|
Stadhuis exterieur:

In 1382 is er voor het eerst sprake van een stadhuis op de hoek van de
(Korte) Burchtstraat en de Lange Nieuwstraat. Het bestond toen uit een
lang, smal pand aan de Burchtstraat. In de loop der jaren werd dit
stadhuis uitgebreid met een viertal ernaast gelegen panden. In 1553-1554
werden de drie panden op de hoek grotendeels afgebroken - er zijn nog
wel sporen van de kelders van deze huizen - en verrees hier een nieuw,
monumentaal gebouw van de hand van Meester Herman van Herengrave, die
tien jaar eerder al de Latijnse School had gebouwd.
Kort na het einde van de middeleeuwen gebouwd, vertoont het stadhuis nog
enkele laat-gotische kenmerken, waaronder de trapgevels. De
beeldhouwwerken aan de voorgevel, oorspronkelijk van de Utrechtse
beeldhouwer Cornelis Sass, zijn daarentegen kenmerkend voor de vroege
renaissance.
Het westelijke deel van het stadhuis, dat nog niet was verbouwd, kreeg
verschillende bestemmingen. In 1663 werd daar de Gedeputeerdenpoort
gebouwd, die toegang gaf tot de kamers van de gedeputeerden en tot de
Gedeputeerdenplaats. Op deze binnenplaats is aan het einde van de 19de
eeuw een aantal gevelstenen uit de vroegere stadspoorten in de muren
ingemetseld. De binnenplaats en de stenen zijn bijna iedere dag te
bezichtigen.
In de afgelopen eeuwen is er veel verbouwd en gebouwd in, aan en om het
stadhuis. Tussen 1880 en 1882 werd het gebouw ingrijpend gerestaureerd
door architect dr. P.J.H. Cuypers. Op de bovenstaande ansichtkaart is te zien
dat de gehele voorgevel eenzelfde vorm kreeg: dezelfde ramen, dezelfde
natuurstenen medaillons in de kroonlijst. In 1892 werd het stadhuis aan
de zijde Lange Nieuwstraat flink uitgebreid, maar deze vleugel werd in
de jaren '30 van de vorige eeuw afgebroken om plaats te maken voor de
nieuwe 'secretarievleugel'. Hiervoor werd in augustus 1940 de eerste
steen gelegd.
In september 1944, werd het oudste deel van het stadhuis door de
wegvluchtende Duitsers in brand gestoken: alleen de buitenmuren bleven
nog overeind staan. Rond 1950 begon ingenieur J.G. Deur met de
restauratie, waarbij onder andere veel aangetaste beelden en ook het
toegangspoortje tot het stadhuis werden vervangen door replica's. Het
westelijke deel van het gebouw, rondom de Gedeputeerdenpoort, kwam wat
naar achteren te liggen, zoals het was vóór de restauratie van
Cuypers. Ook kreeg het nieuwe stadhuis een achthoekig torentje, als
compensatie voor de vele kerktorens die de stad in de Tweede
Wereldoorlog verloor. Ook het interieur veranderde grondig. In 1953 werd
de restauratie voltooid.
klik
op de afbeelding voor een grote weergave
De langgerekte vleugel aan de Lange Nieuwstraat werd in 1978 geheel
gesloopt. Twee wapendragende leeuwen, die de topgevels van de raadzaal
bekroonden, zijn na de sloop terechtgekomen langs de Veerpoorttrappen
nabij het Valkhof. In 1982 kwam de nieuwste vleugel van het stadhuis
gereed.
In het oude deel van het stadhuis hangt een unieke collectie wandtapijten uit de zeventiende eeuw. Toen het stadhuis uitbrandde lagen deze ter restauratie buiten de stad opgeslagen, waardoor ze gespaard zijn gebleven. Sinds maart 2005 hangen ze permanent in museum Het Valkhof.
|