Burgemeesters

© copyright Evert Kam; Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Dagboek van Nijmegen 1794-1795

waarschijnlijk opgetekend door J. van Hulst

verwerkt door E.K. Kam, Nijmegen 1996

"Aantekening van de voornaamste en mindere bijzonderheden, welke geduurende 't verblijf der Geälieerde troupes, als mede geduurende 't verblijf der Franschen in deese streeken van Gelderland hebben plaats gehad, wijders van 't beleg, en inneeming van Nijmegen door de Franschen in 't jaar 1794."


Inleiding inleiding - woordenlijst - dagboek - index

Het origineel van dit boekje wordt bewaard in het stadsarchief van Nijmegen. Het is te vinden onder "Handschriften II a-59".
Het is een dagboek, dat loopt van 3 october 1794 tot 22 maart 1795 en gaat over de verovering van Nijmegen door de Franse troepen. Het is reeds gebruikt door de heer A.G. Pikkemaat voor zijn promotiestudie in de geschiedenis in 1963 aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Er wordt door hem vaak verwezen naar dit boekje, maar zijn onderzoek gaat meer over het overgaan van het bestuur van Orangisten naar Patriotten en daarmee ook van de Protestante Vroedvaderen naar een democratischer en dus voornamelijk Katholiek bestuur.
Hoewel de schrijver niet vermeld wordt, heeft de heer Pikkemaat na naspeuringen kunnen achterhalen, dat het door Jan van Hulst geschreven moet zijn.
Het is een vrij strak verhaal, zonder veel commentaar of (politieke) opmerkingen. Wel worden de onregelmatigheden van de Holland ondersteunende troepen gemeld en wordt het "humane" optreden van de Franse troepen beschreven.
Opmerkelijk vind ik, dat de daardoor redelijke acceptatie van de Franse "bevrijding" binnen enkele maanden al omslaat in weerstand, voornamelijk door de vrij sterke druk door middel van het beslag leggen op allerlei voedsel en andere bezittingen. Ook het beperken van de bewegingsvrijheid, waardoor de aanvoer van voedsel gehinderd wordt, geeft nogal wat verzet. Natuurlijk keldert de waarde van de assignaten sterk, waardoor de economie sterk gehinderd wordt. De middenstand wordt daardoor minder enthousiast voor de Fransen.
Toch is het leven van de burger goed aan te voelen: de dreiging van beschietingen door de Fransen en de Engelsen. Deze laatsten hadden nog lang verstevigingen en geschut in Lent. Het wegvallen van verbindingen met andere steden en Holland: het blokkeren van verkeer op de rivier, door oorlogshandelingen en later door het ijs maken de positie van de burgers moeilijk.

Het schrift is netjes en goed leesbaar. De inkt is hier en daar echter nogal licht geworden, zodat er stukken bij zijn waar het lezen wat moeilijker is. Hoewel de heer Pikkemaat de schrijfwijze nog al slecht vindt, is het zo, dat de schrijver dat rond 1770 geleerd moet hebben. Ik geloof dat die schrijfwijze toen nog niet zo strak vast lag en men dus meer op het gehoor schreef. Hinderlijk is wel, dat de meervouds-n zelden geschreven wordt. Wel de -e van de meervouds-en. Schrijffouten komen maar weinig voor.
Hier en daar is hij consequent - huis, huisen - maar schrijft ook "houdschuur" om hout in te bewaren. Er zijn militaire "troeppes" en "trouppes". Vaak worden ook dubbele aa's, ee's, oo's, mm-en en nn-en niet correct toegepast. Hij gebruikt ook veel vaker de g dan de ch, maar ook niet altijd consequent. De s en z wisselen ook nog al eens. Het woordje "het" is niet favoriet. Hij gebruikt in plaats daarvan 667 maal " 't", tegen 205 keer "het".
Niet alle zinnen lopen helemaal goed en de meeste zijn behoorlijk lang. Voor mensen, die in de taalgeschiedenis geinteresseert zijn, is dit een aardig werkje.

Een van de belangrijkste onderdelen van dit boekje, is de index. Het is niet zo makkelijk om te bepalen, wat de lezer, een historicus of genealoog wil vinden in dit 400 bladen lang verhaal. Natuurlijk zijn de namen van personen en plaatsen opgenomen. Daarbij heb ik getracht de goede namen te gebruiken en voor de plaatsnamen heb ik zo veel mogelijk de huidige schrijfwijze in de index opgenomen. Daarnaast zijn enkele opmerkelijke zaken opgenomen, die op specifieke gevallen slaan, zoals mestvorken en -grepen, beurtschippers, hospitalen, tarwe, rovers en zout. Ook is er aandacht besteed aan de overheid: zo zijn de aankondigingen van publikaties vermeld evenals als het stadhuis vermeld wordt.

Voor mij persoonlijk ging het er om, om meer te weten te komen over een voorvader, die in die tijd meegevochten heeft in het Hollandse leger tegen de Fransen. Hij is toen waarschijnlijk kortstondig in Nijmegen geweest, ingedeeld bij de rijdende artillerie. In de buurt van Tuijl (tegenover Zaltbommel) werd hij krijgsgevangen gemaakt, maar hij wist te ontsnappen. Ik kan me nu beter voorstellen wat hij heeft meegemaakt.
Ik hoop dat dit boekje anderen ook een inzicht geeft in het leven in Nijmegen toen en hoe de militairen zich gedroegen en hoe ze door de Nijmegenaren behandeld werden.


Woordenlijst inleiding - woordenlijst - dagboek - index

Hier volgt de verklaring van enige woorden uit het dagboek.
De oorspronkelijke schrijfwijze is aangehouden (met fouten en al).

aannaaderennaderbij komen
accordeertkomt overeen (met)
adjuntsmilitaire assistent
adresverzoek, verklaring
aidehulp
amptmanoverheidspersoon, belast met rechtspraak
arquebusehaakbus of handbus, voorloper van het musket
assignatenFrans papieren betaalmiddel
balloterenvia stemmen iemand toelaten tot een gezelschap
billeterenmilitairen over de stad verdeeld inkwartieren (van een biljet met het inkwartieradres voorzien)
brakkenbarakken
carmagnollesJakobijn
comptoir,contoirkantoor
contribuerenbijdragen
coupuresinsnijdingen
depecheijlboodschap
difficulterenmoeilijkheden opwerpen
dragonderlichte cavalerist
excortebegelijders
faktoorshandelshuizen
ferivicateurcontroleur op echtheid
foerasievoedsel, leeftocht
geacittonzeerdbedoeld (als aandeel van)
geconfisceerdin beslag genomen
geproviandeertvan proviand, eten voorzien
gerecogniceerdher(ver)kend (militair)
gerequireerd(gedwongen) opgeroepen
geretireerdterug getrokken
geârquebuseerddoodvonnis voltrokken met een arquebuse
glaciskleine aarden verhoging buiten om een vesting
heiningenomheinigen, houten hekken of schuttingen
hellebardiersoldaat, gewapend met een hellebaard
honneurseerbewijzen
houwitserkanon voor het schieten met een kromme baan
innundatienondergelopen land
inscriptieninscriptes, in steen gehakte woorden
kramerskooplieden
lazaretlegerhospitaal
livrevoormalige Franse zilvermunt, hier franc
loïzen(gouden) Franse munt met (een) Lodewijk er op
maireburgemeester
mistgreepmestvork
negotie(kleine) handel
ordonateuropziener, regelgever
palissaatenmilitaire versterking van palen in de grond
provoostopzichter in een militair kamp
receuw(en),
resu(s)
recu, ontvangstbewijs
recognosceerenher(ver)kennen (militair)
redresteverbetering, vergoeding
repliërenzich terugtrekken
requestverzoek
retranchemententweede wal aan de binnenzijde
roidragergemeente ambtenaar (roi=roede)
sauvegarde, zauveegardeschildwacht
scheepstakkelagetuig van een schip
solsFranse stuivers
supalternemilitaire ondergeschikte
tramponeerdgeschopt, geslagen
vassallen(onder)horigen
verificatiecontrole op echtheid
voerasie(voedsel) fourageren

 
Het beleg van Nijmegen in 1794. Op de rechter plattegrond staan posities van de verschillende militaire afdelingen.
In onze Beeldbank vindt u deze afbeeldingen op groter formaat.


Dagboek inleiding - woordenlijst - dagboek - index

blz. 1

Aantekening
van de voornaamste en mindere bijzonderheden, welke geduurende 't verblijf der Geälieerde troupes, als mede geduurende 't verblijf der Franschen in deese streeken van Gelderland hebben plaats gehad, wijders van 't beleg, en inneeming van Nijmegen door de Franschen in 't jaar 1794

blz. 2

Vrijdag den 3 october zijn verschijdene trouppes, als een Bataillion van den Markgraaf Baden, één of twee Bataillions van Waldek en andere groote en kleine Corpssen Hollanders hier binnen gekoomen, en van hier naar Graaf vertrokken. De brug, welke men begonnen heeft voorleeden maandag te leggen voor de stad over de Waal, is heede bruikbaar. Gisteren was de Kraam­ers aangezegt om zig van voorraad en winkelwaaren ten minste voor twee maanden te voorzien. Het overgaan van 't fort Creve­couer, waarvan gisteren 't Garnisoen, uit 300 Hessen bestaan­de, ongewaapend te Lenth is aangekoomen, heeft de onmiddelijke scheepvaart van hier op Holland reeds zeedert één dag of drie gestremd.

blz. 3

Heden zijn 8 boeren hier opgebragt over 't afmaaken van een Engelsche Dragonder te Wichen, over welk geval nog 6 in hegte­nis zitten en drie andere zijn als Gijzelaars in de handen der Engelschen, welke op voldoening wegens 't feit aandringen. De gemelde zes boeren zijn reeds eenige maalen verhoort. Enige stukke Kanon zij voorleeden nagt te scheep naar schans Adries getransporteerd tot versterking. Prins Frederik is heden namiddag wederom hier aangekoomen. De Engelsche armée verwij­dert zig hoe lang hoe meer van deese stad, zijnde Santhen [Waarschijnlijk Xanten. EKK] (volgens egte brieven) vol van die trouppes, zoodat zij hunne beweeging naar boven voortzetten, en waarschijn omtrend

blz. 4

Wesel, alwaar een brug over de Rhijn geslaagen word, zullen trekken. Des niet tegenstaande is de reserve Bagage nog in de Betuwe en tot Velp verspreid, zijnde ook nog gedeeltelijk in onse werken, en binnen onse muuren met de bij hebbende man­schap,( wij verneemen dat alle Bagage, die hier gepasseerd is, gedeeltelijk die der Hessen en Hannoversche, gedeeltelijk de reserve bagage der Engelschen is:) Alhoewel de voorhoede reeds verre na boven is, moet de achterhoede nog zeer nabij zijn, dewijl nog dagelijke eene menigte karren en wagens hier brood en andere behoeftens haalen en ook nog het opper commis­sari­aat der Engelsche en de krijgs

blz. 5

kast der Hessen hier zijn. Met het verbeeteren en in orde brengen der werken gaat men nog aanhoudent sterk voort.
Zaturdag den 4 October was de beweging hier meer dan in vorige daagen, vooral ten 4 uuren na de middag zijnde een groote menigte legerwaagens en karren hier doorgegaan tot over de rivier, ook is alles in de werken in beweeging en zal de Rivier na gedagte passeeren. Men meent, dat deese beweging 't gevolg is van gebeurtenissen aan de Maas en Roer, waarvan men heden de voorloopige berigten ontvangt, die niet zeer gunstig schijnen. Gisteren heeft men een aan

blz. 6

vang gemaakt, met de schoone laanen, die de verrukkelijkste wandelingen uitmaakten, om te hakken, waarmede men heden nog ijverig voortgaat wordende dus 't schoonen der natuur om de verdediging der stad, deerlijk verwoest. Gisteren is 't over­schot van het Corps van Damas van Venlo hier aangekoomen, en heeft terstond de wachten betrokken, om 't Corps van de Prins van Hohenlohe af te lossen, 't welk heden morgen uitgetrokken is. Dit Corps Fransche (: of anders Emigranten genoemt:) maakt met twee of drie onnoemenswaardige depôts tans 't geheele Garnisoen uit in onse stad. Het door

blz. 7

trekken dat de geheele agtermiddag plaats had, duurt s'avonds ten tien uuren bij aanhoudendheid nog voort. Een aantal van deese wagens, die hier doorrijden, zijn met zieken en gewonden belaaden, hoorende (na men verneemt) tot 't hospitaal, dat te Beek, 1 uur van hier geleegen, is geweest hebbende in alle haast opgebrooke om hier ingescheept en zoo langs de Waal opwaarts tot in den Rijn of IJsel vervoert te worden. NB: heeden is hier een Publicatie gedaan, waarbij verbooden is de mest de stad uit te voeren. Thans zijn de blikke Pontons, die voor eenige daagen van hier na Venlo afgezonden

blz. 8

waaren, om daar omstreeks eene brug over de Maas te slaan, terug gekoomen.
Zondag den 5 October Men heeft als nog geen Canon op de wallen noch werken, men geevt heden noch ordre om Canon van hier naar de Graaf tot versterking te zenden, dat niet zonder 't uiter­ste gevaar kan geschieden, en des niet tegen staande gaat men nog voort met boomen, die onse wandelingen rondom de stad uitmaaken, om te kappen, en aan de werken met 't zetten van Palissaaten en schanskorven te arbeiden. Ook zijn hier geene Magazijnen, een noodzaakelijk vereiste voor de Troupes om beleg te kunnen verduuren. In de afgeloopen week waarvan nog eenige schee

blz. 9

pen (schoon niet zonder gevaar als hebbende zommige verschij­de schooten door de zeilen bekoomen) van beneede opgekoomen, doch heden heeft men 't niet durven waagen, zijnde de Beurtman verbooden te vaaren. Het doorrijden van waagens en karren heeft den gansche nacht en dag tot 't vallen van den avond aangehouden, zijnde alle de bagagie van de Arméé in de werken en nog een groote menigte andere, dat van elders ge­koomen is hier doorgepasseerd, dat een groote beweeging geevt. Heden zijn eene menigte Engelschen hier aangekoomen staande hunne tenten, van Heesch tot aan de Hertogsteegse poort rondom de stad zijnde naar 't schijnt

blz. 10

grootendeels lichte troupes, en Bagagie, welke hun doorgepas­seert is, was meest met Hessen en Hannoverianen geèscorteert. Ook is een Corps Engelschen (: begroot op 700 man) tegen 't vallen van den avond hier binnen gekoomen. Heden is ook de Postwaagen op Venlo, te Aerse tussen hier en Venlo terug gekeerd alhier boodschappende, dat zij niet verder konde koomen. De Latijnsche school wierd heden middag door eene wagt bezet, strekkende tot bewaaring van 22 Fransche krijgsgevange­ne, benevens eenige Engelsche gevangene, die aldaar op de zolder gelogeerd zijn. Onder deese krijgsgevangene zijn 5 of 6 zieken, die egter mede onder 't dak op een handvol stroo

blz. 11

liggen, reeds lang te vergeefs verzogt hebbende om in 't hospitaal te moogen gebragt worden. Den Hertog van York is deese middag met 't hoofdkwartier hier aangekoomen.
Maandag den 6 October was 't hier zeer levendig, heden zijn omtrent 6000 man hier door getrokken, Engelsche en Hessen voornaamentlijk, zoo voet als paarde volk reeds s'morgens ten 6,7, en 8 uuren trokken 3 onderscheide Corpsen Hessische Cavallerij hier door, waarop ten 9 uuren al de rest volgde bestaande in omtrent 300 man Hussaaren, 1100 ligte Dragonders, 600 bergschotten, en 2200 man andere Infanterie 't schoonste volk dat ooit kan aanschouwen

blz. 12

volgende meest agter ieder Corps de nodige Veldbagagie, bene­vens eenige stukke geschut ( als 24 ponders, houwitzers, en veldstukken, benevens eene menigte pakpaarde waarop de tenten met alle benoodigtheeden gelaaden waaren) dit doortrekken van troupes duurde bijna zonder ophouden tot 1 uur, waarna de beweeging verminderde, met nu en dan slegts enkele waagens of kleine transporte bagagie doorrijdende. Met de werken der stad te verbeeteren word aanhoudend gewerkt.
Dinsdag den 7 October Geduurende den voorleeden nagt is weder­om een aanmerkelijk aantal Ruiterij hier doorgetrokken; ook in den morgenstond passeerde noch 2 Bataillions Cavalle­rie, en om half 10 uuren 2 of 3 Battallions

blz. 13

Hessische Infanterie met eenig geschut welke laatste omtrend twee uuren na de middag terug gekoomen en de moolepoort weder­om uit getrokken zijn. De rede hiervan is nog onzeeker. Voorts is de beweeging der karren en wagens, als ook de manschappen te paard zonder ophouden, die egter alle meest heen en weder rijden, om hooij, haver enz: te haalen, gelijk op een der bastions voor de molenpoort hooij voor de Arméé geleevert wordt. In de stadswerken en overal rondom buiten dezelve is wederom een groote menigte (: misschien wel 't aanzienlijkste gedeelte der gecombineerde Arméé :) hier aangekoomen en met hunne bagagie en tenten gecampeerd, dat eene wonderlijke en schrikbaaren

blz. 14

de vertooning is! na de middag zijn omtrend 150 man Zwitsers van Thiel hier aangekoomen, waar hun voorgeeve na de Graaf bestemd, voor welke stad men verneemt, dat heden den laatste brug zal afgebrooken worden. De Hertog van York heeft zondag­avond in weerwil van onze Commandant, de Hertogsteegpoort met een Engelsche wagt laaten bezetten, doende de Emigranten aflossen. Heden is ordre gegeeven door Prins Frederik om een houtschuur te Lent af te breeken, en de boomen aldaar om te hakken, teneinde aldaar een Battereij op te werpen, doch men verneemt, dat 't omhakken van boomen tot nader ordre gestaakt is. Heden is de Luitersche kerk tot een lazaret gemaakt. Men wil, dat deesen avond een Conferentie

blz. 15

op 't hof zal plaats hebben, tusschen den Hertog van York en eene der Prinsen over de verdeediging der stad. De Emigranten die buiten dienst zijn, zijn meest alle weg, de overgebleeve­ne, die voor hun behoud zorgen, vertrekken nog dagelijks. Heeden avond verneemt men, dat de gemelde Batallions, op ordre van den Hertog van York, zijn terug gekoomen; als die van Prins Frederik belooft heeft, de stad met alle magt te zullen verdeedigen, waartoe de Hessische en Hanoversche gebruikt zullen worden, worden ten dien einde, reeds een Camp voor de stad afgestooken.
Te Aalst is een man opgehangen, omdat hij zijn huis tegen 't geweld dier Rovers verdedigt had.

blz. 16

Woensdag den 8 October Dewijl dezelfde troeppes nog voor onze stad gecampeerd liggen, zoo was heden voor de middag en tot 3 a 4 uuren na de middag de beweeging zeer groot, koomende de soldaaten tevens te paard, haver, hooij en brood haalen, het brood word zedert 24 daagen aan de Latijnsche School afge­leverd (: hebbende dit zedert Donderdag den 25 septbr: plaats gehad :) ook trokken nog van tijd tot tijd eene groote menig­te van legerwagens en karren hier door, benevens eenige veld­stukken. De gemelde Zwitsers van Maij zijn voor de middag van hier na de Graaf vertrokken. Gisteren nagt zijn, in 't land tussen Maas en Waal te Appelteern en daarom streeks

blz. 17

onze voorposten in haast ingetrokken, dat niet zonder dringen­de redenen moet geweest zijn. Voorleden nagt hebben 5 man (:drie Fransche en twee Hollanders:) zich te Ewijk (:een dorp 1 2 uur van hier geleegen:) gewaagt, alwaar zij in een Herberg de Prins een borrel hebben gedronken, en vervolgens weder zijn vertrokken, verders wil men ook dat de Hanoversche post te Wamel aan 't Tielsche veer door 100 Franschen ver­jaagt zouden zijn. De Schans Andries is door de Hollanders heden morgen verlaaten. De Mennonieten kerk is gisteren bil­lettering aange­zegt, maar men weet nog niet tot welk gebruik deese kerk bestemd is. Hedenavond is wederom eenige Cavalle­rie terug gekoomen en na de

blz. 18

werken getrokken. Hedenavond is mede een aanzienlijk Detache­ment van den Mark Graaf baden, onlangs van hier afgezonden naar schans Andries, onverrichterzaaken terug gekoomen.
Donderdag den 9 October Heden morgen zijn weder om 2 a 300 man Hessische Dragonders terug gekoomen, en de Molenpoort uitge­trokken. Het gaat hier overal deerlijk toe, de Hannoversche en Hessen, die anders een goed slag van Menschen waaren, maakte zich op veele plaatsen almede schuldig aan de buitenspoorighe­den der Engelschen. Het afbreeken der houdschuur te Lent, waar toe Prins Frederik ordre had gegeeven, heeft tot nog toe geen voortgang.

blz. 19

Een aanzienlijk gedeelte van 't Engelsche Hospitaal is heden hier De Rivier overgegaan. Tegen den avond is wederom een bende Ligte Hannoversche Dragonders over de Rivier terug gekoomen 3 à 400 man van de zelfde, die voorleden maandag uitge­trokken waaren. Ook bij gedeeltens zijn eenige bagagie waagens terug gekoomen. Burgemeester Grootenraij is heden morgen naar den Haag vertrokken; Den Hertog van York, die eene reis naar S'Hagen gedaan had, is heden morgen teruggekoomen. De bewee­ging is tans eeven als gisteren. Het steelen van vee ten platte landen, als meden van veldvrugten, gaat nog daag­lijks voort, zonder dat den zugtende landman daartegen iets kan

blz. 20

doen, wordende de beste beeste bij nacht in de weiden meestal den hals afgesneeden. De Mennoniten en Fransche kerk, liggende ook reeds vol volk en paarden. Ook worden de Engelsche bij 50 en 100 in de leedige huisen der uitgeweekenen gehuisvest.
Vrijdag den 10 October Heden morgen marcheerde reeds vroeg 3 a 4 Regimenten zwaaren Cavallerie hierdoor en trok over de Rivier. Om 10 uuren kwaamen de Husaaren, die maandag morgen doorgetrokken waaren, terug, daar zijn ook na de middag 200 man Jagers te Paard terug gekoomen, ook zijn heden van Gorni­chem de Hessen hier aangekoomen, die tot 't Garnisoen van Sas van Gent behoord hebben (:zijnde oorspron-

blz. 21

kelijk 1400 man sterk geweest, doch door ziekte en ongemakken sterk vermindert:) Reeds vroeg wierden ook eenige gevangenen, die bij de Provoost en elders gezeeten hebben, vervoerd. Voor 't overige was de beweeging vooral niet minder dan de overige daagen.
Heden is hier aan 5 of 6 Engelsche eene vrij strenge strafoe­fening uit gevoerd, dit was wel een wonder, vermits men dit anders onder de Engelschen niet gewoon was, doch waarover gestraft zijn is niet bekend. De boven gemelde Cavallerie verneemt men dat naar Arnhem vertrokken zijn. Gisteren is er een Publicatie van Tollius als Commissaris Civil vanwege de raad van staaten bij de Engelsche Armee alhier

blz. 22

aan de poorten aangeslaagen.
Woensdag den 15 October
heden zijn de zieken en gekwetsten van 't Garnisoen uit s' Hartogen Bosch hier door gebragt. Prins Frederik is gisteren hier gekoomen en bevind zig nog hier. Heden nagt moeten alle baasen die karren en paarden houden, dezelve ten 12 uuren op de mark zenden, om de mest te brengen, zodat de markt, die zedert meer dan 14 daagen bij naar onbruikbaar was voor de voetgangers, wederom een weinig gereinigt zal worden. Dit wierd ook uit gevoerd, want onze straaten beginnen zedert 3 a 4 daagen ook mer

blz. 23

kelijk van de dikke modder en mist gezuivert te worden. De beweegingen en 't gewoel der troeppes duurt hierbij aanhou­dentheid sterk. Daar men in de landen tussen Maas en Waal poogden 't water te leiden, ten einde de Franschen 't verder voortrukken te beletten, zoo ontvangt men deeze dag 't berigt, dat beneden bij 't door steeken van de dijk wel 1000 Engel­schen verdronken zijn.
Donderdag den 16 October Prins Frederik is nog hier. Men brengt nog telkens eenig kanon op de wal zijnde onder andere bij de haven 2 stukken 36 lb en 24 lb geplaatst. Er worden daagelijks veele zieken hier in en door gebragt op karren, dat

blz. 24

een akelijk schouwspel opleeverd en de Burgerij tot medelij beweegt. Uit de groote menigte van dezelve, die steeds hier in en door gevoerd worden, moet men besluiten, dat dezelver getal bij de Engelsche, Hannoversche en Hessische arméé vrij aanmer­kelijk moet zijn, heden zijn ook veele legerwagens en karren hier door getrokken.
Vrijdag den 17 October Daar er van de Geallieerde Troeppes vele ongereegeldheden begaan worden, als die geschikt moeten zijn om ons te verdeedigen, en te helpen, zoo blijven de klagten over dezelven van dag tot dag dezelfde, en worden bij den Heere Tullius die zig nog hier bevind, na men meent om daar op acht te geeven, en redreste(?)

blz. 25

verleenen, daaglijks door de ongelukkige landlieden, schip­pers, eigenaars van goederen enz: bij meenigte ingebragt: Het gaat ten platte land beschroomelijk toe, men verhoort de klagten dier ongelukkige, welke slagtoffers der woede en bal­daadigheid zijn, en men verneemt ook, dat nu en dan zelfs wreede slagtoefeningen plaats hebben, en dat er vaak beveelen tegen 't pleegen van euveldaaden, op de ingebragte klagten uitgegeeven worden, doch de aanhoudende ondervinding leerd, dat dit alles bespot word; ongetwijfelt uit dien hoofden, dat de algemeene krijgstugd onder deese troeppes mankeerd, zonder

blz. 26

zonder welke geene beveelen, of straffen iets vermogen, te meer, daar niet zelde de bevelhebbers de eerste zijn, die dezelve overtreeden. Er is voor de dorpen eene Publicatie uitgevaardigt, waarbij de boeren gelast worden de schaade door de Troepes geleeden op te geeven; Onder de euveldaaden behoord ook, dat er voorleeden nacht te Wichen 2 uuren van hier gelee­gen een boer in zijn eigen huis door Husaaren is dood ge­schooten.
Zaturdag den 18 October Het schijnt hier tans zeer stil te weesen, maar 't pleegen van baldaadigheeden ten platte lande is geweldig, men berooft en mishandelt de menschen op ver­schijde plaatsen, zonder dat men daarover ergens

blz. 27

kan klaagen, dit is aanhoudend 't gedrag onzer bondgenooten, tegen alle goede ordre en tugd strijdende.
Zondag den 19 October Deese dag hebben gewichtige gebeurtenis­sen plaats gehad. Heden is hier veel beweeging met Canon en waagens door de stad, nae de middag zijn eenige gewonde krijg­sgevangene hier binnen gebragt. Nadat de Fransche Generaal Boneau met zijn Divisie bij 't dorp Teffelen de Maas was over getrokken, en zig met zijn Linkervleugel tegen over Thiel, na de kant van 't Fort Sint Adries had neergeslaagen trok Gene­raal Sauham insgelijks met zijn Divisie over dezelf-

blz. 28

de brug. De voorhoede onder 't bevel van den Generaal Chardon marcheerde dadelijk rechts af, terwijl de overige troepes onder 't Commando van Generaals Macdonald en van de Winter lings af trokken, dwars door 't land van Maas en Waal heen. Thans is tusschen de wederzijdsche posten hevig gevochten vooral bij Winsen, Batenburg enz: zijnde Franschen, zoo men wil, wel 20,000 man sterk. De onze in deese oort geleegen wierden schielijk tot een gevegt gedrongen. Dit gevegt heeft omtrend 7 uuren eenen aanvang genoomen, meestal met klein geweer. De Franschen hebben een battereij bij Drumel en Apel­teern verovert, die door de Engelsche hernoomen, doch nader­hand door de Franschen bemachtigd

blz. 29

is. De infanterie Emigranten van Rahan, die eene aller hevig­ste tegenstand booden hebben veel geleeden, Ook zouden 2 Engelsche Regimenten, 't eene met nieuwe veldstukken voorzien, krijgsgevangenen en 't ander bijna geheel vernield zijn. De overwinning schijnt eindelijk aan de Franschen gebleeven te zijn. Dit is 't voornaamste, behalve andere affaires, waarvan men nog geen bericht heeft, dan dat dezelve meestal ten nadee­len der geallieerde is uitgevallen, die Verbaast en zidderent zijn geretireerd. Op de tijding van dit alles zijn terstond de posten en wagten verdubbeld. De Emigranten zijn op hunne loop­plaatsen ontbooden, en hen is aangezegt om op 't eerste alarm zich mars-

blz. 30

vaardig te houden. In den avond ten 6 a 7 uuren heeft men de alarmklok te Hees en Neerbochs hooren luiden, waaruit men besluit, dat de Bondgenooten daar wederom aan het plunderen waaren. De Canonniers hebben ook terstond nae de wallen moeten gaan en de Commies heeft hun nog bij den lantaarn amunitie uit de Magazijnen gegeeven, dewijl daarvan noch niets op de wal was. Dit een en ander heeft hier wel beweeging veroorzaakt. Het dat men wederom op nieuws met 't verzenden van bagagie bezig is, dewijl heden ten half 12 uuren s'nagts nog karren de poort uitrijden. De Hertog van York heeft zelve deese namiddag

blz. 31

tot voorbij de St Teunismoolen gerecogniceerd, of inspectie over de Arméé gedaan. Prins Frederik is nog hier. Men meent dat na de middag na de kant van de Graaf te hebben hooren Canon­neeren. Onder de gebeurtenissen van deese dag behoord ook, dat een Goudsche schipper in de haven, en op de Rivier door de Engelsche zeer mishandelt en vervolgens in de provoost boven de Latijnsche school geplaats is. Ook zijn hier heden 2 Dames, die hier buiten de stad reeds eenige tijd in arest gehouden waaren, binnen gebragt en op de Latijnsche school geplaatst. Dezelve zijn eenige tijd geleeden, van Vianen opgeligt, omdat men haar beschuldigde van eene

blz. 32

Fransche Citoijen teregt geholpen te hebben (:andere zeggen dat 't om andere reedene is:) Heden voor de middag hebben De Engelschen wederom hunnen Godsdienst in de Groote Kerk gehou­den.
Maandag den 20 October
Wat er van de evengemelde Dames te zijn zij schijnen onschul­dig gevat te zijn, want heden zijn zij vrij gelaaten. Den geheele voorleden nacht is alles in de stad in beweging ge­weest, zijnde in de vroege morgenstond de gekwetsten op karren over gevoerd, vervolgens heeft 't vervoeren van Bagagie den gehelen voormiddag geduurt, waarop na de middag tot laat in den avond eenige duizende Cavallerie

blz. 33

en Infanterie met hunnen veldstukken en Bagagie hier door de Rivier getrokken zijn, een bewijs, dat het met de staat der zaaken slegt geschaapen staad. Bij de affaire van gisteren verneemt men dat aan de kand der Franschen de Generaal Chardon een paard onder 't lijf is doodgeschooten, zijn Aide de Champ gekwetst is, een zijner Adjunts aan zijne zijde gesneuveld; in die Batalje zijn er van onze kant van de 1200 man Infanterie van Rohan niet meer dan 300 man overgebleeven, zijnde onder andere van eene post, die zij met omtrent 250 man bezet had­den, niet meer dan een officier zwaar ge

blz. 34

gewond, beneevens eenige weinige manschap te recht gekoomen, behalve de meenigte dooden hebben de onze beneevens eenige stukken geschut, over de 500 man krijgsgevangenen, waaronder 60 Emigranten in de hande der Fransche gelaaten. Heden zijn de poste wederom op de verscheidene plaatsen als op de Wichensche heijde, den bloemenbergen te Zijflik slaags geweest, na den middag heeft men Kanon en amunitie op de batterij bij den Lentsche molen gebragt, ook zijn tegen den avond aan deese zijde der rivier 4 huisen in de brand gestooken en afgebrand. De Gistere gearresteerde Schipper van Soest

blz. 35

is heden op voorspraak van anderen losgelaaten, zullende hij anders volgens verklaaring van den Officier omdat hij 't mes getrokken had, moeten hangen. De Hertog van York is heden met 't Hooftkwartier na Arnhem vertrokken. Gisteren avond hebben de Franschen eenige Houwitsers in Thiele geworpen, zijnde bij die geleegenheid een man zwaar gewond De Gemeenschap met de Graaf is thans geheel afgesneeden, zijnde de Fransche thans halve maanswijze van de rivier tot de rivier tot op uiterlijk 1 2 of 2 uur gena

blz. 36

dert. Te Hees is in de voorleeden nagt door onze bondgenooten sterk geplundert, die gisteren de vlugt voor de zegevierende Franschen naamen. Men verneemt, dat in de voorleedene week twee Republikainen, zijnde de één een Hollander en de andere een Vlaminger van geboorte de stoudheid gehad hebben om hier te koomen. Zij hebben in onze stad elder in een herberg een fles wijn gedronken, zij hadden aan de hospes gezegt, dat zij bij de Franschen behoorde en eerlang weder in de stad zouden zijn, een stoute en gevaarlijke onderneeming zeker. Het volk, dat hier door marcheert, schijnt zig boven en benede

blz. 37

langs de Waal te zullen posteeren. Heden morgen zijn er nog 4 krijgsgevangene hier door gebragt, schoon de onzen hoe langs hoe meer moeten wijken, hier is tans veele beweeging in de stad, en 't is God bekend hoe 't eindelijk zal afloopen altans 't uitzigt is schroomelijk.
Dingsdag den 21 October
Het doortrekken van volk heeft de geheele nagt en voormiddag geduurt doch na de middag is 't geheel stil (: na onse omstan­digheeden ) zijnde de werken van Volk geheel ledig. De geheele Arméé is reeds over de Rivier, uitgenoomen eenige honderde, die op de wallen en bastions onder de wallen liggen, en eenige Hannoversche Cavallereij, die in

blz. 38

den omtrek van de werken heen en weder rijden. De Wallen zijn ten hoogste met de veldstukken der troeppes met 50 of 60 stukken zoo van Canon als Houwitsers enz: bezet, ook hebben de troepes die in de Bastion liggen, noch eenige veldstukken bij zig, verder zijn in de stad weinig troeppes, buiten de Emi­granten van Damas gereekend, die tot nog toe de wagten bezet­ten, doch reeds 3 maal orders bekoomen hebben om zich mars­vaardig te houden. De Fransche naderen, vooral van beneeden, allengskens zijnde hunne voorposten reeds te Neerbosch. Met den avond verneemt men, dat

blz. 39

de Engelsche voorposten reeds zijn ingetrokken. Prins Frederik is heden vertrokken, ook zijn de schoone muilezels van den Hertog van York van hier gegaan. Men zegt, dat heden ordre uit s'Hage is gekoomen om de stad tegen de Franschen niet te verdeedigen. Andere verhaalen, dat de Hannoversche Generaal Walmode of Hamerstein de magistraat hedenmorgen afgevraagt hebbende, of de stad genoegzaam geproviandeert was, om een beleg uit te houden en een twijfelend antwoord bekoomen heb­bende verklaard heeft, dat dan geen andere keuse overbleef dan alleen de stad te ontreumen en retraite te dekken. Heden namid

blz. 40

dag is geen postwagen van hier nae Arnhem vertrokken, dewijl de Engelsche de weg onveilig maaken, en dus de passasie strem­men. Heden morgen heeft men op den aftand van 2 uuren van hier vrij sterk hooren Canonneeren, het geen sommige meenen aan den Teersdijk te zijn geweest, ook is hedenmorgen door de Hussaar­en onder 't Corps van Rohan een burger buiten de stad als spion gevat en opgebragt, doch ras wederom los gelaaten. De krijgsgevangenen, die in de Latijnsche school bewaard wier­den, zijn deese morgen vervoerd. Gisteren, voor­leeden nagt, en deese morgen, hebben de Engelschen voor al de Emigranten van Rohan, die voor twee daagen, sidderend voor de

blz. 41

Franschen gevlugt waaren, hunne plunderzugt te Hees, daar onse voorposten tot nog toe gestaan hadden wederom den teugel gevierd, edele daaden van onse bondgenooten !
Woensdag den 22 October Het is hier tans wederom drukker dan gisteren, 't getal der troeppes op de wallen, bastions en in de werken schijnt wederom vermeerdert te zijn, ook is heeden voor 5000 man kwartieren besteld, doch die nog niet betrokken zijn. Heden namiddag van 2 tot 6 uuren en wat laater is er hevig tusschen de voorposten gevogten. De onse retireerde en omtrend 5 uuren was 't gevegt tot omtrend een quartiers

blz. 42

uur van de stad genadert, zelfs zegt men, dat van onse werken geschoten is, doch tegen de avond zijn de Franschen wederom teruggeweeken. Tegen den avond zijn verscheidene wagens met gekwetsten en dooden binnen gebragt; men begroot het getal der dooden op 80 aan onze zeijde, denkelijk dat 't niet minder zal zijn, wijl men dit altoos tragt te verdonkeren. Bij het ge­beurde van heden is een hollander van Zutphen met naame Emond, die gekwetst van zijn paard was gevallen, als krijgsgevangene hier binnen gebragt, en werd bij 't opbrengen van den onder Majoor gedrijgt, dat men hem des andere daags den kop zoude afslaan, waarop hij

blz. 43

zeer Cordaat antwoordede, dat men dat doen kon, dat hij als een Patriot voor zijn vaderland zijn leven veil had, eene schoone behandeling voorwaar aan een krijgsgevangene, men liet hem zelfs schoon een officier zijnde, op de Hoofdwacht door gemene bewaaren, en als men bij de plaats Majoor Brousson, moeite deed om hem een beter gevangenis te bezorgen, wierd dit met verontwaardiging van de hand geweesen, ondere deese uit­drukking dat 't een Carmignol was, dat die plaats goed genoeg voor hem was, wijl Officieren en Gemeene van een Staatse Mili­tie ook egaal bij hen gehandelt wierden, daarmede konde men heen

blz. 44

gaan. Hede is de Groote Kerk mede tot berging van Militaire bestemd en daartoe in gereedheid gebragt. Behalve de 500 man is nog voor een Regiment, die morgen staad in te koomen, quartie­ren besteld, ook is de Joodsche kerk heden voor sol­daate te bergen vervaardigd, waarover de Jooden in 't bijzon­der zeer ontevreede zijn, als wordende dus hun geheiligd eigendom hen geweldadig ontnoomen.
Donderdag den 23 October
Heden zijn ook één of meer Roomsche Kerken tot Militaire in­kwartiering bestemd, zonder dat men daar tegen iets doen kan. Het is steeds geheel druk, de Burger hoplieden zijn dagelijks ook nog heden avond be

blz. 45

zig met 't vervaardigen van billetten voor 't volk. Dewijl de geheele Bagagie, en de Colone der Arméé over de rivier is, zoo is tegenwoordig de beweeging niet van belang in vergelij­king van de voorige weeken, trekkende alleenig van tijd tot tijd eenig paardevolk uit en in, die in en om de werken post hou­den, en ook recognosceeren. Het was tegenswoordig zeer naar onze tegenswoordige omstandigheeden zeer stil. Buiten de stad, op een afstand van ongeveer één uur naar de benede kant, schijnt heeden morgen ten 7 uur, en vervolgens ook na de middag, weder eenige schermutzelingen te hebben plaats gehad, waarbij men ook bij wijlen, het gebulder van Canon gehoort heeft. Men verwagt dat 't

blz. 46

heden naar de kant van Wijchen, daar de Franschen een aanzien­lijk Corps moeten hebben, tot iets ernstigs zoude koomen, dog dit is niet gebeurt, 't scheint dat de onze alle geleegentheid vermijden om tot een hoofttreffen te koomen. Men wil, dat in de scheepen, die onder de brug liggen, reeds de nodige brand­stof als piktransen enz: gebragt zijn om dezelve bij spoedige retraite, tot dekking van dezelve, in brand te kunnen steeken. Heden zijn twee lieden, naar zeer mishandelt te zijn, in de Stad gebragt (: bij de Roidrager Verwoert :) ten blijke dat de Engelsche de weege onvei

blz. 47

lig maaken.
Vrijdag de 24 October Als alle Quartieren die voor 't volk opgeschreeven zijn, vol zijn, dan bedraagt 't getal van 't Garnisoen, volgens de lijst der hoplieden van heden 7599 man en alles, Engelsche Hannoversche Hessen en Hollanders. De kerken waarvan wij zooeven melden, zijn reeds vol soldaaten, waar voor dezelve andere plaatsen genoeg waaren, maar dit alles moest maar zoo zijn. Heden zijn een menigte wagens met meel gelaaden van Arnhem hier aangekoomen te gebruike voor de Armeé. Men neemt alles weg dat door 't schieten schaaden kan veroorzaaken van een kornmolen hier buiten de Stad, zijn de roien

blz. 48

reeds afgenoomen. Heden is er eene publicatie afgekondigt, waarbij elk verbooden word op de stadswallen te koomen. Giste­ren is reeds alle schippers, die hier met hunne scheepen liggen door de Engelschen bevoolen, de wal alhier terstond te ver­laaten, zullende anders bij nalaatigheid van dien in brand gestooken worden, ingevolge van dien ziet men tans geen een schip meer aan deese wal liggen, 't geen eene sombere ver­tooning geevt.
Heden zijn voor en na de middag verre genoeg van de stad eenige schermutselingen voorgevallen, die niet van belang waar­en.

blz. 49

De meeste ligte Ruitereij is gestadig in en om de werken om op de Franschen een Waakend oog te houden, en de wallen en eenige bastions zijn steeds met volk bezet. Heden is buiten de stad een boer dood geschooten, enkel omdat hij aan de roofzugt weigerde zijn koejen en schaapen te geeven, de Hoezaar, die dit gedaan heeft, is gezet, en in de stad gebragt. Alwaar hij naderhand een ligte straf heeft ontvangen.
Het plunderen en rooven en mishandelen van mensche, gaat op de dorpen aan deese kand dagelijks voort. Ja neemt gestadig toe, waarbij de wanhoopige Hoezaaren van

blz. 50

Rohan, en de andere Emigranten geensins de minsten rol spee­len.
Men ziet hier uit hoe ongelukkig een land is, die zulke rovers tot hulpbenden heeft, en dat 't plan der Engelsche is 't land eerst te bederven voor dat zij 't moeten verlaaten. In de stad is 't vrij levendig.
Zaturdag de 25 October
Het meeste gedeelte onzer Regeering is langzaamerhand, onder verschillende voorwenselen vertrokken; bevreest voor de komst der Fransche, mag men wel zeggen. Deese week is de Zieke poord, die altijd plagt geslooten te zijn, geopent. Men begint in de stad

blz. 51

algemeen gebrek aan brood te bespeuren, onder eendere daar door veroorzaakt, dat de bakkers gebrek aan brandstoffen voor den oven hebben. Deesen en voorleeden week hebben de Engelsche in de stad opentlijk de genever, die tot overmaat onder hen gebruikt word, tegen 16 st de kan verkogt (: op de Monepolie koste de kan f 1 :) waartoe op onderscheide plaatsen geheele vaten laagen. Hede namiddag om 3 uuren hoorde men niet verre af Canonschooten, waarop in de stad de alarmtrom geroerd wierd, alles op de been kwam en de Militairen naar de wal en werken snelden, 't geen eene groote verwarring gaf, dewijl de

blz. 52

Franschen de voorposte attaqueerde en naar 't scheen meer dan gewoonlijk op dezelve aandrongen. Eerlang hoorde men egter geen schieten meer en binnen één en een half uur tijds kwam de Militie van hunne poste terug, zijnde de Franschen naar hunnen posten terug getrokken. Bij deese geleegentheid ver­neemt men dat de laatste 8 krijgsgevangene hebbe bekoomen, zijnde ook van onze kant bij deese affaire 4 man gesneuvelt, en verschei­dene gekwetst binnen gebragt. Ondertusschen blij­ven de wallen gestaadig met manschappen bezet, eenige Bastions zijn ook vol volk. De voornaamste

blz. 53

affairen schijnt aan deese kant Hees te zijn voorgevallen bij de zoogenaamde Zandkuil, alwaar men hevig heeft gevogten. Heeden hebben zig vooral verscheide Emigranten, aan 't steelen en wegdrijven van hoornvee schuldig gemaakt, die hun egter gedeeltelijk weder in de stad, of bij 't inkoomen ontnoomen zijn, aan eenige hunner wierd 't zelve door Hessische Draagon­ders ontnoomen, en aan de vervolgde eigenaar terug gegeeven. Een dier Rovers 3 stuks uit de Ooij gestoolen hebbende moest die wederom in de stad laaten vaaren, en wierd vervolgens gevat, en in arrest

blz. 54

gebragt, waaruit hij eerlang weder ontslaagen wierd. Er is heden een Publicatie gedaan van Tollius Gouverneur der Jonge Prince van Oranje, waarbij de boeren belast worden, op ver­beur­te van 25 gl: boeten, wanneer hunne rijtuigen geprest worden, zich zulks zal laaten welgevallen, wordende hun namens den Hertog van York schavergoeding belooft, in geval dezelve ver­looren raaken. De schippers, wier scheepen onder de Brug geprest liggen, zijn heden gelast hunne zeilen en alle scheep­sstakkelagie daar bij te brengen. De Franschen dringen al naar de stad en schij

blz. 55

nen vooral beneeden hunne kragten aan te wenden om eene goede Positie te bekoomen, waarvan zij de schipbrug kunnen beschie­ten, 't geen hun tot nog toe door een battareij naar den kant van de herberg Batavia belet word, alwaar men zegt dat een geheel Engels Regiment begraaven ligt, konde zij dit bemagti­ge, dan was de zaak klaar.
Zondag den 26 October
Hedenmorgen is een schermutseling omtrend de Pelmolen voor gevallen, die vrij ernstig moet geweest zijn doch waarvan men nog geene nauwkeurige opgaaven heeft, alleen weet

blz. 56

men, dat heede voor den middag eenige gekwetsten, en daaronder eene Franschman binnen gebracht zijn, en dat heden avond in 't gasthuis ongeveer 40 gekwetsten lagen, waaronder eenige ge­kwetsten Franschen waaren, van de wal is niet geschooten, wijl de Franschen ver genoeg van de stad waren. Heden zijn de Emigranten van Damas van hier naar Zutphen vertrokken. Ver­ders was 't tans hier vrij stil. In de Fransche kerk is heden de openbaare Godsdienst verricht door de Neder duitsche Gere­formeerde, dewijl de Groote en Broederkerk onbruikbaar zijn, beide vol volk en

blz. 57

paarden zijn.
Maandag den 27 October
Heden morgen ten 7 uuren is reeds weder een schermutzeling met klein geweer voorgevallen, er zijn voor de middag 6 gewonden binne gebragt. Ten 12 uure wiert van 't Stadhuis afgekondigt, dat de Hunnenpoort morgen geslooten zal worden. Omtrent half 1 uur hoorde men Canonschooten, waarop binnen de stad alarm geslaagen wierd, en alles te wapen liep. Ondertusschen hoorde men in de algemeene ontsteltenis, 't Canon van alle kante bulderen. De Franschen hebben onse voorposten aan alle kanten

blz. 58

aangetast, het gedonder van de Canonnen was ijslijk; een sterk muskette vuur, en 't gestaadig schieten van onze bastions en wallen, als mede aan de kant der Franschen, hielt aan tot omtrend 7 uur. Van de uitkomst deeser affaire weet men verder niets, dan dat de onze allengskens retireerde, en van tijd tot tijd verscheidene gewonden, als ook eenige gekwetste paarden binnen bragten. Ondertussen wierde van onze wallen, naar den kant van Hees eene menigte van huise in brand geschooten, waarschijnlijk ook een gedeelte van 't dorp zelfs, op dat de Franschen zig daaragter

blz. 59

niet zoude nestelen, zodat omtrend 6 uure, de lugt naar die zeide als gloeijende en de brand geweldig was. De Fransche schei­nen behalven 't geschut ook eenige houwitsers naar de werken geworpen te hebben, ten minsten retireerde men aldaar op verscheidene plaatsen. Daar zij in de Ooij met het opwer­pen van battareijen een aanvang gemaakt hebben, heeft men twee batarijen agter den Bemmelsche Dijk, sterk daarop gekannon­neerd, dog zonder vrugt, dewijl de Franschen zig telkens agter den Ooijschen Dijk en agter de struiken dekken. Men wil

blz. 60

dat onze voorposten alle ingetrokken zouden zijn, altans is geduurende het gevegt de meeste nog hier zijnde bagage, de brug over getrokken, en na de hand, naar men verneemt door de meeste Cavallereij gevolgt. omtrent het begin van 't gevegt, kwam de ouwde Prins, en Prins Frederik alsmede de Hertog van York hier aan, en begaaven zig naar de Wallen en werken, dog zijn na dezelve besigtigt te hebben, tegen den avond weder vertrokken. Geduurende 't gevegt heeft een baterij; wat laager dan de Lentsche moolen, zegt men, ook sterk na de kant van Hees geschooten. Men zegt, dat eene der voorposten door de schie-

blz. 61

lijke aannadering der Franschen overvallen gedeeltelijk ver­nielt; ten deele gevangen genoomen, altans geheel weg is. Men heeft hedenavond geene fakkelen noch lantaarenen op de aange­stooken.
Heden is een der Emigranten, die voorleeden Zaturdag vee ge­stoolen hebben, door slaagen voor de hoofdwagt tot bekentenis van zijn diefstal gebragt. De gekwetsten in dit gevegt moeten meest al in de handen gevallen zijn, wijl 't getal der binnen­gebragte gekwetsten geensins aan de heftigheid van 't gevegt geëvenredigt is.
Het moet er heet aan toe gegaan hebben, want men zegt, dat onder andere van een regiment En

blz. 62

gelsche niet meer dan 100 of 150 man zijn overgebleeven, die zidderent naar de stad vlooden, ook zoude de Franschen bij deese affaire 4 veldstukke bemagtigd hebben.
Dingsdag den 28 October
Men verneemt dat de Prins, zwanger met het onzinnige besluit om de stad er aan te waagen, volstrekt ordre tot verdeediging heeft gegeeven, niet tegenstaande het gebrek aan voorraad, schoon bijna alles, onder aan kruid gebrek is, het geen veel ontsteltenis veroorzaakt onder de Burgerij, die gaarne eene spoedige overgaaven van de stad zaagen, dan dit baate niets. Heden zijn 800 á 1000 Engelsche ten dien einde

blz. 63

hier van Arnhem aangekoomen. Maar men verneemt ook, wel 2 a 3000 man Cavalerie gisteren avond, en deese naar de overzijde gegaan zijn. Omtrent 1 uur zijn er 150 á 200 man Emigranten van Damas hier aangekoomen, zijnde voorlede Zondag van hier naar Zutphen vertrokken. men verhaalt, dat zij tusschen hier en Arnhem 4 huisen geplundert hebben, heden morgen is in de Ooij, niet verre van de stad eene schermutzeling begonnen, die tot den avond geduurt heeft, van de wallen is sterk naar dien kant geschooten, doch waarschijnlijk

blz. 64

zonder veel vrugt, dewijl de Franschen meest in slooten, agter dijken en tussen de boomen laagen, daar zij 't uit de stad schieten gerust afwagtede, doch van waar zij ons volk, dat daar post had, en zoo met Canon, als klein geweer op hun vuurde, veel afbreuk gedaan hebben, wordende van tijd tot tijd al gekwetste binnen gebragt. Omtrend half 2 uuren beliep het getal der zwaar gekwetsten, reeds 32. De Franschen scheenen voor de middag wel tusschen beide uit veldstukken te schieten, dog na de middag hebben zij daar weinig of geen gebruik van ge

blz. 65

maakt. Ondertussen verlooren de onze meer grond, dan zij wonnen, niet tegenstaande zij telkens onderstand ontvingen, en noch daarenboven door 't vuur van de werken en battereijen der stad ondersteund wierden, het geen onbegrijpelijk is. Men zegt dat de Franschen bij de oude Waal bezig geweest zijn met een batterij op te werpen, waarop 't vuur van onze werken voor­naamentlijk gerigt scheen verders is alles rondom de stad volmaakt stil gebleeven. In de stad heerst zedert eenige tijd de grootste wanorder, die van dag tot dag toeneemt, en heden zoverre gegaan is, dat de menschen op straat

blz. 66

schier niet veilig waaren (: 't is gebeurt, dat zelfs een Hannoversche soldaat, in de kort burgstraat door een Engelsman 't brood, dat hij onder de arm had, afgenoomen wierd, doch door tusschenkomst van twee Hollandsche Officieren wederom kreeg :) eenige bende drongen zich in onderscheidene huisen maar in, deeden de menschen van angst zidderen, hunne bloote zabel voor een billet weisende, en zelfs op zommige plaatsen de deuren met geweld openslaande, welke baldadigheid ook de voorige avond en nagt door de van de wal koomende manschap

blz. 67

gepleegt is, die de deuren met gewelt hebben doen openen, en in de huisen ingedrongen zijn, zeggende tot de doodelijke ontstelde, daar te moeten weesen, en spijs en drank eischende, 't moet alles maar ongetraft voort gaan. Gisteren is voor de bakkers heide aangebragt om de oven te stooken, doch tans is er wederom gebrek aan meel en de molenaars worden nog door Officieren belet om de molen aan de haven te gebruiken, niet tegenstaande eene tegenovergestelde ordre van den Generaal Walmode. Heden nagt zijn door de Franschen boven de stad 2 scheepen in de

blz. 68

grond geschooten. Men zegt, dat den Generaal Walmode, reeds naar de overzijde vertrokken was, en ordre gegeeve had om de stad te ontreumen, 't geen hede of morgen reeds geschiet zouden zijn, indien de tegengestelde ordre van de Stadhouder dit niet belet had, welke verklaart had, de stad te veel te beminnen dan ze zoomaar aan de vijanden over te geeven. Men begint in de stad ook reeds heinige deuren en vensters van gebouwen aan te tasten om te verbranden, daar er brandstoffen genoeg zijn.
Woensdag Donderdag

blz. 69

en Vrijdag den 29ste 30ste 31ste October en Zaturdag den 1ste November Deese daagen is alles vrij stil geweest, uitgenoomen dat er ligt eene of andere schermutseling kan plaats gehad hebben, waarvan wij geen altans geen zekere berigten ontvangen hebben. Dagelijks marscheeren als in staadsie eene menigte troepes hier in en uit, zijnde voornaamentlijk, die de veld­pos­ten bezet hebben, en door andere afgelost worden. Heden is bij verschillende transporten eene aanzienlijke hoeveelheid

blz. 70

Canon van Arnhem herwaarts gebragt, als mede verscheidene karren met Eggen gelaaden. De Hertog van York, Prins Frederik de Graave d'Artois en andere Leger hoofden vertoonen zich hier nu en dan. Ook wil men dat de Oostenrijksche Generaal hier geweest is. Deese daagen zijn, onder andere vernielinge door of op last der Engelschen eenige vaartuigen, en onder andere ook 't schoone schip van van Soest gesloopt. Men verneemt, dat de Franschen op verscheidene plaatsen om de stad batterij­en opwer­pen, het is

blz. 71

zeker dat zij 't beleg, in weerwil van 't ongunstige weder, met de grootste nadruk doorzetten, tans hebben zij de loop­graaven bijna geopend, en zijn reeds merkelijk gevordert, dit trekt altans den aandagt der beleegerden; men heeft reeds gesprooken van een uitval te doen, dog dit blijft tot nog toe agter wegen. De Burgers blijven gestaadig met billetten be­zwaard of schoon reeds verscheidene verlaaten huisen geopend en met volk bezet zijn. Daaren boven hebben de benden van

blz. 72

10 tot 40 man sterk in de huisen ingedrongen om zig zelve te billeteren, deels bij gebrek aan brand, deels ook uit loutere baldaadigheid, er word alles wat slegts brandbaar is zelfs in de huisen aan stukken geslaagen, en verbrand, deuren, ven­sters, heinigen onder gaan dit lot menigvuldig. Heiligdommen scheinen de vernieling tans onderworpen. Gisteren bevond men dus ook 't schoone orgel in de kerk beschadigd, zoo door zommige op f 2000 doch bij nader onderzoek door andere op 600 gl: begroot. Heden hebben de moolens op de wal wederom ge­maalt. Bij dag word van de wallen nu en dan

blz. 73

vrij hevig geschooten, waarschijnlijk om de Fransche te ver­ontrusten, misschien ook, dat zig bij wijlen een Husaar, of iets dergelijks laat zien. Heden ontvangen wij een adres van Daandels ( Generaal Majoor der Brigade :) aan de Vaderlanders. Hede middag zijn 300 Engelsche en 200 Hannoversche de Hunner­poort uitgetrokken, om de Franschen van eene battereij aan een Hunnerberg te verdrijven, dan zij wierden door hen met klein geweer zo wel ontvangen, dat zij niet eens konde naderen, maar met verlies van circa 100 man, onverrigter zaaken terug moest keeren. Woensdag zijn van onse wallen na den kant

blz. 74

van Hees op nieuw eenige huisen in brand geschooten, ten einde de Franschen zig agter dezelve niet zoude kunnen nestelen, nog battereijen opwerpen.
Zondag den 2 November
Dewijl de Franschen niet verre van de stad heden nagt hunne batterijen opgeworpen, en loopgraaven gemaakt, en daarmede naar 't scheint, den gansche dag voortgaan hebben, zoo is, om de Franschen zoo veel mogelijk daarin te hinderen den geheele dag van de wallen en werken, als mede van de overkant van de batterijen bij de Lentsche moolen zeer sterk geschoten, 't welk nog aanhoud (: des

blz. 75

s'avonds ten 11 uur :) zonder van de Fransche beantwoord te worden; bedaard hebben zij de onze maar laaten schieten; alleen hebben eenige Franschen zich zoo digt bij onze werken vertoont, dat zij eenige busschen op de pignette buiten dezel­ve gelost hebben, waarop men verscheidene kogels naar hun geschooten heeft, doch zonder effect. Een andere Franschman heeft zig tot omtrend een steenworp van een der schanse buiten de molepoort gewaagt, en twee Hussaaren op hem ziende afkoom­en, de vlugt na de retranchementen genoomen, waaruit een hevig vuur met klein geweer op die Hussaaren

blz. 76

gemaakt wordende, namen zij haastig de wijk, waarop hij ander­maal onverzaagt te voorschijn trad, en hun wenkte wederom op te daagen, en op hem af te koomen, waarvan zij toen afzaagen.
Het Garnisoen was grootendeels de gansche dag onder de wape­nen, loopende 't gerugt, dat men voorneemens was, een uitval te waagen, doch dit bleef toen nog agterwegen. Tes avonds ten half elf uur wierd op 't onverwagts alarm geslaagen, alles was in beweeging 't garnisoen kwam in de wapenen (: onzeker tot wat einde ) tusschen half twaalf en twaalf uur trok een Corps voetvolk van 3 á

blz. 77

400 man de Kraanpoort uit, en men zegt, dat de Franschen over de Waal zouden zijn, 't geen een groote ontsteltenis baarde.
Zedert den donker is 't schieten, vooral naar 't schijnt, met houwitzers veel heviger, dan bij dag, en houd tans (: zijnde 12 uuren :) noch even sterk aan terwijl de Franschen geen moeite doen om 't te beantwooreden, liggende binnen hunnen werken op de loer.
Maandag den 3 November
Men meent, dat gisteren avond en nagt omtrend 3000 man de Rivier zijn over getrokken, met oogmerk om de stad te ontrui­me, ook zijn bijna de geheele nagt door, telkens legerwagens en pak

blz. 78

paarden naar de overkant. Het overige Garnisoen, dat op het slaan der alarm trom bij een gekoomen was, heeft grootendeels den geheele nagt door op de markt onder de wapenen gestaan. Men zegt dat een gedeelte uitgebroken is om een uitval te doen en tot in de loopgraaven der Franschen door gedrongen is, en heeft aldaar eenige spaade bemagtigt en mede gevoerd, zonder verder iets van belang te hebbe uitgevoerd. Zij moeten aldaar van de Franschen ernstig begroet zijn geworden, want volgens officieel bericht van de Hannoversche zelf hebben zij bij dien uitval 40 dooden en 60 gekwetsten gehad.

blz. 79

heden heeft men den gantschen dag door gecannonneerd, terwijl intussen alles tot een ontruiming der stad voorbereid wierd, wordende 't Canon grootendeels van de buitenwerken afgehaald; een meenigte bomben, houwitzers en kogels in de haven geworpen en omdat niets in de handen der Franschen zou vallen, wierden 500 tonnen meel elke ton van 100 lb, die in een keizerlijk schip gelaaden waaren in de Rivier geworpen, waarvan veel door menschen uit de stad is opgevist, en ten gebruiken is wegge­haald.
Alles schijnt de spoedige uitkomst van zaaken aan te duiden: Het uittrekken van een menigte le

blz. 80

ger wagens, met Bagagie heeft den ganschen dag telkens aange­houden; Na de middag zijn drie Prinsen van Oragne hier aange­koomen van Arnhem, en tot den avond gebleeven zijn, naar 't schijnt hebben zij een groote Conferentie bij den Generaal Hamerstijn gehouden. Zins dien tijd hebben de zaaken een andere keer gekreegen, in plaats van de stad verder te ont­ruimen zoo als laat in den avond wederom belast voor 3600 man kwartieren gereed te maaken, en ten 11 uur ziet men wederom een menigte volk van over de Rivier binnen trekken, het geen een groote beweeging bij nagt geeft, men zegt dat hede

blz. 81

het Arsenaal (: of tuighuis ) open gezet is, waaruit een eigelijk vrijelijk geweeren konde haalen gelijk van Millitie geschied is, zijn de reeds bij eenige burgers dezelve het stuk voor 14 stuivers te koop geveild.
Het schieten dat den ganschen dag door geduurt heeft, houd tans ten half twaalf uuren noch aan, doch niet zoo hevig, als gisteren avond. Men heeft ook heden een battereij bij de haven beginnen te slegten, terwijl 't oogmerk was de stad te willen verlaaten.
De Franschen laaten het schieten zoo verre men weet noch onbeandwoord behalven dat zij van hunnen battereij

blz. 82

tegen over de Lendsche molen de aldaar liggende battereij der Engelsche bijwijlen scheijnen te beandwoorde. De Franschen naderen de stad hoe langer hoe meer, en vermeeren dezelve, 't geen de algemeene ontsteltenis vermeerdert.
Dingsdag den 4 November
De confirmatie van Gisteren, dat de oude Prins de stad verdee­digt wilde hebben, heeft eene groote verandering in 't plan veroorzaakt welke was de stad te ontruimen. Geduurende de nagt kwaamen verscheide Engelsche en Hollandsche Corpsen binnen onder andere 2 compagnie Hollandsche Canonniers. Dit binnen koomen hield niet

blz. 83

op, voor en nademiddag zijn verscheide Regimenten binnen gekoomen, als van Bentink, Randwijk, Stuard enz: Ook is veel groot en klein geschut en amunitie tot verdere verdeediging aangebragt en de reeds verworpen amunitie weder uit 't water gehaald. Verder is hier een menigte Canon van verschillend Caliber binnen gebragt; het geen alles een groote beweeging veroorzaakt. Nu volgt de merkwaardige uitval, die wij volgens de zekerste berigten hebben aangeteekend.
Nadat er reeds lang van 't doen van een uitval gesprooken was, om de Franschen uit hunne loopgraaven, die reeds tot onder de wal

blz. 84

genadert waaren, te verdrijven. Het gelukte hun de posten, die tot dekking der arbeiders gesteld waaren, op 't onvoorziens te overvallen, en met verlies van volk terug te drijven, de schoppen en andere gereedschappen in de eerste en de tweede doorsnijding te bemagtigen. De Engelsche meende verder den vijand te verdrijven, die tot dien tijd de Juiste Cavalerie niet bij zig had, doch tot de derde doorsnijding genadert zijnde, maakte de Franschen op 't onverwagts zulk een hevig vuur met Cannonnen en Musketten op de naderende Engelsche dat zij eerlang, zonder hun oogmerk naamentlijk der loopgraaven, dan slegts ten deele be

blz. 85

rijkt te hebben, genoodzaakte wierden terug te deinsen. Ja 't vuur der Franschen was zoo hevig, dat zij met grood verlies van volk tot onder de werken moesten terug weiken in de groot­ste wanorder. De Franschen booden de aller hevigste tegen­stand, en hadden zij hunne Cavalerie bij zig gehad, De Engel­schen waaren alle in de pan gehakt. De Laatste wierden dan zo wel onthaald, dat zij tot onder de werken vlooden, komende van tijd tot tijd in de stad terug met zig brengende eenige weini­ge gekwetste krijgsgevangene, benevens de gereedschappen, die hun in de eerste aanval in de handen gevallen waaren. Onder de ge

blz. 86

kwetsten van hunnen, die mede binnen gebragt wierden waaren 12 Hussaaren van 't Corps van Rohan die meest allen een been verlooren hadden, en aan hunnen wonden kort daarna overleeden, den geheele avond tot aan middernacht hoorden men schier niet schieten. De Engelsche weder in de stad zijnde, waaren de Franschen omtrend middernacht weder in hunnen loopgraaven terug gekeerd, zodat de uitval van geen effeckt geweest is. Omtrend 5 uuren, toen 't gevegt op het hoogste was, was 't gedruen van 't schieten, vooral van 't musketten vuur

blz. 87

in de stad eizelijk, en even als of een groot aantal trommen tevens geroerd wierden. Van de Bergschotten, die geschikt waaren om de Hunnerberg te beklimmen, zijn bij deese gelee­gentheid veele gesneuveld, die bij 't opklimmen door de Fran­sche Jagers, die langs den kant van den berg in het schaarhoud verborgen laagen, neder geschooten wierden, en zij zoude waarschijnlijk alle in deese onderneeming gebleeven zijn, wijl elk opklimmende alras ter neder storte, indien zij niet door een Battaljon Hannoversche versterkt, en ondersteunt waaren, zodat zij de Franschen uit

blz. 88

hunnen schuilhoeken terug gedreeven, doch eerlang zelve, even als de andere, tot eene verhaaste hertogt naar de stad gedron­gen wierden laatende verscheide dooden en gekwetste agter.
Bij 't binnen treden ondernaamen eenige Engelsche, in een huis, in de Hartogsteeg in te dringen, en 't zelve grooten­deels uit te plundere, drie van die rovers vervolgens afzon­der­lijk in een ander nabijstaande Huis koomende, om aldaar 't selve te doen, wierden door eenige Burgers die zig intusschen met mistgreepen ge

blz. 89

wapend hadden, terstond neder geveld en niet verre van de wal begraaven. Men ziet dus hoeverre 't er van daan was, dat dat de Burgereij de Engelsche bij 't uittrekken had aangemoedigt, om de Franschen van voor de stad te drijven, en zig bij 't terugkoomen over hunnen braafheid voldaan getoond, Ja wat meer is, hun ten bewijse daarvan, met Genever, brandewijn enz. tot aan de poort tegemoet gegaan was, gelijk men de Franschen des andere daags had zoeken diets te maaken.
Woensdag den 5 November
Deese dag bleef het, behalven het zedert

blz. 90

eenige tijd gewoonlijk schieten van de wallen, tamelijk stil, niet tegenstaande men den gantschen dag eene nieuuitval te gemoet zag, omdat de voorgaande mislukt was. De Fransche gingen in weerwil van de uitvallen, 't guure weer, en andere bezwaarnissen van den herst egter voort met hunne loopgraaven te voltrekken, en nader aan de stad te brengen, zich verge­noegden om op hunnen hoede te weesen tegen eene nieuwe uitval, en ongetwijfeld een sterker bedekking bij de arbeiders te stellen, die de voorige dag te verre van de hand en niet genoeg verval was geweest, om ogenblikkelijk toe te kunnen springen; in gereedheid houdende om bij verdere uitval op het eerst teeken

blz. 91

op te zitten, en waar 't nodig was hulp toe te brengen. Voorst wierden deese dag nog verscheide stukke geschut en veele wagens met amunitie binnen gebragt en alles op nieuw in staad van verdediging gebragt.
Donderdag den 6 November
Nijmegen dan sterk en noch opnieuw gefortificeerd zijnde was alom met Coupures, verhakkinge buiten de werken en de nodige Friesche Ruiters op alle ingange voorzien, en men was van gedagte om de stad dapper te verdeedigen met de geallieerde magt, welke zij tans binnen hunne muuren had zelfs had de Oude Prins en zijn zoon

blz. 92

Frederik de gemoedere van 't volk versterkt met belofte om versterking te zenden, en de stad binnen 3 daagen te ontzet­ten, welke men anders voorgenoomen had te ontruimen, hetgeen zeer na genoege der ingezeetenen zoude geweest zijn, dat ook ligt is te begrijpen. Heden waare de Franschen met hunne loop­graaven, en werken zoo ver gevordert en zoo naa aan de stad gekoomen, dat zij op eenige plaatsen met de schildwagt op onze buitenwerken konde spreeken, zij hebben zoowel boven, als beneeden de stad hunne battereijen in gereedheid waarvan zij de Rivier,

blz. 93

en de liggende Brug konde beschieten. Reeds tegen 7 en agt uuren des morgens begonnen zij de stad te beschieten en de brug, vooral met houwitsers, waarvan verscheide in de huizen der Burgers vielen, en daar niet weinig verwoesting aanrigte, 't geen onder de Burgers in de stad ongemeen veel schrik en ontsteltenis baarden, te meer daar men niet wist, dat de stad, 't geen dien morgen gelijk wij nader hand vernoomen voor de derde maal wierd opgeist, en men niet konde begrijpen, dat de Fransche zonder dezelve, eene daadelijke aanval zoude doen, 't geen de ontroering zeer noodzaakelijk moest vermeerderen. De meeste Bur

blz. 94

gers begaaven zig naar hunne kelders en verwulfde plaatsen, daar zij zig veilig waande, waarvan zommige met mest en andere stoffe gedikt waaren, en andere dien de geheele dag door op de zelfde weise gedekt wierden, om dus tegen vernieling der houwitsers beveiligt te weesen, terwijl men van de wallen en werken bij dit vuur de Franschen hevig beantwoorden. Deese dag wierden zelfs verscheide wagens met amunitie binnen gebragt, schoon de Franschen bij aanhoudendheid de Brug geweldig be­schooten, zodat reeds des morgens om zeven uuren een schip­persknegt om 't le-

blz. 95

ven kwam, en ten 9 uuren een schip onder de brug reddeloos geschooten wierd, waar aan terstond timmerlieden gesteld wierden om door middel van balken de brug wederom bruikbaar te maaken, 't geen te midden van 't schieten ook geschiede. Intusschen wierden verscheide uitvallen gedaan, die de Fran­sche wel een weinig verlies aanbragten, maar grooter was 't verlies der Hollanders, 't welk in de stad kon gezien worden door gekwetste, als dooden, welk men telde. Tegen den avond trokken verscheide Engelsche Battaljons allengskens de stad uit, en liepen om 't aan

blz. 96

houdent schieten der Fransche bij kleine hoopen bij 10 a 20 over de Brug. Des avonds omstreeks van 8 uuren toog ook de meeste Engelsche en Hannoversche Cavallereij over de Brug, en geduurende de voornagt wierd ook een menigte amunitie en geschut mede over gevoerd, uit welk een en ander men eene spoedige uitkomst voorspelde, terwijl dit gebeurde begonnen de Engelsche, die reeds hier en daar in de stad, en dien dag en den voorige avond buitenspoorigheeden gepleegt hadden, deese avond aan verscheide huisen op een aller baldadig

blz. 97

ste weise te plundere alles openslaande, vernielende, en mede neemende wat hun aanstond, 't scheen al gemeen te worden, indien 't niet gelukkig door de Hollandsche Militaire in de beginsele gestuit was, zodat nog maar twee of drie huisen de prooij der geweldadigheden wierden. In sommige gedeeltens der stad bragten de burgers met mestvorken gewapend, door de Hollanders ondersteund, niet weinig toe dier geweldenaaren, die door hun gedrag de algemeene verontwaardiging bij de Burgers, en Hollandsche Militaire verwekt hadden, van welke rovers deese

blz. 98

nagt en de volgende dag een gedeelte dugtig afgerost, en naa de hoofdwagt gebragt wierden ten getallen van omtrend 50 behalve 16 of 20, die op de plaatsen waar zij plonderde, ter neer geveld, en terstond, zoo heimelijk als maar mogelijk was, ter aarde besteld wierden.
Omtrend den avond waaren door de Houwitzers reeds meer schee­pen onder de brug beschadigt wordende nogtans met levensgevaar zooveel mogelijk hersteld. Intusschen gaf men voor, een val­sche retraite te maaken

blz. 99

waartoe men werkelijk de Brug passeerde, en toen wederom kwam het welk de Burgers in den groote angst bragt. Deese morgen omtrend 9 uuren trok 't Corps Emigranten van Damas de stad uit, zodat er dien dag niet meer van de Landverraders overig was, en men sins dien tijd geen van de Emigranten meer ver­noomen heeft.
Vrijdag den 7 November
Intussen ging de beleegering voort. Het werpen van Houwitzers, 't geen den voorige dag aanhoudent was, en geduurende

blz. 100

de nagt merkelijk flaauwer geweest was, wierd met 't aanbreek­en van de dag wederom heviger. Van deese kant ging men voort 't zelve gedugt te beantwoorde. Den geheelen dag door wierden intusschen de Engelsche die als naar gewoonte zig aan steelen en geweldenaareijen hadden schuldig gemaakt door de Holland­sche Militaire en door den tweede Schout, die er onlangs aangesteld was, en zig tans in den aanvang zijner bediening bij de Burgerij zeer verdienstelijk maakte

blz. 101

opgebragt.
Het Gedonder van 't Canon was verbasend, en 't werpen van houwitsers ging steeds voort. Daar door raakte omtrend 1 uur in de Hertogsteeg een huis in de brand, 't geen men nogtans eerlang meende geblust te zijn, toen 't omtrend 2 uuren ander­maal ontstak. Het koste veel moeite dezelve geheel meester te worden, wegens gebrek aan bijstand, dewijl veele burgers uit vrees voor de houwitsers, dien den geheele dag in de stad geworpen wierden, schroomde uit hunne

blz. 102

kelders te koomen, en zig te begeeven naar een oord, die gevaarlijker was, dan eenig ander in de stad, gelijk de daar omtrend staande huisen zulks mede uitwijse. Het gelukte egter de brand binnen één uur te blussen. Dan, noch geen uur later, hoorde men de noodklok op nieuw luiden, zijnde 't huis van den predikant van Wijk door een houwitzer in den brand geraakt, en welke eerlang tot de vast daaraanstaande Broeder­kerk oversloeg (: waarin men zegt, dat de

blz. 103

Engelsche brandstof hadden gelegt, om verwarring te veroor­zaak­en, en hun aftrekken zekerder te doen :) en welke brand wegens bovengemelde redenen eerlang zoo hevig toenam, dat alle midde­len ter stuiting te vergeefs waaren; de vlam was eise­lijk, en 't stond tusschen 7 en 8 uuren zoo vreeselijk ge­schaapen, daar men schier aan 't blusschen wanhoopte, en dat 't scheen, dat binnen weinige oogenblikken, de naast aanstaan­de huisen mede aangestooken, en dat gedeelte der stad wer­waards de vlam

blz. 104

door de wind overgevoerd wierd, in asch gelegd zou worden. De angst en ontsteltenis der Burgers was verbaazend, men vlugte, bijzonder in de Burgstraaten en Broederstraat en op de markt, elk uit zijn huis, veele vielen aan 't zakken en pakken en zogten hunne beste goederen naar de andere oorde van de stad te brengen, om dezelve in zekerheid te stellen, en de angst en ontsteltenis bedaarde niet eerder voordat de brand niet meer toenam, welke men onder 't aanhoudend vliegen der houwitsers

blz. 105

noch poogde te blussen. Het instorte van 't dak der kerk verminderde eindelijk het gevaar merkelijk, dewijl de vlammen tans binnen de hooge muuren beslooten, verhindert wierden verder schaade toe te brengen. Ook begon men nu de gewoone middelen wederom met meerder vrugt te gebruiken, met dat gevolg, dat omstreeks 11 uuren de vlam bijna geheel verdooft was, en de lugt slegts nu en dan met een wolk van door 't water opgejaagde vonken vervult wierd, het allengskens bedaar­de, waarmede

blz. 106

het gevaar over was. Tergelijker tijde, dat dit voorviel, was mede in de Hertogsteeg opnieuw brand ontstaan, een huis aldaar in de brand geschooten zijnde stak de naast bijstaande aan, waardoor huisen in asch gelegd wierden, zijnde de zwakke middelen, daar dezelve tans nog verdeelt moesten worden, naauwlijks toerijkende om de volgende huisen voor de woede der vlamme te beveilige. Middelerwijl hield 't schieten aan weers­zijde nog aan, doch met eenige vermindering.
Een Officier was des avonds naar

blz. 107

Arnhem gezonden, denkelijk om wegens de veege omstandigheden de Stad nadere onderrigt te vraagen. De Gemeente was omtrend 7 uuren vergadert. De meeste Regenten waare toen al uit de stad vertrokken. Eene onvergeeflijke misdaad van hun, die ons in nood moesten bijstaan en hun Eed en pligt getrouw blijven!
Zaturdag de 8 November
Omtrend middernagt en vroeger, terwijl 't werpen der Houwit­zers nog aan hield, begonden de Engelsche, Hannover

blz. 108

sche en Hessen volgens de gegeeve order de stad te verlaaten, die zedert des avonds 6 uur en gedeeltelijk reeds vroeger op hunne loopplaatsen onder de wapenen gestaan hadden. Intusschen speelde 't geschut der Fransche 't welke aan wederzijde der stad op de boorde der Waal gesteld was, aanhoudent op de brug waar door 't haastig vlugte vermeerderde, ten einde niet door de vernieling der brug afgesneede te worden. De Engelsche over de brug zijnde wierden door de Hollandsche

blz. 109

Regimenten gevolgt, zodra de algemeene ordre tot 't verlaaten der stad gegeeven was, dan zij kwaamen te laat, want de wreede Engelsche, ( tusschen 1 á 2 uuren :) zoodra zij onder 't gesnor der Houwitzers de brug waaren overgetrokken, eene de scheepen, met brandstofen gevuld, in de brand gestooken heb­bende, ver­brande de geheele brug, en benaamen hunne geallieer­de de gelee­genheid om over te kunnen koomen. Deese brand der brug was ijselijk om te zien doch gaf bij nagt op 't water eene

blz. 110

magesteuese vertooning. De Franschen de brand der brug ziende en tevens opmerkende, dat 't vuur van deese zijde bijna zo niet geheel begon op te houden, beslooten hieruit dat de stad verlaaten was, waarop eenige honderde zich op weg begaaven, die de Werken recognosceerde, dezelve en de Capitaale wal beklommen, en zonder eenige tegenstand in de stad geraakte, waarop zij verder de Heese poort opende, en deese heugelijke tijding in 't leger bragten, waarvan eerlang een groot getal zig bij de terug gebleevene aan de poort

blz. 111

vervoegden, en zig omtrend 4 uuren door de stad begonnen te verspreiden. Van de andere kant was een Officier (: Captein Reine een Nederlander :) met eenige manschap de Hunnerpoort genadert, vorderde uit naam der Fransche Republiek, dat hem de poort geopend moest worde, om dezelve met zijn volk te bezet­ten, welke eisch dan de Secretaris de Beijer aangenoomen, en aan de Magistraat over gebragt zijnde, terstond toegestaan, en voldaan wierd.
Waarop gemelde Officier de wagt intreedende dezelve dadelijk ontwapende, zijnde een

blz. 112

Sergeant en 18 man, die hun geweer nederleiden en de Sergeant ordonneerde te blijven. Vervolgens vernoomen hebbende dat nog een gedeelte van 't Garnisoen agter gebleeven was, 't welk wegens 't verbranden der brug niet konde retireeren, stond hij slegts 4 man om dezelve gevange te neemen, die aldaar aan koomende 't grootste gedeelte der Hollanders, die op de Gier­brug meende te ontvlugten, op dien brug midde op 't water zagen dobberen, zijnde door eenig onheil aan de brug gekoomen buiten staad om zig na d'een zoo min als na de andere kant

blz. 113

te begeeven. De Engelsche van de overkant hadden niet Wreed­heid om hunne bondgenooten in doodsgevaar te laaten zitten, maar hadden daarenboven de Barbaarsheid, om op hunne Geal­lieerde (: Hollanders :) te vuuren van 't Fort Knodsenburg zodat er veelen omkwaamen, en ongetwijfeld de Brug met alles, wat daar op was, eerlang zouden gezonken zijn, indien de Franschen geen middel hadden weeten te vinden, om dezelve naar deese zijde te haalen, en dus 't volk te behouden, het welk vervolgens krijgsgevangen gemaakt wierd, volgens een zoort van Capitulatie

blz. 114

die noch gemaakt wierd, toen de Franschen meester van de poort waaren. Enige Officieren namentlijk bij de heer Sanders van Wel in de Molenstraat een kamer voor eenige oogenblikken verzogt hebbende, stelde aldaar haastig eenige articule van Capitulatie op 't papier, waarmede twee hunner buiten in 't leger der Franschen gezonden, en die toegestaan zijnde, onmid­delijk door eene Generaal, die met hun binnen kwam, onder­teekend wierden. Enige Regente, die noch in de stad waaren, en 't bombardement met 't aan kleeven van

blz. 115

dien hadden doorstaan, vertrokken trouweloos des nagts, benee­vens eenige burgers en Hollandsche Militaire, noch met de Engelsche en men wil dat bij deese geleegentheid in de alge­meene verwarring al de flugtende, zoo van deese als van de Engelsche, selfs verscheid van de reeds gebrooke brug in 't water gevallen, en dus ellendig om gekoomen zijn, waaronder Commies de Man (: andere zeggen de scheepen deszelfs broeder :) Burgemeester van Hulst, scheepen Pels, die nog met 4 om­trent Druten zoude opgevist zijn, welke wij naderhand vernaam­en bezeide de waarheid te zijn.
Met het verbreeken van den

blz. 116

dag was de stad reeds vol van Fransche, die hier en daar in de Winkels, welke zij open zaagen, begonnen te koopen, het reeds gekogte in assignaten betaalende, 't geen veel Kooplieden, geen kennis van de Assignaten hebbende, en de Livre tegen een Gulde Holland reekende, merkelijke schaade aanbragt, dewijl zij vaak zooveel in Hollands Geld teruggaaven, als assignaaten waardig waaren, dit nam nogtans spoedig een einde nadien de Officieren, ter voorkooming van alle wanorders de Winkeliers gelasten hunne huisen voor eerst geslooten te

blz. 117

houden, waardoor tevens de bekommering weggenoomen wierd van hun die wetende dat men zonder eenig beding voor de stad en burgerij dezelve verlaaten had, voor eene plondering volgens krijgsgebruik in de veroverde plaatsen bedugt waren.
Deese vrees scheen des te meer gegrond, nadien de desweegen nadeelige gerugte die men niet nagelaaten had van 't gedrag der Franschen in de veroverde plaatsen door middel van de nieuws papieren, Ja zelfs van de predikstoel den volke in te boezemen, en die ook bij zeer veele hier maar al te veel

blz. 118

ingang gevonden hadden, overal verspreijd waaren, terwijl aan de andere kant de stad door beklimming, en dus al stormender­hand ingenoomen zijnde, ter beschijdenheid der Franschen stond, dien 't krijgsgebruik tot eene 3 daagsche plundering, met den aan kleeven van dien, volkomen recht gaf.
Dan zoo laaghartig en trouwloos wij van hen, die zig onse vrienden en bondgenooten noemde, verlaaten waaren, die beter op steelen en rooven als op rechten afgerigt waaren, zoo braaf en edelmoedig was daarentegen het gedrag der Franschen die wel verre van hun recht te doen

blz. 119

gelden, terstond na 't betrekken der wagten, overal zoodanige maatregels naamen, dat geene bekommering voor de bewaaring der rust en goede order bij niemand de Burgere meer overig bleef, maar zelfs bij de vrijwillegers, die anders door dat de Offi­cieren noch binnen de stad waaren, en voor de veiligheid der persoonen, en bezittinge konde voorzien worden, hunne rol hadden kunnen speelen, bespeurde men geene de minste geneig­theid tot plunderen, wandelde zij rustig en lustig al zingende door de straaten, en de Burgers, die hun ontmoeten, beleefde­lijk groetende. Dit alles nu bragt zoveel

blz. 120

vertrouwen jegens de Franschen bij de Burgerij te wege, dat men het intrekken der verdere Corpsen gerust ging zien. Wel is waar dat men de Franschen bij geheele bende over de straaten zag gaan en voor de deuren der huisen staan daar zij meende dat winkels waaren, doch wel verre van eenig geweld of buiten­spoorigheid te pleegen, smeekte zij wanneer men hun de deur opende, om hun 't een of ander dat zij nodig hadden te ver­koopen, en lieten zig op 't bevel der Officieren waarop men zig beriep terstond afzetten en zonder eenig tegenstand buiten de deur sluiten. Van de binnen getrokkene Troeppes, wier getal deesen dag zeer aanmerkelijk was,

blz. 121

wierde de Gemeene in de verlaatene huisen der Uitgeweekene gelegt doch de Officieren bij de Burgers geinbellitteerd. Men had waarlijk redene om 't taaij gedult te bewonderen, waarmede zij op de groote markt stonde af te wagten, dat hier op be­schikking door de Regering en Burgerkrijgsraad gemaakt wierd, ja wat meer is men zag met verwondering deese nagt verscheide­ne onder de bloohemel slegts met een deken, die zij meest altijd met zig voeren gewikkeld op de markt op de stoepen der huisen liggen slaapen.

blz. 122

Terstond vervoegde zig de Predikanten der Gereformeerde Ge­meenten om hen te begroete, en tevens te verneemen hoe 't met de openbaare Godsdienst oeffening zoude gaan, waarop zij van hem verzeekering ontvingen, van gerust en veilig volgens ge­woonte dezelve te kunnen verrichten, gelijk volgende dag ook geschiede, wordende bij die geleegentheid 't Opperweesen plegtig bedankt voor de genaadige verlossing uit zooveele nooden en gevaaren, en voor de goede ordre rust en veiligheid, die in de stad allerwege plaats hadden, zonder zig verder in eenige bijzonderheden

blz. 123

zig uit te laaten. - Keeren wij (: dit tusschen beide meldende :) tot 't verhaal weder, van 't geen verder gebeurt is bij de overgaave der stad. Middelerwijl wierd de Gierbrug, die tans aan deese zijde der Rivier lag, van den overkant den geheele voormiddag door de Engelsche hevig beschooten, eenige kogels en 3 of 4 Houwitzers kwaamen 't zij bij afdwaaling of met opzet in de stad, waar­door de ontsteltenis wederom toenam, en de liede in de steen­straat hunnen wooningen verlieten, worden­de door een dier houwitsers een huis zwaar beschaadigt en in de Hertogsteeg een man gedoot.

blz. 124

De schrik en vrees voor erger deed veele op nieuws naar hunne kelders vlugten, meenende elk dat nu de Engelsche de stad van de overkant hevig zouden beschieten en de Franschen noodzaaken dezelve wederom te ontruimen. Dan een Fransch trompetter met een ernstige boodschap van de Fransche Generaal over de Rivier gezonden zijnde deed de Engelsche weldra hun geschut op de Gierbrug richten, dien zij ook binnenkort in de grond schoot­en, zonder dat de stad daarbij verder eenige schaade kwam te leiden. De Hollandsche soldaaten, die krijgsgevangen gemaakt waaren,

blz. 125

wierden nog deesen dag van hier nae Ravestein door een Fran­sche escorte vervoerd, van Fransche Militaire gaande, en met krijgseer de Molepoort uittrekkende, dog moetende de wapene buiten de poort op de Glacis nederleggen kunnende de Officie­ren hunnen deegens en valiesen behouden. De reden van 't verlaaten der stad zonder Capitulatie, meent men geweest te zijn dat men anders daarbij verpligt was geweest de brug te laaten liggen, en misschien 't Fort Knotsenburg mede over te geeven, of indien men gewagt had, tot de brug geheel weg was, dat

blz. 126

men dan voorzeker 't laatste, 't overleveren van Knodzenburg namentlijk, als een, onder de stad behoorend Fort, niet zoude hebben kunnen ontgaan, waardoor de Franschen dan de Waal waren geweest.
Hier bij moet ik eene missive laaten volgen, geschreeven van Balnaris aan Willem de 5de nopens 't overgaan der stad geteek­end Ravestein den 9 November 1794: dan uit welke brief ik slegts een zakelijk uittreksel heb genoomen, dus luidende . "Vrijdag avond ten 11 uuren, ben ik benevens de overige Com­mandeerende Officieren van 't Garnisoen van Nijmegen, bij de Generaal major van

blz. 127

Haacke, Commandant van 't Garnisoen geweest, die ons eene Missive van W: D: H: voorlas, behelsende eene ordre om dien nagt de stad in alle stilte te verlaaten. Ik kreeg bevel om met mijn onderhebbent Regiment tot het laatste te blijven, om de Retraite te dekken en dan over de Waal te volgen, waarop ik den Commandeerene Officier van 't Lunet Buttendaal kapitein Pilkington beval, om na 't intrekken der posten, het sluiten der Barreires van Communicatie, het vernagelen van 't geschut, het ophaalen der valbrug, en 't sluiten van de Molepoort, zig op mij te repliëren

blz. 128

en voor de gemelde poort te blijven tot dat ik met 't overige gedeelte van 't Regiment de Waal over was, mij als dan vast te volgen, de brug van elkander te kappen, en te vernielen. Een wijl daarna nae den Generaal Major van Haacken om verdere orders laatende vraagen, kreeg ik berigt dat hij reeds de Waal gepasseerd was, en kort daarna wierd mij berigt, dat de schip­brug niet meer te passeeren was, waarop ik van de wal de brand der brug ziende en de onmogelijkheid van over te koomen be­grijpende, belegde ik op de wal mondelinge krijgsraad, en er wierd beslooten terstond een Officier met een trompetter

blz. 129

nae de vijand te zenden, om een zoort van Capitulatie, was 't mogelijk noch voor 't Garnisoen te bedingen eer zij onse qritique positie wist. In een huis bij de poort getreeden stelde wij te loops drie pointen op het papier, en zond des­zelve na de Franschen in 't leger. Inmiddels den Capitein Pilkington met den adjudant Wilson naar de Hertogsteegpoort hebbende gesonden, om te verneemen hoe 't aldaar geschaapen was, kreeg ik tot mijn verbaasing berigt, dat die poort open was en er twee officieren van den vij

blz. 130

and met eenige ligte troepen de stad waaren ingedrongen en de wagt aldaar hadden ontwaapend. Echter is 't mij gelukt een soort Capitulatie van den vijand te bekoomen. Na met alle Militaire Honneurs de Molepoort uit gemarcheert en onse wape­nen op de Glacis neder gelegd hebbende, zijn wij met 't Regi­ment van den Generaal Majoor Bentinck door een escorte Fran­sche troepes naar Ravastein gevoerd moetende denkelijk verder naar Rijssel. Het geheele Garnisoen bestond hier bij de inmars der

blz. 131

Franschen, uit mijn onderhebbent Regiment, het Regiment van Bentinck, een Detachement van Randwijk, en nog eenige Engel­sche en Zwitsers van Gumoens, alles begreepen in vijf Hoofd Officiers, 10 Capteins, 5 Adjudanten, 25 Supalterne Officieren 70 Serganten, 46 Musikanten en tamboers, en 865 Corporaal en Gemeenen te zaamen 1025 man".
De Commandant van Nijmegen had van den Fransche Generaal, Commandeerende 't beleg van Nijmegen voorgesteld om gewaapend uit te trekken en geleid te worden naar de eerste

blz. 132

Hollandsche Stad of post, dog dit was geweigert, en dus luide de Capitulatie bij deese gemaakt:
1e Vooreerst het Garnisoen zal zig krijgsgevangen geeven. De stadspoorte zullen, zodra de Capitulatie geteekent is, worden overgegeeven worden aan de Troepes van de Republiek. Het Garnisoen zal des ochtends ten 9 uuren door de Molepoort defileeren met krijgseer, slaande trom, brandende lont met twee veldstukken per Battallion, en de wapens op de Glacis nederleggen. De Officieren zullen hunnen deegens en valiezen behouden, en hunne

blz. 133

paarden zullen worden overgelevert aan de Commissaaris daartoe in Nijmegen gezonden.
2e De zieken die niet vervoert kunnen worden zullen behandelt worden door Franschen Geneesmeesters tot hunne geneesing toe.
3e Alle inwooners der stad zullen blijven in 't vrij genot hunner Previlegien enz:
Nijmegen den 8 November 1794

(: geteekent.) H: Balnearis
Commandant
De Generaal Commandeerende
't beleg van Nijmegen
Sauham
onder stond (: accordeert met het origineel :)
get: Wilson Luit: Adj:

blz. 134

Supplement van eenige bijzonderheden nopens 't overgaan der stad
Laat ik nu het gebeurde omtrend het overgaan der stad volgen ten einde nog eenige bijzonderheden des wegens te melden.
De Fransche hadden zoo als men zegt, alleen maar 4 veldstukken en eenge houwitsers ten gebruik om de stad te beschieten, zijnde hun Canon nog wat wijd van de stad en om de slegte weegen moeijelijk om te vervoeren. Daar zijn zooals berigt word, ruim 400 houwitsers in de stad geworpen verscheidene Burgerhuisen zijn er beschadigt, waaronder etterlij

blz. 135

ke zwaar geleeden hebben, wier getal niet opgenoemd is. Daar door 't beschieten de Gierbrug verschijden Hollandsche Mili­tai­re van Bentink gewond waaren, die op de Gierbrug stonden, ver­koosen eenige zig liever aan de genaaden van 't water over te geeven, dan zig weerloos te laaten ombrengen, en sprongen zig ontkleed hebbende in 't water. Het is zeker, dat eenige 't al zwemmende tot de trap bij de Kraanpoort over gebragt hebben en daar door de Burgers opgehaald en geret zijn, dog of alle die zig te water begeeven hadden op deese wijs 't ontkoomen

blz. 136

zijn is niet wel te bepaalen, zelfs is 't tegendeel wel eenig­sins waarschijnlijk. Nadat men door behulp van eenen Fransch­man (: zooals men zegt :) die er na toe zwom, van de Brug, die door 't breeken van Gierlijn midden in de Rivier onbeweeglijk was, een kabel aan land gebragt had, wierd dezelve weldra door 300 Franschen naar deese kant getrokken, houdende 't Engels geschut van de overkant (: zoo als men zegt :) voor dien tijd zoo lang op met schieten, en de manschap, die

blz. 137

zig op de Brug bevond wierd daar afgehaald en gevangen genoom­en.
Reeds gemeld hebbende, dat de Franschen na 't beklimmen der werken, en van de wal de Heeschepoort opende zoo voeg ik er bij 't geen ik volgens heb vernoomen, dat niet slegts aan de Heesche poort maar ook tusschen de Molen en Hertogsteegsche poorten en hoger op wierden de werken en vervolgens de Capi­taa­le Wal door voluntaires en Jager beklommen, die zig bij de Hollanders, die nog op de wal stongen, vervoegden, en in plaats

blz. 138

van vijandelijkheden te pleegen, hen broederlijk de hand toerijkte, jaa zelfs hun broot met zommige der zelve deelde, lopende zij vervolgens door elkander zonder eenige vijandde­lijkheeden te pleegen.
Hier bij teken ik verder aan een bijzonderheid, die verhaald word, dat namentlijk door dit beklimmen der Wallen een haas zig ongetwijfeld in de gragt of werken opgehouden hebbende of van elders door de komst der Franschen opgejaagt zijnde, voor hun opliep, die eindelijk nadat de Burgers en Militaire op de

blz. 139

wal hun best gedaan hadden om hem neder te slaan of te vangen, eindelijk in de Koningsstraat gegreepen wierd. Wat de liggende Brug aangaat, die op scheepen van particuliere schippers lag bij derselver vernieling, door de Engelsche zijn er bij de 40 scheepen verbrand geworden, tot onherstelbaare schade voor de Eigenaars. Het is vrij zeeker dat bij de spoedige overgaaf der stad zeeker plans en oogmerken ten nadeele van dezelve ge­smeed, verijdelt zijn, doch waarvan de tijd eerst den waaren aart zal konnen aan

blz. 140

den dag brengen, terwijl zij tans nog als met een floers van onzekerheid omhangen zijn, daar tot heden hunne bestaandelijk­heid niet ten eene maale bekend is, mogen wij de ontwikkeling daar van gerust aan den tijd toe vertrouwen. Het schijnt namentlijk dat men voorneemens geweest is de Franschen voor­naamentlijk te tergen, dat zij hunne inmarsch de stad met plundering en verwoesting zouden moeten vervullen terwijl men als dan, van den andere kant deselve heevig beschoten en in brand gestooken zouden hebben, om haar dus tot een

blz. 141

puinhoop te maaken, en ten toonbeeld stellen voor geheel Nederland, het geene God genadig afgekeerd heeft.
De Engelsch dus de stad verlaaten hebbende, zaten noch een wijl tijds te Knotsenburg aan de overzijde van de Rivier de Waal, waar zij een groot vertooning maakten, eeven als of zij er zig nestelden, en versterken wilden, daar ondertusschen niets zekerder is, dan dat zij na veel vernield te hebben, langzaam en voorzigtig de wijk neemen, om met minste schade de Fran­schen te ontloopen, gelijk wij in 't vervolg nader willen zien.

blz. 142

Ziedaar onse stad, die oude stad der Battavieren, nadat vooraf onse schoonen wandelinge hier omstreeks verwoest, en de rondom deese stad liggende boere wooninge, en andere gebouwen door de Engelsche verbrand, en aller weege plundering en verwoesting waare aangerigt door onse zoogenoemde vrienden en bondgenooten lafhartig en trouweloos verlaaten en door de Franschen in 't bezit genoomen, en schoon zonder voorwaarde van Capitulatie overgegaan, echter tegen alle krijgsgebruik aan door hen

blz. 143

edelmoedig behandelt ! Eene gebeurtenis voorwaar, die ons altijd in 't geheugen blijven.
Zondag den 9 November
Den voorleden nagt ontstond er brand in een huis in de Hout­straat geleegen, waar door 't zelve in asch gelegt wierd.
De Franschen, die aanstons bij de hand, vertoonde zig hier bij zeer werkzaam, en men had het grootendeels aan hunne eiver te danken dat dezelve niet verder voort sloeg, en de naaststaande huisen aanstak, dewijl de Burgereij door de twee voorige nagten slaapeloos en vol kommernis door gebragt te hebben

blz. 144

wegens het bombardement der stad afgemat was, en derhalve traaglijk te hulpe kwaamen, en 't dus veel moeite koste om hen die ter hulpe toegeschooten waaren, bijeen te houden toen de brand een weinig scheen te bedaaren, waardoor de brand zig wederom verhefte en 't gevaar des te grooter wierd.
Men had reden om de eiver der Franschen te bewonderen, hoe zij niet alleen tot blussing van de brand werkzaam waaren, maar zelfs hen aangreepen, die slegts bezeide de brandspuiten liepen, elk een zonder onderschijd dringende

blz. 145

om te helpen. Eindelijk schoon met afbranding van 't geheele huis, wierd men brand meester, zoodat 't naastaanstaande, of huisen niet aangestooken wierden, waarmede 't gevaar voorbij was.
Maandag den 10de November
Deese dag was zeer vruchtbaar in Publicatien, die er van het stadhuis gedaan wierden, waarvan de volgende de voornaamste waaren, strekkende
1 Dat elk winkelier of koopman de assignaaten voor zijne koopwaaren zoude hebben te ontvangen, al zijnde een munte van de Republiek, waarvoor

blz. 146

derzelve in staad volgens eene aanmerkelijke hijpotheek die zij heeft waarop de assignaten geslaagen worden.
2 Vervolgens dat ieder die kaarten en plans, betreffende de vereenigde Nederlanden in bezit heeft, deszelve op 't stads­huis moet bezorgen, zijne naam op elke kaart buiten op aante­kenende, om dezelve daarna bij den ontvangst weder te kennen, en nae het geeven van een handbriefjen weder te ontvangen, dienende dezelve, om daar uit de kennis van de waters en wegen te erlangen tot de verdere

blz. 147

expeditien in de Republiek
3 Dat om alle geweld en oproer te beletten, elk der Burgeren, die geweeren en allerleij wapenen bezitten dezelve moet op­brengen en aan de Fransche Commissaris over geeven.
4 Eindelijk om binnen 24 uuren opgaaven te doen van hooij, haver en stroo, dat de ingezeeten mogten hebben, ten einde daarna de Requisitien te regelen, die men voor de Armée mogt komen te doen.
Heden maakte men ook reeds een aanvang met de vaartuigen welke de Engelschen gedeeltelijk gesloopt, en ver-[nield? EKK]

blz. 148

en verder in de haven laaten zinken, om de Franschen de over­togt te beletten, weder boven water te krijgen, waartoe ieder timmermansbaas een bepaald getal knegts moesten leveren. Men ging hier mede eiverig voort, zoodanig, dat men voor 't einde van deese week reeds 5 van dezelve vlot had, waarvan men terstond 2 der sterkste begon te herstellen, en samen te voegen, om er een Gierbrug van te maaken, in plaatse van de anderen, welke door de Engelsche van den overkant in de grond was geschooten, om

blz. 149

de Franschen den pas af te snijden.
Dingsdag den 11 November
Wijl de Franschen hier wel denkelijk een wijle tijds zullen moeten blijven, door dien de Engelsche door hunne batterijen te Lent hen vooreerst den overtogt over de Waal zouden belet­ten, en zij hier magasijnen diende aan te leggen en ovens maaken om brood te bakken, zoo ontvinge de metselaars mede eerlang aanzegging om ieder een bepaald getal knegts te leeve­ren, tot 't maaken van bakovens, voor de Arméé, waartoe na­derhand ook nog andere metselaarsknegts van Cleeve geprest hier aan kwaa

blz. 150

men. Ook wierd toen de Smeide bevoolen bij provisie voor niemand dan voor de Fransche Armée te werken. Men verneemt hier, dat te Graave waarvoor 't beleg met de grootste nadruk word door gezet, de leevensmiddelen zoo schaars en duur zijn, dat deese stad 't onmogelijk lang kan tegen houden en de overgave daarvan genoegzaam zeker en aanstaand is, in weerwil van 't ongunstig weder en andere beswaarnissen van den Herfst.

blz. 151

Woensdag den 12 November
Geduurende de eerste daagen sints de stad in de magt der Franschen was, ginge dagelijks trompetters van weerskante over, zonder dat er iets van hunne Depeches uitlekte, behalven 't gerugt, dat er ontstand dat derselver voornaamste inhoud de krijgsgevangene en derzelver goedere betrof.
Dit over en weder gaan, en dit zoo stil aan weerskante behan­delen, bragt nogtans de Burgereij telkens op nieuws in onge­rustheid, dewijl 't gerugt zig verspreide, dat de Engel

blz. 152

schen aan den overkant eene aansienlijke versterking van de Pruijsche en Keiserlijke bekoomen hebbende, de stad wederom zouden opeischen en vervolgens van de overzijde beschieten, dit kwam zeker uit de koker van 't volk, die er zig op toe leiden om de menigte te verontrusten en tegen de Franschen in te neemen, gelijk naderhand gebleeken is. Ook wierd heeden een Publicatie gedaan, waarbij de Kooplieden verbooden word, blaauwlaaken, en Linnen, Zout, Azijn aan iemant te verkoopen, al 't welk vervolgens ten dienste der Fransche armée in Requi­sitie ge

blz. 153

noomen wierd.
Donderdag den 13 November
Heden wierd dan een Publicatie van 't stadhuis en bij de straaten afgekondigt, dat ieder winkelier zijn winkel moest openen, daar tot deesen toe in de stad de deuren en vensters geslooten waaren geweest, en alle waaren uitgezondert het Blaauwlaaken alleen, konde verkogt worden. Ook dat men geene assignaaten mogt weijgeren in betaaling te ontvangen, welk laatste veel ongenoege veroorzaakte en den kwaadwillige aan­leiding gaf om de assignaaten in minagting

blz. 154

te brengen, ten einde men daar voor niets zouden kunnen be­koomen. Eenige wijnkelders wierde mede in Requisitie gesteld en verzegeld. Ten einde bij het openen der huisen men geen geweld, nog ongeleegentheid mogte doen, nog in de huise trops­wijse in dringen konde de Winkeliers bij den Generaal Sauham, Zauveegarde voor hunne huisen bekoomen, waarvan veele zig ook bedienden om den drang der Franschen die voor de deuren der huisen stonde om het een of ander te koopen, te be

blz. 155

letten, en niet meer dan een zeker getal binnen te laaten.
De Franschen verdienen hier den hoogste lof, en maaken door hunne eerlijkheid en vriendlijkheid bij elk bemind hoe hij voor 't overige andersins mag denken, schoon men mag aanmer­ken, dat in 't gedragen en voorkoomen van verschijdenen hunner eene zekere losheid heerste, die veele onser burgeren mishaag­den, Ja dezulken, scheenen veeleer met eene wufte onverschil­ligheid om niets, dat hun omringden, te bekommeren, en alleen­lijk bezig te houden met hunne vrijheid, hun bestaan

blz. 156

en volvoeren van hunne pligten als Zoldaaten. In geene geval­len, zooveel mij bekend is, hadden de Burgers reeden, om zig over hun te beklaagen.
De Krijgstugt wierd onder hun in de stad ook zeer streng gehandhaaft waarvan wij een klaar bewijs hebben, wordende deese morgen onder anderen twee Voluntaire wegens het steelen van eenig goed in 't Kelfkensbosch geârquebuseerd, gelijk bij de Franschen op allerleij dieverijen de dood straf gesteld is.

blz. 157

Vrijdag den 14 November
Heden kwam de volks Representant Bellegurde, Gedeputeerde bij 't Leger van 't Noorde en van de Sambre en Maas hier aan uit s'Hertogebosch, zij intrek neemende in 't huis van Ex Burge­meester Jan van Leuwen, die met andere Regenten zig van hier begeeven had, (: men weet niet eigentlijk op welke dag de Representant aangekoomen is; eenige seggen op Woensdag andere op Vrijdag zooals ik heb aangeteekent :) bij die geleegentheid gingen de

blz. 158

Predicanten der Gereformeerde de Predicant der Mennoniten Gemeente (: hebbende de Lutersche Predicant lang voor 't beleg de vlugt genoomen :) als mede de Roomsche Priesters, hun daags na zijn aankomst plegtig begroeten, en zig en hunne Gemeente in zijne bescherming aanbeveelen. Hij ontving hen vriendelijk beloovende hen in hunnen persoonen en hunne Gemeente te laaten wedervaaren, 't geen met 't recht van vrije Burgers overeen­kwam. Aanstons naar hunne aankomst had

blz. 159

den de Franschen de stad vooral na de zijde der Rivier begin­nen te versterken, brengende eenig Canon van de stadswallen naar dien kant waartoe onder andere eene Batterij van 5 à 6 stukken Canon benede de stad buiten de Heesche poort aangelegt wierd, met welke men hede reeds verre gevordert was. Tans hadden zij ook eene Batterij van 3 stukken bij de lappentoorn, en eenen van 4 stukken, een weinig van daar, in sonderheid, om, zoo de Engelsche aan de overkant mochten onderneemen de stad te beschieten, hun vuur

blz. 160

nadrukkelijk te beandwoorden en hunne battereijen te vernie­len.
Zaturdag den 15de November
Nadat den Representant des Franschen volks alhier een aantal heilzaamen schikkingen had doen daar stellen, zoo wierd heden, in plaats der afweesige Regenten, die van hunne posten verval­len verklaard wierden, eene andere Raad door den Representant gekoosen op recommandatie deese raad is egter maar bij provi­cie aangesteld en ten einde de stads en Quartiers zaaken

blz. 161

behoorlijk zou worden waargenoomen, en in deese tijd niet in de war geraaken, ook viel in de Gemeente eene groote verande­ring voor, wordende slegts 7 der overige op de Lijst der nieuw aangestelde gebragt, en de overige alle bedankt, zijn de Per­soonen der nieuw aangestelde Raad en Gemeente de volgende Burgers

tot Raade

Regente

Schepenen

G.C. in de Betou

A Lotichius

G.H. van Grasveld Med.Doct

Muller

Sanders van Wel

W. Hengst

Rapperd koopm:

M van Ent

A in de Betou adv:

Meuleman

blz. 162

I.J. Zwaanenburg

H. Hoogers

W.F. van Bennekom adv:

P. Graafman

Waaruit als gewoonte, twee tot Regeerende Burgemeesters gekoo­zen zijn, namentlijk de Burgers G.C. in de Betou en G.H. van Grasveld, tot Rigter, in plaats van den Burg Graaf van Lijn­den, is aangesteld. O.F.P.P. van Hakfort, tot Gemeenslieden zijn aangesteld de volgende Burgers.
S. Scheers, J. Vermaazen. P.H. van Elsbroek, L. Stoppendaal H.M. Rijnen. P. ten Booven, G. Elders. W.G.J. van Gent. D. Tijssen

blz. 163

J. de Veer. W. van de Velou. W. Rijnen. P. van Elkom. J. Hengst. C. van Demmeltraat. van der Waarde Junior. Van der Helde Verwei. C. van Biesen. Engel Vos. Van Duuren. Schatel. Van Burck. P. van Arensbergen. Verheijen Junior. J.A. Schiff. Mulder. P. van Driessen. Elders Wijnkooper. Hoffman en F. Bresser. Doch voor Arensbergen, Rijnders, voor Verheijen Keer, voor Schiff van Hulst hebbende de gemelde Burgers van hunne Famillien reeds op deese lijst. Voorts zijn tot Secretarissen in de onderscheide Collegien aangesteld L. de Beier, W.V. Engelen, Peters en tot

blz. 164

Commies P. de Haan.
Alle de Commissien traaden Maandag daar aan volgende terstond in Funkzie zijnde deese aanstelling slegts provisioneel. In deese is zonder onderscheid van Relicie, of aanzien van per­soonen gehandelt. De Burgerkrijgsraad bleef in werking als te vooren, zijnde belast met 't verzorgen van de Quartieren voor de Franschen en 't uitgeeven van billetten, ten dien einde, zijnde dit wegens de veelheid van volk een lastige post gewor­den.
Zondag den 16 November
Is er niets van belang voorgevallen.

blz. 165

Maandag den 17 November
Daar sommige de Assignaaten weigerde te ontvangen, dien nog altijd vreesde, dat men met die munt bedroogen zoude uitkoomen en bedugt waaren ons land weder bemagtigt te zien door de Gealliêerde Legers, en daar dit in de handel der Maatschappij niet weinig belemmering geeven moest, en opdat de Winkels, dien de eigenbaat, en den vrees voor den ontvangst der Assig­naaten hebben doen geslooten blijven, mogen geoopend worden, wierd heden de Publicatie nopens het openen der Winkels, en 't

blz. 166

ontvangen der assignaaten, zijnde de mund der Republiek, van en door een iegelijk andermaal afgekondigt, op verbeurte van 25 Gl: boeten bij de overtreeders, die de Assignaaten zouden weigeren te ontvangen, want te weigeren de munt der Republic­keinen, is samenleving te benaadeelen, en mede te werken tot 't algemeen onheil.
Dingsdag den 18 November
Heden wierd eenen Publicatie afgekondigt, in den volgende dag in beide taalen aangeplakt, behelsende verscheidene articu

blz. 167

len nopens de Emigranten, het termein van hunne terugkomst in de stad, en de opgaaven der goederen van de zoodaanige, die met raad of daad iets tegen de Republiek zoude kunnen onder­neemen, moetende gedaan worden door hem, die gemelde goederen onder zig hadden binnen de tijd van 8 daagen. Alsmede nopens 't verwisselen der gelden, welke in de publieke kassen, en onder de gemeene ontvangers, als ook aangaande het verwisselen van Gelden, die ter bestiering van andere onder notarissen, Procureurs en ver

blz. 168

dere bestierders mogten berusten tegen Assignaaten, gelijk ook binnen den bepaalde tijd geschieden onder andere bij den ont­vanger De Bruin een somma van f 30,000 kontant geld gehaald om tegen assignaten te verwisselen.
Woensdag den 19 November
Nadien bij de inquartiering der Franschen veele misbruiken plaats hadden, bestaande hierin, dat bij den eenen burger 1 of 2 man ingequartierd was en den andere bevrijd bleef, als mede, dat men den

blz. 169

naam van de geinkwartierd, buiten op de deur schreef, en vaak liet staan, lang nadat de inkwartiering was vertrokken, en men dus in waan bleef, dat in alle zodanige huisen inquartiering was, zoo wierd heden gepubliceerd, dat ieder Burger, die geen bilet had of wiens belet door 't vertrekken hunner Officieren ten einde was, daarvan binnen de tijd van 24 uuren na derzel­ver vertrek aan de krijgsraad opgaaven moest doen, op verbeur­te van 25 Gl: bij de zulke die 't verzwijgen. Ook heeft de volks Representant garres

blz. 170

teerd uit aanmerking der overhaaste vlugt der vijanden uit deese stad, dat ieder der Burger en Inwooner van Nijmegen en in deselfs omtrek, die goederen ten onderpand heeft; bewaard, of kennis mogt dragen, van waapenen, magazijnen, paarden, rijtuigen, mond en krijgsbehoeften en andere zaaken toebehoort hebbende aan vijanden van de Republiek en van Emigranten, gehouden zal zijn daarvan opgaaven te doen binnen

blz. 171

de tijd van 24 uuren ten Cantoore van den Commissaris odena­teur le Ferre.
De geene die dit moge nalaten, en bij onderzoek bevonden worden nog eenige zaake onder zig behouden te hebben, zullen aangemerkt worden als vijanden van de Republiek en als zodani­ge gezonden worden naar 't Resultationare Gerichtshof om volgens de wette gestraft te worden.
Donderdag den 20 November
Heden wierd onder andere de Requisitie van 't zoud opgevor

blz. 172

dert en in het Magazijn gebragt ten gebruike voor de Armée, alwaar met 't egter op een gegeeve billet van de Munisipali­teit door den plaatselijke Commandant onderteekend tegen con­tante betaaling bij 't pond konde koopen, 't geen egter met veele zwaarigheid verzeld ging. Dusdaanige Requesitien hadden ook in andere zaaken plaats; bij de Apothekers wierd ook reeds vrijdag den 14de een zwaare Requisitie van allerleij genees­middelen en kruiderijen gevordert ten dienste voor 't Hospi­taal zijnde dezelve van zommige

blz. 173

zaaken meer, dan in alle de Apotheken der stad te vinden waaren, deshalve naderhand de eisch van de gemelde waaren, tot 1/3 gedeelte vermindert en opgebragt wierd.
Verscheidene zaaken wierden mede in Requisitie gesteld als Amandelen Folie enz:, ook Leder gelooijd en ongelooijd, het geen alles juist niet na genoegen was van veelen, die over het buitenspoorig gedrag der Commissarissen klaagden.
Vrijdag den 21 November
Hede wierd de Burgereij door de Bodens van de Burger krijgs­raad verzogt, om tegen morgen na de

blz. 174

middag, ten 3 uuren bij de plegtigheid van 't plante van de vrijheidsboom te verscheinen. Dit had nogtans dien dag geen voortgang, wegens 't wegblijven van musikanten, die op order van den Representant uit den Bos verwagt wierden om dit feest meerder luister bij te zetten, deese week wierd bij een Publi­catie bekend gemaakt, dat op de posten en waagens op de ver­overde plaatsen, die wegens de tegenwoordige omstandigheden des oorlogs verhindert stil hadden gestaan, wederom order gesteld zouden worden, om de zelve eerlang

blz. 175

weder geregeld te doen gaan, gelijk wat de posten aangaat, binnen kort geschiede. Men heeft hier 't zeker berigt ontvan­gen dat de Fransche tans meester zijn van de laatste post die de vijanden aan deese zijde van de Rhijn nog hadden, dat den Generaal van Dam, burk heeft ingenoomen een plaatsje 1/2 uur van Wesel geleegen; de attaque daar voorgevallen was zoo hevig en zoo wel bestuurd, dat dat er meer dan 300 keiserlij­ken bij hunne overhaaste overtogt over den Rhijn, verdronken zijn. De Fransche zaaten hun zoo

blz. 176

kort op de hielen, dat den vijand 500 stukken Canon in 't water moesten werpen, de voorposten der Franschen hadden reeds digt onder Wesel genaadert. Hier heb ik vergeeten te vermelden dat heden gepubliceerd is, dat elk die Reiskoetsen, Schaisen en paarden voor zij plaisier heeft, dezelve aan de Bureau van den Commissaris le Febre moet aangegeeven worden binnen vier en twintig uuren, op poene dat alle paarde, in dien tijd niet aangegeeven, geconfisceerd zullen zijn, ten voordeele der Fransche Republiek.

blz. 177

Zaturdag den 22 November
Heden wierd 't Contoir van verificatie, of keuring der Assig­naten geopend en zulk de Burgereij door een gedrukt billet bekend gemaakt zijnde ten dien einde de Keurmeester gisteren hier aangekoomen. Deese gaaven tevens aan de Burgers af een gedrukt boekje, waarin de voornaamste kenmerken der valsche assignaaten, wierden opgegeeven en die er waaren daardoor aangetoond. Men kan hier dagelijks van den morgen tot den avond ten huise van de Burgeresse Broen, waar het Comptoir van Verificatie is,

blz. 178

zijne assignaaten, dien men reeds ontvangen heeft, ter onder­zoeking koomen vertoonen. De valsche worden aangehouden, mochten de Burgers die dezelve ontvangen, hunne naamen van agtere opschrijven, en indien hij de persoon van wien hij dezelve heeft ontvangen, kend, deszelfs naam in 't Boek op­schrijven, 't getal der valsche assignaaten was, in de eerste daagen aanmerkelijk tot groote schaade voor veele, zijnde de meeste door Engelsche en Emigranten hier agter gelaaten, als die niet gebloost hebben, tot de laagte van namaakers te daalen (: dan waar

blz. 179

toe zijn die plunderaars niet in staad :) elk Burger is ook volgens bovengemelde billet verpligt, zijne assignaaten ter verificatie te vertoonen, op verbeurte, dat die hier aan niet voldoet of die kennis mogt hebben van in bewaaring gegeeven assignaaten en de zelve niet verklaaren of die de opstellers, uitstrooiers der valsche assignaaten of werktuigen en allerlij instrumenten geschikt om deselve te vervaardige mogten verhee­len, als vijanden der Fransche volk aangemerkt en na gestreng­heid der wetten gestraft worden. Op 't einde van deese week was de Gierbrug, die

blz. 180

men uit twee van die vaartuigen welke de Engelsche gesloopt en in de Haaven hadden laaten zinken, hersteld en te samen ge­voegt had, ten gebruiken ingereedheid, zijnde geschildert met de drie Couleuren, als de Nationaale vlag der Republiek, bij alle de werken, door de gerequireerde knegts, uitgevoerd wordende, moeste de Metselaars en Timmermans baasen, beurte­lings de wagt houden, om toezigt op 't werkvolk te hebben, wordende zij bij 't minste verzuim in arrest genoomen, gelijk dit meer malen gebeurt is en dat om de luij

blz. 181

heid van 't volk noodzaakelijk was.
Zondag den 23 November
Was alles stil en had niets aantekenens waardig.
Maandag den 24 November
Nadien de Fransche aanhoudent te velden geweest zijn, aan verscheide noodwendigheden bijzonder aan schoenen gebrek hadden, zoo wierd heden een publicatie aan de Burgereij ge­daan, waarbij de zelve verzogt wierd, tot 't doen van een Patriottische gift in bruikbaare schoenen, die ook op 't Stadhuis in dank ontvangen wierden.

blz. 182

Dingsdag den 25 November
Heden krijgt men hier de heugelijke tijding dat de stad en de vesting Maastricht nae enen heevige beleegering aan de Fran­schen onder 't Commando van den Generaal Cleber is overgegaan, onder de Capitulatie was begreepen, dat het Keizerlijke Garni­soen zouden krijgsgevangen zijn, doch dat 't Hollandsche Garni­soen door de Brusselsche poort zouden uittrekken met slaande trom, vliegende vaandels, brandende lonten, en zijne veldstuk­ken, dat het zijne bagagie en wapenen zouden behouden en door

blz. 183

de Kempse naar Graave of Nijmegen zouden de excorteerd door een Detachement Fransche Troepes, die Stad heeft volgens de berigten veel geleeden.
Woensdag den 26st Donderdag den 27st en Vrijdag den 28 Novem­ber Leveren niets aantekenswaardig op, als dat 't werken aan Magasijnen en alles, wat tot Dienst der Franschen was, eene algemeene werkeloosheid heerste 't geen gepaard met den stil­stand, de Commissie een naare vertooning gaf, en groote be­lemmering baarde, 't geen enkel uit vrees voor de Assignaaten

blz. 184

voortvloeide.
Zaturdag den 29 November
Daar men op veele plaatsen uit was voor de Assignaaten alle soorte van koopwaaren aan de Negotie onttrok, en dezelve in de pakhuise verborg, zodat de Republikeinsche Soldaat, en zelf den weinig begunstigden Burger, wiens behoeften daagelijk vermeerderde, voor betaaling de noodwendigste zaaken niet konde krijgen, daar men voor de Assignaten niets, maar voor klinkende munt noch alles konde bekoomen, zoo is heden door de volks Representant aan de

blz. 185

Burgereij eene ernstige aanmaning gedaan, om binnen de tijd van 24 uuren alle de winkels te openen en alle soort van waaren te verkoopen, en de assignaaten in betaaling te ontvan­gen, met bedreiging dat, die de assignaaten mogten verval­schen, weigeren, of niet a paris ontvangen, of dezelve on­gangbaar maaken, in hegtenis zullen genoomenen na Brussel gezonden worden, om aldaar volgens de wet geoordeeld en ge­straft te zullen worden.
Heden wierd ook een Publicatie gedaan, waarbij de Magistraat aan de Burgereij kennis gaf, dat

blz. 186

op verzoek van verscheidene Burgers de vrijheids boom tegen morgen zou geplant worden, en alle Burgers en inwooners der Stad, derhalve verzogt wierden, zich des namiddags ten half 4 uuren zich op de markt te laten vinden, om de plegtigheid bij te woonen. Het zelfde wierd mede door de Bode der krijgsraad bij de Burgers rondgezeid.
Maandag den 1 December
In de voorleeden nagt heeft men in 't midden van de vermaaken sterk hooren Canonneeren, denkelijk geschiede dit uit de Graaf of op de Graaf, de loopgraaven worden

blz. 187

aldaar eerlang door de Franschen geopend. Heden namiddag wierd bij Publicatie een verzoek gedaan aan de Burgereij van een vrijwillige gifte van bedden, matrassen laakens, en dee­kens voor de Arméé ten dienste van 't Hospitaal, alwaar aan derge­lijke dingen gebrek was. Dan, des anderen daags wierd voor eene aanbieding van 100 bedden, ten dien einde, met de naame der geevere, van wien zij kwaamen, op een briefje ge­schree­ven, eerst door de Representant in dank aangenoomen, en ver­ders ook met overleg van

blz. 188

Geneesheeren vriendelijk bedankt en alleen 't verzoek betref­fende de overige articulen, bij Publicatie herhaald, waarnae ook door de Burgereij, zelfs boven verwagting voldaan wierd.
Dingsdag den 2 December
Heden wierd uit naame van den Representant des Franschen Volk een Publicatie gedaan, om de voorgaande Publicatien der Muni­sipaliteit tot het openen der Winkels, die door veelen nog geslooten gehouden wierden, in weerwil van de reeds gedaane bekentmaaking nader aan

blz. 189

te dwingen, wordende tevens de Grossiers daarbij gelast hunne goederen aan de Winkeliers over te laaten in Promte betaaling en niet verborgen te houden, teneinde de stad te voorzien van die koopwaaren, die ten leven noodzaakelijk zijn, zullende de overtreeders naar Brussel gevoerd en aldaar volgens de ge­strengheid der wetten gestraft worden; dit bevel was tevens noodzaakelijk, om dat de vrees voor Assignaaten en de eigen­baat veelen hunne goederen deed verborgen houden, waardoor on

blz. 190

vermijdelijk honger moest ontstaan. Tevens om de bezwaaren tegen de assignaaten weg te neemen, vertoonende dat ondanks de onmatige kosten des oorlogs voor derzelver zekerheid de goede­ren der Emigranten ter waarde van 14000 Livers verbonden waaren. Hier nevens ging verzeld een sterk vebod tegen het verborgen houden van koopwaaren.
Woensdag den 3 December
Zedert eenige daagen heeft men in de Stad beginnen te werken om een Departement der Club van S'omer onder de zinspreuk

blz. 191

van Les Sans Culottes Hollandois op te richten, 't geen des te meer voortgang scheen te zullen hebben, nademaal tegen ver­schijde Leeden van de Regeering een algemeen misnoegen Smeul­den voornamelijk tegen de Burgemeester Sander van Well, die men wil, dat de Bakkers genoodzaakt zouden hebben eenige mudde tarwe tegen klinkende munt te koopen van boeren die of zijne vassalen, of vrienden waaren, terwijl de bakkers ver­pligt waaren hun brood tegen assignaaten te verkoopen, het geen zeker naar eene

blz. 192

Aristocratische handelswijs smaakte. Heden wierd de sleutels van de groote kerk aan de koster ter hand gesteld, om de zelve weder te openen, waarna men terstond een aanvang nam met dezel­ve te zuiveren van alle onreijnigheid door de Engelsche in­quartiering veroorzaakt 't ontharende te repareeren, en weder ten dienst der Gereformeerde Gemeente in order te bren­gen; zijnde toen ook de Lutersche Kerk geheel ontruimdt, maar de Mennonie

blz. 193

te Kerk, die reeds ontruimt was was zo gehaavend, om de vloer die van hout was, door paarde pis en nat hooij, door dien de Engelsche en verders de Hannoversche daarin hunne paarde stalden, zoodanig bedorven, dat men genoodzaak was, eerst eene geheele nieuwe vloer, en veele andere preparatien te laaten maaken, zoude de Kerk voor haare gemeente weder bruikbaar weesen. Ook heeft men de Latijnsche Schoole begonnen te ont­ruime, die dus verre was Bruikbaar.
Donderdag den 4 December was er niets nieuws.

blz. 194

Vrijdag den 5 December De schuiten, welke men van beneden hier sedert eenige daagen heeft beginnen bijeen te brengen vermeer­deren nog dagelijks en deselve worden met ijver her­steld om dezelve tot de eene of andere onderneeming te gebrui­ken. Deese week heeft men bij twee of drie kooplieden huiszoeking gedaan, die onder vermoedde laagen, dat zij koopwaaren verborgen hadden, om de goedere, die men aldaar vond in Requisitie te neemen.

blz. 195

Bij het invorderen der Requisitien veroorloofde de Commissa­rissen vaak zich slegtheden die verre gedaande waaren, doende kasten en kisten (: zoo als men zegt :) openen, en veele goederen vooral hooij, medeneemende, zonder aan de eigenaaren behoorlijk resus, of bewijsen van 't ontvangen te geeven, en veele goederen wegneemende, waaruit men schijnt te mogen opmaaken, dat zij zig met overtollige dinge verrijken, 't geen egter bij de commissaarissen in tijde van oorlog meerder plaats heeft.

blz. 196

Hetgeen vooral schijnt te blijken uit 't geval met Koopman Hoogers op de Koornmarkt, wien zij, verneemende, dat er een Commissien uit de Magistraat benoemt was, om den Representant het gebeurde aan deszelfs huis voor te draagen, op het ootmoe­digste kwaamen smeeken, om van 't doorzetten van deese zaak af te zien, dewijl zij anders hun hooft kwijt waaren, zoodat men hun buitenspoorig gedrag aan het niet klaagen, der beleedigde heeft toe te schrijven.

blz. 197

Zaturdag den 6 December
Heden wierd de Publicatie gemeen gemaakt strekkende om de goederen van de Fransche Emigranten, dienst doende in de Legers van de vijanden van de Republiek, als mede van de Hollandsche Militaires, en Uitgeweekenen uit deese stad (: aangezien men dagt, dat zij bij hunne overhaastige vlugt uit de stad wel 't een of ander achter gelaaten zoude hebben :) elk was in dit geval verpligt de goederen der zulken, die onder hen mogte berusten, op te geeven, op poe

blz. 198

ne van, bij nalaatigheid als medestanders der Emigranten aange­merkt, en gestraft werden, de ontdekking, die men reeds gedaan heeft van eenige magazijnen, millitaire goederen, en wape­nen, schijnt hier toe aanleiding gegeeven te hebben.
Heden kwam den Burge Pichegru, Generaal en Chef van de Noorde­lijke armée, hier voor 't eerst aan, gaf in haast eenige orders, en vertrok van hier naar Cleve. Men weet, dat deese week in de Regeering een voorslag is gedaan, om alle huisen der

blz. 199

winkeliers te onderzoeken, of zij nog koopwaaren verborgen hadden, wijl men dagt, dat de eigebaat alle waaren, bijna aan de Negotie onttrekt, hetgeen egter niet is doorgegaan, dewijl dit voorals nog door tusschenkomst der Gemeenslieden afge­keerd is, omdat dit onder de Burgereij veel ongenoegen zou veroor­zaaken.
Zondag den 7 December
Geduurende al eenige daagen heeft men vreeselijk hooren schie­ten van de kant van de Graaf, zodat men denkt, dat die stad eiselijk zal geteisterd worden, voor 't overige is 't hier vrij stil.

blz. 200

Maandag den 8 December
Gisteren word het macimum op de hoogste prijs der koopwaaren, tegen Assignaaten in betaling bij Publicatie bekent gemaakt als mede de hoogste prijzen der werkloonen voor de ambachts Lieden de prijzen der waaren, zoowel als arbeidsloonen zullen daarbij wel minder maar niet hooger, als het macimum moogen verkocht, en verdient worden, hier van is uitgezondert de prijsen van 't brood, die werkelijk bepaald word, na een rooster, door de Munisipaliteit vast

blz. 201

gesteld. De Generaal Pichegru is heden andermaal hier geweest, doch is spoedig weder vertrokken. Veele articulen vooral zout, azijn en tarwe beginnen zeer schaars te worden, 't geen wegens de Consumtie der troepes niet te verwonderen is, onder­tusschen door de gemelde zaaken ons voor een volkoomen gebrek vreesen, indien er geene spoedige verandering in de zaaken komt, waar­aan bij veele getwijfeld word.
Dingsdag den 9 December
Verschijde staaltjes van 't gedrag

blz. 202

der Franschen zelve omtrent de assignaaten strekke om dezelve bij de menigte in minachting te brengen, waarom men ook vreest in betaaling te ontvange. Zij koopen namentlijk, altans ver­scheiden onder hen, waarbij de winkels voor assignaaten, en verkoopen die aan 't gemeen, tegen de helft van de prijs, weder in Hollandsch geld, Jaa zij verwisselen zelfs de assig­naaten tegen 1/3 hollandsch geld. De Commissarissen handelen in deese ook, niet minder buitenspoorig, die weigeren zelfs de goede

blz. 203

ren in Requisitie genoomen, of andere waaren, welke zij te verkoopen hebben, aan de Burgers anders dan in klinkende munt over te zetten. Een zeker geval strekt hier ten klaare bewij­sen: namentlijk een Kammemaker van een Commissaris beeste hoorne willende koopen, wilde hem deese niet anders, dan in Loïzen, en na lang handelen, tegen half geld en assignaaten te verkoopen, 't geen ten hoogste onredelijk was, en tegens de Franschen Publicatie zelve nopens de assignaa

blz. 204

ten streed om namentlijk dezelve niet te moogen weigeren, dan, dit schijnt egter eenige werkzaamheid bij de municipaliteit te weeg te brengen, dien den Representant hiervan kennis zullen geeven, waarvan men zig, tot stuiting en weering van zoodanige misbruiken de beste gevolgen belooft.
Woensdag den 10 December
Men verneemt van de Graaf, dat gisteren een Fransche Trompet­ter met een brief van den Generaal Pichegru, voor de tweede maal de stad kwam

blz. 205

opeischen. Dan de Commandant weigerde de overgaaven. Heden wierd de Publicatie wegens 't aangeeven der goederen van Emigranten, Hollandsche Militaire, of Uitgeweekenen uit deese stad toebehoorende, met den aankleeven van dien herhaald. gisteren avond wierd den Representant des Franschen Volks, naar huis gaande in 't Kelfkensbos, door een karel aangehou­den, dien naar eenige woordenwisseling zijn zijdgeweer trek­kende, hem daar mede een hou meende toe te brengen, die deese

blz. 206

met de rechterhand afweerde, waardoor hij een wond in den zelve ontving, waarna de booswigt voor eriger vreesde, zig in allerijl wegpakte zonder dat men hem ergens heeft kunnen ontdekken. Heden luide wederom voor 't eerste de klok van Keizer Karel (: zijnde dit de klok van st steevens tooren :) ten half 9 uuren tot veel genoegen der Burgereij in deese tegenwoordige zombere toestand. Hedenmorgen waaren eenige boeren uit de Ooij in de stad gekoomen, zig beklaagende bij de Muni

blz. 207

sipaliteit over hunne schout, die in 't stuk van Requisitie, zelfs 8 beesten hebbende, geen van dezelve ter Requisitie opbragt, terwijl de andere boeren, die slechts één beest noch hadden, genoodzaakt had 't zelve aftegeeven, en hem, die 2 beesten hadden er één te leveren. Zij zijn wederom ver­trokken in de hoope van hun vee dat zij bij zig hadden, en waar van 't slagten noch tot nadere uitwijsing uitgesteld was, voor een gedeelte wederom vrij gegeeven te krijgen. De Requi­sitie van Beesten hadde op dus daanige onbillijke wijze

blz. 208

meer plaats.
Donderdag den 11 December
Heden wierd bekend gemaakt, dat niemand aan de Franschen huisvesting mogt geeven zonder biljet, waartoe tijd, hoelang uitgedrukt staad, ten einde men mogt weeten wie al, of geen billetteering had. Deese morgen vertrok de Volks Representant Bellegarde, als mede de musikanten naar Hertogenbos. Voorlee­den nacht zijnde de Franschen (: volgens 't zeggen van sommige ten getallen van

blz. 209

800 man, en volgens anderen geen 600 man sterk :) met schuiten omtrend 't dorp Pannerde over de Rivier gezet, een stoute onderneeming voorwaar ! daar de vijand aan de overkant der Rivier zeer sterk verschanst lag, hebbende zij aldaar eene battereij der Engelsche bij verassing bemagtigd, het Canon vernaageld en in de Rivier geworpen en de Batterij geslegt, na welke daad zij omtrend honderd man daar bij krijgsgevangen hebben gemaakt, zijn terug gekeerd.

blz. 210

Vrijdag den 12 December
Niet tegenstaande de Representant bij zijn vertrek verzekert had, dat geduurende zijne afweezigheid geene Requisitie zou geschieden hoegenaamd van welke, wierd Gisteren echter van de Munisipaliteit gevordert, een aantal van linne zakken en 30 stuks slagvee. Deese morgen wierd in de Gemeente op voorstel van de Munisipaliteit beslooten, 2 kooplieden van de Cramere Gilde, als gevolmagtigde op stadskosten na Bra

blz. 211

band en Vlaandere te zenden, om aldaar winkelwaaren te koopen en met Grossiers en Faktoors te handelen, voor 't toekoomende, teneinde de weegen te openen en daardoor een gebrek van veele articulen te voorkoomen, wijl aan veele zaaken begon gebrek te krijgen. De voorslag van de Munisipaliteit was om twee van deszelfs leeden hier bij te voegen, dan, de Gemeente getoond hebbende dat 't oogmerk niet was om Magazijnen voor de stad aan te leggen, maar alleen om bij

blz. 212

zondere kooplieden van waaren te voorzien, dat dus zodanige eene vermeerdering der gelastigde overtollig was, en slegts strekken zouden om de stad op onnodige koste te jaagen, men bepaalde zig ten dien aanzien bij 't benoemen een Regeerings­lit, die de bemachtigde tot Hertogenbosch vergezellen zouden, en aldaar aan den Representant des Fransche Volks, van 't oogmerk hunner zending kennis geeven, en uit naam

blz. 213

der Munisipaliteit de nodige passen en brieven van voorschrij­ving aan de Munisipaliteiten der respective steeden verzoeken en vervolgens weder om herwaarts terug keeren zouden. De Requisitie, die hier gedaan worden, zijn vaak onmatig: Onder­andere sterkt dit ten klaere bewijsen, in 't dorp Beek, een uur van hier geleegen, zijn 25 stuks hoornvee gerequireerd, schoon bij nader onderzoek in dat gantsche Dorp slegts 33 stuks te vinden waaren : Daar men metertijd iets denkt te

blz. 214

ondernemen, heeft men heden gaan opneemen, hoeveel manschappen men in elke schuit die in de haven liggen kan over de Rivier voeren. Ook heeft men op verschijdene Battarijen, zoo in als buiten de stad (: als op st: Theunis, en andere plaatsen :) amunitie bij 't geschut gebragt. Deese en andere toeberijdse­len, die er gemaakt worden, schijnen eenen op handen zijnde onderneeming tot den overtogt over de Waal aan te duiden, waartoe men wil, dat bij panderen schuiten bijeen gebragt zijn, dat men daar mede 4000 man te geljk zoude kunnen

blz. 215

overzetten, dit zal egter veel moeite kosten, gemerkt, dat de vijand aan den overkant sterk verschanst is.
Zaturdag den 13 December
Daar men zig niet ontziet in 't verkoopen der waaren, tegen assignaaten, zoo van de Burgers als van de Franschen onmatige winsten te maaken daar de winst in klinkende munt matig gedaan word en men dus in den handel der assignaaten de daling poogt te brengen, zoo wierd heden bij Publicatie afgekondigt, dat de winkeliers hunne waaren niet hoger

blz. 216

tegen betaaling in assignaaten dan in Hollandsch Geld, moge verkoopen en dus de baatzugt te beteugelen en den gevingen daglooner bezonder niet te drukken, die vaak tans voor assig­naaten moeten werken.
Zondag den 14 December
Heden wierd de Groote Kerk van st: Steven weeder voor de eerste maal gebruikt, tot groot genoegen der Gemeente. Inge­volge Resolutie der Munisipaliteid onlangs, wegens 't koopen van eenige waaren

blz. 217

in Braband, genoomen, vertrokken deese morgen van hier als Gecommiteerdens na S'Hertogenbosch, de Burgers van Burik en Mulder, benevens vergezeld door den Burgemeester van Grasveld, kort daarna vergaaderde de Raad en Gemeente, en er werd be­slooten om ingevallen zij voor de goederen, welke zij in Braband kwaamen te koopen geen genoegzaame som van assignaaten bij zig hadden voor dezelve borg te spreeken ten welk zijnde hun door een

blz. 218

geteekende borgtoght door een Courier wierd nagezonden. Hunne Commissie bepaalde zig voornamentlijk tot 't koopen van zoudt, waaraan boven andere zaaken hier groot gebrek was, met volmagt egter, van ook andere waren, in gevallen de prijsen niet te hoog zijn, in te koopen.
Maandag den 15 December
Was er niets aantekenenswaardig.
Dingsdag den 16 December
De Geruchten die hier geloopen

blz. 219

hebben, als dat de Franschen beneden over de Rivier waaren getrokken zijn onwaar, schoon zij hiertoe sterke pooginge aanwenden, in weerwil van 't hevig schieten, der vijandelijke Battarijen van de overkand. Dit neemt egter de vrees van veele niet weg, die steeds bedugt zijn, dat de Franschen niet over de Waal zullen geraaken, wijl de vijanden alles zullen aanwen­den om de overtogt te beletten, zodat de Franschen deese stad om gebrek aan Foerasie en

blz. 220

Levensmiddelen zullen moeten verlaaten, de Engelsche hunnen wreevel zouden toonen en de stad weder inneemende dezelve tot een bloedbad zouden maaken. De Commissie waarvan zoeven gemeld is, kwam hier weder uit s'Hertogenbosch terug met berigt, dat de Representant Belgrade hen verzeekert had, dat er eerlang genoezaame toevoer van Levensmiddelen zouden koomen, dat ten dien einde bereids de nodige maatregelen waaren ge

blz. 221

noomen, vooral betrekkelijk het zout, waaraan men hier het meest gebrek had.
Woensdag den 17 Decemb:
De lang geloopene gerugten wegens 't onderzoeken der huisen, of bij de Burgers ook nog goederen van Emigranten van de uitgeweekenen deeser stad of van Hollandsche Militaire, die bij 't bombardement in de stad laagen verborgen waren, kwam einde­lijk deese dag op weesendlijkheid, gaande ten dien einde 3 of 4 Fransche Commissarissen eerst bij

blz. 222

de stadsschout, vervolgens met een hellebardier of boden, vergezelt van eenige Burgers, gingen zij in de huisen tot groote ontsteltenis der lieden bij wien zij kwaamen als die niet wisten wat hen overkwam, onder andere gingen zij bij de wijnkooper van Druinen bij den koopman Jan van Hulst, waar zij van onderen tot boven 't huis doorsnuffelde, Kasten en Kabi­netten tot de minste laaden doende ontsluiten. Deesen avond wierden ook verscheidene goederen, aan de Burgers

blz. 223

toebehoorende en uit vrees voor onderzoeking overgevoerd wordende, door de wagte op straat aangehouden, na de Hoofd­wagt, en van daar vervolgens naar de Commissaris ordonateur gebragt, wordende eenige daar van terstond wederom vrijgegee­ven, terwijl andere goederen tot nader onderzoek in bewaaring wierden gehouden; door dit vervoeren van goederen, namentlijk gaf dit aanleiding tot vermoede dat daaronder goederen van Emigranten waaren, die bij de

blz. 224

huiszoeking mogten ontdekt worden. Dan in deese ging men buiten de paalen; Bij den wijnkooper van Druinen, immers zag men dit klaarlijk, want bij 't doorzoeken van zijn huis zijn laatste wijn ontdekt hebbende, wijl zijn kelder leeg verkogt was, teekende zij dien op als om dezelve in requisitie te neemen, ten dien einde hem zelfs verbiedende dezelve te ver­minderen, waar tegen deese zig nadrukkelijk verzettende, verklaarende dezelve voor zijn eigen gebruik te hebben gehou­den, en zig dier halve niet aan dit verbod te willen of te kun

blz. 225

nen onderwerpen, zoolang 't zelve zig niet tot alle Burgers in de stad, betrekkelijk de bijzondere Provisie uitstrekte, waarmede zij konden heen gaan. Dit onderzoek ging heeden met brutaliteiten gepaard 't geen onder de Burgereij veel ongenoe­gen baarde, en veele aanzettede hunne eetwaaren en andere provicie te verbergen.
Donderdag den 18 Decemb:
Dit schijnt ook bij de Municipaliteit in aanmerking gekoomen te zijn, want heden wierden om boven gemelde redenen wel wee

blz. 226

derom eenige huisen onderzogt, maar, in plaatse van de Schout of Bode, wierd de Fransche Commissarissen, om alle onaange­naam­heden te vermijden, tans verzeld van twee Leeden der Munisipa­liteit, namentlijk de Scheepen Mulder en Coenradie, dit huis­onderzoek ging veel beter in zijn werk, dit ging zeer gerust en vreedzaam, wijl er tans bij 't inkoomen gevraagd wierd, of de Burgers ook goederen boven gemeld verborgen of in

blz. 227

huis hadden, en vervolgens in de vertrekken rond gezien heb­bende, of men daar ook verdagte kisten of pakken ontdekte vertrokken zij weder, de Burgers op 't woord slegts gelooven­de, zonder hen op tot 't opensluiten van kisten of kasten te noodzaaken. Gelijk de Commissarissen Gisteren gedaan hadden. Het onderzoek geschieden nogtans niet gereegeld algemeen, maar slegts hier en daar had 't plaats, waarop meest het vermoeden van verborgen goederen viel.

blz. 228

Heden wierd ook op nieuw opgave gevordert van Azijn en rijst; teneinde aldaar van een deel requisitie te neemen, zoo het ten dienste van de Armée mogt nodig weesen.
Vrijdag den 19 Decemb:
De meenigvuldige klagten over 't buitenspoorig gedrag en de trouweloosheid der Commissarissen, bij 't invordere der Requi­sitien bijsonder van hooij en stroo, dezelve bij verscheidenen of zonder of tegens quitantie benede de halve waarde wegnee­mende dede eindelijk de Municipaliteit

blz. 229

in de voorleden week een commissie benoemen om dezelve op te neemen, bewijsen te winnen en zig daarmede bij de Representant te vervoegen, ten einde hem 't gedrag van de Commissarissen voor oogen te stellen en te beteugelen. Heden wierd, waar­schijnlijk als een gevolg van de bevindingen dezer Commissie, die de zaaken onderzocht had bij Publicatie gelast, dat alle die hooij en stroo aan de Fransche Commissarissen geleevert hadden, en er geen behoorlijk recu voor ontvangen hadden daar van opgaave konde doen, bij de Com

blz. 230

missarissen logeerende ten huise van den Burger Vermasen in de Moolestraat, zullende hun aldaar Quitantien of blijken van geleeverde ter hand gesteld worden om hen dus van een prompte betaaling te verzeekeren, wordende daarbij de Burgers opnieuw aangemaand om hunne assignaaten, die zij in betaaling ontvan­gen hadden, bij de Ferivicateur te vertoonen ten einde zooveel mogelijk 't verspreide van valsche assignaaten te voorkoomen. Het onderzoek der huisen wierd op verzoek der Munisipaliteit gestuit, zijnde de voor de middag, nademaal de

blz. 231

Magistraat door de klagten der Burgeren zoodanig bewoogen de ordre van de Commissarissen waarop zij dit huis onderzoek deeden, begeerde te zien, die dezelve niet kunnen of niet willende vertoonen, zoo weigerde de Magistraat het verder onderzoek der huisen te gedoogen, echter wierd deese namiddag een koffer opgebragt, het geen men waarschijnlijk bij 't overvoeren op straat had aangehouden. Immers is 't waar, dat over 't algemeen over 't gedrag der Franschen niet te klaagen valt, men van

blz. 232

de Commissarissen zooveel onaangenaamheden ontmoet die van 't overtollige zig dikwils poogen te verrijken. Heden wierden ook de stukken bevattende de beswaaren der Burgerij in de Gemeente open gelegt, en neeven eenen Brief ten gelijden daarvan, door den Burger J. Vermaasen opengesteld, goedgekeurd, bekragtigd, en ter verzending naar den Burger Representant gezonden, ten einde hem den waare toedragt der zaaken voor te stellen.

blz. 233

Zaturdag een 20 December
Zeedert drie daagen geen brood ontvangen hebbende, verstoutte zig 't gemeen in 't huis van de bakker van Roggen te vallen en 't brood, dat zij aldaar vonden en gedeeltelijk ook aan andere toebehoorende, weg te neemen en 't zelve nogtans grotendeels betaalende, gelijk de Bakker zulks aan de Commandant, hem des anderen daags daarna vraagende, verzeekerde. Zij waaren zoo rasende van honger, dat sommige de tande daarin zette.

blz. 234

Heden wierd 't garnisoen geheel verandert, trekkende 't voor­ige uit de stad naar beneden en andere Troeppes van boven in deszelfs plaats koomende die onbekend in de leedige huisen niets vindende 't gebrek aan brand des te meer gevoelende. Heden of gisteren heeft men in de bakovens een begin gemaakt, die tans zooverre ten dienste der Armée, in gereedheid waaren te bakken, uitgesondert in een, die voor twee daagen ingestort was.

blz. 235

Heden middag wierden alle Baasen, op 't stadhuis opontbooden zijnde, door de Municipaliteit gelast, om tegen morgen ten 9 uuren, de ledig staande huisen van Emigranten, daar de Fran­schen ingelegt waaren, de haarsteeden enz: na te zien, ten einde de nodige voorzorg te neemen ter voorkooming van brand zijnde in de voorleeden nagt in een dergelijk huis, waarin de Franschen geleegen waaren, brant ontstaan; waardoor een ge­deelte der Soldering

blz. 236

verbrand, gelijk bijna dagelijks in dergelijke huisen brand ontstaad doch die telkens gelukkig geblust worden. Van de bakovens die men reeds heeft beginnen te gebruiken is nog een tweede ingestort.
Zondag den 2 December
Daar zedert eenige tijd in de stad en overal de gerugten verspreid waaren en men desweegens bij voorraad zig verheugden word heden wederom tegen gesprooken door een Relaas, die de Municipaliteit ontving welk gedaan was door P. Antoine

blz. 237

Merlei de Drui aan de Nationale Conventie van Frankrijk, betrekkelijk de gerugten van vreeden, ook beschouwd word door de Convencie als een listige verraderlijke trek der Republiek zoals naderhand gebleeken is. Heden kwam de expresse die gisteren met de klagten der Burgereij naar s'Bos aan de volks Representant Belgaade gezonden was, met een blijk van 't ontvangen der stukken, daartoe betrekkelijk terug, zonder dat men den uitslag daarvan weet.
Maandag den 22 December
Heden heeft men wederom opnieuw

blz. 238

Burgerhuisen te visiteeren, doch dit ging minder streng dan te vooren geschieden, dit onderzoek alleen door de Commissaris­sen, en een Lit der Munisipaliteit. NB Deese namiddag bragt een vijandelijke trompetter een maale met brieven over welke na de krijgsgebruik geblindoek bij den Commandant gebragt wierd; onder andere waaren brieven van verscheide Regenten, die uit de stad geweeken waaren, inhoudende dat zij hunne wensch te kennen gaaven, om herwaards te

blz. 239

keeren, maar dat ten dien einde passen om te koomen geweigerd wierden voor 't overige zijn in de voorleedene week verschei­dene Burgers die uit de stad gevlugt waaren hier aangekoomen.
Deese avond zijn een menigte karren met motering voor de Armee binnen gekoomen. Daar er geen Brood te bekoomen was, viel hedenavond wederom verscheidene Franschen in 't huis van den Bakker van Rogge en namen 't brood 't geen zij aldaar vonden, en daar onder ook brood aan andere toebehoorende weg, het geen 't instor

blz. 240

ten van den oven 't gevolg heeft gehad. Daar de deuren en de vensters bij de Bakkers gesloote bleeven, had men bij hunne huisen Sauvegarde, ook wel Stads Dienaars gesteld om 't volk 't indringen te beletten, en slegts 1 of 2 binnen te laaten ten einde ieder behoorlijk brood konde koopen.
Dingsdag den 23 Decembr
Men heeft heden voortgegaan met onderzoeken der huisen van Burgers, 't geen bij veelen telkens ontsteltenis veroorzaakte, die waanende dat men tevens kwam om de winterpro

blz. 241

vicien na te zien en vervolgens dezelve als een Requisitie aan te teekenen, daar egter uitgezondert de Gerequireerd wordende laatste wijn van van Druinen, geen voorbeeld van is. Het ruineeren van ledigstaande huisen waarin de Franschen gebil­letteerd zijn neemt van dag tot dag toe, bij gebrek van steen­koolen en hout, om zich tegen de fellen kouden te verwarmen, wordende in veele dier verlaatene huisen de solders de deu­ren, de trappen de vensters, en verder dingen kort en klein ge­slaagen, en

blz. 242

verbrant, 't geen gepaard met de groote onrijnheid voor de voorbijgangere eene afzigtelijke vertooning maakt. Heden is wederom een trompetter over geweest bij den vijand, doch van zijn depesches lekt niets uit. Tans word onderandere verhaald, dat het beleg van de Graaf in een blokkeering zoude verandert zijn het geen de gerugten van verraad, die zedert eenige tijd hier verpreid zijn, bij veele meenen meer geloof doen vinden, schoon andere weer 't een en ander tegen spreeken. Heden wierd door de

blz. 243

Munisipaliteit aan de Gemeente voorgesteld om eene Rentmeester over Geestelijke goederen, tot een stads Rentmeester, en eene penningmeester tot Bestiering van de Stads Finantie, doch hier op is voorals noch niets beslooten, wordende vervolgens alleen de Burgemeester Rappert, op deszelfs aanbod om eenige 100 Gl: voor te schieten geacittonzeerd om de Tractementen der Gere­formeerde Predicanten en der Latijnsche Precepto

blz. 244

ren, enz, vooreerst te betaalen onder beding echter, dat hij ongehouden zou zijn om gelden te ontvangen, wijl dat dit de post was van Stads Rentmeester.
Woensdag den 24st Donder: den 25ste vrij: den 26 Zaturdag den 27st December
Deezer daagen heeft niets van belang plaats gehad. Hier heers­cht tans eene naare werkeloosheid, die zedert lang veel eer toenam en veele Burgers en Inwooners, vooral

blz. 245

aan de zulke, die als bij den dag, en de Week moeten leeven, groote bekommering veroorzaakte, waar bij verder kwam, eene toeneemende duurte, en schaarste van Levensmiddelen, daar de Commercie gestremd, en alle Gemeenschap met Holland afgesneede was, 't geen 't ongenoegen van meerderede en veele een tegen­zin deedt opvatten tegen de Franschen als zijnde hunne komst oorzaak dat alle hantering

blz. 246

gen en bezigheden stilstonden: doch andere dagten hieromtrend anders, en de verstandigste waande, dat deese gesteldheid van zaaken niet lang stand zou kunnen houden, dewijl op zig op wijse 't ook waaren, noodzaakelijk met er tijd een uitkomst moest openen, die de gemeenschap met Holland herstelde, den handel doen herleeven, en alles in meerdere werkzaamheid

blz. 247

brengen moest, 't geen men echter denkt, dat zeer bezwaarlijk is, zoolang de Franschen Troeppes in zulke groote getallen zijn en zij de Waal niet over zijn, en de vijand van de over­zijde verdrijven. Deese daagen vernaamen wij, dat de stad Graave na een harde beleegering waarvan de Jaarboeken zullen gewaagen is overgegaan aan de Zeegevierende Franschen. Op den 20ste October wierd deese stad ingeslooten door

blz. 248

door de Franschen en na een hard bombardement besloot men den 23 December eerst tot de capitulatie, die op den 26st Decemb: eerst haar volle beslag kreeg. Er word gezegt dat die stad ontzaglijk veel geleeden heeft, zijnde stad zoodanig beschaad­igt, dat men daar maar weinige huisen vind volgens 't zeggen van eenige maar 2 of 3 die men weinig beschadigt kan reekenen en nog de

blz. 249

meeste glaasen daarvan verbrijseld.
Zondag den 28st 29st 30st en 31 December Deeser daagen wier­den de Lijdekkers gerequireerd, om volk te leeveren en 't lood te bezorgen, om de Bakovens te dekken, die tans zoo verre ten gebruike gereed waaren. Het doen van huisonderzoek word nu en dan noch slegts Flaauwelijk herhaald, of men noch een of andere goederen van Emigranten mogt vinden; 't is

blz. 250

hier voor 't overige anders over 't geheel vrij stil, schoon men anders verschijdene beweegingen onder de Troeppes kan bemerken, dat er iets op til moet weesen, men blijft noch aanhoudent met vrees bezet, dat de Engelsche van de overkant de stad zullen beschieten, die eene groot vertooning maaken, en overal Battarijen maaken. Men verneemt dat de Franschen den 27 December in de stad Bom

blz. 251

mel zijn, sommige zeggen, dat de stad bij verrassing is over­ge­gaan, zoodat zij reeds midden in de stad waaren, toen de Hol­landsche Soldaaten noch van de Battarijen naar buiten op hen schooten. Men had de Burgers wijs gemaakt, dat als de Fran­schen kwaamen, zij alles om hals brengen, eenige smeekte daarom om levensbehoud, de Franschen lachten hierom, en behan­delde hen even als zij in deze

blz. 252

stat deeden, niet als vijanden maar als Broeders. Het geheele garnisoen is of krijgsgevangen of gedezerteerd. Alles word van hen naar den Bosch gevoerd, de Boeren aan de kant van de Maas kweeten zich zeer wel, brengende stroo en mist aan, om over 't ijs te voeren ten einde de Franschen den overtogt des te gemakkelijker te maaken. De Franschen zijn vervolgens voornee­mens de Waal over te trekken

blz. 253

Nieuwsjaarsdag den 1ste Januarij 1795 Hier zijn verschijde gerugten, raakende de Franschen, zij moeten de geheele Linie der Hollanders geforceert hebben, altans er word verhaald, dat de Franschen de schans bij Hedikhuisen, als mede de buitenpos­ten van Heusden op den 28 December ingenomen, en de stad zelve omringt en ingeslooten hebben, welke stad door innunda­tien

blz. 254

zeer sterk is, maar tans is deese sterkte bevroosen, ook hebben de Franschen ter gelijker tijd de Linie van Geertuie den Berg, zooals Wasbeek Capellen, Rijmsdonk ingenoomen en aldaar 300 man krijgsgevangen gemaakt en eensgelijk zouden zij van 't Fort S: Andries meester zijn.
Eindelijk hebben de Franschen op den 28 December hun oogmerk bereikt, waaromtrend men nog groot vrees had

blz. 255

dat niet ligt zouden gelukken naamentlijk zijn de Waal beneden overgetrokken met een blijdschap en moed, die de Franschen eigen zijn, men verzekerd, dat de Franschen een hevig tegen­stand ontmoed hebben, en dat er een Corps Emigranten aldaar sterke wederstand gebooden hebben, doch dit eist nadere beves­tiging men verhaald hierbij dat de Gealliëerde aan de over­kant

blz. 256

van de Waal gedreeven zijn Zeker is dat de Franschen alle moeite aanwenden om over de Rivier te koomen.
Vrijdag den 2 en Saturdag den 3 Januarij Heeden wierd op Requisitie, door de Commissarissen gedaan die reeds 4000 koornzakken gevordert hadden, aan de winkeliers door een bode rondgezegt, om zooveele zakken als zij hadden en wel konden missen op 't stads

blz. 257

huis te leveren. Of 't waar zij weet ik niet, maar men wil dat de boode zelfs last gehad heeft, om er bij te voegen, dat men in geval­len van nalaatigheid de huizen zou doen onderzoe­ken en zoo men er geene zakke vond, de laakens van de bedde daarvoor weg te neemen. Dergelijke vorderingen in andere zaaken bleeven steeds aanhouden, want deeser daagen werd door de Commissarissen ook nog een Requisitie van 14000 flessen

blz. 258

wijn gedaan, 't geen men zegt ten dienste der zieken in 't hospitaal te weesen, waaraan men egter twijfeld, wijl men wel bespeurde, dat de Commissarissen 't gebruikte, daar er tans in de stad niet ligtelijk wijn, zelfs niet voor Hollands geld te bekoomen is.
Maandag den 4 Januarij
Daar er wegens 't huisonderzoek, veele voor hunne goederen bevreest zijnde, en mogelijk daar onder ook goederen van Emigranten in

blz. 259

bewaaring hebbende, of bedugt voor het leveren van waaren in Requisitie, van veele goederen, zig heimelijk verzeekerde, zoo wierd deesen dag een Publicatie gedaan strekkende om de Burge­reij ernstig te waarschouwen, van geene goederen of winkel­waaren bij avond, en ontijde van het eene huis naar het andere overbrengen, kunnende de Regering als dan voor Dezelve zeker­heid niet instaan. NB: voor meer dan 14 daagen (: zijnde den

blz. 260

17 December :) gelijk ik gemeld heb, waaren reeds verschijde goederen uit vrees voor huissoeking, bij avond overgebragt, wordende eenige op straat aangehouden, aan den Commissaris ordonatoir gebragt, welke gedeeltelijk als nog niet zijn terug gegeeven, schoon daar over veel moeite word aangewend.
Maandag den 5 Janua:
Deese dag was er veele beweging onder de troeppes in de stad

blz. 261

ook word heden en zedert eenige daagen, eene onnoemelijke menigte karren en waagens met koorn gelaaden en in 't magazijn gebragt, dewijl men rekend de bakovens te zullen kunnen ge­bruiken om brood voor de Armée te bakken. Het vriest tans zoo sterk, als 't in lange tijden niet heeft gedaan, de Waal zelve zit boven en onder [digt gevrooren(?) EKK] zodat dit een gunstig vooruitzigt voor de Franschen geeft, om gemakkelijker over de Rivier te koo

blz. 262

men, daar er anders veele ongelooflijke zwaarigheeden hier tegen op deeden, en de Franschen de overtogt wel ernstig zou betwist worden.
Dinsdag den 6 Januarij
Heden loopt het gerugt dat de Franschen bij Thiel de Waal zoude gepasseerd zijn en Thiel hebben bemagtigt, doch andere zeggen dat zij wel zijn overgetrokken maar weder terug gekee­rd zijn, men zal de zekere

blz. 263

tijding moeten afwagten.
Woensdag den 7 Janua:
De Franschen gedraagen zich op den duur uitmuntend wel ook in de Justitien kwijten zij zig zeer wel gelijk wij uit 't vol­gende zien zullen. Heden is een vonnis in 't licht gekoom­en, van 't Politique Militaire Gerichtshof der eerste Divisie van 't noordelijke Leger volgens 't welk 2 Inwooners van Nijmegen, te weeten Hendrik Charelaar en Theunis Klomp ter zaaken, dat zij op

blz. 264

den 29 Decem: de Friessche Ruiters onttramponneerd, en derzel­ver strafijsers weggenoomen om ze te verkoopen, verweesen wordende tot een gevangenis van een Maand. Verders is nog een vonnis van boven gemelde Gerichtshof gepubliceerd, volgens 't welk een persoon met naame Jan Koster in dienst gestelde voerman, verweesen wordende tot een gevangenis van 2 maanden uit hoofde van diefstal den 29 Decem: laatstl: gepleegt, omtrend 't brood der Republiek.

blz. 265

Welverre dat de gerugten van gisteren waar zouden zijn ver­naamen wij tans met zekerheid, dat de Franschen al zedert Zondagnamiddag bij Thiel de Waal over zouden gegaan zijn met groote moed en blijdschap, er is hevig gevogten: Men verzee­kerd dat de Vijand aan den overkant hevige tegenstand gebooden heeft, doch dat de zelve eindelijk van daar tot over de Linnie verdreven is, zoodat de weg van Cuilenburg, Utrecht, en andere plaatse

blz. 266

meer gebaand is, wanneer de verwinnende Franschen slegts willen. Thiel hebben zij deese morgen in bezit genoomen, het geen ons alle met blijdschap vervuld, en doet verlangen dat de Franschen eerlang de Waal zullen overtrekken, en de Engelsche van 't Fort Cnodsenburg verdrijven.
Donderdag den 8 Janu:
Het schijnt ook dat de altoos woelige Carmagnolles den geheele winter zullen doorwerken

blz. 267

om hun oogmerk te bereiken in weerwil der bitterste kouden zijn zij onder en boven de Waal bezig met 't beraamen van oogmerken dienstig om hunne zegenpraal verder uit te breiden. Dewijl uit hunne beweging ligt is op te maaken, dat hier ook iets gewigtigds staad te gebeuren, zoo wierd heden bij Publi­catie verbooden om hier langs de Rivier te gaan wandelen, en is bij een order voor de wagten, de schildwagten belast nie­mand ter poorte uit te laaten, dat men eenige gemeenschap met de Engelsche hield, ook

blz. 268

niet te gedoogen, dat men den den vijand aan de overkant toeriep met schelden of andersins ten einde de aanstaande onderneeming zoo heimelijk mogelijk, mogten uitgevoerd wor­den. Ook wierd de Publicatie betrekkelijk 't opbrengen van zaagen, bijlen en wat dies meer is, voor eenige daagen gedaan, tevens vernieuwd.
Vrijdag den 9 Janua:
Heden wierden de schippers gelast om de schuiten die vast in de haven bevroo

blz. 269

ren waaren los te kappen en op 't land te haalen, daarbij bespeurde men onder de troeppes veele bewegingen, 't geen nevens andere toeberijdselen meer schijnt aan te duiden, dat men hier ook eerlang de overtogt over de Waal zal tragten te onderneemen, schoon de Engelsche aan den overkant sterker verschanst zijn, dan, of de Engelsche van 't oogmerk der Franschen verwittigd zijn, of niet, men heeft egter waarge­noomen dat ettelijke stukken van hun geschut van de battarij

blz. 270

en hebben afgenoomen en vervoerd, om 't bij eene onversiene aanval of wanneer zij 't te kwaad mogten krijgen niet in de handen der Franschen te laaten. Op voorslag van de Burgemees­ter Rapperd en volgens deszelfs voorgesteld plan, wierd heden der Wijkmeesteren vergadering belegt in 't huis van den Burge­meester Sanders, om maatregelen te neemen tot opneeming der huisgesinnen in alle Wijken der stad ten einde in den tegen­woordigen staad van behoefte order te stellen op 't haalen van brood bij Bakkers, die door

blz. 271

door 't Gemeen ondraaglijk gekweld wierden, het welk om brood hunne huise afliep, koopende deese gestaadig eene menigte brood voor assignaaten, waarmede zij dan onder de Franschen weder handel dreeven, en groove winste maakte, 't geen daaren­boven de Bakkers buiten staad stelden om den Welgezeten Burger van Brood te kunnen voorzien.

blz. 272

HIER VOLGT NU DE VEROVERING VAN 'T FORT KNODSENBURG EN 'T BEMAGTIGEN VAN DE OEVER DER WHAAL DOOR DE FRANSCHEN
Saturdag den 10 Janua:
Nadat men uit verscheide toebereidselen al bespeurd hadt dat er iets gewigtigts stond te gebeuren, zoo wierd gisterenavond ten 11 uuren aan een gedeelte van ons Garnisoen last gegeeven om zig op 't eerste teeken bereidvaardig te toonen, wordende

blz. 273

zommige Officieren gelast den geheele nagt niet na bed te gaan, terwijl andere bevoolen wierden zich op een bepaald uur vroeg in de morgen gereed te maaken, het geen eene gewigtige onderneeming aanduiden.
Ook wil men, dat omtrend middernagt noch eenig volk der Hun­nerpoort is uitgetrokken. De Gantsche nagt was 't nog stil, maar met het aanbreeken van den dag hoorde men van verre schieten 't welk langs hoe meer na

blz. 274

derde, hebbende de Franschen onder 't bevel van den Generaal Gardon, den Camperende Vijand aan den overkant aangetast en van Pannerden af tot omtrend Bemmel toe beginnen over de Rivier te trekken, het geen op de meeste plaatse zoo wel gelukte, dat de vijand terug wierd geslaagen, en zijn geheele Linie van Ressen af tot hier omtrend een Quartier Uurs boven de stad boven de stad omtrend half 10 uuren over was. Hoe meer

blz. 275

egter naar boven, hoe moeijelijker voor de Franschen de over­togt was over de Rivier, zijnde van omtrend twee uuren boven de stad tot Pannerden toe, de eerste posten met Keiserlijke bezet, die de Franschen den overtogt hevig betwisten, waarbij zij zoo hevig vochten, dat zij zelfs de Generaal Compere noodzaakte omtrend 9 uuren weder terug over de Rivier te trekken 't gedonder van 't Canon was ijselijk de Keizerlijke vochten als Leuwen, dan Compere na de middag de onderneeming met de grootste

blz. 276

moed weder hervattende bereikte mede zijn oogmerk, en dreef den vijand terug, bij welke onderneeming veele der keiserlijke sneuvelde, zij leiden overal op de weg en wierden van de Boeren begraaven. Van Bemmel zakte de Franschen ter gelijker tijden langs den dijk af, de Engelsche die overal aan den overkant laagen, op hunne aannadering hunne Battareijen en posten, die toen meestal van 't geschut geroofd waaren, en dus als verlooren costen geacht wierden, zwak bezet, zonder merke­lijke tegenstand overal verlaa

blz. 277

tende, en terug weikende. men zag, op 't aannaaderen der Franschen de Engelsche Cavallerij van verre uit de stad langs den Dijk vluchten, het geen onder de Burgers en de Franschen die hier in Garnisoen laagen een vreugde baarde en de lugt met Hoezee deed weergalmen. De Franschen attaqueerden den vijand, meest al niet in de order van Battaille maar als Jaagers, bij kleine, uit elkandere verspreiden hoopen. Omtrent 50 man, op deese wijse over 't ijs

blz. 278

en over de Rivierdijk tusschen half tien en tien uuren tot voor de stad genadert, zoo vertoonde zig van de nog overge­bleevenen nog 20 man Hannoversche Cavallerie aan den kant van Knodsenburg, beweeging maakende, als of zij de Franschen op 't lijf wilde vallen. Doch eenige schooten van deese kant deeden hen in ren terug keeren, en met nog eenig voedvolk de vlugt neemen, daarop begonnen 3 of 4 Franschen het Fort Knodsenburg te beklimmen

blz. 279

en op de aankomst van anderen om hen te ondersteunen, wierd het zelve beneevens de Battarijen daaromstreeks terstond van de Engelsche verlaaten, zodat de Republiqeinen het zelve innamen, wordende op 't gemelde fort slegts een enkele katten­kop gevon­den, doch op de naaste Battarij, bij de Lentse Moolen wiert men 4 metaalen 12 en 24 ponders, en 3 bomkeetels meester (: de Battareijen der Engelsche waaren zoo schoon en sterk aange­legt dat 't onbegrijpelijk is, dat zij dezelve verlieten :) intussen

blz. 280

wierp men nog van de battarij der stad noch eenige Houwitzers naar den kant van den vijand die hen meer terug deeden dein­sen, dewijl uit de stad eenige manschappen trok, die men voor de stad omtrend half 11 uuren met schuiten begon over te zetten, om de anderen Republiqienen aan den overkant in 't vervolgen van den vijand te ondersteunen die al retireerde de eene post na de andere verliet. Omtrend één half uur van de stad bood de vijand nog een kort doch hevige tegenstand, hebbende

blz. 281

zij aldaar een aanzienlijke Battarij, waarvan zij zig poogde te verdeedigen, doch na 't springen van een boere wooning ( aan den halve weg geleegen) tot een magazijn en werkplaatse die­nenden :) 't geen zulk een ijselijke slag gaf, dat zelfs veelen hier in de stad er door verschrikt wierden, verliet den vijand met dezelve omtrend half een uur, zoodat zij al vegten­de moest retireeren, waar 't vuur zig meer en meer verwijderde en men omtrend 2 uuren of half 3 weinig meer dan 't grof geschut kon hooren bulderen zijn de Franschen reeds tot Elst halfweg Arnhem geleegen, voortgedrongen.

blz. 282

Bij 't springen van gemelde huis of Boere wooning waarbij eenige Franschen gekwetst wierden, 't geen men meent opzette­lijk door een aangestooken lond geschied te zijn, Gelijk men ook 't houden der Battarij, niet verre van daar geleegen tot op dien tijd toe, toeschrijft aan 't oogmerk, om daar de Franschen in 't voortrukken nog wat op te houden, en eene merkelijke verwoesting onder hen aan te rigten, hebbende de Franschen volgens de berigten van eenige 12 of 20 man verloor­en en eene menigte ge

blz. 283

kwetste bekoomen. Geduurende den geheele dag wierden er krijg­sgevangene van de Engelsche, Hessen en Hannoversche bij één en tienen tegelijk opgebragt, het was der moeite waardig te zien de eenen al na den andere krijgsgevangene op te brengen. het getal der gekwetsten, waaronder nogtans ook veele vijande­lijke Soldaaten waaren, worden begroot op 200 man. de uitslag der onderneemingen, meer na beneeden beantwoorden volkoomen aan die er voor de stad en er boven gedaan wierden, de Gene­raal de Winter had den vijand bij Doijewaard, en Ooster

blz. 284

hout verdreeven zodat de Franschen zig nog voor den avond van deese gelukkigen dag van beide oevers der Waal meester zaagen zijnde de vijand op sommige plaatsen meer dan twee uuren terug­gedreeven, en wij Gode zij dank dusver verlost van 't gevaar, dat ons nog altijd van 't Fort Knodsenburg, en de Battarijen der Engelsche aan dien kant scheen te dreigen. Op deese merk­waardigen dag schijnen de Franschen overal werkzaam te zijn geweest, volgens ingekoomen berigten zijn zij beneden tegen Buuren voortgerukt,

blz. 285

werwaards de Engelsche heen gevlugt waaren. Het is opmerke­lijk, dat de Rivier boven en beneden reeds meer dan so gezee­ten hebbbende, zodat men deszelve met zwaar ge­schut kon pas­seeren, hiervoor de stad ten lengte van omtrend een half uur, en derde halve breette tot nog toe open geblee­ven is. omtrend 11 uuren des voor de middag toen men hier aan de overkant gints nog elders meer vijanden vernam, begaaven zich reeds eene menigte burgers met de Franschen in schuitjes na den overkant daar zij veel van de Engelsche

blz. 286

verwoest vonden, gelijk zij naar gewoonte daar zij zig bevin­den plunderingen en verwoesting aanrigten zoodat wij ons uit aller verdere gevaaren verlost zaagen en verder van de Engel­sche, dat is Rovers, en Landverwoesters bevrijt zijn.
Zondag den 11e Janua:
Men was door de geheele stad zeer verheugt over de voorspoed der Fransche wapenen, 't was voor 't overige alles tamelijk stil hoorende men alleenelijk ten minste 2 uuren verre van hier eenig schieten na de middag.
Men heeft reeds een aanvang gemaakt met op 't Fort Knodsenburg dat

blz. 287

schoon van geschut berooft, nog zeer wel in order was, zoo-danige veranderinge te maaken, als 't zelve des noods tot verdediging en dekking der stad zou kunnen dienen.
Gekwetste en krijgsgevangene beide, die nog in de Betuw be­koomt van den vijand, wierden hier telkens binnen gebragt, dat wonderlijk was om aan te zien, wordende de zulke hier van braave Franschen binnen gebragt, aan wie plonderzugt en gewel­denarijen, men niet lang geleeden men nog blood stond. Deesen dag heeft men hier klokken musiek aangeheeven ten blijke van vreugde over de overwinning der Franschen op hunne vijanden, over de inneeming van 't Fort Knodsenburg

blz. 288

en de bemagtiging der vijandelijke Batterijen. De Predikanten hebben heden op den Kansel met dankzegging gedagt aan de verlossing van 't gevaar dat ons van Knodsenburg en den over­kant nog scheen te drijgen, zoolang de Engelsche 't zelve nog in bezit hadden, en des Heeren naam deswegens geloof en ge­preesen.
Maandag den 12 Jan:
Heden avond is hier een menigte Canon op wagens gelaaden binnen gekoomen, 't welk op de Engelsche verovert, uit de Betou overgevoerd wierd, 't geen hier veele beweging veroor­zaak

blz. 289

te. Deesen wierd namens de Municipaliteit door de Wijkmeesters en Opperwijkmeesters een aanvang gemaakt met 't opneemen der huisgezinnen in hunne Respective wijken, vraagende tevens, wie zelve bakte, en een iegelijk die koorn mogt hebben, of weeten te bekoomen daartoe aanmoedigende [Zie Oud Archief Nijmegen no 682 (fiche) EKK]. Zij stelde toen op elk persoon een pond Roggenbrood daags ten gebruiken. Zedert eenige tijd hebben de Franschen dagelijks eene menigte koorn in de stad, doen koomen, en in het Magasijn gebragt, ten gebrui

blz. 290

ke hunner Armee ook heeft de stad tegens betaaling in assig­naaten aan de Bakkers Roggen beginnen te leeveren, waardoor deese in staad gesteld wierden, om hun brood ook voor assig­naaten aan de menigte te verkoopen kunnende dus elk bij zijn bakker die voor elke wijk moet bakken, ieder in zijn wijk voor assignaaten brood bekoomen. Heden wierd de Burgereij bij eene Publicatie verzogt om oud linnen enz: voor 't hospitaal te leeveren. Deese agtermiddag heeft men naar

blz. 291

boven hooren Canonneeren zijnde dit aan de Schans te Pannerde, die door de Franschen ingenoomen en wederom verlaaten en door de Keiserlijke bezet zijnde, heden door de eerste andermaal genoomen wierd, die daarbij sterke tegenstand ontmoet hebben voor dat zij voor de tweedemaal die schans meester wierden.
Heden verscheen hier een Publicatie in 't ligt weegens de Contralen of hoofd administratie over alle de overwonnen landen gedeeltelijk van 't Hollandsche gebied uitgemaakt hebbende

blz. 292

waarin Nijmegen word aangemerkt, als overwonnen stad behooren­de tot de hoofd administratie van S'Bosch met nadere verklaar­ingen van de zelve, 't geen niet na genoegen is van veele, die beweeren, dat Nijmegen en haar Qurtier behoord tot andere Quartieren van Gelderland en dus tot de Unie.
Dingsdag den 13 Jan:
Heden morgen vertrokken de Troeppes, die in en om de stad laagen meest alle over de Waal de welke door 't ijs de Fran­schen

blz. 293

van zelve tot een brug verstrekte, blijvende binnen de stad niet meer dan een Regiment overig, waarbij volgens andere gevoegt zijn, die van bovenaf kwaamen. Aanhoudent worden er Fransche Ruiters van hier over de Waal gevoerd, om zig aan de overkant bij Knodsenburg te versterken. Heden voor de middag wierd eene menigte van Krijgsgevangene van Keiserlijke, Engel­sche en Hannoversche, in de Betuw genoomen, door zommige op omtrend 600 man begroot,

blz. 294

in verschijdene hoopen hier door gebragt. De Burger en Gene­raal en Chef Pichegru benevens de drie Representen der Noor­delijke Arméé bevinden zig tans hier zijnde Gisterenavond hier aangekoomen. Hier is tans meer beweeging dan naar gewoon­te. Ook werd 't geheele Attelerij Park hier verwagt zoodat men tans 't hoofdquartier schijnt te zullen houden. Behalven de Troeppes die hier uit getrokken zijn, zijn hier ook nog ver­schijdene Bat

blz. 295

taljons Jagers te paard, Hussaaren en andere ligt Paardevolk doorgetrokken, welke verder boven de stad de Rivier Passeerde, moetende naar de kant van Arnhem marscheeren. Ook is een aanzienlijke menigte gisteren en heden de Hunner en Heesel­poort uit en boven en beneden de stad over 't ijs gevoerd. Heden avond laat kwaamen hier nog een menigte Atteleristen aan, die morgen wederom na beneden moeten vertrekken, zullende ook binnen de eerst volgende daagen nog verschijdene duisende troeppes

blz. 296

hier door koomen, welk alles hier een groote bewegingen van een aanmerkelijke verandering beneden denkelijk staad agter­volgd worden.
Woensdag den 14 Jan:
De Generaal Pichegru, na 't een en ander beschikt te hebben, is heden na de Betuw vertrokken met de drie Representanten van de Noordelijke armée om de Revue over 't Leger te passeeren en de verdere onderneemingen, na Holland door te zetten. Ook is hier een menigte Runtvee binnen gekoomen. Men

blz. 297

verneemt, dat de Franschen heden de laatste vijandelijke posten boven Arnhem over den Rhijn gedreeven en hunne voorpos­ten tot Malburg uit gezet hebben of schoon zij de Westervoort­sche schans nog niet in bezit hebben. Zijnde dit een zeer sterke vesting en van Keiserlijke bezet. De Dagelijksche berigten die wij hier bekoomen, melden ons van dien kant dat zij het op 't platte land slegt laaten liggen op veele plaat­sen gereegeld plunderende met namen Gent, Ressen, en Huissen

blz. 298

welk steedje onder Cleefs land behoorende zij tans mede in bezit hebben, en 't welk eerst door de Keiserlijke ellendig geplundert is, voor dat zij 't zelve hebben moeten verlaten. Onder de Brigarde van Chardon, die in die streeken ligt word veel ongereegeld volk gevonden bestaande vooral uit Braban­ders, Luiker Waalen en diergelijk volk, die veele ongeree­geld­hede pleegen, schoon wij anders geene de minste rede hebben om over de Repibliquainen te klaagen.

blz. 299

Heden is wederom 't geschut dat gisteren hier aangekoomen is, van hier over de Rivier gevoerd, een groot gemak voor de Franschen voorwaar, dat zij alles maar over 't ijs kunnen voeren.
Het doortrekken der troeppes geeft tans meer beweeging in de stad, wordende nogtans de meeste troeppes slegts 1 of 2 nagten bij de burgers gebilletteerd.
Het hoofdquartier van de Noordelijke Arméé schijnt thans volkoomen hier te zijn. Te Bommel en daar omstreeks

blz. 300

ligt het op veele plaatsen nog vol van gesneuvelden, vooral van keiserlijke, die overal wakkere tegenstand gebooden en 't Fransche volk 't overal heet gemaakt hebben. De Boeren daarom­streeks zijn wel gelast de lijken te begraaven maar de grond is wegens de felle koude veel te hard om er kuilen in te graaven en de doode lighaamen in te stoppen.
Donderdag den 15 Jan:
Hier tans geen nieuws,

blz. 301

maar wel veele beweeging door dien 't hoofdquartier van 't Noordelijk Leger, zich hier bevind; men verwagt hier met ongedult de uitslag der onderneeming der Franschen.
Vrijdag den 16 Janu:
Heden zijn er weer menigte militaire binnen gekoomen welke deese nagt hier ingequartierd worden, moetende morge weder de Waal over en naar der Rhijnkant marcheeren.
Zaturdag den 17 Jann:
Dewijl in de tegenwoordige tijd van zaaken, een Commissie

blz. 302

van hunne hoogmoogende benoemd was om met de Franschen in der om te handelen vreede te maaken, zoo blijkt het dat daarmede de zaake verre gekoomen is want heden verneemt men dat Heere Brantzen en Repelaar, die als gecommiteerde tot deese zaak naar Parijs waaren gezonden om namentlijk de vreede te bewer­ken, onverrigter zaaken in den Haag zijn terug gekoomen heb­ben­de van de Nationale vergaadering, van welke zij zeer vrien­de­lijk waaren onthaald, en behandelt eijder genadig afslag bekoomen, om de Constitutie in den Jaare 1787 door Engeland en Pruische bewerkt en gegarandeert, te bevestigen, en

blz. 303

daarop in der minnen te handelen, en de vreede te bewerken zoodat nu den aanhang van den stadhouder eerlang den neerlaag­staad te krijgen. Men wil zelfs dat de gemelde gecommiteerden last gehad hebben om de Nationnalen 100 millionen te presen­tee­ren, ten einde in hunne verrigtingen gelukkig te slaagen.
Zondag den 18 Jann:
Men spreekt nu vrij sterk, dat de Franschen boven over den Rhijn zullen trekken ten einde de gecombineerde Engelsche Hannoversche en Hesselijke troeppes van agteren te om

blz. 304

zingelen, ten einde de Troeppes in de Betouw Arnhem zou kunnen bemagtigen. De tijding van 't overgaan van Arnhem, 't welk gistere agtermiddag beschooten en hedenmorgen vroeg over gegeeven is, is heden 't aangenaamen nieuws van deese dag men verhaalt ook heden 't aangenaame nieuws dat Utrecht van de Franschen ingenoomen is, waar zij, door de burgers te gemoet gegaan zijn, onder aanvoering van de Generaal de Winter, en vrijdag na de middag binnen getrokken zijn. Verder behoort onder 't nieuws van deesen dag

blz. 305

dat Wageningen vrijdag smorgens ten tien uuren in bezit geno­men is, dit maakte reeds 't belangrijk nieuws met de tijding van 't overgaan van Utrecht. Bij de inneeming van Wageningen poogde de Franschen de geallieerde Troeppes de pas af te snijden, en dezelve te omzingelen doch zij met agterlaating van een gedeelte van 't hospitaal, dat te Rheenen was daar op naar Zutphent zijn geretireerd. Heden avond loopen reeds gerugten, dat de Franschen reeds aan de nieuwe

blz. 306

sluis zijn voort gerukt, dus dat zij van de zaaken in ons Nederland spoedig meester zullen zijn.
Heden avond is een gedeelte Cavallereij ( dragonders ) binnen gekoomen, men begroot hun getal op 1500 man die morgen weder over de Waal na benede staan te vertrekken.
Maandag den 19 Jan:
Gisteren heeft de Commandant deeser stad order gegeeven dat er 15000 Broode in de Bakovens moeten gebakt worden en heden de stadsbakkers aangezegt om dezelve mede te helpen bakken ten dienste der

blz. 307

Troeppes. Men hadt in den Jaare 1787 eene vaderlandsche bij­eenkomst opgericht bestaande uit eenige particulieren fatzoen­lijke Burgers uit deese stad dan dezelve was mede door de ongelukkige omwenteling vernietigd gelijk in dat noodlottig Jaar door 't geweldig inrukken der Pruisische Troeppes de zaak der vrijheid geheel den bodem was ingeslaag­en; de eerste oprigters van dat Genoodschap waaren al reeds bedagt om dus ten nutte van stad en Vaderland wederom te werken maar hebben gemeent daarmede te moeten wagten, totdat 't geluk der

blz. 308

Fransche wapenen, het lot van Nederland begon beslist te worden, heden dan, daar er bequame geleegentheid er toe gegee­ven wierd.
Zoo wierd de Vaderlandsche Societeit door 't bijeen roepen der Leden in de Doelen wederom geopend; deese Patriottische bij­eenkomst voerden den Zinspreuk VOORBEELDEN TREKKEN, ook kreeg zij den naam van Klup (: een woord, herkomstig van de bijeen­komst der Jacobijnen te Parijs :) en dezelve wierd opgerigt om een waakzaam oog op de verrigtinge der Munisipaliteit te houden, ten einde alle

blz. 309

Aristokratische beginsels en bedrijven te keer te gaan en te weeren, om ten alle Gemeene nutte mede te werken en de vrij­heid der Burgeren te ondersteunen en te handhaven. Vervol­gens wierd deze Sosieteit open gezet voor Nieuwe Leden, die zig moeten laaten voorstellen en over wier toelating in de ver­gaadering bij Balloteering door de meerderheid van Stemmen beslist word. Dit Geselschap wierd door 't aanwinnen van leden al ras grooter, bij provisie in de Doele vergaderende, schoon er veele onder

blz. 310

de Burgers in 't eerst nog wat huiverig waaren om zig in dat Genoodschap te laaten balloteeren. Heden is de Cavallerij die Gisteren binnen kwam weder hier uit gemarscheerd zijnde de stad tans zo vol volk, dat bij elke Burger zonder eenige voorbij te gaan 3 of 4 man ingequartierd zijn.
Diensdag den 20 en Woensdag den 21 Jannuarij
De tijding van 't overgaan van Amsterdam nadat reeds van of door de Burgereij de Militie ontwapend en de Re

blz. 311

volutie bewerkt had, dat de Franschen aldaar met blijdschap ontvangen zijnde voorst de poort bezet hadden, is 't aange­naame nieuws, dat wij deese daagen ontvangen, zodat wat 't algemeen aangaat, de Franschen van ons Nederland meester zijn, nu is 't huis van Orange ten ondergang, de Oude Prins verneemt men, heeft met zijn gezin de wijk genoomen neemende zijn toevlugt tot 't huis van St: James. Het transporteeren van Troep

blz. 312

pes hierdoor naar benede gaat bestendig voort, wordende 't volk telken voor eene nagt hier bij de Burgereij ingequar­tierd, 't geen eene aanhoudende beweeging veroorzaakt.
Donderdag den 22 Vrijdag den 23 en Zatur: den 24 Jannuarij Het doortrekken van Troeppes 't geen in 't laats der voorgaan­de en in 't begin van deese week vrij aanmerkelijk geweest is, begint hier tans

blz. 313

zeer te verminderen 't geen de Burgerij veel verligting geeft, wordende de Troeppes meestal voor een of twee nagten bij deese geinquartierd. het bijzonder 't ongenoegen der Burgerij aan­kweekte was dit inquartieren waarmede men gestadig bezwaard bleef. Zeker was dit zeer lastig op den duur en drukte veele in den tegenwoordigen tijd, daar alle de levensmiddelen steeds duur zijn en men vaak zommige dingen niet voor Contant geld kon bekoomen welke men nodig had, zeker zeg ik, men kan niet ontkennen dat dit zeer lastig begon

blz. 314

te worden, maar deese bleek ook tevens de waarheid van 't gezegde, dat een last, die met tegenzin gedraagen word, altijd de zwaarste is want men klaagde met zoveel drift over deese, even alsof de Franschen met oogmerk kwaamen om de huisen der Burgere leeg te eeten en 't daardoor te verarmen, daar nog de levensmiddelen zeer duur waaren en er weinig te verdienen is, daar de lastigheid der zaaken daar gesteld zijnde, men behoef­de aan de Franschen niets te geeven, en geen spijs of drank te verschaf

blz. 315

fen. Schoon veele Burgers dit deeden, doch dit geschieden vrijwillig en wat men hen gaf deed men uit goedheid, men had de Franschen slegts vuur en licht en huisvesting te geeven en te maaken dat zij hun pot met eete kooken dewijl zij steeds hun brood en vlees ontvangen waarvan zij zelve als men haar niets gaf hunne soeppe kookte, en ten aanzien van 't drinken had men nog minder last, omdat zij het water als men hen geen thee nog koffie te drinken gaf, met eevenveel te vreedenheid dronken. Voor hunne

blz. 316

Assignaten die zij van de Republiek in betaaling ontvingen, konde zij tans weinig of niets meer koopen in deese last stelde zij zig te vreede, daarenboven waaren zij tot dus verre over 't algemeen genoomen zoo inschikkelijk, vreedelijk en gereed om zig in alles te behelpen, als men zig jegens hen maar vriendelijk betoonde, dat men nauwlijks van de Holland­sche Troeppes veel min van de vijandelijke iets meer zou hebben kunnnen verlangen, ja, dat zelfs de meeste van hun, zoo niet alle die anders voorstanders van 't huis van Orangie bekend ston

blz. 317

den, en bij gevolg de Franschen niet zeer gunstig waaren, hun het getuigenis van geschiktheid, eerlijkheid en reedelijkheid niet hebben kunnen weigeren. Dan gelijk nooit eene aanzienlij­ke, menigte van menschen vrij is van laage of slegte zielen onder zig te hebben, zoude het te verwonderen zijn, indien niet volstrekt ongelooflijk, dat er onder de Franschen welke wij tot dus verre in Nijmegen al gehad hebben, geen zoodanige waaren onder de Houzaaren en in 't bijzonder waar onder veele Elzassers en Duitsers waaren, waaren er, die zig meerder vrijheeden vaak veroorloofden

blz. 318

Dan de goede order en krijgstugt konde gedoogen, die in de burgerhuisen zich vaak brutaal indrongen, als mede in zommige winkels om eenige waaren te koopen, somtijds de Liede bits bejegenende, die zulke deeden zekerlijk hun vaderland, en de zaak, voor welke zij uitkwaamen oneer aan, dan dusdanige voorbeelde waaren, over de geheele menigte te reekenen, zoo­verre mij bekent is, slegts weinige, en 't is niet te verwon­deren dat zij onder zooveele Troeppes wel eens plaats hadden !
Zondag den 25 en Maand:

blz. 319

den 26 Jannuarij Dit in geheel noord holland de omwenteling plaats heeft, zijnde de Regeeringe in de steeden en ten platte lande aldaar verandert en andere tot volksvertegenwoordigers aangesteld, is 't belangrijk nieuws dat wij deeser daagen hier ontvingen.
Donderdag den 27 Janu:
Heden zouden een Commissie uit Holland, afgevaardigt van de Representanten des Hollandsche volks, hier aangekoomen zijn, bestaande onder andere uit de Burgers Zui

blz. 320

le van Nievelt Maire van Amsterdam en Brander a Brandis secre­taris van Amsterdam, de rede van hunnen zending is nog onbe­kent dog men meent dat zij eenige papieren aan een der Leeden van de Municipaliteit zoude overgeleevert hebben. Ook hebben zij over gebragt een proclamatie der Volks Representanten bij de noordelijke Armée aan de Bataven waarin de Souverainiteit des Bataafsche Volks erkent word en onder andere de merkwaar­dige Clausus voorkomt, dat

blz. 321

de Bataaven als vrienden en Bontgenooten des Franschen Volks beschouwt worden en dat van de kant der Franschen de zaaken van Godsdienst en Regeering in haar geheel worden gelaaten. Staande 't aan de Bataaven volkoomen vrij daar in zoodanige en verbeeteringen te maaken als hen nuttig en nodig voorkomt; Wegens gebrek aan voeragie zij heden ruim 500 paarden van hier over de Rivier getrokken. Men begint hier tans te spreeken van eene op hande zijnde Quartiers en Landschaps vergadering, om welke bij te woonen lieden onzer Munici

blz. 322

paliteit geen regt hebben als zijnde niet door 't volk dat is op eene Legale wijse aangesteld maar slegts op recommandatie van des Volks Representant tot nader ordre (d:i: Provisioneel :) verkoosen ten einde om wegens de absentie der oude Regee­ring de staads en Quartierszaaken waar te neemen: het was zeker de pligt van de Municipateid om de Burgereij op te roepen, en hun Provisionneel gezag in de schoot der Burgereij uit hun midden zoodanige tot haare vertegenwoordigers te verkiesen welke zij dagt haar vertrouwen waardig

blz. 323

te zijn dan terwijl dit van de kant der Munisipaliteit niet geschiede zag men wel ras hoe dezelve gesteld was, en dewijl de Burgerij ten deese aanzien steeds werkeloos bleef zoo bleef de municipaliteit in hunne poste fungeeren zeer tot ongenoegen van verscheide onder de Burgereij.
Woensdag den 28 Jannu:
Deesen dag verneemt men dat de Commissie Gisteren uit Holland hier aangekoomen overgebragt heeft een voorstel behelsender verscheide articulen als vooreerst 't vervallen verklaaren en afschaffen van de waardigheid van 't stadhouderschap met den aan

blz. 324

kleeven van dien, het aangaan van het traktaat van Zeevaart en koophandel met de Franschen, en wapening ter zee en ter land, ten einde met de Franschen gezaamentlijk te ageren tegen de vijanden der bijde Republieque waarop de Gemeente bijeen geroepen zijnde, en daar over vergaaderende is 't besluit der Municipaliteit daarop gevallen, door dezelve goed gekeurt om met Holland namentlijk in dit alles te adviseeren. Ook zijn booden reeds afgezonden ten einde ter vergadering over zaaken des lands te raadpleegen en te handelen.

blz. 325

Donderdag den 29 Jan:
Heden is alhier Quariers vergadering gehouden, zijnde dit voor de eerste maal, Zedert de intreeding der Franschen in deese stad, zullende vervolgens de Landag nog deese week vergaderen te Arnhem zo men meent. Men hoort hier in de stad reeds veel spreeken van 't volk op te roepen en eene andere Municipali­teit aan te stellen, koomende dit meestal voort uit 't onge­noege van veele over de gedraaginge van eenige leeden der Municipaliteit.
Vrijdag den 30 Jannu:
De Burgers A. In de Betouw en Grasveld deesen morgen na men meent na Arnhem vertrokken zijnde, zijn deesen avond weder terug gekoomen.

blz. 326

Zaturdag den 32 Jann:
Heden en zedert eenige daagen zijn er wederom eene meenigte wagens en karren met hooi en granen hier door gekoomen, koom­ende alle na men meent van de kant van Goringem, en worden ten dienste der Armée in 't magazijn gebragt; Men hoort zedert eenige daagen hier sterk Cannonneeren, men verneemt dat de Franschen bij bezijde Arnhem de Westervoorsche schans aantas­ten, die nog door de Keiserlijke sterk bezet is.
Zondag den 1 Februarij
Het moet aan de gemelde schans noch al heet toegaan, want desen dag zijn alhier eenige wa

blz. 327

gens met gekwetste Franschen binnen gekoomen, welke in 't Hospitaal gebragt zijn een bewijs dat de Keiserlijke zig dapper verdeedigen. Men hoort tans dat onder de Roomsgezinde ook een Club is opgerigt, ten zinspreuk voerende Eendragt maakt magt, veel mompelende van hunne oude Rechte, welke zij zeedert 200 Jaaren door de Geusen verlooren hebben, meenende dat 't tans de tijd wierd om hunne oude Rechten wederom te eischen, men vreest, dat dit eenige Gisting onder de Gemoede­ren zal veroorzaaken.
Maandag den 2 Februa:
Deesen dag is een Publicatie afge

blz. 328

kondigt namens de Commissaris ordonateur, gericht aan de Winkeliers in deese stad, om bij wijze van Giften noch wat rijst en andere waaren voor de Armée te leveren, 't geen ik denk dat weinig van belang zal opleeveren, aangemerkt, dat veele van zulke waaren uitverkogt zijn, en de winkeliers huiverig zijn om dezelve wederom in te koopen, ten einde niet gedrogen te worden hunne waaren welke zij tegen Contant geld moeten koopen, noch aan de aanhoudende Requisitien bloot gesteld te worden.

blz. 329

Vrijdag den 4 februa:
Heden loopen hier de gerugten dat de Westervoordsche Schans eindelijk aan de Franschen is overgegaan, zijnde de Keiserlij­ke na 't vernagelen van 't geschut op Doesburg geretireerd. Deesen dag en Gisteren was hier weder veel beweeging zijnde hier verscheide Engelsche met vrouwen en kinderen ten getallen van 250 aangebragt gevat in 't Hospitaal te Rheenen, zullen van meer andere gevolgt worden, die in het gemelde Hospitaal ziek laagen.
Donderdag den 5 en Vrij

blz. 330

dag den 6 Februarij
Het biljetteeren van volk duurt bij de Burgereij onophoudelijk voort, zijnde de Leden van de krijgsraad onophoudelijk bezig met de Burgers in hunne respective wijken op te schrijven, en nieuwe billetten in gereedheid te brengen, waaromtrent bij 't inkwartieren vaak verwarring plaats had, hetzij zulks voort­kwam door 't telkens inkoomen van manschappen, die bij meenig­te het Stadhuis instooven om biljetten te verzoeken, waaronder vaak zommige, die niet wel genoeg gelogeerd na hunnen zin waaren, voor de tweede

blz. 331

en derdemaal een ander billet kwaamen verzoeken, die niet spoedig genoeg konde geholpen worden, baarde dikwijls veel ongenoegen.
De evenredigheid wierd dikwils in deese ook niet genoeg waar genomen, geevende de Leeden van de krijgsraad vaak de biljet­ten, nadat zij deese of geene gunstig waaren, het geen dan ook de reden was, dat eenige nagelang van hun bestaan 3 dubbelt, en dus te veel met inquartiering beswaard wierden, terwijl andere bijnae geheel verschoond bleven, het geen zooveel voor de Franschen zelve als voor de Burgers zeer lastig was, en de Krijgsraad niet zelde de onaangenaamste bejeegingen berokken­de. Het liep dikwils

blz. 332

aan tot laat in den avond, eer men alle de ingekoomene behoor­lijk bezorgd had, en daar het in het uittrekken aanhoudent bleef voord duuren, was 't de volgende daagen niet veel beter gesteld, moetende Leden van den krijgsraat steeds op 't stad­huis zijn om billetten te teekenen, en uit te geeven, en een gedeelte van dezelve vaak bij de huisen der Burgeren rond gaan, om op te neemen, wien nog met inquartiering belast was, en wie niet dewijl daar in vaak verandering voor viel tot geen geringe last der Burgeren.

blz. 333

Zaturdag den 7 Febru:
Heden avond had er eenige misverstand plaats, 't geen in de stad veel opsiens gaf, te weete eenige Burgers, Leden van de Societeit, Voorbeelde trekken, waren in het huis van den Burger Vos in de Nieuwstraat bijeen gekoomen om ten getale van 8 over de bestiering te handelen, en de nodige schikkingen voor hun omlangs opgerichte Collegie te maaken, De Officier in dat huis ingequartierd over hunne verrichtinge kwaad vermoeden opvattende, meende dat zij Aristo

blz. 334

craten waaren, en bij malkandere maar kwaamen om de tegenwoor­dige staad van zaaken tegen te werken. Waarop deese bewerkte, dat de Gemelde Burgers al ras door een Capitein met een wagt van 8 man uit 't huis gehaald, en benevens hunne papieren waarop arest gedaan wierd, waaronder Lijsten der Leeden van het Genoodschap daar op tafel leggende, nae de Commandant weder gebragt dan de zaak nader onderzocht zijnde, en den Commandant bevindende, dat zij Leden waren van een Societeit die de Burger vrijheid poogde te bevorde

blz. 335

ven en ten nutte van het algemeen werkzaam was, wierden zij niet alleen van hun arrest ontslagen, maar ook vriendelijk bejegend, en vermaand om ten algemeene nutte voort te werken. Waarvan zij den volgende dag berigt deeden.
Zondag den 8 en Maandag den 9 Februarij
Alle de Troeppes van 't Noordlijk Leger zijnde de laatste waaruit ons Garnisoen bestond, heden van hier naar beneden vertrokken. Hoelang het aankoomen van nieuwe

blz. 336

Manschappen zal duuren is onbekend, tans is er wederom ander volk van 't Leger van Sambre en Maas, aangekoomen en even als de voorige bij de Burgerij geinkwartierd, moeten hier tot nader ordre Garnisoen houden.
Dingsdag den 10 Febru:
Daar tot dus verre de Rivier de Waal met ijs bezet was, zodat men dezelve te voet en te paard kon passeeren, zoo wierd deesen avond om tien uuren eenige Canonschooten gedaan om de Landlieden in de Betouw en in de Landen tusschen
Maas en Waal te waarschuwen

blz. 337

op hunne hoede te zijn, wijl de Waal los ging. Het heeft deese winter zoo hard gevrooren, dat men voor eene zwaare ijsgang bedugt was.
De Waal ging eindelijk los, kruide vreesselijk en wierd sterk met drijfijs bezet, men vreesde dat als 't zwaar ijs los ging, er doorbraake in de Dijken zoude koomen, die even als in de voorige tijden ijselijke verwoestinge zoude aanrichten; Dan hier liep het, Gode zij dank! altans in deese streeke noch zeer gelukkig af.

blz. 338

Woensdag den 11 do
Op deesen dag had er iets plaats waaraan men kon zien, welk een geest er in den Raad heerste. Deesen dag een Publicatie voor 't platte land beraamd zijnde, volgens welke 't zelve gehouden zoude zijn om een plan, ter oproeping van 't volk in de steede te leveren, binnen de tijd van 8 dagen; leverde de Gemeente heden daar tegen bij de Municipaliteit een sterk protest in, waar bij zij het Aristocraatsche

blz. 339

dat in de Gemelde Publicatie doorstraalde, in een helder licht plaatste, 't welk zoo kwalijk wierd opgenoomen, dat de meeste Leden die aanwezig waaren, verklaarde den volgende dag hunne posten willen nederleggen, en 't volk op te roepen ten einde andere in hunne plaatse aan te stellen, waarna zij eerlang verstoord de Raadzaal verlieten. Op de activiteit van de Raad voor de belangens der Burgereij tot dus verre viel zeker niet te noemen, trouwens

blz. 340

zij waaren gelijk in de andere steeden van de Republiek ook niet door de Burgerij zelve verkoosen, en 't stond nu ge­schaa­pen dat de stad in een volstrekte Regeeringslooshed stond te geraaken terwijl door de oproering van 't volk, dat hier in de stad als nog niet raadzaam was, oproer stond te vreesen. De meeste Leeden der Municipaliteit deeden zich tans zeer bijzon­der kennen als lieden die niet verwagten in hunnen voorneemens en besluit tegenstand te

blz. 341

zullen ontmoeten, maar die alles na hun wil poogen te stieren, en in deese hunne oogmerken niet kunnende bereiken, alles te onderst boven trachten te werpen, gelijk dit alles nog 't natuurlijk gevolg zouden zijn, zoo tans 't volk opgeroepen wierd, het geen in deese stad om redene te wel bekend, niet raadzaam was. Door dit gedrag der Municipaliteit stond verwar­ring voor de deur, het geen de nadeeligste gevolgen kon na zig sleepen. Dan de Gemeente leverde na de middag een ver

blz. 342

toog in, waarbij zij de onbevoegdheid van de Municipaliteit aantoonde om zig op die wijse van hunne poste te ontslaan, en derzelver onrechtmatig gedrag ontwikkelde, 't geen ten gevolge had, dat de Municipaliteit (: zekerlijk of haare misslag ziende of voor de gevolgen van haar voorneemen bedugt ) deese snaar niet verder voerde maar voor als nog in haare poste bleef fungeeren, zich vergenoegende omtrend 8 daagen later een vertoog tegen het eerste protest der Gemeente bij deese in te leveren mede

blz. 343

vrij sterk zijnde, en waar tegen eenige Leden der Municipali­teit protesteerden.
Donderdag den 12 Febru:
Zedert dat de Publicatie van de Centrale Administratie over alle de overwonnen Landen, gedeelte van Hollandsche Gebied, hier afgekondigt is, hebben de Leden van de Raad die Roomsch gezind zijn niet nagelaaten, om deese stad en haar Quartier te doen betrekken onder de arondisemente Administratien van Bosch, ten einde daardoor in de Regeering en Kerkstaad de overhand te krijgen, van hier, dat zij de ver

blz. 344

gadering der Roomsch gezinde Burgers tegen te werken, die alles bij de Vrijheid en veiligheid der goederen poogde te handhaven; hier vandaan dan ook, dat de stadsbestier zoo slegt gereegeld, wijl de Roomsgezinde Leden van den Raad steeds alles aanwenden om de Franschen te behaagen, om Gene­raals en Militaire Commandanten op hunne zijde te krijgen, door in 't stuk van Requisitie, en in alle eischen hen te bewilligen, zonder de Belangens der Burgereij, zoo als hun pligt was, voor te staan en te behartigen. Dit kon ook

blz. 345

niet lang duuren of moest de Gemoederen dier Gezindheid meer gaande maaken welk nog altoos op de loer was, om die kerken en Geestelijke Goederen, welke zij door hun gedrag oudstijds verbeurt had wederom te krijgen, en dus hier de heerschende partij te worden, waartoe zij ook eenige poogingen begon te doen, gelijk wij in 't vervolg nader zullen zien.
Zondag den 15 Febru:
Het vuur van misnoegen en geweld, dat zedert de verklaaring van de Souvereiniteit des Bataafschen

blz. 346

volks, in de harte der Roomsgezinden branden, bleef lang onder de asch smeulen.
Men kwam des avonds heimelijk bij elkanderen, om over de oude rechten te spreeken en middelen te beraamen om de zelve weder te krijgen, men zag de Priesters in de agterbuurte der stad van huis tot huis gaan en alles scheen even druk om de bedoel­de oogmerken te bereiken. Men hoorde 't Gemeen die in deese stad 't meeste Roomsgezind is, openlijk zeggen dat zij zedert bijna 200 jaaren onder 't juk van overheersching gezugt hadden doordien de kerken en andere Gees

blz. 347

telijke goederen hen geweldadig ontnoomen waaren, dat zij in veele Burgerlijke rechten en voorbeelde verkort waaren dat zij zedert die tijden zeer arm en de Gereformeerde rijk waaren geworden, dat tans den tijd van op te koomen gebooren was, en dat zij hunne rechten wederom moesten hebben. Deese taal had men in de stad wier inwooners wel uit 2/3 gedeelte Roomsgezin­den zijn, langen tijd gehoord, dit was op den tong van het Gemeen, die door eenige voornaame Burgers en Priesters daartoe zekerlijk opgewonden wierden. Wel is waar men had dus

blz. 348

verre de Roomsgezinde, in hunne rechten benadeelt, dat zij met de Protestanten niet in dezelve burgerlijke voordeelen konde deelen, als van het Burgerschap, en dus ook van alle ampte en Gilden uitgeslooten zijnde, dit was zeker hard, en ten hoogste onreedelijk, dan, dit gaf hen echter geen recht om aanspraak te maaken op goederen, dien tans bij de Gereformeerde in gebruik zijn, en welke zij oudtijds door hun verraderlijk gedrag verlooren hebben en men zoude gedagt hebben, dat hier bij zoude gebleeven zijn en deswegens geene middelen van geweld zoude zijn aangevoerd

blz. 349

geworden. Dan de ondervinding leerde vervolgens wel degelijk, dat de oude roes van Barbaarsheid, in deese andersins verligte daagen niet geheel van 't hart was afgeveegt, want op deesen dag hebben de Roomsgezinden in de landen van Maas en Waal, te Druuten hunne oude aart, die van de vroegste tijden af deese gezindheid zoo zeer kenschetste, weder aan de dag gelegt, en de zaak bewaarheid waarvoor men hier nog altijd bevreesd was, door de Gereformeerde kerk aldaar geweldadig in te neemen en ten hunne gebruiken aan te wenden.
De Priester te Druten zelve weigerde om zig in dien gewel

blz. 350

digen handel te laaten gebruiken, zoo heeft men van Meegen een andere Geestelijke laaten koomen, ten verrichting van den dienst. Na de bemagtiging wijde men terstond die kerk in, zij bragten aldaar, hun gewijd altaar, en alle de Cieraaden tot hunnen eerdienst gebruikelijk, in de zelve over en deeden daartoe alles in brengen, terwijl het luiden der klok hunne zegenpraal te kennen gaf. Des avonds was dit schendig bedrijf reeds in de stad verspreid, het geen bij de Hervormde veel opzien en ontsteltenis baarde, die niet dagten dat de zaak, waarover

blz. 351

reeds lang gemompeld was tot die uiterste zoude koomen en nu zaagen welke de bedoelingen der Roomschen waaren, zoo zij niet verhindert wierden.
Maandag den 16 Febru:
De Municipaliteit dezer stad kennis van 't voorgevallene te Druuten gekreegen hebbende, wierd dit bij den Raad ingedient en daar over gehandelt. Het slot hiervan was, een Commissie van 4 leeden uit hen te benoemen, ten einde de zaak te onder­zoeken, en dezelve in zijne beginsele te keeren. De benoem

blz. 352

de Commissien wierd dan heden naar Druten gezonden verzeld van de stadsschout, en eene excorte Hussaaren. Men ondertusschen billijk niet anders dan dat de zaak zoude onderzogt worden en dat zodanig een geweld in eens zoude beteugeld worden, door de aanleggers van 't zelve te vatten en gevangen naar de stad te brengen ten einde loon naar werke te ontvangen dan de uitkomst leerde 't tegendeel en deed ons zien, wat men van dergelijke bedrijven meer te wagten had.

blz. 353

Dingsdag den 17 do
Heden kwam dan de Gemelde Commissie van Druten wederom te rug, doch tot elk verwondering zonder de belhamels van het gebeurde gevangen mede te voeren, die egter genoeg daar ter plaatse bekend waaren, en dezelve als verstoorders der rust en vei­ligheid exemplaarlijk te straffen. De Commissie hier terug gekoomen deed in de Raad verslag van haar verrichtingen, en verklaarde na 't gebeurde te Druten onderzoek te hebben ge­daan, maar dat men het ten

blz. 354

beste moest opneeme, dat het inneemen van de Gereformeerde kerk aldaar zeker een daad van geweld was, welke met de goede order en bezittingen streed maar dat deese daad door de om­standigheden verschoonlijk was, wijl de Roomsch gezinden aldaar de Gereformeerde kerk hadden ingenomen omdat hunne kerk die laag lag door 't hooge water was ondergeloopen en niet tot den openbaare dienst geschikt was, de Roomsgezinden gaven voor, dat zij uit noodzaakelijkheid zulks gedaan hadden en dat zij de Gereformeerde kerk weder zouden ontruimen, zoo

blz. 355

dra 't Rivierwater maar gezakt was, en zij hun eigen kerk konden gebruiken, waarmede de zaak ten einde liep. Men wil dat de gezondene Commissie te Druten door de Roomsgezinden wel onthaald en braaf getrakteerd zijn, wat hier van zij wil ik daar laaten.
Woensdag den 18 do
Daar er bij de eerste intrede der Fransche Troeppes in deese stad niemand der Burgers en buiten lieden de poorten der stad niet mogten uitgaan zonder van een pas voorzien te zijn, door de Municipaliteit eerst onderteekend en dan door

blz. 356

de ondertekening van de Commandant bekragtigt, liep men maar naar het stadhuis om passen te haalen welke voor niet gegeeven wierden, doch daar men dezelve naderhand telken voor 10 sols Fransch moest koopen en de boeren daar door terug gehouden wierden om hunne goederen ter verkoop naar de stad te brengen, zoo is heden namens den Commandant afgepubliceerd, om geene passe meer te verleenen dat elk sonder dezelve vrijelijk zoude kunnen uit en in gaan, behoudens egter de voorzorg omtrend zulke die kwaad vermoede zoude kunnen baaren, tenzij iemand voor

blz. 357

verschijde daagen zich elders wilde begeeven, als wanneer de pas steeds door den Commandant zal moeten ondertekend worden.
Dingsdag den 24 Febru:
Tot dus verre was het hier ongemeen stil, en had niets plaatse dat eenige aanteekening verdiende. Maar tegen agtermiddag was er veele beweging aan de Rivier, dewijl eenige schuiten met Engelsche aankwaamen, dezelve wierden ten getallen van 150 man gevangen hier aan gebragt, welke men zegt alle van 't Fort Couverde te zijn

blz. 358

gekoomen en zullen van nog een grooter transport van 600 gevolgt worden, welke alle bij het bemagtigen van gemelde Fort gevangen zijn genoomen.
Donderdag den 26 do
Nadat men reeds lang de rechte van den mensch gesprooken had, zoo wierd heden dezelve nadat de klokken 1 uur gespeeld en geluid hadden, van 't Raadhuis afgekondigt, daar dit een algemeene hoezee en Blijdschap moeste veroorzaaken, zoo be­speurde men geene bijzondere vreugde blijken, zoo min van den kant der Municipaliteit als van de Burgerij, zom-

blz. 359

mige Leden van den Raad gingen zelfs onder 't leezen van den Publicatie heen, dit liep zommigen in 't oog, en deed hen zeggen dat 't hier vrij Prinsgezind was. Maar men had eerder reede van te denken dat de Municipaliteit Aristocratis was, wijl er onder waren die zeide, dat de rechte van den mensch wel Holland aangingen, maar niet Nijmegen en deszelfs Quartier wijl 't overwonnen landen waaren door 't geweld van wapenen verkreegen.
Men zegt ook dat de Commandant over dit gedrag gans niet voldaan was.

blz. 360

Het luiden der klokken was 't eenige hoorbaarlijk, dat er eene openbaare plegtigheid gevierd wierd, en schoon 't hier mede zeer stil afliep, tot verwondering van veele, zoo wierd echter deese gebeurtenis door de Vaderlandsche Sosieteit Voorbeelde trekke zoo plegtig als de tijd, plaats, en omstandigheden 't toe lieten (: welk feest in de Doele tot nog toe de vergader­plaats dier Societeit :) plaats hebbende behalven door een menigte Burgeressen ook door de Commandant der plaatse bijge­woond wierd. De vreugde en eensgezindheid was bo

blz. 361

ven verwagtinge, 't vermaak duurden den gansche nagt door en 't geselschap scheide des morgens met 't aanbreeken van de dag, in de beste ordre en zonder dat iemand buiten spoorig gedronken had. Bij deese geleegendheid wierd door dene Burger Smits Secretaris der Societeit een toepasselijk vers geressi­teerd.
Vrijdag den 7 Februa
Men heeft hier heden sterk hooren Cannonneeren men meent, dat 't na den kant van Emmerik is alwaar de Keiserlijke nog een aanzienlijk Corps hebben om Westfalen tegen de Franschen te dekken.

blz. 362

Zondag den 1 Maart
Nadat 't doortrekken van Troeppes hier een wijle had opgehou­den zoo bespeurde men weder zedert eenige daagen veele bewee­gingen d'Armée van Sambre en Maas in de stad, en deszelve omstreek dit was heden bijzonder zichtbaar onder de Troeppes, die aanstaande Dingsdag alle van hier moeten vertrekken. Het vervoeren van Geschut en Amunitie wagens na de overzijde der Rivier heeft deese geheele dag aangehouden. Ook zijn na de middag eenige manschappen van hier uitgetrokken, alles schijnt met de veldtogt van 't voorjaar in beweging te zijn.

blz. 363

Maandag den 2 Maart
Heden morgen trokken een aanzienlijk Corps Husaaren hier door na de overzijde, verzelt van een meenigte bagasie der Armée. Heden middag zijn hier verschijde manschappen met een gedeelte van 't Lazaret binnen gekoomen en des avonds kwam nog een groot aantal wagenknegts en postpaarde hier aan, dit een en ander geeft in de stad vrij veel beweeging. Voor hun vertrek gaave de officieren van 't Garnisoen heden agtermiddag eene vrolijke partij. Waarbij verschijde Jonge Burgers en Burgeres­sen plegtig genoodigt waren, zijnde daarbij ook de Leden der Societeit Voorbeelde trekken verzogt.

blz. 364

Deese dag is eindelijk de Commissie tot 't in order brengen der Barakken voor de Fransche Troeppes door de Societeit Voorbeelde trekken reeds voor eenige weeken daartoe benoemd, om met een gelijke Commissie uit de Municipaliteit (: wiens plicht 't eigentlijk was daarvoor te zorgen :) daartoe te werken, in werkzaamheid geraakt nadat den Commandant verklaard had geheel onkundig te weesen van de beswaaren, die eene van de Commissie gesegd had van zijne kant plaats te hebben ( om namentlijk niet 't Guarnisoen, maar alleenlijk de doortrekken­de Troeppes in de barakken inquartieren :) waartoe de werk­zaam­heid tot nu toe gestremt was. Dan om de onkosten van 't repa­reeren en in order te brengen der barakken goed te maaken, heeft men eene Resolutie genoomen om een plan van in

blz. 365

tekening te formeeren en de Burgereij te laaten tekenen ten einde de weekelijks zooveel te contribueeren als elk na welge­vallen verkoos te geeven, wordende langs deesen weg met er tijd de Burgereij van 't aanhoudent inquartieren van volk ontslaagen, en 't algemeen misnoegen deswegens weggenoomen.
Dingsdag den 3 Maart
Heden morgen is ons Garnisoen uitgetrokken naar Arnhem zijnde reeds gisteren door andere manschappen vervangen geworden. Thans zijn ook verschijde Corpsen van Boven hier door getrok­ken, ook is na de middag een Regiment voetvolk hier door getrokken en de Waal gepasseerd, 't geen hier steeds veele beweging veroor

blz. 366

zaakt. Het doortrekken van volk duurde tot aan de avond, wor­dende ook eene meenigte karren en wagens hier door ge­bragt. Gisteren was hier den Burger en Generaal en Chef van 't Leger van Sambre en Maas Jourdan verzeld van eenige hoofd Officieren der Armée. Ook arriveerde alhier den volks Repre­sentant Jou­bert, en vertrok dadelijk naar 's Bosch. Des avonds trok er nog eenige manschappen binnen, 't welk als naar ge­woonte bij de Burgerij ingequartierd wierd, 't geen op den duur zeer lastig wierd, aangemerkt de eetwaaren zeer duur zijn, en daarbij de winter provicien merkelijk beginnen te ver

blz. 367

minderen. Heden wierd eene Publicatie gedaan, waarbij de Burgerij verzogt wierd om nog wat bedden, en lakens, oud linnen enz: te geeven voor 't Hospitaal, NB er is beslooten dat ten dien einde een kar zoude rijden door de stad, verzeld door een Lit van den Raad met den Schout, om de gemelde din­gen, zooveel elk begeerde te geeven, op te haalen.
Woensdag den 4 Maart
Van deesen morgen vroeg af was er veel beweging met 't door­rijden van wagens en karren. Ene menigte Canon en Amunitie wagens trekt hier door na de overzijde der Rivier, en dit is zonder ophouden den geheele voormiddag voortgegaan. Ook word

blz. 368

er eene menigte karren met Bagasie doorgebragt, en dit duurt den geheelen dag. Heden middag trok hier ook een Corps Infan­terie door, ten getallen van 2800 man al 't geen men wil, dat na Hannover bestemd is. Aan de Publicatie van Gisteren wierd uit neemen aan voldaan, zijnde reeds een aanzienlijk getal van bedden, matrassen, linnen enz:, voor 't Hospitaal opgehaald, 't geen voor de zieke aangewend wordt.
Donderdag den 5 Maart
Desen dag is men wederom bij de andere huisen der Burgers, wijl men dit op eene dag niet konde afdoen met de kar rond gereeden om boven gemelde goederen op te haalen, kunnende elk na zijn goedheid ten dienste van 't Hospitaal geeven

blz. 369

wat hij verkoos, wanneer de menigte van verzamelde goederen niet minder was als gisteren. Gisteren en heden is men ook bij de huisen der Burgers rondgegaan om boven gemelde intekening tot 't repareeren en onderhouden der Barakken, voor de Fran­sche Troeppes voltallig te krijgen 't geen men wil dat goed voortgaat. Heden namiddag zij er verschijdene scheepen van boven hier aangekoomen. Men wil, dat de zelve gerequireerd zijn om gebruik te worden ten einde een schipbrug over de Rivier te slaan, om verdere afkoomende Troeppes van Sambre en Maas over te voeren, die nog hierdoor staan te passeeren.
Tegen den avond zijn er 1600 man binnen gekoomen en bij de Burgerij geinbiljeteerd waarbij ook eenige

blz. 370

wagens met zieken aan kwaamen die in 't Laceret gebracht wierde.
Vrijdag den 6 Maart
Heden morgen zijn er circa 400 man Jagers te paart hierdoor getrokken, geschikt naar de Dorpen Offerde en Wamel, om daar de rust te bewaaren, 't geen zedert 't voorgevallene te Druten noodzaakelijk was. Het plan om eene liggende brug ter overvoe­ring der afkoomende Troeppes schijnt verandert te zijn, wijl men zegt dat er ten dien einde van Emmerik over de Rhijn eene Brug zal geslaagen worden altans de scheepen daar toe gerequi­reerd, zijn heden van hier weder naar Boven gezeild. Tegen de

blz. 371

middag zijn eenige wagens met kruid, en eenen menigte karren met Bagasie hierdoor over de Rivier gepasseerd. Reeds voor twee daagen is van de Municipaliteit gerequireerd voor 't Hospitaal groot ter berging van 800 man, op stadskoste te vervaardigen, dan of dit zal uitgevoerd worden daar aan word sterk getwijfeld. Met 't repareeren en in gereedheid brengen der barakken voor de Troeppes word sterk werk gemaakt, men denkt dat zij aanstaande Maandag gereed zullen zijn om 't volk te bergen en van 't nodige te voorzien, ten einde de Burgereij van de drukkende last der steeds voorduurende Billetteering te ontslaan. Heden agtermiddag gaat 't voerasie haalen voor de paarden

blz. 372

bestendig voort, wordende een menigte hooij en strooij uit de Betouwe hier in Magasijnen gebragt, 't doorrijden van karren en wagens staad mede niet stil. Dese middag is hier ook eenige manschap binnen gekoomen en als naar gewoonte bij de Burgereij ingebilletteerd. Het doortrekken van troeppes geeft aanhoudent veele beweeging terwijl 't binnen voeren van stroo deesen geheele avond door aanhoud.
Zaturdag den 7 en Zondag den 8 Maart Het transporteeren van Troeppes hier door na beneden gaat bestendig voort, en is ook in deese daagen vrij aanmerke

blz. 373

lijk. De Roomsgezinden blijven nog steeds hunne bijeenkomste houden, 't gemeen onder dezelve door de voornaamste dier gezindheid roept steeds om de Groote kerk en 't arme huis wederom te moeten hebben, zijnde hun deese goederen oudtijds geweldadig ontnoomen. Men houd ten dien einde nagt vergaderin­gen, met gesloote deuren en vensters, om in dezelve over zoogenoemde oude rechten met elkander te spreeken en te raad­pleegen op welke wijse men dezelve wederom zal krijgen men is op dit alles zeer opmerkzaam onder de Burgereij en bijzonder schijnt dit 't oog van de Fransche Commandant niet te ontgaan gelijk wij hier van een nader blijk zullen zien.

blz. 374

Woensdag den 11 Maart
Daar de Roomsgezinden niet nalaaten hunne nagt vergaderingen te houden, 't geene aanleiding geevt om de openbaare rust te verstooren, zoo zijn in de voorleden nagt 12 man van 't Gesel­schap, dat ten huisen van den Bakker Hops in de steenstraat vergadert was, door een Commando Fran­schen ten huise uitge­haald, en naar de Corp de Garde opgebragt, 't geen veel op­ziens in de stad baarde. De Franschen betoonden zig hierin ijverig en werkzaam. Den Commandant van die heimelijke bijeen­komst kennis gekreegen hebbende, had aldaar wel 150 man gevon­den, dog alleen maar 12 laaten vatten en opbrengen zeggende na men verneemt daar

blz. 375

mede slegts te vrede te zijn. Heden voormiddag had men aan de Municipaliteit verzogt, om de gemelde gearresteerde persoonen ontslagen te krijgen, en over de commandant geklaagt, dat die gewapenderhand met zijn volk ten huise was ingevallen, en aldaar door 't vatten van gemelde persoonen eene groote ont­steltenis en vrees veroorzaakt had, men zegt, dat de Comman­dant zelve des namiddags in den raad zal koomen en met de Municipaliteit over de zaak zelve hande­len gelijk dit ook geschied is, wat hiervan 't gevolg geweest is weet men niet. Maar men verneemt dat de gearresteerde persoonen onder borg­togt ontslaagen zijn. Het gemor en geroep de Roomsgezinden

blz. 376

om de Groote kerk wederom te hebben is vrij algemeen, gaande men ten dien einde met een Request rond om te teekenen, ten einde dan 't zelve bij den raad in te leeveren, met verzoek om de Groote kerk en 't Armenhuis wederom te hebben, 't geen onder de Gereformeerde veele Censatie veroorzaakt, en veele doet vreesen, zijnde dit alles de gevolgen der oude Religie haat.
Donderdag den 12 Maart
Heden voormiddag was er veel beweging in onze stad zijnde onse Garnisoen uit de stad getrokken en vervangen geworden door andere afkoomende Troeppes, 't door reisen van karren is veelvuldig die eene meenigte houd aan de Waal

blz. 377

brengen, men wil nu weder, dat er voor de stad over de Whaal een schipbrug zal geslaagen worden. Daar verscheidene Burgers de Franschen, die zij in billettering ontvingen buitens huis bij geringe menschen besteeden, die vaak te weinig hebbende om de soldaaten al de behoorlijke gemakken te geeven, zo is heden namiddag eene Publicatie gedaan, dat iedere Burger de Fran­schen, die hij in billet kreeg niet bij andere zal hebbe te besteeden, maar voortaan in zijn eigen huis zal hebben te neemen, ook is heden gepubliceerd, dat buiten de stad alle boomen en houdgewassen, die door de Engelsche waaren omver gehouwen en onse aangenaame wandelingen hebben uitgemaakt, moeten weggehaald en in de stad gebragt worden.

blz. 378

Vrijdag den 13 Maart
Men had reeds eenige Brakken voor 't geld dat men bij inteke­ning wekelijks bij de Burgereij ophaalde in gereedheid gebragt om 't telkens nieuw ingekoomen volk in te leggen. Dan de nieuwe aangestelde Commandant kon heden goedvinden om 5 à 600 man, die reeds in de gerepareerde brakken laagen er uit te neemen en bij de Burgereij te plaatse zolang zegt men tot dat alle de brakken in order waaren, om dus onder de Troeppes geen Jalousie te verwekken, dat een gedeelte in de brakken moest zijn, daar andere bij de Burgereij geinbilliteerd waar­en, bij welke zij brand en andere gemakken genooten. Men zegt dat wanneer alle de brakken in gereedheid zijn al 't volk

blz. 379

in dezelve zal geplaats worden zonder dat er eene meer bij de Burgereij zal ingebilliteerd zijn.
Heden is hier weder een meenigte hout aangekoomen, al 't geen bestemt is tot 't vervaardigen van een schipbrug tot overvoe­ring van Troeppes.
Zaturdag den 14 Maart
De Roomsgezinden houden niet op hunne Vergaaderingen te hou­den, hebbende zij voorleden nagt ten huise van de Burger Hops wederom bijeen geweest, en zijnde in getallen reeds merkelijk toegenoomen, 't geen de Societeit Voorbeelde trekken reeds lang opmerkzaam heeft doen worden. Heden morgen zijn hier weder verscheijde karren met amunitie en Canonnen door geree­den, zijnde 't voor 't overige zeer stil. Nadien 't billet

blz. 380

teeren van Volk bij de Burgereij dus verre niet evenredig plaats had, wordende de een op den duur met 1,2,3, of wel niet 4 man gebilletteerd, terwijl anderen daar van vaak ver­schoond bleeven, zoo zijn eindelijk de Leden van de Krijgs[raad EKK] voor hunne posten van billetten uit te schrijven bedankt, als wanneer een andere Bureau van billetteering wierd aangesteld, waarover de Burger de Vheer 't opzigt kreeg dewijl men zig vleide dat de billetteering gereegelder zou gaan.
Daar 't voorneemen was om een brug over de Rivier hier voor de stad te slaan zo wil men heden, dat dezelve boven aan 't spijksche veer zal gelegd worden. Heden is van de Commissaris­sen weder gerequireerd om ee

blz. 381

ne menigte bedden voor 't Hospitaal op te brengen. Over de Requisitien spreekende is mij berigt dat alle Requisitien, die de Fransche Commissaris bij de eerste intreeden der Franschen in ons Quartier afgevordert hebben als zij bij elkander ge­noom­en worden reeds over de 2 millioenen hollandsche Guldens bedra­gen, 't geen zig nog maar bij onse stad en deszelfs Quartier bepaald waarbij men nog niet eens in aanmerking behoeft te neemen alles 't geen eenige geleevert hebben zonder eenige behoorlijke ontvangst van receuwen nog 't geen men aan de Hospitaalen gegeeven en geleevert heeft, noch ook alle de assignaten die de Kooplieden hier voor hun-

blz. 382

ne waeren en goederen van de Franschen in betaaling ontvangen hebben, 't geen bijna ongelooflijk schijnt.
Zondag den 15 Maart
Was er niets van eenig aanbelang nog in de volgende daagen, als dat 't doortrekken der Troeppes, 't geen eenige tijd vrij aanmerkelijk was, thans wat minder is.
Woensdag den 18 Maart
Daar de Menonieten kerk zoals boven gemeld is door 't inquar­tieren van paarden, en manschap, eerst van de Engelsche en vervolgens van de Hannoversche geheel bedorven en bij ontrui­ming volstrekt om den dienst te doen onbruikbaar was zijnde alles vernield en de banken en deuren verbrand, zijnde

blz. 383

daarenboven de geheele houte vloer door mest en pis der paar­den geheel bedorven, en men veele kosten moest doen om 't geruineerde te herstellen, zo is eindelijk de kerkenraad te raade geworden om de oude belofte ter baanen te brengen dat namentlijk alle schaden, die hier door zoude worden veroor­zaakt voor rekening deeser stad zou worden hersteld, waarop heden door de Boekhouder dier Gemeente Jan van Hulst een Request geleevert is, ten einde volgens gedaane beloften te verzoeken, om deeze kerk ter rekening deeser stad te reparee­ren, en 't geruineerde te doen herstellen, waarop de Municipa­liteit geantwoord heeft daarin te moeten difficulteeren wijl de stad daartoe

blz. 384

niet in staad is om alle de onkosten te draagen, de Gemeente hier in moetende berusten, nam 't besluit om haare kerk voor haare rekening te vermaaken en te herstellen, dus weder een staaltje hoe men door de oude Regeering bedroogen is.
Donderdag den 19 Maart
Het doortrekken der Troeppes houdt nog gestadig aan zijnde heden weder een meenigte volk binnen gekoomen en voor 1 of 2 nagten bij de Burgereij gebilletteerd, moetende vervolgens na beneden vertrekken wegens 't aanhoudent gewoel en doortrekken der Troeppes blijft 't hier zeer morzig op de straaten zijnde de drek en vuiligheden allerwegen zo veelvuldig dat 't niet alleen lastig is om te gaan maar men ook vaak bedugt is voor kwaade lugt en veele

blz. 385

ziektes, de stank op sommige plaatsen van de op straat liggen­de mesthoopen is schier ondraaglijk, men zoude dit alles door de boeren wel laten weghaalen maar die durven niet voor den dag te koomen, ten einde dezelve niet in Requisitie genoomen worden, waarvan men een menigte voorbeelde heeft.
Zaturdag den 21 Maart
Heden morgen zijn de Troeppes, die eergisteren morgen hier binnen gemarscheerd zijn, wederom uitgetrokken. Men begint langs hoemeer te bespeuren, welke geest er in den Raad heerst de hebzugt die lang zig vermomt hield, word langs hoemeer ontdekt, de Aristocratie begint langs hoemeer in den Raad zichtbaar te worden en deszelfs Roomsgezinden Leden laaten niet na

blz. 386

om heimelijk de zamenkomsten der Roomschen te ondersteunen, ten einde in de Kerk en Burgerstaad waarschijnlijk de boven­drijvende partij te worden, waarop de andere Leden van den Raad al voorlang opmerkzaam begonnen te worden, er schuilen nog veele kwaade lieden in de stad die men moest doen kenbaar worden, en ter voorbeelding straffen, de gevlugte Tirannen schijnen hier te veel werktuigen agterlaaten te hebben om de goede Broederschap Vrijheid en Gelijkheid tegen te werken, alles word hier ook toegelaaten, Aristocraten, en aanhangers van Oranje beide gaan hier met opgesteekte hoofde even veilig als weldenkende Patriotten, Ja wat meer is, worden tot open­baare bedoening toe gelaaten, gelijk wij hier van een spreek­end

blz. 387

bewijs hebben, zijnde Sanders van Wel heden Amptman van Rijk van Nijmegen geworden, en A. de Fockert Landschrijver, beide te wel bekend, schoon bij de wijse van aanstelling niet ge­bleeken is.
Zondag den 22 Maart
Daar 't billetteeren, 't geen onder 't bestuur van J. de Vheer geschiedde dus verre zeer onevenredig plaats hadt, wordende de een vaak te zwaar gebilletteerd, en de andere daarvan ver­schoond, en veele der Burgers deswegens klagtig vielen, zo heeft heden de Societeit Voorbeelde trekken deel genoomen in de Bureau van Inquartiering, ten einde de Gemelde de Vheer die door de Municipaliteit daarover was aangesteld, te ondersteu­nen, en te helpen in 't dirigeeren der billetten voor binnen koomende Troep

blz. 388

pes zullen dagelijks eenige Leden van de Societeit beurtelings daarin werkzaam te zijn, ten einde te zorgen, dat de billete niet te ongelijk bedeelt worden. Heden na de middag is 't wederom vrij levendig, karren en wagens met hooij en strooi rijden met menigten hier binnen, alles geschikt voor de Ar­mée, dat in en buiten de stad ligt.


Beschrijving van 't planten der Vrijheidsboom.
Zondag den 3 November
Thans was 't dan den dag waarop de plegtigheid zou geschieden, die ik aangeteekend heb, op den zelfde dag wierd dan de Vrij­heidsboom op de markt geplant omtrend 3 uuren wierd de markt door eenige Compagnien

blz. 389

Jagers te paard bezet, die een kring formeerde rondom de plaatsen daar men den boom zoude planten omtrend 4 uuren nam de plegtigheid een aanvang, 36 Jonge Burgeressen, daags te vooren daartoe door eenige Leden der Regeering verzogt zijnde, en op 't Stadhuis bijeen gekoomen opende allen in 't wit gekleed, de trijn gaande 2 aan 2 en houdende elk een mandje met groen in de hand hier volgde de volks Representant Belle­garde, verzeld van een stoet generaals en andere officieren der Noordelijke Armée, deese wierden gevolgt door de Geheele Municipaliteit, de gezwooren Gemeente en den Burgerkrijgsraad. In deese order toog men op 't bepaal­de uuren van 't Stadhuis naar de Markt, de beste plaats tot 't oprigten der vrijheids­boom. Aldaar de stoet door een prag

blz. 390

tig Veldmusiek van 't Institut der Republiek ontvangen, en verwelkomt wierd, zijnde de Musikanten op expresse order van de Volks Representant herwaards overgekoomen, om dit feest meer­der luister bij te zetten eindelijk wierd den boom door een menigte Burgers gedraagen, van voor 't stadhuis mede na de markt gebragt, en in een daartoe te vooren gemaakt gat ge­bragt, alles onder den galm van hoezee en een aanhoudent Mu­siek, deese boom met de Nationaale vlag voorzien pronkte met een Jacobijnsche muts die thans in Frankrijk, en overal waar deszelfs vlaggen waaijen, 't zinnebeeld der vrijheid is, en de plaatsen, van den ander gebruikelijke vrijheidshoed, ver­vangt en aan den boom ter manslengte van de grond was een bord geslaagen waarop een vers van Stoppendaal was zinspeelende op de vrijheid. De vrijheidsboom onder een galm van hoezee ge­plant zijnde, wierd eerst door den Burgemeester in de

blz. 391

Betouw en wijders door den Burgemeester Grasveld de volgende aanspraak aan Nijmeegs Burgers onder de vrijheidsboom gedaan.

"Zijt welkom waarde Medeburgers, zijt welkom Bewooners van de aloude stad der vrije Batavieren. Ontvangt onder de schaduw van deese vrijheidsboom welk uw hard en hand geplant heeft, de vuurige heilwenschen van uwe Burgerreg­te uwe vrijheid her­leeft, uwe regte, zoolang door stad­houderlijke magtspreuken en Aristocratsche heerszugt verdonkert, zijn herboren. Verdienste en geen blinde geboorte deugt en goede zeeden geen hoofsche vleijerij arbeidzaamheid en geen gunst der groote zal voortaan uw geluk beslissen. Uwe koophandel, de alouwde en eenige bron van Nationaal welvaaren, zal ontkluisterd van Enge­lands boei­jen, en verdeedigt door vrije Franschen en door vrije Batavie­ren met verdubbelde luister bloeijen. Welaan dan Burgers spant alle uwe kragten in, om dit gebouw van algemeen geluk te helpen vestigen, herdenk aan uwe voor­vaderen, aan uwe branden­de zugt, tot vrijheid, hunne menigvuldige opofferingen, hun lijden

blz. 392

en hunne gloririjke zegepraal, herdenk dit en wij zijn voor ons zelve overtuigt dat 't zelde bloed nog in uwe aderen, dezelfde brandende zugt nog in uwen boezem en dezelfde kragt nog in uwen arm huisvest. Ja gewis de Nakoomelingschap zal ook uw zeegenen, en deese vrijheids­boom gepland in eene grond, zoo vaak besproeid met 't dierbaar bloed van onze vrije voorvaderen, zal ook hier welig bloeijen.
Het is aan uw Representant, dat wij onse erkentenis betuigen voor 't Edelmoedig en trouwhartig gedrag der Fransche Natie ten onse opzigten, levendig doordrongen van bewondering en vriendschap voor 't eenig volk van Europa, dat de wijsbegeerte met de kunst van Oorlog paart, betuigen wij dat gevoelende waarde van onse vrij­heid, de herdenking aan onse braave voor­vaders, welke alles opofferde, wat hun in de wereld dierbaar was, en den kelk

blz. 393

der bitterheid tot den grond leegende geduurende 80 Jaaren hebben geworsteld met de magtigste en wreedste der alleenheer­schers van dien tijd, en schoon vaak gedrongen tot uiterstens hunne vrije hoofden met standvastigheid hebben opgeheeven, en de Dienaars de Dwingelandije van hunne haarsteede verdreeven. Dit denkbeeld aangevuurd door de errinnering van ons eige leijden onder 't Juk van een onbepaalde heerscher, zig noemen­de stadhouder, en van eene bende van Aristocraten, en van 't hels gedrag van de alles verwoestende Engelschen die getrouw aan hunne grondbeginselen, ons als van ouds als trouweloosen en ondraagelijke bondgenooten behandelt hebben, zal ons de voetstappen der Franschen doen volgen, en wij altoos vereenigt met de dappere verdedigers van de regte der menschheid zullen aan onse nakoomelingschap te gelijk met de waare vrijheid een onuitputtelijke bron van geluk overlaaten."

blz. 394

Deese aanspraak geëindigd zijnde wierd door een algemeene vreugdegalm beantwoord, een diep stilzwijgen hier op gevolgt zijnde heeft den Fransche Representant aan de Inwooners van Nijmeegen, tezamen gekoomen om den Boom der vrijheid te plan­ten, de volgende aanspraak gedaan

"Batavieren !
De Fraznschen hebben door hun eige veerkragt, en stand­vas­tig­heid hunne vrijheid weeten te verkrijgen en te beves­tigen. Weet eensgelijks op hun voorbeeld, en dat van uwe voorvaderen hun na te volgen: Toont uw zulk een vrijheid waardig, en gij zult tot rugsteun een wijsgeerig en moedig volk, 't welk alle Dispooten der aarde doet zidde­ren. Deese boom die wij met uw planten een waarborg

blz. 395

onzer vriendschap, zowel als een gedenkteken onzer over­winnin­gen kan deszelfs wortels in uwe grond niet uitbrei­den nog dezelve overschaduwe met deszelfs weldadige takken, dan naar mate gij ons zult navolgen in de Glori­rijke baanen die voor uw open staan laat de gehijligde vrijheidsliefde, deszelfs vuur in uw dan ontvonken; rijst op met ons om de eerszugt ter neder te vellen om de onvervreembaare regte van den mensch te doen eerbiedigen. Laat ons de heersschappeij der Tirannen doen verwisse­len, met een Regeering van gelijkheid. Hollanders en Franschen ! laat ons voortaan een volk van Broeders uitmaaken. Die Geestdrift met welke ik dit burgerfeest zie verzeld gaan, is mij tot een bewijs, dat deese mijne gevoelens ook de uwen zijn, tot eene

blz. 396

verzekering dat uw geluk niet te vergeefs is geweest ons verlangen."

Deese aanspraak gevolgd zijnde geworden door een algemeene toejuiging van lang Leeve de Republiek strooide de Jonge Burgeressen 't groen, dat zij in hunnen mandjes hadden, rondom den Boom als een gedenkstuk van eene vrijheid; nieuw verkree­gen en bestendig gemaakt, door de wijse schikkingen van 't Fran­sche Volk, waar na men in verschijdene kringen en wel de Representant en de Generaals in de eerste plaatse, met de Burgeressen rondom de zelve onder 't andermaal aanheffen van 't musiek, begonnen te dansen, en dit duurde zoolang tot dat 't wegens de donkerheid van den avond eindigde, keerende toen des volksvertegenwoordigers, met denzelfde stoet naar 't

blz. 397

stadhuis terug, daar de Jonge Burgeressen op een glas wijn onthaald wierden, en de algemeene vreugd door 't aanheffen van 't lied der Marselliaanen en andere liederen zig meer en meer geopenbaard heeft, waarop zij zig na huis begaaven om ten 10 uuren in een Logement op nieuw te zamen te koomen, alwaar zig meede veele Burgers bevonden, (: zijnde wegens de volheid verscheijdene anderen in Den Doele zamen gekoomen, om vrolijk te zijn :) in welk Logement een bal gegeeven wierd, 't welk tot in den morgenstond duurde, wordende de gasten op wijn en andere ververschingen onthaald, met merktekenen eener aller­zuiverste en allesins Broederlijke vreugde. Hierbij is aan te merken, dat veele der Franschen

blz. 398

in alle deese vreugde hartelijk deelde. Deese dag is ten alle tijde merkwaardig, De Vrijheidsboom pronkte niet alleen met de Jakobijne Muts benevens eene driekleurige vlag en Wimpel, maar ook uit 't Stadhuis werd men een dergelijke vlag ter dakven­ster uitgestoken, hebbende aan den top der steng eensge­lijks een Jacobijne Muts. Het geroep van Hoezee deed de markt weer­galmen, 't geen verschijde bedugt deed worden dat de Engelsche aan den overkant dit hoorende hun slag zoude waarneemen en de stad op 't onverwagts bombardeeren. Het aantal op de markt was verbaasend, men verdrong bijna el

blz. 399

kander, zijnde ook de huise daaromtrend tot op de bovenste verdieping met menschen opgevuld om dit plegtig feest bij te woonen. Voor 't overige waaren er anders geene Decoratien, Inschriptien, nog iets dergelijks te zien.
Zie daar de Plegtigheid van de zooveel gerugt maakende vrij­heids boom, waarbij men wel mag zeggen
Gelukkig is 't Volk. Gezeegent is 't land
Waar Vrijheid, Gelijkheid en Liefde, gepaard gaat Hand aan Hand.

___________________________________



Index inleiding - woordenlijst - dagboek - index

Aalst15
Afferden370
Amsterdam310, 32
Andries, schans St.3, 17, 18, 27, 254
Apothekers172
Appeltern16, 28
Arcen10
Arensbergen, P. van163
Armenhuis376
Arnhem21, 35, 40, 47, 63, 70, 80, 107, 281, 295, 297, 304, 325, 326, 365
Arsenaal81
Artois, graaf d'70
Assignaten116, 145, 146, 153, 165, 166, 168, 177, 178, 179, 183, 184, 185, 189, 190, 191, 200, 202, 203, 215, 216, 217, 230, 271, 290, 316, 381
Azijn153, 201, 228
Baden, Markgraaf2, 18
Bakkers51, 67, 191, 240, 270, 271, 290
Bakkers, stads 306
Balnearis126
Balnearis, commandant H.133
Barbaarsheid349
Bataven320, 321, 345
Batavia, herberg55
Batavieren391, 394
Batenburg28
Beek7, 213
Beijer, secretaris De111, 163
Bellegarde157, 208, 220, 237, 389, 390
Bemmel274
Bemmelse Dijk59
Bennekom, W.F. van162
Bentinck, Generaal Majoor130
Bentinck, regiment van83, 131, 135
Bergschotten11, 87
Betouw, A. in de161, 325
Betouw, G.C. in de161, 162, 390
Betuwe4, 287, 288, 293, 296, 304, 336, 372
Beurtman, de9
Biesen, C. van163
Bijlen268
Blauwlaken152, 153
Bloemenbergen34
Boneau, Franse generaal27
Booven, P. ten162
Bottendaal, 't Lunet127
Brabanders298
Brabant210, 217
Brander a Brandis, secretaris320
Brandspuiten144
Brantzen302
Bresser, F.163
Broederkerk56, 102, 105
Broen, burgeresse177
Broerstraat104
Brousson, majoor43
Bruin, de168
Brussel185, 189
Burchtstraat104
Burchtstraat, Korte66
Burck, van163
Buren284
Burik, van217
Camp, een15
Capelle254
Capitale wal110
Cavallerie12, 17, 20, 21, 32, 60, 63, 84, 85, 306, 310
Cavallerie, Engelse96, 277
Cavallerie, Hannoverse37, 96, 278
Cavallerie, Hessische11
Chardon, brigade van298
Chardon, generaal28, 33
Charelaar, Hendrik263
Citoijen, Franse32
Cleber, generaal182
Club van St. Omer190
Club, Roomsgezinde327
Coenradie226
Commissaris Civil21
Compere, generaal275
Conferentie14, 80
Conventie, Nationale237
Couverde, het fort357
Crevecoeur, het fort2
Culemborg265
Daendels73
Daglooner216
Dam, generaal van165
Damas, corps van6
Dames, twee31, 32
Demmeltraat, C. van163
Dodewaard283
Doelen, de308, 309, 360, 397
Doesburg329
Dragonder, Engelse3
Dragonders11, 306
Dragonders, Hannoverse19
Dragonders, Hessische18
Dreumel28
Driessen, P. van163
Druinen, wijnkoper van222, 224, 241
Druten115, 349, 351, 352, 353, 355, 370
Duitsers317
Duuren, van163
Elders, G.163
Elkom, P. van163
Elsbroek, P.H. van162
Elst281
Elzassers317
Emigranten6, 14, 15, 29, 34, 50, 53, 61, 99, 167, 170, 178, 190, 197, 198, 205, 221, 223, 235, 249, 255, 258
Emigranten van Damas38, 56, 63, 99, 56
Emigranten van Rohan29, 40
Emmerich361, 370
Emond42
Engeland302, 391
Engelen, W.V.163
Ent, M. van161
Europa392
Ewijk17
Febre, commissaris le176
Fockert, A. de387
Frankrijk390
Franse kerk20, 56
Franse Natie392
Franse Volk396
Frederik, Prins3, 14, 15, 18, 22, 23, 31, 39, 60, 70, 92
Gardon, generaal274
Garnizoen2, 6, 20, 22, 47, 76, 78, 112, 126, 127, 129, 130, 132, 234, 252, 273, 277, 335, 336, 363, 365, 376
Garnizoen, Hollands182
Garnizoen, Keizerlijk182
Geertruidenberg254
Gelderland292
Gendt297
Geneesmeesters, Franse133
Genootschap307, 310, 334
Gent, W.G.J. van162
Geuzen327
Gierbrug112, 123, 124, 135, 148, 179
Gijzelaars3
Gilde, Kramers210
Gilden348
Gorinchem20, 326
Gouda31
Graafman, P.162
Grasveld, Burgemeester G.H. van161, 162, 217, 325, 391
Grave2, 8, 14, 16, 31, 35, 186, 199, 205, 242
Grootenraij, burgemeester19
Grote Kerk20, 44, 47, 56, 72, 192, 216, 373, 376
Grote Markt22, 78, 104, 121, 186, 388, 389, 390, 398
Haacke, generaal majoor von127
Haag, den19, 39, 302
Haan, P. de164
Hackfort, O.F.P.P. van162
Hamerstein, generaal39, 80
Hannover368
Hannoversen4, 10, 18, 47, 66, 73, 78, 87, 107, 193, 283, 293, 303, 382
Hedikhuizen254
Hees9, 30, 36, 41, 53, 58, 60, 74
Helde Verwei, van der163
Hengst, J.163
Hengst, W.161
Herberg Batavia55
Herberg de Prins17
Herfst150
Hertogenbosch, 's-22, 157, 212, 217, 220, 253, 292, 343, 366
Hertogpoort9, 14, 129, 137
Hertogstraat88, 101, 106, 123
Hessen2, 4, 5, 10, 11, 15, 18, 20, 47, 108, 283
Hessische infanterie13
Heusden253
Hezelpoort110, 137, 159, 295
Hoffman163
Hohenlohe, Prins van6
Holland2, 245, 246, 296, 323, 324, 359
Holland, Noord319
Hoofdwacht43, 61, 98, 223
Hoogers, H.162
Hoogers, koopman196
Hops, Burger379
Hops, de bakker374
Hospitaal7, 11, 19, 172, 187, 258, 290, 305, 327, 329, 367, 368, 371, 381
Houtstraat143
Huissen297
Hulst, Boekhouder Jan van383
Hulst, burgemeester Van115
Hulst, Koopman Jan Van222
Hulst, van163
Hunnerberg73
Hunnerpoort57, 73, 111, 273
Huzaren20, 26, 73, 363
Hypotheek146
IJssel7
Infanterie11, 13, 29, 33, 368
Jacobijnen308
Jacobijnse muts390, 398
Jagers20, 87, 137, 295, 370, 389
Joden44
Joodse kerk44, 47
Joubert366
Jourdan, generaal366
Kaarten146
Kansel, de288
Keer163
Keizerlijke79, 152, 175, 183, 275, 276, 291, 293, 297, 298, 300, 326, 327, 329, 361
Kelfkensbos156, 205
Kleef149, 198, 298
Klomp, Theunis263
Knotsenburg113, 125, 126, 141, 266, 272, 278, 284, 286, 287, 288, 293
Koffer231
Koningstraat139
Koophandel324
Korenmarkt196
Korenmolen47
Koster, Jan264
Kraanpoort77, 135
Kramers2
Krijgstucht25, 156, 318
Landdag324
Landman, zugtende19
Lappentoren159
Latijnse school10, 16, 31, 40, 193
Lazaret14, 363
Lent2, 14, 18, 149, 279
Lentse molen34, 60, 74, 82, 279
Leuwen, Jan van157
Lijdekkers249
Lijnden, graaf van162
Livre116
Lotichius, A.161
Luiker Walen298
Lutherse kerk14, 192
Maas8, 27, 252
Maas en Roer5
Maas en Sambre157, 336, 362, 366, 369
Maas en Waal16, 23, 28, 336, 349
Maastricht182
Macdonald, generaal28
Magistraat39, 111, 185, 196, 231
Malburgen297
Man, commies De115
Marseillaise, de397
Meel, tonnen79
Megen350
Mennonieten kerk17, 20, 192, 193, 382, 383, 384
Merlei de Drui, P. Antoine237
Mesthopen385
Mestvorken88, 97
Metselaars149, 180
Meuleman161
Militie43, 52, 81, 310
Molenpoort13, 18, 75, 125, 127, 128, 129, 130, 132
Molenstraat114, 230
Muilezels39
Mulder163, 217, 226
Muller161
Nederland111, 141, 147, 306, 308, 311
Neerbosch30, 38
Nieuwstraat333
Nijmegen1, 91, 126, 131, 133, 170, 183, 263, 292, 317, 359, 387, 391, 394
Notarissen167
Ooij53, 59, 63, 206
Ooijse Dijk59
Oosterhout283
Orgel72
Pannerden209, 214, 274, 275, 291
Parijs302, 308
Patriot43, 181, 308, 386
Pelmolen55
Pels, schepen115
Peters163
Pichegru, generaal198, 201, 204, 294, 296
Pilkington, kapitein127
Pontons, blikken7
Postwagen10, 40
Predikant288
Predikant der Mennonieten158
Predikant van Wijk102
Predikant, Gereformeerde122, 158, 243
Predikant, Lutherse158
Priester158, 346, 347, 349
Prins van Oranje, de Jonge54
Prins, oude60, 82, 91, 311
Prinsen van Oranje80
Procureurs167
Provoost21, 31
Pruissen152, 302, 307
Publicatie7, 21, 27, 48, 54, 145, 152, 153, 165, 166, 169, 174, 175, 181, 185, 187, 188, 197, 200, 203, 205, 215, 229, 259, 264, 267, 268, 290, 291, 327, 338, 339, 343, 356, 359, 367, 368, 377
Raad, de160, 161, 217, 338, 339, 343, 344, 351, 353, 359, 367, 375, 376, 385, 386
Raadhuis358
Raamsdonk254
Randwijck, van84, 131
Rapperd161, 243, 270
Ravenstein125, 126, 130
Rechter162
Regenten107, 114, 157, 160, 161, 238
Reine, kapitein111
Repelaar302
Republiek166, 167, 170, 171, 176, 180, 197, 237, 264, 316, 324, 340, 390, 397
Republikeinen166, 184, 279, 280
Ressen274, 297
Rhenen305, 329
Rijn4, 7, 175, 297, 301, 303, 370
Rijnders163
Rijnen, H.M.162
Rijnen, W.163
Rijssel130
Rijst228, 328
Rivier, de
(zie ook Waal)
5, 19, 20, 31, 33, 34, 35, 37, 45, 77, 80, 92, 123, 124, 136, 141, 159, 209, 214, 219, 256, 261, 267, 274, 275, 285, 295, 299, 321, 355, 357, 362, 367, 369, 371, 380
Rivierdijk, de278
Roggen, bakker van233, 239
Rohan, corps van40, 86
Rohan, infanterie van33
Roomse Kerken44, 47, 345, 346
Rovers15, 50, 53, 88, 97, 286
Ruiterij12, 49, 91, 264, 293
Sanders van Well114, 161, 191, 270, 387
Sas van Gent20
Schatel163
Scheepvaart2
Scheers, S.162
Schiff, J.A.163
Schipper25, 31, 34, 48, 54, 94, 139, 268
Schout100, 207, 222, 226, 352, 367
Slagvee210
Smits, burger361, 362
Societeit Voorbeelden trekken308, 333, 334, 360, 361, 363, 364, 379, 387, 388
Soest, schipper van34, 70
Souham, generaal27, 133, 154
Spijkse veer, het380
Spion40
St. James, het huis311
St. Stevenskerk216
St. Stevenstoren206
St. Teunismolen31
St. Theunis214
Stadhouder303, 323
Stadhuis57, 145, 153, 181, 235, 330, 332, 356, 389, 390, 397, 398
Steenstraat123, 374
Stoppendaal, L.162
Stuart, regiment van83
Tarwe191, 201
Teeffelen27
Teersdijk40
Tenten9, 12, 13
Tiel14, 27, 35, 262, 265, 266
Tielse veer, het17
Tijssen, D.162
Timmerman95, 148, 180
Tirannen386, 395
Tollius21, 24, 54
Trompetter124, 128, 151, 204, 238, 242
Tuighuis81
Uitgewekenen20, 121, 197, 205, 221
Unie292
Utrecht265, 304, 305
Vaderland43, 73, 307, 308, 318, 360
Velou, W. van de163
Velp4
Venlo6
Verheijen Jr.163
Vermasen, J.162, 230, 232
Verwoert, roidrager46
Vheer, J. de163, 380, 387
Vianen31
Vlaanderen212
Vlaminger36
Vos, Engel163, 333
Vrijheidsboom174, 186, 388, 389, 390, 391, 392, 394, 396, 398, 399
Waal, de
(zie ook Rivier)
2, 7, 37, 76, 108, 125, 127, 128, 141, 149, 214, 219, 247, 252, 254, 256, 261, 262, 265, 266, 267, 270, 284, 292, 293, 301, 306, 336, 336, 337, 365, 376
Waal, oude65
Waarde, van der Jr.163
Wageningen305
Waldeck, bataljon van2
Wallmoden, generaal von39, 67, 68
Wamel17, 370
Wapens125, 130, 132, 147, 182, 198
Waspik254
Wesel4, 175, 176
Westervoort297, 326, 329
Westfalen361
Wijchen3, 26, 34, 46
Wijkmeesters270
Wijnkelder154
Wijnkoper Elders163
Wijsbegeerte392
Willem de 5de126
Wilson, adjudant129, 133
Winssen28
Winter, generaal de28, 283, 304
Xanten3
York, hertog van11, 14, 15, 19, 30, 35, 39, 54, 60, 70
Zagen268
Zaltbommel250, 299
Zandkuil53
Zeevaart324
Ziekerpoort50
Zout152, 171, 201, 221
Zuile van Nijeveld, maire319
Zutphen42, 56, 63, 305
Zwaanenburg, I.J.162
Zwitsers14, 16, 131
Zyfflich34

REAGEER

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

J.W. Young-Tammel, 07-08-2016: Ik ben al jaar en dag bezig met een onderzoek over de geallieerde troepen (Oostenrijkers, Hessen, Brunswijker, Hannoveriaanen, Britten etc.) in de vreselijke koude winter van 1794-1795, dit artikel is een God send.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: