|
Paul van der Heijden |
|
|
De biergeschiedenis van Nijmegen |
|
|
Sinds ruim vijf jaar heeft Nijmegen een eigen bierbrouwerij: Stadsbrouwerij De Hemel. Het is geen hobbyisme, maar de voortzetting van een eeuwenlange traditie. Het verhaal van de soms mooie, maar soms ook moeizame relatie tussen Nijmegen en het bier. |
|
|
De biergeschiedenis van Nijmegen begint in de zeventiende eeuw. Nijmegen telt meer dan vijftig brouwerijen. Onze stad is 'vermaard voor hare brouwerijen van zeker wit bier, Mol geheeten, 't welk men een verkoelende afzettende en zuiverende kracht toeschrijft.' Gek genoeg is bier in die tijd het gezondste dat een mens kan drinken. Water is vaak bedorven. Van bacteriën weet men het bestaan nog niet. Dat je water beter eerst kunt koken, is niemand bekend. Drankjes als thee en koffie worden nog niet gedronken. Gekookt water wordt wél gebruikt bij het bereiden van bier. |
|
| Troebel | |
|
Bier is in de Middeleeuwen veruit de populairste drank. Maar wie denkt dat Middeleeuwers voortdurend dronken waren, heeft het mis. Het alcoholpercentage haalt zelden de 2 procent. Bovendien smaakt het troebele bier vaak erg bitter. Een onverdeeld genoegen is het bierdrinken zeker niet. |
|
| Ondergistend bier | |
|
In de negentiende eeuw wordt de regionale biermarkt gedomineerd door de Heumense brouwerij Bergzigt. Deze brouwerij opent haar deuren in 1814 en weet snel aan populariteit te winnen. Een ooggetuige tekent in 1846 op: 'Voor eenige jaren vond gemelde Heer eene nieuwe biersoort uit, welke hij met den naam Nieuw Licht bestempelde. Welk eene zonderlinge naam, en dat voor bier! En toch hoort men in de [...] levendig bezochte herberg, met volstrekte onverschilligheid de anders vreemdklinkende woorden spreken en zoo vaak herhalen; "kastelein! een glas nieuw licht."' Bergzigt is voor die tijd heel modern. Als een der eerste in Nederland produceert deze brouwerij ondergistend bier. Vanaf 1860 wordt het bier in flessen gebotteld, zeventig jaar eerder dan grote brouwerijen als Heineken en Amstel. Heumens bier wordt in heel Nederland gedronken en zelfs geëxporteerd naar Java en Hong Kong. |
|
| Op de fles | |
|
Helaas volgen er slechte tijden. In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. De schaarste aan grondstoffen brengt veel brouwerijen in moeilijkheden. Bovendien is er een nieuw, concurrerend bier op de markt gekomen: pils. Voor de bereiding daarvan is andere apparatuur nodig, die voor de meeste brouwerijen een te grote investering vergt. Vooral 1920 is een rampjaar voor het Nederlandse bier: bijna 150 brouwerijen, waaronder Bergzigt, gaan op de fles. |
|
| Nieuw leven | |
|
In 1983 blaast amateurbrouwer Herm Hegger het regionale bierverleden nieuw leven in. Hij tovert de ruïne van Bergzigt om in een gloednieuwe brouwerij met de naam Raaf. Het blijkt een groot succes. Vooral Nederlands eerste witbier, Witte Raaf, valt in de smaak. De vraag is zo groot dat Hegger het niet meer aan kan; Oranjeboom neemt de brouwerij over. Als biergigant Interbrew Oranjeboom opslokt, verhuist de productie van Witte Raaf naar het Limburgse Arcen. Brouwerij Raaf gaat aan zijn eigen succes ten onder en moet in 1995 sluiten. |
|
|
Eerder
verschenen in magazine |
|