|
Standbeeld Bisschop
Hamer:

Op 21 augustus 1840 werd Ferdinandus Hubertus Hamer aan de Molenstraat
122 geboren. Hij ging in 1865 als missionaris van Scheut naar Mongolië
en werd daar tot bisschop gewijd. Op 25 juli 1900, tijdens de door
rebellen geleide Bokseropstand, werd hij met enkele andere scheutisten
vermoord.
Katholiek Nijmegen was geschokt door zijn dood en al snel werd geijverd
voor de oprichting van een standbeeld om hem te herdenken. In heel
Nederland werd geld ingezamel om dit doel te bereiken.
Het levensgrote bronzen beeld werd onder leiding van bouwmeester Jan
Springer gemaakt door de Haagse Bart van Hove. Het werd geplaatst op een
hoge hardstenen sokkel, waarop bronzen portretten zijn aangebracht van
Joseph Dobbe, Gijsbertus Jaspers en Andreas Zijlmans - drie van Hamers
metgezellen die tegelijk met hem waren omgekomen. Aan de voorzijde van
de sokkel staat de volgende tekst:
DE NEDERLANDSCHE MARTELAREN
VAN CHIN. MONGOLIË
GEHULDIGD DOOR HET VADERLAND
28 SEPTEMBER 1902
Z.D.H.
MGR. FERDINANDUS HAMER
BISSCHOP VAN TREMITE
APOST. VIC. VAN Z.W. MONGOLIË
GEB. 21 AUG. 1840 TE NIJMEGEN
†
25 JULI 1900 BIJ TÓ TSJÉNG
In 1902 werd het standbeeld geplaatst in het middenplantsoen van de
Verlengde Molenstraat. Ter gelegenheid van de onthulling op 28 september
van dat jaar besloot de gemeenteraad deze straat officieel naar Bisschop
Hamer te vernoemen.
In 1949 moest het beeld wijken voor noodwinkels. Bisschop Hamer kwam
terecht aan de overzijde van het Keizer Karelplein, op het
middenplantsoen van de Van Schaeck Mathonsingel. Op 6 juli 1999, vijftig
jaar na zijn verplaatsing, werd het beeld weer op zijn oorspronkelijke
plaats teruggezet: op het middenplantsoen van de naar hem vernoemde
straat.
|