Paul van der Heijden

De getemde Waal

Nijmegen en de Waal, ze horen bij elkaar. Al vanaf het moment dat de eerste mensen op de Nijmeegse heuvelrug verschenen, genoten ze van het uitzicht over de Waal. Maar de Waal is niet alleen lieflijk. Door menselijke ingrepen werd de rivier ook een vijand. Inmiddels is de Waal getemd en het gevaar onder controle. Behalve bij Nijmegen.

Hoe is de Waal ontstaan? Een plafondschildering in het Bemmelse kasteel de Kinkelenburg geeft het antwoord. Twee reuzen, broers van elkaar, begonnen lang geleden in Zwitserland met het graven van de Rijn. Zo'n honderd jaar later kwamen ze aan in Lobith. Daar kregen ze ruzie en gingen ze ieder hun eigen weg. De jongere reus bleef doorgraven aan de Rijn, de oudste schiep de Waal. Deze voorstelling is overigens geschilderd door de beroemde Nijmeegse architect Hubert Estourgie.

Bataven en Romeinen

De Waal stroomt al tienduizenden jaren dicht langs de Nijmeegse heuvelen. Zo dicht zelfs dat de heuvel aan de kant van Beek en Ubbergen flink is uitgesleten. De steile afgrond is een zichtbare erfenis van deze prehistorische natuurkracht. Na de laatste IJstijd verbeterde het klimaat snel. Tussen de Veluwse en Nijmeegse heuvels waaierden Rijn en Waal uit in talloze zijtakken. Op de oevers van deze stroompjes vonden onze verre voorvaderen zo'n vijfduizend jaar geleden een prima plek om te wonen. Het water was doorgaans niet zo diep en echte overstromingen waren er nauwelijks. Toch legde de Waal regelmatig een nieuw laagje vruchtbare slib op de akkers. Ook de nieuwe bewoners van het gebied, de Bataven, voelden zich hier thuis. Zij gaven er hun naam aan: de Betuwe. In het kielzog van de Bataven lieten ook de Romeinen hun oog vallen op het gebied. Maar de Romeinen kozen voor de strategische zuidelijke oever van de Waal. Die nederzetting groeide uit tot het huidige Nijmegen.

Dijken

Lange tijd was de Waal een stelsel van redelijk kalme rivierstroompjes. Die kalmte veranderde ironisch genoeg door de aanleg van dijken vanaf de dertiende eeuw. Hierdoor dwong men de rivier in een nauw keurslijf. Waar eerst het water kon uitwaaieren over een kilometers breed gebied, moest het zich nu door een veel smaller stroombed persen. Bij een grote toevoer van water steeg het waterpeil razendsnel. De opgestuwde watermassa zocht telkens weer het zwakste punt in de dijk, brak erdoorheen en stortte zich met onvoorstelbare kracht in het achterliggende gebied. Geschrokken legde men nieuwe, hogere dijken aan. Maar de rivier liet zich niet temmen en brak talloze malen weer door, vaak geholpen door grote ijsschotsen die zich als een dam vastzetten tussen de oevers. Als littekens van de watersnoden ziet men nu nog langs de Waal tientallen kolken: diepe ronde meertjes die zijn ontstaan door de uitschurende werking van het binnenstormende water. De Waal vaagde complete dorpen weg, zoals Haalderen (1784) en Doornik (1799) bij Bemmel. Ook de kastelen van Ooij, Lent en Persingen verdwenen in de golven. Van het dorp Persingen staan alleen nog het kerkje en twee boerderijen overeind.

Nijmegen

Ook Nijmegen moest het regelmatig ontgelden. Zo stortte tijdens de vloed van 1784 de onderste muurtoren van het Valkhof in. Gelukkig wist het grootste gedeelte van de stad de voeten droog te houden. Maar met elke overstroming stond toch nog een kwart van de Nijmeegse straten blank. Rampjaren waren onder andere 1601, 1651, 1740, 1784, 1799, 1809, 1820 en 1861. Zo'n tweehonderd huizen liepen dan vol water, soms meer dan anderhalve meter hoog. Bewoners schuilden op zolder en kregen hun voedsel per schip aangereikt. Tenminste, als het overstromingswater niet bevroor. Want overstromingen vielen vaak samen met bittere kou.

In 1862 was de maat vol. Een deel van de Waalkade was ingezakt, een ander deel brokkelde af. De regering overwoog serieus om de rivier te verleggen ten noorden van Lent. Maar dat plan was al te gortig. Men volstond met het aanleggen van kribben om de loop van de Waal iets naar het noorden te schuiven. Het gevolg was een aanzienlijke verbreding van de Waalkade. Nu nog kun je dat goed zien: de oude kade ligt ver van het water. De Waalkade werd destijds niet alleen verbreed, maar ook verhoogd. Ook dat is nog te merken. Wie van de Lage Markt door de Anthonispoort naar buiten loopt, stuit op een dikke laag ophoging.

Waalsprong

Inmiddels leven we anderhalve eeuw verder en zijn de problemen lang niet meer zo acuut. De laatste overstroming dateert alweer van 1926. Toch is de regering er niet gerust op. Onder de kabbelende golfjes van de getemde Waal sluimert een gevaar, uitgedrukt in een overstromingskans van eenmaal per 1250 jaar. Net als de reus uit de legende wil Rijkswaterstaat een nevengeul graven, dwars door de Waalsprong. Juist op de plek waar ooit al een zijtak lag...

Eerder verschenen in magazine

terug