Nieuwe pagina 1

© copyright André Kersten, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Gerard Bruning, 1898-1926

Johannes Gerardus Bruning is de tweede zoon van Gerardus Wilhelmus Bruning en Henriëtte Diedarica Tusschenbroek. Hij wordt geboren te Amsterdam aan de Zeedijk 39 op 18 februari 1898. Op 5 oktober 1901 verhuist het gezin, dat inmiddels met twee dochters en een zoon is uitgebreid, naar de Van Welderenstraat 27 te Nijmegen, waar moeder volgens het bevolkingsregister pensionhoudster is. Later verhuist het gezin naar de Straalmanstraat 21 (thans door kadastrale omnummering pand nummer 1, hoek Mr. Franckenstraat). 

Men zou dit huis kunnen beschouwen als de bakermat van het streven naar een volwaardige katholieke letterkunde in Nederland, want talloze katholieke zwaargewichten in letterkunde en propaganda hebben dit pand bezocht en er vele gesprekken gevoerd om de katholieke gedachte in Nederland gestalte te geven.

Foto: Straalmanstraat 1

Gerard Bruning is eerst werkzaam op een handelskantoor te Nijmegen, voordat hij overstapt naar de redactie van het dagblad De Gelderlander. Hier moet hij aanvankelijk rechtbankverslagen maken en meer 'onnozele' stukken schrijven, wat hem totaal niet boeit. Na lang aandringen mag hij van de hoofdredacteur literaire stukken schrijven. Als recensent haalt hij fel uit naar de boeken van Dirk Coster, Top Naeff, J. van Schagen en A. Roland Holst en hij hekelt de vervlakking, vergroving en verdoffing van zijn tijd. Bruning moet van de hoofdredacteur zijn toon matigen, waardoor hij in een innerlijk conflict geraakt. Hij speelt met de gedachte om naar Amsterdam te verhuizen, omdat hij vindt dat Nijmegen in die dagen 'maar een bekrompen katholieke mentaliteit' heeft. Verder schrijft hij in het dagblad De Morgen literaire kritieken, onder het pseudoniem Jos van Hoog, waarin hij meedogenloos te velde trekt tegen alles wat hem in het artistieke leven van katholieken en niet-katholieken onwaarachtig voorkomt. Er spreekt een 'verontrust geweten' uit, zoals ook de titel is die zijn broer Henri Bruning (1900-1983) meegegeven heeft aan zijn nagelaten werk, uitgegeven in 1961.

Anton van Duinkerken, die op 27 juli 2008 veertig jaren geleden overleed, heeft Bruning ooit eens raak getypeerd, zoals hij hem meemaakte bij een etentje met een aantal katholieke letterkundigen: "Met mijn verklaring kon hij het onmogelijk eens zijn. Hij gesticuleerde met zijn vork, vinnig en snel. Op een gegeven ogenblik kwam zijn romp naar voren over zijn bord; hij hield de vork bij de steel met de tanden naar mij toe, als dreigde hij mij ermee in het gezicht te zullen prikken. De hand, die de vork hield, bewoog in kleine schokkende gebaartjes.''

Eind 1921 komt Bruning te Helmond in contact met jonkheer Pieter van de Meer de Walcheren, redacteur van het weekblad De Nieuwe Eeuw, het zogenaamde ''rooie blad van Helmond". Die vraagt hem bijdragen te leveren aan de rubriek 'Kunst en Letteren'. Ook aan de tijdschriften Roeping en Katholieke Staatkunde werkt Bruning mee.

In het voorjaar van 1924 vertoeft Pieter van der Meer de Walcheren regelmatig bij 'de Nijmegenaren' die tot diep in de nacht op de kamer van Gerard Bruning bijeen zijn.

 

Er wordt daar heel wat gepraat en gelachen, vooral als er plannen worden gesmeed tot stichting van een nieuw tijdschrift voor de parate executie van alles en allen die de opbouw van een katholieke cultuur in de weg staan. In maart 1924 verschijnt het eerste nummer van dit tijdschrift, 'De Valbijl', een maandschrift der Katholieke Jongeren'. Behalve door Gerard en Henri Bruning wordt eraan meegewerkt door Frans Schaepman, Jan Seerder, Rob de Wilt en Gerard Wijdeveld. Met de scherpste wapenen hakt men in op de 'devote wijwaterbakjes', die Nederlandse katholieken zijn. Na drie nummers houdt het blad op te bestaan.

In mei 1926 onderneemt de inmiddels aan tongkanker lijdende Bruning met Hans Klomp een reis naar het pelgrimsoord van La Salette. Door de behandeling van deze vorm van kanker - Bruning moet regelmatig naar Rotterdam waar hij radiuminjecties in tong en keel krijgt - is hij vaak wekenlang doodziek. Twee maanden voor zijn dood schrijft hij aan Pieter van der Meer de Walcheren: '...Mijn wil verzet zich tegen deze nieuwe ontbering; het heeft een spoor getrokken, dat ik niet meer zal kwijt geraken. Wat is de betekenis van dit alles?"

Op 8 oktober 1926 sterft Gerard Bruning omstreeks 14.00 uur, thuis aan de Straalmanstraat. De requiemmis vindt plaats in de kerk va O.L. Vrouwe Geboorte (thans de Mariageboortekerk) aan het Mariaplein op dinsdag 12 oktober. Tal van bekende literatoren zijn bij zijn begrafenis aanwezig, waaronder Gerard Knuvelder, Jan Engelman, Albert Helman en Anton van Duinkerken.

Nog jarenlang wordt het graf gelegen op het kerkhof aan de Daalseweg te Nijmegen op zijn sterfdag door veel mensen bezocht. Zijn graf is opgesierd met een smeedijzeren hekwerkje en een houten kruis van de beeldhouwer Ernst Voorhoeve. 

In Heerlen en Eindhoven zijn straten naar hem genoemd. In Nijmegen niet. Zelfs geen gevelsteen vindt men hier voor Gerard Bruning, die de leider is geweest van de Katholieke Jongerenbeweging.

 

 

A.L.S. Kersten, Nijmegen, juni 2008

Reactiepagina
Reactie 1:

Martine van Dam, 04-01-2018: Godsdienst, vooral als zij fanatiek is, vervormt helaas een mens maar al te vaak. Henri Bruning heeft prachtige gedichten geschreven, zoals "Avondtorretje", filosofisch en fijnzinnig en getuigend van een uitstekend waarnemingsvermogen.
Gelukkig heeft Brunings zoon Raymund een rehabilitatie voor hem geschreven.

Redactie: Had je gezien dat het artikel vooral over Gerard Bruning gaat? Je opmerking over Henri mist daardoor houvast. Zou je kunnen toelichten waarmee die rehabilitatie verband houdt?
Martine: ach nee, sorry ik dacht blijkbaar dat het over Henri Bruning ging:
Henri Bruning, dichter en schrijver: zijn werken (en zijn collaboratie).
Zijn zoon Raymund Bruning is een vriend van mij. En heeft een boek over hem geschreven.
Reactie 2:

Andre L.S. Kersten, 05-01-2018: Een ander boek dat Henri Bruning, de broer van Gerard, rehabiliteert, is van Henk van Gelre: Mijn herwaardering van waarden, Soesterberg 2005.
Reactie 3:

Fred van Breukelen, 05-01-2018: Beeldhouwer Ernst Voorhoeve, waarover gesproken wordt, was onze buurman, wonende op Vossenlaan 20. Hij had zijn atelier achter het woonhuis op nr 40 van de Vossenlaan, tegen de Quick terreinen aan.
Hij was gehuwd met ene mevrouw Weve, zus van professor Weve, die prinses Christina (voorheen Marijke) aan haar ogen geholpen heeft.
Ernst Voorhoeve was een begenadigd beeldhouwer en heeft nog het Christusbeeld van de Lourdeskerk aan de Hatertseweg gemaakt.
Reactie 4:

Rob Essers, 06-01-2018: Bedoelt Fred van Breukelen (Reactie 3) met het 'Christusbeeld' het hoogaltaar in de Lourdeskerk (Documentnummer: F13734; Datering: 1935)? Een ingelijste afbeelding hiervan heb ik op de dag van mijn eerste heilige communie ontvangen van pastoor J. Loeff.

Ernst Voorhoeve (Rotterdam 27 maart 1900 – Nijmegen 9 november 1966) trouwde in oktober 1924 met Maria Elizabeth Hendrika Weve (Nijmegen 14 mei 1891 – Nijmegen 27 maart 1958). Op 12 december 1964 hertrouwde hij met Louise Eugénie Marie barones van Lamsweerde (Berg en Dal 15 september 1918 – Groesbeek 12 juli 2009).

Zijn eerste echtgenote was een dochter van Jan Jacob Weve ('s-Gravenhage 11 maart 1852 – Nijmegen 18 september 1942), de gemeentearchitect en directeur van Gemeentewerken naar wie in 1947 de Ir. Wevestraat in Nijmegen is genoemd. Naar haar broer Hendricus Jacobus Marie Weve (Nijmegen 19 april 1888 – Utrecht 3 januari 1962), hoogleraar oogheelkunde in Utrecht, zijn de Wevelaan in Utrecht en Wevestraat in Geleen genoemd.

Ernst Voorhoeve werd na de Tweede Wereldoorlog wegens collaboratie tot 11 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1951 kwam hij vervoegd vrij. Dat hij daarna een atelier had achter Vossenlaan 40 was mij niet bekend. Dit pand maakte deel uit van Leliëndaal. Het is in 1878 gebouwd voor het produceren van zegellak en ligt nog altijd op hetzelfde perceel als Hazenkampseweg 31; zie ook
Bing Maps.

Reactie 5:

Fred van Breukelen, 07-01-2018: Leuk de reactie van Rob Essers te horen, ook al is het enigszins buiten het gehele onderwerp om. Het prentje is ook in mijn bezit en pastoor Loeff staat in mijn herinnering gegrift. Had een grote rode neus. Hij lustte wel een borreltje als hij jaarlijks op huisbezoek kwam. Als kind speelde ik veel in de buurt en ben ik ook nog eens in het atelier geweest. Herinner me ook nog de onderkeldering, waar je via een buitenklep ook naar binnen kon. Alles in de direkte omgeving van het witte woonhuis -bungalow- van de familie Kropman -installatietechniek-. In de schuur hadden we als kind wel eens toneelvoorstellingen van de oudere kinderen uit de buurt. Hier moet ook heel vroeger wel het theehuis hebben gestaan, met tennisbanen erbij. Als kind was ik weleens aan het graven in de tuin en kwam regelmatig op rode gravel terecht. Mooie luchtfoto trouwens.
Reactie 6:

Robert Lemm, 08-01-2018: Gerard en Henri Bruning lieten zien dat binnen de zogeheten sfeer van het Rijke Roomse Leven (het triomfalisme) het oorspronkelijke christendom vervalst was. In onze tijd valt er van de katholieke letteren nauwelijks nog een spoor te bekennen. De kerk in Nederland is nagenoeg uitgeblust.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: