|
Paul van der Heijden |
|
|
De laatste Waalsprong |
|
|
Lent is Lent niet meer. De Waalsprong heeft het dorp omsingeld met nieuwbouw en daarmee beroofd van zijn identiteit. Voor Lentenaren is dat een dramatische stap, maar Nijmegen lijkt er niet om te rouwen. Lent heeft altijd al moeten buigen voor de belangen van de grote stad; Nijmeegse oorlogen werden vaak op deze plek uitgevochten, en omwille van de stedelingen is het dorp ongevraagd doorsneden met een kanaal, een spoorweg en een snelweg. In al die eeuwen van haar bestaan heeft Lent nooit de kans gekregen om volwassen te worden. |
|
|
Nijmegen en Lent hebben al eeuwenlang een merkwaardige relatie. Op de heuvelachtige zuidoever van de Waal kijkt de rijke Keizerstad letterlijk neer op het zompige Betuwedorp aan de overkant. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Toch kan Nijmegen niet zonder Lent, want Lent is de poort naar het Noorden. En omgekeerd vaart Lent wel bij de handel met Nijmegen. |
|
| Brug | |
|
Voor de bewoners van beide oevers is een deugdelijke oeververbinding erg belangrijk. Tweeduizend jaar geleden hebben de Romeinen dat ook al begrepen. Ze bouwen een brug over de Waal: de eerste 'Waalsprong' uit de geschiedenis. De Betuwse bevolking profiteert van de toegenomen welvaart en neemt gaandeweg de Romeinse cultuur over. In Lent wonen 'Romeinse' Bataven en er staat zelfs een Romeinse villa, compleet met wandschilderingen en vloerverwarming. |
|
| Tachtigjarige Oorlog | |
|
Lent heeft pech dat het erg strategisch ligt ten opzichte van Nijmegen. In de Tachtigjarige Oorlog is dat aanleiding tot flinke schermutselingen. Prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, bouwt hier in 1585 een fort. Hij wil de Spanjaarden met kanonvuur uit Nijmegen wegblazen. Maar de katholieke Nijmegenaren schieten hun bezetters te hulp. Driehonderd met knotsen bewapende burgers steken, vergezeld van enkele Spaanse soldaten, de Waal over en verwoesten het fort. Vijf jaar later bouwt Maurits een nieuwe vesting die de naam 'Knodsenburg' krijgt, kennelijk om de Nijmegenaren op stang te jagen. Na langdurige beschietingen moet de stad zich overgeven. Lent ligt inmiddels in puin. |
|
| WO II | |
|
In de 19e eeuw wordt de Waaloever versterkt met twee nieuwe verdedigingswerken: Fort Beneden Lent en Fort Boven Lent (het huidige Wijnfort). Ze zijn nooit actief voor oorlogsdoeleinden gebruikt, behalve Fort Beneden Lent. Tijdens de noodlottige Waaloversteek in september 1944 blijkt het fort, dan in handen van de Duitsers, nog goed te functioneren. Meer dan 200 Amerikanen vinden de dood. |
|
| Grift | |
|
Bepalend voor het aanzien van Lent is de aanleg van de Grift in 1610. Dit kanaal loopt van de Waaldijk in Lent tot aan de Rijndijk bij Arnhem. Het wordt gebruikt voor bootreisjes en goederentransport, zoals de export van Nijmeegs bier naar Arnhem. In de loop der tijd wordt het vervoer per kanaal steeds minder populair. Vooral de aanleg van de spoorweg in 1879 - met een eigen station in Lent - maakt de Grift overbodig. De Lentenaren leggen er dammen in zodat ze kunnen oversteken. Het voorste gedeelte van de Griftdijk wordt een sjieke singel, waar Nijmegenaren riante buitenhuizen bouwen. Sommigen daarvan staan er nog steeds. De Grift wordt in 1930 gedempt.
Zes jaar later neemt Nijmegen de nieuwe Waalbrug in gebruik. Bijna 1900 jaar na de Romeinen is er dan weer een vaste oeververbinding. Maar in tegenstelling tot vroeger brengt deze brug voor Lent alleen maar ellende. De weg naar het Noorden wordt bovenop de gedempte Grift gelegd en splijt het dorp genadeloos doormidden. Deze route groeit uit tot de huidige, drukke snelweg. Het laatste restje dorpse sfeer wordt overstemd en weggeblazen door het geraas van de vooruitgang.
|
|
| Het Lentse pleske | |
|
Het contact tussen Nijmegen en Lent kreeg een extra impuls als de Waal bevroor, wat vroeger nogal eens gebeurde. Als het bijna zover was, werden er in Lent op grote schaal pleskens gebakken. Het pleske was een soort koek met de vorm van een beschuitbol en werd alleen bij deze speciale gelegenheid gemaakt. Ingrediënten waren tarwebloem, eieren, boter, anijszaad en soms wat koriander. De eerste Lentenaar die met een mand vol pleskens over het bevroren water Nijmegen bereikte, werd beloond met een som geld. Op de Nijmeegse oever verrezen tenten, waar het gewone volk de pleskens nuttigde met warm bier. De welgestelden togen naar logementen en sociëteiten om hun pleskens te nuttigen met een advocaatje. Met het verdwijnen van de strenge winters verdween ook geruisloos dit gemeenschappelijk gevierde volksfeest. |
|
|
Eerder
verschenen in magazine |
|