|
© copyright Jan Brauer, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl Sehr geehrter Herr Führer Nijmeegse vakbondsman Henk Spansier voor de nazi-rechters, augustus 1934 Door: Jan Brauer Bijna was er een tweede Nederlandse ‘Van der Lubbe’ geweest, afkomstig uit Nijmegen! In januari 1934 wordt Marinus van der Lubbe terechtgesteld als dader van de Rijksdagbrand. Enkele maanden later, op 1 augustus 1934, staat de Nijmeegse vakbondsman Henk Spansier voor de
nazi-rechter. In het Volksgerichtshof in Berlijn wordt hij veroordeeld voor landverraad. Alleen de Führer zelf kan hem nog gratie verlenen voor een daad die hij nota bene in Nederland heeft begaan. Een opmerkelijk avontuur dat destijds veel spanning in de Nederlandse politiek en pers veroorzaakte. Een verhaal dat tot nu vergeten is in de uitgebreide literatuur over de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog. Bij de grens in Nijmegen Op zaterdag 12 augustus 1933 wordt de 35-jarige timmerman Henk Spansier in Kleef hardhandig uit de tram Nijmegen-Kleef gesleurd door een groep nazi’s. Men verdenkt hem van het verspreiden van Duitstalige bladen met anti-Duitse ‘Greuelpropaganda’ in de grensstreek. Spansier verdwijnt de cel in en dit is het begin van zijn hachelijke avontuur in de jonge nazi-staat. Begin 1933 heeft Hitler net de touwtjes volledig in handen en pakt elke oppositie aan. In veel grensplaatsen zijn er incidenten rond vluchtelingen. Ook zijn er demonstraties van voor- en tegenstanders van de nationaalsocialisten. In Nijmegen zet Henk Spansier zich in voor de opvang van Duitse vluchtelingen. De Nijmeegse politie schat dat er ongeveer 1200 Duitsers in de stad verblijven, veel grensarbeiders; maar ook een aantal politieke vluchtelingen. Henk Spansier is een bekend figuur in de Nijmeegse vakbeweging. Hij is penningmeester van de afdeling van de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond, (ANB) en secretaris van de Nijmeegsche Bestuurders Bond van het NVV. Hij staat bij de verkiezingen op de lijst van de SDAP, de voorloper van de PvdA.
25-jarig bestaan Nijmeegse Bestuurdersbond, 4e van links Spansier, zittend naast voorzitter Buchel achter katheder, collectie Regionaal Archief Nijmegen (RAN)
Freie Presse, nummer 3, 29 juli 1933
Vanaf het eerste nummer worden wekelijks ongeveer dertig exemplaren bij hem thuis aan de Populierstraat afgeleverd. Van de stuksprijs van 9 cent mag hij 2 cent houden. Van het tweede nummer ontvangt hij 100 stuks voor propagandadoelen. Hij geeft ze aan stadgenoot Simon Pels, in het Duitse strafdossier steeds aangeduid met ‘den Juden Peltz’. Deze gaat op zondag 6 augustus met een vijftal maten naar de grensovergang Beek-Ubbergen om de kranten daar, op Nederlandse bodem, aan passanten aan te bieden. Duitse grensbeambten zien dat ze de kranten meegeven aan automobilisten, ze in vrachtauto’s gooien en aan toeristenbussen aanreiken. De Duitse douaniers melden dat direct aan de politie in Kleef.
Locus delicti: grensovergang Beek bij Nijmegen jaren ’30. Ansichtkaart in Regionaal Archief Nijmegen Daar beschouwt de pasbenoemde, gretige Oberinspektor Neumeyer, Henk Spansier als het brein van de actie. Daarover is hij getipt door een Nederlandse bron, zeer waarschijnlijk een douane- of politieambtenaar die ook bij de grens werkt, die Duitsgezind is en een goede band heeft met het hoofd van Duitse douane. Deze laatste tipt de Oberinspektor een week later - op zaterdag 12 augustus, ‘s middags tegen vijf uur – dat Spansier met z’n vakbondscollega Claassen in de tram naar Kleef zit die op dat moment de grens passeert. De Kleefse politiechef Peters slaat meteen toe. Vlakbij de stadsgrens worden Spansier en Claassen door een viertal geüniformeerde nazi’s, onder leiding van de politiechef uit de tram gesleurd. Ze worden hardhandig afgevoerd ‘onder strenge bewaking der met revolvers gewapende bruinhemden naar een Nazi-kazerne (…) waar zij zich moesten ontkleeden’, aldus het verslag in het sociaaldemocratische dagblad Het Volk. Spansier achteraf: ‘Een hunner vroeg me, of ik de Freie Presse verspreid had. Ik antwoordde, dat ik dat niet wist. Toen sloeg hij mij met de vuist in het gezicht, tot drie, vier keer toe. Mijn overhemd was van voren een en al bloed. Ik moest het overhemd toen uittrekken en het onder de kraan uitwassen. “Wij zullen zorgen, zo zei men mij, dat je niet weer levend in Holland terugkomt”. Je kunt begrijpen, welke voorgevoelens mij toen doorstroomden. Ik begon er in die dagen aan te denken met het leven af te rekenen.’ Er volgt een uitgebreid politieverhoor. Spansier wordt vervolgens opgesloten, terwijl Claassen nog diezelfde avond naar huis mag.
Klever Kreisblatt, 15 augustus 1933, juichend over arrestatie Spansier Eerste diplomatieke stappen Politiek Den Haag komt snel in actie. SDAP-Fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Willem Albarda schrijft direct aan de minister van Buitenlandse Zaken, jonkheer De Graeff :‘Ik vrees, dat als niet energiek ten behoeve van dezen Nederlander wordt opgetreden, ook hij een zeer langdurige opsluiting, met marteling en wie weet welk droevig einde tegemoet gaat.’ Dit is immers niet het enige grensincident. Ook in Twente en Limburg waar vele duizenden Duitse grensarbeiders werken, is er sprake van nazi-intimidatie. In Duitsland zelf zijn arrestaties, pogroms en geweld aan de orde van de dag; de Nederlandse pers schrijft er vrijwel dagelijks over. Ook is er veel aandacht voor het showproces rond de Rijksdagbrand met Van der Lubbe in de hoofdrol.
Portret Henk Spansier geplaatst in verschillende dagbladen van De Arbeiderspers tussen 1933 en 1935.
‘Onze partijgenoot is vol goeden moed’ Eind november verhuist Spansier naar de gevangenis in Essen. Vanuit deze plaats bereidt een onderzoeksrechter de zitting voor. Na lang soebatten lukt het advocaat Van der Goes om hem daar te bezoeken, maar liefst vijf maanden na de arrestatie. In Het Volk van 25 januari 1934 vertelt de advocaat ‘Hij maakte op mij een nerveuzen indruk, maar hij was vol goeden moed en had veel lof over zijn behandeling. Het voedsel en de inrichting van de gevangenis waren stukken beter dan te Kleef ‘.
Het Volk, 25 januari 1934 De onderzoeksrechter in Essen laat alle douaniers opdraven die getuige zijn geweest van de distributie van de Freie Presse bij de grens. Geen van hen herkent overigens Spansier als een van de verspreiders. De ook opgeroepen Kleefse politiechef Peters blijft echter overtuigd van de centrale rol van Spansier. Een Nijmeegse spion had hem verzekerd dat Spansier dicht bij de grensovergang in Beek op een caféterras een groot pakket met exemplaren van de Freie Presse had uitgepakt. De politiechef beweert dat beide heren op die bewuste zaterdag op weg waren naar geheime contacten met bevriende Duitse socialisten om nieuw materiaal voor de Freie Presse op te halen, maar daarvan heeft hij geen hard bewijs. In het eerste verhoor had Peters gevraagd naar het doel van hun reis. Spansier had daarop wat onhandig ‘herumgestottert’, terwijl Claassen aangaf dat ze voor het inkopen van kaas naar Kleef waren gereisd. Wel heel merkwaardig als je uit zo’n typisch kaasland komt, concludeert de politiechef fijntjes. Overigens schrijft advocaat Van der Goes van Naters in z’n memoires dat beiden voor een gefingeerde afspraak naar Kleef zouden zijn gelokt. Berlijn 1 augustus 1934: zitting Volksgerichtshof De pers volgt het avontuur van Spansier nauwgezet. Ook in de Eerste en de Tweede Kamer worden vragen gesteld over de zaak. Het is toch wel heel vreemd dat een Nederlander voor verspreiding op Nederlandse bodem van een hier legaal verschijnend blad in het buitenland wordt vervolgd. Dat maakt in feite iedereen in de grensstreek vogelvrij! Daarom vraagt men actie van de regering. Buitenlandse Zaken opereert echter heel voorzichtig en waakt over de neutrale koers van Nederland in de buitenlandse politiek. Men ziet heus wel de vervolging van politieke tegenstanders en joodse burgers door de naziregime, maar zolang de Duitse rechter in dergelijke incidenten nog geen uitspraak heeft gedaan, kan men niet meer doen dan vragen om inlichtingen en aandringen op spoed. Dat doet de Nederlandse gezant in Berlijn dan ook voortdurend. Wat sterk meespeelt in de buitenlandse politiek is dat Den Haag de ‘buren’ niet te zeer wil irriteren vanwege de grote economische belangen in de Nederlands-Duitse betrekkingen. Op woensdag 1 augustus 1934, bijna een jaar na Spansiers arrestatie, begint om 9.00 in het Preussenhaus aan de Prinz-Albrecht Strasse in Berlijn de besloten zitting van de 3. Senat des Volksgerichthofes. De rechtbank bestaat uit twee juristen en drie niet echt neutraal ogende leken: een Fliegerkommodore, een Fregattenkapitän en een ambtenaar van het Abwehrambt. De Gestapo zit erbij, de vier getuigen van het douanekantoor en de Kleefse politiechef. Geen Nederlandse toeschouwer dus. Advocaat Van der Goes van Naters werd de toegang geweigerd omdat er immers al een Pflichtverteidiger was aangewezen. Deze trekt de bewijsvoering in twijfel, maar geeft vooraf nog wel even aan dat hij als oud-frontstrijder moeilijk sympathie voor de gedaagde kon opbrengen. Deze verdediger van Spansier was niet echt betrokken. Dat kan ook nauwelijks omdat hij pas vier dagen met de zaak bezig is; Spansier had hem een dag voor het proces voor het eerst ontmoet. De eis is twee jaar. Rond 12.30 luidt de uitspraak:‘Der angeklagte hat sich als Ausländer einer gegen das Deutsche Reich gerichteten landesverräterischen Handlung schuldig gemacht. Das skrupellose, gemeingefährliche Treiben der im Auslande in deutscher Sprache von Emigranten gegen Deutschland unterhaltenen Hetzpresse zwingt dazu, auch Ausländer, die sich daran beteiligen, empfindlich zu bestrafen’.
‘Im namen des deutschen Volkes’, het vonnis van het Volksgerichtshof; kopie in Nationaal Archief, bron Jaarboek Numaga 2007 In Den Haag schrikt minister De Graeff zich een hoedje als het gerucht gaat dat Spansier net als Van der Lubbe ter dood is veroordeeld. Zijn Berlijnse gezant kan dat gelukkig snel ontzenuwen.
Berlijnse gezant Van Limburg Stirum over de uitspraak op 3 augustus 1934; Nationaal Archief, bron Numaga Jaarboek 2007 In de Nederlandse pers is er brede belangstelling voor de uitspraak in Berlijn.
‘de meest elementaire rechtsbeginselen
(...) verwaarloosd‘, schrijft het Algemeen Handelsblad; ‘onwaardig’, zo stellen de katholieke
Justitia geketend; visie op het vonnis van tekenaar G. van Raemdonck in het linkse politieksatirische weekblad De Notenkraker 28 (1934), 11 augustus 1934 In zijn brochure over de zaak spreekt Van der Goes van Naters over ‘Gekluisterde rechters’. Duitsland is geen rechtstaat meer, stelt hij resoluut. Het is politieke rechtspraak, die de rechten van het individu miskend. Sehr geehrter Herr Führer
Gratieverzoek van Henk Spansier aan Hitler, 19 augustus 1934; kopie Nationaal Archief, bron Numaga Jaarboek 2007 In november krijgt Spansier in Berlijn zowaar bezoek van zijn vrouw. De dure reis wordt mogelijk gemaakt door het Spansierfonds. Hij had de glans in z’n ogen niet verloren, concludeerde zijn vrouw. Ze was ervan overtuigd dat de cel hem niet zou breken. Mevrouw Spansier had teveel vragen voor de vijftien minuten die het Hitlerregime toestond, meldt de socialistische krant Vooruit. Hoe belangrijk de publieke opinie voor het lot van Spansier was, zien we terug bij het interne Duitse getouwtrek over het gratieverzoek. De Gestapo is tegen gratie, maar Duitse diplomaten en het Berlijnse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat nog niet geheel genazificeerd was, wezen op de internationale publieke opinie. Men zag ook wel in dat het juridisch fundament onder het vonnis broos was. Het afwijzen van gratie zou zeker tot hernieuwde politieke ophef leiden. Zij krijgen gelijk, want op 27 februari 1935 wordt de Ausweisungsverfügung getekend en deze wordt in de cel aan Spansier overhandigd. Dan gaat het snel: hij wordt direct overgeplaatst naar een politiecel aan de Alexanderplatz en op 4 maart gaat het per trein richting Münster. Op vrijdagmiddag 8 maart wordt hij aan de grensautoriteiten van Enschede overgedragen. Een reporter van Het Volk: ‘Daar zat onze partijgenoot, bleek, mager, met zenuwachtige oogopslag. Hij at echte Hollandse boterhammen; Hij dronk echte Hollandse thee.’ Spansier nadat hij zijn verhaal heeft gedaan: ‘En nu heb ik maar één verlangen. Zo spoedig mogelijk terug naar mijn vrouw en kinderen. Mijn vrouw heb ik in die negentien maanden een keer gezien. Mijn beide kinderen helemaal niet.’
Het Volk, 9 maart 1935
De Gelderlander, 9 maart 1935
Danktelegram van Spansier en Van der Goes van Naters aan minister De Graeff, 10 maart 1935, Nationaal Archief, bron Numaga Jaarboek 2007 Met de schrik vrij In zijn nazi-cel wordt Henk Spansier niet vergeten door zijn sociaaldemocratische kameraden. Ze vragen voortdurend aandacht voor zijn zaak. De bladen van De Arbeiderspers volgden het wel en wee van Spansier nauwgezet. Het jonge naziregime kon slechts beïnvloed worden via de macht van de publieke opinie. Ook de diplomatieke druk van de Berlijnse gezant hielp mee. Toen had dit nog effect op de Duitse houding, een paar jaar later werd een andere taal in Duitsland gesproken. Dan was het wellicht niet zo goed afgelopen voor Spansier.
De zaak Spansier is een les voor Mussert, aldus G. van Raemdonck op de omslag van De Notenkraker 29(1935), 16 maart 1935 Zo kwam Henk Spansier dus
nagenoeg met de schrik vrij. Vele anderen niet. Het is een betrekkelijk lichte zaak vergeleken bij wat er daarna nog aan gruwelijke
naziterreur en oorlogsellende zou volgen. Dat levert een verklaring waarom het spannende avontuur van Henk Spansier in nazi-Duitsland in de omvangrijke literatuur over de Tweede Wereldoorlog niet voorkomt. In ieder geval mag zijn verhaal in de Nijmeegse geschiedenis over die periode niet meer ontbreken. |