|
Het Meertje rond 1900:
De Ooijpolder ontstond in de 14de eeuw door de aanleg van de
Ooijsebandijk langs de Waal. De ten oosten van de Ooijpolder gelegen
Duffelt was zelfs al aan het eind van de 13de eeuw geheel ingedijkt.
Hoewel de dijkaanleg bedoeld was om dorpen en landbouwgronden tegen de
rivieren te beschermen, nam de wateroverlast in de ingepolderde gebieden
alleen maar toe. Doordat de dijken het stroomgebied van Rijn en Waal
inperkten, werden de waterstanden van beide rivieren hoger. Zo kregen de
polders te maken met kwelwater, dat onder de zwakke punten in de dijk
doorsijpelde.
Om te voorkomen dat de polders onder water kwamen te staan, was een
goede afwatering noodzakelijk. Vanaf de 14de eeuw werd het overtollige
water uit de Duffelt afgevoerd via het Wylermeer en de Aa, een stroompje
dat bij Nijmegen uitkwam in de Waal. De Ooijpolder had een eigen
afwateringssysteem.
In de tweede helft van de 16de eeuw werd de Aa rechtgetrokken, zodat er
een goede scheepvaartverbinding ontstond tussen Nijmegen en het Duitse
Kranenburg. Omstreeks deze tijd kreeg de vaart ook zijn huidige naam:
het Meertje. Toen Kranenburg zijn betekenis in de handel begon te
verliezen, raakte de vaarverbinding langzaam maar zeker buiten gebruik.
Als afwateringskanaal bleef het Meertje echter onverminderd belangrijk.
In de jaren '30 van de vorige eeuw werd nabij de monding van het Meertje
in de Waal het nog altijd bestaande Hollandsch-Duitsch gemaal gebouwd.
Dankzij de grote capaciteit van dit nieuwe gemaal kon het gebied dat op
het Meertje afwaterde in omvang toenemen tot 170 kmē. Dit
afwateringsgebied wordt ruwweg begrensd door de bandijken van Rijn en
Waal in het noorden, Kleve in het oosten en het stuwwallengebied in het
zuiden en het westen.
Deze ansichtkaart uit circa 1900 toont het Meertje met op de achtergrond
de Ooijsedijk. Het sluisje in de dijk werd gebouwd in 1786 en is in 1998
gesloopt. Van de overige gebouwen op de kaart bestaat alleen nog het
grote huis in het midden. |