|
Het Valkhof:

Het Valkhof ligt aan de rand van een stuwwal, die ongeveer 200.000 jaar
geleden ontstond. In de voorlaatste ijstijd, het Saalien genaamd, werden
grote hoeveelheden aarde en stenen door het oprukkende ijs in zuidelijke
richting verschoven. Bij Nijmegen kwam het ijs door de stijgende
temperaturen tot stilstand en smolt uiteindelijk. Tientallen meters hoge
heuvels bleven uiteindelijk liggen. Het Valkhof, dat op ongeveer 35
meter boven NAP ligt, vormde oorspronkelijk één plateau met het
nabijgelegen Kelfkensbos.
Het Valkhof heeft een rijk verleden. Zo'n vijftien jaar voor het begin
van onze jaartelling stichtten de Bataven hier een stad, Oppidum
Batavorum. Deze werd in 69 na Christus, tijdens de Bataafse opstand,
door de Romeinen in brand gestoken. Tweehonderd jaar later bouwden de
Romeinen zelf een fort op het Valkhof, dat rond 400 werd verlaten.
Omstreeks 770 liet Keizer Karel de Grote op deze plek een palts bouwen,
van waaruit het noordelijk deel van het Frankische Rijk werd bestuurd.
De palts werd in 881 door de Noormannen in brand gestoken, later
herbouwd en in 1047 andermaal grotendeels door brand verwoest. De palts
werd wederom herbouwd, maar een eeuw later grotendeels gesloopt. De
Rooms-Duitse koning Frederik I, beter bekend als 'Barbarossa', liet er
in de jaren 1152-1155 namelijk een grote burcht optrekken. De
Valkhofburcht domineerde eeuwenlang het stadsbeeld, maar werd in
1796-1797 in opdracht van de provincie afgebroken. Alleen de
Sint-Nicolaaskapel - waarschijnlijk gebouwd tussen 1030 en 1050 -, de ruïne
van de Sint-Maartenskapel uit 1155 en een deel van de omwalling van de
burcht bleven gespaard.
Na de sloop werd op de Valkhofheuvel een park aangelegd - een van de
eerste stadsparken in Nederland. Johan David Zocher senior ontwierp het
in Engelse landschapsstijl. In de jaren '30 van de 19de eeuw werd 'het
Hof' heringericht door Hendrik van Lunteren.
In de Tweede Wereldoorlog werd een drietal bunkers tegen de
Valkhofheuvel aangebouwd. Ondanks zijn strategische ligging doorstond
het park met zijn waardevolle bouwwerken de oorlog zonder al te veel
schade. Bij de laatste opknapbeurt van het Valkhofpark in 1980 werden
twee van de drie bunkers afgebroken.
Al vele jaren zijn er plannen om de oude Valkhofburcht weer op te bouwen
en zo een deel van Nijmegens historie weer tot leven te wekken.
Tegenstanders van deze plannen wijzen op de waarde van het Valkhof als
een van de eerste stadsparken in Nederland. Voorlopig zijn de
herbouwplannen van de burcht in ieder geval in de ijskast gezet.
Op de witte balustrades aan de noordzijde van het park zijn twee teksten
geschilderd, die op deze historische plaats betrekking hebben. Op een
balustrade nabij de Sint-Nicolaaskapel staat een Latijnse tekst, die
oorspronkelijk van de hand komt van de 17de eeuwse dichter Constantijn
Huygens. De tekst luidt:
HIC STETIT HIC FRENDENS AQUILAS HIC LUMINE TORVO
CLAUDIUS ULTRICES VIDIT ADESSE MANUS
Vrij vertaald betekent dit: 'Hier stond Claudius en zag hij
knarsetandend met grimmige blik de adelaars en de wrekende troepen
naderen.'
Met Claudius wordt eigenlijk Julius Civilis bedoeld. Deze Bataaf was de
leider van de opstand van de, die oorspronkelijk in de gebieden rondom,
maar voornamelijk ten noorden van Nijmegen woonden. In 69 vond de
Bataafse opstand tegen de Romeinen plaats. Als vergelding verjoegen deze
laatsten de Bataven en lieten zij het Oppidum Batavorum tot de grond toe
afbranden. Vanaf de plek van het hekwerk heeft men een prachtig uitzicht
op het noorden en aangezien de Romeinen uit het zuiden kwamen, lijkt de
tekst hier enigszins misplaatst.
Op een andere balustrade is nog een Latijnse tekst afgebeeld, die de
bezoeker met recht vraagt:
QUEM DABIS HAEC POSSIT QUI DARE CUNCTA LOCUM?
Ofwel, in een vroeg 19de-eeuwse vertaling: 'Weet ge mij een plaats te
noemen, die op zoo veel schoons kan roemen?'
|