REPERTORIUM
REPERTORIUM NOVIOMAGENSE
Proeve van een Register van Boekwerken en Geschriften betrekking hebbende op de stad en het Rijk van Nijmegen.
Bewerkt door H. D. J. VAN SCHEVICHAVEN, Gemeente-Archivaris.
Nijmegen, F. E. MACDONALD. 1906.
VEREENIGING OPPIDUM BATAVORUM.

INHOUD:
VOORWOORD.
OPPIDUM BATAVORUM.
ROMEINSCHE OUDHEDEN.
DE STAD NIJMEGEN.
DE BURCHT EN DE KAPELLEN.
KERKEN EN KLOOSTERS.
DE APOSTOLISCHE SCHOOL EN DE QUARTIERLIJKE ACADEMIE.
GESTICHTEN EN GEBOUWEN.
DE WALLEN EN DE ONTMANTELING.
NIJMEEGSCHE GESCHIEDENIS.
PAMFLETTEN EN ANDERE GESCHRIFTEN, BETREFFENDE BURGERTWISTEN EN DERGELIJKE BEWEGINGEN.
ORDONNANTIËN, PUBLICATIËN, ENZ. UITGEVAARDIGD DOOR HET BESTUUR VAN NIJMEGEN.
ZEDEN, GEBRUIKEN EN GEWOONTEN.
RECHTSPLEGING.
VARIA DE STAD BETREFFENDE.
HET RIJK VAN NIJMEGEN EN HET SCHEPENDOM.
SPOORWEGEN.
AANHANGSEL. Biographiën en genealogiën van beroemde Nijmegenaars.

N.B. De letters P. G. N. C. beduiden: Provinciale Geldersche- en Nijmeegsche Courant.


VOORWOORD.
   Het repertorium dat hierbij den leden der Vereeniging Oppidum Batavorum wordt aangeboden, beoogt het geven van een systematisch register van boekwerken, bijdragen, verhandelingen, dagbladartikelen, enz. enz. de stad Nijmegen betreffende. Dat daarbij van volledigheid geen sprake kan zijn, zal elkeen begrijpen. Het onderwerp is te uitgebreid, de geschriften zijn te zeer verspreid, dan dat iemand zou durven hopen daarmede in zijn geheelen omvang bekend te zijn. Daarbij rees de vraag, wat op te nemen, wat uit te sluiten? Misschien heb ik in sommige opzichten te weinig opgegeven, in andere te veel plaats ingeruimd aan onbelangrijke zaken. Dergelijke tekortkomingen zijn haast onvermijdelijk, doch zooveel de omvang mijner compilatie toeliet, heb ik getracht mij te houden aan het nuttige oude motto: "Elck wat wils".
   Zoo konden dan ook plakkaten, publicaties en dergelijke zaken niet geheel achterwegen blijven, daar zij een betrouwbaar inzicht geven in de maatschappelijke ontwikkeling der Stad, en ons de vaderlijke zorg van derzelver bestuur voor oogen stellen. Doch het onder die rubriek bijeengebrachte moest uit den aard der zaak uiterst onvolledig blijven. Dergelijke stukken, ware eendagsvliegen, zijn uitermate ephemeer. Om verschillende redenen was het verkieslijk deze serie aftesluiten met het einde der 18e eeuw.
   Op enkele uitzonderingen na, zijn alle titels afgeschreven naar de oorspronkelijke drukken, en is alles (behalve het kwistige gebruik van hoofdletters) getrouw wedergegeven, wat op de, bij de geschriften van ouderen datum veelal breedsprakige titelbladen te lezen staat. Waar ik de geschriften zelven niet te zien heb gekregen, en de titels moest afschrijven uit gedrukte catalogussen, die deze veelal afkorten, is dit kenbaar aan de reien punten waarmede het uitlaten van woorden is aangeduid.
   Verder zijn er enkele drukwerken wier voormalig bestaan mij gebleken is, doch die ik in geen der door mij bezochte bibliotheken heb mogen aantreffen, noch in gedrukte catalogussen vermeld vond. Zoo leest men, b.v. in een raadsbesluit van 6 Maart 1618, dat de om het geloof uit Aken geweken protestanten klaagden bij den Raad, dat zij "onschuldich gelasterd worden, door een boecksken, door een der drie predikanten te deser stede in het licht gegeven". Dat boekje schijnt ten eenemale verloren gegaan te zijn.
   Den 28 October 1707 protesteerde de Raad tegen het gebruik van militairen in de Wageningsche geschillen, en besloot dat het deswegen door hem ingediende protest "met den druck sal worden gemeen gemaakt, en aan Haar Ho. Mo. toegesonden". Den volgenden dag vond men goed deze missive per expres af te zenden. En 9 November daaraan volgende: "Verlesen tdebath deser stadt, dienende op het antwoordt van de ridderschap en de vier steden van Veluwe, en 'tselve geapprobeert, om met praeallabele concurrentie van de gemeynsluyden gedruct te worden". Geen dezer beiden is mij onder de oogen gekomen.
   Verloren gegaan schijnt ook een "Species facti en Sententie van een scandaleuze zaak, afpersing door twee luitenants tegen den koster der kleine [Broer-]kerk", waarvan de Nederlandsche Jaarboeken, 1753, bl. 701, zeggen, dat het "gedruct bij van Goor, alom te bekomen" is.
   Zoo moet er natuurlijk meer teloorgegaan zijn.
   Een alphabetisch register scheen mij bij dit repertorium overbodig, aangezien de afdeeling in rubrieken het onderzoek in een geschriftje van zulk een beperkten omvang als het onderhavige, voldoende vergemakkelijkt.
NIJMEGEN, 30 October 1906.
v S.



OPPIDUM BATAVORUM.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Smith, J. (Smetius) 1645 Oppidum Batavorum seu Noviomagum, liber singularis. Quo ostenditur Batavorum Oppidum Corn. Tacito, lib. Hist. V, c. 19 memoratum, esse Noviomagum. Amsteldami, 1645, 4° met één plaat. Van dit werk komen exemplaren voor met het jaartal MDCXLIV, niet voorzien van het merk van Blaeu, de sfeer, maar met dat van den Nijm. drukker Nic. van Hervelt, het wapen van Nijmegen en het omschrift COELOQUE SOLOQUE. Waarschijnlijk waren de exemplaren van 1644 geschonken aan den magistraat en misschien aan andere belangstellenden, en werden die met het jaartal 1645 voor den handel uitgegeven.
Hornius, G. 1668 De Insula et Oppido Batavorum quod Neomagum vocant. Dissertatio IIa, van Dissertationes Historicae et Politicae. Lugd. Batav. 1668, 12°.  
In de Betouw, J. 1783 De Castris Veteribus, Ulpiis sive Trajanis, Colonia Trajana, Burginacio, Harenacio, Batavorum Oppido illustrium eruditorum epistolae, ex autographis editae, Neomagi, 1783, 8°.  
In de Betouw, G. C. 1785 Commentatiuncula in C. Corn. Taciti Hist. Lib. V, cap. XIX, ubi bellum Batavorum narrat . . . Neom. 1785, 8°. volledige titel: "Commentatiuncula in C. Corn. Taciti Hist. Lib. V, cap. XIX, ubi bellum Batavorum narrat, a Cereale cum Claudio Civile gestum et exustum a Civile Batavorum Oppidum, qua ostenditur nonlegendum apud Tacitum Oppidum Batavodurum, neque Oppidum Vetera, sed Oppidum Batavorum. Nec Batenburgum, neque alium, si Neomagum excipias, locum esse cui id Batavorum Oppidi nomen conveniat."
Jonckers, R. H. Graadt 1845 Bato en zijne stad; eene bijdrage ter herinnering aan de komst der Batavieren te Nijmegen. Nijm. 1845, 8°.  
Schneider, J.   Nymmegen im Alterthume. Bonner Jahrbucher H. 35.  
Schneider, J.   Batavodurum, Oppidum Batavorum, Noviomagus, Castrum Numagen, Nymwegen Bonner jahrb. H. 35.  
Ritter, J.   Batavodurum und Noviomagum Bonner jahrb. H. 36.  
Schevichaven, H. D. J. van   Vraagstukken uit de geschiedenis van Nijmegens Voortijd. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IX.  
ROMEINSCHE OUDHEDEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Smetius, J.   Pinacotheca seu notitia rarissimae suppellectilis antiquariae et praestantissimae flavissae *) Romanae . . . Noviom. s. a. 4°. volledige titel: "Pinacotheca seu notitia rarissimae suppellectilis antiquariae et praestantissimae flavissae *) Romanae, privato liberali pretio plurimoque labore totius antiquitatis peritissimi et sui ordinis doctissimi Johannis Smetii P. M. phil. prof. et verbi divini praeconis trium et triginta annorum curriculo in veteri Batavorum Oppida collectae." *) Te vergeefs zal men in de meeste lexica dit ongewone woord zoeken, welks beteekenis bij de latere Romeinen reeds minder bekend was. De verklaring geeft Aulus Gellius, Noct. Att. II, X,3: "Favissas id esse cellas quasdam et cisternas, quae in area sub terra essent, ubi reponi solerent signa vetera quae ex eo templo [Capitolino] collapsa essent, et alia quaedam religiosa e donariis consecratis . . . . sed Q. Valerium Soranum solitum dicere ait quod thesauros Graeco nomine appellaremus priscos Latinos flavissas dixisse.
In de Betouw, J. 1805 Nijmegen verdeeld in wijken, straaten en steegen, boven en beneden de stad, met Ubbergen,Beek en Holledoorn, voor zoo verre betreft hetgeen aldaar gevonden is van Romeinschen oorsprong en ouderdom. Nijm. 1805, 8°.  
In de Betouw, J. 1806 Bijvoegsel tot de gevondene oudheden te Ubbergen en Beek, op blz. 45 en volgende [van bovenstaand werk]. Nijm. 1806, 8°.  
  1653 Suppellex antiquaria dni. Johannis Smethii, antiquarij Neomagensis (dum viveret) celeberrimi.   Korte opgave der voorwerpen in de verzameling van Smetius, welke hierbij en bloc te koop geboden wordt. Bevindt zich achter den catalogus zijner boeken, die op 10 Sept. 1653, bij auctie door Peter Leffen, in den Phenix, in de Kloksteeg te Leiden, om 8 uur in den morgen en 2 uur in den namiddag, verkocht zouden worden. Later verscheen hiervan nog een uitgave te Amsterdam en een te Nijmegen.
Smetius, J. [anoniem]   Thesaurus antiquarius Smetianus, seu notitia elegantissimae supellectilis Romanae et rarissimae pinacothecae antiquariae, privato liberali pretio plurimoque labore ou THaumasiou ou Makaritou Johannus Smith a Kettenis tria et triginta annorum curriculo in Amstelod. s. a. Kl. 8°. volledige titel: "Thesaurus antiquarius Smetianus, seu notitia elegantissimae supellectilis Romanae et rarissimae pinacothecae antiquariae, privato liberali pretio plurimoque labore ou THaumasiou ou Makaritou Johannus Smith a Kettenis tria et triginta annorum curriculo in veteri Batavorum Oppido collectae." Een exemplaar van dit zeldzame werkje berust in de bibliotheek van het Gem. Museum. Het bevat enkele aanteekeningen van de hand van Smetius. Aan het einde vindt men vijf teekeningen van Rom. lampen, enz. en in een andere hand dan die van Smetius de volgende aanteekeningen: A°. 1653, 24 Augusti, is door last van den Hertog van Holstain ten huize van J. Smetius, F(ilius) gekomen Adam Oleanus, en heeft, met een nauwkeurig oog de Antiq. doorziende, voor de medaillies geboden 5000. gl. te geven. Derck Martyn, uyt last van seker clooster 6000 gld. A°. 1661, 22 Maart, C. Klerck 2000 Rijksdlrs. Nog eens van seker clooster voor de dubbelde penningen 3000 gl."
Smetius, J. 1678 Antiquitates Neomagenses sive notitia rarissimarum rerum antiquarum . . . Noviom. Batav. 1678, 4°. Met 4 platen. volledige titel: "Antiquitates Neomagenses sive notitia rarissimarum rerum antiquarum, quas in vetere Batavorum Oppido studiose comparavit Johannes Smetius, pater et filius. In qua annuli, gemmae, amuleta, claves, styli, tintinnabula, fibulae, lampades, arae, marmora, mensurae, pondera, statuae, sigilla, lagenae, vasae, atque alia antiquorum monumenta explicantur, et varia Romanorum numismata, hactenus non visa, illustrantur."
Gronovius, J. 1693 Disquisitio de icuncula Smetiana, quam Harpocraten indigitarunt, ubi et ipsius vera facies evulgatur et quod in ea lateat aenigma explicatur, ad eruditissimum et politissimum virum Jacobum Henricium. Lugd. Batav. 1693, 4°. Afbeelding van dit beeldje in Arksteé Oude Hoofdst. der Batav. 1732, bl. 60; 1788, bl. 55.
Cannegieter, H. 1766 Epistolae ad illustrissimum comitem Ottonem Fredericum de Lynden, de are ad Noviomagum Gelriae reperta, aliisque inscriptionibus nuper effossis. Arnh. 1766, 8°.  
  1783 De Lucernis veterum reconditis in agro Neomagensium suburbano et intra oppidi pomoeria effossis Jo. Fred. Gronovii, Nic. Heinsii, et Jo. Smetii epistolae, ex autographis editae. Neom. 1783, 8°.  
  1783 De columna milliaria Imp. Caes. Nervae Trajani supra Neomagum in pago Beek effossa Jo. Is. Pontani et Jo. Smetii epistolae, ex. autogr. editae. Neom. 1783. 8°.  
  1783 De Fibulis antiquorum vestiariis in agro Neomag. suburb. ad Gallicam Vahalis ripam erutis cl. Salmasii, Jo. Fred. Gronovii, et Jo. Smetii epistolae, ex autographis editae. Neom. 1783. 8°.  
  1783 De Monumentis sepulcralibus praesidiariorum militum Romanorum legionis X geminae ad Neomagum conditorum Jo. Is. Pontani et Jo. Smetii epistolae, ex autogr. editae. Neom. 1783. 8°.  
  1783 De Aris et lapidibus votivis ad Neomagum et Sanctenum effossis Gisberti Cuperi epistolae, ex autogr. editae. Neom. 1783, 8°.  
Cannegieter, H. 1784 De Mercurii Harpocratis aliisque Romanorum sigillis ad Neomagum erutis et inscriptionibus antiquis Gisberti Cuperi epistulae, ex autogr. editae. Neom. 1784, 8°.  
In de Betouw, J. [anoniem] 1784 Antiquitatum Rumanarum et Batavicarum in agro Neomagensium suburbano erutarum indiculus. Neom. 1784, 8°.  
In de Betouw, J.   Nummi consulares seu familiarum Romanarum; Gemmae et suppellex antiqua. Neom. 3 st. 8°. In het Kabinet van In de Betouw aanwezig.
In de Betouw, J.   Nummi consulares seu familiarum Romanarum denarii, quinarii et sestertii, omnes argentei tantaeque integritatis plerique ut num demum malleos et incudem exiisse videri possint. Neom. s. a. 8°.  
In de Betouw, J.   Nummi imperatorum Romanorum Augustorum, Caesarum Augustorum, etc. Neom. s. a. 8°.  
In de Betouw, J. 1785 De Sarda seu Carneola crucem et pisculos referente, ad quartum lapidis jactum infra Neomagum, non procul Vahalis ripa inventa. Neom. 1785. Afbeelding van deze gem in Arkstée, Oude Hoofdst. der Batav. 1732, bl. 55; 1788, blz. 51.
In de Betouw, J. [anoniem] 1787 De Operculis pyxidum M. Ulpii Heracletis, myropolae, prope Neomagum inventis. Neom. 1787. XV. Kal. Decembris. 8°.  
In de Betouw, J. [anoniem] 1787 Vertaaling en korte uitlegging van de opschriften op altaaren en gedenksteenen der Romeinen, binnen en omtrent Nijmegen uitgegraven, en op het raadhuis aldaar geplaatst. Nijm. 1787, 8°.  
In de Betouw, J. 1802 Iets betreffende de gevondene oudheden op de Winseling, Lennepe-Kamer en den Roomschen Voet, benevens eene vertaling en uitlegging van een grafsteen van P. Cornelius Licinius, bij liet ontblooten der grondslagen van den Burgt ontdekt. Nijm. 1802, 8°.  
  1808 Opgravingen in de Holle Doorn. Kunst- en Letterbode, Decemb. 1808. Op bevel van Koning Lodewijk en onder leiding van In de Betouw.
In de Betouw, J. [anoniem] 1819 Romeinsche overblijfselen opgedolven in den omtrek van Nijmegen door Italiaansche en Fransche oudheidkundigen beoordeeld. Nijm. 1819. 8°.  
  1822 Catalogue du cabinet de medailles antiques et modernes . . . délaissés par Mr. Johannes in de Betouw . . . Amst. 1822, 8°. volledige titel: "Catalogue du cabinet de medailles antiques et modernes, ainsi que de quelques pierres gravées et antiquités délaissés par Mr. Johannes in de Betouw J. U. D. décédé á Nimègue le 11 Nov. 1820. Dont la vente publique et volontaire se fera à Nimègue, le 30 Sept. 1822 et jours suivants."
Schevichaven, D. H. J. van   Zilveren kommetjes bij Nijmegen gevonden. Vriend des Vaderlands, D. IV.  
    De Romeinsche oudheden van Nijmegen uit den naasten omstreek. Westendorp en Reuvens Antiquiteiten. D. II, 1.  
  1834 Romeinsche opgravingen bij het fort Krayenhoff. P. G. N. C. 16 Sept. 1834. De fundamenten van twee zijden van een rechthoekig gebouw; de eene zijde lang omtr. 90, de andere 60 el. Men beschouwde het als overblijfselen van thermae.
  1840 Een Steenen kist te Nijmegen gevonden. Kunst- en Letterbode, 1840.  
Lemans, C.   Romeinsche steenen doodkisten, bij Nijmegen in den zomer van 1840 opgedolven, en thans met de daarin gevonden voorwerpen bewaard in het Museum van Oudheden te Leyden. Bijdr. Vad. Gesch. en Oudheidk. III met afbeeldingen.  
Lemans, C.   Römische Inschriften auf dem Rathhause zu Nimwegen. Bonner Jahrb. XII.  
Lemans, C.   Overblijfselen van Romeinsche gebouwen, nabij Berg-en-daal, aan den ouden weg van Nijm. op Kleef. Bijdr. Vad. Geschied. en Oudheidk. D. IV.  
Janssen, L. J. F. 1840 Over de oudheidkundige ontdekking tusschen de dorpen Beek en Wielderen, 8 en 10 Jan. 1840. Alg. Kunst- en Letterbode, 1840 No. 3; overdrukken Nijm. en Leiden 8°.
Janssen, L. J. F. 1844 Een Romeinsche Tegel voorzien van Latijnsch cursief schrift, gevonden in de nabijheid van Nijmegen. 's Gravenh. 1844, 4°. m. pl. Aanteekening hierop in "de Navorscher" 1874, bl. 91.
Janssen, L. J. F.   Beschrijving van het Kabinet van den heer P. C. G. Guyot te Nijmegen. Bonner Jahrb. B. VII.  
Janssen, L. J. F. 1841 Beschreibung eines Romischen Ziegels mit zwiefachem Lateinischen Alphabet, ausgegraben in der Nähe van Nijmegen. Leyden, 1841, 4°. m. pl.  
Janssen, L. J. F. 1844 Ontdekking van een Romeinschen grafsteen te Ubbergen. Oudheidk. Meded. D. IV en 's Gravenh. 1844, 8°. (niet in den Handel).  
Heldring, O. G. [anoniem] 1839 Een urne te Ubbergen bij fakkellicht uitgegraven. Geld. Volksalm. 1839.  
Heldring, O. G. 1843 de Holle Deurn, bij Beek en Berg-en-daal. Geld. Volksalm. 1843.  
Janssen, L. J. F.   Ontdekking van Romeinsche hypocaustums, outaren, enz. te Holledoorn. Oudheidk. Meded. D. IV.  
Janssen, L. J. F. 1850 Nieuwe ontdekkingen van Romeinsche Oudheden te Holdeurnt, onder Groesbeek. Bijdr. Vad. Gesch, en Oudheidk. D. VII. 1850.  
Janssen, L. J. F. 1865 Over twee Romeinsche opschriften in cursief schrift, op tegels in Holdeurnt, onder Groesbeek, gevonden. Versl. en meded. der Kon. Acad. van Wetensch. D. IX, 1865, m. 2. pl.  
Janssen, L. J. F.   Iets over een nieuw ontdekten Romeinschen tegel met opschrift gevonden te Holdoorn, onder Groesbeek. Versl. en Meded. d. Kon. Akad. v. Wetensch. 2 R. D. XII.  
Heldring, G. O. [anoniem]   Römische Alterthümer in Wielder und Holdeurnt. Bonn. Jahrb. XXI en XXII.  
Janssen, L. J. F. 1850 Een Romeinsch toiletdoosje uit de 2e eeuw, aan den Waaloever bij Nijmegen gevonden. Bijdr. Vad. Gesch. en Oudh. 1850, D. VI. Dit voorwerp bevindt zich thans in het Gemeente Museum.
Janssen, L. J. F.   Bericht uber drei alte bei Nimwegen gefundene Fläschen. Thür. Verein. Neue Mitth. B. V.  
Schneider, J.   Die römische Niederlassung in Holledorn und der Teufelsberg, bei Nymwegen. Bonn. Jahrh. B. XXVII.  
  1873 Beschrijving van de Gemeente-Verzameling te Nijmegen, van gedenkteekenen van Vóór-Germaanschen, Germaanschen en Romeinschen oorsprong, en van lateren tijd. 2e druk. Nijm. 1873, 8°.  
    Eenige voorwerpen van Romeinschen oorsprong uit de Gemeente-Verzameling op het raadhuis te Nijm. heschreven door de commissie ter bewaring van gedenkstukken van Geschiedenis en Kunst. Bijdr. voor Vaderl. Geschied. en Oudheidk. N. R. IV.  
Krul van Stompwijk, J. V. W. en Scheers, J. H. A. 1864 Beschrijving van de voorwerpen van Germaansch-Celtischen en Romeinschen oorsprong, en van lateren tijd, uitmakende de Gemeente-Verzameling te Nijmegen. Nijm. 1864, 8°.  
  1873 Beschrijving van de voorwerpen van Germaansch-Celtischen en Romeinschen oorsprong, en van lateren tijd, uitmakende de Gemeente-Verzameling te Nijmegen. Tweede druk. Nijm. 1873.  
Abeleven, Th. H. A. J. en Voorthuijsen, A. M. van 1890 Beschrijving van de voorwerpen van Germaansch-Celtischen en Romeinschen oorsprong, en van lateren tijd, uitmakende de Gemeente-Verzameling te Nijmegen. Derde druk, 1890.  
Abeleven, Th. H. A. J. en Bijleveld, C. G. J. 1895 Beschrijving van de voorwerpen van Germaansch-Celtischen en Romeinschen oorsprong, en van lateren tijd, uitmakende de Gemeente-Verzameling te Nijmegen. Vierde druk. Nijm. 1895.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Onze Romeinsche oudheden en verzamelingen daarvan. Penschetsen II, blz. 268-279.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Winsseling. Penschetsen III, blz. 076-082.  
Scriverius   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Tab. Antiq. Batav. p. 197-206 vermeld in voetnoot
Pontanus   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Hist. Gelr. I, p. 8-10 vermeld in voetnoot
Smetius, J.   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Opp. Bat. C. IV, p. 28-37 vermeld in voetnoot
Cuperus   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Mon. Ant. p. 226 et seqq. vermeld in voetnoot
Cannegieter   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] de Brittenburg, p17 et 127 vermeld in voetnoot
    [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Mon. Dodenwerd. p. 220 et 265 vermeld in voetnoot
Hagenbuchius   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Miscell. Observ. Crit. XII, p. 349 et seqq. vermeld in voetnoot
Engelberts   [bespreking van Romeinsche Oudheden te Nijmegen gevonden] Aloude Staat, IV, bl. 320-341. vermeld in voetnoot
DE STAD NIJMEGEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Guicciardini, L. 1567 Descrittione di tutti i Paesi Bassi. Firenze 1567. Op. f. 156. Uitvoerige beschrijving van Nijmegen en zijn Romeinsche 0udheden. Van dit werk bestaan Fransche en Latijnsche vertalingen.
Coryat, Th. 1611 Crudities hastily gobbled up in five months travells in France, Savoy and the Netherlands. London, 1611, 8°. Bevat een uitvoerige en tamelijk juiste beschrijving van Nijmegen.
Pontanus, J. I. 1628 Noviomagum Gelriae ducatus urbs primaria. . . Hardervici, 1628, 4°. 24 p. volledige titel: "Noviomagum Gelriae ducatus urbs primaria. Desumpta haec Neomagi descriptio caeteraque quae in ea explicantur, ex primo libro operis historici quod modo de universo illo ducatu, ut et comitatu Zutphaniensi adornatur, authore Joh. Isacio Pontano, ducatus Gelriae ac comitatus Zutphaniae histographo." In de Betouw vergist zich, wanneer hij op bl. 274 der Chronijk van de stad der Batavieren verklaart dat dit werkje "door den druk nooit is in het licht gegeven." Bodel Nijenhuis kende er slechts één exemplaar van, berustende op de Openbare Bibliotheek te Arnhem. Ik ontdekte een tweede op de Kon. Bibliotheek te Munchen, en een derde werd door mij gekocht op een boekveiling bij Gouda Quint te Arnhem, 8 Oct. 1897.
Smetius, J.   Beschryvinge van Nymegen.   Vooraan in de Kroniek, 3e kwartaal 17e eeuw. "Deze beschryvinge was in 't Latijn gestelt [door J. Smetius Sr.] om d'eerste plaets te hebben in 't Tonneel der Steden van de Vereenigde Nederlanden, en de vervattede in sich seecker geschrift onder den naem van Commentariolus de Noviomago, van hem gemaeckt, en bij sijn leven van J. de Laet in Republica Belgii confoederati onder den tijtel van Regimen Politicum et civile urbis Noviomagensis ingevoeght, en na sijn doot mede gestelt in [de vertaling van] 't boeck van Lud. Guicciardin, genaemt Descriptio totius Belgii, welcke beschryvinge naderhant al te nau door iemandt ('k en weet niet wien) van woort tot woort is verduytst, waerom het my goet heeft gedacht, deselve te oversien ende met een aengeboorene vryheyt daer het behoorde, oock te veranderen ende op sulcke wejse nu te voegen by de Chronijck of het gedenck-boeck van de oude Stadt der Batavieren." Aldus in de Voorrede Chronijck, bl. 5.
Pontanus, J. I. 1689 Neomagum. Historia Gelrica. 1689, p.28. Met vogelvlucht plan.  
Slichtenhorst 1654 Nymegen. Geldersse Geschiedenissen. 1654, bl. 33. Met vogelvlucht plan.  
  1741 Nijmegen. [Wagenaar, J] Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden D. III. Gelderland, bl. 198-225. 1741, 4°.  
Arkstée, H. K. 1733 Nymegen, de oude hoofdstad der Batavieren, in dichtmaat beschreven, en met aanteekeningen, de oudheden van de stad en die van het Quartier van Nymegen, betreffende, opgeheldert. Met printverbeeldingen. Amst. 1733, 8°.  
Arkstée, H. K. 1738 Nymegen, de oude hoofdstad der Batavieren, in dichtmaat beschreven, en met aanteekeningen, de oudheden van de stad en die van het Quartier van Nymegen, betreffende, opgeheldert. Met printverbeeldingen. 's Gravenh. 1738, 8°.  
Arkstée, H. K. 1788 Nymegen, de oude hoofdstad der Batavieren, in dichtmaat beschreven, en met aanteekeningen, de oudheden van de stad en die van het Quartier van Nymegen, betreffende, opgeheldert. Met printverbeeldingen. Nijm. 1788, 8°. "Veel vermeerderd en verbeterd" [door J. in de Betouw].
Hoet Jz., C. ten 1825 Het Geldersch lustoord, of beschrijving van Nijmegen en derzelver omstreken, met Geschied- en Oudheidkundige bijzonderheden. Nijm. [1825] 8°.  
Hoet Jz., C. ten 1826 Tweede verbeterede en vermeerderde druk. Nijm. [1826] 8°.  
Hoet Jz., C. ten [anoniem] 1828 Handboekje voor reizigers welke vermaakshalve de stad Nijmegen en haren omtrek bezoeken. Nijm. 1828, 8°.  
Buurman, J. 1829 Aardrijkskundige beschrijving der stad Nijmegen. Nijm. [1829], 8°.  
  1836 Wandelingen in de stad Nijmegen en hare omstreken. Met 12 naar de natuur geteekende platen. Nijm. 1836, 4°.  
  1836 Promenade pittoresque dans la ville de Nimègue et ses environs; avec douze gravures dessinés d'après nature. Nim. 1836, 4°.  
Clemens, C. H. 1837 De stad Nijmegen en derzelver omstreken. Met platen. Nijm. 1837, 12°.  
Clemens, C. H. 1839 De stad Nijmegen en derzelver omstreken. Met platen. Tweede druk 1839, 12°.  
Clemens, C. H. 1838 Nimègue et ses environs. Manuel à l'usage des étrangers. Nim. 1838, 12°.  
Aa, A. J. van der 1846 Beschrijving van Nijmegen Aardrijksk. Woordenb. der Nederlanden, 1846, D. VIII, blz. 215.  
Kelder, W. J. 1854 De stad Nijmegen en hare omstreken, geschiedkundig en plaatselijk beschreven. Nijm. 1854, 12°.  
Klappert, H. J.   De stad Nijmegen en hare omstreken, geschiedkundig en plaatselijk beschreven, voorzien van een uitslaande kaart, voorstellende de platte grond van Nijmegen, Nijm. z.j. 12°.  
Klappert, H. J.   De stad Nijmegen en hare omstreken, geschiedkundig en plaatselijk beschreven, voorzien van een uitslaande kaart, voorstellende de platte grond van Nijmegen, Opnieuw herzien en vermeerderd, Nijm. z.j. 12°.  
  1860 Een wandeling door Nijmegen. Volksalmanak der Maatschappij tot Nut van het Algemeen. 1860.  
Havard, H. 1876 La Hollande pittoresque, ch. XIX, Nimègue, 1876.  
Feenstra, Jr. P. 1884 Noviomagum Redivivum. Eigen Haard, 1884, N°. 43.  
Banning, H. A.   Naar Nijmegen, Katholieke Illustratie. 6e jaargang.  
Rombout, J. (J. R. van der Lans.)   Nieuw Nijmegen, Kath. Illustr 22e jaargang.  
Staats Evers, J. W. 1891 Nijmegen beschreven. Arnh. 1891. 8°.  
Blomfield, R. 1891 Nymegen; an old town in Holland. The English illustrated Magazine, July 1891.  
Haar Bzn., B. ter 1892 Wandelingen door Nijmegen. Nijmeegsch Weekblad, 8 Maart 1892 tot 1 Nov. 1893.  
Schevichaven, H. D. J. van 1896 Oud Nijmegens straten, markten, pleinen, open ruimten en wandelplaatsen. Nijm. 1896. 8°.  
Minnaert, G. D. 1901 Nijmegen en omstreken. Tijdschrift van het Willemsfonds. Gent, 1901. 8e afl.  
Goris, L. 1630 De laudibus Noviomagi, urbis Gelriae ducatus primariae, a°. 1630. Bij raadsbesl. van 15 Sept. 1630 ontving Goris f 50, voor de dedicatie en presentatie van dit hendekasyllabum. Het komt voor in zijn Farrago Carminum abortivorum, p. 4. Met de vertaling door den organist Wijnand van Westen is het opgenomen in Smetius' Chronyck, bl. 155 en 161, en met een vertaling van E. J. B. Schonck, achter In de Betouw's uitgave der Chronyk blz. 275 en 286.
Haps, P. van 1646 Lof ter eeren van de stadt Nieumegen. Hier is by-ghevoecht den Nieumeegschen Maeghdenkrans. Nieum. 1646, 4°. 32 blz. Het eenige mij bekende exemplaar van dit dichtwerkje berust in de bibl. van het British Museum, te Londen. Het is opgedragen aan de "Nieumeegsche Jonckvrouwen", die van Haps aanspreekt als "sinnelycke Nieumeegsche Nimphjes". Met den "maeghdenkrans" schijnt bedoeld te zijn de "rey van Nieumeegsche harders en harderinnen", welke, op bl. 22, op het Kalverbosch zingend worden voorgesteld. Aan het einde van het gedicht vindt men: "Nieu-meegsche danckbaerheyt tegens den hooch-geleerden, wijt beroemden Johannes Smith [Smetius] bedienaer des goddelycken Woordts tot Nymeghen", benevens een andere ontboezeming ten opschrift voerende: "De Stadt spreekende".
Smetius, J.   Carmen in Noviomagum, urbem olim Batavorum, hodie Gelrorum primariam.   Achter zijn Chronyck bl. 168 met vertaling door zijn zoon, en in In de Betouws uitgave van dit werk, bl. 281, met vertaling van E. J. B. Schonck, blz. 293.
Selonius, W.   Lofdicht op de vryheyd van Nymegen.   Dit geschrift is mij alleen bekend uit een aanhaling in Arkstée's 0ude hoofdst. der Batav. 1732, bl. 19; 1788, bl. 18 -Selonius werd aangesteld tot rector der Latijnsche school in 1698.
Schonck, J. 1787 Oratio in laudem Noviomagi, publice habita quinto Id. Febr. MDCCLXXXVII, Cum amplissimorum gymn. Noviom. curatorum decreto, ad lectiones publicas promoveretur. Noviom. MDCCLXXXVII. 4°. Met de Nederl. vertaling er tegenover.
Wittichius, C. 1655 Gibea Gelrica, seu oratio qua convenientia inter Gibeam Benjaminis et Neomagum demonstratur, habita Neomagi, a prof. Wittichio. Noviom 1655, 4°. Christophorus Wittichius werd in 1654 uit Duisburg beroepen tot hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de Nijm. lllustre School.
  1834 Zes gezigten der stad Nijmegen, met een korte beschrijving der gezigten . . . Nijm. 1834. volledige titel: "Zes gezigten der stad Nijmegen, met een korte beschrijving der gezigten, als 1e. het Stadhuis, 2e. de Groote of St. Stephanuskerk, 3e. de Belvedere. 4e. de kade aan de rivier de Waal en de Kraan, 5e. de Heidensche Kapel op het Valkhof, en 6e. De ruïne op dezelfde wandelplaats." Deze thans zeldzame uitgave werd aldus aangekondigd door den uitgever C. A. Vieweg, in de Nijm. Courant van 9 April 1834, "in een netten omslag met het wapen der stad". De zes plaatjes, goede lithographietjes, hangen, zonder text, in de leeszaal der Gemeente-Bibliotheek.
Bestler, J. 1903 Eine studienfahrt nach Nymwegen, veranstaltet vom Clevischen Altertumsverein, am 27 Septb 1903. Clever Kreisblatt, 30 Sept. 1903.  
DE BURCHT EN DE KAPELLEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
In de Betouw, J.   Lotgevallen en eindelijke ondergang van den alom vermaarden burgt binnen Nymegen. Nym. z. j. 8°.  
In de Betouw, J. 1804 Bijvoegsel tot de lotgevallen van den gewezen burcht te Nijmegen, betreffende de aloude tapellen aldaar. Nijm. 1804.  
Hasselt, G. van 1805 Bydragen voor den burg van Nymegen, tevens onder d'oude dieren daarvan, die auer-ox gegischt, wiens kop by den doorbraak des banddyks te Weurd in dit jaar aldaar te voorschyn kwam. Arnh. 1805, 8°.  
Schonck, E. J. B. 1895 Lotgevallen van Nijmeegens burgt, gezegd het Valkhof. Nijm. 1895, 8°.  
Schonck, E. J. B. [anoniem] 1817 Wandeling over het Valkhof, eersten October, 1817. Nijm. 1817, 8°.  
Schonck, E. J. B.   Nijmeegsch Alzicht op den Hofberg, van ouds het Valkhof genaamd.    
Clemens, C. H. 1838 het Valkhof in den herfst van 1838.    
Reuvens, C. J. C.   De Kapellen op den Hofberg te Nijmegen. Westenberg en Reuvens' Antiquiteiten. D. II, bl. 122.  
Jonckers, R. H. Graadt 1840 Gedachte bij de Heidensche Kapel op het Valkhof te Nijmegen. Geldersche Volksalmanak 1840.  
Oltmans, A.   Beschrijving en archaeologisch onderzoek der achthoekige- en Romaansche kapellen op het Valkhof te Nijmegen. Bouwkundige Bijdragen uitgegeven door de Mij. van Bouwk. D. III, m. pl.  
Oltmans, A. 1847 Decription du la chapelle carlovingienne et de la chapelle romane, restes du chateau de Nimègue. Recherches archéologiques. Amst. 1847, f°. m. pl.  
  1857 Het Valkhof. Merkwaardige kasteelen van Nederland, door Mr. J. van Lennep en W. J. Hofdijk. 2° serie, II. 1857, 8°.  
Goossen, G. 1866 Het Valkenhof te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1866.  
Kramm, C. 1866 De Romaansche kapel te Nijmegen. De Navorscher, 1866, bl. 72; 137.  
Scheers, J. H. A. 1876 Het Valkhof te Nijmegen. Beknopte beschrijving voor vreemdelingen bij een bezoek aan dit historisch wandelpark. Nijm. 1876, 12°.  
Scheers, J. H. A. 1901 Verbeterde en vermeerderde uitgave. Nijm. 1901, 12°. m. pl.  
Vries, J. de 1883 Beschouwing over de Karolingische kapel te Nijmegen. Met afb. Volksalm. voor 1883, uitg. door de Mij. tot Nut van 't Algemeen.  
Feenstra Jr., P. 1886 Het Valkhof en zijn nieuwe brug. Eigen Haard, 1886, N°. 42.  
Plath, K. 1895 Nimwegen, ein Kaiserpalast Karl's des grossen, in den Niederlanden. Deutsche Rundschau, 21 Jahrg. H. 1, 1895, s. 117.  
Plath, K. 1898 Het Valkhof te Nijmegen en de nieuwste opgravingen, met pl. Amst. 1898, 4°.  
Weve, J. J. 1898 Beoordeeling van "Het Valkhof te Nijmegen en de nieuwste opgravingen, met pl. Amst. 1898, 4°." in de Katholiek, D. XCV.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Het Valkhof te Nijmegen. Nederl. Spectator, 1898, N°. 39. Bespreking van Dr. Plath's werk.
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Dr. Plath's "Valkhof te Nijmegen". (Nadere bespreking.) P. G. N. C. 16 Oct. 1898.  
Hermann   Der Palast Kaiser Carls des Crossen zu Nymwegen, Bonis, Jahrb. LXXVII. s. 88, m. pl.  
Humann, G. 1892 Der Centralbau auf dem Valkenhofe, bei Nymwegen. Zeitschr. für christliche Kunst, 1892, N°. 9.  
Humann, G. 1896 Ist die Kapelle auf dem Valkenhove zu Nimwegen von Karl des Grossen erbaut? Zeitschr. f. christl. Kunst 1896 N° 2 & 4.  
Weve, J. J.   De Valkhof-Kapel te Nijmegen, naar aanleiding van de voorstellen tot restauratie van Dr. K. Plath. Overgedr. uit de Nieuwe Rott. Courant.  
Weve, J. J. 1901 De Barbarossa-ruïne op het Valkhof te Nijmegen. De Architect, 12°. jaarg. afl. 5 en 6 (1901), m. pl.  
Weve, J. J. 1902 Karel de Groote's paleiskapel op het Valkhof te Nijmegen. De Architect, 13e jaarg. afl. 1 (1902), m. pl.  
Weve, J. J. [anoniem] 1895 Verslag van de Commissie benoemd door den Gemeenteraad van Nijmegen, dd. 10 Aug. 1895, met opdracht om advies uit te brengen op welke wijze een eventueel restauratie van de Kapel op het Valkhof zou behooren te geschieden. Nij. October 1895, 8°.  
  1895 Recensie van het Bouwkundig Weekblad, naar aanleiding van het rapport der Commissie van advies voor de restauratie der Carolingische Kapel. P. G. en N. Cr. 5 Dec. 1895.  
  1898 De gebouwen op het Valkhof. Verhandelingen van het 26e Taal- en Letterkundig Congres (1898). 2e afd. bl. 120.  
Plath, K.   De restauratie der Karolingische Kapel op het Valkhof te Nijmegen, zijn vrienden in Nederland aangeboden. Overdruk uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant.  
Muller Fzn., S. 1899 Dr. Konrad Plath, het Valkhof te Nijmegen en de nieuwste opgravingen (Recensie) "Museum". Maandbl. voor eschied. en philol. Jan. 1899.  
  1894 [Polemiek tusschen de Oudheidkundige Commissie te Nijmegen en Mr. S. Muller Fzn.] N. Rott. Ct. 26 en 31 Mei, 3, 5 en 6 Juni 1894. Nijm. Weekblad 3 Mei 1894.  
Boer, G. M. de 1899 Het Valkhof te Nijmegen. Tijdschr. voor Geschied. en Volkenk. 1899.  
Bergh, L. Ph. C. van den 1881 Chronologische naamlijst der burggraven en richters van Nijmegen. Nijmeegsche Bijzonderheden. 1881. Deze lijst is ver van compleet.
Kuffeler, J. C. van der Meer van   De Nijmeegsche burggraven. Varia uit de Gesch. van Nijm. overgedrukt uit "de Gelderlander".  
Schevichaven, H. D. J. van   De Burggraaf. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. V bl. 69 en Bijlagen C. I-VI.  
Jonckers, R. H. Graadt 1847 Verblijf van prins Willem den V op de burgt te Nijmegen, van 7 Nov. 1786 tot 23 Oct. 1787, bij de burggraaf Willem baron van Lynden, met bijvoeging van eigenhandige en onuitgegevene brieven van Z. H. aan den burggraaf. Nijm. 1847. 8°.  
Hogendorp, G. W. A. van 1902 Reisje naar het Stadhouderlijk Hof te Nijmegen in 1787. Navorscher 1902, afl. 5.  
Hogendorp, A. C. W. van   Dagboek van eene reis naar Nijmegen in 1787. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VII.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Willem V op den Burcht te Nijmegen. Penschetsen II, blz. 052-062.  
Roggen, W. Graadt van [als W. G. v. R.] 1905 Het Florabeeld op het Valkhof. P. G. en N. C. 27 Aug. 1905.  
KERKEN EN KLOOSTERS.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
In de Betouw, J.   Kerken en godsdienstige gestichten te Nijmegen. Nijm. z. j. 8°.  
Meijer, G. A. 1904 Katholiek Nijmegen. Historische Bijdrage voor de vereeniging Oppidum Batavorum. Nijm. 1904 en 1905. Bevat een geschiedkundig overzicht der kerken, kloosters en godshuizen.
Schutjes, L. H. C.   Kerkelijke Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch. Nijmegen D. V. bl. 231. Dekanaat Nijmegen (van af 1672) D. III bl. 30.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 St. Geertruidsbergje en -kerk. Penschetsen I, blz. 076-081.  
Schevichaven, H. D. J. van 1900 De St. Stephenskerk te Nijmegen. Nijm. 1900, 8°. m. pl.  
Bergh, L. Ph. C. van den   De reliquien der collegiale kerk van St. Stephen te Nijmegen. Kist en Royaards Archief van Kerk. Gesch. D XIV. bl. 283 en Nijmeegsche BIjzonderheden, bl. 23.  
Jonckers, R. H. Graadt 1844 De graftombe der moeder van den laatsten Hertog van Gelderland. Geld. Volksalm. 1844.  
Scheltema, P. H. 1895 De St. Stevenskerk te Nijmegen (Grafmonument van Catharina van Bourbon). De Opmerker. 14 Sept. 1895 m. pl.  
Schevichaven, H. D. J. van [anoniem] 1901 De gedenkplaat ter eere van Adolf, graaf van Nassau, in de Stephenskerk te Nijmegen, aangebracht 7 Maart 1901. Nijm. 8°. in. pl. (Niet in den handel).  
Poll, W. van de 1902 Het grafmonument van Marten Schenck in de Sk Stephenskerk te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1902 m. pl. Voor een andere zienswijze betr. de begraafplaats van M. Schenck, zie van Schevichaven's St.Stephenskerk bl.74 en Penschetsen D. II, bl. 225.
Stoppendaal Pz., L. 1776 Lierzang ter inwijinge van het nieuwe gebouwde orgel in de Groote- of St. Stevenskerk te Nijmegen. Middelb. en Nijm. 1776, 8°.  
Beijen, P. 1782 Het orgel in de St. Stephanus- of Grote Kerk te Nijmegen, alsmede het orgel in de Walsche Kerk. Nijm. 1782, 8°.  
  1876 Beschrijving van het orgel in de St. Stefanuskerk te Nijmegen, benevens programma der orgel-bespeling bij gelegenheid van zijn honderdjarig bestaan, op Vrijdag 15 Sept. 1876, Nijm. 8°.  
Nijhoff, P.   De blok (in de Stephenskerk) te Nijmegen. Bijdr. Vaderl. Geschied- en Oudheidk. D VII bl. 236.  
Poll, W. van de 1884 Het blok in het archief te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1884.  
Schevichaven, H. D. J. van   De blok. St. Stephenskerk, bl. 178.  
Weve, J. J. 1888 Nijmegen en de Nijmeegsche torenspits: Bouwk. Weekblad. 18 Oct 1888, m. pl.  
  1881 De geschiedenis van de geboorte, het laatste lijden, sterven . . . van onzen heer Jezus Christus, . . . zooals dezelve gepredikt wordt in de Nederduitsche hervormde Christelijke gemeente te Nijmegen. Nijm. 1881, 12°. volledige titel: "De geschiedenis van de geboorte, het laatste lijden, sterven, de begraving, opstanding, benevens de hemelvaart van onzen heer Jezus Christus, en van het daarop volgende Pinksterfeest, zooals dezelve gepredikt wordt in de Nederduitsche hervormde Christelijke gemeente te Nijmegen." Het zoogenaamde Passieboekje.
Vorsterman van Oijen, A. A. 1892 De oude kerkregisters in ons land. 's Gravenh. 1892. gr. 8° (alphabetisch gerangschikt). Zie aldaar Nijmegen.  
Meijer, G. A. 1892 Dominicanerklooster en statie, te Nijmegen. Eene bijdrage tot de geschiedenis van Nijmegens Katholieken. Nijm. 1892 8°. m. pl.  
Meijer, G. A. 1892 De Dominicanen te Nijmegen, uitgegeven ter gelegenheid van het zesde eeuwgetij hunner vestiging te dezer stede, 1292-1892. Nijm. 1892, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1900 De Mariënburgsche Kerk. P. G. N. C. 11 Maart 1900.  
Meijer, G. A. 1900 Iets naders over den Mariënburg. De Gelderlander, 25 Maart 1900.  
R. [=Rieber]. 1901 De Kerk van het voormalig Klooster Mariënburg, te Nijmegen. Bouwk. Weekblad, 9 Juni 1901 m. pl.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Het Gijbenklooster en het Observantenklooster. Penschetsen I, blz. 265-271.  
  1859 Iets over het voormalige klooster der Tertiarissen van den H. Franciscus te Nijnregen. De Godsdienstvriend, tijdschr. voor Katholieken 1859 D. LXXXIl.  
    Iets over het voormalig klooster der Minrebroeders Observanten te Nijmegen. De Godsdienstvriend. D. LXXXIV.  
  1900 Programma der feestelijkheden bij gelegenheid der inwijding van het nieuwe orgel in de kerk van den H. Franciscus, te Nijmegen, op Zondag 23 Dec. 1900. Benevens de tekst der uit te voeren werken.    
    Regulierenklooster. Hertog Karel vergunt het te Nijmegen gevestigde Regulierenklooster om land aan te koopen, ten einde meer personen te kunnen onderhouden en hun koor te vullen. (8 Juli 1531). Nijhoff, Gedenkw. uit de Geschied. van GelderL VI, N°. 1647.  
    Kindermoord gepleegd in het klooster Bethlehem te Nijmegen. Kist en Roijaards, Kerkel. Archief. 1e. S. D. IV.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Augustijnenkerk in de Begijnengas. Penschetsen III, blz. 030-032.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Eenigheid. Penschetsen II, blz. 047-051.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Spronkshuis. Penschetsen I, blz. 149-151.  
Flament, A. J. A. 1900 Lijst der burgers van Nijmegen, die in 1572 aan het Eerw. Kapittel van St. Stephanus en den magistraat aldaar een verzoekschrift richtten, om twee paters der sociëteit van Jesus toe te laten. Miscellanea Limburgensia, 36e jrg. 1900.  
    Nijmegen en de Jezuiten in 1555. Nijhoff's Bijdragen. D. IX.  
Henriët, A [anoniem] 1894 De Jezuieten en hunne kerken te Nijmegen. Geschiedk. schets "de Gelderlander" Juni 1894.  
  1901 Het Nieuwe hoogaltaar in de St. Ignatius kerk te Nijmegen. Gelderl. 20 Jan. 1901.  
Heijnen, F. 1896 Het overhuifd hoog-altaar der St. Ignatiuskerk te Nijmegen. De Katholiek, godsdienstig maandschr. 1870. D. LVIII. en Arnh. 1896. 8°.  
J. W. [Weve?] 1896 De nieuwe St. Ignatiuskerk te Nijmegen. De Gelderlander, 29 Sept. 1896.  
Guyot, P. C. G.   Bijdrage tot de kennis van het Fraterhuis te Nijmegen. Nijhoff's Bijdragen. D. VI. 1°. S.  
Bergh, L. Ph. C. van den   het Fraterhuis te Nijmegen. Nijmeegsche Bijzonderheden, bl. 44.  
Waalsche Kerk. 1870 Geschiedenis van de Waalsche Kerk te Nijmegen. De Navorscher 1870, bl. 436; 1871, bl. 162.  
Quack, J. W. C. 1894 Brief van de Waalsche Kerkenraad te Nijmegen aan de Raad der Stad. Geld. Volksalm. 1894. bl. 97.  
Pijnacker Hordijk, A. 1895 Cinq jours à Nimègue. Souvenir du deux-cent-cinquantième anniversaire de l'église Wallonne de Nimègue. Nim. 1895. 8°.  
Guyot, P. C. G. 1845 Bijdragen tot de geschiedenis der Doopsgezinden te Nijmegen. Mede in zich bevattende de geschiedenis der vestiging te Nijmegen van de thans nog aldaar bestaande Doopsgezinde gemeente. Nijm. 1845. 8°.  
Kuffeler, J. C. F. van der Meer van   De Luthersche gemeente te Nijmegen. Archief voor Nederl. Kerkgeschied. D. IV. 3e afl.  
  1754 Laatste berigt aangaande de voorgevalle troubles bij de Luytersche gemeente te Nymegen, met bygevoegde stukken en bewyzen ter ontdekking der waerheyd. Door een goed vriend van de heer Martfieldt. Met zijn Ed: bewilliging in 't ligt gegeven. Nym. 1754. 4°. 84 bl.  
  1770 Danck-Rede bey gelegenheit des jubel-festes welches die der unveränderten augsburgischen confession zugethane evangelische gemeine in Nimwegen . . . am 14 September 1770 feyerte . . . Cleve, z. j. 4°. 30 blz. volledige titel: "Danck-Rede bey gelegenheit des jubel-festes welches die der unveränderten augsburgischen confession zugethane evangelische gemeine in Nimwegen, wegen des vor hundert jahren bestätigten freyen religions-nebung und bezitznemung ihrer Kirche, am 14 September 1770 feyerte, vor einer zalhreichen versammlung ausgesprochen von Christoph Friedrich Hesse, predigern bey selbiger Gemeine."
  1776 Ontroofde eer verdedigt, of onpartijdig en waarachtig verhaal nopens het voorgevallene te Nymegen, tusschen vyf van den Luterschen Kerkenraad uit derzelver gemeente . . . z. j. en pl. (1776) 12°. volledige titel: "Ontroofde eer verdedigt, of onpartijdig en waarachtig verhaal nopens het voorgevallene te Nymegen, tusschen vyf van den Luterschen Kerkenraad uit derzelver gemeente, over het onwettig beroep van den predikant R** door deze vyf uit den Kerkenraad. Nevens de daarop gevolgde magistraats resolutie, waarbij dat beroep vernietigt en de gemeente het regt van medestemmen is toegewezen, volgens oud gebruik. Verders de onverantwoordelijke handelwyse van die Kerkenraad gehouden omtrent Dom. Grimmer. Met de bygevoegde requeste en magistraats resolutie. Door een liefhebber der waarheid in 't licht gebragt." Het hierin besproken geschil was ontstaan uit het beroep door den breeden kerkenraad van Ds. Reisig, uit Breda, terwijl de contribuanten Ds. Grimmer wenschten. Dit was de vierde maal dat hier een beroep gedaan werd, in strijd met de ordonnantie van 1748.
Dieperinck, A. J. 1870 Verslag uitgesproken bij de viering van het tweede eeuwfeest der Evangelisch Lutersche Kerk te Nijmegen. 14 Sept. 1870. Nijm. 1870, 8°.  
Guyot, P. C. G.   Joden te Nijmegen en het oude Joden kerkhof aldaar. Nijhoffs Bijdr. 1e. S. D. IV.  
Bergh, L. Ph. C. van den   De Joden. Nijm. Bijzonderh. bl. 37.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Iets over de Joden te Nijmegen. Penschetsen II, blz. 024-041.  
Guyot, P. C. G.   Billijkheid in acht genomen jegens de Joden, die tengevolge van Keizer Karels plakaat van den 20 Jan. 1545 Nijmegen hadden moeten verlaten. Nijhoff's Bijdr. D. IV.  
Leer, W. van   Een en ander over het "Jiddisch" protocolboek der Israelitische gemeente te Nijmegen; met facsimile van het schrift. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IV.  
Leer, W. van 1900 Het "Jiddisch" protocolboek in het Verslag eener lezing gehouden op de jaarl. algem. vergad. der Alliance Israélite universelle, gehouden te Nijmegen 8 Juli 1900. Weekblad voor Israëlitische huisgezinnen, 13 Juli 1900.  
DE APOSTOLISCHE SCHOOL EN DE QUARTIERLIJKE ACADEMIE.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
In de Betouw, J. [anoniem]   Quartierlyke Academie en Apostolische of Latynsche school te Nymegen. z.j. of pl. 8°.  
Kan, J. B. 1865 Geschiedenis der Apostolische school te Nijmegen. 1e stuk (niet verder vervolgd). Tijdschr. voor de gymn. en H. B. Scholen. 1865.  
Kan, J. B. 1869 Oud maar niet verouderd. Rede geh. 31 Maart 1869, bij gelegenheid van het 325 jarig bestaan der Apost. school, thans het gymnasium te Nijmegen. Utrecht 1869, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Een en ander aangaande de Latijnsche school. Penschetsen II, blz. 253-267.  
Aarssen, A. 1873 Een Nijmeegsch schoolcontract (1573), met inleiding en aanteekeningen. Geld. Volksalm. 1873. Ontleend aan Arkstee Oude Hoofdst. der Batav. 1788, bl. 276.
Schevichaven, H. D. J. van 1894 Reglement van de Apostolische school te Nijmegen 1601. Nijm. 1894, 8°. Herdruk van een eenig exemplaar, berustende in de bibl. van het British Museum te London.
  1648 Instructie waer nae den rector ende alle de meesters der Latynsche schoole deser stadt respectivelick soo in 't regeren als onder-wysen harer discipulen sich sullen hebben te reguleeren. Nym. 1648, 16 blz. goth. letter.  
    Ampliatie op de instructie ofte ordonnantie by een eerbaer raedt deser stadt over het regeren ende institueren der discipulen de Latijnsche schole frequenteerende, ghestatueert ende ge-emaneert. z. pl. of j. 4 bl. goth. lett.  
Schonck, E. J. B. (rector der Lat. school te Nijm.) 1801 Eeuw-zang uitgesproken by gelegenheid van eene gewoone winterpromotie der Latynsche schooljeugd. 10 Febr. 1801. Nym. 1801. 8°.  
Schonck, E. J. B. (rector der Lat. school te Nijm.) 1806 Cantate met welkers uitvoering het zanggezelschap onder de zinspreuk "Tot Vermaak en Stigting" verzocht is de aanstaande promotie der Latynsche schooljeugd te vereeren. Nym. 1806, 8°.  
  1881 Toespraken gehouden bij de opening van het [nieuwe] gymnasium te Nijmegen. Nijm. 6 Sept. 1881. 8°.  
Roukens, Th. L. 1769 Theodori Leonardi Roukens, Neomagi, juris utriusque tam nat. quam civ. studiosi, oratio de Academia Noviomagensi, publice dicta in templo academiae Groningo-Omlandicae. A. D. 20 mens. Septembr. MDCCLXIX. Gron. 1769. 4°.  
Bouman, H.   Nijmegen's gymnasium en hoogeschool (passim). Gesch. van de voorm. Geld. Hoogesch. I, bl. 148-150; 155-270 ; II, 133-134; 639 ; 646 ; 650.  
Nyhoff, P. [als P. N.] 1864 De Academie te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1864.  
Kuffeler, J. C. F. van der Meer van 1890 De voormalige Illustre school en Academie te Nijmegen. Tijdspiegel, 1890.  
Rogge, Y. H. 1900 De Academie te Nijmegen. Oud Holland, 1900. 3e afl.  
Nahuys, M. 1873 Afbeelding en beschrijving van de groote zilveren gedenkpenning geslagen ter herinnering aan de oprichting der Illustre school in 1665; in Medailles et jetons inédits relatifs à l'histoire des dix-sept anciennes provinces, p. 54, N°. XLI Bruxelles. 1873. 8°. Revue de la numismatique Belg T. IV, 5me. serie.  
  1661 Theses. Een collectie van 17 Exercitia Pandectarum verdedigd door studenten aan de Nijmeegsche Illustre-school, 1658-61. Noviom. 12°. De studenten waren van Welderen, van Santvoort, twee Nys (uit Kleef), Wyntjes, twee Ryff (uit Kleef), de Haert, van Heert (uit den Bosch), twee Cuperus, Breull, Tamelinck (uit Doesburg) Vos, Kensen, Rouse (uit Deventer). In mijn bezit. Denkelijk uniek exemplaar.
GESTICHTEN EN GEBOUWEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Scheers, J. H. A. [als Dr. S.] 1878 Het Raadhuis te Nijmegen. Nijm. Nieuwsbode 19 Maart 1878.  
Poll, W. van de 1885 Het Stadhuis te Nijmegen. Huisvriend. 1885, met pl.  
Schevichaven, H. D. J. van 1903 Het Stadhuis van Nijmegen. Nijm. 1903, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1897 De Raadzaal ten stadhuize gerestaureerd in 1897, kl. 8°. overdruk uit P. G. N. C.  
Poll, W. van de 1885 Het blok en het archief te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1885.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Het Nijmeegsche Raadsel en de eerste politieagenten. Penschetsen I, blz. 054-060.  
Rutgers, C. P. L.   De Oudheid van het zoogenaamde Nijmeegsche Raadsel. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VII.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Klok in de voorzaal van het Raadhuis. Penschetsen I, blz. 082-086.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Keizer Karel en zijn klok. Penschetsen I, blz. 225-231.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Spronckshuis en het eerste Weeshuis. Penschetsen I, blz. 149-151.  
  1856 Besluiten, verslagen, enz. betrekkelijk de godshuizen te Nijmegen, opgemaakt door burgemeester en wethouders der gemeente Nijmegen, 29 April 1856. z. j. of pl.  
Haverkamp, C. C. [anoniem] 1838 Geschiedkundig verslag der voornaamste bijzonderheden, rakende de tegenwoordige weeshuizen, binnen de stad Nijmegen. Nijm. 1838, 8°.  
Noviomagus 1844 Verzameling eener Geschiedenis met (sic) de beide Weeshuizen te Nijmegen, in de eerste helft der 19e eeuw, z. j. of pl. (1844) 8°.  
Nijhoff, P. [anoniem] 1860 Schets der lotgevallen van het voormalig burgerkinderen Weeshuis en arme-kinderenhuis, nu Protestantsch kinderen weeshuis en Roomsch-Katholiek weeshuis; uitg. bij de viering van 300 jarig bestaan van het eerstgenoemde gesticht, op den 1 Mei 1860. Nijm. 1860. m. pl. 8°.  
Ranitz, S. M. S. de [anoniem] 1860 Herinnering aan de feestviering in de beide weeshuizen te Nijmegen, op den le Mei 1860. Nijm. 1860, 8°.  
Nijhoff, P. [anoniem] 1861 Eenige schetsen uit de huishouding van een Geldersch armengesticht te Nijmegen. Geld. Yolksalm. 1861. (Het Weeshuis).  
  1875 Verordening op het beheer en bestuur der beide Weeshuizen te Nijmegen. Nijm, 1875. 8°. .  
Nispen tot Sevenaer, O. van 1901 De Weeshuis-quaestie te Nijmegen. Nijm. (1901) 89 bl. 8°.  
Scheers van Harencarspel, R. [anoniem] 1836 Het oud burgeren gasthuis te Nijmegen, een stedelijk gesticht en het eigendom der burgelijke gemeente 1836, 8°.  
Scheers van Harencarspel, R. 1867 Het oud burgeren gasthuis te Nijmegen, een stedelijk gesticht en het eigendom der burgelijke gemeente Tweede Druk. Nijm. 1867.  
Haverkamp, C. C. [anoniem] 1838 Geschiedkundig verslag nopens den oorsprong de instelling en het beheer van het gesticht, het Oud Burgeren Gasthuis. Nijm. 1838, 8°.  
  1867 Voorstel van den heer Mr. A. F. C. van Trojen, nopens het Oud burgeren gasthuis, gedaan in de vergadering van den 5 April 1867, met rapport van de raadscommissie van 30 Dec. 1867. 8°.  
  1868 Verordening op het beheer en bestuur van het gasthuis, binnen de gemeente Nijmegen. Nijm. 1868, 8°.  
Bijleveld, F. C. 1871 Iets over het oud-burgeren gasthuis te Nijmegen. Nijm. 1871, 8°.  
  1872 Onderzoek naar de bestemming van het oud-burger gasthuis, door de meerderheid der Commissie aan den Raad uitgebracht, 13 Febr. 1872. Nijm. 1872, 8°. Ook Verslag der minderheid (1872), Nader verslag der meerderheid (14 Maart 1872), Nader verslag der minderheid (22 Maart 1872), Arrest van het Provinciaal Geregtshof van Gelderland (12 Juni 1872), Arrest van den Hoogen Raad der Nederlanden (27 Juni 1872), Voorstel van den Burgemeester (26 Juli 1873).
  1873 Rapport der raads-commissie benoemd in de vergadering van den Gemeenteraad te Nijmegen, op den 8 Augustus 1873, [in zake oudburgeren gasthuis te Nijmegen.] 8°. Extract uit het raadsignaat der stad Nijmegen over den jare 1739.
Pabst van Bingerden, J. M. van 1873 De Gasthuis-kwestie te Nijmegen. Nijm. 1873. 8°.  
Bijleveld, F. C. [anoniem] 1873 Het oud-burgeren gasthuis, gelegen aan de Molenstraat te Nijmegen (I) Nijm. 1873. 8°.  
Bijleveld, F. C. 1874 Het oud-burgeren gasthuis, aan de Molenstraat, te Nijmegen (II) Nijm. 1874, 8°.  
  1875 Oud-burgers buiten de stad Nijmegen wonende, kunnen niet door het Oud-burgeren gasthuis bedeeld worden. Arrest van het Provinciaal Geregtshof van Gelderland van den 14 April 1875, 8°.  
Roggen, M. A. van 1876 Open brief over de Nijmeegsche gasthuis-quaestie. Nijm. 1876. 8°.  
  1890 Pleidooien voor de rechtbank der openbare meening, in zake de laatste benoeming van een regent van het oud-burgeren gasthuis te Nijmegen. Nieuwe Rott. Cour. 1890.  
Pabst van Bingerden, M. J. 1871 Inventaris van het oud archief van het oud-burger gasthuis. Nijm. 1871, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1905 Het Oud-Burger gasthuis in de 17e eeuw (reglement enz.). P. G. N. C. 3 Dec. 1905.  
  1875 Rapport van heeren Burgemeesteren en rekenmeesteren van 27 December 1737 en raadsbesluit van 14 Augustus 1739, betreffende de godshuizen binnen Nijmegen. Uitgegeven onder toezicht van Mr. J. F. Bijleveld, te Arnhem. Nijm. 1875.  
Pabst van Bingerden, J. M. en Bijleveld, J. F. 1875 Geschiedenis van het te Nijmegen bestaan hebbende "Oude Mannen- en Vrouwenhuis," op den hoek van de Papengas en de tegenwoordige Oude Haven [thans kazerne der Kol. Reserve.] Nijm. 1875, 8°.  
  1650 Ordonnantie van 't Oudt-Manhuys binnen der stadt Nijmegen, waer nâe alle oude-mans ende vrouw persoonen die sich in 't selve huys willen begeven ende cost ende dranck, sampt vuyr ende licht haer leven lanck genieten, sich hebben te reguleren. Nieu-megen, 1650, 4°. 8 blz. Goth. letter.  
Voogt, W. J. de   Bijdragen voor de geschiedenis van de Munt der stad Nijmegen. Nijhoff's Bijdragen N. R. D. IV en V.  
Voogt, W. J. de 1867 Monnaieg impériales frappées à Nimègue. Revue de la Numismatique belge. T. V. Brux. 1867. m. pl.  
Voogt, W. J. de 1867 Bijdragen tot de numismatiek van Gelderland (o.m. opgave. van munten te Nijmegen geslagen). Arnh. 1867. 8°. m. pl.  
Chijs, J. A. van der 1853 De Munten der voormalige heeren en steden van Gelderland, van de vroegste tijden tot aan de Pacificatie van Gend. Haarl. 1853. 8°.  
Piot 1853 Monnaies de Charles le Téméraire frappées à Nimègue. Revue de la Numism. belge 2e S. 1853.  
Roye van Wichen, A. J. B. de 1847 Eenige middeleeuwsche munten, noodmunten en zeldzame penningen. Nijm. 1847, met afb. 8°. Op bl. 7 twee zeldzame Nijm. munten die niet in het Gem. Museum voorkomen.
  1897 [muntvondst] La Gazette Numismatique, 2e ann. N 1. 1897. Op bl. 8 afbeelding en beschrijving van een gouden Merovingischen solidus, bij Nijmegen gevonden. Opschrift NIOMAGO.
Guyot, P. C. G.   Advys in 1563 uitgebragt door de regtsgeleerde faculteit van Leuven, nopens het Muntregt der stad Nijmegen. Nijhoffs Bijdr. D. VII.  
Guyot, P. C. G.   Verklaring van het verschijnsel dat de stad Nijmegen in 1567 muntlid werd van de Westfaalsche- en Nederrijnsche Kreitzen, gevolgd van eenige regels ten betooge, dat in het laatst der 15e, en verder in de 16e eeuw binnen Nijmegen te gelijkertijd tweeërlei Nijhoff's Bijdr. D. IV.  
Schevichaven, H. D. J. van 1894 Over eenige oude Nijmeegsche muntnamen. P. G. en N. C. 9 Dec. 1894.  
  1704 Kort en waerachtich verhael van 't geene eenige tijt herwaarts is voorgevallen, ontrent het gaen der rijcksmunte binnen de stadt van Nymegen 23 May 1704. Onderteekend H. Moorrees c. a. Met documenten A tot T.  
    Aen d'Edele en Aghtb. Heeren van de magistraat der stadt Nymegen. Brief van G. van Harn, muntmeester, door hem onderteekend 12 blz. 4°. z. j. of n.  
  1704 Aen de Edele en Agtbare magistraat der stadt Nymegen. Nym. 1704 4°. 7 bl. (In zake G. van Harn.)
  1704 Consideratien van den munt-meester Gerhard van Harn, over het concept-placaet tot het verder billioneeren van den Nijmeegsen daalder, door de raden en generaal-meesters van de Munt aen Haer Hoog Mog. overgeven den 1 July 1704, en ter vergaderingh van geme 12 bl. 4°. z. pl. of j. Met één bylage van 3 bl. 4°.  
    Aen de meesteren ende boeckhouwers van ampten ende gildens, sampt de goede borgerye en de ingezetenen deser loffelycken vrye rycx-stadt Nymegen. 4°. Met documenten tot de voorstaende deductie 11 blz. Protest van Van Harn.
  1708 Sententie by de Ed. Mog: heeren raden van Staten der Vereenigde Nederlanden, gearresteert tegens Clerhard van Harn, muntmeester tot Nymegen, den 20 Febr. 1709. 's Gravenh. 1708, 4°. 8 blz. Goth. lett.  
  1709 Deductie van 't geene vuurgevallen is voor, in, en nae de executie in de persoon en goederen van Gerhard van Harn, raadt ende muntmeester der stadt Nijmegen, onder de onredelyke en genoegsaem geweldadige conduite van Thomas Pels, borgemeester der stadt Ny 15 blz. Bijlagen A tot F. 9 blz.  
  1710 Aan die Hoogh Mogende Heeren Staten des furstendoms Gelre ende graefschap Zutphen. Nym. (1710) 4°. 46 blz.  
  1710 Protest van den magistraat van Nijmegen tegen de sententie van het Hof, in het proces tusschen de stadt en den muntmeester G. van Harn. (1710) 4°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Onsser stadt Vleyshuyss. Penschetsen II, blz. 160-168.  
Weve, J. J. 1895 De Waag te Nijmegen. Afbeelding van bestaande oude gebouwen, uitg. door de Mij. tot Bevord. der Bouwk. 1895 pl. n°. 181, 182.  
Smetius, J. 1646 Triga poetarum P. Vergilius Maro, P. Papinius Statius, D. Magnus Ausonius ad Belvedere, amoenissimam Noviomagensium speculam, a S. P. Q. Noviomagense, Coss. Theod. à Welderen, D. in Leeuwenberg et D. Wilhelmo à Hoeckelum instauratam, deducti a Joh. Smith, Noviom. 1646, 4°. Deze lofzaag is geheel samengesteld net regels en gedeelten van regels ontleend aan de werken der drie genoemde dichters.
Someren, J. van 1660 Op het Bel-Videre der stadt Nijmegen. Uyt-spanningh der Vernuften. Nym. 1660, 4°. blz. 265. Vertaling van zes Latijnache epigrammen door Kaspar van Baerle ter eere van de Belvedere gemaakt. Met den Latijnschen tekst.
Poll, W. van de 1890 De Belvedere te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1890.  
Neijboer, G. A.   De Belvedere-toren te Nijmegen, overgedrukt uit De Gelderlander.  
Essen, H. van 1840 De Kraan te Nijmegen, na den ijsgang van 1838. Geld. Volksalm. 1840.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Place-Royale. Penschetsen I, blz. 232-235.  
Hallo, F. J. [anoniem] 1860 Gedenkstuk wegens den bouw van het Kasteel Bat-Ouwe-Zate, deszelfs ligging en bouworde. Nijm. 1860, 4°. M. pl. Thans het pensionnaat Marienburg, boven aan den Lindenberg.
  1894 Het nieuwe Stationsgebouw te Nijmegen, P. G. N. C. 7 Aug. 1894.  
  1896 Het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis. Bazarblad ten bate van het N. P. Z. bij de inwijding van dat gesticht. 25 April 1896. fol. m. afb.  
Housden, A. van 1900 Het Gemeentelijke Slachthuis. De Gelderlander 30 Maart 1900; P. G. N. C. 1 April 1900.  
  1901 De Nijmeegsche Ambachtschool. Gelderlander 6 Oct. 1901 met afb.  
  1900 Het Canisius College der Eerw. Paters Jezuieten. Gelderlander 1 Juli 1900 met afb.  
DE WALLEN EN DE ONTMANTELING.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Schönstedt, W. C. 1869 de Wallen van Nijmegen, Nijm. 1869 8°. met schetsplannen.  
Scheers, J. H. A. 1878 Iets over de verdedigingswerken van Nijmegen. Nijmeeg. Nieuwsbode, Maart 1878.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De oude verdedigingstorens. Penschetsen I, blz. 177-185.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Egmondstoren. Penschetsen I, blz. 011-015.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Onze oude poorten. Penschetsen I, blz. 040-047.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Boddelpoort. Penschetsen II, blz. 104-109.  
Stuers, V. de 1900 De Boddelpoort te Nijmegen. Eigen Haard, 27 Oct. 1900.  
Buren, J. Huf van [J. A. Heuff Azn.] 1900 De Boddelpoort te Nijmegen. Nieuwe Rott. Cour. 11 Oct. 1900.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Nijmegens Weerbaarheid in de Middeleeuwen. Penschetsen II, blz. 200-208.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Een brokje onderaardsch Nijmegen. (Overblijfselen van een poort, enz. op de Houtmarkt. opgegraven P. G. N. C. 15 Oct. 1898.  
Brugghen, J. J. L. van der 1852 Iets over Nijmegen als vesting. Nijm. 1852, 8°.  
Brugghen, J. J. L. van der 1881 Troostrede aan het oude Nijmegen. Nijm. 1881, 8°.  
  1852 Verzoekschrift om ontheffing der vesting, ingediend aan Z. M. den Koning, aangeboden aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, April 1852.  
  1852 Ingezonden stuk tegen het indienen van bovenstaand verzoekschrift, 14 April 1852. Opgesteld door Mr. W. Francken NGz.
  1856 Tweede verzoekschrift aan Z. M. den Koning, om opheffing der vesting enz. 26 Juli 1856.  
Heydenrijck, C. J. A. 1867 Nijmegen als vesting of bruggenhoofd; uitbreiding der stad. 's Gravenhage 1867, 8°.  
Stieltjes, F. J. 1868 De noodzakelijkheid van de slooping der vestingwerken van Nijmegen nader aangetoond. 's Gravenh. 1868, 8°.  
Stieltjes, F. J. 1868 Is het slechten der vestingwerken van Nijmegen in het belang van 's Lands verdediging noodig? Toestemmend beantwoord. Nijm. 1868, 8°.  
  1863 Adres aan de Tweede Kamer der Staten Generaal. Betoog der noodzakelijkheid van de sloopmg der vestingwerken. Nijmeeg. Nieuwsb. 12 Juni 1863.  
  1868 Stieltjes en onze vesting. Nijmeeg. Nieuwsb. 16 Juni 1868. Instemming met het adres van Stieltjes.
Voorduijn, A. J. 1869 Moeten de vestingwerken van Nijmegen tot een bruggenhoofd uitgebreid, of gesloopt worden? Milit. Spectator 1869.  
Henckel, J. C. C. 1870 Een woord van pas. Gedachten over de versterking van Nijmegen. Nijm. 1870, 8°.  
Vox Populi 1870 De Onverantwoordelijkheid van het behoud der vestingwerken van Nijmegen. 's Gravenh. 1870, 8°. [Geschreven door de latere Luitenant Generaal Wouter Cool?]
  1872 Adres aan de Tweede Kamer, betr. de slooping enz. Decemb.1872. Dit adres werd door 1431 personen onderteekend.
Bijleveld, J. F. 1877 Iets over de Nijmeegsche vestinggronden, naar aanleiding van de door Z. E. den Minister van Finantiën op 2 Mei 1877, in de Tweede Kamer en op 26 Mei 1877 in de Eerste Kamer der Staten Generaal uitgesprokene redevoeringen, bij de behandeling van het wetson Arnh. 1877, 8°.  
NIJMEEGSCHE GESCHIEDENIS.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Scheltema, J.   Opmerkelijke bewaring van Nijmegen in 1622. Geschiedk. en Letterk. Maandschr. III.  
Smetius, J. 1678 Chronyck van de stadt der Batavieren: waer in (nevens de beschryving van Nymegen) de eerste oorspronck van dese landen, de achtbare oudtheydt van dese stadt, de voortreflickheyt van haere privilegien en de voornaemste geschiedenissen van de voorige eeuwen Nym. z. j. 12°. In 1667 ontving Smetius, blijkens het sted. rekenboek, 150 gl. "voor de dedicatie van seeckere Cronyk van de oude stadt der Batavieren, met presentatie van eenige exemplaren." Bovenstaand werkje evenwel moet uitgegeven zijn na 1678, aangezien op blz. 53 de Antiquitates Neomagenses aangehaald worden, die in genoemd jaar het licht zagen.
Smetius, J. 1784 Chronyck van de stad der Batavieren, waer in nevens de beschrijving van Nijmegen, de eerste oorsprong van deze landen, de grijze oudheid dezer stad, de voortreffelijkheid van haare vrijheden en voorrechten, en de gedenkwaardigste gebeurtenissen, van de vr    
In de Betouw, J. [anoniem] 1818 Vervolg der Kronijk van Nijmegen tot den jare 1818, 8°.  
Scheers, J. H. A. 1863 Bijvoegsel tot de Kronyck van Nijmegen, van 5 Oct. 1794 tot 29 Dec. 1863. Nijm. Nieuwsbode.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Tweede vervolg der Kronijk van Nijmegen, tot en met den jare 1900. Nijm. 1901, 8°.  
Bergh, L. Ph. C. van den 1881 Nalezing op de Kronijck [1266-1604]. Nijmeegsche Bijzonderheden 1881.  
Lummel, A. B. van 1883 Noviomagum, Herinneringen van Nijmegens geschiedenis. Nijm. (1883) 8°.  
Kuffeler, J. I. F. van der Meer van 1895 Varia uit de geschiedenis van Nijmegen. Overgedrukt uit de Gelderlander, 1895.  
In de Betouw, J. [anoniem]   Handvesten en onuitgegeevene charters behoorende tot de beschrijving en chronyck van Nijmegen . . . Nijm, z. j. 8°. volledige titel: "Handvesten en onuitgegeevene charters behoorende tot de beschrijving en chronyck van Nijmegen en vervattende eenige der aldaar vermelde voortreffelijke vrijheden en voorrechten, door de Roomsch Keiseren en Koningen, mitsgaders heeren, graeven, hertogen, enz. aan de stad en burgerije van Nijmegen verleend: met een lijst van handvesten en gunstbrieven door de Frankische Koningen en Roomsch Keiseren gegeeven op den Burg op het Valkhof te Nijmegen; en van eenige aldaar voorgevallene en door hun verhandelde zaaken."
In de Betouw, J. [anoniem] 1789 Vervolg der handvesten van Nijmegen, en andere onuitgegeevene charters, bij de opening van den Blok ontdekt . . . Nijm. 1789, 8°. volledige titel: "Vervolg der handvesten van Nijmegen, en andere onuitgegeevene charters, bij de opening van den Blok ontdekt; met een bijvoegsel betrekkelijk tot de convents- of algemeens landdagen door de Frankische Koningen en door de Duitsche Keiseren gehouden te Nijmegen."
In de Betouw, J. [anoniem] 1790 Annalen Noviomagi oppidi olim Batavorum, hodie primarie Gelrorum civitatis. Noviom. 1790, 8°.  
In de Betouw, J. [anoniem] 1792 Byvoegsel [van 1420-1592] tot de Annales en chronijk van Nijmegen, uit de Rekenboeken, en Guedesdagboeken. Nijm. 1792. 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van   Vraagstukken uit de geschiedenis van Nijmegen's voortijd, Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IX.  
Bergh, L. Ph. C. van den [anoniem] 1840 Iets over Nijmegen vóór de verpanding aan Gelderland. Nijm. 1840. 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Nijmegen in de latere middeleeuwen. Penschetsen II, blz. 189-199.  
Goeijaerts, D.   Twee reiffereynen van Nymmeghen. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IV. Op de gevangenname door de Nijmegenaars van Frederik van IJselstein en Willem van Boxmeer, zonen van Willem van Egmond, 21 April 1478.
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Een paar bladzijden uit het vorstenleven in de 16e eeuw. (Karel van Egmond te Nijmegen). Penschetsen III, blz. 061-065.  
Schevichaven, H. D. J. van   Nijmegen en Karel van Egmond. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IV.  
Schevichaven, H. D. J. van   Nijmegen en zijn krijgstoerustingen onder Willem van Gulik (1538-1541). Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VII.  
Guyot, P. C. G. 1860 De eerbewijzing in 1546 te Nijmegen aan Keizer Karel V betoond, en diens eerbiediging van een der privilegien dier Stad. Geld. Volksalm. 1860.  
Scheers, J. H. A. 1874 Blijde inkomst van Keizer Karel te Nijmegen, 1546. Oude Tijd 1874. Met uitreksels uit de rekenboeken en afbeeldsel eener kan, waarin de stads eerewijn geschonken werd.
Six, R. C. en Aequooy, J. 1890 De Intocht van Keizer Karel V binnen Nijmegen, op 9 Febr. 1546. Geschiedkundige aanteekingen tot toelichting der maskerade te houden door de leden van het Leidsche studentencorps, op 24 Juni 1890. Leid. 1890. 8°. met portr. van Karel V.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Prins, later koning Philips II, te Nijmegen, in 1549. Penschetsen II, blz. 136-142.  
    Publicatie der godsdienstvrede te Nijmegen 1 Sept. 1566. Van Hasselt, Stukk. v. d. Vad. Historie D. I. bl. 84. Dit stuk verschilt eenigszins van de kopie in het oud-archief berustende in bundel K, waar o.a. de laatste paragraaf niet te vinden is. Over deze troebelen zie de Chronyk van Nijmegen (uitg. in de Betouw bl. 128-135).
    Publicatie, Vernieuwing van het bovenst.-verdrag. Wederdoopers uit de stad gebannen (21 Oct. 1566). Van Hasselt, Stukken I, bl. 108.  
    Beeldstormerij. Briefwisseling van den Magistraat met Brimeu betr. het kon. plakkaat om "kerckenscheinders by een ygelick te laeten doodslaan". Van Hasselt. Stukken D. I, bl. 88-92.  
    Forma des Eidts, so die inheimsche odir inwonende borgeren der stadt Nymegen doen sullen, die welcke begeren der Stat privilegien ende vryheden tho gebruicken ende tho genieten (22 Oct.1566). Van Hasselt, Stukken, bl. 107.  
    Indaging, namens den hertog van Alva, 13 Jan. 1568 van 40 Nijmegenaars, wegens deelname aan de beroerten in het najaar van 1566. Van Hasselt, Stukken I, blz. 220.  
    Kondschappen ingewonnen betr. deelname aan de beroerten. Van Hasselt, Stukken I, bl. 287.  
    Brief van Alva belangende den verkoop van 13 verbeurd verklaarde huizen in Nijmegen (13 Aug. 1573). Van Hasselt, Stukken II, 287.  
Bergh, L. Ph. C. van den   Brieven uit de vroegste geschiedenis van onzen oorlog tegen Spanje, uit de archieven van Nijmegen geput. (1568-1570). Mij. van Ned. Letterkunde. Werken D. VI.  
Schevichaven, H. D. J. van   Historische aanteekeningen van Diederick van der Voordt. (1566-1587). Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. I.  
    Brieven betr. bewegingen om de religie, in en buiten de stad Nijmegen, in de 16e eeuw. Nijhoff's Bijdr. D. III, IV, V, VII, VIII. passim.  
Nijhoff, P.   Geschil van Nijmegen met de heeren van Batenburg. Nijhoff's Bijdr. D. VII.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Alva te Nijmegen. Penschetsen I, blz. 272-279.  
Even, E. van   Ontvangst van Marianne van Oostenrijk, vierde gade van Philips II te Nijmegen, den 14 Oogst, 1570. Dietsche Warande, D. II.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Ontvangst der bruid van Koning Philips II van Spanje te Nijmegen. Penschetsen I, blz. 016-027.  
Guyot, P. C. G.   Aanmaningsbrieven om tot Spanje terug te keeren, gerigt aan de stad Nijmegen, in het laatst van 1584 en in het begin van 1585. Nijhoff's Bijdr. D. VI.  
  1585 Tractaet gemaeckt tusschen den prince van Parma . . . ter eenre ende die stadt van Nymeghen ter andere sijden. Den XV Aprilis MDLXXXV.   volledige titel: "Tractaet gemaeckt tusschen den prince van Parma ende Plaisance, gouverneur lieutenant ende capitein generael van den landen van herwaarts over, in den naam van Con. Maiest. van Spaignien, als hertoghe van Gelre ende grave van Zutphen ter eenre ende die stadt van Nymeghen ter andere sijden. Den XV Aprilis MDLXXXV." De magistraat liet dit stuk te Rees drukken. In de bestelde 500 exemplaren kwamen enkele drukfouten voor, die in het exemplaar berustende in lade 8 van den Blok, ter Secretarie met de pen verbeterd, werden. Afdrukken van het tractaat vindt men bij Bor, Vad. Gesch. boek XX, bl. 564 en bij In de Betouw, Handvesten bl. 297.
Hasselt, G. van 1805 Brieven gewisseld tusschen Nijmegen met haar Spaansche bezetting en Arnhem, in 1587. Arnh. 1805, f°.  
Guyot, P. C. G.   De sluiting van het tractaat waarbij de stad Nijmegen in 1685 terugkeerde onder de gehoorzaamheid des Konings van Spanje. Nyhoff's Bijdr. D. VI.  
Guyot, P. C. G. 1863 Lubbert Torck en de stad Nijmegen. Geld. Volksalm. 1863.  
  1589 Historia brevis rerum a Schenckio apud Noviomagenses, undecima Augusti gestarum; ex descriptione testis cujusdam oculati. Antwerp. 1589, 4°. Van dit zeldzame geschriftje bezitten de Universiteits bibliotheek te Utrecht, en de Britisch Museum Library te London elk een exemplaar. Een herdruk zag het licht door de zorg van den heer A. A. Looijen, in 1880.
    Jesus! '.' Rerum à Martino Schenkio apud Neomagenseis XI Augusti a Chr. M.D.LXXXIX. gestarum brevis historia . . .   Jesus! '.' Rerum à Martino Schenkio apud Neomagenseis XI Augusti a Chr. M.D.LXXXIX. gestarum brevis historia, olim quôdam à teste oculatô descripta, nune juxta exemplar Antverpiense in Germaniâ quoque, etiamnunc a tyrannis undique vehementer, proh! vexata, edita, curante Jo. Frederico Hekelio.
  1676 Non opus multâ in tyrannum vi unicâ, saltem (saepissime) manu tactus ruit, immo ab optumis semper interit. Cygneae, M.DCLXXVI. 4°. Exemplaar in bezit v.S.
  1589 Historia oder warhaffter Bericht was sich den 11 Augusti im 89 jar mit Martin Schencken zu Niimegen, in Geldern, zugetragen. Ingollstatt, 1589, 4°. Exemplaar in de Gemeente bibliotheek.
  1589 Warhafftige Zeytung was sich begeben und zugetragen hat mit der Stadt Nimwegen und Martin Schaencken, 30 (sic) Aug. 1580. Lemga. 1589. 4°.  
  1589 Newe Zeytung: Kurtze History deren ding, so sich mit Martin Schenck den 21 September zu Newmagen in Niderlandt verlaufen haben. Anno 1589. Beschriben von einen augenscheinlichen Zeugen.    
  1589 Damit du sehest (Christlicher Löser) das sich der Barmherzige Gott, Vätterlich gegen die seinigen verhalte, so habe ich dir nit verbergen wöllen, . . . dise Schenckische Hystorj . . . Augspurg, 1589, kl. 4°. volledige titel: "Damit du sehest (Christlicher Löser) das sich der Barmherzige Gott, Vätterlich gegen die seinigen verhalte, so habe ich dir nit verbergen wöllen, Wie das er Newlich ein scharpffe Rhüt, mit welcher er so vil Christen ein zeyt lang gestrafft, Auch letzlich zerbrochen and ins Fewer geworffen habe, derhalben dir zu Trost dise Schenckische Hystorj, Welche zuvor von einem Augenscheinlichen Zeugen inn Latein beschryben, unnd zu Antorff getruct, Auch in unser Hoch-teutschen sprach auszgehen lassen wöllen" Exemplaar in de Rijks Universiteits bibl. te Leiden en in de Kon. bibl. te Munchen.
  1589 Zeytung von Martin Schencken. Was sich zwiischen jm and der Stat Nimwegen haf zugetragen. . . z. pl. 1589, 4°. 8 blz. houtsnede op den titel. volledige titel: "Zeytung von Martin Schencken. Was sich zwiischen jm and der Stat Nimwegen haf zugetragen. Desgleichen auch, wie er im Warsser (sic) ertruncken and sein Leben geendet. Beschehen den 10 Augusti Anno 1589. Deszgleichen auch von (enz. inname en plundering van het vlek Grewer, 28 Aug. 1589)" Exemplaar in de Kon. bibl. 's Gravenhage.
Poll, W. van de 1892 Maarten Schenk-herinneringen, Geld. Volksalm. 1892.  
Poll, W. van de 1892 Het graf van Maarten Schenk, Geld. Volksalm. 1892 bl. 16.  
Poll, W. van de 1897 Christiaan Huygens te Nijmegen. Haagsche Jaarboekje 1897. Met portr. en facsimile zijner handteekening.  
  1591 Waarachtige Beschryvinghe vant belech ende overgevinghe des stadts van Nieumegen aen ende in handen van zijn Excellentie graeff Mauris van Nassou, prince van Oraengien, etc. Leyden 1591, 8 bl. Met houtsnee op het titelblad.  
  1590 Een cort verhaal: Vant beleg van Nimmeghen ende van Parijs, in Vranckrijck . . . Delff, 1590, 8°. 8 blz. volledige titel: "Een cort verhaal: Vant beleg van Nimmeghen ende van Parijs, in Vranckrijck, het rechte finael hoe dat in bey de steden ghestelt is, door 't spreken van twee personagien, waar van d' eerste is een borgher van Nimmegen, ende d' ander een Francoys, comende uit 's Conincx leger voor Parijs." In dit zeldzame berijmde stukje vertelt een protestantsch ingezetene van Nijmegen aan een Franschman, de beleedigende behandeling die men te Nijmegen het lijk van Schenck had doen ondergaan, waardoor de inwoners dier stad den toorn van prins Maurits verwerkt hadden. De Franschman deelt berichten mede omtrent het beleg van Parijs door Hendrik IV.
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Het beleg van Nijmegen in 1590-1591. Penschetsen II, blz. 209-225.  
Jonkers, R. H. Graadt 1846 Feestrede op de bevrijding der stad Nijmegen door prins Maurits, gehouden op 20 Oct. 1846, ter herinnering aan een tijdsverloop van 255 jaren. Nijm. 1846, 8°. met portret van Maurits.  
  1870 L'Estat des troubles de Nimègue de l'an 1617, jusques au mois de Novembre. Uit het archief van Hilten. Kroniek van het Hist. Genootsch. van Utr. D.XXVI, 1870.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Frederik Hendrik te Nijmegen in 1633. P. G. N. C. 14 Aug. 1898.  
Leeuw, H. 1898 Intocht van prins Frederik Hendrik met zijn leger binnen Nijmegen. 16 Oct. 1633. Afbeelding van den optocht gehouden te Nijmegen, bij gelegenheid der Inhuldigingsfeesten, 1 Sept. 1898. Met naamlijst der deelnemers.  
Goris, L. 1640 De nupero terrae motu epistola ad amplissimum dominum Johannem Sluyskenium, curiae ducatas Gelriae et comitatus Zutphaniae graphiarium. Arnhem M.DCXL. Naar aanleiding der aardbeving te Nijmegen gevoeld, 25 Maart 1640. Zie Smetius-In de Betouw Chronyk van Nijm. bl. 186. In Goris' Farrago, p. 9, vindt men een Latijnsch gedichtje: In terras motum qui fuit circa quartam matutinam 25 die mensis Martii an. 1640. Julian.
Haps, P. van [anoniem] 1648 Hollants Vree-tonneel of bly-eynt Speel. Op den sin: B'thontt laang Vre. Gherymt over den beslooten vreed tot Munster, den 30/20 des maents juni 1648. Nym. 1648, 4°. 56 blz. Blijkens de onderteekening der opdracht "aan myn Heers Bartholt van Gent, dijkgraaf van Bommel", was van Haps toen nog ss. LL. studios.
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Hoe Nijmegen het sluiten van den Vrede van Munster vierde. Penschetsen II, blz. 042-046.  
  1672 Missive geschreven uit Nimwegen, rakende hetgene gepasseert is gedurende het belegh en overgave der voorsz. stadt. Door een goet liefhebber van ons vaderlandt. Amst. 1672, 4°  
  1672 Missive geschreven uit Nimwegen, rakende hetgene gepasseert is gedurende het belegh en overgave der voorsz. stadt. Door een goet liefhebber van ons vaderlandt. (Amst. 1672) overgedrukt in Penschetsen I, blz. 118-124.  
  1872 Missive geschreven uit Nimwegen, rakende hetgene gepasseert is gedurende het belegh en overgave der voorsz. stadt. Door een goet liefhebber van ons vaderlandt. Dordrecht 1872 4°. 8 blz.  
  1672 Missive geschreven uit Nimwegen, rakende hetgene gepasseert is gedurende het belegh en overgave der voorsz. stadt. . . Mitsgaders hier nevens het verhael van hetgeene gepasseert is in of omtrent het belegh van Knodsenburgh. Amst. 1672. 4°. volledige titel: "Missive geschreven uit Nimwegen, rakende hetgene gepasseert is gedurende het belegh en overgave der voorsz. stadt. Door een goet liefhebber van ons vaderlandt. Mitsgaders hier nevens het verhael van hetgeene gepasseert is in of omtrent het belegh van Knodsenburgh." Knodsenburg was een schans te Lent tegenover Nijmegen. Geschreven door Kapt. P. Verschoor, commandant van de schans, en onderteekend door alle officieren. De overgave had plaets 16 Juni 1672.
  1672 Missive geschreven uyt Nimwegen, den 14 Sept. 1672. Een bl. fol.  
  1672 Journaal over de belegeringh van Nymegen Amst. 1672, in plano.  
  1672 Tijdingh uyt het Fransche leger ontrent den Rhijnstroom, over het vechten voor den Prins van Oranje. Aan de keerzijde: Schryvens uyt Nymegen, van den 29 Junii 1672 (onderteekend J. v. L.) 2 blz. fol. Dit "schryvens uyt Nymegen" komt ook afzonderlijk voor op een bl. fol.
Brun, Jean [als J. B.] 1673 Le conseil d'extorsion ou la volerie des Francois exercée dans la villa de Nimègue, par le commissaire Méthelet et ses supôts. z. pl. en j. 12°. In 1673 kwam te Keulen uit: La Religion des Hollandois représentée en plusieure lettres, écrites par un officier de l'armée du Roy à un pasteur et professeur en théologie à Berne. Hierop gaf Jean Brun, predikant der Waalsche gemeente te Nymegen een tegenschrift in het licht: La véritable réligion des Hollandois, avec une apologie pour la réligion des Etats Généraux des Provincee Unies. Cy est joint le Conseil d'Extorsion ou la Volerie des Francois, enz. Dit laatste verscheen ook afzonderlijk, Amst. 1675. 12°.
  1675 Authorisatie van syn Hoogheyt den heere prince van Orangien, aen de provisioneele regenten van Nimmegen vergunt (2 Jan.) M.D.C.LXXV. 4°. 4 blz.  
St. Disdier, de 1680 Histoire des négotiations de Nimègue. Paris. 1680 12°.  
  1680 Nymeegsch Vrede Handel, beschreven door Alexandre Toussaint, heer van St. Disdier, opgedragen aan mijn heer Colbert, marquis de Croissy, en uyt het Fransch vertaalt. Gedrukt na de copie tot Parys, by Claude Barbin 1680, 12°. Voorin de opdracht aan Colbert, achterin Authentique Stukken en Bewijzen, dienende tot de historie der Nymeegsche Vreede Handeling.
  1680 Nymeegsche Vreede-Handeling of naauwkeurig verhaal van d'aanmerkelijkste zaaken, welke . . . geduurende den loop der Vreede-Handelingen van de jaeren 1676, 77, 78 en 1679 voorgevallen zijn. . . Amst. 1680, 12°. volledige titel: "Nymeegsche Vreede-Handeling of naauwkeurig verhaal van d'aanmerkelijkste zaaken, welke in de voornaamste plaatsen van Kristenrijk en inzonderheid te Nymegen geduurende den loop der Vreede-Handelingen van de jaeren 1676, 77, 78 en 1679 voorgevallen zijn. In 't Fransch gesteld door den Heer de St. Disdier, geheimschrijver der Fransche ambassade. En in 't Nederduitsch gebracht en met een byvoegsel van eenige noodige authentique stukken verrijkt."
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Vrede van Nijmegen niet gesloten in de Hezelstraat. Penschetsen I, blz. 186-189.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Nijmegen tijdens het Vredecongres. Penschetsen I, blz. 203-216.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Naweeën van het Nijmeegsche Vredecongres. Penschetsen III, blz. 023-029.  
Voirst, G. 1675 Le vray portrait du Polyphème de Nimègue, alias Jean Brun, ministre Francois, autheur du livre intitulé le Conseil d'extorsion ou la volerie des Francois exercée dans la ville de Nimègue . . . . par Guilaume Voirst. Bruxell. 1675, 12°. 65 p. Jean Brun had in zijn geschrift de Katholieken beschuldigd van medeplichtigheid aan de afpersingen van Méthelet. Daarop was bovenstaand schimpschrift een antwoord. Uit een raadsbesl. van 24 Maart 1676 blijkt dat het werkje door een onbekende ten huize van den boekverkooper Anthony Albertess was gebracht. Den 29 Maart werd het door den Raad een "fameus libel" verklaard; tevens werd last gegeven onderzoek te doen naar den schrijver en den persoon die het in de Stad gebracht had. Bij publicatie werd bevolen dat ieder die er een exemplaar van bezat, dit op het stadhuis had te brengen. Tengevolge van dien maatregel is dit werkje hoogst zeldzaam.
  1709 Rym-konstig Dag-register van alles watter is gepasseert in Europa van den jaere 1702, etc. z. pl. 1709. 4°. 4 blz. Hierin komt de vroegste allusie voor op het bekende wapenfeit van Ds. Eilbracht: De leeraars nu Gods-huys verlieten, Die waeren besig om te schieten, In 't kort veranderen sy hun staat, Eerst predicant en nu soldaet.
  1702 Relaes van de belachelyke boeren-vlucht van de provincie Utrecht, voorgevallen op het voorzichtig en wel gereguleert retireren van 't Hollandsche leger van Clarenbeek na Ninwegen (sic), den 13 Juny 1702. Gedruct na de copye van Uitrecht z. pl. of j. 4°. 4 blz.  
  1702 Copie van een missive van den heers grave van Athlone, geschreven in 't leger ontrent Nimwegen, XI Juny 1702, 's avonds ten 8 uren. Utrecht, 1702, 1 bl, fol. Hetzelfde bestaat in twee kolommen gedrukt.
  1702 Copye van een nader brief geschreven van den heer grave van Athlone, in het leger omtrent Nimwegen, den 12 Juny 1702. 1 bl. fol.  
  1702 Missive geschreven in 't Campement van den heer grave van Athlone, ontrent Nimegen, den 12 Junij 1702, des na de middags ten 4 uuren. (get. S:D:V:) Utr. 1702.  
  1702 Lettre d'un officier du camp du comte d'Athlone à Nimègue, dateé de la contrescarpe de la villa, le Lundi 12 juin 1702, à 11 heures. Lamberty Mem. pour servir à l'Hist. du XVIII. siècle T. XII, p. 28.  
  1702 Pertinent relaas; van 't gepasseerde tussen de legers van de grave van Athlone en den mareschel de Bouflers. Alsmede van 't geen binnen de stad Nimwegen is voorgevallen. Emmerik den 14 juuy (sic) 1702. Amst. 1 bl. fol.  
  1702 Missive uit Nimegen, in dato den 15 juny 1702. z. pl. of j. 4°. 4 blz.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Aanslag der Franschen op Nijmegen (11 Juni 1702) Penschetsen II, blz. 093-103.  
    Aanslag op Nymegen in 1702. De Navorscher, D. II, bl. 3 en 336.  
Kobus, J. C. 1848 Mislukte aanslag op Nijmegen door de Franschen, den 11 Juni 1702. Geld. Volksalen. 1848; 1849.  
    De Franschen door de Nijmegenaars afgeslagen, 11 Juni 1702. De Opmerker.  
Kruythoff, Th. 1703 Gekroonde kloeckmoedigheit of onvergelykelyke trouw der burgeren van de aalouwde en vrye ryckstadt der Batavieren, Nymegen, betoondt . . . Nym. 1703, 4°. volledige titel: "Gekroonde kloeckmoedigheit of onvergelykelyke trouw der burgeren van de aalouwde en vrye ryckstadt der Batavieren, Nymegen, betoondt voor ons algemeene, lieve vaderlandt, in het manhaftigh beschermen van hare stadt, tegen den onverwaghten en geweldigen aanval, van den mareschel, Boufflers, onder het gelei van den hertogh van Bourgondiën, zoonszoon van Lodewyck de XIV, Koning van Franckryk en Navarra, met de gansche Fransche legermagt, op den 11 Juny 1702. Gekroondt met de bestelling van haare tegenwoordige, en, na 's stadtsrecht geschikte regeering, verkooren in het jaar 1702 en met algemeene toejuiching bevestigdt in dit loopende jaar 1703. Gerymdt door Theodorus Kruythoff, kerkleeraar in het schependom van Nymegen."
Nijhoff, I. A. 1854 De Geldersche plooijerij, bijzonder te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1854.  
Braats, A. 1874 Bijdrage tot de geschiedenis der Geldersche plooierijen. Leiden, 1874, 8°, bl. 65.  
  1702 Publicatie omtrent de form der regeering (22 Juli). Nym. 1702, in plano.  
  1705 Eerste verhaal van 't geen op Vrijdag, den 7 Augustus 1705, tot Nimmegen is voorgevallen. fol. een blad.  
  1705 Kort verhaal van 't gaans op den 7 Augusti deses jaars 1705, als ook eenigen tijd van te vooren, de magistraat der stad Nymegen concernerende, is voorgevallen (dd. 30 Sept.) Nym. 1705. 4°. Met bijlagen.  
  1705 Alle de autentique stucken, proceduren, van het gene tot Nymegen is voorgevallen, op den 7 Augustij 1705; nevens 't geene voor en naar die tijt is gepasseert. Nym, 1705 4°. Hetzelfde werk als het "Kort verhaal van 't gaans op den 7 Augusti deses jaars 1705", maar van anderen druk, met een afzonderlijken titel en doorloopende pagineering.
    Relation des troubles arrivés à Nimègue. Lamberty Memoires pour servir à l'hist. du XVIII. Siècle. T. XIV, p. 45-121. Supplément aux Mem. p. 84-113.  
  1748 Waaragtig verhaal behelsende alle 't geene over 't de novo eligeren en aanstellen van den doorlugtigsten vorst, Willem Karel Hendrik Friso . . . binnen de stad Nymegen in den jare 1747 voorgevallen en gebeurt is. Nym. 1748, 4°. volledige titel: "Waaragtig verhaal behelsende alle 't geene over 't de novo eligeren en aanstellen van den doorlugtigsten vorst, Willem Karel Hendrik Friso, prince van Orange en Nassauw, etc. etc. etc. tot erfstadhouder, capitain en admiraal-generaal over den furstendom Gelre en graafschap Zutphen binnen de stad Nymegen in den jare 1747 voorgevallen en gebeurt is."
  1748 Echt relaas van het gepasseerde nopens de afzettinge van de geheele magistraat der stad Nymegen, op Donderdag den 22 Augusty 1748. Amst. 1748, 4°.  
  1748 Tweede of nadere missive van Nymegen, nopens de veranderinge der magistraats-persnonen; geschreven in dato den 24 Augusty 1748. Amst. 1748, 4°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Een historisch huis (episode uit de beroeringen van 1747-1748). Penschetsen I, blz. 061-069.  
    Aldewyl aan de ondergeschreve ter kennisse ende vervolgens ter handen gekomen is . . . Nym. in plano. De 10 ondergeteekenden verklaren dat zij niet van plan waren in de nacht van 12-13 Dec. 1747 de burgemeesters te doen onthoofden en een aantal andere personen uit de vensters van het stadhuis op te hangen.
    Het beleg van Nijmegen in 1794. F. H. A. Sabron. De Oorlog van 1794-1795, op het grondgebied van de Vereenigde Nederlanden D. I. bl. 336. (Hierbij de schetsplannen van de attaque, kaarten Nos. 24 en 25).  
Aarssen, A. 1899 Nijmegen van 6-9 November 1794. Een brief uit die stad en uit die dagen. Geld. Volksalm. 1899. Dit is een afdruk van een op 4 blz. 4°. gedrukt blaadje, ten titel voerende "Extract uit een brief van Nijmegen, van den 12 Nov.1794;" zonder naam van drukker.
Mac Leod, N. 1894 Honderd jaren geleden. Nijmegens belegering door de Franschen en het einde der Schotsche regimenten, naar het dagboek van Norman Mac Leod, luit. kol. bij het regiment Bentinck. Nijm. 1894, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Het planten van den Vrijheidsboom op de Markt. Zondag 30 Nov. 1794. Penschetsen III, blz. 070-075.  
Poll, W. van de 1894 Nijmegen in 1794. P. G. N. C. 4 en 11 Nov. 1894.  
Rogge, Y. H.   Nijmegen in 1795. Geschiedk. studiën, aangeboden aan prof. H. C. Rogge.  
Schevichaven, H. D. J. van 1905 Koning Lodewijk te Nijmegen. P. G. N. C. 16 April 1905.  
Poll, W. van de 1903 Keizer Napoleons bezoek aan Nijmegen 31 Oct. 1811. Geld. Volksalm. 1903 m. pl.  
Schevichaven, H. D. J. van 1897 De Garde d'Honneur. P. G. N. C. 16 Mei 1897.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De laatste dagen van het Fransche bewind te Nijmegen. Penschetsen III, blz. 046-052.  
Mackay van Ophemert, Ae. 1864 Iets over Nijmegens herstelling in 1814. 's Gravenh. 1864. 8°.  
Roggen, W. Graadt van 1903 De Keizer aller Russen te Nijmegen (1814). P. G. N. C. 15 Nov. 1903.  
Schevichaven, H. D. J. van 1895 Oranje-Nassau te Nijmegen. P. G. N. C, 15 Mei 1895. Aangeboden aan H.H. M.M. bij Hoogst Derzelver verblijf hier ter stede, in Mei 1895.
PAMFLETTEN EN ANDERE GESCHRIFTEN, BETREFFENDE BURGERTWISTEN EN DERGELIJKE BEWEGINGEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
  1617 Gheclach der verstroyder ghemeente tot Nymmegen. Gemaeckt Door een Lief-hebber van Nassous bende, Die Jehova aen-roept in elende. (op rijm) z. pl. 1617, 8 blz.  
  1618 Sendt-brief Gerardus Livius, predicant tot Nymeghen, gheschrevan aen Henricum Brimanij, predikant tot Arnhem, aengaende tghene daer ghepasseert is. . . 1618, z. pl. 4°. 15 blz. Met titelvignet. volledige titel: "Sendt-brief Gerardus Livius, predicant tot Nymeghen, gheschrevan aen Henricum Brimanij, predikant tot Arnhem, aengaende tghene daer ghepasseert is. Daer achter aen ghevoegt is een tuyltgen van sommige bloemen uyt den sendt-brief ghepluckt. Met een liedeken. Ghedruct na de copie van den brief uyt Nymeghen gheschreven." De brief, dd. 17 Nov. 1617, is uitgegeven door den contra-remonstrant Aerd Adams, van wien ook zijn het Liedeken en het Tuyltgen waarin de inhoud van den brief wordt gecritiseerd.
  1618 Christelycke aen-spraeck der predicanten van Nimmegen, aen eenighe lidtmaten der ghemeynte, die sich t'onrechte bedroeft ende beswaert noemen; . . . z. pl. 1618, 4°. volledige titel: "Christelycke aen-spraeck der predicanten van Nimmegen, aen eenighe lidtmaten der ghemeynte, die sich t'onrechte bedroeft ende beswaert noemen; tot weeringhe van de blaam, daarmede de voornoemde predicanten sonder fundament beschuldicht worden. Proverb. 22. 1. Het geruchte is costelijcker dan grooten ryckdom : in gunste is beter dan in silvar ende gout. Psal. 141. 5. De recht-veerdighe sla my vrundelycken ende straffe my : dat sal my wel doen als eenen balsam op mijn hoofde. -" Onderteekend door de Remonstrantsche predikanten Ger. Livius Henr. Leflerus en Jo. Coetsius. De voorrede is gedateerd 27 Febr. Zie over dit stuk Uytenbogaert 1015.
  1618 Notulen ofte aan-merckingen, op het af-scheydt der predicanten van Nimmegen, ghegeven bij den E. Raadt derzelver stadt, op den 8 April 1618. Ghegeven uyt de stadt daar ghij 't misschien niet van en verwacht, den 2 Juny op Pincksteravont VIc. XVIIJ z. pl. 4°. 12 blz. Door den Utrechtschen predikant Jacobus Taurinus. Zie Rogge, Bibl. der Remonstr. Geschr. bl. 117 en uitvoerig Uytenbogaert 1017.
  1618 Afscheydt den predicanten van Nimmeghen ghegeven, by den raadt derzelver stede, waar aen men sien kan, wat uytkomste alle Remonstransche predicanten te wachten hebben . . . z. j. of pl. 4°. volledige titel: "Afscheydt den predicanten van Nimmeghen ghegeven, by den raadt derzelver stede, waar aen men sien kan, wat uytkomste alle Remonstransche (sic) predicanten te wachten hebben, als de Contra-Remonstranten de magistraten tot hare devotie zullen gebraght hebben" Afschrift van het Nijm. raadsbesluit van 8 April 1618.
  1623 Nymeegsch accoort ofte bedenckinghen over de vereeniginghe tusschen de ghedeputeerden des Gelderschen synodi ende de afghesette predicanten van Nymeghen beraamt . . . Harders-wijck, 1623, 4°. 112 blz. volledige titel: "Nymeegsch accoort ofte bedenckinghen over de vereeniginghe tusschen de ghedeputeerden des Gelderschen synodi ende de afghesette predicanten van Nymeghen beraamt, waerby komt een vergelijckinghe der leere, in de X Geldersche positien begrepen, niet de leere des synodi van Dordrecht. Item: teghen-stellinghe der leere van P. Melanthon (sic) ende H. Bullingerus, ter eener, ende de leere der synodale canons ter andere zijde. Tot waerschouwinghe soo wel van predicanten als Remonstrantschghesinde gemeente, dewelcke deur (sic) sulck bedriegelijck accoordt zijn verstrickt ende nogh moghen aangevochten worden, ingestelt ende by een ghebracht."
  1639 Verantwoordinghe voor burgermeisteren schepenen ende raet der stadt Nymegen, dienende tot justificatie van 't aanvaarden der commandurie van St. Jan . . . Nym. 1639, 4°. goth. letter. Gevolgd door "Stucken ende Munimenten daartoe sich die voorgaande verantwoordinge refereert". volledige titel: "Verantwoordinghe voor burgermeisteren schepenen ende raet der stadt Nymegen, dienende tot justificatie van 't aanvaarden der commandurie (sic) van St. Jan, binnen de voorsz. stadt, met die goederen daer toe gehoorende, alsmede tot wederleggings van 't geene dat daer teghens soude mogen gemoveert worden."
Smetius, J. [anoniem] 1641 Iteratae vindiciae Noviomagensium. Copie van sekere missive des Eerw. classis van Nymegen . . . Waarby vertoont wort . . . hoe seer door quaetwilligen geabuseert worden die gheene welcke die pretense Johanniter soecken te mainteneeren . . . z. p. 2641 (sic) 4°. 12 blz. volledige titel: "Iteratae vindiciae Noviomagensium. Copie van sekere missive des Eerw. classis van Nymegen, aan de Ged. Mog. Heeren Staten des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen, in Majo 1641 op eenen landt-dagh binnen de stadt Zutphen vergadert. Waarby vertoont wort aan alle yveraers der ware christelieke gereformeerde religie ende goede patriotten des vaderlants, hoe seer door quaetwilligen geabuseert worden die gheene welcke die pretense Johanniter soecken te mainteneeren bij die commandurie van St. Jan, binnen Nymegen, met de goederen daartoe gehorende, voor desen by een E. magistraat aldaar tot onderstant van de voorsz. waere religie met recht aengeveert". Na het overlijden van den laatsten commandeur te Nijmegen, Bernard van Golstein, in Januari 1638, had de Raad goedgevonden, de bezittingen dezer commanderie aan te slaan en te bestemmen "tot dienst ende onderhoud der hervormde kerkedienaare, scholen ende armen". Raadsbesluiten van 6, 17, 22 Jan.; 5, 16, 18 Mei; 7 Nov.; 4, 14 Dec. 1638, enz.
  1642 Bethonica ende bethoninge, van saecken aangaande het recht 't welcke den ridderlijcken orden van S. Johan tot Hierusalem, int eylandt van Malta residerende, competeert . . . Anno MDCXLII. z. pl. 4°. volledige titel: "Bethonica ende bethoninge, van saecken aangaande het recht 't welcke den ridderlijcken orden van S. Johan tot Hierusalem, int eylandt van Malta residerende, competeert tot derselver goederen ghelegen alomme in de Vereenighde Nederlandtsche provincien, gheconserveert door natuere der voorsz. goederen, neutraliteyt des Ordensridderen, concordaten der Vereenighde Provincien. Ghestelt tot dienst van sijn vorstelijcke Altesse, den heer grootmeester ende de samentlycke ridderlijcke orden tot Malta."
  1643 Remonstrantie van wegen de Ghedeputeerden des provincialen synodi aen de Ed: M: heeren de Staten des vorstendoms Gelre ende graafschap Zutphen. Rakende de uytghegevene Betonica van de Johanniters . . . z. pl. 1643, 4°. volledige titel: "Remonstrantie van wegen de Ghedeputeerden des provincialen synodi aen de Ed: M: heeren de Staten des vorstendoms Gelre ende graafschap Zutphen. Rakende de uytghegevene Betonica van de Johanniters. Weer inne dat aengewesen word, de onwetlickheyt van der Johanniters versoeck ende de nieticheyt van haere beschuldinge, tegen de leeraren van de Gereformeerde Religie. Gunstige leser, alsoo de advocaten der Johanniters niet teghen het E. Quartier ofte de stadt van Nymmegen alleyn, maar teghen alle de provincien ende plaatsen deser Vereenighden Nederlanden in welcke oeyt eenighe conventen onder haere Orden hebben gestaan, haere aenspraeck doen, ende tot dien eynde een boeck onder den naam van Bethonica hebben laten drucken, om hetselve, ghelijck sy alrede op laestledenen Land-dach deser Provincie gedaan hebben, omme te deelen ende voorts in vele handen te laeten komen, so en sal niemant vrembd vinden, dat der tegen tot reddinge van de waerheyt ende ontschuldinge van die tot onrecht van haar luyden beschuldinghde, dese remonstrantie oock worde gemeyn gemaeckt. Leest ende oordeelt". Deze met groote kennis van zaken gestelde remonstrantie wordt aangetroffen in een bundel kleine geschriften van Smetius (in bezit van v.S.) door diens zoon verzameld, weshalve mag aangenomen worden dat zij het werk van J. Smetius Sr. is.
Goris, L. [anoniem] 1647 Anacrisis ofte ondersoeck van seeckere sententie by den Hove Provinciaal van Gelderlandt, ende pretense geadjungeerde heeren tegen die stadt Nymegen . . . Nieum. 1647, 4°. 88 blz. volledige titel: "Anacrisis ofte ondersoeck van seeckere sententie by den Hove Provinciaal van Gelderlandt, ende pretense geadjungeerde heeren tegen die stadt Nymegen tot merckelycke nadeel van des selves hebbende privilegien ende gerechtigheyden . . . . uytgespr. op den 19 Dec. 1646. Doen stellen by burgermeisteren, schepenen ende raadt der voorsz. stadt".
  1647 Antidotum curiae Gelriae contra venenosam Anacrisin civitatis Noviomagensis (1647) z. j. of pl. 4°.  
  1648 Anaclisis ofte weerschyn van de cracht der sententie by den Hove . . . Tegens de heeren van de magistraat der stadt Nymegen . . . op den 19 Decem. 1646 uytgesproken . . . z. pl. 1648, 4°. 44 blz. volledige titel: "Anaclisis ofte weerschyn van de cracht der sententie by den Hove, mitsgaders de heeren denselven gheadjungeert uyt de Landtschap des Furstendoms Gelre ende Graeffschaps Zutphen, op het Intendit, bewijs, schijn ende bescheyt over-ghegeven door ende van wegens de volmachtiger van de heere Walraven Scheiffart van Merode, St. Jans Ordens ridder, commandeur ende receptor generaal van des Ordens goederen in Nederlandt, impetrant. Tegens de heeren van de magistraat der stadt Nymegen, gedaagde, uytgeroepene ende niet erschenene, op den 19 Decem. 1646 uytgesproken. Waerinne, neffens verhandelinge der impertinentien van seeckeren Anacrisis ofte ondersoeck, aengewesen wordt de wettelijckheyt van de voorsz. sententie".
  1658 Deductie voor de Staten des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen. Dienende tot justificatie van de procedure over die t'onrecht aangehaalde een-en-dartigh kopere vaten, in den jaere 1657 voorgevallen . . . Nym. 1658, 4°. volledige titel: "Deductie voor de Staten des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen. Dienende tot justificatie van de procedure over die t'onrecht aangehaalde een-en-dartigh kopere vaten, in den jaere 1657 voorgevallen. Tusschen hoochgemelde Staten ten eenre, ende de gecommitteerde heeren raden ter admiraliteyt tot Rotterdam, ter andere zyden. Mitsgaders tot aenwijsinge van 't recht meer hoogh-gedachte Staten, neffens andere provincien deser Vereenigde Nederlanden competerende, over de convoyen, licenten, sampt veyl-gelden in haer Ed. Mogende territoir, geheven werdende, self te doen administreren ofte in de jaerlijcksche consenten dienaengaende te mogen discontinueren". Protest van den magistraat van Nijmegen. De aanhaling was geschied aan boord van het marktschip van Roermond op Mook, als zijnde te Nijmegen niet naar behooren aangegeven ten kantore des ontvangers der convoyen en licenten.
  1666 't Gevonden zegel des priors van Nimmegens-Zwijnen-orden, by een lantverrader Jan Muller, aengenomene pont-gast van den Munsterschen Bisschop, naa dat hy zigh zelven met den bast had omgebraght. Mitsgaders de triomfzangh der bisschoppelijcke victorien. z. pl. 1666, 4°. Het titelblad vertoont een gravure van het zegel, voorstellende een monnik met een heiligenkrans, een kruis in de rechterhand en het omschrift: sigillu prioris covents nouimagene, ordis. por. Vgl. hiermede een ander pamphlet: Copie van die informatien, confessien ende sententien van die twee verraders ende conspirateurs tegens de steden Arnhem ende Doesburgh . . . . die eene genaemt Jan Muller . . . . ende die andere . . . . Henrick in de Kelder, enz. (juni-sept. 1665.) Arnh. 1665, 16 blz.
  1672 Verheal (sic) van het secreet der Misse, ofte uytvindinge van de rechte oorsacken deser tegenwoordighe oorlogen. Vertoont in een tsamenspraeck tusschen twee Nimweegsse borgeren, Mr. de Rader ende Mr. Goedhert . . . z. pl. 1672, 4°. 12 blz. "Uytgegeven door een liefhebber van het vaderlandt"
  1672 Verhael van het secreet der Misse, ofte uytvinding van de rechte oorsaecken deser tegenwoordighe oorlogen. Uytgevonden door een liefhebber van Sijn Hoogheyt, in 't eerste jaar sijner stadthouderlijcke regeringe. z. pl. 1672, 12 blz.  
  1675 Authorisatie van S. H. den heere prince van Orangien, aan de provisioneele regenten van Nimmegen vergunt (2 Januari) 1675, 4 blz.  
  1676 Brief geschreven uyt Nymegen, den 15 Juny 1676 N. S. Utr. Een bl. fol.  
  1702 Korte deductie van de stadt Nymegen, over het ongelyk aan deselve ende andere steden van het selve Quartier, door het verleggen van de ordinaris Landschaps vergaderinge ende het houden van dien binnen de stad Arnhem aengedaen . . . (1702), 4°. 22 blz. z. j. of pl. volledige titel: "Korte deductie van de stadt Nymegen, over het ongelyk aan deselve ende andere steden van het selve Quartier, door het verleggen van de ordinaris Landschaps vergaderinge ende het houden van dien binnen de stad Arnhem aengedaen, daar die, volgens haar recht ende possessie van dien, als mede na de oude forme van de regeeringe binnen de stadt Nymegen, waar inne deselve is begonnen, hadde moeten gecontinueert ende gehouden syn geworden ". Onderteekend door elf raadsleden en den woordhouder der gemeenslieden. Zie Wagenaar, Vad. Hist. D. XVII, bl. 138. Er bestaat een andere druk van dit stuk, waarin het voorlaatste woord van het opschrift, syn, met een z gespeld, en die in 20 blz. vervat is.
  1702 Verbaal uit den naam en van wegen de gemeenslieden, gildens ende borgers der stad Nymegen, gemaakt ende opgestelt, van 't geen . . . in April, May en Juny deses's jaars 1702 is voorgevallen en gepasseert, z. pl. of j. 4°. 28 blz. volledige titel: "Verbaal uit den naam en van wegen de gemeenslieden, gildens ende borgers der stad Nymegen, gemaakt ende opgestelt, van 't geen dat over het aanstellen ende suppleren van het behoorlick getal der gemeensluiden van gemelte stadt in April, May en Juny deses's jaars 1702 is voorgevallen en gepasseert". Zie Chronijk van Nijmegen, blz. 226, op 6 Juni 1702.
  1702 Extracten uit het register der resolutien by de gemeensluyden der stadt Nymegen, sedert den 14 tot den 29 Junii 1702 voorgevallen, voornaamentlick omtrent de veranderinge van de regeringe van de magistraat derselver stadt. z. pl. of j. 20 blz. 2°.  
  1702 Justificatie van het recht dat de magistraat neffens de gildens en de gemeensluyden der stadt Nymegen als een vrye ryks-stad van ouds heeft gehad . . . z. p, of j. 4°. 72 blz., met 55 blz. bijlagen. volledige titel: "Justificatie van het recht dat de magistraat neffens de gildens en de gemeensluyden der stadt Nymegen als een vrye ryks-stad van ouds heeft gehad, ende als nog competeert, om hare magistraat ende vrye keure van dien by haar selffs te doen, volgens hare privilegien, rechten, plebesciten ende usantien, ende waartoe deselve al nu tot meesten dienst ende welstand van de stad ende burgerye berechtigt, ende bevoegt sijn".
  1702 Memorie begrypende een verhaal van de constitutie der regeringe van de oude, vrye ende vermaarde keyserlycke ryckstadt Nymegen. z. pl. of j. 4°. 12 blz. Dit stuk komt ook voor onder de bijlagen van het voorgaande, letter K, blz. 20-29.
  1702 Grieven ende beswaeren van d' oude en vrye burgerye der stad van Nymegen. (Daarachter:) Memorie aan den eerbaeren raadt der stad Nymegen . . . . gelezen in den raadt . . . . den 12/2 Augusty a°. 1676, en een tweede Memorie 9 Dec. 1676 overgegeven. 4°. 8 blz. (1702.) Dit geschrift werd voor seditieus libel verklaard. Zie "Extract uyt het reces . . . (18 juli 1702)".
  1702 Extract uyt het reces van d'Ed. Moog. heeren Staeten des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen, op den ordinaris lantdach in December 1701, Martio, Aprili en Junio 1702 binnen Nymegen en vervolgens in Julio desselven jaers binnen Arnhem gehouden. (18 Juli 1702) 4 blz. fol. Hierby wordt "het gedisperseerde libel geintituleert Grieven en beswaeren van d'oude ende vrye burgerye", enz. veroordeeld als een "verfoeyelick pasquil en seditieus libel" door handen van den scherprigter metten allereersten op een daartoe door het Hof vergunde plaats publiek verbrand te worden. Met een premie van 100 zilveren ducatons aan dengenen die de auteurs, drukkere of seminateurs daarvan kon aanwijzen. De momber, David ten Hove, die dit bevel weigerde te doen uitvoeren, werd deswegen afgezet. Landdags reces 18 en 19 Juli 1702.
  1702 Placaat (Hetzelfde besluit als "Extract uyt het reces . . . (18 juli 1702)", op twee 4°. blz.) dd. Arnhem 20 July 1702. Bevat een veroordeeling van het "schadelyck placcaat", van 18 Juli ll. "waar by dese aloude vrye rycx-stadt van haere wetten, regten, previlegien en usantien by hare voor ouderen met goet en bloet gekogt . . . . benadeelt en by forme van resolutie en buyten onse kennis ontset worden."
  1702 Injurieuse insinuatie gedaan aen de weduwe en erfgenamen van den heere Johan Leeuwens, out secretaris der stadt Nymegen. (dd. 26 july 1702) 4°. 8 blz.  
  1702 Memorie van eenige voorname poincten die omtrent de proceduyren van de twee Quartieren ende eenige leden uyt het Quartier van Nymegen en de Provintie van Gelderland tegens de stad Nymegen te considereren staan. 4°. 4 blz. z. pl. of j.  
  1702 Protest, dd. 1 Sept. 1702. De ondergeteekende borgers zijnde ter ooren gekoomen, enz. Onderteekend door F. Romswinckel, H. Singendonck, R. Verschoor, W. Vonck, met adhesie van veel andere burgers en gildebroeders. . 4°. 20 blz. Gevolgd door een adres van dezelfden aan de raden des furstendoms Gelre, dd. 12 Sept. 1702, en door een Tweede Protest 23 Sept. aan dezelfden gezonden
  1702 Het Tweede protest, d.d. 29 en 30 Oct. 1702. De ondergeteekende borgeren der stad Nymegen verstaan hebbende, enz. 24 blz. Met bijdragen. Onderteekend door den raad en de gemeenslieden.    
  1702 Missive van een regent ende patriot van ons vaderland. Amst. 29 Sept. 1702, 4°. 8 blz.  
  1702 Copia missive van de heeren van 't Hoff en adjuncte leden van de landschap aan de Ed. Moog. heeren Staten van Gelderland, vergadert tot Zutphen. (dd. 5 Decemb. lees 5 Septemb. 1702.) Met protest daartegen dd. 6 Oct. 1702. 4°. 16 blz.  
  1702 Request voor de gecommitteerdens uit de gemeensluiden der stadt Nymegen aan de Hoog Moogende heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden. 4°. 22 blz. (8 Sept. 1702). Met twee bijlagen en resolutie van de Stat. Gen. dd. 24 Aug. 1702, over het gebruik van 's Lands militie, bij de gewelddadige verandering van dezer stads magistraat. De leden der ontzette regeering waren teruggekomen vergezeld van vier cornetten ruiterij, terwijl tevens de stad bezet werd door 5 regimenten infanterie en 3 cornetten ruiterij, op patent der Staten van Gelderland, die op weg waren naar het leger in Brabant. Bezwaren ingebracht tegen de handelingen van den magistraat.
  1702 Korte deductie van de redenen waarom de regenten, gemeensluyden ende borgeren der stadt Nymegen bevoegt zijn hare klachten aan de respective heeren Staten van de Vereenighde Nederlanden, als bondgenoten te doen . . . z. j. 4°. 8 blz. volledige titel: "Korte deductie van de redenen waarom de regenten, gemeensluyden ende borgeren der stadt Nymegen bevoegt zijn hare klachten aan de respective heeren Staten van de Vereenighde Nederlanden, als bondgenoten te doen, ende de voornoemde heeren Staten geobligeert de selve, als een lidt van de Unie, te hooren ende te helpen tegens de ongehoorde ende feytelijcke proceduyren door de stercke handt van 's Landts militie de selve stadt ende borgerye na voorgaande toestemminge van de heeren Staten Generaal, ende op ordre van de twee quartieren, Zutphen ende Velouwe, met eenige leden van het quartier van Nymegen, tot verderf van de voorsz. stadt ende omkeeringe van der selver vryheden en voorrechten, aangedaan en geexecuteert."
  1702 Missive aan een regent ende patriot van ons vaderland. (dd. Amst. 29 Sept. 1702) 8 blz. Met eigenhandige onderteekening van Frans Romswinckel.
  1702 Korte naricht voor den waarden leezer 4°. 8 blz. Publicatie der raden van Gelderland, dd. 11 Sept. 1702. Protest van de gemeensluyden en gildens der stad Nymegen, met notarieele legalisatie van 4 Oct. 1702.
  1702 Sententien bij den hove des furstendoms Gelre en graefschaps Zutphen en d'adjuncte leden uyt de landschap, gewesen tegens Francois Romswinkel . . . 5 Dec. 1702. Arnh. 1702, 4°. 28 , blz. volledige titel: "Sententien bij den hove des furstendoms Gelre en graefschaps Zutphen en d'adjuncte leden uyt de landschap, gewesen tegens Francois Romswinkel, Henrik Singendonk en Reinier Verschoor, Willem Vonck, Adriaan van Heerd, Jan Ingenool en Frans van der Linden, Jan van Londen en Jan Taay. 5 Dec. 1702."
  1702 Copia. Missive van de heeren van 't Hoff en adjuncte leden van de landschap, aan de Ed. Moog. heeren Staten van Gelderland vergadert tot Zutphen. Geschreven tot Zutphen 5 Dec. 1702). Gevolgd door een Copia Protest. 16 bl. z. pl. Misschien door Romswinckel geschreven.
  1702 Placaat. De Staeten des furstendoms Gelre, enz. (Amnestie voor de schuldigen aan de onlusten te Nijmegen, Tiel en Bommel, dd. 9 Dec. 1702). Arnh. 1702. 2 blz. fol. Goth. lett.  
  1702 Generale en particuliere grieven en beswaren tot laste van d'ontsette regenten der vrye-rycks-stadt Nymegen. 1702, 4°.  
  1702 Deductie van het voorstaan der privilegien of privé-voordeelen in den Quartiere van Nimegen. 4°. 16 blz. Op het schutblat van het exemplaar van dit geschriftje in de Gemeente Bibliotheek, leest men de aanteekening : "Dit boeckie is by de oude regeeringh uytgegeven."
  1703 Publicatie. Borgermeesteren schepenen en raadt, sampt gemeensluyden der stadt Nymegen, enz. (Amnestie voor de ongeregeldheden en vernietiging der vonnissen uitgesproken 5 Dec. 1702 tegen Romswinckel c.s.) 22 Marty 1703. Nym. 1703 in plano.  
  1703 Omstandich bericht van tgeene nu onlangs . . . in de stad Nimegen . . . is voorgevallen . . . tot nu heden 1703 toe, ontrent de gemaeckte praetentien . . . tot het verkiesen en veranderen van den magistraat aldaar, enz. z. j. of pl. 4°. 16 blz. volledige titel: "Omstandich bericht van tgeene nu onlangs ...., in de provintie van Gelderlandt ende voornamentlijck in de stad Nimegen bij de groots confusie, aenmerckens waardig is voorgevallen, sedert het laatst van . . . . . 1702 tot nu heden 1703 toe, ontrent de gemaeckte praetentien der gemeens-luyden, burgerye, etc .. .... tot het verkiesen en veranderen van den magistraat aldaar, enz."
  1703 Relation circonstancielle de ce qui s'est passé . . . dans la ville de Nimègue . . . jusqu'à présent 1703 . . . pour y élire et changer le magistrat . . . De Lamberty, Mem. pour servir à l'Hist. du XVIIIe siècle. T. XII, p. 281. volledige titel: "Relation circonstancielle de ce qui s'est passé de remarquable depuis peu dans la province de Gueldre et principalement dans la ville de Nimègue, à l'occasion de la grande confusion qu'il y a eu depuis la fin de l'année passée 1702 jusqu'à présent 1703, par rapport aux prétentions faites des tribuns, de la bourgeoisie, etc. de la dito ville, pour y élire et changer le magistrat, après la mort du Roi de la Grande Bretagne, d'immortelle mémoire"
  1703 Propositie van de heeren gecommitteerden uyt Gelderlandt aan Haer Hooge Mogende gedaan den 26 Febr. 1703. 16 blz. Verzoek om een "extraordinaire besendinge" te doen, om een eind te maken aan de onlusten in Nijmegen en in de andere Geldersche steden.
  1703 Deductie van de stadt Nymegen aen de heeren Staten van de respective Vereenigde Provintien, hare bondgenoten (17 Oct. 1703) 4°. 24 blz., met 42 blz. bijlagen: Extract uyt het raedtsignaet der stadt Nymegen over den jare 1703. Sabbathi 3 Martij 1703, - Veneris 3 Aug. 1703. z. j. of pl.
  1703 Vreugde over de vreyheit en haare beschermers te Nymegen herstelt, op den 22 Maart 1703. Nym. 1703, in plano.  
  1703 Ratione Officii. (Een reeks verbalen van verhooren van stadswerklieden, over arbeid door hen verricht ten behoeve van Nijmeegsche regenten. 4°. z. j. of pl. (Z6 Juni 1703.) Ook als tweede bijlage bij het stuk van 8 Mei 1704.
  1703 Publicatie. (Van den magistraat tegen de machinaties van de afgezette leden Dr. W. Reynders, Dr. Roukens, Dr. Leyedecker, Dr. D. Roukens en W. Verheyden). 9 Aug. (1703.)  
  1703 Publicatie. 9 Aug. 1703. Nym. 4 blz. Verbod om heimelijke vergaderingen bij te wonen belegd door de afgezette magiatraats personen.
  1703 Memorie van den gesworen roeydrager der stadt Nymegen. Nym. 1703, 4°. 4 blz.  
  1703 Copia. Hooge Mogende Heeren. Wy hebben gelesen ende geexamineerd de brief, enz. Missive van den magistraat van Nijmegen en de andere steden van het Nijm. Quartier, om afgezanten naar 's Gravenhage te zenden. dd. 3 Oct. 1703. z. j. of pl. 4°. 8 blz.  
  1703 Extract uit het raedt-signaet der stadt Nymegen over den jare 1703 (dd. Lunae, den 22 Oct. 1703) z. pl. of j. 4°. 8 blz. Betreffende het kiezen van gemeenslieden.
  1703 Korte deductie, opgegeven door de 13 ondergeschreven gemeensluyden der stadt Nymegen . . . Tot haere verantwoordinge tegens alle de geene die haar achterrughs hebben geblameert . . . Met bijlagen. 4°., 30 blz. (26 Oct. 1703). volledige titel: "Korte deductie, opgegeven door de 13 ondergeschreven gemeensluyden der stadt Nymegen, dienende ingevolge der selver memorie aen ampten en gildens deser stadt. Overgelevert den 7 October 1703, alhier annex sub N°. I. Tot haere verantwoordinge tegens alle de geene die haar achterrughs hebben geblameert ende t'onrecht beschuldigt met dese en gene falciteyten omme, waar 't mogelyck, haer onder de gemeente een quaden naam aen-te-vrijven, ende alsoo bij deselve haetelyck te maken."
  1703 Korte Voor-reden. Den onpartydige, waeren vryheyt liefhebbende leser sall, enz. (Brieven aan den Landdag over de afgezette leden van den magistraat, 29 Nov. 1703, onderteekend M. L. Singendonck) z. j. of pl. 4°. 62 blz.  
  1703 Copia. Missive van de drie steden des Nymeegschen quartiers, Nymegen, Tiel en Bommel, aen de Hoogh Moogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden (14 Dec. 1703) 4°. 12 blz.  
  1703 Aen de Hoogh Mog. heeren Staten Generaal der Vereenighde Nederlanden. dd. 29 Dec. 1703, 4 blz. fol. Request van "de oude ende wettige regenten der steden van de quartieren Nymegen ende Veluwe," ter bestrijding van de laatst voorgaande missive.
  1703 Missive van de wettige regenten van Nymegen, Tiel en Bommel aen de Hoogh Mog. Heeren Staten Generaal der Vereenighde Nederlanden. (Arnh.) 1703, 4°. 16 blz.  
  1703 Verbael en deductie voor de oude en wettige magistraat der stadt Nymegen, raeckende het aldaar wegens het af- en aen-setten van gemeensluyden en van de magistraat sedert de maant van May 1702 is voorgevallen. Leyden, 1703. 32 blz.  
  1703 Een extract uyt de Geldersse Geschiedenissen van Arent van Slichtenhorst, reght-geleerden, aangaande de verschillen en oneenigheden tusschen Arnold, hertog van Gelre ter eenre, ende de stad Nymegen ter andere zyde, in 1458 . . . z. pl. 32 blz. (1703.) volledige titel: "Een extract uyt de Geldersse Geschiedenissen van Arent van Slichtenhorst, reght-geleerden, aangaande de verschillen en oneenigheden tusschen Arnold, hertog van Gelre ter eenre, ende de stad Nymegen ter andere zyde, in 1458 voorgevallen ende het compromis daar over ingegaan, pagina 248". Beschuldigingen van Nijmegen tegen Hertog Arnold en derselver wederlegging door den Vorst.
  1704 Onderling verbant en associatie van de regenten, gemeensluyden, gildens, ampten, borgers en ingesetenen dor vrye-ryx-stadt Nymegen, gemaeckt en onderteyckent in Decemb. 1702 en vervolgens. Nym. 1704, 4°. 22 blz.  
  1704 Hoog Mogende Heeren. Wij hebben de vryheyt genomen den H. Hoogh Mog. iterative te repraesenteren, enz. z. j. of pl. 4 blz. fol. Brief d.d. 8 Jan. 1704 van "de Staten van de Graafschap Zutphen, ridderschap van de Veluwen ende eenige van de oudste leden der ridderschap van Nymegen" aan de Staten Generaal, tegen de nieuwe regenten van Nijmegen.
  1704 Copia. Hoog Mogende Heeren. Het is U Ho: Mo: volkomentlijck bewust, enz. Brief van 25 Jan. 1704 van de gecommitteerden der steden Nijmegen, Tiel en Bommel aan de Staten Generaal, z. j. of pl. 4°. 8 blz.  
  1704 Extract uyt het register der resolutiën van de Ho: Mo: Heeren Staten Generaal der Ver. Nederlanden, 29 Jan. 1704. (Inhoudende missive van de steden van het Quartier van Nijmegen en de Veluwe, alsmede resolutie van 2 Febr. 1704.)    
  1704 Memorie van eenige voorname poincten die ontrent de proceduyren van de twee Quartieren ende eenige leden uyt het Quartier van Nymegen en (lees in) de provincie Gelderland tegen de stad Nymegen te considereren staan (1704)) z. j. of pl. 4°. 4 blz.  
  1704 Vrywilligh reglement voor de Gemeensluyden deser stadt Nymegen. Door de selve beraamt den 30 Marty anno 1704. z. j. of pl. 4°. 8 blz.  
  1720 Vrywilligh reglement voor de Gemeensluyden deser stadt Nymegen. Nymegen 1720. 4°. 12 blz.  
  1704 Copia. Hoogh Mogende Heeren. Wy hebben U Hoogh Mogende missive van den 22 Marty lest-leden enz. Met bijlagen 62 blz. z. j. of pl. Request van den magistraat van Nijmegen, dd. 12 April 1704 "om de klagende en bedanckte leden deser stadt . . . aftewiesen, en tot het wedersyts aenbeloofde geaccordeerde compromis te renvoyeren, ten eynde het selve hoe eer so beter syn voortgangh ende executie magh gewinnen."
  1704 Copia. Wel Edele Groot Agtbare Heeren, enz. Brief van borgemeesteren, schepenen ende raedt der stadt Nymegen. 23 April 1704. 4°. 4 blz.  
  1704 Generale en particuliere grieven en beswaren tot laste van d'ontsette regenten der vrye-rycks-stadt-Nymegen . . . (8 Mei 1704). 22 blz. met twee bundels documenten 44 en 56 blz. Nym. 1704, 4°. volledige titel: "Generale en particuliere grieven en beswaren tot laste van d'ontsette regenten der vrye-rycks-stadt-Nymegen, provisionelyck uyt eenige der gerichtelycke informatiën en documenten van bewys te samen gesteld, door de tegenwoordige wettige regenten en gemeens-luyden der selver stadt (8 Mei 1704)". Het exemplaar van dit geschriftje in het bezit der Mij. van Nederl. Letterk. bevat achterin handschriftelijke aanteekeningen van Joh. Smetius fil.
  1704 Debat van de oude en wettige regenten der stad Nymegen tegens seecker boeckje geïntituleerd Generale en Particuliere Grieven en Beswaren van de ontsette regenten der vrye ryckstadt Nymegen. 4°. 8 blz. z. j. of. pl. Ook bestaan een "Vervolgh", "Nader vervolgh of derde deel" en "Vierde deel van het debat enz."
  1704 Hoogh Mogende Heeren. U Hoogh Mogende missive van den 6 deser aan 't Hoff Provintiaal, enz. 4°. 8 bl. z. j. of pl. Brief van 21 Mei 1704 van burgemeesteren, schepenen en raad der stad Nijmegen aan de Staten Generaal. Afwijzing van een voorslag om gemachtigden naar s Gravenhage te zenden.
  1704 Aen de Hoogh Mo. Heeren Staten Generaal. Dankbetuiging der regenten van Nijmegen, voor het spoedig "assopieren der differenties in de provintie," dd. 6 Juni 1704.    
  1704 Missive van de Heeren van Nymegen aen Haer Ho. Mog. Wy hebben ons tot nogh toe, enz. Onderteekend : Borgemeesteren, schepenen en raadt der stad Nymegen, dd. 28 Juny 1704.   De magistraat verklaart dat hij zich niet kan onderwerpen aan het plan door vier provincien doorgedreven, betreffende regeerings- en oeconomiache zaken dezes Quartiers.
  1704 Request voor de gecommitteerden uit de gemeenslieden der stadt Nymegen aan de Hoog Mogende heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden. Gerenvoyeerd aan de Staten van Gelderland 24 Aug, 1704. . Met bijlagen. 12 blz. Onderteekend door Henrick Pieck, G. van Harn, Henric Rens
  1704 Publicatie. (Van burgemeesteren, schepenen en raad van Nijmegen tot verbanning van zes der afgezette regenten, die tegen hun afzetting bij de Staten van Gelderland hadden geprotesteerd. 31 Dec. 1704.) Nym. 1704, een blad in plano. Bestaat ook in 4°, 4 blz.
  1704 Publicatie. (Over het protest van W. Reynders, c. s.) 31 Dec. 1704, 4°.  
  1704 Samen-spraek tusschen Mr. Jan en Mr. Pieter, twee welmeenende borgeren der stadt Nymegen, over den jegenwoordigen toestant der publique saecken binnen voorz. Stadt (1704) 4°. 12 blz.  
  1705 Alle de autentique stucken, procederen, van het gene tot Nymegen is voorgevallen op den 7 Augustij 1705, nevens 't geene vóór en na die tijt is gepasseert. Nym. 1705, 108 blz. 4°.  
  1705 Toutes les pièces authentiques des procédures de ce qui est arrivé à Nimègue le 7 Aout 1705, de même de ce qui s'est passé avant et après ce tems-là. De Lamberty. Mem. p. serv. à l'hist du XVIIIe siècle. T. XIV, p. 45.  
  1705 Belijdenisse van Hendrick Becker, tegenwoordig gevangen sittende op het Stadhuys van Nymegen, voor het complot dat tegens de heeren van de magistraat . . . was voorgenomen . . . z. pl. en j. 4°. 4 blz. (1705.) volledige titel: "Belijdenisse van Hendrick Becker, tegenwoordig gevangen sittende op het Stadhuys van Nymegen, voor het complot dat tegens de heeren van de magistraat der selver stadt op den 7 Augusti laastleden was voorgenomen . . . door hem gevangen schriftelyck overgegeve."
  1705 Redenen van de absentie van Johan van Halsenbergh, door de heeren borgemeesteren deser stadt Nymegen geciteert sijnde by edict (1705). z. j. en pl. 4°. 12 blz. Wegens deelname aan het bekende complot van 7 Augustus.
  1705 Redenen van de absentie van Jacobus Nagel, door de heeren borgemeesteren deser stadt Nymegen geciteert sijnde by edict (1705). 4°. 16 blz.    
  1708 Publicatie. 1 Maart 1708, tegen Johan van Welderen, ambtman van Nederbetuwe. De Lamberty Mem. p. serv. à l'hist. du XVIII siècle. T. XIV, p. 209. In de kwartiersvergadering had van Welderen de Nijmeegsche magistraat een bende schelmen genoemd; de raad beantwoordde dit met bovenst. publicatie, waarin v. W. als de grootste schelm van de wereld beschreven wordt. Deze fraaie publicatie, werd bij bekendmaking van 22 Maart daaraanvolgend ingetrokken. Geen van beiden is in het Publicatieboek opgenomen. Zie raadsverslagen 24, 25, 27 Febr. 18 Maart 1706. De beleedigende woorden komen in de daar gegeven lezing der publicatie niet voor.
  1707 Missive van de stadt Nymegen aen de heeren Staten van de respective Vereenighde Provintien, haer seer gehonoreerde bontgenoten, continerende een kort en waeragtigh berigt van . . . oneenigheden binnen Wageningen in October deses jaars 1707 . . . z. pl. 4°. 26 blz. en 144 blz. bijlagen. volledige titel: "Missive van de stadt Nymegen aen de heeren Staten van de respective Vereenighde Provintien, haer seer gehonoreerde bontgenoten, continerende een kort en waeragtigh berigt van 't geene van dagh tot dagh by deselve stadt is geadviseert, gedaan en geresolveert over en ter sake van de verschillen en oneenigheden binnen Wageningen in October deses jaars 1707, ontstaen en geresen; mitsgaders van de beswaren, die haar ter dier occasie door het grootste gedeelte van de Landtschap op een onminnelycke en despotique wyse syn aengedaen geworden, direct contrarie de fondamenteele wetten en gronden van regeringe in dese provintie van outs onveranderlyck geobserveert. 22 Nov. 1707". Van 9 Nov. 1707-1 Jan. 1708 ontbreken de Nijm. raadsbesluiten, doch uit Lamberty's Memoires IV, p. 665 en volgg. blijkt dat eenige Wageningsche burgers gepakt waren, als represaille voor het gevangen nemen aldaar van Noyen, voorzitter van het Hof Provinciaal. Zie Land. reces 10 Dec. 1707 en Wagenaar Vad. Hist. XVIII, 300
  1707 Publicatie. Van burgemeesters, schepenen, raad en gemeenslieden tegen de vergadering der Staten van Gelderland te Tiel, die o.a. twee afgevaardigden van Nijmegen . . . hadden doen gevangen nemen . . . 4°. 8 blz. z. pl. volledige titel: "Publicatie. Van burgemeesters, schepenen, raad en gemeenslieden tegen de vergadering der Staten van Gelderland te Tiel, die o.a. twee afgevaardigden van Nijmegen (J. de Beyer en A. Vos) uit den Haag terugkomende, bij Wageningen hadden doen gevangen nemen en naar Tiel overbrengen; alsmede tegen de verspreiders van valsche geruchten. (8 Dec. 1707)." Er bestaat een andere druk van hetzelfde stuk, in spelling verschillende, en waarin de drukfout in het eerste woord van blz. 3 sydde is verbeterd in synde. 4°. 8 blz.
  1707 Extract uyt 't reces van den vervolgden ordinaris Nimweegse Land-dag tot Tiel, in November en December 1707 gehouden. 12 Dec. 1707.   Gericht tegen de voorgaande publicatie, die daarin in haar geheel is opgenomen, even als een instructie van Gedeputeerden van de Staten van Gelderland voor den overste van Deelen, dd. 10 December.
  1709 Dat niemant te gelijck raet der stadt Nymegen en raetsheer van den Hove des furstendoms Gelre en graefschaps Zutphen wesen kan of mag, aangetoont dooreen trouwe borger van vry- en waerheyt. 4°. z. j. of pl. 6 blz. Gericht tegen Dr. W. van Loon, die raad aan den Hove van Gelderland zijnde, in Maart 1709 lid van den raad van Nijmegen werd.
  1709 Onpartydig ondersoeck of de raden in den Hove van Gelderland mogen worden gecosen in de magistraat van Nymegen . . . 4°. z. j. of pl. 20 blz. volledige titel: "Onpartydig ondersoeck of de raden in den Hove van Gelderland mogen worden gecosen in de magistraat van Nymegen, als andere Geldersche steden, en, gekosen sijnde in den selven Hove blyven en te gelyck leden van de regeringe sijn mogen; opgestelt door een lieff-hebber van 's Lants voorrechten ende vrijheit."
  1709 Oprecht en trouwhartigh advys aan de borgerie der stad Nymegen, over het poinct off een raedsheer van het furstendom Gelre en graeffschap Zutphen kan raedtsvriend der stadt Nymegen gekozen worden . . . z. j. of pl. 4°. 28 bl. volledige titel: "Oprecht en trouwhartigh advys aan de borgerie der stad Nymegen, over het poinct off een raedsheer van het furstendom Gelre en graeffschap Zutphen kan raedtsvriend der stadt Nymegen gekozen worden, en sonder eenige conditien off restrictien door de geene, die wel wisten dat hy raedsheer was, gekosen en in eedt opgenomen zynde, mag off kan geobligeert worden, om onder praetext dat hy raedsheer is, een van beyde te verlaten; gegeven door een welmeenent borger van deselve stadt."
  1709 Consideratien tegens seecker boeckje te onrecht genoemdt: Oprecht en trouwhartigh advys aan de borgerye der stadt Nymegen, opgestelt door een trouw borger en liefhebber van vry- en waerheyt. Met bijlagen, 24 blz. 4°.  
  1706 Provisionele verantwoordinge van Doctor Willem van Loon, ordinaris raed des furstendoms Gelre, mitsgaders raedsvriend der stad Nymegen, tegens de calumnieuse en onwaere beschuldinge . . . z. j. en pl. n°. , 60 blz. volledige titel: "Provisionele verantwoordinge van Doctor Willem van Loon, ordinaris raed des furstendoms Gelre, mitsgaders raedsvriend der stad Nymegen, tegens de calumnieuse en onwaere beschuldinge en opgevolghde nulle resolutien van de magistraat van Nymegen, waar mede deselve hem hebben gesocht te bekladden en zijn goeden naam en faam benadelen (1706)". Bij resolutie van 28 Febr. 1706 was van Loon als een der hoofdpersonen bij den aanslag van 7 Aug. 1705, ontzet van zijn burgerschap en raadsvriendsplaats als mede "inhabil" verklaard om eenig ambt in de stad of het schependom te bekleeden.
  1706 Hoogh Mogend Heeren. Wy vinden ons verpligt, enz. dd. 23 Oct. 1706. Nym. 1706, 4°. 8 blz. Klacht van den magistraat van Nijmegen aan de Staten Generaal over de op den landdag te Arnhem aangenomen "Doorsnydinge van het retranchement te Panderen" (Pannerden), waartegen zij vruchteloos hadden geprotesteerd.
  1708 Generale acte van amnestie by borgemeesteren, schepenen en raden der stadt Nymegen geaccordeerd en gedaan publiceren op den 4 April 1708; folio 2 blz. [Bestaat ook in 4°, 8 blz.] Amnestie wegens den aanslag van 7 Aug. 1705.
  1708 Korte deductie tot justificatie van de regtmatige sustenue der stadt Nymegen, beroerende het formulier van eed, soo de militie binnen dezelve Stad in guarnisoen geweest hebbende 't zedert den jaere 1651, tot op huydigen dage, heeft gedaan . . . 4°. z. j. en pl. 18 blz. en 14 blz. bijlagen. volledige titel: "Korte deductie tot justificatie van de regtmatige sustenue der stadt Nymegen, beroerende het formulier van eed, soo de militie binnen dezelve Stad in guarnisoen geweest hebbende 't zedert den jaere 1651, tot op huydigen dage, heeft gedaan, en vervolgens alnoch behoort te doen. (dd. 1 juni 1708)"
  1708 Remarques op de deductie der stad Nimwegen, de dato den eersten junii 1708, over het formulier van eedt by de militie aldaer in guarnisoen komende, aan de magistraet te doen (1708). z. j. en pl. 4°. 16 blzn.  
  1722 Libertatem nemo bonus nisi cum anima amisit. Dat is: de vryheid heeft geen eerlyk man als met zijn leven verloren. Nimw. (1722) 8°. 24 blz. Tegen de aanstelling van een stadhouder, en voor het toekennen van meer invloed aan de burgerij, ten opzichte van de regeering.
Mauricius, J. J. 1716 Kort begrip wegens de historie van zekeren Izaak Saxel en de beschuldiging der Joden te Nijmegen, over het slachten van een christen kint. Amst. 1716, 8°.  
  1716 De remonstrantie aan den raad der stad Nijmegen, door de Joden. Amst. 1716, 8°. Zie raadsbesl. 28 April 1716. Stukken deze zaak betreffende berusten in het Oud-Rechterlijk archief der gemeente Nijmegen. Zie Inventaris bl. 114, N°. 15.
  1742 Bibliotheca Thysiana, of catalogus van verscheydene boeken naagelaten door Thys Lampoot, tyran van Gemeny, zal.r gedagtenis, z. pl. 1742, 4°. Gemeny anagram van Nymegen. Paequil op Matthias Lambertus Singendonck, heer van Dieden, tusschen 1721-36 meermalen burgemeester van Nijmegen, voorts schepen en raadslid.
  1747 Resolutie der stad Nymegen genomen tegens Godhardus Wilh. Vinman, predikant te Wichem en Leur over verscheidene oproerige expressien . . . Amst. (1747) 4°. volledige titel: "Resolutie der stad Nymegen genomen tegens Godhardus Wilh. Vinman, predikant te Wichem en Leur over verscheidene oproerige expressien, door hem tegens de hooge overigheidt dezer Vereenigde Nederlanden, in een publyke reede-stonde, op den predik-stoel geuit te Nymegen. In presentie van verscheide overheden, op den 4 January 1747. De voorsz. resolutie exactelyck nagevolgt en na de authentique copye in druk uitgegeven". G. W. Vinman, als proponent te Weurt bevestigd 1733, ontvangt Leur bij collatie 1737. + 20 juni 1770.
  1748 Voor-reden voor de eerste predikatie van den Wel.-Eerw. D°. Godherdus Wilhelmus Vinman, predikant te Wichem en Leur, gedaan binnen Nymegen den 28 january 1748 . . . Amst. z. j. 4°. volledige titel: "Voor-reden voor de eerste predikatie van den Wel.-Eerw. D°. Godherdus Wilhelmus Vinman, predikant te Wichem en Leur, gedaan binnen Nymegen den 28 january 1748, nadat de magistraat aldaar haare resolutie tegen zyn Eer-waarde den 11 Jan. 1747 genomen, tot zyn eeuwige uitwerping uit haare Stadt en Schependom, hadden ingetrokken en geannuleert."
  1748 Waaragtig verhaal behelsende alle 't geene over 't . . . aanstellen van den doorlugtigsten vorst Willem Carel Hendrik Friso . . . tot erfstadhouder . . . binnen de stadt Nymegen in den jaare 1747 voorgevallen en gebeurt is . . . Nym. 1748, 4°. 60 blz. volledige titel: "Waaragtig verhaal behelsende alle 't geene over 't de novo eligeren en aanstellen van den doorlugtigsten vorst Willem Carel Hendrik Friso, prince van Orange en Nassauw, etc. etc. etc., tot erfstadhouder, capitein en admiraal generaal over den furstendom Gelre en graapschap (sic) Zutphen binnen de stadt Nymegen in den jaare 1747 voorgevallen en gebeurt is; Alsmede 't geene door de heeren advocaat E. de Man, auditeur militaire, den advocaat Johannes Moorrees, Mr. Adr. de Mist, Isaak Rynders en J. M. de Broun, als gecommitteerdens van de welgeintentioneerde gildens, ampten, borgers en ingesetenen van opgemelde stad, so daer als elders, ter beryking van dat heylsaam oogmerk is worden in 't werk gestelt. Wordende teffens tegen alle calumnien gejustificeert en verdedigt de conduites, welke deselve in haare qualiteit, alsmede de gansche borgery gehouden hebben."
  1747 Zedige aanmerkingen op het soo genaamt waaragtig verhaal, praetenselyk behelsende al tgeene over 't de novo eligeren en aanstellen van den doorluchtigsten vorst Willem Karel Hendrick Friso prince van Orange en Nassauw . . . 4°. z. j. of pl. 44 blz. volledige titel: "Zedige aanmerkingen op het soo genaamt waaragtig verhaal, praetenselyk behelsende al tgeene over 't de novo eligeren en aanstellen van den doorluchtigsten vorst Willem Karel Hendrick Friso prince van Orange en Nassauw, enz. enz. enz. tot erf-stadhouder, capitain en admiraal generaal over het furstendom Gelre en graafschap Zutphen, binnen Nymegen, in den jaare 1747 voorgevallen en gebeurt is. Op de naam van vijff gewaande gecommitteerdens van de burgery van de gemelte stade, als E. de Man, Joh. Moorrees, Abr. Adr. de Mist, Isaak Rynders, en J. M. de Broun onlangs in 't ligt gegeeven. Hier achter zijn nog bygevoegt twe vaersen ter deser materie dienende, als een in de Latynsche, en een in de Nederduytsche taal te samen gestelt". De verzen zijn getiteld Ad adulatores principis * * * en Nymeegschen Orange-zugt ontmaskert. Onderteekend D. V. S. O. P. R. B. D. N. C. F. Z. in compagnie. Bij raadsbesl. van 22 juli 1748 werd dit geschrift een libel verklaard en een belooning van 100 ducatons uitgeloofd voor het bekend maken van den naam des schrijvers.
  1747 Drie echte uittreksels van brieven of gebeurtenissen der stadt Nymegen, als van den 17 en 18 November, den 13 December MDCCXLVII. Wegens de verkiezing van het erf-stadhouderlyke . . . z. j. of pl. 8°. 16 blz. volledige titel: "Drie echte uittreksels van brieven of gebeurtenissen der stadt Nymegen, als van den 17 en 18 November, den 13 December MDCCXLVII. Wegens de verkiezing van het erf-stadhouderlyke met alle digniteiten van zyn Hoogvorstelyke Doorlugtigheid W. C. H. Friso, Prins van Orange en Nassau en Erf-stadhouder over alle de Geunieerde Provintien, etc. etc. etc. Onder de zinspreuk Tandem Bona Causa Triumphat"
  1748 Resolutie op een rekwest van E. de Man, J. Moorrees, qq. enz. 20 Juny 1748.    
  1748 Echt relaas van het gepasseerde, nopens de afzettinge van de geheele magistraat der stad Nymegen. Voorgevallen op Donderdag den 22 Augusty 1748. Amst. 8°. 8 blz.  
  1748 Nader en omstandiger verhaal, wegens het gepasseerde omtrent de afzettinge van de geheele magistraat der stad Nywegen. Voorgevallen op Donderdag den 22 Augusty 1748. 8°. 8 blz.  
  1748 Tweede of nadere missive van Nymegen; zynde een vervolg van het gepasseerde aldaar, nopens de veranderinge der magistraats personen, voorgevallen op Donderdag den 22 Augusty 1748. Geschreven in dato den 24 Augusty 1748. Amst. 8°. 8 blz.  
  1748 Kort relaas van zekere en opmerkzame onlusten, zoo in kerkenraad als politique regeering. Voorgevallen tot Nymegen in de maand July 1748. Nym. 8°.  
  1748 Kort relaas van zekere en opmerkzame onlusten, zoo in kerkenraad als politique regeering. Voorgevallen tot Nymegen in de maand July 1748. Harderw. 8°. 8 blzn.  
  1748 Request met eenige annexe documenten . . . . op den 18 September 1748 door en van weegen . . . . . 0. D. van Randwijk .... aan die .... raad der stadt Nymegen doen indienen. Amst. 4°. 20 blzn.  
  1748 Burgerlied. Nimweegen (1748) 8°. 8 blz. Dit heet gedrukt te zijn bij D. van der Vrolik, een drukker wiens naam overigens te Nijmegen niet voorkomt. Zal wel een pseudoniem zijn.
  1754 Droeve nagalm van Jan Meeuwse Rottestaarts, Rouklagt over den te Nywegen overledenen Willem Bok . . . 12 blz. 4°. volledige titel: "Droeve nagalm van Jan Meeuwse Rottestaarts, Rouklagt over den te Nywegen overledenen Willem Bok, en te gelyk het roem- en lofdigt van Jan Claassen, op den nog te Arnhem levenden Christoffel Knepper wat verder uitgebreid. Gedrukt na de Asiatische copie, van misslagen gezuiverd en met aanteekeningen tot gemak der vaderlanders verrykt. (Onderteekend) Aart Groenen Spreeuw, politie-meester der blaffende gemeente te Java. Java den 32 (sic) Augusti 1754". Politie-meester, enz. = hondeslager. De bovengenoemde Jan Bok komt werkelijk voor als orgeltrapper in het Sted. Rekenb. van 1754.
  1755 Krock, J. Kort onderzoek of aanmerkingen over twee vonnissen, op den 1 April des jaars 1750 voor de magistraat der stadt Nimwegen, tegen Barbara Clementia Krock geweezen . . . Amst. 1755, 4°. volledige titel: "Krock, J. Kort onderzoek of aanmerkingen over twee vonnissen, op den 1 April des jaars 1750 voor de magistraat der stadt Nimwegen, tegen Barbara Clementia Krock geweezen, ter zaaks van zeeker bedrog, dat men voorgaf dat zy gepleegt hadden. Waar by gevoegt is de Abolitie Brief door zyn Doorl. Hoogheid den Heers Prince van Oranje en Nassau &c. &c. &c. aan Barbara Krock (zynde Clementia Krock kort te voren overleden) verleent, en de verdere documenten die zaaks specteerende. Alles by malkander gevoegt, en in 't ligt gegeeven door Johann Krock, broeder van de bovengenoemde gezusters en burger der stad Amsterdam". Barbara Krock, gezworen schrijfster op de verkoopingen der erfhuizen alhier, met haar zuster, pleegden oplichterij door te beweren dat zij bij het urineeren steenen loosden ter grootte van een kastanje en van "groote- of Turksche" boonen. Zij vertoonden 37 "gemeene aarden zandsteenen" die zij voorgaven aldus te zijn kwijt geraakt. Tot 10 jaren tuchthuis en levenslange ballingschap uit de Stad veroordeeld, werden zij binnen het jaar door den Stadhouder begenadigd. Het boekje verscheen reeds in 1751 en werd hier ter stede verboden bij raadsbesluit van 3 April 1751.
  1783 Memorien en resolutien nevens het verhandelde van het collegie van gemeenslieden der stad Nymegen, in den jare 1783. z. j. en pl. 8°. 74 blz.  
  1784 Resolutie, memorie en verdere stucken, coneernerende het voorgevallene tusschen de magistraat der stadt Nymegen ten eenre, en het collegie der gemeenslieden dier stadt ter andere zijde, zedert den 2 January 1783. Nym. 4°. 83 blz. "Ingevolge der gemeenslieden resolutie van den 11 February 1784 gedrukt."
  1784 Iets over Nymegen, tot een aanhangsel op de Handvesten. Nym. (1784) 62 blz. 8°. Protest tegen het afschaffen der gemeenslieden, met een korte geschiedenis van dat college en eenige merkwaardige rechten en privilegien der burgers van Nijmegen.  
  1787 Briev van Deugdlief uit Nymegen, over het laaghartig bestaan van den emeritus predikant Haverkamp, weleer 's Prinsen tegenstreever, in zyn Oranje-Preek op Zondag den 11 February deezes jaars gedaan, aan den dag gelegd. Nym. February 1787. De Politieke Kruyer N°. 425, bl. 68; 7 bladz. Bij de aanstelling tot erfstadhouder van W. K. H. Friso had Dr. Haverkamp 8 Nov. 1747 daartegen gepreekt.
    Brief van een prinsgezinden aan Joh. in de Betouw. Kroniek van het Hist. Genootsch. van Utrecht, 1875, bl. 424. (Onderteekend) v. D. K. Boxtel ; ongedagteekend. Uit het verzoek "Verder ront te zende", onder den brief geplaatst, mag men aannemen dat hij voor partijgenoten bestemd was. Het oorspronkelijke was geschreven in drukletter.
  1787 Aan Nymeegsch Volk, bij de naderende komst van Willem den Vijfden. Dichtstuk met aantekeningen. 8°. 8 bl. z. j. (1787).  
  1795 Conceptplan van volksoproeping, tot verkiezing van vertegenwoordigers des volks van Nijmegen. Gedrukt voor rekening van het vaderlandsche genootschap onder de zinspreuk Voorbeelden Trekken. Nym. 25 April 1795, het eerste jaar der Bataafsche Vrijheid.    
Hoogers, H. 1795 Verhandeling over de noodzaakelijkheid der voorleezingen ter verkryging van kundigheid en over het behouden van de ambten en gildens in de stad Nymegen, voorgeleezen . . . den 4 May 1795. Het eerste jaar der Bataafsche Vryheid. 8°. 24 blz. volledige titel: "Verhandeling over de noodzaakelijkheid der voorleezingen ter verkryging van kundigheid en over het behouden van de ambten en gildens in de stad Nymegen, voorgeleezen in eene ordinaire vergadering van het genoodschap onder de zinspreuk Voorbeelden Trekken, den 4 May 1795. Het eerste jaar der Bataafsche Vryheid."
Munster, J. van 1805 Verslag ter beantwoording der belangrijke vraag, of namelijk J. van Roggen heel- en stads vroedmeester, en S. Monroy, weduwe Vleeshouwer, vroedvrouw te Nijmegen . . . aan hunne verpligting al - dan niet - hebben beantwoord? . . . Nijm. 1805, 8°. volledige titel: "Verslag ter beantwoording der belangrijke vraag, of namelijk J. van Roggen heel- en stads vroedmeester, en S. Monroy, weduwe Vleeshouwer, vroedvrouw te Nijmegen, in het geval der onverlost afgestorvene huisvrouw van zekere Jan Janssen, op den 2 en 3 Februarij 1805, aan hunne verpligting al - dan niet - hebben beantwoord? Geschikt voor vroedkundigen en allen die belang in het behoud hunner dierbare panden stellen."
Roggen, J. van 1806 Vroedkundige verdediging en antwoord op het verslag van J. van Munster, stads-operateur, heel-en vroed-meester te Nijmegen, ter beantwoording der belangrijke vraag of namelijk J. van Roggen enz. Nijm. 1806, 8°.  
ORDONNANTIËN, PUBLICATIËN, ENZ. UITGEVAARDIGD DOOR HET BESTUUR VAN NIJMEGEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Oude Publicaties. Penschetsen III, blz. 198-206.  
    Ordinancie van het Kremerenampt te Nijmegen. (Eerste helft 15e eeuw) Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. II.  
    Ampliatie van den gildebrief van het Nymeegsche Kramersgild (1763). Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. IV.  
  1764 Ampliatie rakende het kraameren- en tapperengilde (12 Sept. 1764) Nym. 1764, fol.  
  1604 Ordonnantie op de [Burger]wachten (7 julij 1604). Nim. 1604 4°.  
  1616 Ordonnantie op de [Burger]wachten (12 Mei 1616). Nym. 1616, 4°.  
  1621 Ordonnantie op de [Burger]wachten (25 April 1621). Nieum. 1621, 4°.  
  1666 Ordonnantie ende reformatie van de borger-wachten bij borgermeesteren schepenen en raedt der stadt Nym. met advijs van der selver stadts colonellen en hooft-luyden, voor bewaringe der stadt provisionelijk gearresteert ende op 't nieuws uyt-gegeven Nym. 1666.  
  1670 Artikulen by borgermeesteren, schepenen en raedt der stadt Nymegen beraemt over het stuck van de exercitien der borgerie en ingesetenen deser stadt met den aankleven van dien. Nym. 1670. 4°. 12 blz.  
  1685 Extract rakende de stads borger-waghten (December). Nym. 1685, 4°.  
  1704 Ampliatie en reformatie van d'ordonnantie op de borgerwaghten, bij borgermeesteren, schepenen en raedt der stadt Nymegen . . . den 11 May 1661 gemaakt ende op nieuwe uytgegeven ende gearresteert den [19] December 1704. Nym. 1704, 40. 12 blz. volledige titel: "Ampliatie en reformatie van d'ordonnantie op de borgerwaghten, bij borgermeesteren, schepenen en raedt der stadt Nymegen, by advijs van derselve (sic) stads collonellen, mitsgaders gemeensluyden en hoofd-luyden, tot bewaringe der stadt, den 11 May 1661 gemaakt ende op nieuwe uytgegeven ende gearresteert den [19] December 1704."
  1728 Wagt-ordres. Ordonnantie binnen de stadt Nymegen, den 16 December 1728, met consent van de heeren regeerende borgermeesters, beraamt. Nym. 1728, in plano.  
  1741 Ordre waar na de militie in het houden der wachten ..... zig zal hebben te reguleren (9 Oct. 1741) Nym. 1741.  
  1611 Ordonnantie by burgermeysteren, schepenen ende raedt der stad Nymeghen gemaeckt, tot weringhe van alle bedelery ende truggelery, enz. (23 Aug. 1611) Nym. 1611.  
  1651 Ordonnantie der stadt Nieu-magen, tegens de bedelaars, vagebonden, leprosen ende andere landtstrijckers. Mitsgaders, tegens die heydene ende diergelijcke loos-gesind. Nym. 1651, 4°, 21 blz. Goth. letta. Bestaat ook in den vorm van een plakkaat. 1 vel fol. Goth. letter, dagteekening als boven.
  1614 Lyste waer nae die doorvaert alhier binnen der stadt betaalt ende verpacht sal worden, gemoderiert ende ge-arrestiert in den raedt 18 Febr. 1614. Met amplificatien van 19 Febr. 1648; 6 Aug. 1651 en 2 Febr. 1653.    
  1705 Ordonnantie waer na de heeren burgemeester, schepenen ende raedt der stadt Nymegen sullen verpagten, en conform welcke geheven ende ontfangen sal worden de doorvaert, als hier naer vermelt wort. Nym. 1705, 4°. 16 blz. Ook uitgegeven (20 Febr.) 1711.  
  1649 Instructie weernae die waach-meester der stadt Nymegen sich in 't wegen van de waren ende goederen, mitsgaders in 't ontfangen van de doorvaart sal hebben te gedraghen. Nieuw-megen 1649, 4°. 6 blz. Goth. lett.  
  1652 Ordonnantie der stadt Nymegen voor een geswooren maeckelaer in graenen. Nym. 1652, fol. 8 blz. Goth. lett.  
  1647 Ordonnantie der stadt Nieu-megen over het begraven van de doodens . . . (1 Dec. 1647). Nym. 1647, 4°. 20 blz. volledige titel: "Ordonnantie der stadt Nieu-megen over het begraven van de doodens, met den aencleven van dien, waar nae sich alle burgeren ende ingesetenen der selver stadt, mitsgaders de voorgangers, kiste-maeckers, bidsters, custers, dooden-gravers ende dooden-dragers sullen hebben te regulieren (1 Dec. 1647). ". Ook uitgegeven in 1668, 1722, 1750.
  1668 Ordonnantie, der stadt Nieu-megen op het besteden, verhuyren ende houden van dienst-boden, dienst-maeghden ende minnemoers, met den aencleven van dien, Nieu-megen 1651, 8 bl. 4°. goth. letter. Ook uitgegeven in 1668, 1671.
  1787 Extract uit het raad-signaat der stad Nymegen, over den jaare 1787. Mercurii, den 19 Sept. 1787.   Wijziging van art. VIII van de ordonnantie op de dienstboden.
  1653 Publicatie tegen het uytstroyen van pasquillen en fameuse libellen (20 Julij) Nym. 1653, 4°.  
  1738 Extract . . . . van 22 July 1738 (publicatie tegen het divulgeren van pasquillen).    
  1655 Ordonnantie der stadt Nymegen over het protocollieren ende eentekenen van alle gerealiseerde lasten op huysen, hooven ende erven in de stadt en schependom van Nymegen gelegen. Nym. 1655, 4°. 7 blz. Goth. lett.  
  1659 Lyste ende ordre, by een eerbaer raedt sampt gemeynsluyden der stadt Nymegen beraemt ende gestelt op het betaelen ende ontfangen van het veer-gelt over de Wael, ende dat alles voor een reyse (1 Febr. 1659). Nym. 1659. Ook uitgegeven (6 july 1698). Nym. z. j. Groot fol. Goth. lett.
  1777 Lysten aangaande het vheergelt over de Waal (18 Juny 1777) Nym. 1777. 4°.  
  1665 Conditien ende voorwaerden, waer nae burgermrn, schepenen ende raedt der stadt Nymegen, voor-hebbens syn . . . te verpachten deser stadts veer over de Wael, om met een gierbrugge en vier bequame veerschuyten gebruyckt te connen worden. Nym. 1665, 4°. 4 blz. volledige titel: "Conditien ende voorwaerden, waer nae burgermrn, schepenen ende raedt der stadt Nymegen, voor-hebbens syn, voor den tyt van acht achter een volgende jaeren, sullende aenvanck nemen met Paesschen 1665. ende expireren met Paesschen 1673. te verpachten deser stadts veer over de Wael, om met een gierbrugge en vier bequame veerschuyten gebruyckt te connen worden". Boven het doorgestreepte woord vier werd met de pen zes geschreven.
  1674 Conditien ende voorwaarden, waer naer de representerende borgemeesteren, schepenen en raadt der stadt Nymegen, voorhebbens . . . te verpachten deser stadts veer over de Waal . . . Nym. 1674, 8 blz. Goth. lett. volledige titel: "Conditien ende voorwaarden, waer naer de representerende borgemeesteren, schepenen en raadt der stadt Nymegen, voorhebbens sijn voor den tydt van acht achter een volgende jaren, sullende aenvanck nemen den 16 October des jaers 1674. en expireeren op den 15 October 1682. te verpachten deser stadts veer over de Waal, om met een gierbrugge en vier bequame veerschuyten gebruyckt [te] tonnen worden, als mede een bequame pont om karren en wagens over te varen". Ook uitgegeven (29 Juny 1746) Nym. 1746, 4°, en (22 Mei 1754), in plano.
  1661 Publicatie tegen het steelen van hout in het schependom. (1 Martij 1661) 1 vel fol. Goth. lett.  
  1699 Placcaet. Tegens het steelen van Veldvrugten. 9 Aug. 1699. Nym. 1699. 4°. Goth. lett.  
  1655 Ordonnantie der stadt Nymegen over het protocollieren ende aentekenen van alle gerealisierde lasten op huysen, hooven ende erven, in de stadt en schependom van Nymegen gelegen. Nym. 1655. 8 bl. Goth. letter.  
    Belooninge van alle gerichtelijke acten, soo in als buyten processen den richter, borghermeester, schepenen ende raedt, sampt derselver secretarien ende gericht schryver, binnen Nymegen competerend ende in 't toe-kommende te betalen. z. j. en pl. 4°.  
  1659 Ordonnantie beroerende de belooninge en 't salaris, van richter, borgermeesteren, schepenen ende raedt, sampt der selver secretarien ende gericht-schrijver . . . Nym. z. j. 30 blz. volledige titel: "Ordonnantie beroerende de belooninge en 't salaris, van richter, borgermeesteren, schepenen ende raedt, sampt der selver secretarien ende gericht-schrijver, van alle acten, in ende buyten processen, ende tghene daarvan is dependerende. Mitsgaders het salaris ende belooninge van advocaten, procureurs, roeydragers, boden ende andere raedts ende gerichtsdieners, by borgermeesteren, schepenen ende raedt der stade Nymegen gearresteert op den 3 Martij, anno 1659". Ook uitgegeven (20 December 1748) Nym. 1750. 4°. 24 blz.
  1663 Publicatie. Alsoo borgermeesteren, schepenen ende raadt deser stadt met groote bevreemdinge, enz. (Tegen het vervalschen van het meel met erwten- en boonenmeel door de bakkers gepleegd). 18 Febr. 1663, een vel folio, goth. lett.  
  1664 Ordonnantie by borgermeesteren, schepenen ende raadt der stadt Nymegen gearresteert: om daer mede soo veel mogelijck is in den haeren affte weeren de contagieuse sieckte der pestilentie . . . Nym. 1664. 4°. 8 blz. goth. letters. volledige titel: "Ordonnantie by borgermeesteren, schepenen ende raadt der stadt Nymegen gearresteert: om daer mede soo veel mogelijck is in den haeren affte weeren de contagieuse sieckte der pestilentie, waer mede verscheyde notable omliggende steden ende plaatsen door Godes almachtige handt besocht zijn. "
  1664 Ordonnantie der stadt Nymegen op het Vleys-huys, mitsgaders het slachten van beesten ende het vercoopen van allerhande vleysch, metten aencleven van dien. (26 Sept. 1664). Nym. 1664, 16 blz. Ook uitgegeven (April 1714). Nym. 1714. 4°. 12 blz. Goth. lett.
  1668 Instructie by borgermrn, schepenen ende raadt der stad Nymegen geformeert ende gearresteert voor Derrick van Cronenborch, onderscholtus der selver stadt, waar nae hy sich in't exerceren van synen dienst sal hebben te reguleren. Nym. 1668, 12 blz. goth. lett.  
  1668 Notificatie. Borgermeesteren, schepenen ende raadt deser stadt, enz. (15 julij 1668. Ampliatie van de bepalingen omtrent de voerlieden) kl. fol. goth. lett.  
  1670 Publicatie. Burgemeesteren schepen ende raedt der stadt Nieumeghen. Verscheyde inconvenienten, enz. (Over het invorderen en innen van boekschulden 16 Febr. 1670) 1 vel fol.  
  1670 Ordre en reglement by borgemeesteren, schepenen en raadt beraempt op 't stuck van brandt. (12 Dec. 1669). Nym. 1670. Goth. lett.  
  1759 Ordre en reglement by borgemeesteren, schepenen en raadt beraempt betrefende den brand. Nym. 1759.  
  1779 Ordre en reglement waar naa jeder zich in tyde van brand binnen de stad Nymegen zal hebben te reguleeren. Nym. 1779.  
  1670 Ordonnantie by borgemeesteren, schepenen ende raadt der stadt Nymegen beraamt over het claer houden van deser stadts haven . . . 14 Dec. 1670, in plano goth. lett. volledige titel: "Ordonnantie by borgemeesteren, schepenen ende raadt der stadt Nymegen beraamt over het claer houden van deser stadts haven, ten eynde dat deselve by haere tegenwoordige diepte verblyve, ende niet beslommert off vervuylt worde, waer nae een yder ende voornamentlijck de schipperen hier precijs sullen hebben te reguleren. "
  1672 Ordre, soo in de stadt Nymegen tussen de politycque en militaire, off magistraet ende commandeur off commanderenden officier met het inleggende guarnisoen sints den jare 1651 en van te voren meest geobserveert is . . . Nym. 1672, 4°. 25 blz. (Raadsbed. van 6 Dec. 1671). volledige titel: "Ordre, soo in de stadt Nymegen tussen de politycque en militaire, off magistraet ende commandeur off commanderenden officier met het inleggende guarnisoen sints den jare 1651 en van te voren meest geobserveert is, ende vervolgens tot een vaste ordre ghearresteert."
  1677 Lyste, ordonnantie ende voorwaerden waer naer deser stads Craen verpacht ende betaalt sal worden, aangaande met Petri 1677. Nym. in plano.  
  1694 Ordonnantie der stadt Nymegen op den impost van de Craan (1694). Nym. 4°. 10 blz. Goth. lett. Ook uitgegeven (10 Febr. 1711). Nym. 4°. 12 blz.
  1765 Ordonnantie naar welke borgermeesteren, schepenen en raaden der stad Nymegen voorneemen zyn aan den meestbiedende te verpagten, en in het vervolg geheeven zal worden het Kraan-geld. Nym. 1765. 4°. 26 blz.  
  1677 Publicatie. Borgemeesteren, schepenen en raadt der stad Nymeghen, hebben tot conservatie, enz. (Betreff. het sluituur van herbergen, tapperijen, enz.) 14 juny 1677, in plano Goth. lett.  
  1681 Kennisgeving betreffende de verpachting van den impost van het hooft- of soutgelt (13 juni 1681). Nym. 1681.  
  1681 Publicatie. Borgermeesteren, schepenen ende raadt deser stadt in ervaringe gekomen zynde, enz. (Bepaling dat achterstallige renten, thinsen, overthinsen en erfpachten uit huizen en erven binnen een maand moeten betaald worden (7 Aug. 1681). Nym. 1681, in plano.  
  1683 Publicatie. (Order en reglement op den verkoop van brandhout, 25 April 1683). Nym. 1683, in plano.  
  1686 Publicatie. Alsoo borgermrn., schepenen ende raadt, enz. (Betr. de duiten; 27 Jan. 1686). In plano, Goth, lett. Onderaan afbeelding der éénige duiten (ten getale van vijf) die te Nijmegen gangbaar waren.
  1683 Ordonnantie (Generale) ende conditie waer op . . . . . . sullen worden verpacht . . . . de gemeene middelen oft imposten, die ten behoeve van de ghemeyne saecke gheheven worden (14 Maart). Nym. 1683, 4°. Met verschill. ampliatien.  
  1684 Placcaet over de betalinge ende invorderinge van de gemeyne landtsmiddelen ende verpondinge, enz. Nym. 1684. Met ampliatie van 12 Oct. 1687.  
  1690 Statut. In consideratie genomen sijnde, enz. (Betreffende desolate en vacante boedels, 19 Febr. 1690). Nym. 1690, 4°. 2 blz.  
  1693 Provisioneele ordonnantie op de bestellinge van Kerck- en Armen-meesters. Nym. 1693, 4°.  
  1690 Waerschouwinge. (Verbod om schapen of andere beesten te weiden op het Hooge- of op het Heessche Veld. 7 May 1690). Nym. z. j. en pl.  
  1694 Ordonnantie der stadt Nymegen op den impost van de schepelen (20 Febr. 1694). Nym. 4°. 10 blz. Goth. lett.  
  1696 Statuyt. (Publicatie van 22 May 1696, bepalende dat echtgenooten niet aansprakelijk zijn voor elkanders voorschulden, wanneer zij buiten gemeenschap van goederen getrouwd zijn). Nym. 1696, een vel folio.  
  1698 Waerschouwing. (Verbod aan schippers om tusschen Tiel en Schenkenschans koorn uit een ander schip in hun schip over te nemen, 1 April 1698). Nym. 1698, in plano.  
  1724 Ordonnantie waer na den keurmeester en afslager van de vis . . . door vreemden, geene borgeren of inwoonderen zynde, van buyten wordende ingebragt . . . zig stiptelyk zal hebben te reguleeren . . .(9 Febr. 1724). Nym. z. j. 14 blz. volledige titel: "Ordonnantie waer na den keurmeester en afslager van de vis, als cabellauw, schelvis, both, spiering, zalm, tong, elft, garnaat en allerhande zoorte van rivier-vis, door vreemden, geene borgeren of inwoonderen zynde, van buyten wordende ingebragt, en voorts een ygelyk, die zulks mogte aangaan; zig stiptelyk zal hebben te reguleeren : gearresteert by borgermeesteren, schepenen en raaden der stad Nymegen. (9 Febr. 1724)."
  1770 Ampliatie en interpretatie van de bovenst. ordonnantie. (27 Dec. 1769). Nym. 1770 1 vel fol.  
  1703 Ordonnantie op 't reynighen der straten door de regeering van Nymegen uitgevaardigd. (14 Maart) Nym.1703, 4°. 8 blz.  
  1737 Ordonnantie op het reynigen van de straaten der stad Nymegen (31 Jan. 1737) z. j. of pl. 4 blz. gr. 4°.  
  1755 Ordonnantie omtrent de straaten der stad Nymegen. Nym. 1755, 4°.  
  1777 Ordonnantie omtrent de reiniging der straaten, 5 Maart 1755 en Junij 1777.    
  1727 Ordonnantie tegens het hollen en sterk ryden, met koetzen, kaleszen, chaizen, karren en paarden binnen de stad Nymegen (5 Maart 1727). Nym. 1727, 4°. 2 blz. Bestaat ook als een groot vel folio.
  1733 Rooster van de politie op het brood binnen de stad Nymegen, waar na de politie soo op de rog als taruw sal verhoogd en vermindert worden, telkens met vyftien stuyver (24 Juny 1733) Nym. 1733, een vel folio. Daar aan gehecht: Notificatie (betr. het halen van een biljet (zoogenaamde pas) wanneer men koren wil doen malen.
  1743 Waarschouwing aan alle vreemde Joden binnen de stad Nymegen en andere welke vreemde Joden binnen de stad Nymegen logeren (27 july 1743), in plano.  
  1745 Extract uyt het raad signaat der stad Nymegen oder den jare 1744. Sabbathi, den 15 February 1744. Memorie ofte lyste wat de beurt-schipperen van deze stadt op Rotterdam varende, van een vry- of groot-borger van de nagenoemde goederen voor vragt genieten. Nym. 1745, 4°. 12 blz.  
  1745 Ordonnantie gearresteert 24 Sept. 1745, op 't nieuw aangelegde post-vheer tussen Nymegen en Venlo. Nym. 1745.  
  1747 Resolutie rakende het burger-worden in andere steden. (27 Sept. 1747) 4°. een blz.    
  1747 Placcaet van den ophef van den 50e penning of het doen eener liberale gifte, tot afweeringe van den vyand gearresteert (25 Nov. 1747). Nym. z. j. fol.  
  1748 Extract uyt het raad signaat der stad Nymegen, over den jaare 1748 (Jovis, den 23 May 1748. Ampliatie en reformatie van den kleermakers' ambtsbrief). 4°. 16 blz.  
  1749 Reglement en ordre waar na de voerluyden der stadt Nymegen in het vorderen en ontfangen van wagen-vrachten, koetzen, phaetons, verleenen van voorspan-paarden aan couriers als anders, hun zullen moeten reguleren . . . Nym. 1749, 4°. 26 blz. volledige titel: "Reglement en ordre waar na de voerluyden der stadt Nymegen in het vorderen en ontfangen van wagen-vrachten, koetzen, phaetons, verleenen van voorspan-paarden aan couriers als anders, hun zullen moeten reguleren. Gearresteert en vastgestelt by borgermeesteren, schepenen en raaden der stadt Nymegen."
  1787 Vragt-lyste voor het voerlieden-gild der stad Nymegen . . . Nym. 1787, 4°. 34 blz. volledige titel: "Vragt-lyste voor het voerlieden-gild der stad Nymegen; of ordonnantie, gearresteerd by borgermeesteren, schepenen en raaden der stadt Nymegen, waar naar de respectieve voerlieden zich, in het vorderen van vragtloon, praeciselyk zullen hebben te reguleren. "
  1755 Lyst van brieven die aan het Nymeegsche post-comptoir gefranqueert moeten worden. Nym. 1755, 4°.  
  1755 Statuit rakende de gratificatien tussen egte-lieden ; gearresteert by borgermeesteren, schepenen en raden, samt gemeensluiden der stad Nymegen. Nym. 1755, 4°. 4 blz.  
  1755 Ordonnantie waar naar de wykmeesteren en voorts een iegelyk die sulks aangaan mag, zig stiptelyk sullen hebben te reguleren (12 juny 1755). Nym. 1755. 4°. 4 blz. "Gevolgd van den Naamlyst der wykmeesteren by borgermeesteren, schepenen en raden der stad Nymegen op den 12 juny 1755 respectivelyk aangesteld; derzelver booden en woon-plaatsen."
  1762 Ordonnantie op het houden der jaarlykze beesten-markten binnen de stad Nymegen. Nym. 1762, 4°. 10 blz.  
  1764 Publicatie tegens het boomen-schenden (27 January 1764) Nym. 1764.  
  1791 Ordonnantie, gearresteerd by burgermeesteren, schepenen en raaden der stad Nymegen, en schout, burgemeesteren en schepenen der stad Rotterdam, op de wagenposterye tusschen die twee steden. Nym. 1791. 4°.  
  1795 De Patriotten aan hun medeburgers de vrienden van het huis van Oranje. (Bij het naderen der Fransche legers worden de prinsgezinden bedreigd met het lot dat "de Fransche rebellen in de Vendée bejegend heeft"). z. j. of pl. in plano.  
  1795 Publicatie. Vryheid, gelykheid, broederschap. (Het stadhouderschap, personeel en erffelijk, mitsgaders de Ridderschap binnen deze provincie zijn afgeschaft, enz. 7 Febr. 1795) in plano.  
  1795 Oproeping. Vryheid, gelykheid, broederschap. (Ter stemming over de vraag of het schependom met de stad vereenigd zal blijven. 18 Aug. 1795). Nym. 1795.  
  1799 Notificatie. Het gemeente bestuur der stad Nymegen aan hunne mede-burgers heil en broederschap. In ervaring gekomen zijnde, enz. (Publicatie betr. het zich alhier vestigen van vreemden, 12 Juny 1799). Nijm. 1799 4°.  
ZEDEN, GEBRUIKEN EN GEWOONTEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Bergh, L. Ph. C. van den [als B.] 1845 Van de Blaauwe Schuit te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1845.  
Poll, W. van de 1895 Een Wagenspel te Nijmegen in de 16e eeuw. Geld. Volksalm. 1895.  
Poll, W. van de 1897 De Vastenavond te Nijmegen in den Ouden Tijd. P. G. N. C. 28 Febr. 18 Febr. 1897.  
Schevichaven, H. D. J. van 1899 Vastenavondviering P. G. N. C. 19 Febr. 1899.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Zwaarddansers te Nijmegen en elders. Penschetsen I [?]  
Poll, W. van de 1897 Keuren tegen de St. Nicolaas-viering in de 17e eeuw P. G. N. C. 12 Dec. 1897.  
Poll, W. van de 1887 In de ploeg spannen. Herinnering aan een oud Geldersch Volksgebruik [o. a. te Wichen en te Beek]. Geld. Volksalm. 1887.  
Poll, W. van de 1897 De Pinksterbruid. Geld. Volksalm. 1897.  
Poll, W. van de 1898 Ponsen en Angen P. G. N. C. 23 jan. 1898.  
Poll, W. van de 1900 De Nijmeegsche Kermis in den ouden tijd. Geld. Volksalm. 1900.  
Poll, W. van de 1901 De St. Antonius broederschap en de St. Antonie- en St. Hubertivarkens. Geld. Volksalm. 1901.  
Poll, W. van de 1904 Schuttersgilden en het papegaaischieten te Nijmegen, op en om Pinksteren. Geld. Volksalm. 1904.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Verzworen Maandag. Penschetsen I, blz. 035-039.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Doodenroepers en -voorgangers te Nijmegen. Penschetsen I, blz. 136-140.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Almanakken van den Nijmeegschen magistraat. Penschetsen III, blz. 001-005.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Godspenning bij het huwelijk. Penschetsen I, blz. 087-090.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Moraliseerende Uithangborden. Penschetsen III, blz. 066-069.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Ouderwetsche Inboedels P. G. N. C. 24 Dec. 1901.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Nieuwjaar en oude Nieuwjaarsprenten. Penschetsen III, blz. 216-225.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Stadskovels en Stadskleuren. Penschetsen I, blz. 005-010.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Nijmeegsche Knotsendragers, de stadsbaander en de burgervaandels. Penschetsen II, blz. 072-078.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Schoolmeesters in den Ouden Tijd. P. G. N. C. 30 Oct. 1904.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Onze Dienstboden in het verleden. Penschetsen III, blz. 147-154.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Langs de Waal in 1733. Penschetsen III, blz. 155-159.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Het verleden onzer straten. Penschetsen III, blz. 164-172.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Straatverlichting. Penschetsen III, blz. 173-176.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Onschendbaarheid van het kraamhuis. Penschetsen I, blz. 061-069.  
Schevichaven, H. D. J. van 1905 Apothekers van den Ouden stempel. P. G. N. C. 22 jan. 1905.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Een vijftig, zestig jaar geleden. (Nymegen omtr. 1845-50) Penschetsen II, blz. 280-291.  
Someren, van [anoniem] 1900 Keizer Karels klok. En proatje iin de Nimwigse toal. Nijm. 1839. 16°; Geld. Volksalm. 1900.  
Roggen W. Graadt van [als R.W.G.] 1904 Hoe men vroeger te Nijmegen adverteerde. Anno 1815. P. CL N. C. 6 en 20 Nov. 1904.  
RECHTSPLEGING.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Krom, C. C. N. en Pols, M. S. 1894 Stadrechten van Nijmegen (Oude Vaderlandsche Rechtsbronnen) 's Gravenh. 1894, 8°.  
Grootenray, P. J. H. 1775 Dissertatio juris civilis hodierni inauguralis, de bonis praecipuis (vulgo voordeelsgoederen) quae in quatuor praefecturis superioribus tetrarchiae Noviomagensis et ipsa urbe Noviomago obtinent. Lugd. Bat. 1775, 4°.  
In de Betouw, A. 1777 Specimen juris civilis de succedendi ratione circa bona patrimonialia in Imperio Noviomagensi recepta. Traj. ad. Rhen. MDCCLXXVII, 4°.  
In de Betouw, G. C. 1786 Specimen theoretico-practicum inaugurale, de ordine procedendi coram Neomagensium tribunalibus et vetustissimis quibusdam civitatis Neomagensis consuetudinibus, etc. Lugd. Bat. MDCCLXXXVI, 4°.  
Jonckers, R. H. Graadt 1850 De Blaauwe steen te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1850.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Blauwe steen. Penschetsen I, blz. 028-034.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Vrijplaatsen te Nijmegen Penschetsen I, blz. 190-195.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Vrouwen-gratie. Penschetsen I, blz. 070-075.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Leisting. P. C. N. C. 17 Nov. 1901.  
Guyot, P. C. G. 1847 Een oude weeldewet van Nijmegen, betreffende de weelde bij doopen, bruiloften, kramen, "maanstonden", "soevenden", aannemen van den sluyer, eerste missen, enz. (15e eeuw) Nijhoff's Bijdr. 1847, D. V.  
Poll, W. van de 1898 Nijmeegsche Bruiloftskeuren in de 16e eeuw. P. G. N. C. 4 Dec. 1898.  
Poll, W. van de   Satan als rechter bij trouwbeloften, Episode uit de strafrechtpleging te Nijmegen (1660), Geld. Volksalm.  
Engelen. 1873 Lijfstraffelijke Rechtspleging (te Nijmegen). De Oude Tijd. 1873, 1888.  
Schaars, J. H. S. 1874 Een kist in het Weeshuis te Nijmegen (Lijfstraffelijke rechtspleging). Oude Tijd, 1874.  
Schaars, J. H. S. 1873 De houten huik, rok of ton; de schandsteenen en de ijzeren dril- of draaikooi te Nijmegen. Oude Tijd, 1873.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De schandsteenen en de stadston. Penschetsen I, blz. 280-284.  
Schevichaven, H. D. J. van   Gerechtelijke trouwing bij contumacieele absentie van een der partijen. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. II.  
  1682 Statut raeckende de distributie van de cooppenningen comende van verwonnen ongerede goederen onder de concurrerende crediteuren, ende cautie by deselve te stellen, met het gevolgh en aencleven van dien. Nym. (1682) 8 blz.  
  1730 Nader statuit, rakende de distributie van de koopspenningen, komende van verwonnen ongerede goederen . . . (1 Nov. 1730). Nym. 4°. 8 blz. volledige titel: "Nader statuit, rakende de distributie van de koopspenningen, komende van verwonnen ongerede goederen, onder de concurrerende crediteuren, ende de cautien by dezelve te stellen, met het gevolg en aankleven van dien; voorts de administratie van de vacante en desolate boedels (1 Nov. 1730)."
  1709 Provisionele ordonnantie over d'appellen of provocatien, dewelke. . . weder sullen komen als van oudts aan scheffen-meesteren en scheffenen des conincklycken stoels en stadt Aacken- Nym. 1709, 4°. 16 blz. volledige titel: "Provisionele ordonnantie over d'appellen of provocatien, dewelke volgens resolutie van borgermeesteren, schepenen ende raedt, sampt gemeens-luyden der stadt Nymegen, in dato den 26 Sept. 1708, van het Ed. en Waarde schepen-geright derselver stadt in civiele saecken weder sullen komen als van oudts aan scheffen-meesteren en scheffenen des conincklycken stoels en stadt Aacken". Over deze appellen zie Gelre Bijdr. en Meded. D. V. bl. 87.
    Resolutie over de appellen der stadt Nymegen (1711). Grt. Geld. Plactb. III, 194.  
    Resolutie over de appellen in het schepengericht der stadt Nymegen, met opheffinge der poenale resolutie van October, 1711 Grt. Geld. Plactb. III. 374 (1721).  
  1763 Publicatie over het stellen van cautie in cas van personeel arrest (24 Aug. 1764) Nym. 1763, 4°.  
  1764 Publicatie rakende het doen van insinuatie door kinders aan ouders (18 january 1764) Nym. 1764.  
VARIA DE STAD BETREFFENDE.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Bergh, L. Ph. C. van den 1881 Nijmeegsche Bijzonderheden. Nijm. 1881, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Penschetsen uit Nijmegene Verleden, Nijm. 3 d. 1898; 1901; 1904. 8°.  
Quack N. [anoniem] 1877 Nijmegen en de Betuwe, een paar bladzijden uit de Kleefsche Arcadia van Claas Bruin. Geld. Volksalm. 1877.  
  1903 Ons Nijmegen, voor jong Nijmegen. Nijm. 1903. kl. 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Journaal van een reis gedaan in 1797. Penschetsen III, blz. 083-089.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Een émigré over Nijmegen. 1793-1794. Penschetsen II, blz. 083-092.  
Meijer, G. A. 1898 Voor honderd jaar. De Gelderlander 28, 29, 30 Dec. 1898.  
Molhuysen, P. C.   Nijmegen als hanzestad, passim in "Uittrekselen uit recessen der hanzesteden, ten aanzien der betrekking van de Geldersche steden tot het hanseverbond". Nijhoff's Bijdr. I, 174; VII, 258.  
Haverkamp, C. C. 1850 Algemeen overzicht betreffende de gemeente aangelegenheden der stad Nijmegen, van 1840 tot en met 1850. Nijm. 1850, 8°. Van dien tijd af is door den Gemeente Secretarie jaarlijks een dergelijk Overzicht in het licht gegeven.
Joosting, J. G. Ch. 1892 Iets over de Cancelarij te Nijmegen (1420-1430). Geld. Volksalm. 1892 en 1894.  
Poll, W. van de   Het oudste Gemeentezegel van Nijmegen. Alg. Nederl. Familiënbl. 3 jgr. N°. 5 met afb.  
Guyot, P. C. G. 1851 Het bestuur der stad Nijmegen in oude tijden en het toenmalig kiesregt aldaar. Geld. Volksalm. 1851.  
Schevichaven, H. D. J. van 1900 Organisatie van het bestuur van Nijmegen in het midden der 18e eeuw. P. G. N. C. 18 Febr. 1900.  
Aarssen, A. 1874 Het St. Nicolaasgild te Nijmegen. Geld. Volksalm. 1874.  
  1795 Reglement op de regering voor de stad Nymegen. (2 Nov. 1795), z. j. of pl. fol. 19 blz. bijlage 4 bl.  
Voogt, W. J. 1866 Aanteekeningen betrekkelijk de Nijmeegsche vroedschaps- en vereering penningen. Amst. 1866, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Een oud politie-reglement (1660) P. G. N. C. 10 Maart 1901.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Nijmeegsche ambten en gilden. P. G. N. C. 27 Nov. en 4 Dec. 1904.  
Schevichaven, H. D. J. van 1895 Nijmeegsche Boekdrukkers. P. G. N. C. 10, 17, 24 Maart 1895.  
Schevichaven, H. D. J. van 1902 Het Nijmeegsche Burgerschap. P. G. N. C. 29 April en 6 Mei 1902.  
Pabst van Bingerden, J. M. van [anoniem] 1881 Naamlijst van personen die het Nijmeegs oud-burgerrecht bezitten, opgemaakt en vastgesteld bij besluit van heeren regenten van het Oud-burgeren Gasthuis, van 18 Mei 1881. Nijm. 1881. 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Burgemeesters' Tractement. Penschetsen II, blz. 169-179.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Het oudste rekenboek der stad Nijmegen (1382). Penschetsen III, blz. 033-045.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Een Jaar huishouden der stad Nijmegen (1420). Penschetsen I, blz. 094-109.  
Neyboer, C. A. [als N. C. A.] 1902 Eenige uittrekselen uit de rekeningen der stadsrentmeesters van Nijmegen, van 1801-1851. Met bijlagen. Overdruk uit de Gelderlander. 1902.  
Neyboer, C. A. [als N. C. A.] 1904 Aanteekeningen uit raadsignaten van Oud-Nijmegen, zonder volgorde van jaren of datums medegedeeld (1795-1825). Overdruk uit de Gelderlander, 1904.  
  1777 Nijmeegs Handboekje of naamregister van de leeden van de regering. Nijm. 1777 en volg. jaren. 8°.  
  1871 Jaarboekje voor Nijmegen. Aangeboden door de gemeenteboden, van af 1871. Nijm. kl. 8°.  
Hoog Mzn., I. M. J. [als H.] 1906 Iets over de oudste predikanten van de Nederd. herv. gemeente te Nijmegen. P. G. N. C. 22 Juli 1906.  
Le Roy, D. 1698 Afscheidspredikatie van Nymegen, uit Hebr. XIII, vs. 20 en 21.   Ds. Le Roy was predikant der Herv. Gemeente alhier, van 1695-1698, in welk laatste jaar hij te Rotterdam beroepen werd. Er bestaan een aantal geschriften van zijn hand. (v. d. Aa, Biogr. W.b. 161.)
  1829 Memorie ingeleverd bij den Grooten Kerkenraad der Hervormde Gemeente te Nijmegen. Nijm. 1829, 8°. 8 blz.  
Linde, A. van der 1865 Het Nijmeegsch protest en strijdschrift tegen de moderne theologie. Voorafgegaan door een woord van F. D. Sneltjes, hervormd ouderling te Nijmegen. Utr. 1865, 8°.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Nijmeegsche Broederschappen. Penschetsen III, blz. 115-123.  
Joosting, J. G. Ch. 1891 Inventaris van het Oud-Archief der Nijmeegsche Broederschappen. Nijm. 1891, 8°.  
Vorsterman van Oijen, A. A. 1884 Ellendige- en andere gevoegde Broederschappen te Nijmegen. Nederl. Leeuw, Mei 1884, Photo's van zegels.  
Bergh, L. Ph. C. van den   De stichting van Dr. Burchard van den Bergh. Nijm. Bijzonderheden.  
Kuffeler, J. C. T. van der Meer van   De stichting van Burghardt van den Bergh. Varia uit de Geschied. van Nijmegen. Overgedrukt uit de Gelderlander.  
  1858 Instructie voor den administrateur der beurs gesticht door wijlen Dr. Burghard van den Bergh, onder beheer van den magistraat der gemeente Nijmegen. Nijm. 1858, 8°.  
  1866 Afschrift van den brief van 26 Maart 1560, waarbij Dr. Borchardt van den Bergh, deken der Collegiale Kerk van St. Walburg, te Arnhem, zes beurzen te Nijmegen sticht, om zes jongelieden te Keulen of elders te laten studeren. Nijm. 1866, 8°.  
  1905 Afschrift van den brief van 26 Maart 1560, waarbij Dr. Borchardt van den Bergh, deken der Collegiale Kerk van St. Walburg, te Arnhem, zes beurzen te Nijmegen sticht, om zes jongelieden te Keulen of elders te laten studeren. Nijm. 1905, 8°. Overzetting in de (anno 1905) gebruikelijke taal.
  1905 Memorie betrekkelijk de stichting van Dr. Borghardt van den Bergh, opgemaakt door Mr. S. M. S. de Ranitz, ontvanger dier stichting. Nijm. 1905. 8°.  
J. S. B. 1863 Aan Dorcas. Gelegenheidsversje bij haar zilveren feest, 12 Febr. 1863. Nijm. 1863. 8°. De (anno 1906) nog steeds bloeiende liefdadige vereeniging Dorcas werd opgericht in 1838. C. H. Clemens wijdde haar een artikeltje en een gedichtje in de September-aflevering van zijn Maandboekje.
  1750 Ordres en reglementen voor den dienst in het garnisoen der der stadt Nymegen en onderhorige forten, gearresteert den 1 Sept. 1750. Nym. 1750, 8°.  
  1750 Zonderlinge Discipline en exercitien van het guarnizoen te Nijmegen. Nederl. Jaarboeken 1750 II, bl. 144.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Vade-mecum van het Nijmeegsche garnizoen in 1750. Penschetsen III, blz. 177-182.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Genees- en heelkunst in Oud Nijmegen. Penschetsen II, blz. 234-248.  
Diemerbroeck, I. van 1665 Tractatus de peste, in quatuor libros distinctus, truculentissimi morbi historiam ratione et experientia confirmatam exhibens; ab auctore emendatus, plurimisque in locis adauctus. Amstel 1665, 4°. Dit werk werd opgenomen in Isbr. de Diemerbroeck Opera Omnia Ultraj. M D CLXXXV, fo. en in verschillende talen vertaald
  1708 Einige Nachrichten so aus dem soliden Tractaten des hollaendischen medici I. de Diemerbroeck, so in der pest zu Nimwegen 1635, etc . . . Custrin, 1708, 4°. volledige titel: "Einige Nachrichten so aus dem soliden Tractaten des hollaendischen medici I. de Diemerbroeck, so in der pest zu Nimwegen 1635, etc. Schlesische Infectionsordnung von 14 Febr. 1680, nebst einer Unterweisung von der itzt grassirenden Pest in Polen; von den Physicus der Stadt Bresslau abgefasset im Jahre 1708. "
Staats Evers, J. W. 1879 Een merkwaardig boek over de Nijmeegsche pest van 1636. P. G. N. C. 2 April 1879.  
Neyboer, C. A. [als N. C. A.] 1902 De pest te Nijmegen in 1636-37. De Gelderlander 1902.  
  1705 Aanmerkingen over de contagieuse siekte die regneert onder de paarden en hoornbeesten. Nym. (1705) in plano. Beschrijving van een soort tongblaar, die de tong van het vee deed afvallen en de beesten binnen 24 uren doodde. Met genees- en voorbehoedmiddelen.
Degnerus, J. H. 1755 Historia medica de dysenteria bilioso-contagiosa, quae MDCCXXXVI. Neomagi et vicinis ei pagis epidemice grassatus fuit . . . Trajecti ad Rhen. M D CCLV, 8°. volledige titel: "Historia medica de dysenteria bilioso-contagiosa, quae MDCCXXXVI. Neomagi et vicinis ei pagis epidemice grassatus fuit; in qua simul novorum quorundam remediorum antidysentericorum, nimirum corticis Simarubae, Radicis Salab, Trochiscorum Gitta Gambir et Corticis Mangostan effectus exploratur. Accidit relatio historica, cum responsio facultatis medicae Halensis, de morte per Mercurium sublim. in emplastro adplicatum inducta. Editio novissima ab auctore ipso revisa et aucta. ". Degener werd tot Stads M. D. aangesteld 2 Jan. 1737. Later werd hij raadslid, schepen en burgemeester.
Man, M. J. de 1778 Bericht van de schaadelijke en zelfs doodelijke gevolgen, welke op het einde van het jaar 1777, zeker venynig vogelgebraad binnen de stad Nijmegen gehad heeft. Nijm. 1778, 8°.  
Moll, A. 1817 Verslag van de kinderpok-epidemie te Nijmegen in 1817. Hippocrates, magazijn toegewijd aan de Geneeskunde. D. VI.  
Eldik, C. van 1832 Over den Aziatischen braakloop te Nijmegen. Nijm. 1832, 8°.  
Noorduyn, C. 1899 Een stukje statistiek. P. G. N. C. 11 Maart 1899. Opgave van geboorteplaatsen der 3608 Nijmeegsche kiezers.
Noorduyn, C. 1897 Algemeen overzicht van den loop der bevolking te Nijmegen in de laatste 25 jaren. P. G. N. C. 17 Oct. 1897.  
Noorduyn, C. 1903 Een belangrijke herinneringsdag in de geschiedenis van Nijmegen, 25 jan. 1878-1903. (betreffende de hygienische toestanden in de stad met tabel). P. G. N. C. 25 jan. 1903.  
  1895 Het Bazaarblad, uitgegeven ter gelegenheid van de groote bazaar gehouden van 23-25 April 1895, in de sociëteit de Vereeniging, ten bate van het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis, te Nijmegen. 4 blz. fol. met afb. van het gebouw.  
Acket, J. 1897 Een Bezoek aan het Zander-Instituut te Nijmegen. Nijm. 1897, 8°.  
  1824 Inwijding van het nieuwe gebouw van het Depart. Nijmegen der Mij. tot Nut van het Algemeen te Nijmegen, op Zaterdag den 29 Dec. 1823. Nijm. 1824, kl. 8°. Gedrukt voor de leden. Redevoering van Mr. J. W. Verweer en Dichtregelen van Ds. A. Moll.
Hinloopen, F. C. 1835 Feestrede ter viering van het Vijftigjarig bestaan der Mij. tot Nut van 't Algemeen, uitgesproken op den 18en verjaardag van hut Departt. te Nijmegen. Nijm. 1835, 8°.  
Verweer, J. W. Losecaat 1847 Toespraak bij gelegenheid van het dertigjarig bestaan des departts. Nijmegen der Mij. tot Nut van 't Algemeen, op den 16 Maart 1847. Nijm. 1847, 8°.  
Haar Bzn., B. ter 1867 Feestrede gehouden op den 19 Maart 1867, ter viering van het Vijftigjarig bestaan van het Departt. Nijmegen der Mij. tot Nut van 't Algemeen. Nijm. 1867. 8°.  
Abeleven, Th. H. A. J. 1868 Verslag van de geschiedenis der vereeniging ter beoefening van de Natuurkunde te Nijmegen, bij gelegenheid van de viering van haar 25-jarig bestaan, in de vergadering van den 21 Dec. 1865. Voorafgegaan door een korte herinnering aan het gehouden feest. Nijm. 1868. 8°.  
    Resolutie, dat de dertig malder haver wegens het veer over de Waal voor Nymegen aan de domeinen vemchuldet, mogen worden geredimeert met 28 st. per malder, gedurende den tijd van 25 jaeren, in te gaen met den jaere 1720. Grt. Geld. Placaetb. III, 457.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Ons Veer. Penschetsen II, blz. 007-015.  
Schevichaven, H. D. J. van 1906 Nog eens de Gierbrug P. G. N. C. 4 Febr. 1906.  
Kemp, P. van der 1869 Prijsvraag uitgeschreven door het bestuur der gemeente Nijmegen tot verbetering van het overvaartveer tusschen de Stad en het dorp Lent, met of zonder toepassing van stoomvermogen, en bekrooning dier prijsvraag. Nijm. 1869, I, 8° m. pl.  
Weve, J. J.   De Gierbrug te Nijmegen. De Waterbouwkunde, afd. XIV, Bruggen, 3e ged.  
  1906 Waaloverbrugging. - Verslag van de bijeenkomst van ingezetenen van Nijmegen en omstreken, op 15 Januari 1906, in de zaal van de sociëteit Burgerlust te Nijmegen. Nijm. 1906, 8° met pl. en kaarten.  
  1905 Het veer over de Waal. Noviomagum 28 Oct. 1905.  
  1906 De Waaloverbrugging P. G. N. C. en Gelderlander 17 Jan. 1906.  
  1906 De Waaloverbrugging, Gelderlander 20 Febr. 1906.  
Schevichaven, H. D. J. van   De Rijkstol te Nijmegen. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VIII.  
Neyboer, C. A. 1905 De Rijkstol, later de Stads-Rijksche Tol te Nijmegen, de Gelderlander 1905.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Nijmeegsche Peperhandschoen. Penschetsen II, blz. 063-071. Met het jaarlijks overhandigen te Luik van een havikshandschoen met peper gevuld, bezat Nijmegen vrijdom op de Maastollen.
  1684 Aen S. H. den heere prince van Orange, enz. (Request, der magistraten van Nymegen, Tiel en Zalt-Bommel, betreffende hun recht op verschillende tollen, dd. 24 Oct. 1684, met bijlagen). 8°.  
  1685 Extract uyt het reces des Landdaghs in October 1685 extraordinaris binnen Zutphen gehouden. (Protest van dezelfde steden voor inbreuk op hun vrijheden van de Maastollen). z. j. en pl. 8°.  
  1703 Getuygschrift van eenige Maeshandelaars, tegenwoordigh noch borgers synde, als voor desen geweest, over de mishandelingh haar door eenige harer gewesene en wettigh gedepossideerde regenten, soo nog in leven, als doodt synde, aangedaen (27 juny 1703) Nym. 1703. in plano. Attest dat zij van 1682-1702 op de Maastollen f 40,000, op den Urmondschen Tol, sedert 1692, f 175,000 onrechtmatig hebben moeten betalen. Dat zij "ja, met tranen in onse oogen", daarover bij den magistraat geklaagd, doch niet dan "vilayne bejegeningen" ontvangen hadden.
  1703 Verantwoordinge van de leden van de oude magistraet der stadt Nijmegen, tegens de clachten van de Maes-schippers, over het Maesgelt en eenige andere poincten. (27 juny 1703) Nym. 1703. 4°.  
  1707 Korte memorie en narigt, rakende het recht van vrydom en exemptie op de tollen van de riviere de Mase, de Stad en borgeren van Nymegen competerende . . . z. pl. of j. 8 blz. volledige titel: "Korte memorie en narigt, rakende het recht van vrydom en exemptie op de tollen van de riviere de Mase, de Stad en borgeren van Nymegen competerende, mitsgaders de infractien en ingrepen, welke haer daer tegens door eenige tolheffers op de gemelte riviere onregtmatelijk zyn en worden aangedaen."
  1707 Memorien van eenige voorname periodes, getrokken uyt d'originele privilegien van vrydom en exemptie van vertoningen de stad en borgeren van Nymegen door keyzers, koningen, fursten en graven successivelijk gegeven . . . z. j. , of pl. 4°. 8 blz. volledige titel: "Memorien van eenige voorname periodes, getrokken uyt d'originele privilegien van vrydom en exemptie van vertoningen de stad en borgeren van Nymegen door keyzers, koningen, fursten en graven successivelijk gegeven, onder eede solemnelijck aenbelooft, toegeseyt en geconfirmeert Onderteekend : S. L. Singendonck."
  1707 Remonstrantie gedaan . . . door borgemeesteren, schepenen en raad der stad Nymegen, over de infractien en inbreuken, soo derselver borgeren op de riviere de Maze trafiqueerende, aldaar door eenige tolhefferen nu onlangs zijn aangedaan geworden . . . Nym. 1707, 56 bl. fol. volledige titel: "Remonstrantie gedaan overleveren aan Haar Hoogmogende de Heeren-Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, door borgemeesteren, schepenen en raad der stad Nymegen, over de infractien en inbreuken, soo derselver borgeren op de riviere de Maze trafiqueerende, aldaar door eenige tolhefferen nu onlangs zijn aangedaan geworden, tegens de indisputable vrijdommen en exemptien de gemelde Stad en borgeren op de tollen der voorsz. riviere, en elders ingevolge den notoiren inhoud van de privilegien, haer by hertogen, koningen ende keysers gegeven, competerende, en waar van sy sedert immemoriale tyden in eene rustige ende vredige possessie zyn geweest. dd. 18 july 1706."
  1772 Lotsy, H. Dagelyksche aanteekeningen gehouden te Nymegen, van de peils-hoogten en merkwaardigste gebeurtenissen op de rivieren Maas, Rhijn, Waal, Neder Rhijn en IJssel, Nym. 1772-82. 2 d. 8°.  
Schonck, E. J. B. 1795 Dichterlijk Tafereel van den tegenwoordigen watersnood en deszelfs treurige gevolgen. Nym. 1795, 8°. Beschrijft hoofdzakelijk de rampen in en bij Nijmegen voorgevallen.
Conrad, F. W. en Delprat, J. P. 1858 Verslag over de verzakking te Nymegen, ingediend aan den Minister van Binnenl. Zaken, volgens besluit der Natuurk. Afd. van de Kon. Akad. van Wetensch. Amst. 1858. 8°. met 2 pl. en 3 tabellen. Ook Zes Vervolgen: Amst. 1861-1865. 8°. Zie ook Versl. en Meded. der Kon. Akad, der Wetensch. Afd. Natuurk. D. VII bl. 291; 301. ; XI. bl. 13. XII bl. 196. enz.
Hooff, W. F. G. L. 1862 Oorzaak der verzakking te Nijmegen. Dordr. 1862, 8°.  
  1872 Verzakking der Waalkade. Rapport van den Raad der Gemeente Nijmegen. 29 Oct. 1872.   Ook bestaat een Nader Rapport van den Raad.
Een belang stellend Nymegenaar. 1888 Eens Voorzegging. Nym. 1888. 8°. Lt. Gen. Krayenhoff sou voorzegd hebben, dat de Krib of Keerdam voor de Z. W. punt van den bandijk te Lent, na verloop van tijd de verzakking der Waalkade tengevolge zou hebben.
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Poelen van Oud-Nijmegen. Penschetsen I, blz. 217-224.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Putten en pompen van Oud-Nijmegen. Penschetsen I, blz. 141-148.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Onze Molens. Penschetsen II, blz. 180-188.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Nijmeegsch Bier. Penschetsen I, blz. 110-117.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Wijnkoopers en wijndrinkers. Penschetsen I, blz. 257-264.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Couranten te Nijmegen. Penschetsen I, blz. 242-248.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Oud-Nijmeegsche Almanakken. Penschetsen II, blz. 226-233.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Nog een oude Nijmeegsche Almanak. Penschetsen III, blz. 124-131.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De plannen van Oud-Nijmegen. Penschetsen I, blz. 001-004.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De dierenwereld te Nijmegen. Penschetsen III, blz. 106-114.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De oudere Sociëteiten van Nijmegen. Penschetsen II, blz. 151-159.  
  1786 Algemeene wetten en inrichtingen van het genootschap ten spreuke voerende Voorbeelden Trekken; opgericht binnen Nymegen, den 27 Maart 1786. Nym. MDCCLXXXVI. 8°.  
  1795 Aria voor het vaderlands genootschap Voorbeelden Trekken; ter viering van het vreugdefeest den . . Juny 1795. Wijze: Leisje sliep in 't bosch in 't lommer. Met een "Vrijheidslied" op dezelfde wijze. 8°. z. n. of pl.  
  1795 Reglement van het vaderlandsch genootschap opgericht binnen Nijmegen onder de zinspreuk: Voorbeelden Trekken; over gezien en met de nodige verbeteringen op nieuw aangenomen den 17 Maart 1795, het eerste jaar der Bataafsche Vrijheid. 8°.  
  1803 Lijst der heeren leden die de sociëteit Alles op zyn Tyd met de eerste inteekening geformeert hebben, als mede die vervolgens geadmitteert zyn, tot ultimo December MDCCCIII. Nijm. 1803, 8°.  
  1822 Reglement voor de sociëteit de Harmonie binnen Nijmegen. Nijm. 1822. 8°.  
  1862 Verslag van de oprichting en van het gebeurde met de sociëteit de Harmonie te Nijmegen, uitgebragt op den dag van haar 50 jarig bestaan, op 1 Mei 1862. Nijm. 1862, 8°.  
  1875 Gewijzigde Reglementen voor de sociëteit Burgerlust te Nijmegen. Nijm. 1875, 8°.  
Mulder, B. L.   Verhaal van de lotgevallen der vroegere loge St. Lodewijk in het Oosten van Nijmegen.   Zie ook Nederl. Jaarboekje voor Vrij-metselaren 1846.
  1817 Reglement voor de wettig gevestigde loge de Vereenigde Vrienden in het O. van Nymegen. Nym. 1817, 12°. Met de naamlijst der 22 leden.
  1752 Brief van een vry-metselaar van de St. Lodewycks-loge te Nijmegen, aan den eerwaarden godtzaligen en hoog geleerden heer Everhard Haverkamp . . . Gedrukt in de Weereld. 12°, z. j. volledige titel: "Brief van een vry-metselaar van de St. Lodewycks-loge te Nijmegen, aan den eerwaarden godtzaligen en hoog geleerden heer Everhard Haverkamp, Sig. fil., predikant aldaar, over een gedeelte der toepassing van zyne leerrede op den dank- vast- en beededag, den 22 Maart 1752 in de Groote Kerk te Nymegen, tegens de vry-metselaars uytgesproken."
Merkes, L. A. en F. C. 1753 Berigt van den Kerkeraad te Nymegen, over de vrymetselarye, tegens het request van L. A. Merkel en F. C. Merkel . . . Nym. (1753) 12°. volledige titel: "Berigt van den Kerkeraad te Nymegen, over de vrymetselarye, tegens het request van L. A. Merkel en F. C. Merkel, verrykt met de noodige aanmerkingen. Hier zyn bygevoegt 't advys van 't Hof Provintiael van Gelderland, resolutie van de Edele Mog: Heeren Staeten van Gelderland hierop gevallen, en verdere stucken daar toe behoorende."
Bergh, L. Ph. C. van den   Tooneel en Muzyk (te Nijmegen). Nijm. Bijzonderheden.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Melpomene te Nijmegen. Penschetsen I, blz. 161-176.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Toonkunst te Nijmegen. Penschetsen II, blz. 110-125.  
    Bydragen over muzyk uit het archief van Nymegen, van 1631-1781. Croniek v. h. Hist. Genootsch. 3e Jrg.  
Rogge, H. C. 1901 De Toonkunst te Nijmegen. Tijdschrift der Vereeniging v. Toonk. 1901.  
  1839 Naamlijst der ordinaire en extraordinaire leden van het muzykgezelschap te Nijmegen (1839-1840). Opgerigt den 23 Januarij 1818.   Later Stads-Concert genoemd.
  1830 Reglement voor de Zangvereeniging [Polyhymnia]. Nijm. 1830, 8°.  
Weve, J. J.   Nijmeegsche Architectuur van vóór 1600. Bouwk. Tijdschr. IX, m. pl.  
Weve, J. J. [anoniem] 1885 Het oude geveltje afkomstig uit de Hezelstraat, thans gemetseld in de binnenplaats van het Stadhuis. Afbeeldingen van oude bestaande gebouwen. Uitg. der Mij. tot Bevord. van Bouwk. 1885. pl. 135, 136.  
Weve, J. J. 1887 Wat Nijmegen den architect voor merkwaardigst biedt. Bouwk. Weekbl. 1887.  
Mes, G. 1889 Nijmeegsche Kunstenaren. Geld. Volksalm. 1889.  
Poll, W. van de   Nijmeegsche schilders. Archief voor Nederl. Kunstgesch. D. VII.  
Poll, W. van de 1893 De magistraat van Nijmegen in betrekking tot de schilderkunst aldaar. Geld. Volksalm. 1893.  
  1901 De Nijmeegsche Parken. Gelderlander 6 Oct. 1901.  
Goris, L. 1645 In Nemus urbanum Noviomagense, quod Vitellinum vulgo dicitur. Farrago Carminum abortivorum. Noviom. 1645. 4°. Vijf epigrammen, achter zijn Commentat. ad Consuetud. Velav.
Poll, W. van de 1898 De Saltzburger emigranten te Nijmegen en in het land van Kadzand. P. G. N. C. 22 Oct. 1898.  
Kuffeler, J. C. T. van der Meer van 1898 Een reisgelegenheid tusschen Nijmegen en Dusseldorp in de 17e eeuw. Geld. Volksalm. 1898.  
Roggen, W. Graadt van 1904 Per beurtman van Nijmegen naar Rotterdam, in 1783. Penschetsen III, blz. 160-163.  
Schevichaven, H. D. J. van   Vrijgeleide voor heidens, gegeven door den magistraat van Nymegen, in de 15e eeuw. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. I.  
Kuffeler, J. C. F. van der Meer van 1890 Guillaume Soudan. Tijdspiegel, 1890.  
Rogge, Y. H. G. 1895 Soudan en A. Morus. De Navorscher. 1895.  
Haps, P. 1651 Oratiuncula de juventute principum non aspernanda, dicta Batavorum Oppidi seu Neomagi Geldriae in summo scholae apostolicae auditorio, die 26. Novembris MDCL. Noviom. 1651. 4°.  
  1543 Den schoone historie en miraculeuze geschiedenis van den ridder met de zwaan, die te Nijmegen, in Gelderland, te scheep kwam . . . Amsterdam. MDXLIII. 4°. volledige titel: "Den schoone historie en miraculeuze geschiedenis van den ridder met de zwaan, die te Nijmegen, in Gelderland, te scheep kwam, by het geleide van eene zwaan, uit den lande Lilefoort, hetwelk men zegt te wezen: Ryssel, Douway en Orchy, gelegen in Vlaanderen". Zie Nederl. Volksromans door Mr. S. Ph. C. van den Bergh, 1837, bl. 23, waar de legende verhaald en haar oorsprong medegedeeld wordt. Men zie ook den zonderlingen vorm die deze legende aanneemt in J. C. Calvete de Estrella's Felicissimo viaje d'el muy alto y muy poderoso principe Don Phelippe, hijo d'el emperador Don Carlos quinto, etc. Anvers. 1552 f°. 318 b.
Stoet van den Beele, L. A. J. W. 1869 Verhandeling over den Nijmeegschen Zwaneridder. Meded. der Kon. stad. der wetensch. Afd. Letterkunde, 1869.  
  1774 Het alom bekende, Nijmeegsch Plancke Hutje, of het zoogenaamd Landje van Beloften gedruckt voor boeren en menschen, voor snijders, wevers en schoenlappers, voor lediggangers en opsnappers. (Nijm.) 1774, kl. 8°. Dit huis, een bordeel, stond denkelijk in de Rozemarijngas. Zie van Schevichaven, Oud-Nijmegen, Straten, enz. bl. 217.
Clemens, C. H. [anoniem] 1838 Nijmeegsche Vreemdenlijst of Weekblaadje (15 Dec. 1838 tot einde 1845). 8°.  
Clemens, C. H. 1837 Maandboekje der stad Nijmegen. Januari 1837 tot October 1839. 8°.  
Clemens, C. H. 1834 Feestzang bij de terugkomst der Schutterij van Nijmegen. 1834. Wijze: de Koning leev', de Koning leev'. Tollens. Nijm. 1834.  
  1854 Omstandig Verhaal van het vreeselijk ongeluk in den laten avond van Dinsdag den 25 April j.l. te Nijmegen voorgevallen. Nijm. (1854), 8°. De emer. predikant Molengraaff viel bij het afrijden van de Gierbrug door het breken van het paardentuig met zijn rijtuig in de Waal. Zijn vrouw, beide dochters en een bij hem inwonende dame verdronken. De predikant, dien het gelukte uit het rijtuig te komen, werd gered.
La Serve, W. J. 1767 Ter Gelegentheydt dat den wel eerwaarden heer Gerardus Wilhelmus Finman, bedienaar des goddelijken woordts in de gemeente der hoogs- en vrye heerlykheyt Dieden, op Vrydagh, den 11 September 1767, ten ondertrouw wierdt aangetekent . . . 8 bl, f°. volledige titel: "Ter Gelegentheydt dat den wel eerwaarden heer Gerardus Wilhelmus Finman, bedienaar des goddelijken woordts in de gemeente der hoogs- en vrye heerlykheyt Dieden, op Vrydagh, den 11 September 1767, ten ondertrouw wierdt aangetekent met juffrouw Laurentia Hoogars, omme vervolgens, na de ergaane kerkelijke proclamatien in den huwelyken staat te worden bevestigt binnen de stadt Nymegen". Aan het einde: Dees wenschen by uw leeven - Doet een uwer voogd en neeven - Die by leven en bij sterve - Zig tekent - Willem Jan La Serve. Zie ook onder Vinman.
Smetius, J. 1640 Epithalamium Rev. D. Johanni Brebereno à Dyck, pastori ecclesiae Wichensis, et ornatissimae virgini D. Sibylla Bouwens. (XII Cal. Mart. Jul. An. M DCXL). Noviom; in plano.  
Smith, J. (Smetius) 1645 In nuptias Rev. viri D. Simeonis Ruytingii, Ecclesiae Noviomagensis pastoris, et praestantissimae virginis D. Caeciliae Broen. Celebratas XXVIII Martii. A°. MDCXLV. Amstelod. 4°.  
Ruytingius, S. 1662 Rouw-Clachten over 't onverwacht af sterven van den Eerwaardige, Godsalige, Hoogtegeleerde D. Abrahamus Tielenius, in sijn leven getrouwe bedienaar des H. Evangeliums tot Nymegen. Overleden in zijn geboorte stadt Aken, den 15/25 Junij 1662. Nym. 1662. 4°. (Gevolgd door een Latijnsch rouwdicht van Smetius.)
Smetius, J. 1666 Funus sive exequiae elegantissimi et literatissimi viri Johannis Schultingii, eloquentiae et histor. Professoris ordinarii, repentina et immatura a morte sublati. (1666). 4°. (Gevolgd door rouwdichten van anderen).
  1709 Treur-digt op het droevigh afsterven van den hoog-welgeboren heer Stephen, baron van Welderen . . . den 2 Novemb. 1709. Nym. 1709, 4°. volledige titel: "Treur-digt op het droevigh afsterven van den hoog-welgeboren heer Stephen, baron van Welderen, luytenant generaal der Infanterye van den Staat, collonel van het oud Gelders regiment, gouverneur der stadt Meenenp &a, &a, overleden binnen Bergen Henegouws, den 2 Novemb. 1709."
Brugghen, C. J. L. van der 1837 Hulde aan de nagedachtenis van jhr. Dirk Rijnhard Johan van Lynden, burgemeester der stad Nijmegen. Nijm. 1837. 8°.  
Clemens, C. H. 1837 Herinnerings-offer bij het overlijden van den Christen-leeraar T. M. van Gulpen. Nijm. 1837. 8^,  
Raymakers, A. J. M. J. 1901 Rede van den Z. E. heer Raymakers, over Mgr. Hamer. Gehouden 17 Jan. 1901. Gelderlander. 19 Jan. 1901.  
  1902 Onthulling van het standbeeld van Mgr. Hamer en gezellen te Nijmegen, den 28 Sept. 1902. Met levensbeschrijving van den Bisschop-martelaar. Nijm. 1902. 8°, m. pl.  
  1902 Officieel Verslag van den 3den Diocesanen Katholiekendag en van de plechtige onthulling van het standbeeld van Mgr. Hamer en gezellen te Nijmegen, 28 Sept. 1902. Nijmegen. (1902) 8°.  
Nijhoff, P.   Berigt aangaande het oud archief der stad Nijmegen, Nijhoff's Bijdr. D. VII.  
Nijhoff, P. 1864 Inventaris van het oud archief der gemeente Nijmegen, opgemaakt volgens besluit van HH. Gedep. Staten der Prov. Gelderland, van 20 Maart 1864. Nijm. 1864, 8°.  
Poll, W. van de 1890 Inventaris van het oud-rechterlijk archief der gemeente Nijmegen. Nijm. 1890, 8°.  
  1868 Catalogus van boeken en manuscripten welke voorhanden zijn in de stedelijke Bibliotheek te Nijmegen. Nijm. 1868, 8°.  
Poll, W. van de 1892 Catalogus van de openbare bibliotheek te Nijmegen. Nijm. (1892) 8°.  
Abeleven, Th. H. A. J. en Bijleveld, C. G. J. 1892 Catalogus van de Bibliotheek van het Museum van Oudheden te Nijmegen. Nijm. 1892, 8°.  
  1880 Verslag der Commissie ter verzekering eener goede bewaring van gedenkstukken van geschiedenis en kunst te Nijmegen. (Verschijnt jaarlijks van af 1880), m. pl. 8°.  
  1889 Catalogus der Bibliotheek van het Nijmeegsch Gymnasium 1889. Nijm. 8°.  
  1866 Inventaris van het archief van de boekerij en van de physisch- en chirurgische instrumenten . . . Nijm. 1866, 8°. volledige titel: "Inventaris van het archief van de boekerij en van de physisch- en chirurgische instrumenten, door de plaatselijke commissie van geneeskundig toevoorzigt aan de gemeente Nijmegen in eigendom overgegeven, bij de opheffing van die commissie, volgens de wet van 1 Juni 1865."
HET RIJK VAN NIJMEGEN EN HET SCHEPENDOM.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
Spaen, W. A. van   Van de Stad en het Rijk van Nijmegen. Oordeelk. Inleid. tot de Geschied. van Geld. D. IV.  
Wagenaar, J. [anoniem] 1741 Beschrijving van het Ryk van Nymegen. Tegenw. Staat van Cxelderl. (1741) bl. 242.  
Schevichaven, J. van 1846 Geschiedkundige plaatsbeschrijving van het Rijk van Nijmegen. Nijm. 1846. Met kaart en plattegrond.  
Schevichaven, H. D. J. van   Het Rijk van Nijmegen, zijn dorpen en heerlijkheden. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. III.  
Schevichaven, H. D. J. van   Organisatie en bestuur van het Rijk van Nijmegen. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. V.  
Graandijk, J. 1900 In de buurt van Nijmegen. De Aarde en haar Volkeren 1900. Met afbeeld.  
    Landt-brieff van het Ryck van Nymegen, van den jaere 1532. Grt. Geld. Plactb. II, Append. bl. 1.  
  1683 Gereformeerde Landt-rechten ende gewoonten van het Rijck van Nymegen. enz. Mitsgaders van de heerlijckheden ende gerichten daaronder ressorterende. Arnh. 1683, 4°. Ook uitgegeven Arnh. 1686, 4°. en Nijm. 1765, 4°.
Hasselt, J. J. van 1777 Aanteekeningen op de gereformeerde land-rechten ende gewoonten van het Ryck van Nymegen, enz. Nym. 1777, 8°. Deze aanteekeningen zijn niet verder voortgezet dan de eerste XIII titels.
  1874 Een bladzijde uit de Gereformeerde Landregten, enz. in het Rijk van Nijmegen. Geld. Volksalm. 1874.  
In de Betouw, A. 1777 De succedendi ratione in Imperio Noviomagensi recepta. Traj. 1777, 4°.  
  1658 Gereformeerde Dyck-rechten van 't Ryck van Nymegen, Over- en Neder-Betouwe, sampt Maes ende Wael. Nym. M DCLVIII. 8°.  
  1679 Gereformeerde Dyck-rechten van 't Ryck van Nymegen, Over- en Neder-Betouwe, sampt Maes ende Wael, enz. geapprobeert ende bestedight op eenen landt-dagh tot Arnhem, den 24 Augusti 1640 . . . Arnh. 1679, 4°. volledige titel: "Gereformeerde Dyck-rechten van 't Ryck van Nymegen, Over- en Neder-Betouwe, sampt Maes ende Wael, enz. geapprobeert ende bestedight op eenen landt-dagh tot Arnhem, den 24 Augusti 1640, ende op eenen landt-dagh tot Zutphen, den 12 Maii 1657, geamplieert; mitsgaders op eenen landt-dagh tot Arnhem, den 12 Aprilis 1679, omtrent het 14. capittel"
  1723 Ampliatie van het dyck-regt, enz. in 't houden van dykproceduren. Arnh. 1723.    
    Resolutie dat de schouwen van 't Ryck van Nymegen . . . . respectivelyck over uyt 't een in 't andere ampt gaen (1678). Grt. Geld. plactb. II, 476.  
  1852 Polders in Maas en Waal, Ooi, Erlekom, enz. L. A. J. W. Sloet, Bijdr. tot de kennis van Gelderland. Arnh. 1852, bl. 435 volgg.  
  1641 Ordonnantie op het waecken van de huys-lieden ende inwoonderen van 't schependomb van Nymegen. Nym. 1641, 4°. 10 blz.  
  1769 Ordonnantie en reglement op het veegen en ruimen van beeken, weteringen, ley- en togtgraaven (28 Dec. 1768). Nym. 1769, 4°.  
  1769 Ordonnantie en reglementen op het veegen en ruimen van beeken, weteringen, ley- en togtgraaven als anders . . . (16 Febr. 1769). Nym. 1769, 4°. 50 blz. volledige titel: "Ordonnantie en reglementen op het veegen en ruimen van beeken, weteringen, ley- en togtgraaven als anders; voorts het repareeren en onderhouden van gemeene 's heeren en andere wegen, straaten en voet-paden, &a. in het schependom van Nymegen. Gearresteerd by borgermeesteren, schepenen en raaden der stad Nymegen (16 Febr. 1769)."
  1877 Beschouwingen over de verbetering van de waterlossingen van het Rijk van Nijmegen en van Maas en Waal, en de aanwending van middelen om de vruchtbaarheid van die beide districten te vermeerderen. Tiel. 1877, 8°.  
Bloem, A. [anoniem] 1880 Wat is recht? Eenige opmerkingen, aan de hand der geschiedenis over de waterlossing in de polderdistricten: het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal. Utr. 1880. 8°.  
Hiebendaal, C. B. 1880 Antwoord op de brochure "Wat is recht?" door den heer A. Bloem, te Winssen. Nijm. 1880.  
Hasselt, J. van en Koning, J. de 1883 Ontwerp tot verbetering van de waterlossingen van het "Rijk van Nijmegen" en van "Maas en Waal". Ingezonden aan het bestuur van het Waterschap, 13 Jan. 1883. Nijm. 1883, f°.  
Fijnje, H. F. 1884 Beschouwingen over de aanwending van stoomgemaal tot verbetering der waterlossingen in het Rijk van Nijmegen. Nijm. 1884, 8°.  
    Placaet ende Ordonnantie op de jacht in 't Ryck van Nymegen (6 Nov. 1651) Grt. Geld. Plactb. II, 373.  
  1658 Publicatie op de jacht in het schependom. Nijm. 1658, in plano.  
  1658 Ordonnantie by borger-meesteren, schepenen ende raedt der stadt Nymegen beraamt, op 't stuck van de jacht in dezer stadt schependom Nym. 1658 4°. 8 bl. goth. lett.  
  1700 Ordre op de jacht in 't schependom (25 july 1700) Nym. 4°. 8 blz.  
  1731 Reglement en ordre op de wildbane en jagt, in het schependom van Nymegen (19 Sept. 1731). Nym. 1731. gr. 4°. 4 blz.  
Hermans, C. R.   Burgten en oude gedenkstukken in 't arrondissement Nymegen. Mengelingen, II.  
Montenberg D. G. 1898 Nijmegen en omstreken, in wandelingen; met afbeeldingen van Oud-Nijmegen, platen, plattengrond en wandelkaarten. 1898, gr. 4°.  
  1905 Uit de Geschiedenis van het schependom. De Gelderlander 13 Aug. 1905.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Landweer. Penschetsen I, blz. 249-256.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Bidkapellen buiten onze stad. Penschetsen III, blz. 090-097.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Calvariënberg en de Zeven Kruisen. Penschetsen I, blz. 236-241.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Het Gybenklooster, het Observanten klooster en de Bokking-huisen. Penschetsen I, blz. 265-271.  
Schevichaven, H. D. J. van 1898 De Hoofdberg en Hoofdkuilen. Penschetsen I, blz. 152-160.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Schoenmakershaven. Penschetsen II, blz. 079-082.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De Winsseling. Penschetsen III, blz. 076-082.  
Schevichaven, H. D. J. van 1906 Hees en zijn Oude buitenverblijven P. G. N. C. 25 Febr. en 4 Maart 1906.  
Jonckers, J. H. 1891 De "dikke boom" te Hees (gedicht.) Met historische toelichting. Geld. Volksalm. 1891.  
K-K, Chr. van der 1904 Uit het verleden. Een kleine gedachtenis aan den "dikken boom" te Hees P. G. N. C. 17 April 1904.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Het Klooster te Neerbosch. P. G. N. C. 25 Dec. 1904.  
Harencarspel, R. Scheers van 1842 Het Geldersche polderreglement in verband beschouwd tot de laatst goed gekeurde reglementen, ingevolge art. 222 der voormalige grondwet, met betrekking tot het dorp Neerbosch. Nijm. 1842, 8°.  
Smits, Pzn F. W. 1886 De Weesinrichting van J. van 't Lindenhout, te Neerbosch. Geld. Volksalm. 1886, met plaatje.  
Deth, G. van en Houten A. J, van 1903 De Weesvader van 't Lindenhout ontmaskerd, Onthullingen over de Weesinrichting te Nijmegen. Amst. 1903, 8°.  
  1856 Aan heeren leden der Staten van Gelderland. Verzoek van Mauritz de Bruijn, geërfde van Hatert, om de beslissing der Provinciale Staten in 1830, waarbij Hatert en Malden niet bij het Rijk van Nijmegen gebracht worden, te willen bekrachtigen. 1856, z. pl.  
Bruyn, M. de 1885 Het dorp Hatert en de Teersdijk, 1885-86. 8°. z. pl.  
Poll, W. van de   Het leengoed de Dukenburg, in het schependom van Nijmegen, Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. I.  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 De Broerdijk, Penschetsen II, blz. 249-252.  
Schevichaven, H. D. J. van 1902 Het Stadsdaal. P. G. N. C. 22 Dec. 1902.  
  1829 Reglement op het gebruik van het Algemeene Kerkhof voor de onderscheidene gemeenten der Protestanten en van de Roomsch Katholijken te Nijmegen, ingaande met primo Januari] 1829. Nijm. 8°.  
  1897 De Begraafplaats "Rustoord" bij Nijmegen. P. G. N. C. 28 Juli 1897.  
  1897 Reglement en Tarieven voor de begraafplaats "Rustoord", toebehoorende aan de Ned. herv. diaconie te Nijmegen (geopend 26 Juli 1897.) Nym. 8°.  
    Het huys te Weurt, enz. Sloet en van Veen. Regist. op het Leenaktenb. 1e St. bl. 35.  
    Beuningen. Sloet en van Veen. Regist. op het Leenaktenb. 1e St. bl. 43-52.  
    Ewick en het huys Doddendael. Sloet en van Veen. Regist. op het Leenaktenb. 1e St. bl. 33; 36-42.  
Koolwijk, A. J, van 1895 Geschiedkundige Beschrijving van het huis Doddendael. De Gelderlander 26 Mei, 2, 9, 16, 23 Juni 1895, met afb.  
    Inventarium op den Doddendaell (temp. Karel van Egmond) v. Hasselt, Geld. Maandw. I. bl. 102.  
    Verkooping van het huis Doddendael met toebehooren door hertog Karel van Egmond aan Dirk van Stepraide. (Met uitvoerige opgave van alle ap- en dependentien, 1 Sept. 1528). v. Hasselt, Geld. Maandw. bl. 105.  
    Aanstelling van Walter van Well, tot bevelhebber en bewaarder van het huis Doddendaal, 10 juli 1525. v. Hasselt, Geld. Maandw. I. bl. 105.  
Oosterbeek, J. Gerdes 1876 De heerlijkheid Ooy (met geslachtsregister). Geld. Volksalm. 1876. Zie ook Geld. Volksalm. 1892.  
    Die borch tot Oye, enz. J. J. S. Sloet en J. S. van Veen, Register op het Leenactenboek van het vorstendom Gelre, enz. 1e stuk. (Kwartier van Nijmegen) blz. 6.  
Roukens, J. M. 1750 Landbrief des Circuls van de Ooy, met desselfs ampliatie; nevens een deductie over het dyckrecht des gemelten Cirkuls, met de authentique stukken bevestigt. Nym. 1750, 4°.  
Hasselt, J. van, en Koning, J. de 1892 Nota omtrent de bevloeiing van de Ooij. Nijm. 1892. 8°. met schetsplan.  
    Die heerlickheyt Persingen, enz. Sloet en van Veen, Register op het Leenactenboek, le St. Kwartier van Nijmegen bl. 9. 11.  
Schevichaven, H. D. J. van 1905 Persingen. P. G. N. C. 12 Febr. 1905.  
    Dat huys tot Ubbergen. Sloet en van Veen. Register op de Leenactenb. enz. bl. 11. 1e st.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Ubbergen. Penschetsen III, blz. 183-197.  
Someren, J. van   Wandeling van Nymegen op Ubberghen (Uitspanning der Vernuften, 1660 bl. 241.)  
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Wandeling van Nymegen op Ubberghen omstreeks 1656 Penschetsen II, blz. 016-023.  
Kremer, A. J. C. 1893 Het Moordenaarsgasje (te Ubbergen) P. G. N. C. 13 Aug. 1893.  
Degener, J. H. 1745 Acidulae Ubbergenses of kort verhaal van de minerale gezondheid-bron in de graafschap en heerlijkheid Ubbergen ontdekt en voorgesteld. Nym. 1745, 8°. Op het terrein van het tegenwoordige Bronhuizen.
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Het (Wieldersche) Meer. Penschetsen II, blz. 126-135.  
  1895 De Parochie van den H. Bartholomeus te Beek. De Gelderlander, 6, 7, 8 Sept. 1895.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Het dorp Beek. Penschetsen III, blz. 053-060.  
Haar Bzn., B. ter 1880 Berg-en-Dal. Gids voor Wandelaars in Nijmegens omstreken. 1880, 8°. Van dit werkje zijn (anno 1906) bij verschillende uitgevers vijf vermeerderde en verbeterde uitgaven verschenen.
Schevichaven, H. D. J. van 1901 Berg-en-Dal. Penschetsen II, blz. 143-150 en blz. 292.  
Janssen, L. J. F. 1847 Het Pinksterfeest te Berg-en-Daal. Geld. Volksalm. 1847.  
Eeden, F. W. van 1870 De natuur van Berg-en-Dal. Album der Natuur, 1870, bl. 31.  
    Wychem. Sloet en van Veen. Register op de Leenactenb. 1 st. bl. 24.  
Mes, G. 1890 De Eikhorst te Wychen en de familie Biesman. Geld. Volksalen. 1890.  
    Wychem. Den Leler met sijnen toebehoor ende die heytgraefschap in Wycher kerspel. Sloet en van Veen. Regist. op de Leenactenb. 1e st. bl. 26.  
SIoet, J. J. S. 1885 Het heigraafschap van Wichen, 1885. Oude Vaderl. Rechtsbr. 1885.  
  1782 Reglement op het Wichensche veen in 't Rijk van Nijmegen. Arnh. 1782, 4°.  
  1840 Het Slot te Wijchen. Geld. Volksalm. 1840.  
  1843 Het Kasteel te Wychen, Robidé van der Aa, Oud Nederl. in vroegere dagen, enz. 1843.  
Werner, H. M. 1886 Het Kasteel te Wichen. Huisvriend 1886.  
Mes, G. 1902 Het Kasteel van Wijchen, Kathol. Illustr. 17e jrg. en overgedr. in de Gelderlander, 24 Aug. 1902.  
Mieder, A. 1903 Het Kasteel van Dom Emanuel en Emilia van Nassau te Wijchen. Bulletin van den Nederl. Oudheidk. Bond. 1903, bl. 228-236; 1904, bl. 26-29; 93-96 met afbeeld.  
    Bijzonderheden betrekkelijk het leven en karakter van Don Emanuel van Portugal en Emilia van Nassau. Nijhoff's Bijdr. D. II.  
Mulder, L. 1886 Emilia van Nassau, de Gids, 1886.  
  1902 Het Kasteel te Wichen. Handelsblad, 3 Sept. 1902.  
Quack, J. M. L. 1894 Een bezoek aan de begraafplaats der Ned. Herv. Gemeente te Wychen. Geld. Volksalm. 1894.  
Quack, J. C. W. 1892 De slag bij Niftrik, 30 julij 1388. Geld. Volksalm. 1892.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 De overwinning bij Niftrik en de kapel aldaar. Penschetsen III, blz. 132-138.  
    Over- en Neder Asselt. Sloet en van Veen. Regist. op de Leenaktenb. 1e st. bl. 52-68.  
  1900 St. Waldrik. De Gelderlander, 19 Aug. 1900.  
    St. Walricus, te Over Asselt. Jaarverslag der Prov. Geld. Arch. Comm. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VII bl. XXVII.  
  1901 Het Benedictijner Prioraat te Overasselt. De Aarde en hare Volken 1901, afl. 2.  
  1574 Nederlendische Zeitung von dom Scharmuetzel bey Nemwegen auf die Mouckerheyde, und vor Bommel beschehen, 1574, z. pl. een vel fol. Een exemplaar berust in de Gr. hertogl. bibl. te Darmstadt, No. 195/10. N. 15.
  1574 Vera relatione della rotta che è stata data in Fiandra al conto Lodovico di Nansao, con molti altri signori che lo seguivano, nel giorno 14 d'Aprile 1574. Con il numero de prigioni e della gente morta e sbarratata, et altri assai particolari notabili. Stampata in Milano et restampata in Bologna, 1574, 4°. 8 pag.  
  1574 Gedichten op de nederlaag van graaf Lodewijk van Nassau, op de Mokerheide, 14 Apr. 1574. Nederl. Geschiedzangen II, bl. 120.  
Neulleners, P. 1893 La Bataille de Mook. Public. de la Soc. hint. et archéol. dans le duché de Limbourg, 1893.  
Quack, J. C. W. 1878 Iemand naar of op de Mookerhei wenschen. Geld. Volksalm. 1878.  
Mohrmann, H. 1891 De Mokerheide, Geld. Volksalm. 1891.  
    Het Huis te Hoemen op den Weerde, Sloet en van Veen, Register op de Leenaktenb. 1e st. bl. 16-21.  
    Groesbeek. Sloet en van Veen, Regist. op de Leenaktenb. 1e st. bl. 21-24.  
Spaen, W. A. van   Van het Rykswald. Inleid. tot de Hist. van Geld. D. IV, bl. 55.  
  1901 Het Reichswald. De Gelderlander, 16 Mei 1901.  
  1655 Ordonnantie van 't Neder-Rijcks-Waldt. Arnh. 1655, 4°.  
    Estimatie in 't Corte wat die vaert tusschen Arnhem ende Nymegen inbrengen zal alle jaer boven costen, allet genomen by raminge off estimatie (1571). Van Hasselt Kronyk van Arnhem, bl. 189.  
    Ordonnantie op den Tol tusschen Nymegen en Arnhem (1657). Grt. Geld. Plctb. II, 371 (16 Mey). Arnh. 1753, 4°.  
  1672 Verhael van 't gene gepasseert is in of omtrent 't belegh van Knodsenburgh (te Lent) 11 Julij 1672. Amst. 1672, 4°.  
Jonckers, J. H. Graadt 1849 De Griftdijk. Geld. Volksalm. 1849.  
Schevichaven, H. D. J. van 1904 Geschiedenis van een weg en van een vaart (van Lent naar Arnhem) Penschetsen III, blz. 006-016.  
Schevichaven, H. D. J. van   Het huis Doornik en de heerlijkheid Doornik en Ressen. Bijdr. en meded. der Ver. "Gelre", D. VI.  
Gevers Deynoot P. M. E. en Abeleven, T. H. A. J. 1848 Flora Noviomagensis sive enumeratio plantarum circa Noviomagum sponte crescentium (plant. phanerog. et cryptog. contin.) Nijm. 1848, 8°. "Flora van Nijmegen of naamlijst en opgave van groeiplaatsen der in het wild voorkomende planten in en om Nijmegen (de zigtbaar- en bedektbloeijende planten bevattende)."
Schevichaven, H. D. J. van 1898 Wolven bij Nijmegen. Penschetsen I, blz. 196-202.  
SPOORWEGEN.
schrijver jaar titel uitgave opmerking
  1843 Adres van de Kamer van Koophandel en Fabrijken te Nijmegen, aan Z. E. den Minister van Binnenl. Zaken, betreffende de verlenging van den spoorweg (Amsterdam) Arnhem-Nijmegen langs den linker Rijnoever naar Keulen (dd. 29 Dec. 1843). f°.  
Semltz. J. W. 1844 Einige Ansichten über die bestehenden und projectirten Nieder-reinischen Eisenbahnen und die Köln-Nimwegener Eisenbahn. Köln, 1844, 8°. 16 blz.  
  1846 Acte der Concessie aan de Nijmeegsche Spoorweg Associatie van Arnhem over Nijmegen tot Veghel of tot 's Hertogenbosch, dd. 11 April 1846, 8°.  
Fijnje, H. F. 1849 Beschouwingen over den toestand van Nederland in betrekking tot zijnen handel, landbouw en nijverheid. Utr. 1849, 8°. Betreff. een spoorweg Nijmegen-'s Hertogenbosch.
Rütter, G. 1854 Das Project der Eisenbahn-Anlage von Crefeld über Kempen, Geldern, Goch und Cleve nach Nymegen. nebst 3 Karten, Cleve, 1854, 8°.  
Blanchemanche, P. & Co. 1859 Zuid-Nederlandsche Spoorwegen. Ontwerp van een spoorwegnet in verband met de belangen van den handel en van de nijverheid in Nederland. Memorie van toelichting gevoegd bij de aanvraag tot concessie. Maastricht, 1859, 8°. (Spoorwegbruggen bij Arnhem en Nijmegen). Met aanmerkingen van een Oud soldaat, F. J. Stieltjens. enz.
    De Spoorweg Arnhem-Nijmegen en zijn naaste gevolgen voor het spoorwegverkeer in Nederland, z. j. gr. 8°. met kaart.  
  1861 Memorie betreffende den geprojecteerden spoorweg Arnhem-Nijmegen tot aan de Pruissische grenzen, waarvoor concessie is aangevraagd. Nijm. 1861, 8°.  
Hallo, J. F. 1862 Mededeeling nopens den te Nijmegen zeer verlangden spoorweg. Nijm. 1862, 8°.  
Hallo, J. F. [anoniem] 1862 Mededeeling nopens de [te vormen] maatschappij van grondeigenaren te Nijmegen, voor den spoorweg van daar naar Cleve. Nijm. [1862], 8°.  
Hallo, J. F. 1862 Eerste vervolg der mededeeling nopens den te Nijmegen zeer verlangden spoorweg. Nijm, 1862, 8°.  
Hallo, J. F. 1863 Open brief aan de Nijmeegsche spoorweg-commissie. Cleve, 1863, 1 vel fol.  
  1863 Statuten der Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij, vastgesteld in de vergadering van 30 April 1863. Nijm. (1863) 8°.  
  1863 Nijmeegsche Spoorweg-maatschappij. Akte van Vennootschap. Nijm. (1863), 8°.  
Geil, W. G. C. 1864 Bruggen over de Waal en Rijn (dd. Maastricht, 13 Febr. 1864) 8°.  
  1865 Memorie betreffende de Merwe- en Waal-Spoorweg (Dordrecht-Papendrecht-Gorinchem-Tiel-Arnhem-Nijmegen). Dordrecht. 1865, 8°. met kaart.  
Roggen, M. A. van 1865 Aan de aandeelhouders van de Nijmeegsche spoorweg maatschappij. Nijm. (1865) 8°.  
Roggen, J. M. Graadt van 1865 De overbrugging te Nijmegen. Nijm. 1865, 8°. Nijmeegsche Spoorwegzaken. Bijvoegsel behoorende bij de "Nijmeegsche Nieuwsbode", van 11 April 1868 en vervolg, Nos. 4, 26, 23 en 32. Geschiedenis der Spoorwegbeweging en beschouwingen daaromtrent.
Nierstrasz, N. H. 1869 De Spoorweg Nijmegen-Arnhem, met de overbrugging van de Waal en Rijn; met 3 bijlagen en 2 kaarten. 's Hertogenb. 1869, 8°.  
  1872 Aan de lezers der "Nijmeegsche Nieuwsbode." Heugelijk bericht omtrent den Spoorweg Nijmegen-Arnhem. Nijm. (1872) 1 vel fol. Uittreksel uit de "Arnhemsche Courant" van 2 Nov. 1872, bevattende een verslag van de avondzitting van den Arnh. Gemeenteraad. 31 Oct. 1872, waarin wordt medegedeeld dat de overbrugging van den spoorweg Arnhem-Nijmegen binnen kort haar beslag zal verkrijgen.
Roggen, J. H. Graadt van [anoniem] 1873 De Spoorweg Arnhem-Nijmegen en zijn naaste gevolgen voor het spoorwegverkeer in Nederland. dd. Nijm. Mei 1873, 8°.  
Roggen, M. A. [anoniem] 1873 Aan de leden der Staten-Generaal. Een open brief van Noviomagensis. Nijm. 1873. 8°.  
Berkum, G. van 1875 Spoorweg Arnhem-Nijmegen en overbrugging voor de Stad. Arnh. 1875. 8°. met kaart.  
Stieltjes, F. J. 1875 Het vóór en tegen van verschillende spoorwegrichtingen tusschen Arnhem en Nijmegen. Rott. 1875, 8°. met een plaat.  
  1875 De heer J. F. Stieltjes en de belangen der verdediging, voor zooveel die betrokken zijn bij den spoorweg Arnhem-Nijmegen-'s Gravenh. 1875, 8°.  
Wertheim, J. [=J. H. Graadt van Roggen] 1875 De spoorweg (Amsterdam) Amersfoort-Wageningen-Nijmegen (Keulen) de kortste verbinding van Amsterdam met den Rijn. Met spoorwegkaart, van Nederland, waarop de door den hr. Kappeijne van de Copello c. s. voorgestelde spoorwegen zijn aangegeven. Amst. 1875, met kaart en bijlagen.  
Vreede, D. 1876 Een woord over de spoorweg verbinding Amersfoort-Nijmegen-Wageningen. 1876. 8°.  
Vreede, D. 1876 Nog een woord over de spoorweg-verbinding Amersfoort-Nijmegen-Wageningen, 1876. 8°.  
  1877 Bezwaarschrift van den directeur der Nederlandsche centraal-spoorweg-maatschappij, betreffende den ontworpen staatsspoorweg van Amersfoort naar Nijmegen. dd. 8 Dec. 1877, N°. 15993. Utr. (1877) met een kaartje.  
Roggen, J. H. Graadt van [anoniem] 1878 De Spoorweg van Amersfoort langs Rhenen naar Nijmegen. Kan, zonder verkrachting der spoorwegwet van 1875, afgeweken worden van het voorstel der Regeering om den Neder-Rhijn bij Rhenen te overbruggen? Neen. Amst. 1878, 8°.  
  1888 Denkschrift betreffend die Ausführung der Crefeld-Cleve-Nymegen Eisenbahn, (1888) f°.  
schrijver jaar titel uitgave opmerking
AANHANGSEL. Biographiën en genealogiën van beroemde Nijmegenaars.
   De hier opgesomde personen waren Nijmegenaars van geboorte, of hebben te dezer stede geleefd. Zijn zij vermeld in Van der Aa's Biographisch Woordenboek, dan is onderstaand de bladzijde opgegeven van het deel, waarin hun naam aldaar, volgens alphabetische rangorde, te vinden is. Daartoe wordt verwezen naar de folio uitgave van dat werk, van Van Harderwijk en Schotel. In de meeste gevallen vindt men daar bronnen opgegeven voor verder onderzoek, alsmede lijsten der door geleerden en letterkundigen in casu uitgegeven geschriften. Het spreekt van zelf, dat de beroemdheid en bekendheid van de meesten der genoemde personen zeer betrekkelijk zijn. Immers tel brille au second rang, qui s'éclipse au premier." In vele gevallen zou men dan ook kunnen volstaan met de "beroemdheid" terug te brengen tot: "onder hun tijdgenoten te dezer stede bekende personen."

AELBERTS, G. portretschilder + omtr. 1765. Aa 54.
ALEXANDER, F. S. Geneeskundige 1787-1854. Aa 54.
ANTONIANUS, J. (Johan van St. Anthonis) prior van het Broerenklooster, Aa 99.
ARNTZENIUS, J. H. rector der Apost. School. Letterkundige 1735-1797. Aa 119.
BERCHEN, W. VAN, Geld. Kroniekschrijver 15e eeuw. Aa 106. Sloet, Voorwoord bij zijn uitgave van Van Berchen's Kroniek. Van Schevichaven. Penschetsen I, bl. 53. *)
   *) Omtrent van Berchen's Kannunikaat, dat door Stoet betwijfeld werd, bestaat thans zekerheid. In de Brabantsche Kroniek noemt hij zich: ego Wilhelmus de Berchen, canonicus ecclesie imperialis urbis Novi[ma]gensis." Nogmaals in de Kroniek van Arkel, die hij zegt geschreven te zijn: "per me Wilhelmum de Berchen, canonicum ecclesie almiflui signiferi prothomartirie Stephani, insignis Novimagensis Coloniensis diocesis." Beide deze geschriften berusten in de Bourgondische bibliotheek te Brussel Bijdr. Vad. Geschied. en Oudheidk. 4e R. D II, bl. 27.
BERGH, L. VAN DEN, dichter 17e eeuw. Geld. Volksalm. 1837. Van Schevichaven P. G. N. C. 27 Nov. 1898.
BERGH, L. Ph. C. VAN DEN, rijksarchivaris en letterkundige. Levensber. d. afgest. medel. v. d. Mij. v. Nederl. Letterkunde, 1882.
BERKENBOOM, B. Kunstschilderes + 1771. Aa 130.
BERKENBOOM M. Kunstschilder. + omtr. 1710. Aa 130.
BETOUW, J. IN DE, rechtsgeleerde en oudheidkundige, 1731-1820, Aa 140.
BEYERINCK, F. waterbouwkundige 1766-1838, Aa 84.
BEYERINCK, W. waterbouwkundige 1756-1808, Aa 84.
BORN, D. godgeleerde.. Slichtenhorst bl. 37.
BOSKAM, J. stempelsnijder, 17e eeuw, Aa 317.
BRONKHORST, J. VAN (Joh. Novio- of Neomagus); letterk. en mathematicus 1494-1570; Aa 434.
BUSAEUS (BUYS,) G. Godgeleerde, 1538-1581. Aa 511
BUSAEUS (BUYS,) J. Godgeleerde 1547-1611. Aa 511
BUSAEUS (BUYS,) P. Godgeleerde 1540-1587. Aa 511
CANIS, H. rechtsgeleerde 1531-1619, Aa 33.
CANIS, J. ook Canisius, burgemr. van Nijm. +1553, Aa 31.
CANISIUS, J. contrapuntist, 1554-1617, Aa 31.
CANISIUS, P. godgeleerde S. J. 1521-1597 Aa 33. Pfülf, O, der selige p. P. Canisius. in seinen tugendreichen Leben dargestelt. Einsiedlen, Waldshut. Koln. 1897, mit illustr. Michel, P. L. Vie du bienh. Pierre Canisius, d'après le p. J. Boero et des documents inédits av. grav, 1897.; Braunsberger, O. De zal. Petr. Canisius, Korte levensschets en gebeden; naar het Duitsch, Leid. 1897. Wiel, G. W. van de, De zal. P. Canisius, een leerzame geschiedenis voor Roomsch en Protestant. Arnh. z. j. Seguin, E. Leven van den gelukz. P. Canisius, eert. door P. Bongaerts. bijgewerkt, enz. door H. J. Allard (1897). De eerwaarde pater P. Canisius. Godsdienstvr. 1829, XXIII. 259; 1840, XLV, 270. De gelukz. P. Canisius, Aldaar, 1864, XCIII, 147; 1885 XCIV, 230; XCV, 34, 134, Allard, H. J. De zal. P. Canisius, Pius Alm. 1882, m, portr.; Dezelfde: Canisiana, Stud. op godsdienst. wetensch en letterk. gebied, 30e jrg. D. L., LII, LVII; Brouwers, J. W. Petr. Canisius, Kath. Volkalm. 1866; Nieuwenhoff, W. van, Een beroemd Nijmegenaar der XVIe eeuw, Stud. op godsdienstig. enz. XLIX, 1. Dezelfde. Twee jaren arbeids van Canisius; aldaar LI, 249; Looijen, A. A. Het feest ter eere van den zal. P. Canisius, te Nijm. Ver. Chr. St. XX. 1866, 321. Een protestantsche stem over den zal. P. Canisius (eertal. van een artikel in de Alg. Schweizer Zeitung) de Gelderlander 2 Maart 1900; Lans J. R. van der. De zal. P. Canisius, Kathol. Illustr. XXXI. 153; 304. Bergh. L. Ph. C. Het Nijm. geslacht Canis. Nijhoff's Bijdr. N. R. D. IV. Bongaerts P. Stamlijst der familie Canis. 's Gravenh. 1865. Von Brücken Fock, B. F. W. Canisiana. Geneal. Herald. Archief 1900.
CLEMENS, C. H. dichter en letterkundige, 1808-1841. Aa 131.
CRANEFELDT, F. VAN, staatsman 1473-1564, Aa 255.
CULTIFICIS, (Messemakers) E. godgeleerde (gaf het eerste boek uit dat te Nijmegen gedrukt werd), 15 eeuw. Aa 281 uitvoeriger Meijer, G. A. Dominikaner klooster en statie te Nijm. 1892, bl. 43.
DIEMERBROECK, Y. VAN, geneeskundige; 1606-1674. Aa 50.
DRIELLIUS, G. godgeleerde, 16e eeuw. Aa 104.
EYNDEN, F. VAN DEN, Kunstschilder, 1694-1742, Aa 92.
EYNDEN, J. kunstschilder, 1733-1824 Aa 92.
EYNDEN, R. Met v. der Willigen schrijver der Geschied. d. vad. Schilderk. 1747-1819. Aa 92.
FABER, P. godgeleerde. 1479-1525. Aa 1.
FABRITIUS, G. prof. in de godgeleerdh. + 1628. Aa 3.
FAGEL, F. N. Krijgsman 1645-1718. Aa 9.
FAGEL, N. Staatsman, 1620-1695. Aa 5.
FALCOBURGENSIS, G. (van Valkenburg) 1538-1578. Klassieke taal- en oudheidkundige; dichter, Aa 11.
FRANCKEN, A. godgeleerde, 1790-1857, Aa 60.
GELDENHAUER, G. (Noviomagus, van Nimwegen), geschiedschrijver. Prinsen, J. Bijdr. tot de kennis van G. G.'s leven en werken, 1898; Collectanea van G. G. 1901.
GENT, C. VAN, staatkundige. 17e. eeuw. Aa 32. *)
   *) Zie aldaar verschillende andere beroemdheden uit dit Nijmeegsche geslacht.
GENT, W. VAN, (Gentius) rechtsgeleerde 16 eeuw, Aa 31.
GORIS, L. 1569-1632, laatste Kanselier van Gelderl.; Lat. dichter. Nijhoff; Bijdr. 2e. S. IV, bl. 344.
HAPS, P. VAN, dichter, 17e eeuw, Aa 50.
HAPS, F. W. VAN, tooneeldichter, 17e. eeuw, Aa 50.
HENGST, W. Kunstschilder + 1784, Aa 180.
HEUCK, H. uitvinder van de gierbrug + 1677. Van Schevichaven, H. Heuck, Penschetsen III. Oud Holland, 1902.
HOET, C. TEN, dichter en schrijver van "het Geld. Lustoord", 1796-1832. Geld. Volksalm. 1835; Aa 269.
HOOGERS, W. K. teekenaar 1774. Aa 349.
HOOGERS, H. teekenaar 1747-1814, Aa 349.
JODE, P. DE, graveur, 1511-1567. Aa 47.
JORDANAEUS, J. (Jordens) geleerde (S. J.) + 1679.
KALL of CALL, J. VAN uurwerk- en klokkenmaker 17e. eeuw. Aa, 8. Van Schevichaven, Penschetsen I, bl. 85.
KALL of CALL, J. VAN, Jr. teekenaar, 1655-1703, Aa 8.
KNIP, N. F. Kunstschilder 1742-1809. Aa 82.
KONINGSTEIN, ANT. VAN, bijgen. Brouckwy, godgeleerde +1541, Aa 95.
KRAYENHOFF, C. R. T. Generaal Ingenieur Aa, 124: H. A. Tydeman, Levensbijzonderheden van den luit. gen. baron K. Nijm. 1844 met portr. Tijdspiegel, April 1894.
LAAR, J. O. VAN, portretschilder, 1648, Aa 3.
LAMAIR, Kunstschilder 18e. eeuw. Aa 18.
LANGEVELD, R. VAN, Kunstschilder en bouwkundige 1635-1695, Aa 43.; van Schevichaven, Penschetsen I.
MAN, A. W. DE, zeeofficier. 1793-1859, Aa 35.
MAN, M. J. DE, Geneeskundige 1731-85, Aa 35.
MAN, M. J. DE, Jr. krijgsman, 1765-1838, Aa 35.
MAN, A. W. H. NOLTHENIUS DE, Ingenieur van de waterstaat en teekenaar 1793-1843. Aa 36.
MEIJER, J. reehtsgeleerde, 1566-1622, Aa 224.
MERA, A. DE, (van der Mere), godgeleerde + 1505, Meijer, Dominik. Klooster, te Nijm., bl. 51.
MULLER, C. F. componist en toonkunstenaar, geb. 1696. Aa 350.
NIJLEN, A. godgeleerde; laatste bisschop van Groningen, + 1608, Aa 119.
NIJMEGEN, A. VAN, Kunstschilder, Navorscher 1863, bi. 309 ; Kobus en de Rivecourt. Biogr. Handl. d. Nederl. II. 439; Immerzeel, Holl. en Vlaam. Schilders II. 272.
NIJMEGEN, E. VAN, Kunstschilder, 1667-1755. Aa 130.
NIJMEGEN, J. VAN, verluchter, 15e. eeuw Meijer. Dominik. klooster. bl. 54.
NIJMEGEN, S. Kunstschilderes. Aa 130.
NIJMEGEN, T. VAN, Kunstschilder Aa 130.
NOORT, A. VAN, 16e eeuw. Guicciardini noemt hem den uitvinder der kunst om "christallijn" te bakken en te verven. Guicciardini, Beschrijvingh (1617.) blz. 128.
NOODT, G. rechtsgeleerde, 1647-1725, Aa 90.
ORTGEN, A. beroemd glasschilder 15e. eeuw. Geldenhauer's Collect. ed. Prinsen, p. 73.
ROMBORGH, Kunstschilder 18e. eeuw. Aa, 136.
ROUKENS, J. M. rechtsgeleerde, geb. 1702. Aa 158.
ROUKENS, W. Burgemeester. enz. + 1705. Aa 157.
ROUKENS, A. A. Autobiogr. Aanteekeningen. Bijdr. en Meded. van Gelre D. VI. *)
   *) Voor andere leden van dit geslacht z. v. d. Aa. Biogr. Wb. in voce.
SANDBECHIUS (van Sandbeeck) D. wis- en sterrekundige 16e. eeuw. Aa 31.
SCHONCK, E. J. B. rector, dichter en prosaschrijver, 1745-1821, Aa, 123.; A. G. v. C. Iets over E. J. B. Schonk, Geld. Alm. 1851. Staats Evers, Iets over Mr. E. J. B. Schonck benevens enkele zijner onuitgegeven gedichten. P. G. N. C. 5 Nov. 1893.
SELLIUS, B. graveur, 16e°. eeuw. Aa 188.
SMETIUS, J. predikant en oudheidkundige, 1599-1651, Aa 235; Kist en Roijaards Archief voor Kerk. geschied. IV, bl. 119.
SMETIUS, J. FIL. predikant en oudheidkundige, 1636-1704, Aa 236.
SMIT, H. of SMIT, J. godgeleerde, 1639-1710 Aa 242.
STOCADE, N. VAN HELT, kunstschilder, 1614-1669, Aa 317; Moes, Amst. Jaarboekje, 1902; van Schevichaven Penschetsen III.
SUCHTELEN, J. H. VAN, bouwkundige en teekenaar. 1722-1768. Aa 334.
SWEERTS, Y. zeeheld. 1622-1673 Aa 348.
TEYLER, J. Hoogleeraar, daarna kunstschilder en graveur + 1712. Aa 27.
TRICHT, A. VAN, (Trichtius), letterkundige en dichter 1510-1580. Aa 63.
TRIEST, J. E. VAN, geschiedschrijver, 1589, Aa 64.
VENATOR, J. predikant alhier 1592-1598. Lindeboom, J. Venator. Eene bijdrage tot de vroegste geschied. der Remonstranten Ned. Arch. voor Kerkgesch. D. IV. 1905.
VONCK, C. W. rechtsgeleerde 1725-1769. Aa 98; Y. H. Rogge. Oud Holland 1899.
WART, D. A. VAN DE, teekenaar en tooneelschrijver 1768-1824, Aa 17.

N.B. De letters P. G. N. C. beduiden: Provinciale Geldersche- en Nijmeegsche Courant.

Digitale en internetbewerking: Mark van Loon STICHTING NOVIOMAGUS.NL

naar bibliografie naar Noviomagus.nl

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: