Paul van der Heijden

De Ooijpolder: een tragisch paradijs

De Ooijpolder is één van de mooiste gebieden van het Rijk van Nijmegen. Nergens anders is het landschap zo afwisselend als in de Ooij, met zijn meertjes, dijkhuisjes, lanen, weiden en bossen. Maar dat is pas sinds kort. Vroeger was het een lege, kale polder die elk jaar onder water stond. Naast enkele arme boeren woonden er arbeiders uit de steenfabrieken, die tegen een hongerloontje zwaar werk verrichtten. Het leven was er bepaald geen pretje. En of dat al niet erg genoeg was, verkeerde iedereen voortdurend in angst voor dijkdoorbraken.

De Ooijpolder heeft een haat-liefde verhouding met de Waal. Zonder de rivier zou de polder helemaal niet bestaan, want juist door de regelmatige overstromingen zijn er grote pakketten bruikbaar zand en vruchtbare klei neergelegd. Maar tegelijkertijd is de rivier ook de ergste vijand. In de vele eeuwen strijd tegen het water hebben honderden mensen het leven gelaten en zijn hele dorpen weggespoeld. De littekens uit het verleden zijn nog overal in het landschap te vinden.

Romeinen

Tweeduizend jaar geleden ontdekken de Romeinen al de waarde van de Ooijse klei. Ze gebruiken het voor het maken van bakstenen en dakpannen. Na de Romeinse tijd stijgt het waterpeil. Omdat er nog geen dijken liggen heeft de Waal vrij spel. In de loop der tijd zet de Waal echter zoveel klei en zand af, dat er weer bewoonbaar land ontstaat. Op een zandheuvel verrijst een machtig kasteel, in de schaduw daarvan ontstaat het dorpje Ooij. Maar de Waal blijft grillig, zodat rond het jaar 1300 rond de hele Ooijpolder een (ban)dijk wordt aangelegd. Daarmee is de ellende echter niet voorbij. Doordat de rivier nu geen kans meer heeft om te overstromen, stijgt het waterpeil in de rivier elke winter tot gevaarlijke hoogten. In combinatie met kruiend ijs veroorzaakt dat in de loop der eeuwen tientallen dijkdoorbraken. Op de plaatsen waar het water met kracht de polder instroomt ontstaan diepe kuilen, de zogenaamde 'kolken', 'wielen' of 'waaien'. Deze kolken zijn nog steeds langs de bandijk te zien. Soms is de nieuwe dijk er aan de binnenkant omheen gelegd, soms aan de buitenkant. Een aantal kolken is in de jaren dertig van deze eeuw nog volgestort met huisvuil uit Nijmegen.

Kasteel

De glorie van Ooij duurt enkele eeuwen. De Ooij is een zogeheten heerlijkheid, een leengoed dat rechtstreeks van de koning of keizer gepacht wordt. De Heren van Ooij zijn van hoge adel en verkeren regelmatig aan het hof van koningen, hertogen en aartsbisschoppen. Hun kasteel staat op een zeer strategische plaats, waardoor het ook enkele keren in de vijandelijke vuurlinie ligt. In 1582 trekt de burgerij van Nijmegen, onder aanvoering van de burgemeester, naar het door de vijand bezette kasteel en steekt het in brand. In 1617 wordt het herbouwd. De doodsteek wordt toegebracht door de Fransen in 1794. Met hun overwinning brengen ze ook nieuwe ideeën over vrijheid, blijheid en broederschap. Daarin is geen plaats voor kastelen, die symbool staan voor het oude feodalisme. De Fransen brengen zoveel vernielingen aan dat het kasteel van Ooij moet worden gesloopt. Als relikwie uit vroeger tijden staat nu op de Kasteelse Hof nog het voormalige knechtenhuis, een stal en de toren van de voorburcht.

Overstromingen

Er breken slechte tijden aan voor de Ooijpolder. De Waal roert zich weer flink en vooral in de 19e eeuw zijn er heel wat dijkdoorbraken en overstromingen. Veel bewoners verdrinken, anderen trekken weg uit het gebied. In Persingen worden tijdens al die overstromingen door het kolkende water steeds meer huizen meegesleurd, waardoor Persingen het kleinste dorp van Nederland wordt. In de Ooijpolder kan dan alleen gewoond worden op de hooggelegen plaatsen, vooral langs de dijken. De polder is voornamelijk in gebruik als gras- en hooiland. Elke winter wordt het Waalwater binnengelaten en de polder onder water gezet. Hierdoor kan de rivier een vruchtbaar laagje slib neerleggen. Bovendien geeft het water tegendruk op de dijken, waardoor de dijk minder snel zal doorbreken. Deze situatie duurt tot 1933, als het Hollandsch-Duitsch gemaal wordt aangelegd en alle afwatering van het achterliggende gebied via het Meertje loopt.

Klei

Ondertussen heeft de industrie, in navolging van de Romeinen, ontdekt dat langs de oevers zeer goede klei voorkomt. In de 18e, maar vooral in de 19e eeuw schieten de steenfabrieken als paddestoelen uit de grond. Voor de arbeiders worden kleine woninkjes gebouwd, waarvan er een aantal langs de Ooijse Bandijk bewaard is gebleven. Het leven van de arbeiders is zwaar en ongezond. Het karige loon verdrinkt men in herbergen zoals het latere Oortjeshekken. Met dertig jaar zijn de arbeiders volledig op en zelfs niet meer in staat om bij de boer het domste werk te doen.

Loopgravenoorlog

De Ooijpolder speelt nog een bescheiden, maar lugubere rol in de Tweede Wereldoorlog. Nadat in september 1944 de Nijmeegse brug over de Waal door de Geallieerden is veroverd, trekt een Duitse eenheid - voornamelijk knapen van 16 à 17 jaar - zich terug in de Ooijpolder. Ze bieden hardnekkig tegenstand en nabij de Thornsche molen ontstaat een gruwelijke loopgravenoorlog. De Duitsers blazen in januari 1945 de bandijk op om het gebied onder water te zetten. Een maand later is hun weerstand echter gebroken. Als het rivierwater in het voorjaar weer zakt komen tientallen Duitse lijken tevoorschijn. Tot op de dag van vandaag gaan er geruchten dat er nog minstens honderd soldaten in de weilanden begraven liggen.

IJssellinie

In de jaren vijftig wordt de Ooijpolder ingepast in de IJssellinie, een Nederlands verdedigingssysteem dat een mogelijke inval van het Oostblok zou moeten tegenhouden. Door de bandijk lek te steken kan de Ooijpolder worden omgetoverd in een waterlinie. Alleen het noordelijkste stukje polder, dat ingesloten wordt door de Ooijse Bandijk en de Defensiedijk, zal dan droog komen te staan. Dit gebied wordt uitgerust met bunkers en zo'n zestig stuks geschut, waaronder 34 in beton gestorte Amerikaanse Sherman-tanks. In de jaren zestig zijn de Russen nog steeds niet binnengevallen en wordt de IJssellinie weer ontmanteld. Er zijn echter vele resten van militaire installaties in de Ooijpolder blijven staan, als aandenken aan een oorlog die nooit gevoerd is.

Natuur

Al zevenhonderd jaar heeft de mens zijn stempel gedrukt op de Ooijpolder. Inmiddels heeft de natuur weer bezit genomen van de omgeving, dankbaar gebruik makend van de aanwezige kolken, dijken, kleigaten, meertjes, graslanden, ooijbossen en zandafgravingen. Ook de uiterwaarden zijn teruggegeven aan de rivier. Het wrange verleden van de polder is overwoekerd door de natuur. De Ooij is een paradijsje geworden.

Eerder verschenen in magazine

terug