|
De Sint-Stevenskerk:

De voorloper van de Sint-Stevenskerk was een 7de-eeuws kerkje nabij het
Kelfkensbos, dat rond 1250 werd afgebroken. Graaf Otto II van Gelre
kreeg toestemming om elders in de stad een nieuw bedehuis op te richten
en in 1254 werd begonnen aan de bouw van een tufstenen kerk op de
Hundisburg, een heuvel in het uiterste westen van de stad. Deze kerk
werd in romaanse stijl opgetrokken: met zware muren en kleine vensters
met rondbogen. In 1273 werd de nog in aanbouw zijnde kerk gewijd aan
Stephanus, de eerste christelijke martelaar. Rond 1307 was het bouwwerk
klaar, maar de voltooiing van de toren liet nog op zich wachten tot
omstreeks 1326.
De kerk is daarna vele malen verbouwd en vergroot. Tussen 1343 en 1361
werd een nieuw transept gebouwd, waardoor de Sint-Steven een
kruisbasiliek werd (de kerk kreeg een kruisvorm, waarbij het transept of
dwarsschip de korte zijde van het kruis vormt). Bij deze verbouwing
kreeg de kerk een meer gotisch karakter. De zijbeuken kregen tussen 1371
en 1428 dezelfde hoogte als het middenschip, zodat een hallenkerk
ontstond. Tussen 1420 en 1456 werd het nog bestaande koor met
straalkapellen aan de achterzijde van de kerk gebouwd en van 1542 tot
1565 werd een nieuw transept opgetrokken. Enkele jaren later, tussen
1567 en 1579, werd het Zuiderportaal gebouwd, dat als aparte rubriek bij
de ansichtkaarten is opgenomen.
In 1772-1777 werd de kerk, zij het niet erg professioneel,
gerestaureerd. Daarna begon het enorme bouwwerk langzaam maar zeker in
verval te raken. Rond 1940 waren er plannen voor een grondige
restauratie, maar deze ging wegens geldgebrek niet door.
Net als vele andere kerken viel de Sint-Stevenskerk in februari 1944 ten
prooi aan het geallieerde bombardement. De toren stortte neer op een
aantal huizen aan de Stikke Hezelstraat en de zuidelijke zijbeuk raakte
zwaar beschadigd. Even werd overwogen de kerk te slopen, maar in 1948
werd dan toch begonnen met een ingrijpende restauratie, die pas in 1969
werd afgerond. De kerk werd teruggebracht in de staat, zoals deze in de
17de eeuw verkeerde.
Niet alleen van buiten is de kerk schitterend, ook binnen is veel moois
te zien. De Sint-Steven telt een viertal orgels, waarvan het Königorgel
uit 1773-1776 het grootste is. Het Ardennenorgel is het oudste en staat
in het koor. Het is gebouwd tussen 1690 en 1710. Naast orgels bezit de
kerk nog vele andere kunstschatten, waaronder 15de-eeuwse
muurschilderingen, eeuwenoude grafstenen, een preekstoel uit 1640,
kroonluchters uit 1643, de Herenbank uit 1644, de Prinsenbank uit 1771
en nog veel meer.
Sinds 1591, met een onderbreking van 1672 tot 1674, is de kerk eigendom
van de Hervormde Gemeente en sinds enkele jaren wordt het gebouw beheerd
door de Hervormde Stichting voor de Grote of Sint-Stevenskerk te
Nijmegen. Geregeld is de kerk opengesteld voor publiek.
De toren is eigendom van de gemeente en is in de zomermaanden regelmatig
te beklimmen.

|