|
Paul van der Heijden |
|
|
Nijmeegs kroegverleden Ranzige dranklokalen en sjieke sociëteiten |
|
|
De kroeg is van alle tijden. Al in de Middeleeuwen waren de Nijmeegse herbergen beroemd en berucht tegelijk. Inmiddels kent Nijmegen bijna tweehonderd café's. Toch bestaat het café nog maar amper honderd jaar. Hoe komt dat? De Blik maakt voor u een kroegentocht langs tien eeuwen openbare drankgelegenheden. |
|
|
Het kroegverleden van Nijmegen begint waar de stad is ontstaan: aan de Waal. In het kielzog van de ontluikende handel schieten de herbergen als paddestoelen uit de grond. Je kunt er allerlei behoeften bevredigen: je kunt er eten, drinken, overnachten, vaak ook een bad nemen en de diensten inhuren van een prostituee. In de herberg komen vooral vreemdelingen: reizigers, schippers en handelaars. De gemiddelde Nijmegenaar drinkt zijn potje molbier gewoon thuis. |
|
| Grote Markt | |
|
Vanaf de 13e eeuw kruipt de stad langzaam de heuvel op. Met de bouw van de Sint Stevenskerk verschuift het economisch en religieus centrum van de rivier definitief naar de Grote Markt. Rond het plein verrijzen sjieke herbergen die zich onderscheiden van de dranklokalen uit de Benedenstad. Veel ervan verwerven internationale faam. Nadat de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 Nijmegen verovert, laat hij zich toejuichen vanaf het balkon van herberg De Adelaar. Tsaar Peter de Grote vereert herberg De Zwaan met een bezoek, terwijl de gevreesde Spaanse hertog Alva overnacht in Het Rode Hert. Al deze beroemde logementen zijn weggevaagd tijdens het bombardement van 1944. Ze lagen op de plek van de huidige Hema en V&D. Hun roemrijke verleden weerklinkt gelukkig nog een klein beetje in de tegenoverliggende rij kroegen. Inclusief een hotel, hedendaagse erfgenaam van de middeleeuwse herberg. |
|
| Koffiehuizen en sociëteiten | |
|
Herbergen vinden ook een ideale locatie bij pontjes en langs postroutes. Passagiers kunnen hier wachten op hun vervoermiddel en ondertussen genieten van een verfrissing. Zo kan Café Groenewoud aan de Postweg (!) terugzien op een eerbiedwaardig verleden. |
|
| Langste straat | |
|
Terwijl de allure van de Bovenstad stijgt, daalt de reputatie van de Benedenstad. De haven blijft een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op schippers, soldaten en schurken. En dames van lichte zeden. Van het garnizoen dat Nijmegen in de 19e eeuw moet bewaken, loopt 95% rond met een geslachtsziekte. Beruchte kroegstraten zijn de Steenstaat en de (dan nog bebouwde) Voerweg. De Pepergas staat bekend als het langste straatje van Nederland: als je er 's avonds ingaat, kom je er 's morgens pas weer uit. |
|
| Tapperijen | |
|
In de 19e eeuw heeft jenever de plaats overgenomen van bier als populairste volksdrank. In de vele tapperijen kan men zijn eigen flessen en kruiken laten vullen en een borreltje drinken, maar dat laatste wordt eigenlijk alleen gedaan door vreemdelingen. Vrijwel altijd hebben tappers ook nog een ander beroep, bijvoorbeeld notaris of wethouder. Zo'n tapperij annex slijterij is meestal niet meer dan een omgebouwde huiskamer. |
|
| Paarden | |
|
De café's-nieuwe-stijl domineren nog altijd de binnenstad. Maar ook daarbuiten vind je mooie voorbeelden. Nadat in 1880 de stadsmuren worden gesloopt, spreidt de stad haar vleugels uit. Nieuwe wijken verrijzen het eerst in Nijmegen-Oost. Over de doorgaande wegen loopt als snel een paardentram, later een stoomtram. Nieuwe café's op deze routes bieden alle comfort die je maar kunt bedenken: ruimte, rust en een keur aan dranken. Aangezien het vervoer vooral per koets plaatsvindt, bieden houten staanders aan het terras de mogelijkheid om paarden aan te binden. Langs de Berg en Dalseweg staan nog drie fraaie exemplaren van dit soort kroegen: Trianon, The Shuffle en Café Hengstdal (nu restaurant Tante Koosje). |
|
|
Eerder
verschenen in magazine |
|