© Henk Hendriks; Digitale bewerking Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Nijmegen kende in de jaren na 1930 een bloeiende schoenindustrie. Vele mensen in Nijmegen en wijde omgeving zijn in de periode 1929 - 1980 werkzaam geweest bij Robinson aan de Groesbeekseweg, en/of bij Swift aan de Muntweg, juist voor de nog in leven zijnde oud-medewerkers/sters en hun famieleden, maar ook voor andere belangstellenden is het interessant om te lezen hoe het allemaal is gelopen in die tijd.

De laatste en nog enige directeur Theo Salet van Swift en Robinson Schoenfabrieken B.V. te Nijmegen, heeft op 18 november 1985 het gehele archief van deze in 1981 ter ziele gegane onderneming officieel geschonken en overgedragen aan het Gemeentearchief van Nijmegen. De hoeveelheid papier zoals die aangetroffen werd besloeg een geschatte lengte van 600 meter. Na inventarisatie en diverse selecties resteert nog 8 meter archief en documentatie. De inventarisatie van het archief is door Christa van der Velden uitgevoerd in het kader van de opleiding tot middelbaar archiefambtenaar aan de Rijksarchiefschool in het cursusjaar 1985-1986.

Voor belangstellenden is het resterende archief terinzage op het Gemeentearchief te Nijmegen.

Opkomst en Neergang van Robinson en Swift schoenfabrieken B.V. te Nijmegen
1929 – 1980

door Henk Hendriks

Historisch overzicht

De tijdens de Eerste Wereldoorlog opkomende schoenindustrie in Nijmegen vond zijn oorsprong in de schoennijverheid in het naburige Kleef, waar men regelmatig een beroep deed op de arbeidsmarkt uit de grensstreek.
Gedurende de oorlogsjaren stagneerde echter de verbinding met Kleef, waarna enkele ondernemende lieden het initiatief namen om zelf met de fabricage van schoenen te beginnen. De kern van de benodigde arbeidskrachten was met het werk vertrouwd en door het ontbreken van veel industrie in en om Nijmegen was er een voldoende aanbod van ongeschoolde arbeiders. Het gelooide leer werd per vrachtauto aangevoerd vanuit de Brabantse looierijen in de Langstraat, het centrum van de Nederlandse schoenindustrie.

De grote groei van deze voor Nijmegen nieuwe industrie vond plaats na 1930; in 1945 hadden de vier grote schoenfabrieken in Nijmegen.
(Robinson - Swift - Nimco - Wellen en Co) samen 920 personen in dienst, een verdubbeling van het aantal van 1930. In 1948 bedroeg het aantal al 1223.
Tot op de helft van de jaren zestig maakte de schoenenindustrie een bevredigende ontwikkeling door, maar daarna begonnen de moeilijkheden hand over hand toe te nemen. Doordat de schoeiselbestedingen van de consumenten daalden, het publiek zich meer richtte op de steeds wisselende mode en doordat er een aanzienlijk marktverlies optrad ten gunste van de buitenlandse concurrentie en de totstandkoming van de E.E.G. vond er een belangrijke teruggang plaats in de schoenindustrie in Nederland. Voor Nijmegen betekende deze ontwikkeling dat het zijn plaats in de schoenenmarkt niet vast kon houden en in het begin van de jaren tachtig helemaal verloren had.

Robinson schoenfabrieken 1929 – 1968

Een van de ondernemende lieden, die voor zichzelf begon, was Franciscus Verschuur.
Hij was geboren in 1885 te Heesch bij Oss, waar zijn vader een schoenmakerij bezat.
Na als arbeider bij de schoenfabriek Hoffmann in Kleef gewerkt te hebben vestigde hij zich in 1916 met zijn vrouw en kinderen te Nijmegen. Hier begon hij thuis met het vervaardigen van kinderschoenen en enige jaren later werd hem een Hinderwetvergunning verleend “ ten behoeve van zijne elektriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van schoenen in perceel Vondelstraat 22 te Nijmegen”.
In 1924 volgde de oprichting van de N.V. schoenfabrieken voorheen Frans Verschuur, gevestigd aan de St. Stephanusstraat 8. Vanaf die tijd, 10 november 1924, was ook Ferdinand Hubertus Biessels mededirecteur en medeaandeelhouder. De technische kennis van Frans Verschuur en de handelsgeest van Ferdinand Biessels waren verantwoordelijk voor een voorspoedige groei van het bedrijf. In 1930 al verhuisde de schoenfabriek naar de Groesbeekseweg, waar vier jaar later een brand het fabrieksgebouw verwoestte. In datzelfde jaar nog werd de fabriek herbouwd en de productie hervat.
Verschil van inzicht en karakter leidde er echter toe, dat Ferdinand Biessels zich uitkocht uit de N.V., waar zijn plaats ingenomen werd door Petrus Scheeren, geboren in 1893 te Nijmegen en sinds 1930 werkzaam als bureauchef bij de fabriek, die sinds die tijd de naam “N.V. Schoenfabriek Robinson voorheen Frans Verschuur” voerde.


Advertenties Robinson 1959, 1938, 1939, 1938 (collectie: Henk Hendriks)

Tijdens de oorlogsjaren waren de enige activiteiten, die Robinson nog restte, het repareren van schoeisel en het vervaardigen van schoenen met houten zolen.
De bezetters lieten het machinepark onaangetast en na de bevrijding kon direct begonnen worden met de heropbouw van het productieproces. Door de moeizame grondstoffenvoorziening en de binnenlandse prijsvoorschriften verliep de productie gedurende de eerste naoorlogse jaren matig, maar vanaf 1952 vertoonde de resultaten bij Robinson een stijgende lijn. Nu bleek het aantrekken van goede vakmensen echter een structureel probleem te worden. Een groot deel van het personeel in de schoenindustrie bestond uit vrouwen, met name in de stikkerijen, en onder deze groep was juist het verloop groot. Door samenwerking van de Nijmeegse schoenfabrieken met de ambachtsschool trachtte men enige verbetering in de personeelsvoorziening te bereiken.


Robinson schoenenfabriek aan de Groesbeekseweg 1969 (bron: Gemeentearchief Nijmegen)

De problemen met de productie in de naoorlogse jaren probeerde men op te vangen door deelneming in N.V. Schoenfabriek De Komeet te Valkenswaard, waardoor inderdaad de capaciteit verhoogd werd, want sindsdien werd door Komeet uitsluitend voor Robinson geproduceerd.

De Komeet

In 1911 werd te Valkenswaard de Stoomschoenfabriek De Komeet Gebr. Bots opgericht. Van dit bedrijf was de N.V. De Komeet Schoen- en lederwarenfabriek, opgericht bij akte van 22 februari 1944, de voortzetting. De directie in de eerste naoorlogse jaren werd gevormd door F.J. Rigter als commercieel directeur en P. Bots als technisch directeur, terwijl H. Batenburg als commissaris fungeerde. Nadat het bedrijf tijdens de oorlog was stilgelegd door de bezetter, maakte de opbouw van de schoenfabricage sinds mei 1945 snelle vooruitgang. De gemiddelde weekproductie van nauwelijks 200 paren in het laatste kwartaal van 1945 was begin 1948 al opgelopen tot ongeveer 1500 paren. De totale bezetting van fabriek, kantoor en directie beliep eind 1947 al bijna 100 personen. Desondanks was de financiële positie niet sterk aangezien het nodige bedrijfskapitaal ontbrak; in 1948 stopte De Komeet met haar eigen fabricage en verkoop en begon ingevolge een overeenkomst uitsluitend voor Robinson in loondienst te produceren. Robinson bezit dan 50% van de aandelen en een aantal jaren later zelfs 100%; C.F. Verschuur werd in 1954 benoemd tot mededirecteur van De Komeet. Dankzij de steun van Robinson boekte het bedrijf in Valkenswaard weer betere bedrijfsresultaten. De redenen voor de overname van De Komeet door Robinson waren:
- het personeelsgebrek in Nijmegen zou opgevangen worden
- de winst zou helemaal ten goede komen aan de Robinson-aandeelhouders
- de productiecapaciteit van De Komeet zou niet in handen van de concurrent vallen
- het productieapparaat van De Komeet zou aangewend kunnen worden voor de faricage van speciale artikelen.


Advertentie Robinson (collectie: Henk Hendriks)

Echter in de jaren zestig leidde de afhankelijkheid van de orderpositie van Robinson en de niet door grotere productiviteit te compenseren loonstijgingen tot negatieve resultaten. Met de overname van Robinson kwam ook De Komeet in handen van Swift, maar de productieactiviteit bleef dalen totdat in 1975 het fabrieksgebouw te Valkenswaard verkocht werd.

De gunstige bedrijfsresultaten van Robinson zetten door tot in de eerste helft van de zestiger jaren. Vanaf 1965 werden de resultaten negatief. In een poging deze lijn om te buigen nam in 1966 Robinson de schoenfabriek Myagron te Groesbeek over. De bedoeling hiervan was de capaciteit van de stikkerij op te voeren ten einde een geleidelijke productieverdubbeling te bereiken. Het aantal werknemers steeg hiermee van 500 tot 550. Toch kon Robinson na deze jaren van fors teruggelopen omzetten en gestegen loon- en arbeidskosten het hoofd niet meer boven water houden.

Nadat in 1953 oprichter Frans Verscheur na een langdurig ziekbed overleden was en opgevolgd door zijn zoon Christianus F. Verschuur, trad in 1966 P.F. Scheeren uit de vennootschap wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In april 1967 overleed de weduwe van Frans Verschuur, E.A.M. Lamers, en in datzelfde jaar kwam er, voor buitenstaanders toch onverwacht, een einde aan het zelfstandig bestaan van de N.V. Robinson schoenfabriek.

Swift schoenfabrieken 1931 – 1968

Voor Ferdinand Hubertus Biessels was in oktober 1967 de cirkel gesloten.
Na zijn carričre gestart te zijn als mededirecteur en aandeelhouder bij de N.V. Schoenfabriek voorheen Frans Verschuur werd hij in november 1934 mededirecteur en aandeelhouder bij de N.V. Wotana schoenfabriek te Nijmegen.
Bij notariële akte van 11 juni 1931 werd door Theodorus en Hendrikus Otten dit bedrijf opgericht, waarna de aandelen overgedaan aan Herman Otten en Willem Anne van Heijningen, die vanaf dat moment fungeerde als directeur respectievelijk president-commissaris. Twee maanden later werden de gelederen versterkt met Dirk Christiaan Janssen als aandeelhouder en commissaris.


Advertenties Swift 1937-1937-1938 (collectie: Henk Hendriks)

Het productieapparaat bleef om uitbreiding en daarmee ook om kapitaal vragen.
In 1932 verhuisde de fabriek van de Smidstraat naar een pand in de Groenenstraat om zo aan de behoefte tot meer ruimte te kunnen voldoen. Enige jaren later trad Ferdinand Biessels als vierde aandeelhouder tot de vennootschap toe, waar hij als directeur het beheer voerde over de verkoop- en reclameactiviteiten en het merk Swift creëerde.
Herman Otten bleef de leiding houden over de fabrieksorganisatie, de inkoop, calculatie en administratie. De samenwerking tussen Otten en Biessels wierp al snel vruchten af en spoedig was men genoodzaakt weer naar een groter bedrijfsruimte uit te zien, die gevonden werd aan de Muntweg, waar de gebouwen van de kunstzijdespinnerij Drya aanvankelijk gehuurd, later gekocht konden worden. Na grondige verbouwingen werd de fabriek in november 1940 feestelijk geopend onder de naam Swift Schoenfabriek.


Advertenties Swift 1938-1938-1941 (collectie: Henk Hendriks)

Nadat tijdens de tweede wereldoorlog de productie sterk was verminderd, werd in 1946 begonnen met de wederopbouw van het productieproces.
In het begin van de jaren vijftig ging Swift zich ook op de export richten, waarna in 1959 in Kleef een handelskantoor opgericht werd, Swift Schuh G.m.b.H., waardoor de belangen van Swift in West Duitsland en Berlijn behartigd werden. Evenals bij Robinson het geval was, bleek ook de personeelsvoorziening bij Swift een chronisch probleem. Het verloop was groot en het werd steeds moeilijker om voor de fabriek voldoende meisjes aan te trekken. Met name voor de stikkerijen heeft men dit probleem grotendeels opgelost door in Wijchen, in Millingen en in de Cyclamenstraat te Nijmegen aparte ateliers te openen. Bovendien hoopte men op een verhoging van de vakbekwaamheid van jonge arbeiders door nieuwe opleiding van de school voor de schoentechniek. Door specialisatie en kwaliteitsbewaking kon Swift zich verheugen in een voortdurend stijgende productiviteit en rentabiliteit en in 1964, bijna 25 jaar na de start op de Muntweg, was Swift een van de drie grootste schoenfabrieken van de Benelux. Swift had toen 5% van de Nederlandse schoenenproductie in handen met een jaaromzet van meer dan 1.000.000 paren tegen 400.000 in 1940.
Het aantal personeelsleden had zich in deze periode verdubbeld van 400 naar 800.


Overledersnijderij en rechts gedeelte van de stikkerij in de jaren '50 van de vorige eeuw. (collectie: Henk Hendriks)

De verhoogde concurrentie, de zich bundelende winkeliers, de snel wisselende mode en de toenemende bemoeiingen van de overheid vereisten een grote flexibiliteit van de leiding en een steeds verdergaande rationalisatie van het productieapparaat.
Inmiddels was D.Ch.P. Janssen, medeoprichter, aandeelhouder en commissaris van de N.V. in 1965 overleden en Jan Otten benoemd tot adjunct-directeur, belast met de ontwerpafdeling en kwaliteitszorg. Hoewel de winst in 1966 nog steeg met 7% werden volgens het jaarverslag moeilijkheden verwacht ten gevolge van toenemende bemoeiing van de overheid, zoals de invoering van de omzetbelasting per 1 januari 1967 en maatregelen op het gebied van de prijsbeheersing.
Het jaarna daarna werd het productieniveau verlaagd. Het personeelsbestand kromp, via natuurlijk verloop, van 800 naar 700 werknemers. Toch was er nog sprake van een recordwinstcijfer van fl.1.422.000,-.

S&R (Swift en Robinson) schoenfabrieken 1968 – 1980

In de loop van het jaar 1967 doken er geruchten op, dat het Robinsonbedrijf in financiële moeilijkheden zou zijn. De directie van Swift toonde, evenals enkele andere bedrijven, belangstelling voor overname van de noodlijdende fabriek.
Swift wilde, met het oog op die andere bedrijven, de onderhandelingen zo snel en diskreet mogelijk voeren en afronden. Daartoe trad Swift met twee aandeelhouders “bij nacht en ontij in het strijdperk”. En met succes, want op 16 oktober 1967 kochten die twee aandeelhouders van Swift alle aandelen van Robinson op. Tussen de directies van Swift en Robinson waren toen al afspraken gemaakt over een samenwerkingsverband op zo kort mogelijk termijn. Merkwaardig is het wel, dat in de vergadering van de aandeelhouders van Robinson in augustus van dat jaar met geen woord gerept werd over de moeilijke situatie van het bedrijf of over een eventuele overname door een ander. Zeker gezien de mogelijke gevolgen voor het personeel doet dit vreemd aan. Ruim een jaar na de aankoop van de aandelen werd de Stichting Administratiekantoor voor Aandelen Swift en Robinson in het leven geroepen, gevolgd door de oprichting van Swift en Robinson Schoenfabrieken N.V.
Op 30 december 1968 nam S. en R. het productiebedrijf van Swift en het productiebedrijf van Robinson over. Vanaf die tijd traden beide voormalige schoenfabrieken op als verkoopmaatschappijen van de door S. en R. geproduceerde artikelen. S. en R. was dus de productiemaatschappij. Het voert te ver om de precieze gang van zaken met de aankoop, ruiling en verkoop van aandelen hier te schetsen.
Uiteindelijk bleef het aandelenpakket in handen van dezelfde families.


Emaillen reclameborden van Robinson en Swift (digitale collectie: Henk Hendriks)

Op het moment van de overname van de aandelen Robinson door enkele aandeelhouders van Swift bedroegen de verliezen van Robinson ongeveer fl. 100.000,- per maand. Ontslag dreigde voor alle 400 werknemers. Door de oprichting van de S. en R. Schoenfabrieken N.V. hoopte men in korte tijd de verliezen tot staan te brengen en door het vergroten van de productiecapaciteit van het geheel weer een rendabele onderneming te kunnen maken. De heer Salet, 2 jaar daarvoor als stafmedewerker in dienst getreden van Swift, zou de nieuwe directeur van Robinson worden met als opdracht Robinson weer gezond te maken. Inderdaad stegen de omzet en de productie na de overname door Swift bij Robinson daarna aanzienlijk, maar dit was voor een stuk gegaan ten koste van Swift.
Van de prachtige berekeningen en plannen kwam dan ook niet veel terecht.
Op 1 juli 1970 werd het fabriekscomplex aan de Groesbeekseweg – de Robinsonfabriek – verkocht aan de Stichting ‘Werkplaats Valkenburg” , waarna de bedrijfsuitoefening vrijwel helemaal geconcentreerd werd aan de Muntweg.
Op 1 februari 1972 staakte Robinson haar verkoopactiviteiten en droeg alle voorraden, vorderingen, enz. over aan S. en R. Op dezelfde datum werden de voorraden, vorderingen, enz. van de andere verkoopmaatschappij, Swift, overgenomen door S. en R. Op het einde van dat jaar werden Robinson en Swift omgezet in B.V.’s. De N.V. S. en R. droeg de productie en verkoop van damesschoenen over aan Swift B.V. en de productie en verkoop van heren- en jongensschoenen aan Robinson B.V. Hierna resteerde S. en R. alleen nog de exploitatie van haar onroerende goederen; We spreken nu van Exploitatiemaatschappij S. en R. N.V.

Alle veranderingen en reorganisaties leverden echter geen winstgevende bedrijfsresultaten op. Een analyserapport van het beleid van de eerste vijf jaren na de fusie gaf een aantal oorzaken voor de neergang van de schoenindustrie in Nijmegen.
Dit bleken vooral de sterke concurrentie uit het buitenland en de hoge loonkosten in Nederland te zijn. Om deze laatste te compenseren zou, volgens het rapport, zelfs gekozen zijn voor een vermindering van de kwaliteit. Er werden diverse voorwaarden gesteld, waaraan voldaan zou moeten worden, wilde men nog bestaansrecht houden.
Als dit niet gebeurde moest met de productie van schoenen gestopt worden; een voortbestaan als handelsmaatschappij bood dan misschien nog mogelijkheden.
In de begin jaren zeventig zag het bedrijf zich genoodzaakt vanwege overproductie en moeizame afzet tijdelijke werktijdverkorting aan te vragen.
In de ondernemingsraad werd met grote regelmaat gesproken over reorganisatie en eventuele consequenties voor het personeel.

Inmiddels was de verstrengeling van de B.V’s en N.V’s zo gecompliceerd geworden, dat de accountant het niet verantwoord achtte afzonderlijk accountantsverklaringen af te geven. In 1975 werden wederom plannen ontworpen en uitgewerkt om tot de zoveelste reorganisatie te komen. Alle bedrijfsactiviteit moest geconcentreerd worden aan de Muntweg. De ateliers in Valkenswaard en in de Cyclamenstraat dienden verkocht te worden. Bovendien wilde de directie “een herziening van de fiscaaljuridische structuur van de vennootschappen …, waardoor de totale opzet sterk vereenvoudigd zal worden en de inzichtelijkheid zal worden vergroot”. 
Op 1 januari 1977 werd Schoenfabriek De Komeet geliquideerd, het gebouw in Valkenswaard werd verkocht en voor het atelier in de Cyclamenstraat werd nog naar een koper gezocht. Bovendien werd getracht een gedeelte van het gebouw aan de Muntweg te verkopen. De eigen productie moest zoveel mogelijk worden beperkt en uitbesteding aan bedrijven in landen met lagere arbeidslonen (Roemenië) kwam steeds vaker voor.
In de volgende jaren bleven de negatieve ontwikkelingen doorzetten: Stijgende loonkosten, stagnerende afzet, slechte bedrijfsresultaten. Pas in 1978 werd het gebouw aan de Cyclamenstraat verkocht en een jaar later werden in de ondernemingsraadvergadering de bedrijfsresultaten “zorgelijk slecht“ genoemd. De accountant schreef dat de jaarrekening geen eerlijk beeld gaf “gezien de onmogelijkheid tot voortzetting van de bedrijven van Robinson Schoenfabrieken B.V. en Swift Schoenfabriek B.V.”, reden waarom de waardering eigenlijk op liquidatiewaarde zou moeten geschieden.
In het sociale jaarverslag lezen we, dat maximaal gebruik gemaakt is van de mogelijkheden tot werktijdverkorting ten einde te proberen de grote voorraden gereed product te verminderen. De productie verminderde aanzienlijk, maar de voorraden nauwelijks. Ook hier lezen we: “nog zo’n slecht jaar als 1979 zou het bedrijf niet overleven”. Dat de nood hoog was, blijkt ook uit de mededeling van de directeur, dat het kantoorpersoneel zich bereid heeft verklaard in de fabriek te assisteren.
En ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Swift in 1980 kon van een groots opgezette jubileum viering geen sprake zijn. Een nieuwe afslankingsoperatie werd aangekondigd en de productie van sportschoenen aangepakt.
Ook dit baatte niet meer en begin januari 1981 werd het faillissement aangevraagd.
De laatste, inmiddels nog maar honderd, werknemers worden ontslagen.


Januari 1981. De laatste schoenen worden gemaakt. Swift sluit de deuren. (bron: De Gelderlander 1987)

Bron: Gemeentearchief Nijmegen 1987

Henk Hendriks
Nijmegen,
Augustus 2010

Klik hier voor de pagina over schoenfabriek Nimco

Klik hier voor de pagina over Swift en de harmonie van dit bedrijf

Klik hier voor de pagina over Robinson en de wandelvereniging van dit bedrijf


REAGEER

Reactie 1:

Geert Arts, 12-08-2011: In nijmegen waren 4 grote schoenfabrieken: Robison Groesbeekseweg, Swift Muntweg, Nimco Tooropstraat en Wellen en co Groesbeeksedwarsweg. Ik meen dat Swift niet eigendom was familie Verschuren maar van een familie Diebels. Ikzelf heb namelijk een korte tijd op de Robison gewerkt in de vijftiger jaren. Met vriendelijke groeten, Geert Arts

Reactie 2:

Eddy Waltman, 27-08-2011: Door toedoen van mijn zwager ben ik begonnen bij de Robinson in 1955 en heb er bijna 5 jaar gewerkt. De schoenfabrieken Nimco en Swift waren beiden bekend bij mij. Alleen over het geschrevene van Geert Arts ben ik het niet eens. De directeuren van de Robinson in de jaren vijftig waren Frans Verschuren en de heer Slaats. Verder is volgens mij nooit beweerd dat de familie Verschuren als eigenaren van Swift zijn genoemd. Dat Diebels bij de Swift behoorde lijkt mij meer voor de hand liggend. De tijd dat ik bij de Robinson werkzaam ben geweest waren voor mij plezierige jaren. Na vijf jaar ben ik gestopt bij de Robinson omdat ik liever langs de weg zat als besteller. Als eerst bij wasserij van Meeteren en daarna als broodbezorger op een motorcarrier.

Reactie 3:

Dienie Soyer Phoelich, 12-09-2011: Eind vijftiger en begin zestiger jaren heb ik bij Swift gewerkt, en ik denk dat er verwarring is ontstaan over de naam van de toenmalige directie. De directeur was toen Dhr. Biessels.

Reactie 4:

Cees Slaats, 03-01-2012: In reactie 2 wordt geschreven dat de Robinson schoenfabriek als directeur had Frans Verschuren en de heer Slaats. De heer Slaats is mijn vader en hij was geen mededirecteur maar bedrijfsleider. Ontwierp de schoenen en kocht het bovenleer in. Hij heeft ook schoenen ontworpen voor de Nimco. Directeur eigenaar was Frans Verschuren en mede directeur was de heer Scheeren.

Reactie 5:

Henk Hendriks, 13-01-2012: Na mijn opleiding als schoentechniker, ben ik in 1960 bij Robinson schoenfabrieken voorheen Frans Verschuur begonnen. Na de stage periode kwam ik als leerling modelleur te werken in de modelkamer van dat bedrijf, op die afdeling heb ik Dhr. Slaats leren kennen. Dhr. Slaats was oud bedrijfsleider maar ook de ontwerper/ modelleur en tevens leerinkoper, eind vijftiger jaren van de vorige eeuw had hij zijn functie van bedrijfsleider overgedragen aan Dhr. Van Dongen en de functie van ontwerper/modelleur en leerinkoper aan Dhr. Verhoeven. In de periode van 1960 tot aan zijn pensioen in 1962 was Dhr. Slaats mijn mentor op die afdeling, menigmaal mocht ik zijn collectie met de hand gemaakte miniatuur schoentjes bewonderen. Dhr. Slaats was een groot vakman. Tijdens mijn speurtochten naar informatie over de Nijmeegse schoenfabrieken, kwam ik onderstaande advertentie tegen uit de Katholieke Illustratie van 1939, op deze advertentie staat Dhr. Slaats afgebeeld als bedrijfsleider modelleur ik meen hem te herkennen als zodanig.

 

Reactie 6:

Cees Slaats, 15-01-2012: Hierbij nog wat wetenwaardigheden over mijn vader in relatie tot de Robinson.

Mijn ouders zijn kort na mijn geboorte in 1936 vanuit Den Bosch naar Nijmegen verhuisd en hebben daar in de Rembrandtstraat nr 76 tot 1963 gewoond. Vlak bij de Nimco dus.
Mijn vader, Herman Slaats kwam toen als modelleur in dienst van de Robinson die toen net was afgebrand en weer opgebouwd.
Ik weet niet precies wanneer hij bedrijfsleider geworden is, maar voor mij is hij dat steeds geweest, dus minstens vanaf dat mijn geheugen begint en dat is in dit geval rond 1940.
Er werkten toen tussen de 400 en 500 mensen.

De Robinson had een eigen harmonie met Robinsonvaandel. Deze harmonie trad op bij allerlei gelegenheden en hield aubades voor hun woning als er leidinggevenden jarig waren.
Volgens mij was er ook een wandelvereniging, maar dat weet ik niet zeker.
Het logo was een afbeelding van een baardige in dierenvellen gehulde Robinson Crusoe.
Overigens had de Swift ook een harmonie en waarschijnlijk ook een wandelvereniging. De mascotte van de Swift was een grote langharige windhond die altijd meeliep.


Herman Slaats

De modellen voor de Robinsonschoenen ontwikkelde mijn vader zelf. Het waren degelijke heren en jongensschoenen. Van zijn hand is, de voor ouderen, bekende sandaal met dichte neus. Die werd door half Nederland gedragen in die tijd. Later kwamen daar de wat frivolere instappers bij.
Ook maakte hij modellen voor de Nimco. Ik herinner mij dat Jan Verschuren bij ons thuis kwam om weer een aantal tekeningen op te halen en die cash betaalde. Er was tussen de Nimco en de Robinson uiteraard geen concurrentie want de Nimco maakte uitsluitend damesschoenen.

Tijdens de oorlog kwamen er Duitse soldaten bij ons binnen en een officier richtte een revolver op mijn vader. Hij wilde hem zo dwingen kapotte Duitse laarzen in de fabriek te repareren. Iets wat hij eerder geweigerd had.
Hij had dus geen keus en zegde het toe. Vervolgens hebben ze de laarzen uiterlijk gerepareerd, maar de spijkers staken er aan de binnenkant door.
Dat was natuurlijk behoorlijk riskant. Gelukkig werd Nijmegen toen bevrijd en heeft hij er nooit meer iets van gehoord.
Na de bevrijding werd Nijmegen nog beschoten vanuit Duitsland, gericht op de Waalbrug. Precisieschoten kende men toen nog niet en door de afzwaaiers werd de Rembrandtstraat toen wel erg gevaarlijk. Ik heb daarom toen met mijn ouders enkele maanden in de kelder van de Robinson gewoond. Frans Verschuren, de directeur, had daar twee grote kamers laten maken met houten wanden, die zelfs behangen waren.
In de lange gang van de fabriek boven ons waren Canadezen gelegerd. Voor mij was dat spannend en ik maakte toen voor het eerst kennis met kauwgum. In de fabriek werd al die tijd niet gewerkt.

Mijn vader heeft daar gewerkt tot hij 65 werd en gepensioneerd werd in 1962. Hij had het daar erg moeilijk mee. Ook vond hij het heel erg om te zien dat de schoenindustrie in Nederland sterk achteruit ging. De volledige teloorgang van de Robinson heeft hij gelukkig niet bewust meegemaakt. Hij is gestorven in 1975.

Met vriendelijke groet, Cees Slaats

Reactie 7:

Cees Slaats, 15-01-2012: De heer Henk Hendriks meende (reactie 5) in de advertentie mijn vader te herkennen. Maar dat is niet juist, zoals u kunt zien op de foto van Hermanus Slaats bij reactie 6.
Er staat in die advertentie dat deze persoon als modelleur en bedrijfsleider dagelijks "ons" model in zijn handen neemt etc. Dat zou dus naar mijn vader verwijzen omdat hij zegt "ons model". Maar men heeft indertijd kennelijk voor deze foto een model genomen, want dit is echt niet mijn vader en er was niet nog een modelleur.

Op de 2 middelste van de 4 advertenties van de Robinson is duidelijk de bekende sandaal met dichte neus te zien waar ik het al eerder over had en de in die tijd gebruikelijke pofbroek of "drollenvanger" zoals wij die noemden.

Overigens onder het kopje "Komeet" staat dat Frans Verschuren werd opgevolgd door zijn zoon Christianus. Volgens mij had Frans Verschuren twee kinderen Cor en Nel. Dus dat Christianus zal waarschijnlijk Cornelus moeten zijn.

Reactie 8:

Cees Slaats, 18-01-2012: Hierbij nog een bewijsje van vakbekwaamheid. De zwarte gewone schoen (geen Robinson) is maat 44. Het kleine schoentje is een overblijfsel van de collectie kleine schoentjes waar Henk Hendriks het over had en de grote schoen heeft mijn vader ooit gemaakt voor reclamedoeleinden. Er staat helaas geen maat op, maar als ik ze vergelijk met de gewone schoen zou het goed respectievelijk 22 en 88 kunnen zijn. Uiteraard zijn ze helemaal met de hand gemaakt, want machines met zulke kleine of grote mallen waren er niet.



REAGEER

terug