Nieuwe pagina 1

© copyright René van Hoften, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

De Nijmeegse draaiorgelfamilie Maas/Hofs

Het onderstaande verhaal over de Nijmeegse draaiorgelfamilie Maas/Hofs is gebaseerd op een interview dat ondergetekende in 1981 had met de laatste loot uit deze dynastie van draaiorgelmannen de heer Wim Hofs, toentertijd wonende aan de Nieuwe Nonnendaalseweg nr. 4. 

Het eerste Nijmeegse straat - en draaiorgel is naar de Waalstad gehaald door A.W. Maas, stammend uit een Gennepse familie van kermisreizigers. Toen hij werd geboren had de familie Maas Nijmegen al als vaste woon - en verblijfplaats gekozen, dus was hij een geboren en na verloop van jaren ook een getogen Nijmegenaar. Hij trouwde met een vrouw van de familie Dassen, een uit Duitsland afkomstige familie van eveneens kermisreizigers.
Zijn Duitse schoonvader was in het bezit van een orgel en dat heeft A.Maas toen van hem overgenomen en naar Nijmegen gehaald. Rond 1915 is hij begonnen met het maken van orgelmuziek door heel Nijmegen.
Aanvankelijk woonde hij op de Oude Nonnendaalseweg, later is hij verhuisd naar een huis op de hoek van de Marialaan - Oude Heselaan. Van orgeldraaier in het bezit van een orgel, groeide zijn bedrijf tot een orgelverhuurbedrijf met zo’n acht orgels. Deze werden verhuurd aan grote dansgelegenheden en cafe’s ter gelegenheid van de dorpse of stadse kermisfeesten.Omdat er in die beginjaren nog weinig orkesten waren en nog nauwelijks mechanisch of elektrisch voortgebrachte muziek, voorzagen de orgels voor een belangrijk deel in de behoefte aan volumineuze dans – en amusementsmuziek. Orgels hoorden bij de kermis omdat het de enige manier was om met muziek boven het geweld van de door stoom aangedreven kermisattracties uit te komen. Werd een orgel buiten Nijmegen verhuurd dan werd het hier eerst afgebroken en dan in onderdelen met paard en wagen vervoerd. In het geval van een groot 92-toetsen Mortierorgel was dat een hele klus. Het orgel was zo breed en hoog als een gemiddeld woonhuis en er zat een compleet carillon in verwerkt. Er bleef in zo’n geval meestal een knecht van het verhuurbedrijf bij die het geheel in de gaten hield, de orgelboeken verwisselde en de draaislinger bediende. De meisjes van het cafe of de danszaal gingen dan bij “een stuiver een dans” de stuivers ophalen waarvan een deel voor de kastelein was en een deel voor de orgelverhuurder. Men draaide dan eerst een halve dans tot er werd geroepen “half uut” en dan gingen de vrouwen rond om de stuivers op te halen, pas daarna kwam de andere helft van de dans. Je moest wel goed opletten dat niemand dan de benen nam, volgens Wim Hofs, de kleinzoon van A.Maas.
Het ging Maas met zijn orgels beslist voor de wind. Niet alleen omdat de toonvorming bij orgels door geperste lucht tot stand komt, maar vooral gezien het aantal orgels dat hij na enige jaren had rijden. In 1924 waren dat twee Mortierorgels, vier Gavioli’s, en twee Casperine’s, allen gebouwd in de periode tussen 1900 en 1910.
Van de twee Casperine’s liep er steeds een verhuurd aan een Nijmeegse orgeldraaier door de Nijmeegse binnenstad en de buitenwijken. Een van de bekendste orgeldraaiers was een zekere Leo, vaak vergezeld van de Rooie Tiep Top, een zogenaamde hardloper. Een hardloper was iemand die met een met belletjes bestikt pak rondrendde en moest proberen dat die belletjes niet verstomden, daar haalde hij dan geld voor op. Liep de Rooie Tiep Top achter het orgel aan dan speelde hij de manser, d.w.z. diegene die met een klein geldbakje het geld bij het luisterende publiek ophaalde. Met het orgel op een platte kar met paard ervoor gespannen gingen ze dan door de Nijmeegse straten.
’s Zomers was dat van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Vaak gingen ze pas met het donker naar huis. Vaak liep er dan nog een van de dochters van Maas mee om te controleren hoeveel duiten de manser ophaalde. Zo wist de opa van Wim Hofs , vanwege zijn keurige uiterlijk altijd ’t Pupke genoemd, precies wat hij kon beuren van de orgelhuurder. Op hun tocht door de stad werden de orgels vaak vergezeld door een hele stoet kinderen en orgelgekken, zoals Mies met de Pet.
Orgeldraaien was zwaar werk en stelde ook eisen aan de muzikaliteit van de draaier, want er moest in de tijd dat er nog geen automatische aandrijving was, niet alleen uren achtereen gedraaid worden, maar daarbij moest ook nog de melodielijn en het tempo in de gaten gehouden worden. Kramp in de arm (of beide armen na ze afgewisseld te hebben) of in de schouder, kon van een Engelse wals al snel een Weense hebben gemaakt, of van een mars een huppeldansje.
Een orgelman werd eens gevraagd naar wat volgens hem het wezen van orgelmuziek was en hij antwoordde: ”gelijkmatig de zwengel draoien”. Daarmee zat hij niet veel naast de waarheid want al te grote tempowisselingen waren bij het dansen natuurlijk uit den boze. Omdat het natuurlijk erg veel gevraagd was om uren achter elkaar te draaien, waarbij heel wat kilootjes trek – en duwkracht werden verzet, wisselde men elkaar na enige tijd ook af. Ook dat bracht niet altijd soelaas en toen dan ook de benzinemotor en later de elektrische motor hun intrede deden, werd hier al snel op overgestapt. Viel die motor door pech uit dan moest er wel altijd een goede draaier in de buurt zijn die dan weer op handbediening kon overstappen.
Het orgelverhuurbedrijf Maas was een echt familiebedrijf, een familiecomplot, zoals Wim Hofs het uitdrukte: we waren er met z’n allen dag in dag uit intensief mee bezig. De kinderen, ooms, tantes, iedereen ging mee. De kinderen gingen vaak direct na de lagere school mee de kermissen op.
Orgelfamilies waren onderling vaak met elkaar verstrengeld. Zo waren de eigenaren van bekende stoomcarrousels Janvier en Hobbeson van Roden, nog verre neefs en nichten van de moeder van Hofs. Ook de latere orgelman in Nijmegen, Peter van Embden, was een neef van de dochter van Maas.
Orgelmensen werden vaak over een kam geschoren met woonwagenbewoners of zigeuners, die in die tijd geen goede naam hadden. De mensen in de dorpen vertrouwden de orgeldraaiers vaak niet. Wim Hofs: ”Toen we voor het eerst in Maashees stonden hadden we een standplaats vlak bij het terrein van een plaatselijke aannemer. Die ging direct alle balken en planken tellen die er lagen, bang dat er iets gestolen zou worden “.
Naast het orgelverhuurbedrijf had A. Maas ook altijd in de textiel gezeten.Toen de crisistijd naderde kon met de orgels niet genoeg meer verdiend worden en werden in 1926 alle orgels verkocht. Het grote Mortierorgel bracht een bedrag van 1500 gulden op, een behoorlijk kapitaal in die tijd. De familie Maas ging helemaal in de textielhandel werken. Pas aan het einde van de jaren dertig, toen het weer wat beter ging, kwamen er weer een paar orgels, maar nu ook ’n luchtschommel, ‘n schiettent, ‘n oliebollenkraam, ‘n draaimolen,’n golfbaan, ’n zweefmolen en ‘n jeepmolen, ook nu weer met de hele familie gerund.
Tot ongeveer 1950 is het een kermisfamiliebedrijf geweest. Vlak na elkaar verongelukten toen twee orgels. Eerst reed in 1948 het orgel “De Tiet”, een 68-toets Decaporgel, in een sloot. Na restauratie door Peter van Embden, werd dat voor 600 gulden aan Terschelling verkocht. Tegenwoordig (jaren tachtig van de 20e eeuw!) zou dat Fl. 50.000 opbrengen, volgens Wim Hofs. In 1950 werd een tweede orgel in elkaar gereden en toen kelderde de motivatie om dag en nacht voor de kermis klaar te staan. Alle kermisattracties werden verkocht, inclusief de orgels, alhoewel die toen moeilijk van de hand gingen.

Twee orgels had Hofs uit die kermisinboedel achter gehouden, ze waren onverkoopbaar: een 88 kilogram wegende Mortier van omstreeks 1900 en een 600 kilogram zware Casperine gebouwd in 1910.
Tientallen jaren hebben die in de schuur achter het woonhuis gestaan en werden incidenteel nog wel eens verhuurd. De orgelboeken waren over de hele familie verdeeld en deden dienst als ondergrond voor vloerbedekking. Van tijd tot tijd klonken er nog orgelklanken door de buurt, omdat het orgel met een bepaalde regelmaat gedraaid moest worden om het mechaniek soepel te houden. Met enige weemoed werden dan al snel oude verhalen verteld en oude dansjes gedanst.
Het draaiorgelverhuurbedrijf Hofs op de Nieuwe Nonnendaalseweg was inmiddels vervangen door sportschool Hofs op de Tollenstraat. 

Het orgels "pupke" van vóór de verbouwing rond 1970, hier te zien voor de Kerkboog. (bron: collectie G. Hofs)

Eind jaren zeventig zijn de twee laatste orgels gerestaureerd. De Mortier werd omgebouwd tot een Gavioli - orgel (een verandering van de stemming der fluiten), dat de naam kreeg van de grondlegger van het familiebedrijf: “Pupke “.

Het orgel "pupke" na de verbouwing, met een tableau van de Grote Markt (bron: Collectie G. Hofs)

Nu in 2006 zijn ook de twee laatste orgels verkocht naar buiten Nijmegen. Het enige wat van dit trotse bedrijf en beroep nog resteert is het geschilderde tableau van de Grote Markt in Nijmegen dat een aantal jaren de voorkant van het Pupke-orgel sierde. Het hangt nu op een opvallende plaats in de kantine van sportschool Noviomagum van Gerrie Hofs, de achterkleinzoon van Pupke Maas.

René van Hoften, januari 2007

Reactiepagina
Reactie 1:

Johanna Maria Maas, 14-03-2015: Jammer dat de naam van de jongste zoon van dhr A.W. Maas, ook A.W. Maas genaamd, niet in het verhaal voorkomt. Als huis- en decoratieschilder heeft hij later 'Pupke' geheel belangeloos in ere hersteld. Het orgel zag er weer prachtig uit. Hij was mijn vader en ik vind dat dit best vermeld mag worden.

Redactie: Schilderde je vader het tableau van de Grote Markt waarmee het 'Pupke' versierd was?

Johanna Maria: Nee, ik denk niet dat mijn vader de maker was van het tableau van de Grote Markt. Hij is helaas op 58 jarige leeftijd verongelukt. Ik heb zelf ook nog heel veel vragen waarop ik geen antwoord zal krijgen. Zodra ik foto's c.q. informatie kan vinden, zal ik dit met u delen.
Reactie 2:

Ad Becude, 15-03-2015: Ik weet mij nog te herinneren dat er in de jaren '50 een fam. Maas in de Wolfstraat woonden, de kermis attracties werden buiten het seizoen in de achter tuin opgeslagen. Als kinderen speelden we daar in. Is dit de zelfde fam. Maas als hierboven? (de namen van hun kinderen ben ik kwijt)
Reactie 3:

Jan van de Locht, 10-02-2016: ik heb in de jaren 50 naast de famili maas gewoond in de wolfstraat.
ja het is de zelfde fammili maas hun zoon wim staat nog steets op de kermis

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: