|
Het station:

In 1865 werd Nijmegen voor het eerst per spoor bereikbaar. Op 8 augustus van dat jaar werd de lijn Nijmegen-Kleve geopend. Het eerste Nijmeegse station stond even buiten de vestingwerken van de stad, ter plaatse van de huidige Vereeniging. In 1879 kwam de spoorwegverbinding met Arnhem tot stand, zodat Nijmegen als laatste Nederlandse stad met meer dan 40.000 inwoners aansluiting op het nationale net kreeg. In hetzelfde jaar werd het station verplaatst naar de huidige locatie. Er kwam slechts een tijdelijk hulpstationnetje in vakwerk. In 1881 werd de spoorlijn naar ’s-Hertogenbosch geopend, twee jaar later kon de lijn naar Venlo in gebruik worden genomen.
Nijmegen had behoefte aan een groter stationsgebouw en in juli 1892 werd begonnen met de bouw van een van de mooiste stationsgebouwen die Nederland heeft gekend. Op 8 juli 1894 werd het gebouw, ontworpen door rijksbouwmeester C.H. Peters, officieel geopend. Het oude hulpstation werd afgebroken en aan de Ooijsedijk opnieuw opgebouwd. Het staat er nu nog, maar verkeert niet meer geheel in zijn oorspronkelijke staat.
Op 22 februari 1944 kreeg het stationsgebouw enkele voltreffers en wat overbleef, brandde in september van dat jaar helemaal uit. Tien jaar later stond er een nieuw gebouw van de hand van ingenieur Sybold van Ravesteyn, die als een van de spoorwegarchitecten meerdere stations in de zuidelijke helft van het land ontwierp. Van Ravesteyn was tijdens zijn studiereizen in Italië sterk geďnspireerd door de uitbundige barok en het classicisme en liet dit duidelijk in zijn ontwerpen naar voren komen. Zo ook in Nijmegen. De (oorspronkelijk) 180 meter lange en lage stationsgevel wordt in het midden onderbroken door een dertig meter hoge klokkentoren. Het rechter deel van het station is verticaal geleed door kalkstenen pilasters en hoge ramen, terwijl de gevelwand aan de linkerzijde wordt onderbroken door bogen, die rusten op zuiltjes. Aan de zuidzijde wordt het plein afgesloten door een loze coulissenwand met dezelfde vorm. De gevels werden verder opgesierd door beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal.
Doordat Van Ravesteyn de in de oorlog gespaarde delen van het vooroorlogse gebouw in het nieuwe station incorporeerde, zijn er van het uit 1894 daterende stationsgebouw nog verschillende overblijfselen te vinden. Vrijwel de gehele oorspronkelijke perronoverkapping (ontworpen door Willem Lorentz) is nog intact, evenals een groot gedeelte van de perrongevel van het hoofdgebouw. De tunnels onder het spoor door bevatten hardstenen fragmenten uit 1894 en twee gebouwtjes op het eilandperron zijn nog authentiek. Door verbouwingen in de jaren 2002-2004 zijn echter verschillende originele elementen verdwenen.
Het naoorlogse station is diverse malen verbouwd. In 1964 werd het Stationsplein aan de noordzijde verlengd en kreeg het gebouw een extra vleugel, die aansloot op een eveneens nieuw stationspostkantoor. Het geheel werd ontworpen door Van Ravesteyn, die nu duidelijk een meer zakelijke architectuur toepaste. Verder werd de ingangspartij ingrijpend veranderd, eerst in 1973 en later in 1993 door Wienke Scheltens. Ook verdwenen enkele beelden van de gevels.
Opvallend is dat de (inter-)nationale trend van grootschalige nieuwbouw op stationslocaties, zoals in Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Amersfoort en Arnhem, tot op heden aan Nijmegen is voorbijgegaan. Daarmee kan de stad zich gelukkig prijzen: het huidige station is ondanks – of misschien juist dankzij – een roerige geschiedenis van verwoestingen en moderniseringen een voor Nijmegen zeer karakteristiek gebouw.
The railway station:
In 1865, Nijmegen was accessible by rail for the first time. On August 8
of that year, the railway from Nijmegen to the German town Kleve was
opened. The first railway station in Nijmegen used to be just outside
the fortifications of the town, at the site of the present-day
Vereeniging. In 1879, the railway connection with Arnhem was
constructed, which connected Nijmegen to the national railway as the
last Dutch city of over 40,000 inhabitants. In the same year, the
station was moved to the present location. Only a temporary auxiliary
half-timbered little station was built. In 1881, the railway line to
's-Hertogenbosch was opened, and two years later the line to Venlo could
be put to use.
Nijmegen needed a larger railway station, and in July 1892 the building
was started of one of the most beautiful station buildings which would
ever exist in the Netherlands. On July 8, 1894, the building designed by
government architect C.H. Peters was officially opened. The old
auxiliary station was broken down and built again on the Ooijsedijk. It
still exists, although not completely in its original condition.
On February 22, 1944, the railway station received a number of direct
hits, and the remains were burnt out completely in September of that
year. Ten years after the destruction of the station, a new building had
appeared designed by Sybold van Ravesteyn. However, several remains of
the pre-war station building can still be found. Practically the whole
of the pre-war platform roof is still intact, as is a large part of the
platform front of the main building. The tunnels below the railway
tracks contain freestone fragments from 1894, and two small buildings on
the isle platform are still authentic. However, in recent
reconstructions, more and more original elements have to give way. |