieuzen. Het zou te vervoeren alle details van de stichting te vermelden.
We maken daarom een grote sprong naar 1895.
Intussen is de groep een grote congregatie - zoals dat toen heette - geworden en zij zijn door "Rome" erkend. Zij hebben het Moederhuis gevestigd in Voorschoten aan de Veurseweg in Huize Bijdorp. Vandaaruit zijn veel kloosters gesticht over heel Nederland. 0.a. in Amsterdam, Rotterdam, Tiel, Schiedam, kortom overal in de buurt van kerken, die door de paters Dominicanen werden verzorgd.

In 1892 was het 600 jaar geleden, dat de Dominicanen zich in Nijmegen hadden gevestigd. Dat was destijds gebeurd in de Broerstraat en aan de Burchtstraat en Nieuwstraat. In de Broerstraat op de plaats, waar nu ongeveer de winkel van Blokker staat stond de kerk. Daaromheen tot ver over het terrein waar nu het uitgebreide deel van het Stadhuis staat, lag een klooster met een College voor de opleiding van a.s. priesters. Dït alles, een eeuwenoud klooster met de kerk en het college werd bij het bombardement in 1944 en de Bevrijding daarna in september 1944 grotendeels verwoest of zodanig beschadigd, dat het geheel rond 1950 moest worden gesloopt. Dit tot groot verdriet van duizenden Nijmegenaren. Kortom bij dat zesde eeuwfeest in 1892 wilden "Katholiek Nijmegen" de Dominicanen danken voor al hun werk. Tussen 1880 en 1890 waren de stadswallen gesloopt en ging men de stad uitbreiden. De Katholieken boden de paters daarom een kerk aan als geschenk voor bovenvermeld eeuwfeest. Die kerk zou komen aan de "Berg en Dalschestraat". En toen deze kerk was voltooid in 1894 moest worden uitgezien naar scholen voor kinderen uit de buurt. Men was in 1894 begonnen met een klein kerkje met de bedoeling het in drie fasen te vergroten. De architect was Jules Kaijser uit Maastricht.

Rond 1890 was er nog geen gelijkberechtiging van het onderwijs. D.w.z. dat de ouders zelf voor het onderwijs moesten betalen en wie dat niet kon, was afhankelijk van een of andere onderwijscongregatie, die in de loop van de negentiende eeuw was gesticht.

Zo was het hier normaal, dat de Dominicanen aan de Berg en Dalschestraat de Zusters van Voorschoten vroegen om naar hier te komen. Pater Augustinus Meyer had een zus in die congregatie. Hij schreef aan haar - Zr. Aloysia - bij gelegenheid van het nieuwe jaar in 1895: "Ik keek eens in de kalender van 1895 of ik daar soms zag staan: De Zusters Dominicanessen van Voorschoten zijn in Nijmegen een school begonnen in het nieuwe gedeelte der stad."
De Overste in Voorschoten, die dit hoorde, meldde terug, dat zij niets liever deed dan een paar zusters naar Nijmegen te sturen. Er werd een stukje grond gekocht van de Familie Roothaan, die daar nogal wat hadden liggen. Daarop werd de eerste school gebouwd.
Voor de goede orde: De Familie Roothaan had in deze hoek aardig wat eigen grond liggen. Zij had zelfs een straat laten aanleggen van de Daalscheweg naar de Berg en Dalschestraat. Het zou dan ook de Roothaanstraat gaan heten. Maar toen zich daar in de buurt Dominicanen en Dominicanessen gingen vestigen werd met de Gemeente en de familie Roothaan overeengekomen, dat die straat Dominicanenstraat zou gaan heten.
Toen rond 1985 - bijna een eeuw later - de "oude uloschool" werd gesloopt was het dan ook niet minder dan billijk daar een straat te projecteren ter nagedachtenis aan de familie Roothaan, van wie een der leden de stichter was van het Canisiusziekenhuis aan de St. Annastraat in 1925.

In een paar schoollokalen, die in 1897 voltooid waren, werd het kloosterleven begonnen.
Van 14 - 17 april 1897 was er gelegenheid om leerlingen in te schrijven. Uit de kronieken: "20 April 1897 wordt in de 0.L.Vrouwekerk een plechtige H.Mis opgedragen om Gods Zegen af te smeeken over de nieuwe schoolen." Al heel spoedig was er uitbreiding van de scholen nodig. Tussen de beide gebouwen in bleef een stuk grond vrij om daar t.z.t. een klooster te bouwen. Om geld in de kas te krijgen voor de scholenbouw gaven de zusters ook onderwijs aan de kinderen van meer gegoede ouders.
Pas op 12 april 1904 werd de eerste steen gelegd voor het definitieve klooster. Dit huis werd toegewijd aan de H.Vincentius Ferrerius, een Dominicaner priester uit Valentia, die zich inzette voor de bekering van de Heidenen, de Moren en Joden. Zijn voornaamste doel was te preken over de uitersten van den mens en vooral het laatste oordeel. Hij had altijd een groot gehoor onder zijn volgelingen. Ver van zijn Vaderstad - Valentia in Spanje - stierf hij 5 april 1419 in Bretagne.
De eerste overste (priorin) was Zr. Raymunda Kuhlmann.

De rector van de kerk krijgt vanuit het klooster al spoedig hulp. De zusters zorgen voor het schoonhouden van de kerk, voor de paramenten en Zr. Longina fungeert als kosteres zolang er nog geen officiële koster voor de kerk is gevonden.
In de kronieken van de parochie: "Ook wordt door de Zusters het ontbijt voor den Rector verzorgd - zijnde twee gesmeerde boterhammen met rogge belegd en een glas melk."
"Mevrouw E. van Aernsbergen, een van de grote weldoensters van de Dominicanenorde," aldus de kronieken, "verblijdde de Zusters met een perceel bouwgrond voor de bouw van armenscholen, die in 1899 gereed kwamen." Intussen zijn er zeventien zusters en er is nog steeds geen klooster. Daarenboven moeten een paar schoollokalen gebruikt gaan worden als noodkerk, nu de Maria Geboortekerk wordt vergroot. Dit kan goed doordat er een houten wand zit tussen twee lokalen, die in het weekend verwijderd kan worden.
Als in 1901 de Urselinen uit de Gemeente gaan vertrekken komen veel arme kinderen zonder onderwijs.
Kronieken: "Noch de Zusters van de Doddendaal, noch de zusters van J.M.J. nemen deze kinderen op. De ontferming kwam van de zusters Dominicanessen. Het laagste uit het laagste. De zusters hebben hen heel wat moeten bijbrengen eer zij de voortuinen der huizen met rust lieten, de mooiste bloemen lieten staan en waterkranen niet meer opendraaiden." aldus de kronieken van de parochie. En verder: "Zij waren meer dan honderd in getal. Gods Zegen over dit liefdewerk bleef niet uit. Van dien tijd af nam het leerlingenaantal van elken stand zichtbaar toe. In 1901 waren er reeds 500 kinderen."
Rond 1902 is de bouw van een klooster dringende noodzaak. Kloosteroverste is dan Priorin Angela Huisman. Tot dan toe sliepen de zusters op de zolder van de school en voor het samenkomen en gemeenschappelijk gebed was meer een kleine ruimte beschikbaar.
12 april 1904 wordt de eerste steen gelegd. De opzet is flink. Boven een grote kapel en daaronder een recreatiekamer. Aan de voorzijde beneden een grote zaal, die goed bruikbaar is voor vergaderingen van parochianen. Deze zaal kom door een paar schuifdeuren in twee ruimtes worden verdeeld.
De kroniekschrijver van de parochie in die jaren, Rector Kock vertelt: "Goed en wel was men boven den grond aan het bouwen, toen ik op een middag de keet binnenliep en den Opzichter, den Heer De Groot, leerde kennen. Onder het gesprek vernam ik iets van een contract tusschen de Zusters en het Kerkbestuur over het bebouwen van den grond. Ik had daar nooit van gehoord. Het moest dus voor mijn tijd zijn opgemaakt. Ik vond het raadzaam dit contract eens in te zien en vroeg het den Pastoor, die er niets van wist!"

Om even duidelijk te zijn het volgende: Genoemde pater Rector Kock kon niet alles zelfstandig beslissen. Hij was enigszins afhankelijk van de Pastoor van de toenmalige Broerstraatskerk. Daarvan was de kerk aan het Mariaplein een zogenaamd Rectoraat. Zo kon het zijn, dat er een contract getekend was met het Kerkbestuur van de Broerstraat. Bedenk daarbij ook, dat pater Kock niet de eerste rector was en er voor zijn rectoraat al overeenkomsten gesloten waren om de Zusters hier naar Nijmegen te krijgen.
Zo bleek uit het contract, dat de zusters verder naar achter gebouwd hadden, dan was afgesproken. En zodoende waren ook de bouwkosten overschreden.
De verhouding tussen de Priorin Zr. Angela Huisman en pater Kock, die toch al niet zo goed was, werd hierdoor zeker niet beter. Doorlopend zijn er problemen, soms om de kleinste futiliteiten.
Enfin, over de verdere bouw staat in het parochie-archief weinig verteld. Alleen, dat op 21 november 1904 het klooster plechtig wordt ingezegend door de Provinciaal (d.i. landelijke overste) van de Dominicanen Pater Theissling. Het wordt dan officieel toegewijd aan Vincentius Ferrerius, die ook een beeld in de voorgevel boven de voordeur kreeg.
En daarmee is de bouw eigenlijk voltooid en vertellen de parochie archieven er niet veel meeer van, dan dat er zo nu en dan een parochievergadering is in de grote zaal beneden voor.
Op de zolders zijn zeer sobere houten kamertjes gebouwd, die "Cel" heetten. In het begin uiteraard zonder verwarming en zonder stromend water. Pas in veel later jaren is dat gekomen.
De zusters hadden een eigen wasserij en op de zolder tussen de school en het klooster was een grote ruimte om de crêmekleurige habijten te "zwavelen".
In de kapel was elke morgen om zeven uur H.Mis, zodat de zusters op tijd in school konden zijn.
Het grootste aantal, dat hier gevestigd was moet rond de 45 geweest zijn. Zij waren tot de jaren zeventig gekleed in een crêmekleurig habijt met uiteraard een witte bef en een zwarte sluier.
De kronieken van de parochie:
"Donderdag 28 October 1920 heeft ten half acht een generale Communie aller kinderen plaats ter dankzegging aan God voor de overwinning in de Schoolstrijd. Na de H.Mis, die ten 8 uur begint wordt de "Te Deum" gezongen om God te danken voor de aanneming van de wet op het Lager Onderwijs." Tot zover de kronieken.
Ter verduidelijking. Het "Te Deum" is een dankgezang aan God, dat altijd bij plechtige gelegenheden werd gezongen in de kerk, al dan niet meerstemmig.

Wat de wet zelf betreft ter verduidelijking.
Deze wet, waarvoor onze ouders en voorouders jaren gestreden hebben hield in dat het Bijzonder Onderwijs dezelfde financiële rechten kreeg als het Openbaar Onderwijs. Kortweg gezegd: Financlële gelijkstelling. Dit bracht natuurlijk mee, dat leerkrachten beter werden gesalarieerd. En dat bracht weer mee, dat meer leken in het onderwijs werkzaam werden. Dat bracht weer mee, dat religieuzen - broeders en zusters - die het tot dan toe voor een appel en een ei, of helemaal voor niets hadden gedaan, op sommige plaatsen scholen afstonden aan de leken.
Hier in het klooster aan de Dominicanenstraat gebeurde dat niet. De zusters bleven hier werkzaam, maar er kwamen wel leken op dit soort scholen in dienst naast het religieuze personeel.
Heel veel mensen - ook leken onderwijzers en leraren - hebben de religieuzen vaak verweten, dat zij hen het brood uit de mond stootten. Niets is minder waar. De Onderwijscongregaties hebben in het einde van de vorige en in het begin van deze eeuw ongelooflijk veel werk verzet in het onderwijs, en dit onder zeer moeilijke en armzalige toestanden.
Toen het na de jaren 1920 en 1930 wat beter ging en veel congregaties hun plaats niet zo maar voetstoots afstonden werden de boven vermelde verwijten - ten onrechte - gemaakt.

De zusters van de scholen aan de Dominicanenstraat waren in die jaren zeer behulpzaam in het parochieleven. Duizenden kinderen hebben zij voorbereid op de eerste H.Communie en aan het einde van de lagere schooltijd de plechtige H.Communie, waarbij de doopbeloften plechtig werden vernieuwd, die peter en meter bij de doop namens de dopeling hadden afgelegd.
Rond 1921 werd pater Kock, die hier toen ruim 23 jaar werkzaam was geweest overgeplaatst naar Alkmaar. Spoedig daarna werd het rectoraat verheven tot parochie met een pastoor aan het hoofd.
In 1924 krijgt de Congregatie van de Zusters van Catharina van Siëna, die in de Dominicanenstraat haar klooster hadden in een officieel document de Pauselijke Goedkeuring door Paus Pius XI. Dat wilde zeggen, dat de congregatie - in Nederland beter bekend als "De Zusters van Voorschoten" - niet langer onder de jurisdictie van de Bisschop viel, maar met een eigen bestuur zelfstandig werd.
Rond de jaren dertig is er vanuit het klooster in de gebouwen eromheen: een kleuterschool met daaraan verbonden een opleiding voor kleuterleidsters. Daarnaast een lagereschool en een ULO-school, die later Mavoschool werd. Je kon hier dus op je vierde beginnen en tot je twintigste blijven.
Die situatie is zo tot ongeveer 1950 geweest. Toen is de kleuterleidstersopleiding afgestoten. De andere drie vormen van onderwijs bleven.

Een persoonlijke herinnering van schrijver dezes. Het zijn de jaren dertig. Geen oorlog, dus overal rustig. Iedereen liep "mooi in het gareel" en er was zeker voor schooljongens niets te vrezen. Ik was toen misdienaar in dit klooster. Waar alleen de rector van het klooster als enige man mocht komen, daar mochten ook de misdienaars komen. Verder: Geen mens. Op de grote zwaaideuren, die toegang gaven tot het woongedeelte van de zusters stond dan ook met duidelijke en mooie letters "SLOT".
's Morgens om kwart voor zeven stond - zomer of winter, dat deed er niet toe - de voordeur op een kier voor de pater en de misdienaars. Zeer zacht hoorde je die te sluiten. Deed je dan ook. Een heel werk trouwens voor een jochie van 9 à 10 jaar. Dan nog de grote dubbele haldeur, waarvan de rechterdeur altijd vastzat. Dan sloop je op je tenen naar het kastje in de muur links vooraan in de gang. Er was daar toen een deur naar de school, die rond juni 1989 werd gesloopt. Die deur leidde naar de vroegere kleuterschool, waar schrijver dezes zijn eerste schooljaren "sleet". Later was dat de ULO school,waar hij van '63 tot '84 docent en adj.dir. was.
Enfin, in dat kastje in de muur stonden gymschoenen, die je moest aantrekken om zo zacht mogelijk te lopen en - denk ik - om altijd op schone schloenen in het "heilige der heiligen" binnen te gaan. Gymschoenen aan en dan nog op je tenen door de grote hoge deur met SLOT erop. Dan de grote glimmende trap op, die even hard glom als de lange brede gangen en zo kwam je dan boven bij de sacristie, waar je je moest omkleden in "misdienaarstenue". Een bruine eiken deur met glas-in-lood leidde naar de kapel. Je kon de Zusters dan altijd "zingend horen bidden" of "biddend horen zingen".
In elk geval wij wisten als doorgewinterde misdienaars al gauw, dat dat het koorgebed was, dat aan alle kloosterlingen was voorgeschreven op bepaalde uren van de dag. Het grote raam in de eiken deur toonde een afbeelding van - wat wij ook al gauw leerden - Dominicus. Het was - merkte je later - een afbeelding geschilderd door Fra Angelico in Florence. En hier als reproductie in glas-in-lood. De hele sacristie met eiken kasten om de paramenten op te bergen rook altijd naar boenwas. En ook die glom natuurlijk overal, op de vloer, de ramen en de kasten.
Praten mocht je er alleen zachtjes. Meestal was je met zijn tweeën.
De kosteres - herinner ik me - was in die jaren ene zuster Barbara, zij liep wat mank; pater Sutmuller, een oud missionaris uit Curacao deed meestal de mis.
Na de mis weer heel stil naar beneden, gymschoenen verwisselen en even naar de eerste spreekkamer rechts voor de deur naar de uitgang, waar dan altijd een kopje thee met een beschuit klaar stond. En dat was - geloof ik - nog het fijnste van het misdienaar-zijn.

Dan komt de periode van de Bezetting. Er moet veel geïmproviseerd worden, als de Duitsers steeds meer scholen in beslag nemen. Lesuren worden afgewisseld, halve dagen school, dan weer een andere school in hetzelfde lokaal etc.
In September 1942 nemen de Duitsers het Dominicuscollege in Neerbosch in bes1ag. 82 studenten worden met kunst en vliegwerk ondergebracht o.a. in de bovenverdieping van de "Fröbelschool". De overdekte veranda van het klooster wordt volgelegd met een veertigtal veldbedden in allerijl geleend. Ook het naast de kerk gelegen parochiehuis wordt voor de leerlingen van het Dominicuscollege ingericht. Tenslotte zijn er particulieren, die ruimte beschikbaar stellen.
Het Dominicuscollege werd onderdak voor Duitse soldaten, wat aan de buitenkant duidelijk te zien was. De naam en de beelden werden vervangen door allerlei Duitse emblemen.
De invasie van de studenten kon niet zo erg lang duren.
Anderhalf jaar later kregen de zusters op 12 februari 1944 te horen, dat het klooster en de scholen op 24 februari ontruimd moesten zijn. Veel van de inhoud, zoals meubilair, kleding etc. werd bij overburen ondergebracht. Tragisch is, dat alles daar in oktober 1944 bij een aanval van granaatvuur in brand geschoten werd en dus alles in vlammen opging.
Klooster en scholen waren nodig voor oorlogsdoeleinden. Zij hebben tot de bevrijding in september 1944 leeggestaan. Toen is de lagere school (nummer 4) een paar weken gebruikt voor Duitse krijgsgevangenen.
Na oktober kwamen er de Canadezen in. Klooster en scholen werden uitgebreid gebruikt. Er was dan ook niet veel meer van over, toen de Canadezen in juni 1945 vertrokken. Toen in mei 1945 de bevrijding kwam, werd op 4 mei bekend gemaakt, dat de capitulatie de volgende dag getekend zou worden in Wageningen. Van pure ballorigheid en vreugde, dat alles nu achter de rug was, gooiden de Canadezen twee brandende kachels uit het raam van een paar klaslokalen op de bovenste verdieping van de school. Of die ook blij waren!
Toen zo halverwege het jaar 1945 alle Bevrijders naar huis terug waren en dus de schoonmaak kon beginnen, werd er een comité in het leven geroepen van alle buren en overburen en vrienden van het klooster. Met man en macht werd aan de schoonmaak begonnen door vrijwilligers. Begin december 1945 was het klooster zodanig "gekuisd", dat de zusters konden terugkomen. Zij waren na de Bevrijding in September overal in de stad in verschillende kloosters ondergebracht. Het klooster aan de Dominicanenstraat lag in de bevrijdingsdagen echt in de vuurlinie. Op andere plaatsen o.a. in het Dominicuscollege, dat gedeeltelijk weer was vrijgegeven, konden zusters worden ondergebracht.

Toen op zes december de zusters weer konden terugkomen werd daarvan dan ook een groot feest gemaakt. Op de hoek van de straat bij het Mariaplein werden zij opgewacht door de pastoor "in vol ornaat" en een honderdtal bruidjes. En zo werden zij naar het klooster teruggebracht. Alles zag er wel redelijk schoon uit, schoongemaakt met "na-oorlogse" zeep, die in die jaren ook niet de allerbeste was. Provisorisch ingericht met geschonken stoelen en tafels. Het verblijf van krijgsgevangenen en bevrijders had er niet veel heel gelaten. Het waren dan ook geen brave meisjes.
Daarna gingen de zusters zelf aan de slag. De ontvangstdag was een groot feest geweest. Aangezien de kerk zwaar beschadigd was moest in de kelder van het klooster in 1944 een noodkerk worden ingericht, totdat de kerk weer helemaal hersteld en bruikbaar was. Het is pas rond de jaren vijftig als alles zo een beetje in het normale gareel komt, de schoollokalen weer allemaal bruikbaar en de kloostergangen weer glimmen, zoals dat vóór de oorlog het gebruik was.
De situatie is dan ongeveer zo:
Gezien vanuit het klooster (nummer 6) is nummer 4 de lagere school, verschillende parallelklassen van één t/m zes. Nummer 8 was de Ulo-school - zeer hoog aangeschreven in die jaren. Naast de Ulo lag een gang, die naar de kleuterschool - in vroeger jaren "Fröbelschool" en in later jaren "Montessorischool" leidde.
Deze Kleuterschool was de eerste die aan sloop moest geloven en wel 8 juli 1987, uiteraard bij gebrek aan leerlingen in die jaren. Deze school is trouwens ook een groot aantal jaren voor een belangrijk deel gebruikt door de Ulo - school, die halverwege de zestiger jaren uit haar voegen groeit door het zeer grote aantal leerlingen.
Schrijver dezes werd in 1963 aan genoemde Ulo-school als docent benoemd. In die tijd maakte hij ook de bloeiperiode van de school mee. De Directrice van die school was in Nijmegen zo bekend, dat het je kon overkomen dat je zei: "Ik sta aan de Catharina-ulo," je de vraag kreeg:" waar is die? "Op je antwoord: "Aan de Dominicanenstraat", kreeg je dan te horen: "Oh, de school van Zr.Fides." Zij was dus meer bekend, dan de naam van de school.
Het was een zeer gedisciplineerde school. Inderdaad vonden de kinderen in die jaren - meisjes van 12 à 13 tot 16 à 17 - dat het daar zeer streng was. Maar zeer merkwaardig is, dat zij allen, die ik nog wel eens ontmoet altijd met prettige herinneringen over de school en de docenten spraken. Hun hoofdargument: "Je leerde er echt leren en studeren." En dat zijn prachtige complimenten, als je dat na zo een vijfentwintig jaar nog eens hoort.

In de zestiger jaren worden ook nieuwe habijten ontworpen. De sluier wordt kleiner, het befje wat korter en kennelijk naar eigen smaak mag ook de rok wat korter worden. Het duurt dan ook maar een paar jaar of sommige zusters komen "in het burger" voor de klas. In huis en zeker op zondagen is het nog gebruik in die jaren, dat men in habijt - zij het wat vernieuwd - rondloopt.
Over het interieur van het klooster is verder weinig te vertellen. Het was en bleef voor mannen ontoegankelijk. Ook al stonden de deuren soms wel wat verder open en werden sommige feesten voor de zusters met de leken-collega's samen in het klooster gevierd.
Toch komt ook bij deze religieuzen de "leegloop" en wat voor de congregatie erger was geen nieuwe aanwas meer.
M A A R de zusters hadden in honderd jaar tijds ruimschoots hun werk gedaan. Zij mogen dan ook niet vergeten worden. Zeer belangrijk werk hebben zij verzet in de tijd, dat onderwijs door leken practisch niet te doen was. Vergelijk het wat met de ziekenzorg, waarin ook talloze kloosterorden werkzaam waren echt "pro Deo", met maar een enkele leek in hun midden, die het zich kon permitteren voor een klein salaris in een ziekenhuis te gaan werken echt: ter liefde Gods, zoals de zusters dat deden.
In het klooster aan de Dominicanenstraat staan zo vooraan in de jaren zeventig nog een kleine vijftien à twintig zusters, die ook niet allen meer werkzaam zijn in het onderwijs. Dat zijn er rond 1970 precies acht aan de Mavo-school en de lagere school samen.
De Ulo is in 1968 overgegaan in Mavo en in 1972 was aan deze ulo school het laatste examen.
En dat waren zeer pittige examens. Altijd voor een vreemde commissie, dus er kon echt niet "gefoeseld" worden. Onze school had tot aan het einde toe zeer mooie resultaten.
In 1972 trekt de directrice, Zr.Fides, zich terug i.v.m. pensioen. Bij die gelegenheid wordt een bestaande jongensschool in de Prins Hendrikstraat met de onze gefuseerd. "Wij" worden vanaf die datum "gemengd". En zoals alle fusies te verafschuwen zijn, zo ging het ook hier. Er kwam een nieuwe directeur, en dat ging nog wel even. Maar rond 1983 kwam er een tweede en binnen de kortstmogelijke tijd gleed de zaak naar beneden. Wat "wij" in de glorietijd in een examenklas hadden zitten, zit nu nog op de hele school. Geen wonder, dat de toenmalige directeur in 1985 wegens wanbeleid werd weggestuurd, iets wat slechts bij zeer hoge uitzondering gebeurde. Er kwam een nieuwe directrice, die de zaak tot heden heeft geleid en nu zal deze school worden opgenomen in het geheel van het Canisiuscollege.
Schrijver dezes was in 1983 al van deze school verdwenen.
Zonder erg ben ik naar de school overgewipt en heb ik het klooster wat verwaarloosd.

Daarom tot slot de laatste geschiedenisjaren van het klooster.
25 juli 1983 wordt de kleuterschool - schuin achter het klooster - definitief opgeheven. Eind mei 1914 was met de bouw begonnen. Januari 1915 officieel in gebruik genomen.
Na de sluiting werd onmiddellijk met de sloop begonnen,daar de grond bestemd was voor huizenbouw. Bijna zeventig jaar had deze school dienst gedaan. Er gaan dan ook geruchten over de sloop van het klooster, doordat er een bericht de rondte doet, dat de zusters zullen vertrekken. Dat is echter nog niet definitief.
15 oktober 1983 komt er op de pastorie aan het Mariaplein bezoek van de Algemene Overste van de Zusters van Voorschoten. Zij komt de kerk een orgel, een houten Dominicusbeeld en een eiken kast uit de sacristie aanbieden.
De Zusters zullen nu binnenkort gaan vertrekken.
19 oktober 1983 is er in de middag om half vijf een laatste plechtige Eucharistieviering in de kapel van het klooster. Het voltallige hoofdbestuur uit Voorschoten is aanwezig tezamen met de laatste twaalf zusters van het huis.
O o i t waren het er v i j f e n v e e r t i g.
13 november 1983. De kronieken van de parochie:
"Tijdens de Hoogmis van half elf nemen in een plechtig geconcelebreerde Eucharistieviering, waarin pater Beckers en pater Bakkers voorgaan, afscheid van onze zusters uit de Dominicanenstraat, die Nijmegen gaan verlaten.
De kerk zit vol. Sinds het einde van de vorige eeuw hebben deze zusters onnoemlijk veel betekend voor onze parochie. In 1895 kwamen de eerste zusters naar hier. Bijna negentig jaar later vertrekken zij nadat zij zich met zeer veel zorg hebben ingezet voor de jeugd van onze parochie. In de kleuterschool, de lagere school, de ulo-school en de kleuterleidstersopleidingen.
Pater Beckers preekt en een van de eerste leerlingen, Mevrouw Nillessen-Kokke - 86 jaar oud spreekt via een bandje, dat zij zelf niet meer in staat is naar de kerk te komen. Zij spreekt haar waardering, haar dank en haar verdriet uit bij het vertrek van de zusters.
Na de Eucharistieviering worden alle zusters bedacht met een bos rozen. Ook het gehele hoofdbestuur uit Voorschoten was aanwezig.
"
Twee dagen later vertrekken de zusters en het klooster heeft in die functie opgehouden te bestaan. De Gemeente moet er nog een bestemming aan geven.
19 juni 1989 ligt de oude ulo-mavo-school geheel in puin.
Sic transit gloria Noviomagi. Wat eens de roem van de stad was ligt nu in puin.
Eind 1990 loopt in plaats van dit gebouw de Roothaanstraat vanaf de Dominicanenstraat naar de Van de Havestraat. En die naam is een eerbewijs aan de man en de familie, die hier honderd jaar geleden al een straat verdiend hadden. Een tweetal jaren wordt het klooster dan gebruikt voor allerlei "wijk-doeleinden", totdat het in de loop van 1993 geheel gerestaureerd en bewoonbaar gemaakt wordt voor het doel, waarvoor het nu bestemd is.

Het enige, dat nog aan het klooster doet denken, is het beeld van Vincentius Ferrerius in de gevel boven de hoofdingang.

Nijmegen 16 april 1994

Gérard J.A.Knipping
Batavierenweg 44

Nawoord

Op www.wijkcomiteoost.nl staat als inleiding op een interview met Gérard Knipping:

"Voor Gérard Knipping is de Dominicanenstraat de helft van zijn leven. Van 1927 tot 1959 woonde hij er op nummer 13. Hij zat op de kleuterschool bij de zusters Dominicanessen en was misdienaar in hun kapel. In de Maria Geboortekerk was hij misdienaar en later soms vervangend koster. Ook zijn vader was zeer actief voor de kerk. Vanaf 17 september ’44 maakte Knipping de gruwelijke granatentijd mee waarover hij een dagboek schreef. Na de oorlog was hij werkzaam als leraar Nederlands en Engels en later als adjunct-directeur aan de ULO. In de jaren negentig schreef hij een boekje over de geschiedenis van de Maria Geboortekerk en een lezing over het St-Vincentiusklooster, nu de Vrouwenschool."

Gérard Knipping overleed in 2011 op 86-jarige leeftijd.
De tekst van deze spreekbeurt werd ons ter beschikking gesteld door Anton van der Meer.

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

van Particulier, 27-03-2014: Herinnering.

Ik ben in de Dominicanenstraat geboren, ook ons huis werd getroffen door een granaat en onbewoonbaar. Na een paar dagen in de schuilkelder bij de kazerne logeerden wij bij de zusters in het klooster, waar de buurjongens en ik in kasten sliepen. Na enkele dagen konden wij bij familie in de van Mearlantstraat terecht, echter ook daar werd de woning verwoest door een granaatinslag.
Terug naar de Dominicanenstraat waar met behulp van buren enkele kamers "bewoonbaar" gemaakt werden, de buurvrouw naast ons kon helaas nog niet in haar huis, daar de Engelse soldaten het huis ingericht hadden als munitieberging.
Reactie 2:

Mario van Limburg, 05-04-2014: Ik heb les gehad van de nonnen en van heer Gerard Knipping met zijn alpinopet en een enorme geheugen. Altijd perfect gekleed. Toen ik al 20 jaar van deze school was, kon hij mij nog herkennen. Het afscheid van Zr. Fides heb ik meegemaakt als leerling.

Het was een behoorlijk strenge school, verplicht boekenkaften, schoenen zonder ijzertjes, geen stripverhalen lezen, want die maakte de leesvaardigheid onbruikbaar, huiswerkklas onder toezicht van een zuster.
Zr. Eleonora met de engelse lessen en het ochtendgebed waarvoor je 10 minuten eerder in de klas moest zijn. De duitse Zr. Humbertha die een ijzeren greep had op het boekenkaften. Op de foto met een van nonnen als je uitmuntend was. Pater Dikmans die Onder het "god ziet alles, maar hij kan niet overal zijn" spieken toestond bij de maatschappijleer.
De grote notenbomen in de kloostertuin. Gelukkig dat de nonnen tot rust zijn gekomen overigens. Snoep halen bij de kleine grutter schuin tegenover de school. Op schoolbank staan nog foto's uit de jaren 60 en 70. De kleuterschool waar wij tekenles hadden was een mooi degelijk gebouw. Veel tegelwerk tegen de muren in motiefvorm. Over de hoge muur bij de gymzaal om onder de pauze-surveillanten uit te komen.
Reactie 3:

Tineke Luiten-Toussaint , 06-04-2014: Wat een aardig artikel over de Dominicanenstraat in Nijmegen Oost! Een verhaal o.a. over de zusters Dominicanessen, het onderwijs dat aan de kinderen werd gegeven.
Behalve de kleuterschool en de Mulo (of Ulo) was er ook een Lagere school. Deze school had een A-en een B-richting. De A-kinderen kwamen uit de gegoede middenstand en de “B-kinderen uit de wat “mindere” stand.
Al de zes klassen heb ik toentertijd doorlopen. Ik kan het me nog goed herinneren... In de eerste klas kregen wij les van Zr. Marita, de tweede Juffrouw Kors, die samen met haar moeder aan het Mariaplein woonde. Zo lekker dicht bij school. Zij kwam dan ook nooit nooit te laat. De derde klas was toebedeeld aan Juffrouw Hendriks, de vierde Zr. Othilia, Zr. Regina probeerde klas vijf wat bij te brengen. Als laatste en voornaamste, hoofd van de school, Zr. Palmira. Franse les kregen wij in de vijfde en zesde klas van Zr. Marie-Henrie.

Wat mij het meest is bijgebleven is hoe Zr. Regina handelde als ze kwaad werd. Zij was wat men noemt “heet gebakerd”. De lessenaar moest het regelmatig ontgelden en de blosjes op haar wangen werden steeds roder. Eigenlijk waren alle kinderen toch bang voor haar. Ook ik.
Daar kwam echter verandering in. In 1944 is mijn vader gefusilleerd en nadat mijn moeder de school had ingelicht ging ik het ook zelf vertellen aan Zr. Regina.
Ik zal nooit vergeten hoe ik onder de indruk was van haar lieve reactie. Dat ze zó lief kon zijn... Ze pakte mijn hand. Sprak als een lieve moeder die haar kind troostte. Zo hebben wij samen in de tuin van het klooster gewandeld. Waar het gesprek over ging weet ik niet meer maar dit gevoelige gebaar is mij altijd bij gebleven.

Wat Zr. Palmira betreft, dat is een ander verhaal! Mijn moeder had mij opgegeven voor het “Mater Dei Lyceum”. Ik was geslaagd voor het toelatingsexamen. Intussen had Zr. Palmira mijn moeder naar school laten komen met het verhaal dat het onverstandig was om mij op die middelbare school te plaatsen. Ik was immers altijd ziek! Dat kon je je niet permitteren op een middelbare school... Mijn moeder heeft gelukkig doorgezet. Ondanks dat ik nog al eens moest verzuimen heb ik toch mijn eindexamen gehaald. Dat is intussen al weer zo’n 63 jaar geleden!
Enkele namen die ik mij nog herinner zijn: Lucie Werner, Jaqueline ten Horn, Ina van der Pijl, Elsje Hendriks, Mariette van Munster, Ria Oerlemans, Joke Schreurs, Hermien Stoer, Wiesje Ubachs Riet van Roesel, Margo (Gootje) van der Linden en Lidie Knipping. Lidie woonde eveneens in de Dominicanenstraat, vlak tegenover de poort van de Lagere school. Familie van de auteur Knipping?
Ja, wat kan ik me nog meer herinneren wat toch wel een indruk op mij heeft gemaakt? Heel veel! Naast het ”Kleuterblaadje” en later in de hogere klassen de Roomsche Jeugd om de 14 dagen biechten zodat we goed Rooms zouden blijven? Of het oefenen gedurende de oorlogsjaren? Wegkruipen onder de schoolbankjes voor als het luchtalarm afging. Voor ons kinderen dolle pret!
Minder prettig was de verhuizing naar de van der Brugghenstraat waar we les kregen in een akelig somber lokaal in een gebouw waarvan ik niet meer weet wat dat voor een gebouw was. Er was daar maar één toilet aanwezig. Alle leerlingen van de andere klassen moesten dan altijd door ons leslokaal heen. Een lokaal dat lekte aan alle kanten zodat er schaaltjes geplaatst moesten worden om het water op te vangen.

Dit zijn enkele herinneringen. Voor meer zie het verhaal over Christ Toussaint (Oorlogsherinneringen).

Vriendelijke groet,
Tineke Luiten [Beukering]-Toussaint
Reactie 4:

Paul Rouw, 10-04-2014: Als servicemonteur kwam ik in de jaren 60 regelmatig in het klooster voor de centrale verwarming en de keuken installatie.
Als wij wat de hr. Knipping het slot noemde in moesten voor onderhoud dan liep er altijd een zuster met een grote bel voorop en die bleef dan bellen net zo lang als wij er werkzaam waren, dit was om de andere zusters te waarschuwen dat er mannen liepen. Dat was wel irritant maar je wist niet anders en je raakte er aan gewend.
In de kelder was het ketelhuis en van daaruit kon men via een gang naar buiten via een trap. Onderaan die trap heb ik diverse malen zwervers gezien, die kwamen op gezette tijden voor een kop soep en wat broodjes wat door de zusters werd verzorgd.
Reactie 5:

Andre L.S. Kersten, 10-05-2014: Prachtig en boeiend historisch verhaal om te lezen hoe de katholieke nonnen kinderen klaarstoomden in hun Gods roeping om vervolgonderwijs te volgen. Door mijn kleuteropleiding bij Zuster Geselia o.p., die mij als de latere Knuvelderbiograaf, leidde door mijn peuterjaren, was zij de basis voor mij, om een opus magnus neer te zetten van een katholiek elite geslacht. Elke dag als ik mijn schoenen strik, dat ze mij heeft geleerd, denk ik aan haar. Zij mag voor mij als de alsmaar geduldige lerende strikkende non als heilige worden neergezet! Bedankt zuster Geselia.

In 2005 maakte ik foto's van de sloop van de Vincentiusschool.
Reactie 6:

M. v.d. Avoort, 27-07-2017: Volgens mij woonde juffr. Kors op de Ten Hoetstraat of was het net nog Mariaplein?
Reactie 7:

Rob Essers, 28-07-2017: Volgens het Adresbroek 1940 woonde juffrouw Kors met haar moeder en twee zussen op het adres Mariaplein 5; zie Street View. De verwarring met de ten Hoetstraat is niet zo verwonderlijk. Bij een hernummering op 31 oktober 1929 is een aantal adressen als volgt gewijzigd:

Dr. Claas Noorduijnstraat 33 → Mariaplein 1
Dr. Claas Noorduijnstraat 35 → Mariaplein 2
ten Hoetstraat 1 → Mariaplein 3
ten Hoetstraat 3 → Mariaplein 4
ten Hoetstraat 5 → Mariaplein 5
ten Hoetstraat 7 → ten Hoetstraat 1
Mariaplein 9 → Mariaplein 6

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: