Lederhandel

© Dick Jacobs; Digitale bewerking 20-01-2018 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Herinneringen aan Lederhandel de Leeuw

door Dick Jacobs


De winkel van Schoenmakerij en Lederhandel De Leeuw in het pand Kannenmarkt 4.
(foto op een bij een jubileum -50 jaar?- uitgegeven asbak)

De stichtingsdatum van Schoenmakerij Jacobs, later Lederhandel de Leeuw, kon ik helaas niet meer achterhalen. Wanneer het bedrijf is gestart weet ik dus niet. De Kamer van Koophandel en Fabrieken Nijmegen werd pas opgericht in 1921; in dat jaar werden reeds bestaande bedrijven, waaronder dus Schoenmakerij Jacobs, ook geregistreerd.
De firma Jacobs werd ingeschreven als schoenmakerij, handel in leder en schoenfournituren.
Kannenmarkt 4 is het vestigingsadres. De werkplaats was echter vanuit de winkel, via een klein trapje, te bereiken in het pand Achter de Hoofdwacht (het huis heeft, waarschijnlijk na het bombardement, enkele jaren nummer 5 gehad).


Het pand Achter de Hoofdwacht met links van de ingang de werkplaats en rechts de woonkamer.

De stichter van de schoenmakerij was mijn opa Wilhelmus Johannes Jacobs (1868 - 1948).
Opa was in Nijmegen heel bekend om de door hem gemaakte maatschoenen. Hij was dus, naast schoenhersteller, nog een echte schoenmaker.
In de werkplaats lagen houten leesten, met op de zinken zool de naam van de man of vrouw met 'moeilijke' voeten. De aanpassingen werden door opa aangegeven door bijvoorbeeld op de leest stukjes leer aan te brengen op plaatsen, waar de schoen ruimer moest worden.
Als kind stond ik, bij mijn bezoeken aan de werkplaats, altijd gefascineerd te kijken naar het verzolen van schoenen. De brug tussen zool en hak en een klein stukje van de zool van elke schoen werd, om het werk te verfraaien, afgewerkt met zwarte of bruine was. Vlakbij de brug werden daarna in de zool met een slagpen drie sterretjes aangebracht. Hij wees me dan vaak het meest naar voren liggende sterretje aan: "Als dat versleten is, moeten er weer nieuwe zolen op". En verdomd, het klopte altijd!
Zolen en hakken werden door opa altijd vastgezet met z.g. Tacks-spijkertjes, maar ook werden er houten pennetjes gebruikt. Deze pennetjes werden kurkdroog in de zool geslagen; bij nat weer zwollen ze op en voorkwamen dan dat de zool losliet.
Soms moesten de pennetjes vóór gebruik in de oven van het fornuis in de huiskamer gedroogd worden. Dit leverde in het najaar nogal eens problemen op. Mijn opoe droogde nl. eens in het jaar appeltjes in dezelfde oven. Dat ging natuurlijk niet samen. De broodwinning (dus de pennetjes) had dan altijd voorrang.


Opa achter de naaimachine. Op de foto is duidelijk zichtbaar dat zich destijds in het straatje links van de werkplaats ook een raam bevond.

De marskramer. Voor de tweede wereldoorlog kreeg mijn opa zo eens in het jaar bezoek van een z.g. marskramer, een rondreizende koopman met op zijn rug de mars.
Door hem werd opa altijd aangesproken met 'meester' (opa was immers meester-schoenmaker).
Uit verhalen van mijn moeder herinner ik me dat de man o.a. leren veters leverde, die vaak in hoge werkschoenen werden gebruikt.
Als hij er was at hij mee en sliep 's-nachts op de grond in de werkplaats. De dag erop vervolgde hij dan zijn voettocht door het land.
Ik heb de man nooit ontmoet omdat ik toen nog te jong was. Bovendien waren marskramers vaak van joodse afkomst, dus na de oorlog zag je ze nauwelijks meer.


Een marskramer onderweg.

Zijn liefhebberij. Op de zolder boven de winkel hield opa vogels. Eén keer in de week nam hij een paar vrije uren, trok zijn driedelige pak aan, soigneerde zijn mooie witte sik, pakte zijn wandelstok en wandelde dan naar Lahey en Fliervoet om vogelvoer te halen. Dit was vaak zijn enige uitje; er moest hard gewerkt worden voor weinig geld.

Huwelijk. In 1894 trouwde hij met Cornelia Derks (1874 - 1961).
We spraken toen doorgaans over 'opoe'; het tegenwoordig meer gangbare 'oma' werd destijds als heel erg afstandelijk ervaren.


Opa en opoe Jacobs-Derks, gefotografeerd tijdens de bruiloft van een dochter.

Nieuwe verkeerslichten. Na het overlijden van haar man wandelde ze elke zondagmiddag aan de arm van dochter Jo naar de Daalseweg, waar wij woonden.
Op een middag wilden ze de Oranjesingel oversteken. De pas-geplaatste verkeerslichten sprongen net op rood. Tante Jo hield oma tegen: "Even wachten, het licht is rood". Oma stapte echter resoluut de, gelukkig erg stille, weg op: "Dacht je dat ik mij door zo'n lampje laat regeren!"

Heropening St. Stevenstoren. Op 6 juli 1959 vierde opoe haar 85e verjaardag. 's Avonds zat de huiskamer vol visite.
Oom Piet, die als loodgieter op de St. Stevenstoren werkte, vertelde dat de toren op 9 juli geopend zou worden.
"Hebben jullie zin om een kijkje op de toren te nemen?" Binnen enkele minuten klom het mannelijke deel van het gezelschap, waaronder ik, naar het bovenste gedeelte van de toren.
Het was er, ondanks het late uur, nog druk; er werd heel hard gewerkt om alles op tijd klaar te krijgen.

Kinderen. Uit het huwelijk van opa en opoe werden veertien kinderen geboren, waarvan er veel heel jong stierven. Hieronder noem ik diegenen, die rond de Grote Markt het bekendst waren en waarmee ik in mijn jonge jaren het meest te maken had:

Wilhelmus, Johannes, Antonius 1899 - 1962 (Wim)
Woonde na een kort huwelijk weer bij zijn ouders. Werkte mee in de zaak en volgde in 1941 formeel zijn vader op.


Oom Wim bij één van de twee toonbanken in de winkel.

Opa heeft echter nog tot aan zijn dood in 1948 volop in de zaak meegewerkt.
Na het overlijden van zijn vader beperkte oom Wim zich tot de reparatie van schoenen en de verkoop van zoolleer en fournituren.
Omdat de bewoners van de benedenstad steeds meer zélf hun schoenen repareerden, kwam het zwaartepunt in de loop der jaren steeds meer op de verkoop van leer te liggen,
Om te helpen met het snijden van zoolleer, dat zwaar werk was, werd ik op de woensdagavonden ingeschakeld. Het gesneden leer werd daarna per gewicht verkocht.
Als dank voor mijn hulp kreeg ik op m'n 16e verjaardag mijn eerste horloge.
Ik kan nu, ruim 50 jaar later, nog enorm genieten als ik ergens leer ruik. Vooral het dure, z.g. 'groene', zoolleer ruikt erg lekker. (In de Ierse folksong 'I know where Im going', o.m. gezongen door Harry Belafonte, wordt in de tekst ook over 'green leather' gesproken).

Winkel en werkplaats lagen nogal ver van elkaar. Een snelle dief had soms vrij spel. Oom Wim had daarom de vele Wood-Milnelaadjes met hakken op een hoge plank gezet. Nadeel was dat hij voor een klant altijd een laddertje op moest om de voorraad aan te spreken. Dat gaf nogal eens aanleiding tot opmerkingen.


De Wood-Milnelaadjes.

Hendrikus, Johannes 1919 - 2008 (Henk)
Oom Henk woonde ook op de Kannenmarkt. Hij was meer dan veertig jaar etaleur bij Warenhuis A.A. van der Borg. Hij was er speciaal voor serviezen, glaswerk en bestek.
Veel ouderen onder u zagen hem vaak op de tenen in de etalages tussen serviezen en glaswerk door laveren en wijzigingen in de uitstallingen aanbrengen. Hij won veel prijzen met zijn etalages.
Hij deed ook vaak de kerstetalage in een sigarenzaak in Oost-Nijmegen. De nodige decors werden dan vaak in de winkel van oom Wim klaargemaakt. Op woensdagavond, als het leer gesneden was, mocht ik mijn jongste oom soms helpen met het schilderen van die dingen.
Ik heb op heel wat muren van hardboard steentjes getekend en die een oud en bemost aanzien gegeven!

Oom Wim overleed in 1962. Zijn oudste zus Johanna Maria 1896 - 1964 (Jo), die jarenlang voor haar ouders en broer had gezorgd, en mijn moeder Wilhelmina 1912 - 1980 (Miep) hielden toen samen uitverkoop.
Op 14 mei 1963 beëindigde tante Jo bij de KvK formeel de inschrijving van de zaak.
Op die datum kwam er dus definitief een einde aan het bestaan van 'Lederhandel de Leeuw'.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 1:

Redactie, 20-01-2018:
In de Gelderlander van 21 januari 1927 wordt de verhuizing naar Kannenmarkt 4 aangekondigd:

Reactie 2:

Hessel, 21-01-2018: Prachtig dat beschreven tijdsbeeld en 'historische' anekdotes met centraal de nog ťcht ambachtelijke vakman die repareerde maar juist ook zelf creŽerde. Ik ruik weer leer en lijm van onze eigen schoenmaker 1950-1960 in zijn halfduistere werkhokje, hamertje.. spijkertjes in de mond ... de rij ' wijzend' waar de te repareren schoenen konden worden neergelegd. Hoewel het bij Dick m.n. persoonlijke (familie)herinneringen betreffen misschien toch wat (tijds)aanvulling o.m. vanuit de Gelderlander 21-1-1927 Lederhandel W.J. Jacobs en 2-10-1954:


Gelderlander 21-01-1927


Gelderlander 05-02-1927


Gelderlander 12-04-1930


Gelderlander 05-06-1948

Naast deze actie ook bv in 1950, het beschikbaar stellen van prijzen voor locale zeepkistenraces !


Gelderlander 02-10-1954

Nadien zag ik nog wat kleine annonces voor de specialiteit : aanpassing "vergroten" schoenmaten in De Gelderlander bv 26-10-1955, 12-12-1955.
Reactie 3:

Wil Struike, 21-01-2018: Ik heb in de jaren 50 vaak rubberen plaatjes bij de winkel voor mijn vader gehaald. Mijn vader tekende op papier de omtrek van de zolen. Tacks, neus en hak ijzertjes. Wat ik mij herinner is de naam SMITJE.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: