|
Een bijzondere
Nijmegenaar
De succesvolle
kartograaf Wilhelm Linnemann in Nederlands-Indië
door Pieke Hooghoff

De militair kartograaf Wilhelm Linnemann (Soerakarta 1895- Nijmegen 1968) heeft zijn leven en werk in Nederlands-Indië beschreven in de memoires die hij naliet. Het is een nooit gepubliceerd verslag van zijn persoonlijke belevenissen en de gebeurtenissen uit zijn militaire carrière. Na zijn eervol
ontslag in de titulaire rang van majoor vertrok hij met zijn Nijmeegse vrouw naar Nederland en
begon hij in Nijmegen een sigarenzaak aan de Daalseweg-hoek Hobbemastraat. Hij leidde er een onopvallend leven met zijn gezin dat uit vijf kinderen bestond. Hij schreef zijn levensverhaal in Nijmegen tussen 1956 en 1966 op. Zijn kinderen zagen hem vaak achterin de winkel zijn teksten uittypen. Hij schreef in zijn inleiding dat hij hoopte dat "… dit geschrijf misschien van nut kan zijn voor anderen, in de eerste plaats dan voor eigen nakomelingen, die toch in zekere mate verlengstukken zijn van eigen leven."
Linnemann wilde " … zonder de feiten aan te dikken, ervaringen uit een vervlogen koloniaal tijdperk levend houden".

De teksten zijn zo gedetailleerd en levendig beschreven dat het bijna onmogelijk lijkt dat hij geen eerdere aantekeningen heeft gebruikt. Bij de voorbereiding van mijn boek over Indische Nijmegenaren, Bandoeng aan de Waal,
werd mij door de familie inzage in deze opmerkelijke documenten gegeven.
Uit de geschriften met zelfgemaakte tekeningen en ingeplakte illustraties blijkt hoe Linnemann vanaf zijn jeugd de liefde voor de wilde natuur ontwikkelde en al heel jong nauwkeurige observaties deed. Tijdens schoolvakanties ging hij mee op voet- en kampeertochten en maakte jacht op wilde zwijnen en herten mee.
Hij was een uitblinker op school en bij latere militaire en kartografische studies, en slaagde op elke opleiding met de hoogste cijfers. Uiteindelijk kwam hij als officier bij de Topografische Dienst
terecht, waar hij op Java en Sumatra belangwekkende kaarteringen uitvoerde, meetmethoden verbeterde en bijna de top van de Topografische Dienst bereikte.

Militaire opleiding
Wilhelm Linnemann werd in 1895 in Soerakarta op Java geboren
als kind van een Duitse soldaat en een inlandse moeder. Hij groeide niet bij zijn ouders op en kwam als zevenjarige jongen bij een Jongenshuis van de Jezuïeten waar hij een strenge en katholieke opvoeding ontving. Als soldatenzoon -anak kolong- was hij voorbestemd militair van het Koninklijk Nederlandsch Indische Leger (KNIL) te worden. Als jongen van 12 jaar bezocht Wilhelm in juli 1907 de Militaire Pupillenschool te Gombong, in de residentie Kedoe van Midden-Java. Aan die school was de
tweejarige cursus voor de Topografische Dienst verbonden, de uitverkoren opleidingssectie die gunstig bekend stond vanwege het avontuurlijke werk en de goede verdiensten. Hij vervolgde de militaire opleiding via de Kaderschool in Solo en de onderofficiersopleiding te Meester-Cornelis. Tot zijn spijt werd hij niet gekozen voor de Topografische Dienst, maar stuurde zijn kapitein hem voor de officiersopleiding naar Nederland in Kampen, Amersfoort en Nijmegen, een periode die een jaar langer duurde door het uitbreken van de
Eerste Wereldoorlog. In 1918 keerde hij naar Nederlands-Indië terug.
Zijn opleidingstijd had Linnemann gemakkelijk doorlopen. Hij was een
ambitieuze, bescheiden student die niet alleen in talen en exacte vakken uitblonk, maar ook in sport (schermen en roeien) en strategie. Voor een Indo, zoals hij zichzelf noemde, was het niet waarschijnlijk een hoge militaire rang te krijgen, maar dat lukte hem wel.
Als jong commandant op Celebes (van 1919 tot 1925)
Om aan de sleur van het garnizoensleven op Java te ontkomen, vroeg
Linnemann overplaatsing aan naar een buitengewest in de rimboe, zoals hij de binnenlanden noemde. Als jong officier van 24 jaar voerde hij zelfstandig het commando over een groot deel van Noord- en Zuid-Celebes in de standplaatsen Pampanoea en Kolondale. ("… In dit bestuursgebied, ruim zo groot als Nederland met ruim 500 km kustlijn, moesten wekenlange tournees in het binnenland gehouden worden. Het ging om tochten te voet of te paard
die langs smalle en bredere paden geschiedden, terwijl de eilanden en sommige kuststreken slechts per zeilprauw waren te bereiken.") De jonge officier ontwikkelde zich tot een
streng en rechtvaardig commandant die door zijn ondergeschikten werd gewaardeerd, te meer omdat hij zelf actief deelnam.
Hij bekwaamde zich in de bouw van kampementen, rechtspraak en gezondheidszorg. Naast militaire opdrachten moest hij ook civiele diensten uitvoeren. Hij oefende functies als ambtenaar van de burgerlijke stand, vendumeester, havenmeester en belastinginner uit. Tijdens de vele tochten kon hij zich bovendien uitleven in de jacht op wilde dieren van herten, krokodillen en tijgers.
Hij verwierf zich de naam van Toean-djalan (Heer der wegen) doordat hij er met zijn patrouilles in slaagde verschillende verbindingen te verbeteren door bochten af te snijden en trajecten te verbeteren en te verharden. Een succesvol nieuw tracé was de vondst van een traject van Kolondale naar Koromantantoe door een kloof van ongeveer tien kilometer. Deze route verving voortaan het bijna drie maal zo lange en steile bergpad. De zes zware en leerzame jaren op Celebes bleken een uitstekende voorbereiding te zijn op zijn latere
kartografische werk.
Kaarteringswerk bij de Topografische Dienst
Wilhelm Linnemann was inmiddels kapitein in het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger toen hij na zijn eerste Europese verlof in 1926 toch bij de Topografische Dienst van het KNIL werd gevraagd. Zijn eerste opdracht was het leiden van de Topografische Brigade in Midden- en Zuid-Sumatra vanuit Padang. In onherbergzame oerwouden in een nog woester natuurgebied dan hij van Celebes kende, deed hij gedurende vijf jaar veel belangrijk kaarteringswerk met behulp van zijn medewerkers die hij goed voor dit werk wist te motiveren.

Terug op Java werd hij wiskundig medewerker bij de Triangulatiebrigade in Batavia en later kreeg hij de leiding over het Centrale Kaarteringsbureau en de Instrumentenafdeling. Ook verving hij tijdelijk het hoofd van Weltevreden, het Reproductiebedrijf,
het grootste en best geoutilleerde drukkerijbedrijf van Zuid-Oost-Azië. Tijdens de uitoefening van deze functies bleef hij
kaarteringswerk doen.
Zijn ambitie voor kaartering kon hij volledig uitbuiten. Hij bracht de hellingen van de Goenoeng Keloed in kaart, na gevaarlijke beklimmingen van de top. Hij bekwaamde zich steeds verder in landmetingen en
kaartering op lange verkenningstochten. Terug in Batavia, deed hij nog wat kaarterings- en landmetingswerk en verwachtte eigenlijk verdere promotie. Dit gebeurde niet door tragische omstandigheden van persoonlijke en
militairhiërarchische aard. Aan zijn loopbaan als kartograaf kwam abrupt een einde.
In 1936 werd hem eervol ontslag uit de dienst verleend onder toekenning van een
hogere rang. In Europa zou hij een heel ander leven gaan leiden. Hij vertrok via Brussel naar Nederland, waar hij in 1943 met zijn vrouw en kinderen na wat omzwervingen aankwam en waar hij de rest van zijn leven bleef wonen. Hij was nog jong genoeg om een zaak te beginnen en vestigde zich te Nijmegen, de plaats die hij kende van zijn officierstijd en waar zijn vrouw vandaan kwam. Hij overleed in
1968.
----------
N.b.: Voor de Indische (geografische) benamingen is de spelling van voor
1940 gebruikt.

Pieke Hooghoff die in Nijmegen werd geboren en er opgroeide, publiceert onder meer over lokale geschiedenis. Zij schreef Zeep in Nijmegen, een kleine geschiedenis over de zeepfabriek Dobbelman (1995). In 2000 verscheen Bandoeng aan de Waal : Indische Nijmegenaren aan het begin van de twintigste eeuw, over de banden van Nijmegen met Indië. Portretten van bekende en minder bekende Nijmegenaren met een Indische achtergrond worden geportretteerd: van de beroemde schilder Jan Toorop en de schrijver Tjalie Robinson tot Generaal van der Wedden en de Gelderse papierfabrikant Spillenaar Bilgen. Daartussen vele andere stadgenoten die hun geluk in Indië beproefden of juist in de stad aan de Waal neerstreken na lang verblijf in de tropen. Een van de beschreven Nijmegenaren is Wilhelm Linnemann.
Uitgave: Boekhandel Roelants i.s.m. Stichting Sari. ISBN 9074241069. 92 p. € 10.
Zij werkt mee aan een boek over de geschiedenis van het kazerneterrein het Molenveld in Nijmegen Oost, beter bekend als de Limos.
Het tijdschrift Caert Thresoor zal een themanummer aan Linnemann wijden met een gezamenlijke bijdrage van prof. Ferjan Ormeling en Pieke Hooghoff.
hickory@chello.nl
www.hickorypq.nl |