Biografie

© Peter Altena, Digitale bewerking Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Chris Altena

Bedum (Gr.) 1925 - Nijmegen 2000,

tekenaar

"Zijn hele leven tekende Chris Altena"

In zijn jonge jaren blonk hij niet alleen uit in tekenen, maar ook in schrijven. Terwijl hij zich bij het tekenen aan de waarneembare wereld hield, daar verzon hij er bij het schrijven op los. De verhalen die hij in zijn jeugd schreef, heb ik nooit gelezen, maar de verhalen die hij in onze jeugd vertelde, die ken ik nog wel: het verhaal van de krokodil die hem beet en waaraan hij zich ontworstelde, heb ik tot op gevorderde leeftijd geloofd, ook andere verhalen vertelde hij zo goed dat er zelfs niet gedacht werd dat het een verhaal was, nee, wat hij vertelde, was waar gebeurd. In zijn verhalen kroop meer dan eens balorigheid. In zijn tekeningen veroorloofde hij zich dat zelden.
Zijn schooljaren bracht hij door in Bedum, een dorp zo’n tien kilometer ten noorden van ‘stad’. Een bijzondere sympathie had hij voor zijn moeder, Catrien. Zijn vader, Pé, een Fries van komaf en zoon van een Makkumer reder, was de goedgemutstheid zelf, zelfs in omstandigheden die hartverscheurend waren: het schip dat hij geërfd had, sloeg tegen de kade van Harlingen te pletter en daarmee trok het leven naar hem ineens de grijns van de armoede. 
Toen de pastoor van Bedum, die voor zijn dorp en katholieke school katholieke kinderen nodig had, kroostrijke katholieke gezinnen met de belofte van werk lokte, gaf ook mijn vaders vader gehoor en net als de familie Schotanus trok hij naar de provincie Groningen, waar werk wachtte. Dat werk was een nederig baantje in de melkfabriek. In Makkum waren enkele kinderen geboren, in Bedum volgden er meer.
Met andere katholieke gezinnen vormde de familie Altena een strijdbare enclave in een door gereformeerden gedomineerd dorp. Na de lagere school ging Chris Altena naar de ambachtsschool in Groningen, op de fiets. Hij leerde er het vak van timmerman. Die school had hij nog maar net afgerond of hij kon al beginnen op de bouw. 
Na de oorlog vertrok hij als zoveel anderen naar Indonesië, om de guerrilla van de nationalisten te bestrijden. Jongens als mijn vader zagen het als een rechtvaardige strijd, die rust en orde terug moest brengen. Wat zij aan den lijve meemaakten, bevestigde de juistheid van hun visie. 
Buitenland had hij voordien niet gezien, buitenlanders waren er als imposante vreemdelingen plotseling in 1940. Hij was op Java, Sumatra en Celebes, raakte overweldigd door de geuren en kleuren en leerde er ‘wat op leven en dood’ betekende, wat kameraadschap kon doen. Zijn bevordering tot sergeant-majoor was een aanwijzing dat er in de timmerman uit Bedum meer school. Jongens die onder hem dienden, namen in 2000 afscheid van hem en zij omvatten met hun handen mijn handen, tranen in de ogen, en zeiden dat mijn vader als een vader voor hen geweest was. Dat moest ik niet vergeten, dat zou ik niet vergeten.
Bij terugkeer in Nederland was hij zijn onschuld kwijt: in de dorpsheid van zijn jeugd kon hij niet meer terug, maar hij moest nog wel even blijven. Naast zijn werk als timmerman studeerde hij in de avonduren, op de fiets naar de stad. De diploma’s PBNA en BNA passeerde ik dagelijks vele malen, als ik naar mijn kamer of naar beneden ging. Zijn pasfoto was op de diploma’s gehecht: een smal hoofd, kaal en een glimlach, jeugdig ook, zo hing hij daar jaren.
Bij de avondstudie moest hij ook weer tekenen, bouwtekeningen. Het kwam aan op precisie en precies was hij. Ambitieus ook.
In 1953, toen hij nog volop studeerde naast zijn werk, leerde hij mijn moeder kennen: Tiny Bosma. In juli 1955 trouwden zij in Bolsward, het stadje waar mijn moeder geboren was en haar ouders woonden, en zij vestigden zich in Bedum, in de Almastraat.
In 1956 en 1957 werden een zoon en een dochter geboren, de zoon ben ik en de dochter is mijn zus Agaath. Er is een foto waar hij naar mij kijkt, zijn hoofd wat scheef, ik in de armen van mijn moeder en op de achtergrond staat er op een schapje zo’n oude radio. De foto toont een andere wereld, mijn vader was daar de man van de diploma’s, de man zoals ik hem in mijn herinnering niet gezien heb. Mijn vader als jongeman van ongeveer dertig jaar.
In 1957 verhuisden mijn ouders naar de stad Groningen, daar werden nog twee dochters geboren: in 1958 Christa en in 1961 José. Intussen had mijn vader de steigers verlaten en was hij op kantoor beland. Voor zijn gevoel bleef hij de jongen die de wereld vanaf de steiger bekeek. Jongensachtig bleef hij zijn hele leven, ook voor anderen.
In 1961 verlieten mijn ouders het noorden en trokken naar Nijmegen, naar een huis aan de Voorstadslaan. Het grootste deel van hun leven hebben zij daar gewoond, op nummer 52. Zij konden daar vrijer ademen dan in de nabijheid van ouders en schoonouders, familie. Het huis leek soms een opdracht, het moest gaan beantwoorden aan de eisen van de tijd en de verlangens van mijn ouders: de zolder werd omgetoverd in een viertal kamers, er kwam een moderne badkamer op de eerste verdieping, centrale verwarming werd aangelegd, nieuw behang, een nieuwe keuken geïnstalleerd en bij al die werkzaamheden stond mijn vader in de voorhoede, hij deed bijna alles zelf, en mijn moeder stond hem terzijde. Soms leek het alsof zij wedijverden in werkkracht en doorzettingsvermogen, zij gaven voor elkaar niet snel op. Zij waren daar gelukkig en bouwden verder aan dat geluk.
Mijn vader werd in 1961 bouwkundig tekenaar bij de Woningvereniging Nijmegen. In het begin van zijn loopbaan was dat een sterk hiërarchische organisatie, later werden de verhoudingen informeler en soms ook onwaarachtiger. Vakmanschap werd omstreeks 1961 meer gewaardeerd dan later. Mijn vader was betrokken bij heel wat renovatieplannen en bijgevolg moest hij ook de huizen langs: hij ‘nam op’ en met zijn deskundigheid en jovialiteit verwierf hij gemakkelijk ingang.
In het gemak waarmee zijn kinderen konden opgroeien, zag hij niet alleen een zegen, maar ook een gevaar. Als alles komt aanwaaien, kun je dan nog vechten? Hij had voor zijn brood en zijn loopbaan moeten strijden en hij maakte zich zorgen over de weerbaarheid van zijn kinderen. Zij kregen het op een presenteerblaadje, zo dacht hij. Hij werd niet moe te vertellen over de inspanningen die het hem gekost hadden.
Later, toen zijn kinderen middelbare scholen bezochten, schoolde hij zich in het schilderen op de Vrije Academie in Nijmegen. Die scholing, onder meer bij Theo Elfrink, vroeg hem om anders te kijken en anders te verbeelden. De nauwgezetheid waarmee hij zich als bouwkundige onderscheidde, leek een vijand bij het schilderen dat wildheid en een lossere streek van hem vroeg. Hij wilde ook wel gehoorzamen, maar eigenlijk bleven de bloemen en vazen die hij schilderde voor alles precies geschilderd, met liefde en precisie.
Nog weer later kreeg hij les van frater Bossaert op de Westerhelling, waar hij trouw heen ging en waar hij dichter bij zijn talent kon blijven. Behalve schilderijen en tekeningen verschenen er na enige tijd ook beelden van steen en hout in het huis: gevolgen van het geduldig hakken in steen en het bewerken van hout. Niet alleen het scheppen of herscheppen boeide hem, maar ook het materiaal en het gereedschap.
Met zijn pensionering verdween de noodzaak om te gehoorzamen aan een regime dat een ander bedacht had en het lijkt erop dat hij enige moeite had om een nieuw ritme te vinden. Hij bleef tekenen en in de laatste tien jaren van zijn leven tekende hij in Nijmegen en omgeving alles wat los en vast was. Met de fiets trok hij naar hoekjes van de stad en zocht gebouwen, die hij zag met een timmermansoog en tekende met liefde en precisie.
Toen hij stierf, liet hij een prentenboek van de stad na. En een karrevracht aan herinneringen en gemis. Het doet zijn vrouw en kinderen veel plezier om zijn tekeningen gezien te weten, en om te horen dat hij een vakman was, rechtvaardigheid wàs en een onuitputtelijke bron van verhalen en plezier.

Nijmegen, juli 2007
Peter Altena

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: