Engelbartus Knuvelder
© copyright André L.S. Kersten, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

De grootste pooier van het 19de eeuwse Nijmegen

Engelbartus Millekes Knuvelder, bordeelhouder annex spekslager in de Nijmeegse benedenstad.

Engelbartus Knuvelder, met emmer, lederen schort, baard en halsdoek, staande voor zijn slagerij.

Engelbartus Knuvelder werd geboren op 6 januari 1851 in de Klarenstraat te Arnhem. Zijn vader Stephanus Knuvelder (1809-1877) was van beroep kuiper en zijn moeder Engelina Holzer (1815-1897) was dienstmeid te Arnhem. 

Over de jeugdjaren van Engelbartus is weinig bekend, behalve dat hij lager onderwijs had genoten, zodat hij de schrijfkunst machtig was en dat hij, zoals zijn ouders, rooms-katholiek was. Volgens de gegevens van het adresboek - de burgerlijke stand is door oorlogshandelingen vernietigd - woonde de familie Knuvelder in 1851 in de Nieuwstad te Arnhem.

Op 8 mei 1871 werd de 20-jarige slager Engelbartus ingelijfd als milicien (dienstplichtige) van het 3e Regiment Vesting Artillerie te Nijmegen. Ruim een jaar later, op 15 augustus 1872, dook hij op als bediende in het bordeel van Anna Acker in de Kabelgas te Nijmegen. Deze Acker had diverse bordelen o.a. in de Praalsehof, Kabelgas en Rozemarijngas, alle te Nijmegen. Voorts had zij bordelen in Arnhem en Deventer. 

 

Kabelgas, waar de gevellantaarn hangt was het bordeel (foto van 7 dec. 1938) 

 

Sophie Kallerhoff, voluit Margaretha Sophie Louise Wilhelmina Elisabeth Maria Johanna Kallerhoff, werd op 15 september 1839 te Borgeln (Duitsland) geboren. Zij was volgens familieoverlevering uit armoede in een Duits klooster geboren. Haar moeder, Sophia Kallerhoff, was gouvernante, een soort kinderverzorgster, bij een rijke adellijke familie. Nadat ze zwanger was geworden, wellicht van de heer des huizes, werd zij ontslagen en liefdevol door zusters van een klooster te Borgeln opgenomen. Daar werd haar dochter geboren, die alle namen van de daar verblijvende nonnen kreeg. 

Sophie Kallerhoff werkte vanaf 23 oktober 1869 in het bordeel op de Praalsehof, en een tijdje in de Kabelgas. Zij had 2 kinderen, dochter Emilie (5 januari 1865 Paderborn) en zoon Ludwig (16 januari 1861 Soest Duitsland). 

Proosthof of Praalsehof Nijmegen

Op 24 oktober 1874 huwde de katholieke Engelbartus Knuvelder in Nijmegen met de evangelisch - lutherse Sophie Kallerhoff. Slechts vader Stephanus Knuvelder was bij deze huwelijkssluiting aanwezig. De huwelijksakte is zeer slecht leesbaar zowel op het gemeentearchief van Nijmegen als op het Rijksarchief te Arnhem, maar bij het huwelijk van de zoon Ludwig te Rotterdam 20 april 1892 was een keurig handgeschreven exemplaar aanwezig. Sophie Kallerhoff was volgens deze akte van beroep tapster en Engelbartus Knuvelder was milicien bij het derde regiment Vestingartillerie en zonder beroep. 

Engelbartus Knuvelder bezorgde de politie in deze jaren handenvol werk, getuige talrijke rechterlijke vonnissen. Op 12 oktober 1875 bijvoorbeeld stond hij luidruchtig te vloeken, te schelden en ruzie te maken op de Groenmarkt te Nijmegen; en op 18 en 20 november 1878 liet hij op de Grote Markt en op de Ridderstraat te Nijmegen zijn hond zonder muilkorf loslopen.

Op 20 januari 1877 stierf vader Stephanus Knuvelder te Arnhem. Volgens de Memorie van Successie was er nog wat onenigheid over de verdeling in de nalatenschap van diverse roerende en onroerende zaken. Sophie Kallerhoff en haar twaalfjarige dochter vertrokken op 27 februari 1877 naar Soest te Duitsland om op 9 maart van datzelfde jaar weer terug te keren naar Nijmegen. Het gezin Knuvelder trok ruim een maand later, op 26 april 1877, naar Utrecht en nam daar op 1 mei het bordeel van Cornelia Jovner over. Dit publieke huis was gesitueerd Achter de Wal, of aan de Walsteeg, waar Knuvelder zo'n negental publieke vrouwen huisvestte. Ongetwijfeld zal hij meer vrouwen hebben gehad, omdat vrouwen die korter dan een maand verbleven in zo'n bordeel wél werden geregistreerd in het politieregister, maar niét in de bevolkingsregisters. Tijdens deze Utrechtse periode kreeg de 22-jarige Olphertje Wielinga op 3 september 1877 een onecht kind en noemde het naar de bordeelhouder Engelbartus....

Publieke vrouwen, in dienst bij Knuvelder

De zaken in Utrecht liepen waarschijnlijk niet zo goed, want op 12 februari 1878 werd het bordeel van Knuvelder overgenomen door Hendrina Bekker. Het gezin keerde met zoon Ludwig, dochter Emilie en vijf publieke vrouwen terug naar Nijmegen, waar zij voor een half jaar hun intrek namen in de Praalsehof 245, op dat moment publiek huis van Christine Gonther. Op 5 juli 1879 vertrok de 18-jarige Ludwig naar Harderwijk om als soldaat voor Oost-Indië naar Batavia te vertrekken. Engelbartus Knuvelder en zijn gezin vestigden zich daarna in het voormalig bordeel van Hermine Duijts aan de Rozenmarijnsteeg 156 en begon daar een publiek huis met in de eerste jaren gemiddeld een negental publieke vrouwen oplopend tot ongeveer twintig in 1880.

Meisjes met schorten: publieke vrouwen bij de ingang van de Rozemarijngas

In de periode van 1880-1890 zijn er in het bordeel in de Kabelgas 92 publieke vrouwen geregistreerd, in de Rozemarijngas 119 vrouwen. Voor die tijd grote aantallen, en mijn conclusie is na jarenlang onderzoek in rechterlijke- en politiearchieven, dat deze getallen met zo'n 75 procent vermeerderd kunnen worden; vrouwenhandel tierde welig in de bordelen, diverse correspondentiestukken uit andere plaatsen bevestigen deze stelling. Men zou kunnen zeggen dat Nijmegen een doorvoerhaven was van vrouwen naar grotere plaatsen in de Randstad, er lopen zelfs lijnen naar Londen, Parijs en Brussel. Het was een internationale handel in 'vrouwelijk vleeschwaar'.

Knuvelder opende tevens een bordeel op de hoek van de Steenstraat en Onze Lieve Vrouwentrappen, tot groot bezwaar van de Waalkade- en Steenstraatbewoners. 

Hoek Steenstraat - O.L. Vrouwetrappen, links het bordeel

In het (nu nog bestaande) Besienderspoortje tegenover dit huis van ontucht, stonden de vrouwen altijd op wacht om mannen het bordeel in te lokken. De buurtbewoners dienden verschillende klachten in, wat voor de commissaris van politie aanleiding was om aan de toestemming tot overname van het bordeel van Anna Acker 'Den Hoek van Holland' in de Rozenmarijngas, de voorwaarde te verbinden dat het bordeel in de Steenstraat opgeheven moest worden. Het gemeentebestuur liet in het poortje een hek plaatsen, zodat Knuvelder duizenden guldens aan inkomsten verloor.

 

Steenstraat Besienderspoortje. Hier stonden de vrouwen te wachten tegenover het bordeel.

Over Sophie Kallerhoff is het volgende liedje in Nijmegen bewaard gebleven:

Daar op de hoek van de Steenstraat, daar woont Sofie,
Daar kun je fiedele, voor veertig spie (cent),
Kom jij maar naar boven, ik ben alleen,
Ik heb mijn fiedeltje voor iedereen, 
Ik ga vast liggen in die hoek,
Haal jij je strijkstok maar uit je broek.

Archiefonderzoek bij de gemeente Breda leverde het gegeven op dat Knuvelder in zijn bordeel aan de Steenstraat bij zijn stiefdochter Emilie een kind verwekt had met de naam Engelbertus Franciscus Knuvelder, geboren te Hatert (Nijmegen) op 26 juli 1882.

Het pand waar de was wappert was het bordeel Knuvelder aan de Steenstraat, rechts is het Besiendershuis te zien

Vechtpartijen, heling, burengerucht, diefstal, noem alles maar op, alles wat het daglicht niet kon verdragen, gebeurde in de Rozenmarijngas, zelfs een moord en een poging tot zelfmoord in het bordeel van Knuvelder staat te lezen in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van vrijdag 17 december 1880. 'Een zeer jeugdig korporaal heeft, na eerst eene aldaar verblijf houdende vrouw met twee revolverschoten te hebben gedood, ook zich zelven het leven trachtten te benemen.' Even verderop: 'Uit een op tafel gevonden brief bleek, dat beiden in overleg hebben gehandeld en besloten hadden samen te sterven bij de onmogelijkheid samen te leven.' De vrouw stierf op 15 december 's nachts om half vier.

Voerweg. Het 2e pand vanaf rechts is slagerij Knuvelder met daarachter zijn bordeel in de Rozemarijngas

Afwisseling was troef in het leven van Engelbartus Knuvelder, want in juli 1881 werd zijn bordeel bijgenaamd 'Den Hoek van Holland' overgenomen door Anna Maria Ester(s), weduwe van Wilhelm Karneij, en begon hij op de Voerweg 21 een slagerij. Op 14 oktober 1881 richtte Knuvelder het zoveelste verzoekschrift aan het Nijmeegse gemeentebestuur of hij zijn huis in de Rozemarijngas mocht verbouwen; dat werd hem toegestaan. 

Voerweg. Engelbartus Knuvelder, met emmer, lederen schort, baard en halsdoek, staande voor zijn slagerij.

In oktober 1882 vertrok hij met echtgenote, dochter en kleinzoon, naar Rotterdam om op twee adressen een tapperij te beginnen. Later dook het gezin op in Breda, waar Engelbartus ook twee bordelen opende. Op 29 juli 1884 beroofde de 44-jarige Sophie Kallerhoff zich aldaar door verdrinking van het leven. 'Zij werd 's morgens te 5 uren staande in het water aangetroffen door een arbeider', volgens de Bredasche Courant van 29 juli 1884. Drie maanden later, en wel op 8 oktober 1884, beviel zijn 19-jarige stiefdochter Emilie van haar tweede kind, genaamd Johannes Gerard Ludwig, die in 1911 als koksmaat op het schip de Noordam van de Holland Amerika Lijn werkte. Bij hem loopt het spoor van mijn onderzoek dood.

Op 8 en 22 juli 1885 vond er in Nijmegen een openbare verkoop van de bordelen van Knuvelder plaats in het koffiehuis Duppen aan het Valkhof te Nijmegen. Deze bordelen werden gekocht door de bordeelhouder Leonard Wouters te Arnhem. In september en oktober 1885 kwam Engelbartus Knuvelder opnieuw in aanraking met de politie en het gerecht wegens mishandeling. Van 14 tot en met 28 april 1886 bivakkeerde hij wegens moedwillige mishandeling van twee overheidsdienaren in de gevangenis van Breda. Hier, in Breda, pakte hij zijn oude beroep als bordeelhoudersknecht weer op bij de bordeelhoudster Julienne Boudewijns en kwam prompt opnieuw in aanraking met de politie wegens mishandeling van een hoerenloper. Op 2 februari 1888 kwam hij weer uit de gevangenis en vertrok met onbekende bestemming. In het Algemeen Politieblad werd hij door de officier van justitie te Arnhem in april 1888 nog tweemaal opgeroepen om als getuige te worden gehoord. In december 1896 werd hij opgepakt volgens het Algemeen Politieblad wegens openbare dronkenschap in de Vlijtstraat te Arnhem.

Engelbartus Knuvelder vertrok begin 1897 naar Berghuizen, gemeente Losser, en werd op 21 juli 1897 veroordeeld wegens openbare dronkenschap door het kantongerecht Enschede. Inmiddels scheel geworden dook hij al zwervend in de Achterhoek op, want op 27 juli 1899 vroeg hij aan de weduwe Westhoff te Beltrum, gemeente Eibergen, 'eenige bossen stro'. In 1902 werd hij opnieuw wegens dronkenschap door het kantongerecht Groenlo veroordeeld. Hij vestigde zich enige tijd als metselaar in Aalten. Op 1 oktober 1903 vertrok 'Knievelder' naar Hilden (Keulen) om als metselaar in zijn onderhoud te voorzien. Het jaar daarop vestigde hij zich op 6 juni te Aalten. In mei 1905 woonde hij als koopman in het logement van A.Venerius te Enschede, daarna ging hij weer zwerven. Eind 1908 bevond hij zich volgens de politieregisters in een 'slaapstee op het Schokland' in de stad Almelo, daarna in het logement van J. Eppink. In het Algemeen Politieblad van 13 december 1910 treft men de 59-jarige venter Knuvelder nog eenmaal aan, als hij bij verstek wordt veroordeeld tot een geldboete wegens politieovertreding. Daarna verdwijnt Engelbartus Knuvelder in de mist en blijft hij onsterfelijk! Hij laat een schat aan archivalia achter!

André L.S. Kersten, Nijmegen, Februari 2008.

Een tweedelige geïllustreerde boekuitgave over het leven van E.M. Knuvelder is verkrijgbaar bij de auteur, ad 40,- euro en wel via een mailtje aan de redactie.

Reactiepagina
Reactie 1:

Marcus , 24-02-2014: Mooi verhaal, jammer dat ik hem nooit gekend heb.
Reactie 2:

Lema Salah, 22-05-2014: Geachte, Ik ben een master studente aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor een themacollege heb ik een werkstuk geschreven over de seksuele cultuur van Nijmegen in de 19de eeuw. Hiervoor hebben wij de Rozenmarijngas en Vinkengas nader bestudeerd. Een artikel naar aanleiding van het werkstuk wordt in het non-profit blad Raffia (afdeling Gendergeschiedenis RU) gepubliceerd. Hiervoor wil ik vragen of ik jullie toestemming mag om bovenstaande illustratie van de Rozenmarijngas (publieke vrouwen bij de Rozenmarijngas) éénmalig mag gebruiken. Er wordt een bronvermelding genoteerd uiteraard. Ik hoor graag van jullie. mvg Lema Salah
Reactie 3:

Sietske Altink, 15-01-2017: Geachte meneer Kersten,
Wat een interessant artikel. Ik zal u dankbaar citeren op mijn website www.sekswerkerfgoed.nl
Sietske Altink
Reactie 4:

Andre Kersten, 28-02-2017: Zie het artikel van Sietske Altink: Prostitutie in Nijmegen in de 19e eeuw.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: