Beuken

© Hessel; Digitale bewerking 11-07-2015 Marcel van Dinteren/Stichting Noviomagus.nl

Van De Koepel tot De Beuken

Een geschiedenis van Huize De Koepel / De Beuken, Kerkstraat 5 te Hees.

door Hessel

'Er is namelijk in den omtrek van Nijmegen altijd veel te zien, maar niet altijd evenveel en niet altijd hetzelfde'.
'Wij zullen niet onvoldaan zijn, als wij ... naar den kant van Hees en Neerbosch gaan'.
'Reeds sedert jaren was Hees vermaard om zijn talrijke lustplaatsen, deels door deftige ingezetenen bewoond, deels in den zomer door Nijmeegsche families betrokken, deels aan vreemdelingen verhuurd, en het gansche dorp heeft daardoor een vrolijk en welvarend voorkomen, gelijk het er een niet onbelangrijke uitgestrektheid aan dankt'.
'Behalve enkele villa's ... vinden wij ... de lustplaats ... de Koepel, met een groot heerenhuis, een schoonen bruinen beuk en een eerwaardige linde'.

(citaten uit Wandelingen door Nederland van Jacobus Craandijk - 1882)


De slaapzaal in het kinderhuis 'De Beuken' Kerkstraat 5 - 1954 (Bron: RAN GN4731)

Reacties van oud 'bewoners' van De Beuken (zie gevelsteen Kerkstraat 5) klinken redelijk positief. Dat doet mij goed!

Mijn eigen betrokkenheid lag op afstand (als Dominicus leerling) bij onze inzet voor de jaarlijkse Sinterklaas-actie: (onze) cadeautjes meegebracht voor 'de jeugd' in De Beuken.
Zelf heb ik de kinderen daar nooit meegemaakt maar je had daar natuurlijk wel beelden bij en ik liet me al te graag geruststellen door het contact met de m.i. warm bij de kinderen betrokken zuster. Ik denk dat dit ca.1962 moet zijn geweest. Nu enigszins bevestigd.

Hun (te)huis De Beuken was natuurlijk veel ouder: het kende geschiedenis, had ooit een andere naam, verbouwingen waren er, een totale sloop, herbouw en het had diverse functies.

In het monumentenregister staat over dit pand: 'De cultuurhistorische waarde wordt versterkt doordat het pand niet alleen in gebruik is geweest voor particuliere bewoning maar ook onderdak was voor een door religieuzen geleide instelling (kindertehuis), waardoor het bouwwerk ook in dit opzicht een verwijzing vormt naar de voor Hees en Neerbosch karakteristieke ontwikkelingen.'

Onlangs las ik bij van Schevichaven (1906) over het oude Hees en haar buitenplaatsen. Na de vrede van Munster moesten ook in Nijmegen inkomsten, met name uit de bloeiende hout- en wijnhandel, worden 'weggewerkt'. Toen een klimaat waarin men vanwege de eigen status (om als welgesteld te worden 'gezien' wanneer men zijn schaapjes op het droge had), toch zeker wel een buiten moest bezitten. Maar wat van Schevichaven (dus al méér dan honderd jaar terug!) meldde was dat er zeker aanzienlijke bezittingen waren geweest, (soms aangeduid met kasteel of 'edelhuyss') maar dat dit letterlijk, vaak feitelijk niet eens meer 'een naam' had en/of dat het inmiddels zelfs (volledig) gissen was naar de juiste ligging. Zoals het oudste goed door Van Schevichaven aangehaald: het Van Welderen's Goed 'geplaatst aan een weg die van Hees naar Bijsterhuizen (bij Beuningen) loopt, daar waar deze door een wetering wordt gesneden.' Dus: Vermoedelijk hier ... misschien daar ...

Zie ook de schatrijke Mevr. weduwe J.P. Smits die in 1751 een beloning uitloofde voor 'de ontdekking der onverlaten die op haar buitenplaats de visch in de vijvers vergiftigd en de volière opengebroken en het vee en wild daaruit gestolen hadden'. Deze in de Stevenskerk begraven dame, noemt nergens de naam van haar buitenplaats. Zij kocht in 1759 van den houtkooper Slingervoet een buitenboeren-behuizing met paarden en beestenstal, moeshof en bouwland, groot 3½ morgen. Voorts een fraai aangelegden hof met daarin gemetselde huizing in een vierkant met een planken heining afgezet; benevens een hofje en huis daarachter omzet met pallisaden. Maar weer geen naam bekend!

Bij latere deel-verkopen, nogal vaag, is iets terug te lezen van de ligging: 'onder Hees, aan den Uivernest omtrent de Voorstad'? Verder was er bij haar sprake van het bezit van 2 buitens, tegenover elkaar liggend nl. Vredenburg en Ruimzigt. Voor beide kreeg zij in 1772 verlof om 'voetangels en klemmen te mogen leggen', maar waar? Bij een verkoop werden er soms stukjes van de puzzel opgelost maar er blijft nog steeds veel te raden over.

Zo zien we verdwenen of volledig gewijzigde landgoederen voorbijkomen met namen als Heyenbeek, 't Duits aangeduide Manheim; Kelfkenshof en Beek, waarvan gezegd werd dat de laatste eigenaar 'niets naliet dan een slechten naam en schulden!' en daarbij kennelijk niet bedoeld; het via Van Heukelum in 1942 te verhuren buitengoed Kelfkenshof in de kom van Hees!?. Verder Op 't Rot, Zomerlust (geschikt voor zomer- en winterverblijf), Landgoed Leeuwenstein op enig moment klaarblijkelijk verworden tot kamerverhuur(bedrijf), De Hartekamp (maar ook daarvan weer de ligging niet duidelijk aangegeven).

Vergankelijk! Zelf heb ik nog wel enig weet van de nadagen van Huize Boschlust, ik heb daar het (ooit bewoonde?) lege tramstel aan de overzijde van de weg gezien,'de baron' van 't Slotje, als sporttoeschouwer meegemaakt, meermalen Goudse pijpjes gezocht in de buurt van de al eerder verdwenen 'Hulsen', maar realiseer me door zoiets pas hoe snel de dingen verder gaan, zoals villa de Witte Poort; mij slechts bekend van de plaatjes, verdwenen is maar inmiddels geldt dat alweer evenzeer voor de mij wel erg bekende monumentale school op dezelfde grond! Nu Historie!

En dan De Beuken. Op deze plek, nu de Kerkstraat, stond eerder een andere behuizing: Het was een boerengoed waarvoor Cornelis Weijer Vermehr (Zie: Nijmeegse brandbestrijding in vroeger eeuwen) - oud raad en secretaris dezer stad - op zijn verzoek vergunning ontvangt van den raad om een streep heiland liggend 'aan het einde van zijn hofstede de koepel onder Hees, groot ongeveer een morgen 2 hond buiten de vergraven zandkuil strekkende tot de St. Anthonis allee' bij zijn goed te trekken. Het buitenverblijf stond er reeds vroeg in de 19e eeuw en blijkt toen eigendom te zijn geweest van den heer P. Scheers.


Opregte Haarlemsche Courant 05-06-1863

Deze of een eerdere Pieter of Peter S.? (Waarschijnlijk niet dr. Petrus Steffanus Scheers met o.m. gronden in de Weezenhof!)

De naam van het landhuis in de 19e eeuw was De Koepel. We zien dat het diverse keren wordt aangeboden:


Huize De Koepel, Kerkstraat, sedert 1914 staat hier Huize De Beuken. (Bron: RAN F18948)

In 1849 werd dit buitengoed te huur aangeboden en exact een jaar later wederom via de Arnhemsche courant: 'Het alleraangenaamst, te Hees, ... gelegen buitengoed, genaamd de Koepel, met tuinen, enz geschikt voor Zomer- en Winterverblijf.'
Door de namen/het ambt van de informanten zou gedacht kunnen worden aan een gedwongen financiële situatie. Door de vervolgadvertentie lijkt de gewenste huurder zich vooralsnog niet (of slechts voor een jaar) te hebben gemeld, daarom is kennelijk toch tot verkoop besloten blijkens de twee hieronder staande advertenties rond juli 1852 in het Handelsblad en de Haarlemse Courant.


Algemeen Handelsblad 29-06-1852


Opregte Haarlemsche Courant 13-07-1852

Maar is het toen wel verkocht? of heeft de verkoper in 1852 voorlopig (noodgedwongen?) een verkoop uitgesteld? Duidelijk is dat er door hemzelf of mogelijk door een nieuwe eigenaar rond 1858 een stevige verbouwing is doorgevoerd. Het geschetste beeld van het verkoopobject in 1861 pleit m.i. voor het laatste. Ook de keuze van een andere notaris en een dit maal afwijkend 'verkoop' adres zou hierop kunnen wijzen.


Opregte Haarlemsche Courant 25-11-1861

Nauwelijks een jaar later een hernieuwde verkoop poging. Dus oftewel een heel kortstondige bewoning of alsnog een jaar overbrugd? Gezien de advertentietekst in 1863 lijkt de eigenaar nu dan toch echt te gaan vertrekken en in 2e instantie wordt dan ook duidelijk dat de beoogde reis richting Nederlands Indië gaat.


NRC 02-01-1863

Wat bij het doorbladeren van kranten in die periode opvalt is dat er kennelijk een royaal aanbod was aan 'buitenhuizen' al dan niet gemotiveerd met sterfgeval, 'uit hoofde van vertrek naar elders', faillissement o.i.d. Ook met een koepel als onderdeel van een huis/tuin bleek veel te worden geadverteerd. Dus verkoop in een al wat overbeviste vijver? Verder zie je geen namen van de eigenaren m.u.v. bij bedrijven als een hovenier, smid of boerenbedrijf. Discretie t.a.v. de landgoedbezitter of 'wel bekend' verondersteld in de juiste kringen?


Opregte Haarlemsche Courant 15 en 23-05-1863


PGNC 30-05-1863


PGNC 06-06-1863

Dan valt er weer enigszins een gaatje in mijn historische reconstructie ... Maar we treffen de Koepel weer aan in het adresboek van Nijmegen en het Schependom tussen 1892 en 1999, op het adres Kerkstraat 239 Hees. Bewoner: ds. W.L. Welter emer. Predikant. Voor mij wat raadselachtig; bij een oudere vermelding (ander adres?) vind ik : W.L. Welter: Particulier, 102 (Hees, wijk E). Een verwijzing naar een kerk of bv. de Lindenhoutstichting trof ik hier niet aan. Later bleek hij echter van veel verder weg te zijn 'beroepen'. Ds. W.L. Welter bleek emer. Predikant bij de Hollandse gemeente in Petersburg te zijn geweest. Gehuwd in Rusland mei 1847 met F.H.B. Preuyt; waar deze nog jong in oktober 1850 overleed. Er was al wel een zoontje geboren dat exact de namen van vader kreeg en ook eenzelfde ambtskeuze maakt. W.L. Welter sr. blijkt geïnteresseerd te zijn in de letterkunde getuige het bijwonen van bijeenkomsten dienaangaande en het zich volop inzetten om alles wat zich in de keizerlijke Russische bibliotheken over Nederlandse geschiedenis en letterkunde bevond, op te sporen en mee te delen. Zo is bv. het getuigschrift aan Czaar Peter den Groote als scheepstimmerman hier openbaar geworden, afgegeven door leer-vakmeester Pool, den 25 Januarij 1698.

In 1873 bevestigt ds. Welter zijn zoon in Bunnik in het predikambt, later in 1883 ook in Dedemsvaart en in 1894 nogmaals als predikant in 's-Gravenhage. Maar deze zoon lijkt vader te hebben overvleugeld in invloed en aanzien: hij werd dé hofprediker, een kanselredenaar van allure, hij publiceerde heel wat en werd alom als een autoriteit erkend. Ds. Welter sr. werd 83 jaar, zijn zoon 90 jaar. Maar wat senior nou mooi weer wél had: Vergunning tot het aannemen en dragen van de versierselen der orde van St. Stanislaus, 2e kl., hem door Z.M. den Keizer van Rusland geschonken!.


Huwelijk zoon, de latere hofprediker


PGNC 15-02-1900


 


PGNC 17-02-1900


In 1901 zien we dat De Koepel wordt bewoond door Mr. Arnoldus Hyacinthus Maria van Berckel kantonrechter met echtgenote M.S.A. van Berckel-Slaghek. Een gezin met kinderen getuige ook de aanwezigheid tijdens het volledige verblijf in dit huis van een gouvernante Mevr. S.C. Pieters (periode 1901-1907). Vader is in deze tijd lid van de Nijmeegse gemeenteraad en van de 1e kamer. Het gezin verlaat De Koepel in 1907 en vestigt zich dan (dichter bij het werk van vader?) voorlopig op Bijleveldsingel 2.

In Hees wordt De Koepel dan bewoond door G(erard) van Olden, gehuwd met Adriana Elisabeth van de Velouw. Door familiebanden van de laatste worden zij betrokken bij een onderzoek naar de mogelijke verspreiding van Christiaan Huygens' bezittingen door overerving na diens dood (documenten en kunstwerken). Adres nu: Kerkstraat 239 tel. 721. Vóórdien volstond steeds nog als compleet adres 'Hees villa de Koepel 239'. Kort na hun intrek (al in 1907) zijn er verbouwingen aan de villa. Deze worden getypeerd als vergroting en gedeeltelijke vernieuwing. Met name aan het achterhuis en het trappenhuis en er blijkt daarnaast te worden toegestaan het aanwezige koetshuis uit te bouwen en dit in te richten tot garage, om zo (op eigen terrein) 'automobielen' te kunnen plaatsen.

Niet voor lang overigens want al tussen 1910 en 1912 woont hier het gezin van Max Jurgens (van de bekende boter-familie). Wederom niet erg lang want al weer tussen 1913 - 1915 is er sprake van een dubbel adres en trekken de Jurgensen verder stadwaarts naar Canisiussingel 17 en in 1915 't Koetshuis op een opmerkelijke afstand Athlonestraat 20.


Algemeen Handelsblad 22-07-1912

De relatief korte verblijfperioden van de laatste twee gezinnen doet mij vermoeden dat het comfort en de bouwtechnische kwaliteit van De Koepel niet geheel op een passend niveau ervaren werd. Dit krijgt bevestiging in het gegeven dat als de volgende nieuwkomers: het gezin van Alexander E. Noë en de in A'dam geboren Coenradina H. Fikkert met vier jonge kinderen naar Nijmegen komt, de vrouw des huizes per omgaande besluit tot de opdracht voor de bouw van een volledig nieuw huis: De Beuken. Zij geeft hiervoor de bekende architect (later ook nog bouwmeester van de Villandry), Everwijn Verschuyl (1871-1954) de opdracht. Zelf vermeldt ze bij de aanvraag/toewijzing al onmiddellijk dat zijzelf (C.H. Noë-Fikkert) tijdelijk domicilie heeft in hotel keizer Karel in Nijmegen. Het geheel blijkt in tempo te worden aangepakt, aanbesteed, dit ook niet specifiek in de regio en oktober 1912 arriveert de echtgenoot van C.H. Fikkert z.b. uit Hilversum bij 't tijdelijk (hotel)adres Keizer Karelplein 9. Door de oudste zoon Alex wordt dan in december de 1e steen gelegd, het huis afgebouwd en opgeleverd. (zie ook Kerkstraat 5 red.) Maar waarschijnlijk heel anders dan gewenst is het verblijf in het prachtige nieuwe huis maar van erg korte duur want eind juli 1913 overlijdt zakenman A.E. Noë op 48 jarige leeftijd in Loosduinen.


Algemeen Handelsblad 01-01-1901


25-09-1912


Het nieuws van den dag 31-07-1913


10-09-1913

Het gezin blijft er dan nog wel tot in 1915 wonen maar we zien daarna alweer dat een volgende bewoner het 'nieuwe' De Beuken betrekt.
Overigens ontmoet Catharine W. Noë, het derde kind van het gezin, in Engeland W. Royaards met wie ze 20 jaar getrouwd zal zijn. Zijn ouders Willem C. Royaards (toneelspeler/regisseur) en Josephina L. Spoor (declamatrice) waren opvallende verschijningen in die tijd. Alex zal trouwen met een Franse vrouw. De weduwe A.E. Noë-Fikkert zelf overlijdt op 78 jarige leeftijd in Arnhem.

Huize De Beuken wordt nu voor een veel langere periode bewoond, door het gezin van Jhr. Mr. Lodewijk Ernest Maria von Bönninghausen, advocaat, curator bij faillissementen en commissaris van een hypotheek-waarborgmaatschappij. Geboren in 1867 zich aanvankelijk presenterend als 'oud-referendaris in Pruisische Landdienst'; in 1898 rechtenstudie in Leiden en in 1899 genaturaliseerd en toen nog z.b. Hij huwde in 1906 M.L.J.A. Goossens (1877-1957) uit Beek Ubbergen (pand Waalheuvel). In 1916, dus nog pas kort in Hees, vraagt en krijgt hij toestemming voor het plaatsen van een grote scheidings/tuinmuur achter het huis. Niet met de wettelijk toegestane hoogte van 2 maar één van 3 meter en opgetrokken van gewapend beton en drijfsteen!?

De naam van dit adellijk geslacht kwam mijzelf direct al bekend voor, doordat ik als jong kind op een familiebezoek daar in de buurt (kort na 1960) heel toevallig het toen pas door een brand zwaar beschadigde landhuis op landgoed Herinckhave in Tubbergen heb gezien. Ik heb daar toen ook even binnen mogen kijken en geïmponeerd door de ruïne, het spookverhaal t.a.v. maanschijnsel in de gracht en de aldaar aanwezige harnassen e.d. Kort nadien werd mij ook nog verteld dat de familie (tenminste een deel van hen) in de oorlog nadrukkelijk 'fout' had gekozen. Zoiets vergeet je dan natuurlijk nooit meer. Het in Hees wonende deel van de familie heeft m.i. overigens weinig met de drama's rond de oorlog te maken gehad. De economische/juridische activiteiten van Jhr. Mr. L.E.M. en zijn kennelijke acceptatie wijzen er op. Zijn werk lag met name in West Nederland en in de 'familie-omgeving' Overijssel.


PGNC 20-02-1906


De Gelderlander 08-07-1916


Huize De Beuken in 1930 gezien in de richting van de Bredestraat, Hees Kerkstraat. (Bron: RAN F18927)

In 1957 overlijdt M.L.J.A. Goossens en in 1959 verhuist L.E.M. definitief van Nederland naar Lier (Antwerpen) in België waar hij op 97 jarige leeftijd in 1965 overlijdt.
Hoewel, als de bewoners inmiddels zijn vertrokken, blijkt het bezit van Huize De Beuken kennelijk nog lang na het vertrek eigendom van de familie Von Bönninghausen en het is dus zeker niet zonder meer op een andere bezitter overgegaan. Het pand staat in het adresboek van 1932 op naam van J.N.D. Tazelaar; in 1934 en 1936 als onbewoond en 1938 en 1940 t.n.v. J. Derks.
NB Dit zegt natuurlijk weinig over het wettelijk bezit. Er blijkt een zaak aanhangig geweest te zijn vgl. Verzoekschrift van Lous Goossens aan de Gedeputeerde Staten van Gelderland om de betaling van de grondbelasting van de door haar verhuurde woning De Beuken te Hees bij Nijmegen over de jaren 1940-1941 door 'de huurder ervan' te laten geschieden, met bijlagen, 1940 - 1941. 3 stukken.

In 1942 is er sprake van aanpassingen in De Beuken onder regie van de Rijksgebouwen-dienst. Eind 1944 wordt vanuit adres De Beuken door een (tijdelijke) bewoner/patiënt/thuisloze? via de krant gevraagd om inlichtingen over op dat moment vermiste familieleden.(opvang- of al hospitaalfunctie?) Op 22 oktober 1944 wordt in De Beuken erg officieel in aanwezigheid van diverse autoriteiten het Sanatorium voor TBC-lijders gestart zoals er ook een noodziekenhuis in de 2e Walstraat met de naam Walstraat-noodziekenhuis tot stand kwam. Er was m.b.t. de tuberculose-bestrijding sprake van een noodtoestand in de stad. Door de barre omstandigheden waren de TB-lijders gedwongen of in de schuilkelders van de ziekenhuizen of in de openbare schuilkelders te vertoeven en dat leverde natuurlijk een voordurend gevaar op voor anderen. Teneinde hieraan een einde te maken was een Nood-Sanatorium hard nodig. Toen dus De Beuken waar de patiënten in een gezonde en naar de omstandigheden gerekend, in een comfortabele omgeving konden verkeren. In twee weken moest deze voorziening snel worden ingericht. Er werd o.m. zoveel mogelijk huisraad bijeengehaald en zo kon de opening plaatsvinden. De Nijmeegse vereniging tot Tuberculosebestrijding nam de exploitatie van het nood-sanatorium op zich in afwachting van de goedkeuring van het staatstoezicht. Dit alles zo economisch mogelijk met inschakeling van de materiële en financiële steun van de Nijmeegse burgerij! In maart 1945 wordt door de directrice van Sanatorium De Beuken een kookster 'voor direct' gevraagd i.v.m. ziekte der tegenwoordige en later ook meermalen medisch geschoold personeel.

In de periode 1944-1946 wordt via de Gelderlander dank uitgesproken aan 'de zusters van de Beuken' voor de liefdevolle verpleging. En er wordt verder meermalen via advertenties melding gemaakt van het overlijden van volwassenen maar anderzijds ook de geboorte van een gezonde baby in januari 1945 in De Beuken. Dus kennelijk hier ook een bredere een verpleeg/verzorgingsfunctie.


De Gelderlander 31-03-1945


De Gelderlander 12-12-1945

In 1948 worden het huis en de tuin ingezet bij een gemeenschaps/dorpsactiviteit. (Gelderlander 26-8-1948) Terras en achtergevel van De Beuken, de plaats voor feest in het Schependom. Het betreft dan een tiendaags programma gekoppeld aan het gouden regerings-jubileum van H.M. Koningin Wilhelmina daarbij uitvoering van het openluchtspel 'Haastig Recht' satire op het Middeleeuws recht in de tuin van De Beuken. In de pauze van dit lachsucces speelt 'tussen het lommer van de Beukentuin' de fanfare Ons Genoegen!

In 1950 is er een Jeugdinstelling die een verbouwing vraagt te mogen realiseren en hiervoor ook toestemming krijgt. In 1953 wordt Bethanië voor concrete aanpassingen en uitbouw de opdrachtgever. De Beuken en de (oude dokters) woning ernaast komt dan als klooster-gedeelte in handen van de Zusters Dominicanessen uit Venlo. In de Gelderlander van 11 juni 1954 lezen we dat de Huize De Beuken in Hees een opvang-centrum is voor kinderen. De Gelderlander schrijft dan : 'Nog belangrijker dan de aanwezigheid van óók déze congregatie in 'het Rome van Nederland' zoals men in reguliere kring onze Keizer Karelstad wel eens pleegt te noemen, ... is het werk door de zusters verricht ... zorg om het kind; om de te reclasseren mens en om de gedetineerde vrouw.'

De Beuken, het nog niet zo oude maar wel uitgewoonde en vervallen grote pand in de Kerkstraat, biedt plaatsen aan 50 kinderen; jongens (tot 7 jaar) en meisjes (tot 14 jaar)... Een opvangcentrum, géén observatiehuis o.i.d. Een huis dat een verschrikkelijk wijde voordeur heeft, een deur die bij wijze van spreken dag en nacht wagenwijd openstaat voor kinderen die om een of andere meestal tragische reden, geen dak boven het hoofd en geen zorgende handen om zich heen hebben. En dan lezen we al in oktober van 1954:

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Hessel, 18-07-2015: Geschiedenis van Huize De Koepel / De Beuken te Hees.
Reactie 1:

Henk Termeer, 20-07-2015: Veel dank voor het mooie overzicht van de geschiedenis en de bewoners van de Heese villa's De Koepel en De Beuken! Maar in dat overzicht ontbreekt een korte maar pijnlijke periode, namelijk die van de jaren 1943-1944.
In villa De Beuken was toen de Arbeidsdienst voor Meisjes gevestigd. Dat was een onderdeel van de Nederlandsche Opbouwdienst, een nationaal-socialistische organisatie, waar veelal dochters van ouders met NSB-sympathieën werden 'opgevoed'. (Het archief van Kamp XII Hees van die dienst is in het NIOD te vinden). Een van de overburen van De Beuken, mw. A. Ornstein-Lambrechtsen, toen een jong meisje van acht jaar, vertelde me dat de meisjes in De Beuken onder Duits toezicht stonden. Elke ochtend was er een ceremonie waarbij de nazivlag werd gehesen. Het ging er kennelijk nogal streng aan toe, want de familie Lambrechtsen, een gezin met zes kinderen, kreeg op een gegeven moment een meisje van De Beuken aan de deur dat weggelopen was en onderdak zocht. Ze vertelde dat ongehoorzame meisjes in De Beuken werden bestraft door ze in een bad met ijswater te zetten.
Reactie 2:

Rob Essers, 20-07-2015: Van Schevichaven schreef in 1906 dat het buitenverblijf er reeds vroeg in de 19e eeuw stond en toen eigendom was van den heer P. Scheers. Bij de invoering van het kadaster in 1832 was dat niet of niet meer het geval. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) van de kadastrale gemeente Neerbosch, sectie B, waren de percelen met de nr. 286 t/m 290 van Peter Roeland Scheers. De percelen met de nrs. 268 t/m 275 stonden echter op naam van Emanuel Frans Joseph van de Geijn.


bron: kadastrale gemeente Neerbosch, sectie B (detail)

Pieter Roeland Scheers, geb. Nijmegen 27 okt. 1793, † ald. 28 april 1871, zn. van Derk en Helena Schiff, tr. Brielle 14 nov. 1839 Neeltje Petronella van Andel, geb. Brielle 10 febr. 1800, † Hees, gemeente Nijmegen 30 mei 1863, dr. van Helenus Marius en Catharina Kluit. Villa Andelshof was genoemd naar zijn echtgenote.
Emmanuel Frans Joseph van den Gheijn, geb. Leuven 24 mei 1785, advocaat, regter ter instructie, lid van Provinciale Staten van Gelderland, † Neerbosch, gemeente Nijmegen 12 sept. 1848, zn. van Josse Thomas en Dorothée Marie van Bennekom, tr. Nijmegen 22 dec. 1811 Johanna Schattel, ged. Nijmegen 29 okt. 1790, † ald. 30 sept. 1878, dr. van Jean Melchior en Anne Elisabeth Schwenck. Hij woonde met zijn gezin onder meer in Wijk C op nr. 448 (Het Swarte Schaap) op de hoek van de Korte Burchtstraat en de Platenmakersstraat tegenover het stadshuis. Of hij met zijn gezin ook in de Kerkstraat in Hees gewoond heeft, is onduidelijk. Hij stierf in 1848 in Neerbosch.

bevolkingsregister

In de 19e eeuw was het niet ongebruikelijk om de panden in iedere wijk bij de tienjarige volkstellingen opnieuw te nummeren. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hebben de volgende gegevens betrekking op De Koepel:

Bevolkingsregister 1850-1860: Dorp Hees, Wijk E, Kerkstraat, Nr. 75¹
Bevolkingsregister 1860-1870: Kerkstraat, Wijk E, Nr. 102
Bevolkingsregister 1870-1880: Kerkstraat, Wijk E, Nr. 102
Bevolkingsregister 1880-1890: Hees Kerkstraat, Wijk E, Nr. 188
Bevolkingsregister 1890-1900: Hees Kerkstraat, Wijk E, Nr. 239

In het adresboek van 1909 staat de laatste vermelding van Hees kerkstraat 239 (met wijkgebonden huisnummer). In het adresboek van 1910 is het adres gewijzigd in Hees kerkstraat 5 (met straatgebonden huisnummer). Villa De Beuken (bouwjaar 1913) heeft nog altijd hetzelfde huisnummer.

bewoners 1850-1900

Over bewoner Jacobus van Hasselt (1808-1862) heb ik nauwelijks informatie kunnen vinden. Twee van zijn zonen overleden in 1848 in Hees. Op 24 mei 1850 verhuisde hij met zijn gezin naar Weurt. In de periode van 1 mei 1852 tot 29 januari 1853 woonde tuinman Paulus van der Ven (1808-1892) op het buitengoed.

De volgende bewoner was de gepensioneerde kolonel Willem Frederik baron Snouckaert van Schauburg (1799-1874). Hij vertrok op 19 januari 1858 naar Delft. In 1860 keerde hij terug naar Nijmegen en in de periode 1861-1872 woonde hij op huize Somerchem op de hoek van de Wolfskuilseweg en de Molenweg. Willem Frederik was een petekind van erfprins Willem Frederik van Oranje, de latere koning Willem I (1772-1843). Zijn grootvader Willem Carel baron Snouckaert van Schauburg (1717-1790) was vanaf 1767 heer van Duckenburg.

In het voorjaar van 1858 werd het De Koepel blijkbaar 'geheel nieuw verbouwd' (zie Opregte Haarlemsche Courant 25-11-1861). Dit hing samen met de komst van jhr. Samuël Egbert Paul Apollonius van Harencarspel Eckhardt (1814-1870). Op 10 mei 1858 kwam hij vanuit het Belgische Feluy met zijn gezin naar Hees. Op 30 april 1863 vertrok hij naar Nederlandsch Oost-Indië.

Uit het Register van ingekomen personen 1862-1873 blijkt dat Anna Theresia van der Pant (1793-1883), de weduwe van Pieter Daniel Welter (1785-1856) zich op 27 juni 1863 vanuit Arnhem met haar dochter en kleinzoon op het adres E 102 vestigde. Uit het Bevolkingsregister 1860-1870 blijkt dat zij aanvankelijk aan het hoofd stond van het gezin. Op 21 januari 1868 werd haar plaats in genomen door haar zoon ds. Willem Leonard Welter (1816-1900), de emeritus predikant die St. Petersburg voor Hees verruilde en hier tot zijn dood zou blijven wonen. Zonder te verhuizen heeft hij in Hees op drie verschillende huisnummers gewoond.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: