|
Paul van der Heijden |
|
|
Julianapark: Rust in vrede |
|
|
Wie door het Julianapark in Nijmegen-Oost loopt, maakt kans op een bijzondere ontdekking. Half verscholen in het struikgewas liggen twee grafzerken, ver buiten de muren van de aangrenzende begraafplaats. Deze twee stille monumenten vertellen een ontroerend verhaal over het leven in Nijmegen aan het eind van de vorige eeuw. |
|
|
Vroeger begroef men de doden in Nijmegen altijd in of rond de kerk. Na de komst van Napoleon werd dat verboden (in 1810) en werd een begraafplaats aangelegd aan de Stenenkruisstraat. Protestanten, katholieken en joden kregen daar ieder een deel van toegewezen. Rond de eeuwwisseling was het terrein vol en week men uit naar nieuwe, veraf gelegen terreinen. |
|
| Verval | |
|
In de grootste uitbreiding bestreek de begraafplaats het hele gebied tussen de huidige Stenenkruisstraat, Waldeck Pyrmontsingel, Van Gentstraat en Fort Kijk in de Potstraat. Maar omdat hij niet meer gebruikt werd, sloeg het verval toe. In 1925 werd het noordelijke deel geruimd en opgenomen in een park, het huidige Julianapark. In 1926 gebeurde hetzelfde met het zuidelijke gedeelte. Alleen het middenstuk werd met rust gelaten. Hier liggen de belangrijkste mensen uit de - protes-tantse - toplaag van de Nijmeegse samenleving in de negentiende eeuw. |
|
| Residentiestad | |
|
Op de eerste steen is te lezen: 'Hier rust onze onvergetelijke echtgenoote en moeder - vrouwe Johanna Maria Berg - geb. Milar - geb. 23 maart 1830 - overl. 21 januari 1896'. Navorsing in het Gemeentearchief levert meteen al iets merkwaardigs op. Volgens de officiële akten heet de vrouw niet Johanna Maria maar Maria Johanna. Bovendien is ze niet geboren in 1830 maar in 1850 - en wel te Gombong in Nederlands Indië. Aldaar huwt ze Frederik Willem Berg, eveneens kolonist. Ook hun zes kinderen zien daar het levenslicht. In 1889 verhuist de familie naar Nijmegen. De stad is dan net bevrijd van haar knellende stadsmuren en legt prachtige, ruime wijken aan. Dat moet vooral renteniers en oud-Indiëgangers aantrekken - en blijkbaar met succes. De familie Berg vestigt zich in de Van Welderenstraat 11, maar verhuist via de Arksteestraat 8 naar de 'Berg en Dalschen weg' 373. In 1893 vertrekt vader Frederik alleen naar Java, reden onbekend. Drie jaar later overlijdt Maria. Enkele dagen later verhuizen haar kinderen naar Utrecht. De jongste is dan acht. |
|
| Rampspoed | |
|
De andere grafsteen vermeldt: 'J.M. Boombergen - Majoor der Infanterie - Officier van de Eikenkroon - 20 juni 1837 - 8 april 1897'. Het bevolkingsregister is onverbiddelijk: ook hier staat het geboortejaar verkeerd op het graf. Jean Marie Boombergen wordt namelijk te Maastricht geboren in 1838, en niet in 1837. Hij huwt Jacoba André de la Porte in Geertruidenberg en betrekt in 1875 een huis aan de Ganzenheuvel 22. Rampspoed achtervolgt het paar, want een jaar later overlijdt hun dochter Marie Pauline op vierjarige leeftijd. In 1877 verhuist het gezin - met de twee overgebleven kinderen en twee dienstbodes - naar Ubbergen. Nog datzelfde jaar overlijdt Jacoba. Overigens liggen zowel Jacoba als haar dochter nog altijd op de begraafplaats aan de Stenenkruisstraat. Apart van elkaar, dat wel. |
|
|
Eerder
verschenen in magazine |
|