|
Landgoed Heyendaal:

Het landgoed Heyendaal heeft een lange historie: de naam 'Heyingendael'
duikt al op in een schepenakte uit 1532. In de tweede helft van de 17de
eeuw werd er een boerderij op het landgoed gebouwd en rond 1700 liet
toenmalig eigenaar Jacob van der Heyden hier een huis met kelders
tegenaan bouwen.
Nadat Heyendaal vanaf 1705 vele malen van eigenaar was gewisseld, kwam
het in 1734 in handen Adam Jacob Smits, toentertijd Nijmeegs
burgemeester. Smits kocht enkele belendende stukken heidegrond aan, die
hij aan het landgoed toevoegde. Op grote gedeelten van Heyendaal liet
hij bossen aanplanten, waarvan een deel bestond uit sterrenbossen:
bossen met paden die vanuit alle richtingen op één punt uitkwamen en
zo een ster vormden. In 1758 breidde de volgende eigenaar, Steven
Adriaan graaf van Welderen, het landgoed nog verder uit.
Heyendaal bereikte zijn grootste omvang aan het begin van de 20ste eeuw.
Het had toen een oppervlakte van ongeveer 67 hectaren en omvatte grofweg
het gebied dat is gelegen tussen de huidige Kapittelweg, Heyendaalseweg,
Houtlaan en Sint Annastraat.
Op 25 april 1912 werd het landgoed aangekocht door margarinefabrikant
Frans Jurgens uit Oss. Hij liet in 1912-1914 een nieuw landhuis bouwen
op enkele honderden meters afstand van het oude huis Heyendaal. Het oude
landhuis - het tegenwoordige 'Oud-Heyendael' aan het eind van de René
Descartesdreef -, dat in 1889 door een ingrijpende verbouwing zijn
huidige vorm had gekregen, werd woonruimte voor het personeel.
Rondom het nieuwe huis Heyendaal werd een tuin in Engelse
landschapsstijl aangelegd, met uitgestrekte gazons en her en der een
grote boom, die vanuit elders was overgeplant. In de omliggende bossen
op het goed liet Jurgens duizenden rododendrons planten teneinde de
wildstand te verbeteren. Jagen was namelijk zijn favoriete bezigheid.
In mei 1949 verkochten de erven Jurgens het landhuis plus 23 hectaren
grond aan de Sint-Radboudstichting, die haar oog op het landgoed had
laten vallen voor de bouw van de Katholieke Universiteit. Ruim een jaar
later, op 21 december 1950, ging de eerste schop in de grond voor de
bouw van de Medische faculteit en het Sint-Radboudziekenhuis. Binnen
enkele jaren verrezen de eerste grootschalige, moderne gebouwen in de
achtertuin van huize Heyendaal.
In 1962 werden ook de resterende 44 hectaren grond van het landgoed aan
de Sint-Radboudstichting verkocht. Deze aankoop stelde de stichting in
staat om vrijwel de gehele universiteit op Heyendaal te concentreren en
de bebouwing van het landgoed werd in de volgende decennia dan ook
onverminderd voortgezet. In hoog tempo verdwenen hierdoor veel sporen
van het eens zo uitgestrekte en bosrijke landgoed.
Toch zijn er tot op heden nog onderdelen van het landgoed bewaard
gebleven, waaronder in de eerste plaats beide landhuizen uit
respectievelijk het begin van de 18de en de 20ste eeuw. Andere
overblijfselen zijn de bosgebieden tussen de René Descartesdreef en de
Houtlaan, enkele oude laanstructuren (onder andere de René
Descartesdreef en het Scaligerpad), de grote ligweide nabij huis
Heyendaal en natuurlijk de vele rododendrons.
Country estate
Heyendaal:
Country estate Heyendaal has a long history: the name 'Heyingendael' is
already used in a Sheriff's Act from 1532. In the second half of the
17th century, a farm was built on the estate, and around 1700, the then
owner Jacob van der Heyden built a house with cellars onto this.
From 1705 Heyendaal had changed hands many times, when in 1734 it was
bought by Adam Jacob Smits, mayor of Nijmegen at that time. Smits bought
a few adjacent acres of heath land, which he added to the estate. He
planted trees on large sections of Heyendaal, partly as 'star forests':
forests with paths from all directions ending on one spot, and thus
forming a star. In 1758, the next owner, Steven Adriaan count of
Welderen, expanded the estate even further.
Heyendaal reached its largest size at the beginning of the 20th century.
At that time, it had a surface of about 67 hectares and it roughly
comprised the area between the present-day Kapittelweg, Heyendaalsweg,
Houtlaan and St. Annastraat.
On April 25, 1912, the estate was bought by Frans Jurgens from the town
Oss, owner of a margarine factory. In 1912-1914, he built a new country
house several hundred metres from the old mansion Heyendaal. The old
country house - the present-day 'Oud-Heyendael' at the end of René
Descartesdreef - which had been given its present shape by an extensive
reconstruction in 1889, became the living quarters for personnel.
Around the new house Heyendaal, a garden was constructed in English
country style, with extensive lawns and here and there a large tree,
which was transplanted from elsewhere. In the surrounding forests on the
estate, Jurgens planted thousands of rhododendrons to improve game
population, as hunting was his favourite occupation.
In May 1949, the Jurgens heirs sold the country house plus 23 hectares
of land to the St.-Radboud foundation, which had spotted the estate for
the construction of the Catholic University. More than a year later, on
December 21, 1950, the construction of the medical faculty and St.
Radboud hospital was started. Within a few years, the first large-scale
modern buildings arose in the backyard of House Heyendaal.
In 1962, the remaining 44 hectares of land of the estate were also sold
to the St. Radboud foundation. This acquisition enabled the foundation
to concentrate practically the whole of the university on Heyendaal, and
the building on the estate was continued unabated in the next decades.
Within a short time, large parts of the once vast and woody country
estate disappeared.
Nevertheless, parts of the country estate have been preserved until the
present day, which include in the first place both country houses from
the beginning of the 18th and 20th century respectively. Other remains
are the wooded areas between René Descartesdreef and Houtlaan, some of
the old structure of avenues (e.g. René Descartesdreef and
Scaligerpad), the large field near house Heyendaal and of course the
many rhododendrons. |