Nieuwe pagina 1

© copyright Louis H.D. Jenniskens, Internetbewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Stemker genaamd Köster

Nijmeegse meubelmakers

De familienaam Stemker (genaamd) Köster vindt zijn oorsprong in het huwelijk tussen Johan Heinrich Kösters en Anna Maria Elisabeth Stemker. De naam zou te maken hebben met de vererving van de boerderij Stemkerhof (Ostenfelde, Münsterland, Duitsland), die ook na dit huwelijk deze naam moest dragen. In ieder geval werd in 1784 uit dit huwelijk Joes Wilhelm geboren die naar Nederland vertrok en in de burgerlijke stand werd opgenomen onder de naam Johannes Wilhelmus Stemker genaamd Köster.

In 1822 trouwt Johannes Wilhelmus met Geertruij Gerritsen. Als beroep wordt op de huwelijksakte “boerenknegt” vermeld. Wat voor beroep hij later heeft gehad is onbekend maar één van hun kinderen is Henricus Joseph Stemker genaamd Köster, die als “schrijnwerker” in 1852 in het huwelijk treedt met Julia Sophie Grandjean Perrenod Comtesse. In 1850 is deze Henricus een meubelmakerij begonnen, later uitgebreid met een stoffeerderij. 

De eerste advertentie die in De Gelderlander verschijnt (22 december 1889) vermeldt dat ook “verhuizingen met garantie binnen en buiten het land” kunnen worden verzorgd. Deze meubelmakerij is tot 1900 gevestigd in de Grootestraat.

De Gelderlander, 22 december 1889

Eén van de kinderen is Wilhelmus (Willem) Joseph. In zijn jonge jaren heeft deze Willem Joseph een reis gemaakt naar de familie van zijn moeder in Zwitserland (Neuchatel).

Begin mei 1891 neemt hij de zaak van zijn vader over en eind mei trouwt hij met Anna Catharina Paulina Verkuijl. Uit dit huwelijk worden in 1896 een zoon, Henry Joseph (roepnaam Harrie), en in 1902 een dochter, Gertrudis Maria Aimée (Truce), geboren.

De Gelderlander, 3 mei 1891

Blijkbaar gaan de zaken goed want de telefoon doet zijn intrede (nr 260) en in december 1892 is behalve nummer 61 ook het pand met nummer 60 aan de overzijde van de straat in gebruik. Begin 1893 wordt de zaak uitgebreid met “volledige behangerij” waarvoor een “bekwaam Meesterknecht” is aangesteld (De Gelderlander, 23 maart 1893). Naast het verzorgen van verhuizingen biedt de zaak nu ook de gelegenheid tot het opslaan van meubilair, getuige onder anderen een advertentie uit 1897.

De Gelderlander, 4 juli 1897 

In 1899 valt de beslissing om naar de Molenstraat te verhuizen. Waarschijnlijk is het gebruik van de twee panden in de Grootestraat toch wat onpraktisch. Dagblad De Gelderlander ziet in deze verhuizing voldoende aanleiding om er bij het binnenlands nieuws een kort berichtje aan te wijden.

De Gelderlander 8 maart 1899

 

 

Willem Joseph Stemker genaamd Köster neemt in maart van hetzelfde jaar ook zitting in het bestuur van de Vereniging Ambachtsonderwijs voor Nijmegen en omstreken, een functie die hij met zekerheid tot 1910, maar wellicht ook tot zijn dood in 1915, bekleedt.

De Gelderlander 19 maart 1899

 

 

 

 

Als de nieuwe zaak Molenstraat 124 op 14 april 1900 feestelijk wordt geopend, besteedt De Gelderlander hier ruimschoots aandacht aan. Het nieuwe pand is ontworpen door de bekende architect Oscar Leeuw, terwijl het werk werd uitgevoerd door de aannemer W.H. Thunnissen. Deze W.H. Thunnissen is getrouwd met Julia Wilhelmina Grandjean Perrenod Comtesse die een nicht van moederszijde van Willem Joseph is. Deze W.H. Thunnissen werd in de familie altijd “Neef Thunnissen” genoemd. Dat de relatie erg goed was blijkt wel uit het feit dat Neef Thunnissen na het overlijden van Willem Joseph in 1915 de toeziend voogd van diens kinderen werd en later ook van de kleinkinderen van Willem Joseph.

De Gelderlander, 14 april 1900

Het pand aan de Molenstraat bestaat uit een voorhuis waarin zich de toonzalen bevonden en de familie woonde en een achterhuis aan de Karrengas waarin de werkplaatsen waren gevestigd. De zaak verkoopt naast meubels uit de eigen werkplaats ook “Fantasie-Meubelen”, “Luxe-Artikelen”, “Nouveauté’s voor St. Nicolaas” tapijten, lopers, Perzische kleden, linoleum, gordijnen etc. 

De Gelderlander, 18 november 1906

De zaak komt regelmatig in de krant omdat de etalages gebruikt worden om allerlei zaken te exposeren. Deze exposities variëren van kunstvoorwerpen als gebrandschilderde ramen en schilderijen (oa Antonie Beek) tot prijzen voor kostuum-wedstrijden op het Bal-Masque. Ook wordt een keer de huid van een koningstijger geëxposeerd die geschoten is door een onderofficier van de Koloniale Reserve. In 1907 is Prins Hendrik op bezoek in Nijmegen. Als erevoorzitter van de Koninklijke Jachtvereniging “Nimrod” krijgt hij een eremaal aangeboden in hotel “Keizer Karel”. De firma Stemker-Köster levert voor deze gelegenheid de “kostbare meubelen, tapijten en lopers” om de “salons, vestibule en gangen een vorstelijk aanzien” te geven. 

Wilhelmus Joseph Stemker genaamd Köster,  Anna Catharina Paulina Verkuijl, ca. 1910?

Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen F19803

Op bovenstaande foto uit 1910 is het pand aan de Molenstraat 124 te zien. Door het linkerraam op de eerste verdieping kijkt een jong meisje naar buiten. Waarschijnlijk is dit de dochter des huizes Truce, die op dat moment 8 jaar is.

Op 16 november 1915 overlijdt Willem Joseph op 58-jarige leeftijd. 

De Gelderlander, 17 november 1915

Zijn zoon Henri Joseph is dan 19 jaar en neemt de zaak over. Deze Henri is dan al meerdere jaren in het buitenland geweest “om zich van de meest moderne eischen van het veelomvattende meubelvak op de hoogte te stellen” (De Gelderlander, 11 maart 1916). Hij verbleef bij de familie Stemker die in Münster (Duitsland) een zeepfabriek had. De zaak aan de Molenstraat wordt in 1916 grondig verbouwd, opnieuw door W.H. Thunnissen.

De Gelderlander, 12 maart 1916

Op 13 september 1921 trouwt Henri Joseph Stemker genaamd Köster met Arnoldina Theodora Agnes van den Bergh van het Renkumsche Veer te Heteren. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren: Elisabeth Catharina Maria (roepnaam Els, 1927), Willem Joseph (Wim, 1928) en Catharina Johanna Theodora (Ineke, 1930).

Henri Joseph Stemker genaamd Köster en  Arnoldina Theodora Agnes van den Bergh
verlovingsfoto’s ca 1920

Ambachtelijk gemaakte meubelen worden langzaam maar zeker steeds meer verdrongen door fabrieksproducten en goedkopere import. Naast de particuliere markt verlegt de zaak haar aandacht daarom ook steeds meer naar grotere opdrachten. Zo levert zij ondermeer de eikenhouten koorbanken en communiebank voor het klooster van de zusters Dominicanessen te Doornenburg (zie De Gelderlander, 15 juni 1923). Ook de banken van de kerken van Renkum en Heteren komen uit de meubelfabriek van Stemker Köster, net als de lambrisering van Huize Heijendaal.

De Gelderlander, 14 juni 1924 

De Gelderlander, 29 nov 1924

Eind 1930 komt het fatale nieuws dat Henri Joseph ernstig ziek is en nog maar enige weken te leven heeft. Op 15 januari 1931 overlijdt hij, zijn jongste dochter nog geen 11 maanden oud. Zijn vrouw en zijn moeder proberen nog enige tijd de zaak voort te zetten maar na een jaar valt de beslissing de zaak te beëindigen. Op 28 en 29 september 1932 worden de laatste meubels in een openbare verkoping van de hand gedaan en komt na meer dan 80 jaar en drie generaties eigenaren een einde aan de firma Stemker-Köster.

De Gelderlander, 14 sept 1932

Louis Henri Dieudonné Jenniskens, kleinzoon van Henri Joseph Stemker genaamd Köster

Oosterbeek, April 2008 - September 2010

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: