|
Paul van der Heijden |
|
|
Een geschiedenis in steen |
|
|
Roerloos, verborgen in de luwte van de alledaagse drukte, houden ze de wacht. Als je niet goed oplet, loop je ze zomaar voorbij en mis je het verhaal dat ze vertellen over onze stad. In hun versteende lijf liggen dramatische stukjes geschiedenis bevroren. De Nijmeegse dierenbeelden zijn stuk voor stuk monumenten van een levendige historie. |
|
|
Wie de Indische buurt induikt, moet op het Sumatraplein eens stilstaan ter hoogte van de Atjehstraat. Op het dak van het hoekpand zitten, gehurkt naar elkaar, twee grote katten. Door de grote hoogte waarop ze zich bevinden, lijken ze geen oog te hebben voor aardse beslommeringen. Vooral 's avonds, in het licht van de maan, krijgen de katten een sprookjesachtige gloed. |
|
| Een verdwaalde olifant | |
|
Op de hoek van de Lage Markt en de Priemstraat, in het hart van middeleeuws Nijmegen, pronkt aan de gevel een kleine stenen olifant. Wat doet zo'n exotisch beest in ons koude Nijmegen? Het antwoord is simpel: ooit was hier een winkel gevestigd in koloniale waren. Deze is, als historisch uithangsbord, een zeldzaam overblijfsel van de Nijmeegse handelsgeest en stamt uit de 19e eeuw. Winkeliers uit die tijd lieten door ornamenten aan hun gevel zien wat hun nering was. Een soort uithangbord dus, maar dan zonder letters: de meerderheid van de bevolking was immers analfabeet. Ook de gaper is zo'n uithangbord - en wordt nu nog steeds gebruikt door sommige drogisten. Nijmegen kent ook nog een moderner voorbeeld: de meer dan levensgrote vulpen op de hoek van de Grote Markt en de Grotestraat. Deze pen is een erfenis van de voormalige kantoorboekhandel aldaar, die in de volksmond toepasselijk de 'Vulpenhoek' werd genoemd. |
|
| Vergane glorie | |
|
Stationsarchitectuur weerspiegelt de tijdgeest. Dat geldt ook voor ons huidige stationsgebouw: het is een typische vertegenwoordiger van de naoorlogse bouwkunst: strak, rationeel, efficiënt en voornamelijk opgetrokken uit baksteen en beton. Heel wat anders dan het vorige station uit 1894, dat alom werd geroemd als één van de mooiste van Nederland. In de Tweede Wereldoorlog viel deze parel van Nederlandse neorenaissance ten prooi aan het rampzalige vergissingsbombardement van de Geallieerden. |
|
| Argusogen | |
|
Net als het station viel ook de Stevenskerk tijdens de Tweede Wereldoorlog ten prooi aan het allesverwoestende bommentapijt. De toren werd geheel weggevaagd en ook de rest van het gebouw lag danig in puin. Gelukkig werd besloten om de kerk in oude luister te herstellen. Meer dan tien jaar duurde het om alle muren, pilaren en ornamenten te vervangen of te herstellen. En eigenlijk valt dat nog mee. Want sinds de verovering van Nijmegen door Maurits van Nassau in 1591 behoort de kerk aan de hervormden en is alle katholieke pracht en praal er grondig uitgesloopt. Geen enkele andere gotische kerk is zo wit en steriel van binnen als juist onze Stevenskerk. |
|
| Gevleugelde macht | |
|
Trots prijkt boven de ingang van de Belvédère ons vertrouwde stadswapen: een leeuw op een schild, vastgehouden door een dubbelkoppige adelaar. Achter deze adelaar schuilt een mysterie: deze uitheemse vogel is immers een zeldzaam verschijnsel in het land van meeuwen, mussen en merels. |
|
|
Eerder
verschenen in magazine |
|