Varkens

© Henny Fransen en Adrie Roelofsma; Digitale bewerking 09-09-2016 Stichting Noviomagus.nl

Een varken achter het huis

door Henny Fransen en Adrie Roelofsma


Omstreeks 1500 besloot het Amsterdamse stadsbestuur dat er geen varkens meer in de straten mochten rondkuieren. De verordening was duidelijk: rondzwervende varkens zouden voortaan verbeurd worden verklaard, uitgezonderd op Sint Antonius en Sint Cornelis, de feestdagen van de beschermheiligen van deze dieren.

In Nijmegen was men toen nog niet zover, al waren er in de praktijk al enige maatregelen genomen ter bevordering van de hygiëne. Zo werden loslopende varkens voor de aanvang van een markt van het marktplein verjaagd en ook was er bij de kerkboog een rooster aangebracht, zodat honden en varkens het Stevenskerkhof niet konden betreden.
Maar pas ná 1600 kwamen er in Nijmegen verordeningen dat varkenshokken in de straten afgebroken moesten worden en varkens voortaan alleen op het eigen erf gehouden mochten worden. Iets dat in de praktijk moeilijk te handhaven viel in een stad als Nijmegen met zijn vele stadsboerderijen en burgers die gewend waren een varken als huisdier te houden voor de slacht.

Met de hygiëne in de stad was het tegen het einde van de 19e eeuw, mede door grote aantallen onbedekte varkenshokken en mestvaalten, nog steeds droevig gesteld. Het open rioolstelsel voerde niet alleen het hemelwater, maar ook bloed, slachtafval en mest door de straatgoten af. Veel van die goten kwamen uit in de Sint Jacobsgracht buiten de Hezelpoort, die daarmee een stinkende poel van ziekte en verderf was geworden. Naar aanleiding van de cholera-epidemie van 1866 werd op 7 juli 1867 de Nijmeegse Gezondheidscommissie opgericht.

In 1895 werd er gepleit om alleen nog stadsboeren toestemming te geven tot het houden van varkens. Van deze stadsboeren waren er omstreeks 1900 nog zo'n honderd in Nijmegen te vinden. Maar ook particuliere stadsbewoners dienden nog regelmatig een verzoek in om vee bij het huis te mogen houden. Zo richtte J. Meijer uit de Zwanengas in 1911 een verzoek aan burgemeester en wethouders tot het mogen houden van vier varkens achter zijn huis op een plaats van 6,80 meter lang en 4,50 meter breed. De stal zou een oppervlakte van 3,30 m bij 4,50 m krijgen, 2 meter hoog worden, en van een stenen luchtkoker worden voorzien. Het verzoek werd afgewezen omdat het hok niet aan de voorschriften voldeed en de plaats hiervoor ongeschikt werd geacht.

Willemshofje

Het gevolg van het houden van vee bij de woning was dat er door omwonenden regelmatig werd geklaagd over stankoverlast. Zo dienden in augustus 1908 een zestal bewoners uit het Willemshofje aan de Oude Heselaan bij de Gezondheidscommissie een petitie in om tot ruiming over te gaan, vanwege de verpestende stank die door een aantal varkenshokken en konijnenkooien werd veroorzaakt. Volgens een mondelinge toelichting door één van de bewoners zou op een meermalen gedaan verzoek om de mest te verwijderen of zodanig te bergen dat omwonenden geen last zouden ondervinden, geen gehoor zijn gegeven.

Overigens werden er in die tijd nog gewoon nieuwe verzoeken tot het houden van vee ingediend. Zo schreef Gradus Roelofsma uit het Wilhelminahofje aan de Begoniastraat op 3 juni 1912 een verzoek aan B&W om varkens en geiten te mogen houden, hetgeen door het college werd afgewezen omdat de locatie ongeschikt werd bevonden.

Meer naar het noorden lag het Willemshofje aan de Oude Heselaan. Het bestond uit een groep kleine huurwoningen die in 1897 nog midden in het agrarisch gebied van het oude schependom lagen. Pas vanaf 1915 werden er grotere complexen volkswoningen gebouwd en breidde het gebied zich naar het westen langzaam maar zeker tot een nieuw stadsdeel uit: het huidige Oud-West.
In 1911 werd bij het Willemshofje op advies van de Gezondheidscommissie door Bouw- en Woningtoezicht een onderzoek naar de aanwezigheid en huisvesting van varkens ingesteld. Het rapport van 7 januari 1911 wees uit dat er achter 23 van de 40 onderzochte woningen varkens werden gehouden. De dieren waren gehuisvest in houten hokken zonder stenen vloeren en zonder een behoorlijke afvoer voor vuil en mest. De schuren waren eigendom van de bewoners en vermoedelijk zonder vergunning van de gemeente gebouwd.

Hoewel de Gezondheidscommissie al eerder bezwaar maakte tegen het houden van varkens in het Willemshofje en om een verbod had gevraagd, werd een absoluut verbod door de meerderheid van het Raad afgewezen. Men realiseerde zich dat een varken voor veel gezinnen noodzaak was om de winter door te komen. Wel werd aangedrongen op het plaatsen van betere hokken met een deugdelijk opslag voor de afvalstoffen.
Hoofd Bouw- en Woningtoezicht Hermann Rauch stelde in zijn rapportage voor om de varkenshouders aan te schrijven met de boodschap dat het houden van varkens en het bewaren van mest na 1 juni 1911 verboden zou worden. Dit verbod zou niet gelden wanneer de hokken van metselwerk zouden worden opgetrokken met een minimale afstand van vier meter tot de woning. Het bewaren van de mest zou vervolgens uitsluitend mogen geschieden in waterdichte gemetselde en afgesloten bakken, die eveneens tenminste vier meter van de woning verwijderd moesten zijn.
Bij het aanschrijven van de huurders kreeg ook Hendrina Kerkhoff, de toenmalige eigenares van de woningen aan de Oude Heselaan 13 t/m 93 bericht. De volgende adressen van varkenshouders aan de Oude Heselaan werden daarbij aangeschreven:

13 G. Heijnen, 15 J. Gielen, 17 J. Krechting, 19 J.H. Barten, 21 J. de Bruijn, 23 A. van Dalen, 25 P.J. Mulder, 33 J. van Hoorn, 35 G.J. Roelofsma, 37 W.A. Peters, 39 H.Th. Sterk, 41 H.Th. Breukelaar, 43 A. Wiesels, 47 J.H. Puijk, 51 W.J. Leeuwenberg, 53 H. Versteegen, 61 W.J. v.d. Hoop, 63 G.J. Evers, 65 A. de Kloet, 69 H. Derksen, 85 H.M. Nijsen, 89 R. v.d. Berg, 91 J. Roesink

In 1960 was het Willemshofje volledig in verval geraakt, om tenslotte in 1965 te worden gesloopt om ruimte vrij te maken voor de aanleg van een tunnel onder het spoor. Het Willemshofje stond op de plek van het huidige plantsoentje bij de Tunnelweg nabij het pand van Vissers Meubelen.

Volgens Adrie Roelofsma woonden er voor de oorlog verschillende van zijn familieleden in het Willemshofje. Zijn overgrootvader Johannes Wilhelmus Roelofsma (1880-1944) bijvoorbeeld, die op 11 september 1902 te Nijmegen met Geertruida van Gent (1879-1948) was getrouwd, woonde daar met zijn gezin vanaf augustus 1925 aan de Oude Heselaan nr 13, precies op de punt van het driehoekige perceel grond waarop de woningen van het hofje waren gebouwd. Hij had daar een winkel in groenten en levensmiddelen en had een stukje land aan de Krayenhofflaan, waar hij groente verbouwde. Tijdens het Nijmeegs bombardement van 22 februari 1944 is hij in de buurt van zijn woning door bommen overvallen en om het leven gekomen.


Foto uit 1935 met de hoekwoning waar de familie Roelofsma-van Gent destijds woonde.

Bronnen
Regionaal Archief Nijmegen, brieven Gezondheidscommissie Nijmegen 1908,
verslag Bouw- en Woningtoezicht Nijmegen 7 januari 1911

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Henny Fransen, 09-09-2016: Een varken achter het huis

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: